07-04 Bijlage 2 - BBP Bruggen - v9 - (20-12-2023)
Tekst van het document
Beleids- en Beheerplan Bruggen 2024 t/m 2028
Gemeente Veendam, December 2023
1
INHOUDSOPGAVE
VOORWOORD
3
SAMENVATTING
4
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Van beleid- tot uitvoeringplan 1.3 Leeswijzer
5 5 5 5
2. REGELGEVING 2.1 Wettelijk afwegingskader 2.1.1 Preventief kader 2.2 NEN-normering 2.2.1 Repressief kader
6 6 6 7 7
3. BELEID 3.1 Onderhoudsniveaus 3.2 Financieel/openbaar kader 3.3 Visie 3.4 Analyse
8 8 9 9 9
4. BEHEER – Huidige situatie 4.1 Huidige situatie 4.2 Areaal 4.2.1 Brugtypen 4.2.2 Inventarisatie bruggen
11 11 11 11 12
5. BEHEER – Onderhoudsniveaus 5.1 Onderhoud 5.2 Toelichting op de diverse soorten onderhoud 5.2.1 Eenmalig onderhoud 5.2.2 Cyclisch onderhoud 5.2.3 Organisatie 5.3 Vervangingen / renovatie 5.4 Bepalen constructieve waarde bruggen 5.5 Inspectie / RI&E 5.6 Conclusies huidige situatie bruggen 5.7 Geadviseerd onderhoudsniveau
13 13 13 13 13 14 15 15 15 16 16
6. FINANCIEN 6.1 Verband tussen dagelijks, periodiek en groot onderhoud 6.2 Aanbevelingen en suggesties
17 17 18
2
VOORWOORD
Zonder een goed beleidsplan is het voor een beheerder onmogelijk zijn (meer-)jaarlijks onderhoud in te plannen. Er is vaak te weinig budget beschikbaar, want er worden geen financiën gereserveerd voor de lange termijn onderhoudsacties. Hierdoor ontstaat afstel of uitstel van onderhoud, waardoor op langer termijn kapitaalvernietiging plaats vindt. Tevens worden zonder een goed beleid de budgetten niet optimaal benut. De verhouding tussen de jaarlijkse kosten, de bijbehorende (o.a. politieke en economische) risico’s bij uitstel en het beschikbaar budget is soms zoek. De gemeente Veendam is verantwoordelijk voor de openbare ruimte en daarmee ook voor de bruggen. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen voor schade van burgers geregeld. De centrale gedachte is dat de beheerder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van voldoende onderhoud. Daarbij is hij bij geschillen verplicht aan te tonen dat inspectie en onderhoud met optimale zorg zijn uitgevoerd. Om aan deze zorgplicht te voldoen, is voorliggend beleids- en beheerplan bruggen 2024-2028 opgesteld. Het huidige plan dateert uit 2009. Een actualisatie werd voorzien in 2022. In dit beleidsen beheerplan bruggen wordt omschreven hoe de gemeente Veendam de komende jaren om wil gaan met haar zorgplicht.
Gemeente Veendam heeft 178 kunstwerken in beheer. Ze bestaan uit: ▪ 174 bruggen, ▪ 2 sluizen (Langebosch en Beneden Verlaat), ▪ 1 tunnel (lokatie Leer- en SportPark) en ▪ 1 viaduct (locatie Leer- en SportPark). Gezamenlijk vertegenwoordigen de kunstwerken een kapitaalswaarde van ca. 49 miljoen euro. Hierdoor is het opstellen van een beleidsplan noodzakelijk. Het beleidsplan is opgesteld in samenwerking met het Ingenieursbureau Westenberg BV.
3
SAMENVATTING
Civieltechnische kunstwerken zijn een onderdeel van de openbare ruimte. Het zijn bouwwerken die gemaakt zijn van metselwerk, beton, hout, staal of kunststof. Voorbeelden zijn: bruggen, viaducten, tunnels, steigers, kademuren en damwanden. In voorliggend beleids- en beheerplan ligt het accent op bruggen. Een brug is een vaste of beweegbare verbinding voor het verkeer, tussen twee punten die gescheiden zijn door bijvoorbeeld een kanaal, een diepte, een (spoor)weg/rijbaan of een ander obstakel. Een brug kan ontworpen zijn om een rijbaan, kanaal, spoor of waterleiding te dragen. Voorliggende document geeft een overzicht van het huidige areaal bruggen binnen de gemeente Veendam. Binnen dit areaal maken we onderscheid in: houten bruggen, betonnen bruggen, stalen bruggen en beweegbare bruggen. In totaal bestaat het areaal uit 174 bruggen en 4 overige objecten. De bruggen zijn in onderhoud bij de gemeente, de sluizen in het Oosterdiep bij het Waterschap Hunze en Aa’s en de Provincie Groningen. Door middel van - instandhouding en technische - inspecties is de onderhoudsstaat inzichtelijk gemaakt. De gemeente moet kunnen aantonen dat ze haar wettelijk toebedeelde zorgplicht uitvoert. Onder deze verantwoordelijkheid valt ook het uitvoeren van voldoende inspecties en het inzichtelijk maken van de constructieve staat van de bruggen. Omdat de bruggen een kapitaal van ca.
49 miljoen euro vertegenwoordigen, dient volgens het BBV (Besluit Begroting Verantwoording) een beleids en beheerplan opgesteld te worden. Gemeente Veendam heeft als doelstelling gesteld dat alle bruggen binnen de gemeente behouden moeten blijven en voldoen aan een onderhoudsniveau, dat voortkomt uit een zgn. instandhoudingsinspectie. Alle noodzakelijke informatie over de bruggen is verwerkt en te raadplegen in het gemeentelijke beheersysteem Obsurv. Kijkend naar de geformuleerde doelstelling en visie, dan is er in de begroting, voor het cyclisch en eenmalig onderhoud structureel een bedrag nodig van circa € 865.000,= per jaar (regulier onderhoud € 325k en vervanging € 540k). Gezien de huidige staat van de bruggen, is het verantwoord om vierjaarlijks een visuele instandhoudingsinspectie uit te voeren. Uit deze inspectie volgen technische inspecties, waaruit nadere kostenspecificaties volgen.
4
1.
INLEIDING
In de begroting is de doelstelling gegeven dat de gemeente Veendam alle bruggen wil laten voldoen aan een gemiddeld onderhoudsbeeld. Daarom heeft de gemeente in 2023 voorliggend beleids- en beheerplan Bruggen opgesteld, waarin centraal de vraagt staat: “hoe kunnen wij onze bruggen tegen “zo min mogelijke kosten, zo duurzaam mogelijk onderhouden?” Het gemeentelijk kwaliteitsniveau voor het onderhoud de bruggen, is gedefinieerd op “niveau basis”, primair gedefinieerd in functionaliteit en veiligheid van de kunstwerken. Hierop heeft Ingenieursbureau Westenberg BV, als specialist op het gebied van inspecties, beheer en onderhoud van civiele kunstwerken, de bruggen visueel onderzocht. 1.1 Aanleiding In de gemeente Veendam liggen 174 bruggen (+ 4 overige objecten) . Hiervoor heeft de gemeente de zorgplicht. Deze bruggen vertegenwoordigen een kapitaal van ca. 49 miljoen euro. Door een beleidsen beheerplan op te stellen kunnen na de inventarisatie en analyse beleidskeuzes worden gemaakt. Vervolgens wordt aangegeven wat nodig is om de doelstelling, zoals aangegeven in de begroting te realiseren. Daarbij dient volgens het BBV (Besluit Begroting Verantwoording) de begroting van de gemeente onderbouwd te worden door een beleids- en beheerplan.
Door in voorliggend plan keuzes voor te leggen en uit te werken, krijgt de gemeente Veendam meer inzicht in de financiën die gemoeid zijn bij het kapitaalgoed “bruggen”. In dit plan wordt het behoud van de brug niet ter discussie gesteld. 1.2 Van beleid- tot uitvoeringplan In dit beleidsplan wordt de aanwezigheid van de brug als een gegeven beschouwd. De wijze waarop de gemeente haar bezit wil onderhouden zal de vraag zijn die beantwoord wordt. Voorliggend plan geeft inzicht in het kwalitatieve, kwantitatieve en financiële niveau waarop de gemeente haar zorgplicht gaat invullen de komende 4 jaar (2024 t/m 2028), met doorkijk naar 2034. Voorliggend beleids en beheerplan dient als onderlegger voor het uitvoeringsplan. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 gaat in op de beleidsuitgangspunten. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de huidige situatie binnen de gemeente Veendam nader toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt het gewenst onderhoudsniveau besproken. De verschillende soorten onderhoud worden hier toegelicht en de kosten voor de periode 2024 t/m 2028 worden in hoofdstuk 6 nader gespecificeerd.
5
2.
REGELGEVING
2.1 Wettelijk afwegingskader De gemeente Veendam is verantwoordelijk voor haar grondgebied en daarmee ook voor de gemeentelijke bruggen. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen geregeld. De centrale gedachte is dat de beheerder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van voldoende onderhoud. Bij geleden schades en de daaruit eventueel voortvloeiende aansprakelijkheid dient de gemeente aan te kunnen tonen dat ze haar zorgplicht op orde heeft. Uiteraard geldt naast het Burgerlijk Wetboek ook andere wet- en regelgeving die van toepassing is op civiele kunstwerken (bruggen ed.). Hieronder treft u een tabel aan waarin is aangegeven welke weten regelgeving geldend is. Dit vanuit het preventief onderhoud (onderhoud t.b.v. instandhouding), repressief onderhoud (herstellen van kapotte onderdelen) en financieel/openbaar onderhoud (onderhoudsplicht ondanks schaarse middelen). Daarnaast zijn er ook andere wettelijke kaders. Zo moet er rekening gehouden worden met: ▪ de monumentenwet. ▪ Kader Wet AMvB’s* ▪ Preventief Wegenwet 1930 ▪ Woningwet 1991 Bouwbesluit 2012 ▪ Regeling bouwbesluit 2012 ▪ Repressief Burgerlijk wetboek deel 6 ▪ Financieel/openbaar Gemeentewet 2011 ▪ Besluit Begrotingen en Verantwoording provincies en gemeenten. 2.1.1 Preventief kader.
Het wettelijk kader voor het onderhouden van civiele kunstwerken is vastgelegd in de Wegenwet en de Woningwet. De Wegenwet geldt niet alleen voor (vaar)wegen, maar ook voor bruggen. Hierbij wordt niet duidelijk gemaakt wat onder de term “in een goede staat” verstaan wordt. Er is dus duidelijk sprake van een onderhoudsverplichting zonder een vastgelegd kwaliteitsniveau. We hebben op deze manier enige vorm van vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop wordt onderhouden. De woningwet geldt ook voor kunstwerken. Een civiel kunstwerk is een bouwwerk, geen gebouw zijnde. We dienen de kunstwerken zodanig te bouwen dat er geen gevaar voor de gezondheid alsmede veiligheid ontstaat. Het bouwwerk - geen gebouw zijnde - moet voldoen aan de voorschriften. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het bouwbesluit. De civiele kunstwerken moeten dus voldoen aan het bouwbesluit. Het Bouwbesluit is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en valt onder de woningwet. Dit besluit bevat een groot aantal voorschriften voor zowel gebouwen als bouwwerken - geen gebouw Zijnde - op het terrein van: ▪ veiligheid; ▪ gezondheid; ▪ bruikbaarheid; ▪ energiezuinigheid; ▪ milieu.
6
Een groot aantal wetten gaat in 2024 geheel of gedeeltelijk op in de Omgevingswet. ▪ Wanneer een wet volledig opgaat in de Omgevingswet, wordt die wet ook volledig ingetrokken. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Wetten worden ingetrokken via de Invoeringswet Omgevingswet en via de aanvullingswetten. ▪ Wetten die deels of grotendeels opgaan in de Omgevingswet, worden niet ingetrokken. Veel onderdelen komen wel te vervallen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Waterwet en de Woningwet 2.2 NEN-normering Bij de NEN, Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut, worden afspraken vastgelegd in normen en richtlijnen. NEN is dus eigenlijk de afkorting voor de Nederlandse normering van richtlijnen. Deze afkorting is land gericht en wordt in Nederland geschreven als NEN gevolgd door de code van de richtlijn (in cijfers). We noemen er een paar: ▪ NEN-6787; de norm is een visuele- en praktijkproefmeting en stelt het veiligheidsniveau waaraan nieuwe en bestaande bruggen moeten voldoen en is tevens toepasbaar op schutsluizen. ▪ NEN-1990; deze norm stelt de beginselen van eisen van veiligheid, bruikbaarheid en duurzaamheid van constructies vast. De norm omschrijft de grondslagen voor het ontwerp, berekening, en toetsing. Tevens geeft ze richtlijnen voor samenhangende aspecten van de constructieve betrouwbaarheid.
▪ NEN-8700; de norm geeft de wettelijk minimale betrouwbaarheidseisen voor constructies (onderdelen) bij verbouw en afkeur. Kort samengevat moet een constructie publiekrechtelijk worden afgekeurd indien het veiligheidsniveau behorende bij afkeuren wordt onderschreden, rekening houdend met een restlevensduur van 1 jaar. ▪ NEN-8701; deze norm legt de voorschriften vast aangaande de aan te houden belastingen voor verbouwingen en voor beoordelingen van bestaande constructies. Deze norm is bedoeld om te worden gebruikt in samenhang met de normenreeks NEN-1990 tot en met NEN-1999 en de normenreeks NEN-8700 ▪ NEN 2767 is dé norm voor conditiemeting. NEN 2767 is het instrument voor het objectief en uniform meten van de fysieke kwaliteit van bouw- en installatiedelen binnen een infrastructuur. Deze norm heeft als doel het registreren van de conditie van constructies zoals onder andere bruggen, zodat de opdrachtgever exact weet wat er daadwerkelijk gebeuren moet, wanneer, en waarmee de kosten per onderdeel direct in beeld gebracht kunnen worden. 2.2.1 Repressief kader Veiligheid spreekt voor zich. Een kunstwerk moet voor de gebruikers veilig zijn.
Als dit niet het geval is, kunnen we aansprakelijk worden gesteld voor de volgende gebreken: ▪ aan het kunstwerk (het kunstwerk voldoet niet aan de eisen, die men onder de gegeven omstandigheden er aan mag stellen); ▪ op het kunstwerk (voorwerpen of substanties zijn aanwezig, die niet op het kunstwerk thuis horen en die leiden tot gevaarlijke situaties). Hierop zijn uit het Burgerlijk Wetboek (BW) de volgende artikelen van toepassing: ▪ artikel 6:174 BW: gebreken aan het kunstwerk zelf; ▪ artikel 6:162 BW: gebreken op het kunstwerk.
7
3.
BELEID
Gemeente Veendam wil haar beleidsuitspraak vastleggen in het beleids- en beheerplan Bruggen 2024-2028. De aanwezigheid van de brug is een gegeven en de wijze waarop de gemeente haar bezit wil onderhouden zal in dit document worden beantwoord. Centrale vraag luidt dan ook: “hoe kunnen wij onze bruggen tegen “zo min mogelijke kosten, zo duurzaam mogelijk onderhouden?” Het gemeentelijk kwaliteitsniveau voor het onderhoud de bruggen, is gedefinieerd op “niveau basis”, primair gedefinieerd in functionaliteit en veiligheid van de kunstwerken. Bij voortzetting van het geldend beleid zal de kwaliteit van de bruggen verder afnemen, wat op termijn leidt tot vervroegde renovaties of vervangingen (kapitaalvernietiging). Kijkend naar de visie en de doelstelling in de begroting is een beleidsaanpassing op zijn plaats. Bij toename in areaal van kapitaalgoederen (zoals bruggen) is het van belang dat er nadrukkelijk de noodzaak van areaalvergroting aanwezig is. Uitgangspunt moet zijn, geen vergroting van het huidige areaal, tenzij…. 3.1 Onderhoudsniveaus Vanuit de techniek is het huidige onderhoudsniveau van bruggen een "basis" toestand. Wat wil dit zeggen: Dat een kunstwerk veilig en functioneel is, schades die de levensduur fors beïnvloeden worden verholpen, met een beperkte aandacht voor de toonbaarheid.
Of te wel: een redelijk onderhouden omgeving, incidenteel kleine achterstand, enkele lichte schades, niet storend vuil of onvoldoende onderhouden. Er zijn schades zichtbaar, maar de veiligheid is niet in het geding!
Om voornoemde beleidsuitspraak gefundeerd te kunnen maken zijn er drie onderhoudsniveaus opgesteld. Insteek bij het vaststellen van de niveaus is dat er steeds een concessie wordt gedaan ten aanzien van het uit te voeren onderhoud. niveau Hoog Basis Laag
kenmerk onderhoud duur in onderhoud + goede kwaliteit acceptabel + goede prijs-/kwaliteitsverhouding goedkoop in onderhoud + vergroot risico op falen + verhoog de vervangingskosten (kapitaalsvernietiging).
▪ Niveau hoog Alle vastgestelde/geplande onderhoudsmaatregelen (conform inspectie), om de bruggen op een optimaal technisch onderhoudsniveau te houden, worden uitgevoerd. Resultaat hiervan is een optimale staat van de bruggen. ▪ Niveau basis Op dit niveau komen een aantal onderhoudsmaatregelen - die betrekking hebben op de toonbaarheid - te vervallen. Bij enkele andere onderhoudsmaatregelen wordt een lagere frequentie gehanteerd. Door lagere frequenties te hanteren wordt voor bepaalde onderdelen een verslechtering van de onderhoudstoestand geaccepteerd.
8
Het verschil met het voorgaande niveau ‘hoog’ is dat nu ook schades voor kunnen komen met betrekking tot de toonbaarheid (denk bv. aan roestplekken). Doordat er minder onderhoud wordt gepleegd, moet er rekening worden gehouden met meer calamiteiten-onderhoud. ▪ Niveau laag Bij dit niveau wordt er alleen nog maar storingsafhankelijk onderhoud gepleegd. Doordat er geen regulier onderhoud wordt gepleegd, moet de brug dus eerder worden vervangen. Bij dit niveau wordt geaccepteerd dat de brug eventueel kan bezwijken. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren met bijbehorende risico’s. Dit niveau staat op zeer gespannen voet met de zorgplicht. Bij eventuele procedures zal dit een punt van overweging zijn. Aan de hand van de inspecties en de zojuist beschreven onderhoudsniveaus kunnen voor alle bruggen de benodigde middelen worden bepaald. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de voorbereiding niet vergeten moet worden. Bij de voorbereidingskosten moet vooral gedacht worden aan het opstellen van de uitvraag en de mate van regie Opgemerkt moet worden dat het staand beleid met betrekking tot de gladheidbestrijding aangeeft dat brugdekken gestrooid dienen te worden met zand in plaats van zout. Er is een specifieke bruggenroute opgesteld, waarin aangegeven wordt welke bruggen handmatig gestrooid dienen te worden.
Dit ter bevordering van het levensduur van de technische onderdelen van de bruggen.
3.2 Financieel/openbaar kader Het Besluit Begroting van Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een AMvB vanuit de Gemeentewet. Het vormt een aanvulling op de verdere uitwerking van de boekhoudkundige regelgeving van de gemeente. In artikel 12 schrijft de BBV voor, dat de gemeente inzicht moet geven hoe zij omgaat met haar kapitaalgoederen. Dit geldt met name voor de wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Gezien de Wegenwet en de Woningwet geldt dat ook voor civiele kunstwerken.
3.3 Visie De gemeente Veendam streeft ernaar dat alle bruggen binnen de gemeente Veendam voldoen aan een gemiddeld onderhoudsniveau. Om dit te realiseren is het van belang dat inzichtelijk wordt gemaakt wat er gedaan moet worden om dit gemiddelde onderhoudsniveau te bereiken en/of te behouden. Ook dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe het gemiddelde onderhoudsniveau “BASIS” vervolgens gehandhaafd kan worden. De toekomstvisie van gemeente Veendam kan als volgt gedefinieerd worden: “Het duurzaam in stand houden van de voorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau “basis”, tegen minimale kosten op langere termijn en met behoud van de functie van de voorzieningen”
3.4 Analyse Het hebben van een brug betekent dus de verplichting dat je deze ook onderhoud. Om een gefundeerde beleidsuitspraak te kunnen doen, moet je eerst bepalen wat je hebt en in welke staat het verkeert. Daarom is in 2022 het gehele bruggenbestand onderworpen aan een instandhoudingsinspectie.
9
Eens per 4 jaar worden alle bruggen visueel technisch geïnspecteerd. Na aanleiding van deze inspectie worden de benodigde technische onderhoudsmaatregelen op niveau ‘basis’ voor die periode gepland. Of te wel dient dit als uitgangspunt van de desbetreffende jaarplanningen. Bij de jaarplanning wordt indien nodig per brug op detailniveau de benodigde werkzaamheden nader uitgewerkt en uitgevoerd. Risico’s zijn dat visuele inspectie niet het volledige spectrum van de staat van een brug definieert, waaronder de elektrotechnische en bewegende onderdelen van een brug.
10
4.
BEHEER – Huidige situatie
4.1 Huidige situatie Veendam is een gemeente in de provincie Groningen met twee kernen, een drietal lintdorpen en ca. 27.500 inwoners. De gemeente heeft een totale oppervlakte van ca. 80 km2, waarvan een groot deel buitengebied is. De gemeente van Veendam is ca. 350 jaar geleden begonnen met turfafgravingen. De gemeente wordt dan ook gekenmerkt door de typische veenkoloniale lintstructuur. De gemeente Veendam beheert anno 2023: 174 bruggen, 2 sluizen, 1 tunnel en 1 viaduct. Er bestaan geen specifieke kwaliteitsnormen voor bruggen. De eisen die aan bruggen worden gesteld zijn vastgelegd in de Richtlijn Vaarwegen RWV 2005 en diverse NEN-normen. Ze omvatten beide vooral ontwerpeisen voor nieuwe bruggen. De NEN-norm 2767 1 t/m 4 heeft betrekking op een zgn. conditiemeting van onroerend goedzaken en technische installaties en kunstwerken. 4.2 Areaal Bruggen zijn kapitaalgoederen. Het beheer van kapitaalgoederen is niet nieuw. Er wordt al vele jaren aan beheer gedaan, waarvoor de nodige ondersteunende instrumenten, zoals digitale technische beheersystemen, zijn ontwikkeld. De technische beheersystemen hebben als doel het beheer vanuit technisch oogpunt zo effectief en efficiënt mogelijk in te richten. Dat betekent: de juiste maatregelen op de juiste plaats en op de juiste momenten en ook nog tegen de laagst mogelijke kosten.
Om bruggen goed te kunnen onderhouden moet het beheer op orde zijn. Om het beheer goed op orde te hebben moet het volgende duidelijk zijn: 1. Alle areaalgegevens,… wat hebben we? 2. Het doel/ de kaders,… wat willen we? 3. De wijze waarop,… hoe gaan we wat doen? 4. Zijn er voldoende middelen om het uit te voeren? In 2022 is het volledige areaal aan civieltechnische kunstwerken in de gemeente door Ingenieursbureau Westenberg B.V. geïnspecteerd en verwerkt in het gemeentelijk technisch beheerprogramma Obsurv. De gegevens uit Obsurv zijn leidend voor het beheerprogramma 2024-2028.
4.2.1 Brugtypen De gemeente Veendam beschikt over een aantal verschillende typen bruggen. Hieronder zijn de verschillende typen bruggen weergegeven. ▪ Houten brug, ▪ Betonnen brug, ▪ Stalen brug (mogelijk voorzien van een houten dek), De bruggen kunnen vast staan of beweegbare zijn (m.n. de laatste i.h.k.v. de recreatievaart) .
11
4.2.2 Inventarisatie bruggen Momenteel beheert de gemeente Veendam 174 bruggen. De bruggen zijn in onderstaande tabel gespecificeerd naar bovenstaande brugtypen per materiaalsoort. Hierbij wordt door de hoofddraagconstructie het objecttype bepaald. Type bruggen Type brug ~ Houten brug ~ Metalen brug ~ Betonnen brug Sluis Tunnel Viaduct totaal
Vaste bruggen
Beweegbare brug
36 40 60 136
1 37
Overige kunstwerken
38 2 1 1 178
Van de 174 bruggen liggen er 32 over het Oosterdiep. De overige bruggen (142 stuks) liggen verspreid binnen de gemeente Veendam. De bruggen zijn te kwalificeren in een aantal typeringen: Classificering Klasse A Klasse B
# 10 27
omschrijving Dit zijn de beweegbare bruggen in het vaarcircuit. Dit zijn de grotere (deels) beweegbare bruggen in het vaarcircuit en het stedelijk gebied met een verkeersfunctie. Klasse C 137 Dit zijn de overige bruggen die niet in het vaarcircuit liggen, met een beperkte verkeersfunctie. Classificering overige kunstwerken Klasse A 1 Kunstwerken gelegen in het vaarcircuit Klasse C 3 Kunstwerken niet in het vaarcircuit, met een recreatieve karakter
De bruggen in Veendam hebben een hoge leeftijd. Ze zijn gebouwd met de bouw- en materiaalkennis van dat moment en berekend op de toentertijd geldende ontwerpnormen, beschikbare verkeersprognoses en voertuigbelasting. Sinds de bouw van deze kunstwerken is de verkeersintensiteit en het gewicht van de voertuigen sterk toegenomen. Daarnaast zijn ook de (veiligheids)eisen voor kunstwerken verder aangescherpt en is meer bekend over hoe gebruikte materialen (staal en beton) zich in de loop van de tijd gedragen. De gemeente Veendam bezit twee bruggen met classificatie “rijksmonument”, te weten: ▪ De K.J. Wilkensbrug (klasse B - beweegbare brug) (sinds 01-01-2023 in eigendom van de gemeente en gelegen in het vaarcircuit Oosterdiep; ▪ De fiets-/voetgangersbrug Borgercompagnie, t.h.v. huisnr. 221 (klasse C).
12
5.
BEHEER - Onderhoudsniveaus
5.1 Onderhoud Het onderhoud omvat alle operaties die tot doel hebben een brug gebruiksklaar te bewaren, terwijl door een herstelling de brug opnieuw volledig gebruiksklaar wordt gemaakt. Als basisregel geldt:
ONDERHOUDEN = VOORKOMEN
en
HERSTELLEN = GENEZEN
Inzake onderhoud wordt een onderscheid gemaakt tussen: ▪ het gewone (functionele) onderhoud en ▪ het buitengewone onderhoud, waarvoor specialisten nodig zijn om bepaalde werkzaamheden uit te voeren en waarbij eventueel speciaal materieel wordt ingezet. Op basis van verschillende niveaus zijn de gemiddelde jaarlijkse onderhoudskosten voor het beheren van de bruggen bepaald. Hoe hoger het onderhoudsniveau, des te beter de bruggen erbij liggen. Een brug zal in zijn duurzaamheid minder worden aangetast op een hoog niveau.
5.2 Toelichting op de diverse soorten onderhoud 5.2.1 Eenmalig onderhoud Naar aanleiding van geconstateerde schades dienen eenmalig reparaties uitgevoerd te worden. Te denken valt aan betonreparaties, herstellen leuning, aanbrengen ontbrekende delen, etc. Eenmalige acties komen voort uit de jaarlijkse inspecties en/of meldingen. Eenmalige acties zijn onderdeel van de reguliere begroting, mits ze niet te grote financiële consequenties hebben. Een deel van de eenmalige acties zal worden opgepakt door de Buitendienst (het zgn. klein onderhoud).
5.2.2 Cyclisch onderhoud Jaarlijks onderhoud Jaarlijks onderhoud wordt gedefinieerd als het geheel aan kleinere onderhoudsacties die ieder jaar moeten worden uitgevoerd. Hierbij moet men denken aan: ▪
Het visueel monitoren van de houten bruggen;
▪
Het schoonhouden van de bruggen; In een 2-jarige programma worden éénmalig in het voorjaar de bruggen schoongemaakt door een externe partij: ~ in de even-jaren worden de bruggen in het vaarcircuit geschoond, ~ in de oneven jaren de overige bruggen in de gemeente.
▪
Gedurende het gehele jaar worden de bruggen in het vaarcircuit, inclusief land-/ brughoofden, schoon gehouden door de gemeentelijke Buitendienst;
▪
Jaarlijks worden alle beweegbare bruggen in het vaarcircuit éénmalig gesmeerd, geïnspecteerd en eventueel hersteld door een specialistisch bedrijf, onder regie van de Buitendienst. Daarnaast doet de Buitendienst zelf ook tenminste één smeerronde per jaar.
13
▪
De hydraulische installaties van de beweegbare bruggen worden jaarlijks geïnspecteerd door een specialistisch bedrijf. Indien nodig worden preventief de hydraulische leidingen vervangen. Om de vijf jaar wordt het olie bemonsterd en getest om de staat van de motoren te beoordelen.
▪
Daarnaast dienen de kennis en vaardigheden van de medewerkers actueel gehouden te worden. Denk hierbij aan trainingen in het bedienen van apparatuur en/of kennis van regelgeving en technieken op peil houden. Dit geldt voor zowel de brugwachters als de onderhoudsmonteur, die in een wisselende samenstelling werken. De RI&E (risicoinventarisatie en evaluatie) wordt hierbij ingezet als ondersteunend instrument.
Meerjarenonderhoud Onder meerjarenonderhoud worden acties met een frequentie groter dan eens per jaar verstaan. Het gaat hierbij om: ▪ technisch inspecteren van bruggen (bv. de vijfjaarlijkse instandhoudingsinspectie); ▪ conserveren van onderdelen (overlagen en vervangen conserveringssysteem); ▪ vervangen onderdelen (slijtlagen, kitvoegen, dekplanken, leuningen, etc.). Storingen Voor storingen aan de beweegbare bruggen in de elektrotechnische installaties en de hydraulische installatie is een servicecontract afgesloten met een specialistisch bedrijf. Hierdoor kan er snel en adequaat worden opgetreden. De volgordelijkheid bij storingen is: • 1e stap: de Buitendienst verhelpt de storing zelf of stelt de situatie veilig • 2e stap: lukt stap 1 niet, dan wordt de gecontracteerde externe partij inschakelt. De visuele instandhoudingsinspectie samen met een evt. nadere detail inspectie en de constructieve (her) berekening geeft inzicht in wat er de komende jaren moet worden onderhouden en vormt de basis voor de jaarplanning. Per jaar wordt het werk op detail verder voorbereid, waarbij elke keer op basis van techniek en vanuit de context waarin het kunstwerk zich bevindt wordt gekeken naar de nut en noodzaak van het onderhoud. 5.2.3 Organisatie De gemeente Veendam heeft in haar afdeling Fysieke Leefomgeving het domein Civiel Technische Kunstwerken.
Dit domein is inhoudelijke verantwoordelijk voor het ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud van de bruggen binnen onze gemeente. Dit domein is breder dan alleen het technisch bruggenbeheer, eronder vallen ook het beheer en onderhoud van de walbeschoeiingen. Vanuit de Buitendienst wordt formatie ingezet voor: ▪ de brugbediening, ten behoeve van de recreatievaart, ▪ het zgn. klein onderhoud (dit omvat m.n. kleine reparaties en het smeren van de beweegbare onderdelen) ▪ en het schoonhouden van de brughoofden (m.n. het verwijderen van het groenopslag).
14
5.3 Vervanging / renovatie Wanneer een brug in slechte staat verkeert en of zijn technische levensduur bereikt heeft, dan dient de brug vervangen te worden. Ook kan er worden gekozen om een grootschalige renovatie uit te voeren. Wanneer wordt gekozen voor een renovatie zal er ook levensduurverlengend onderhoud uitgevoerd moeten worden en dient de brug na de renovatie ook te voldoen aan de geldende normen (bv. de NEN8700). Een aantal bruggen zullen in het geheel preventief worden onderhouden. Dit zijn de bruggen die bij falen een omvangrijke economische en/of sociale impact hebben voor de gemeente Veendam. Het gaat met name om de grotere bruggen in het Oosterdiep en een beperkt aantal kleinere bruggen die als enigste ontsluiting van een gebied fungeren.
5.4 Bepalen constructieve waarde bruggen Bij bruggen zijn de NEN 8700 (toetsing constructieve veiligheid) en NEN 2767 (conditiemeting) van toepassing. Beide normen geven aan dat de beheerder van een kunstwerk (brug, steiger, beschoeiing) inzicht moet hebben over de constructieve waarde van een brug. Standaard dient een verkeersbrug te voldoen aan verkeersklasse 60 en derhalve een aslast van 20 ton te kunnen dragen (V.O.S.B. ‘69/’95). Indien een brug door veroudering en/of achterstallig onderhoud dat niet meer kan, dan dient de beheerder dit middels bebording aan te geven. Uit de inspectie is naar voren gekomen dat de ‘grotere’ verkeersbruggen, waaronder de Stations-, Plantsoen-, Poststraat-, Juliana- en de Wilhelminabrug, voldoen aan de gestelde eisen. 5.5 Inspecties / RI&E Eens in de vier jaar wordt er een visuele instandhoudingsinspectie uitgevoerd op het totale bruggen areaal. Hiermee krijgen we een goed beeld van de onderhoudsstatus van alle bruggen. Deze inspectie wordt uitgevoerd door een deskundig Ingenieursbureau. Op basis van de instandhoudingsinspectie volgen nadere technische inspecties op de aangewezen brug. Afhankelijk van de type brug, kunnen er NEN-keuringen worden uitgevoerd. Gedacht moet worden aan bv. de NEN 3140 voor elektrische (laagspannings-)installaties, die eens per vijf jaar wordt uitgevoerd. Hiervoor wordt een specialistisch bedrijf ingezet.
Over de gehele linie gezien is het verstandig om op het domein “bruggen” een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op te stellen. Dit doen we om de vijf jaar (aanvang 2024). In dit rapport worden risico’s in beeld gebracht die werknemers lopen bij hun werkzaamheden. In het bijbehorende plan van aanpak wordt aangegeven hoe deze risico’s moeten worden aangepakt. Vanwege de aansturing op het dagelijks onderhoud en toezicht (o.a. middels havenmester en burgwachters), ligt ook hier de regie bij de Buitendienst.
15
5.6 Conclusies huidige situatie bruggen Tijdens de inspectie zijn de 178 kunstwerken visueel geïnspecteerd en is er een inventarisatie gemaakt van risico’s, schades en van gewenst periodiek onderhoud. Uit de resultaten van de inspectie blijkt dat de bruggen over in een redelijke staat verkeren. Als er gekeken wordt naar de staat per type, dan verkeren: ▪
de beweegbare bruggen over het algemeen in een matig tot redelijke staat van onderhoud. Aan de betonnen steunpunten zijn hier en daar een aantal betonschades geconstateerd. Verder zijn de stalen onderdelen over het algemeen oppervlakkig tot lokaal gevorderd gecorrodeerd.
▪
de vaste houten bruggen over het algemeen in een matig tot redelijke staat van onderhoud. De meest dekbeplanking en steunpunten zijn vaak beginnend tot gevorderd aangetast door houtrot.
▪
de vaste metalen bruggen over het algemeen in een redelijke staat van onderhoud. Net als bij de houten bruggen hebben enkele metalen bruggen met houten dek, ook houtrot-aantasting aan de dekbeplanking en onthechting van de slijtlaag door slijtage.
▪
de vaste betonnen bruggen verkeren over het algemeen in een redelijke staat van onderhoud. Een paar bruggen hebben betonschades. Bij een aantal duikerbruggen zijn de voegen van gemetselde frontwanden geërodeerd en zitten lokaal stenen los.
▪
van de overige kunstwerken is de sluis over het algemeen in een redelijk tot goede staat van onderhoud. De tunnel en viaduct betreffen nieuwe kunstwerken op het Sport en Leerpark.
Voornoemde conclusies worden inzichtelijk gemaakt in de rapportage van Ingenieursbureau Westenberg BV.
5.7 Geadviseerd onderhoudsniveau Op basis van de bevindingen van de inspectie scoort de gemeente Veendam voor “de functionaliteit en veiligheid van de bruggen” op ‘goed’. De gemeente Veendam wordt dan ook geadviseerd om te kiezen de bruggen op het niveau “basis” te onderhouden. De bruggen gaan daardoor langer mee en esthetisch zien de bruggen er over het algemeen goed uit. De risico’s op eventueel succesvolle aansprakelijkheid nemen bij het hanteren van dit onderhoudsniveau af. Tevens is dit de goedkoopste variant en komt dit overeen met de toekomstvisie van gemeente Veendam.
16
6.
FINANCIEN
Bruggen zijn civieltechnische kunstwerken die financieel aangemerkt worden als een kapitaalgoed.
6.1 Verband tussen dagelijks, periodiek en groot onderhoud Na de eerste aanleg duurt het enige tijd (soms tot wel 80 jaar) voordat een onderdeel van een brug vervangen moet worden. In de tussenliggende tijd dient klein (dagelijks/periodiek) onderhoud uitgevoerd te worden. Dit zijn levensduur verlengende onderhoudsmaatregelen. Op enig moment zakt het areaal, ondanks de uitgevoerde onderhoudsmaatregelen, onder de ondergrens van duurzaam technische instandhouding. Op dat moment is groot onderhoud nodig. Naarmate minder groot onderhoud uitgevoerd kan worden, wordt het dagelijks en periodiek onderhoud duurder. Dit komt doordat schadebeelden/gebreken extremer worden. Er moet vaker ingegrepen worden om het areaal op het afgesproken onderhoudsniveau te houden. Naarmate het onderhoudsniveau voor dagelijks en periodiek onderhoud hoger wordt, zijn de kosten hoger wanneer het groot onderhoud achterblijft. Bij onvoldoende budget kunnen preventieve maatregelen niet worden uitgevoerd waardoor het onderhoud op termijn veel duurder zal worden en er veel meer materiaal zal moeten worden gebruikt. Dit komt de duurzaamheid niet ten goede. De functionaliteit van een brug zal afnemen of zelfs geheel verdwijnen. Er is dan sprake van kapitaalvernietiging.
6.2 Aanbevelingen en suggesties Kijkend naar de geformuleerde beleidswens…. “Het duurzaam in stand houden van de voorzieningen op het gewenste kwaliteitsniveau, tegen minimale kosten op langere termijn en met behoud van de functie van de voorzieningen” dan is het verstandig om voor de planperiode 2024 -2028 een structureel bedrag in de begroting op te nemen voor:
17
▪
Regulier (klein) onderhoud en investeringen; ad € 95.000,= per jaar. Met dit bedrag kan door de eigen dienst het onderhoud worden uitgevoerd.
▪
Voor de vervangingsopgave is het wenselijk om de geconstateerde gebreken in het inspectiejaar op te lossen. Daarvoor is gemiddeld € 230.000,= per jaar nodig.
▪
De vervangingsopgave voor de periode 2024 -2028 is derhalve begroot op € 2.720.000.
6.3 Doorkijk De opgestelde planning is door Ingenieursbureau Westenberg BV. vertaald naar een technisch onderhoudsbudget (onderhoudsplan) voor de periode 2024-2028. Voorliggend onderhoudsplan dient als leidraad voor de komende periode. Naast deze vijfjaren termijn heeft Ingenieursbureau Westenberg een doorkijk gemaakt van het te verwachten onderhoud in de erna volgende vijf-jaren cyclus. De gemiddelde kosten voor onderhoud inclusief vervangingen over een periode van 10 jaar (20232032) zijn geraamd op circa: € 936.500,= per jaar. De gemiddelde kosten voor onderhoud inclusief vervangingen over een periode van 20 jaar (20232042) zijn geraamd op circa: € 1.155.000,= per jaar.
18