CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

07-03 Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam Bijlagen bij toelichting

Gemeenteraad 25 maart 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Veegplan herziening Bedrijventerreinen Veendam”18.856 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam vastgesteld

bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting

Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam vastgesteld

bestemmingsplan Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning 'vergunning Castorweg 4'

7

Bijlage 2 Veendam'

Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning 'Zonnepanelenfabriek

Bijlage 3

AERIUS-berekening

85

Bijlage 4

Nota van beantwoording overlegreacties

117

29

3

bestemmingsplan Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam

4

bestemmingsplan Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam

Bijlagen bij toelichting

5

bestemmingsplan Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam

6

bestemmingsplan Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam

Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning 'vergunning Castorweg 4'

7

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam

projectnummer 0417104.00 definitief 13 december 2017

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam

projectnummer 0417104.00 definitief, revisie 1.0 13 december 2017

Auteurs

Opdrachtgever Ingenieursbureau Te Riele B.V. Postbus 72 7390 AB Twello

datum vrijgave

beschrijving revisie definitief

goedkeuring RvR

vrijgave HJS

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING

Blz. 1

1.1 Aanleiding 1.2 Ligging 1.3 Planologische medewerking 1.4 Leeswijzer

1 1 2 2

2.

3

SITUATIESCHETS

2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

3 3

3.

5

BELEID

3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

5 5 6

4.

8

OMGEVINGSONDERZOEK

4.1 Externe veiligheid

5.

PLANOLOGISCHE TOELAATBAARHEID

5.1 Gemeentelijk beleid 5.2 Geldend bestemmingsplan 5.3 Voorontwerp bestemmingsplan 5.4 Conclusie

8

14 14 14 15 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding HSL Logistics (per 1 januari 2018 GVT Transport & Logistics) is gevestigd aan de Castorweg 4 te Veendam en is voornemens de bestaande bedrijfsvoering uit te breiden. In dat kader is op 6 augustus 2017 een omgevingsvergunning bouw verleend die de uitbreiding van de hal mogelijk maakt. Deze uitbreiding past binnen de bouwvoorschriften van het geldende bestemmingsplan. Inmiddels is ook een omgevingsvergunning voor het aspect milieu ingediend. Omdat in het bedrijf een PGS 15 opslagvoorziening voor gevaarlijke stoffen wordt ingericht valt het bedrijf onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid (Bevi) en wordt het bedrijf aangemerkt als een risicovolle inrichting. Dat maakt dat het bedrijf strijdig is met de regels van het geldende bestemmingsplan “Bedrijventerreinen”, omdat alleen bestaande risicovolle bedrijven zijn toegestaan. Het bevoegd gezag wil planologische medewerking verlenen aan het toestaan van deze risicovolle inrichting. Hiervoor is in opdracht van Ingenieursbureau Te Riele door de Antea Group deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld.

1.2 Ligging Het bedrijf ligt op industrieterrein De Dallen en is gevestigd op de hoek van de Castorweg en de Polluxweg. Dit deel van het industrieterrein is nog volop in ontwikkeling. Aan de noordzijde is de modelvliegtuigclub gevestigd. Dit bestaat uit een groenstrook met een kantine en opslag van ongeveer 100 m2. Aan de overige zijden liggen de terreinen nog braak. De meest nabij gelegen woonbebouwing bevindt zich op een afstand van circa 600 meter in noordoostelijke richting. De globale ligging van de locatie is weergegeven in figuur 1.1, in de figuur zijn de inrichtingsgrenzen rood weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging planlocatie

Blad 1 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

1.3 Planologische medewerking De locatie is planologische geregeld in het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen” en heeft de bestemming “Bedrijventerrein-industrie”. Binnen deze bestemming zijn bedrijven t/m categorie 4.2 toegestaan. Daarnaast is bepaald dat bestaande risicovolle inrichtingen zijn toegestaan. Onder een risicovolle inrichting wordt in de begripsbepaling verstaan: 1 een inrichting bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden, bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 2 een AMvB-inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer afstanden gelden met het oog op de externe veiligheid en waarvan de plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar buiten de inrichtingsgrens ligt. Omdat het bedrijf geen bestaand risicovolle inrichting betreft, maar dit op grond van artikel 8.40 Wet milieubeheer en het Bevi wel wordt, is het gebruik als risicovolle inrichting op grond van de doeleindenomschrijving niet zondermeer toegestaan. In het bestemmingsplan is in artikel 18 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Die maakt het mogelijk de aanduiding ‘veiligheidszone – bevi’ op de verbeelding op te nemen. Planologische medewerking is ook mogelijk op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wabo.

Met toepassing van dit artikel kan een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden verleend (uitgebreide procedure). Voorwaarde is dat de aanvraag vergezeld gaat van een goede ruimtelijke onderbouwing. Vanwege de sterke relatie met de ingediende aanvraag voor omgevingsvergunning milieu en het aspect externe veiligheid hierin, is in onderhavig geval gekozen om aan te sluiten bij de aanvraag milieu. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing maakt onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning voor het aspect handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening.

1.4 Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan het aspect Externe veiligheid. In hoofdstuk 5 wordt de toelaatbaarheid van de inrichting besproken.

Blad 2 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

2. SITUATIESCHETS 2.1 Bestaande situatie De planlocatie ligt op industrieterrein de Dallen. De organisatie van de Dallen is helder van opzet. De Adriaan Tripweg vormt de hoofdontsluiting; hierlangs ligt aan de westkant de bedrijvenstrook langs het A.G. Wildervanckkanaal (dus ook ontsluiting via het water). Vanaf de Adriaan Tripweg worden met lusontsluitingen de deelgebieden aan de oostkant ontsloten, waaronder de Castorweg. Op deze manier is een eenvoudige fasering mogelijk. Vanwege de ligging aan de N33 is de locatie geschikt voor bedrijven met een lokale en beperkt regionale uitstraling. Momenteel is een bedrijfshal op het perceel gevestigd. De bestaande bedrijfshal wordt gebruikt voor opslag van niet gevaarlijke stoffen. Op 6 augustus 2017 is een omgevingsvergunning bouw verleend voor de uitbreiding van de loods. Zie hiervoor de toekomstige situatie. Het bedrijfspand is ontsloten aan de Castorweg.

2.2 Toekomstige situatie HSL (per 1 januari 2018 GVT Transport & Logistics) is een logistiek dienstverlenend bedrijf gericht op opslag en distributie van koopmansgoederen en gevaarlijke PGS 15 stoffen. De inrichting bestaat uit een gebouw met kantoorfaciliteiten en verschillende compartimenten met diverse gevaarlijke en ongevaarlijke stoffen opslag. Op het eigen terrein kunnen zowel personenauto’s als vrachtwagens parkeren. De hoofdactiviteit naast het ontwikkelen van diverse producten is de opslag van gevaarlijke en ongevaarlijke stoffen voor derden in meerdere gebouwdelen. De werkzaamheden bestaan uit inslaan, opslaan en uitleveren van deze stoffen. Stoffen worden per as aangeleverd en worden op verzoek van de klant (eigenaar) per as uitgeleverd. In het gebouw is daarnaast ruimte voor een kwaliteits afdeling, werkplaatsactiviteiten m.b.t. onderhoud en reparaties eigen installaties en presentatie-, administratie-, en kantoorwerkzaamheden. Het toekomstige bedrijfspand bestaat uit een aaneengesloten opbouw van brandcompartimenten. De gebouwen bedrijfshal IV en expeditie II met PGS 15 opslagvoorzieningen staan op 4 meter van Noord-West erfgrens en > 10 meter van de NoordOost erfgrens. Er is voldoende ruimte aanwezig voor het vluchten van personen in 2 richtingen.

De afscheiding van de PGS 15 opslagvoorzieningen is uitgevoerd met belendende gebouwen of hekwerk 2 meter hoog rondom. Op (middel)lange termijn is het voornemen om de inrichting onder de werkingssfeer van het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo) te laten vallen. Dit zal geen directe gevolgen hebben voor de planologische situatie. Voor de Brzo-drempelwaarde wordt overschreden, zal dit via (een revisie van) de omgevingsvergunning moeten worden toegestaan.

Blad 3 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

Figuur 2.1: toekomstige situatie

Blad 4 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

3. BELEID 3.1 Rijksbeleid Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. De SVIR heeft diverse nota’s vervangen, zoals de Nota Ruimte en Nota Mobiliteit. Ook zijn met het SVIR de ruimtelijke doelen en uitspraken vervallen die zijn benoemd in de Agenda Landschap, Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. In het SVIR is de visie van de rijksoverheid op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een nieuw, integraal kader dat de basis vormt voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In het SVIR is gekozen voor een meer selectieve inzet van het rijksbeleid dan voorheen. Voor de periode tot 2028 zijn de ambities van het Rijk in drie rijksdoelen uitgewerkt:  vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  verbeteren van de bereikbaarheid;  zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in het SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio’s.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn.

3.2 Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan en Omgevingsverordening Op 1 juni 2016 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 en de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 vastgesteld. De hoofddoelstelling van de omgevingsvisie is het aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de provincie verder verbeteren. Vanuit die invalshoek kijkt de provincie naar de kansen die zich voordoen om hier met haar omgevingsbeleid een bijdrage aan te leveren. Het accent in het beleid ligt op het benutten van de ontwikkelingsmogelijkheden, naast het beschermen van de karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen. De provincie wil ruimte bieden voor ondernemerschap om in te spelen op de dynamische ontwikkelingen. Activiteiten lopen steeds meer door elkaar heen. Dat heeft gevolgen voor het ruimte-gebruik. Functies, als bijvoorbeeld wonen en werken, zijn steeds minder van elkaar gescheiden. Door samenwerking met medeoverheden en andere partijen en het leveren van maatwerk wil de provincie haar doelen bereiken. Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om integraliteit en samenhang te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Vooral op strategisch niveau is deze samenhang van belang.

Blad 5 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

Daarom zijn in de Omgevingsvisie de visies en doelen op verschillende terreinen samengebracht en inhoudelijk verbonden. Er worden vijf samenhangende thema’s onderscheiden met daaronder elf provinciale 'belangen': Ruimte 1. Ruimtelijke kwaliteit 2. Aantrekkelijk vestigingsklimaat 3. Ruimte voor duurzame energie 4. Vitale landbouw Natuur en landschap 5. Beschermen landschap en cultureel erfgoed 6. Beschermen biodiversiteit Water 7. Waterveiligheid 8. Schoon en voldoende water Mobiliteit 9. Bereikbaarheid Milieu 10. Tegengaan milieuhinder 11. Gebruik van de ondergrond De provincie heeft haar beleid uitgewerkt aan de hand van bovenstaande 11 provinciale belangen. De richtlijnen en voorschriften die voortvloeien vanuit de Omgevingsvisie zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiermee laat de provincie haar omgevingsbeleid (ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu) doorwerken in plannen van gemeenten en waterschappen.

3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie De gemeente Veendam heeft op 16 februari 2015 de Structuurvisie Veendam vastgesteld. De structuurvisie geeft een ruimtelijk overzicht van bestaande visies en plannen om zo in de toekomst op samenhangende en integrale wijze de ruimtelijke ontwikkeling van Veendam te kunnen sturen. Een uitvoeringsparagraaf is opgenomen waarin aangegeven wordt hoe ontwikkelingen verwezenlijkt kunnen worden. Voor het bedrijventerrein is als visie naar 2030 opgenomen: 1. Bedrijven- en industriezone Binnen deze zone kan een veelheid aan werkmilieus worden aangeboden met een bijzondere aantrekkingskracht. Gemikt wordt op het nastreven van een hoogwaardige beeld- en inrichtingskwaliteit en minder op een strakke functionele indeling. Een deel van de bestaande bedrijventerreinen zal hiertoe moeten worden gerevitaliseerd dan wel worden getransformeerd. Het gebied heeft een uitstekende ontsluiting op de hoofdwegenstructuur, een verscheidenheid aan mogelijke werkmilieus en een strategisch voordeel door de aanwezigheid van spoor, weg en water.

Blad 6 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

Thematisering bedrijventerreinen Veendam en Menterwolde De gemeenten Veendam en Menterwolde hebben in het recente verleden samengewerkt op het gebied van thematisering van bedrijventerreinen. Om de groei van werkgelegenheid te stimuleren, moet de vraag naar bedrijventerreinen aansluiten bij het aanbod. Het thematiseren van bedrijventerreinen is daarvoor een goed instrument. Hiertoe is in 2003 het onderzoek Thematisering bedrijventerreinen Veendam en Menterwolde uitgevoerd (bureau Buck). Het aanbod van bedrijventerreinen moet voldoen aan de (kwaliteits)eisen van de doelgroep. Twee trends bepalen mede de thematisering van de bedrijventerreinen:  de relatie tussen sectoren, bedrijfsactiviteiten en type huisvesting vervaagt. Verschillende typen bedrijvigheid geven de voorkeur aan kantoorachtige bedrijfsgebouwen;  de combinatie van wonen en werken in woonwijken neemt toe. Het concept wonen op een bedrijventerrein naast het bedrijf wordt nauwelijks meer toegepast, omdat dit vaak leidt tot problemen omtrent veiligheid en overlast. Op basis van de huidige situatie, trends en ontwikkelingen en marktkansen is een aantal sectoren geselecteerd die kansen bieden voor toekomstige bedrijfsvestigingen. Aanbevolen wordt het acquisitiebeleid op deze sectoren te richten. Deze sectoren betreffen: metaalindustrie, voedingsmiddelenindustrie, logistiek, handel en bouwbedrijven.

In een beeldkwaliteitsvisie en beeldkwaliteitsplannen voor de bedrijvenlocaties langs de N33 en de A7 is deze thematisering verder uitgewerkt. Een te sterk verfijnde thematisering bij onvoldoende marktomvang brengt de nodige afzetrisico's mee. Daarom is gekozen voor het intern thematiseren van bedrijventerreinen. Dit betekent dat meerdere doelgroepen zich op een bedrijventerrein kunnen vestigen. Wel is onderscheid gemaakt tussen verschillende typen bedrijventerreinen die verschillende doelgroepen kunnen huisvesten. Voor iedere type terrein geldt een andere (ruimtelijke) invulling, waarvoor de voorwaarden in het programma van eisen zijn opgenomen. De planlocatie is gelegen op industriegebied de Dallen. Op de Dallen kan de zwaardere industrie zich vestigen.

Blad 7 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

4. OMGEVINGSONDERZOEK Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld en wordt gebruikt om de risicocontour voor externe veiligheid te verantwoorden en deze planologisch vast te leggen. De besluitvorming zal geen gevolgen hebben voor de omgevingsaspecten: water, natuur, luchtkwaliteit, geluid, bodem en archeologie. Voor de verantwoording van deze aspecten wordt verwezen naar de toelichting van het geldende bestemmingsplan, de aanvraag omgevingsvergunning milieu en de reeds afgegeven omgevingsvergunning bouw. In deze paragraaf wordt wel ingegaan op het aspect externe veiligheid omdat dit aspect nauw samenhangt met de verantwoording om een risicocontour toe te staan.

4.1 Externe veiligheid Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader. Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico presenteert de overlijdenskans van een persoon in de vorm van contouren rondom de beschouwde activiteit. Het risico wordt berekend door te stellen, dat een persoon zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Door middel van risicocontouren op een plattegrond wordt aangegeven tot waar de risico's van een bepaald niveau reiken. De grootte van het plaatsgebonden risico is onafhankelijk van de feitelijke omgeving en zegt niets over het aantal personen, dat bij een ongeval getroffen kan worden. De plaatsgebonden risicocontouren zijn eigenlijk een hoogtekaart van overlijdenskans. Voor het berekende plaatsgebonden risico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een norm vastgesteld.

Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Van de richtwaarde mag het bevoegd gezag gemotiveerd afwijken en is dit primair een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico houdt rekening met de daadwerkelijke aanwezigheid van personen en geeft de kans dat een bepaalde groep personen tegelijkertijd het slachtoffer zou kunnen worden. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve (figuur 4.1).

Blad 8 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

Figuur 4.1: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde Verantwoordingsplicht Voor het groepsrisico is er geen harde normstelling ofwel grenswaarde van toepassing. De normstelling met betrekking tot het groepsrisico heeft de status van oriëntatiewaarde en betreft een inspanningsverplichting. Dit betekent dat het bevoegd gezag een verantwoordingsplicht heeft. Aangegeven moet worden of - gelet op aspecten als zelfredzaamheid en bereikbaarheid de hoogte van het groepsrisico, getoetst aan de oriëntatiewaarde, als verantwoord wordt beoordeeld. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen bij de Bevi-inrichting heeft Antea Group een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd (Kwantitatieve risicoanalyse – Versteijnen B.V. Veendam, revisie 1.0, 23 augustus 2017). In dit onderzoek zijn de relevante aspecten ten aanzien van de externe veiligheid (plaatsgebonden risico en groepsrisico) beschouwd. Om de gevolgen van de toekomstige activiteiten ten aanzien van de externe veiligheid inzichtelijk te maken zijn in voornoemde risicoanalyse drie varianten onderzocht. Variant 1 gaat uit van een gemengde opslag, variant 2 en 3 van enkelvoudige opslagen (respectievelijk ADR 8/9 en ADR 2).

De toekomstige bedrijfsvoering, en de milieuvergunningsaanvraag, is ingericht op variant 1. Een mogelijke overschrijding van de Brzo-drempelwaarde op (middel)lange termijn is niet betrokken bij deze risicoanalyse. Dit is aan de orde als de bedrijfsvoering als zodanig wordt ingericht. Plaatsgebonden risico Het berekende plaatsgebonden risico uit de voornoemde kwantitatieve risicoanalyse is weergegeven in figuur 4.2 (overzicht) en 4.3 (detail). De 10-7/jaar- en 10-8/jaar-contour hebben geen juridische status in relatie tot het Bevi.

Blad 9 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

Figuur 4.2: Het berekende plaatsgebonden risico (overzicht)

Figuur 4.3: Het berekende plaatsgebonden risico (detail) Uit bovenstaande figuren valt af te leiden dat de 10-6/jaar-contour voor het plaatsgebonden risico het grootst is voor variant 1. Deze 10-6/jaar-contour bevindt zich gedeeltelijk buiten de inrichtingsgrens van het bedrijf.

Blad 10 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

De 10-6/jaar-contour van variant 1 uit figuur 4.2 en 4.3 representeert de aangevraagde vergunningscapaciteit van de risicovolle activiteiten. Binnen deze 10-6/jaar-contour zijn conform het Bevi geen kwetsbare objecten toegestaan. Het gebied waarbinnen deze contour is gelegen, is in het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein bestemd als ‘Bedrijventerrein - Industrie’. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze 10-6/jaar-contour vanuit het Bevi als richtwaarde (waar gemotiveerd van mag worden afgeweken). Binnen deze contour is één object aanwezig. Dit object aan de Polluxweg 10 wordt gebruikt door de Veendammer Luchtvaart Club en dient conform de definitie uit het Bevi aangemerkt te worden als een beperkt kwetsbaar object. Bestaande en nieuwe objecten van de modelvliegtuigbaan mogen immers op grond van het vigerende bestemmingsplan niet groter zijn dan 100 m2 (het bestaande object is kleiner). Dit betekent dat de capaciteit van het object beperkt is en er geen grote aantallen personen (meer dan vijftig personen) gedurende langere tijd aanwezig zullen zijn. Bovendien dienen gebruikers van de modelvliegtuigbaan – gezien de aard van de activiteiten – voldoende zelfredzaam te worden geacht. In combinatie met de veiligheidsmaatregelen zoals beschreven onder ‘verantwoording groepsrisico’ wordt het risico voor de modelvliegtuigbaan acceptabel geacht.

Groepsrisico Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied is gedefinieerd als de grootste afstand waarop de overlijdenskans bij maximaal 30 minuten blootstelling is gedaald tot 1 procent bij een weertype met windrichting 1,5 m/s (F1,5). In voornoemde risicoanalyse is het invloedsgebied bepaald, deze afstand is weergeven in figuur 4.4. Het invloedsgebied bedraagt circa 1.410 meter (variant 1) en wordt veroorzaakt door een brand (1.368 m2) in de PGS15-opslagvoorziening.

Figuur 4.4: Het invloedsgebied (groengele contour)

Blad 11 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

Ten behoeve van de risicoanalyse is het aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de inrichting bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de capaciteit van de vigerende bestemmingsplannen. In figuur 4.5 is het berekende groepsrisico voor variant 1 weergegeven.

Figuur 4.5: Grafische weergave van het berekende groepsrisico . Uit de berekening voor het groepsrisico blijkt dat het maximum aantal slachtoffers 12 personen bedraagt met een frequentie van 2,98 x 10-9/jaar. Het groepsrisico is ruim lager dan de oriëntatiewaarde. Verantwoording groepsrisico In het kader van de ruimtelijke procedure is verantwoording van het groepsrisico conform het Bevi verplicht. Ter verantwoording van het groepsrisico dienen, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden. In deze paragraaf zijn alle elementen beschouwd. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd:  algemene beschouwing veiligheidssituatie;  veiligheidsmaatregelen;  zelfredzaamheid;  bestrijdbaarheid. Algemene beschouwing veiligheidssituatie Het relevante scenario voor de bedrijfsvoering van HSL Logistics (per 1 januari 2018 GVT Transport & Logistics) betreft ‘het optreden van een brand met toxische verbrandingsgassen in een opslagruimte. Een opgeslagen product vormt bij brand toxische verbrandingsproducten’ (Kwantitatieve risicoanalyse – Versteijnen B.V. Veendam, revisie 1.0, 23 augustus 2017).

Blad 12 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

Het invloedsgebied voor de berekening van het groepsrisico bedraagt circa 1.410 meter (zie figuur 5.4). Dit invloedsgebied is verbonden aan een brand (1.368 m2) in de PGS15opslagvoorziening. Dit betreft een toxisch effect waarbij zich een gaswolk vormt. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Veiligheidsmaatregelen De uitbreiding is geprojecteerd ten noorden van de bestaande bebouwing aan de Castorweg 4. Via het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein wordt in de omgeving van het plangebied bedrijvigheid mogelijk gemaakt tot milieucategorie 4.2. De situering van het bedrijf binnen de gemeente Veendam in het algemeen en binnen Dallen II in het bijzonder is hiermee gunstig. Dit spreekt uit het feit dat er geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt binnen de bestemming Bedrijventerrein. De bedrijfsruimten en kantoor voldoen in ieder geval aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 en de voorschriften uit de PGS 15.

Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Gerichte risicocommunicatie met aanwezigen (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Voor externe ontvluchting van het plangebied is een goede infrastructuur van belang waarbij van de bron af gevlucht kan worden. De bestaande wegenstructuur rond Versteijnen B.V. biedt de mogelijkheid om het gebied in meerdere richtingen te ontvluchten. Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een scenario door de brandweer te bestrijden is. De mate waarin uitvoering aan de bestrijding kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). De PGS 15-opslagvoorziening en expeditie II hebben brandbeschermingsniveau 1 en worden uitgerust met een automatisch gas-blussysteem (klasse 1.3). Daarnaast wordt binnen de inrichting gebruik gemaakt van diverse soorten brandblusmiddelen, zoals draagbare blusmiddelen en brandslanghaspels.

De laad- en loskuil (7 t/m 19) is geschikt voor opvang van alle vloeistoffen uit de PGS15-opslagvoorziening (bijvoorbeeld bij een situatie waarin veel verontreinigd bluswater vrijkomt). In het kader van de ruimtelijke procedure wordt advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Groningen.

Blad 13 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

5. PLANOLOGISCHE TOELAATBAARHEID 5.1 Gemeentelijk beleid Uit de structuurvisie en de visie van Veendam en Menterwolde volgt dat het bedrijventerrein De Dallen uitermate geschikt is voor de vestiging/uitbreiding van een opslag en distributiecentrum. Juist De Dallen is, door zijn ligging ten opzichte van kwetsbare objecten en de goede bereikbaarheid, zeer geschikt om ook risicovolle goederen op te slaan.

5.2 Geldend bestemmingsplan Op grond van het geldende bestemmingsplan “Bedrijventerreinen Veendam” is de toekomstige bedrijfsvoering toegestaan. Het perceel Castorweg 4 heeft de bestemming “Bedrijventerrein – Industrie” waar bedrijven tot en met categorie 4.2 zijn toegestaan. HSL Logistics (per 1 januari 2018 GVT Transport & Logistics) is een categorie 3.1 bedrijf. Door de opslag van gevaarlijke stoffen is dit bedrijf ook een risicovolle inrichting. De doeleindenomschrijving of gebruiksregels sluiten risicovolle inrichtingen niet direct uit. In de doeleindenomschrijving wordt wel beschreven dat bestaande risicovolle bedrijven zijn toegestaan. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt het volgende beschreven over risicovolle inrichtingen: Beleid risicovolle inrichtingen De bestaande risicovolle inrichtingen zijn positief bestemd. De vestiging van nieuwe risicovolle inrichtingen kan uitsluitend na wijziging van het bestemmingsplan. Aan deze wijzigingsbevoegdheid is de voorwaarden verbonden dat voldaan moet worden aan de regelgeving ten aanzien van het plaatsgebonden en groepsrisico. Risicovolle inrichtingen In de bestemming Bedrijventerrein - Industrie zijn enkel bestaande risicovolle inrichtingen toegestaan. Kwetsbare objecten zijn uitgesloten binnen de op de verbeelding aangegeven plaatsgebonden risicocontouren (nader aangeduid met ‘veiligheidszone – bevi’).

Nieuwvestiging en uitbreiding van bestaande risicovolle inrichtingen kunnen alleen worden gerealiseerd na wijziging van het bestemmingsplan. Hierbij mag de richtwaarde voor het plaatsgebonden risico niet worden overschreden en dient het groepsrisico te worden verantwoord. Middels deze bepalingen zijn situaties die eventueel in strijd zouden kunnen zijn met het besluit externe veiligheid inrichtingen uitgesloten. De bedoeling van het bestemmingsplan is dus nieuwe risicovolle bedrijven kunnen worden gevestigd door het bestemmingsplan te wijzigen. De wijzigingsbevoegdheid is geregeld in artikel 18 van het geldende bestemmingsplan. Hierin staat aangegeven dat als aan een aantal voorwaarden kan worden voldaan, het college van b&w de bevoegdheid heeft de bestemming te wijzigen. Deze voorwaarden zijn: a. Er moet worden voldaan aan de relevante bepalingen uit het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi); b. de bij de risicovolle inrichting behorende plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar in de verbeelding wordt aangegeven of de bestaande plaatsgebonden risicocontour/aanduiding ‘veiligheidszone–bevi’ wordt uitgebreid;

Blad 14 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

c.

hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de natuurwaarden, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. HSL Logistics kan aan deze voorwaarden voldoen: Ad a. Uit het QRA-onderzoek, dat is uitgevoerd door Antea Group en in deze ruimtelijke onderbouwing is samengevat in het omgevingsonderzoek, blijkt dat het bedrijf kan voldoen aan de relevante bepalingen van het Bevi. Ad b. De PR 10-6-contour is berekend. Deze contour kan, door middel van het wijzigingsplan, worden opgenomen op de verbeelding. Ad c. Het opnemen van een contour op de plankaart zal geen (onevenredige) afbreuk doen aan het straat- en bebouwingsbeeld, de natuurwaarden en de verkeersveiligheid. Het opleggen van de contour verandert immers niets aan de (vergunde) bouwmogelijkheden. De milieuaspecten worden afgewogen in de afhandeling van de aanvraag omgevingsvergunning voor het aspect milieu. Deze is ingediend en op voorhand zijn geen bezwaren te bedenken. Blijft over de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden. Zoals bekend is naast het bedrijf de modelvliegclub gevestigd. Binnen de PR 10-6-contour is het clubhuis gelegen. Op grond van het Bevi dient dit beschouwd te worden als een beperkt kwetsbaar object. Door het opnemen van de contour wordt het risico voor de gebruikers van het clubhuis vergroot.

Het bedrijf neemt echter alle mogelijke maatregelen in acht om de kans op een calamiteit zo klein mogelijk te maken. De toename van het risico op een calamiteit is aanwezig maar zeer gering en wordt acceptabel geacht (zie ook hoofdstuk 4). Op grond van het geldende bestemmingsplan mogen gebouwen worden opgericht met een totaal oppervlakte van 100 m2. Het totaal oppervlakte van de gebouwen bedraagt 100 m2. Het toegestane en huidige gebruik van de modelvliegclub verandert niet, het gebruik wordt niet beperkt.

5.3 Voorontwerp bestemmingsplan Daarnaast is het vestigen van een risicovol bedrijf in overeenstemming met het toekomstig beleid van de gemeente Veendam. Het college van b&w heeft op 12 oktober 2016 een voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Herziening bestemmingsplan Bedrijventerreinen Veendam’ ter inzage gelegd. Bedoeling van dit plan is om de bedrijventerreinen aan de westzijde van de N33, waar de planlocatie in is gelegen, te voorzien van een actuele planregeling. In de toelichting is het volgende opgenomen over risicovolle inrichtingen: Nieuwvestiging en uitbreiding van bestaande risicovolle inrichtingen kunnen alleen worden gerealiseerd na wijziging van het bestemmingsplan. Hierbij mag de richtwaarde voor het plaatsgebonden risico niet worden overschreden en dient het groepsrisico te worden verantwoord. Uit dit voorontwerp volgt dat, als plaatsgebonden en groepsrisico goed gemotiveerd zijn, beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6-contour als zodanig gebruikt mogen worden. Hoewel het voorontwerp nog geen formele status heeft is dit wel het toekomstige beleid van de gemeente aangaande nieuwvestiging van risicovolle bedrijven.

5.4 Conclusie Uit de toetsing het aspect externe veiligheid blijkt dat voldaan kan worden aan de eisen uit het Bevi en is gemotiveerd waarom de bebouwing ten behoeve van de modelvliegclub (beperkt

Blad 15 van 16

Ruimtelijke onderbouwing risicovolle inrichting Castorweg 4 Veendam projectnummer 0417104.00 13 december 2017 Ingenieursbureau Te Riele B.V.

kwetsbaar object) binnen de 10-6-risicocontour toelaatbaar wordt geacht. Bovenstaand is op basis van het bestaande gemeentelijk beleid (vastgesteld bestemmingsplan) en toekomstig beleid (voorontwerp bestemmingsplan) onderbouwd dat voldaan kan worden aan het gemeentelijke beleid. Planologisch is gemotiveerd dat de PR 10-6-risicocontour gesitueerd kan worden zoals berekend en voorgesteld. Vanwege de relatie en samenhang met de te verlenen omgevingsvergunning voor het aspect milieu en deze ruimtelijke onderbouwing kan op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3 een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden verleend, waarbij de contour als opgenomen in figuur 5.1 de risicocontour 10-6 (plaatsgebonden risico) van toepassing wordt verklaard. Binnen deze contour is het niet toegestaan kwetsbare objecten op te richten.

Figuur 5.1: Het berekende plaatsgebonden risico

Blad 16 van 16

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. E. @anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Copyright © 2017 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

bestemmingsplan Veegplan herziening bedrijventerreinen Veendam

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing omgevingsvergunning 'Zonnepanelenfabriek Veendam'

29

RAPPORT Bijlage R1: Ruimtelijke onderbouwing Innolane zonnecellenfabriek Veendam Klant:

Innolane Projects B.V.

Referentie: I&BBF2212-102-101R001F0.2 Versie:

0.2/Finale versie

Datum:

21 juli 2017

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Bijlage R1: Ruimtelijke onderbouwing Ondertitel: Ruimtelijke onderbouwing Referentie: I&BBF2212-102-101R001F0.2 Versie: 0.2/Finale versie Datum: 21 juli 2017 Projectnaam: Projectnummer: BF2212-102-101 Auteur(s):

Opgesteld door: Gecontroleerd door: Datum/Initialen: 26 april 2017 RH Goedgekeurd door: Datum/Initialen: 21 juli 2017 MHN

Classificatie Projectgerelateerd

Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and OHSAS 18001:2007. 21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding

2

1.1

Aanleiding

2

1.2

Plangebied

2

1.3

Vigerend bestemmingsplan

3

1.4

Procedure en bevoegd gezag

3

1.5

Leeswijzer

3

2

Huidige en toekomstige situatie

4

2.1

Huidige situatie

4

2.2

Toekomstige situatie

4

3

Beleidskader

5

3.1

Rijksbeleid

5

3.2

Provinciaal beleid

5

3.3

Gemeentelijk beleid

6

4

Omgevingsaspecten

7

4.1

Bedrijven en milieuzonering

7

4.2

Externe veiligheid

8

5

Uitvoerbaarheid

10

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

10

5.2

Economische uitvoerbaarheid

10

6

Conclusie

11

Figuren Figuur 1 Regionale ligging en globale begrenzing plangebied Figuur 2 Inrichting plangebied Figuur 3 PR-contouren Innolane

Bijlagen 1 Plattegrond 2 QRA

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

1

Projectgerelateerd

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Innolane Projects B.V. (Innolane) is voornemens om op bedrijventerrein Dallen II in Veendam een nieuwe zonnecellen- en zonnemodulesfabriek te realiseren (bouwen, oprichten en gebruiken). Doordat in het productieproces van zonnecellen en zonnemodules gevaarlijke stoffen worden gebruikt is voor het te realiseren bedrijf het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Het vigerende bestemmingsplan geeft aan dat alleen bestaande risicovolle inrichtingen (Bevi-inrichtingen) zijn toegestaan op het bedrijventerrein. De voorgenomen activiteiten passen daarmee niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling van een nieuwe fabriek mogelijk te maken dient dus een planologische procedure te worden gevolgd waarmee wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Voor het afwijken van het bestemmingsplan wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening conform artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Adriaan Tripweg 1 op bedrijventerrein Dallen II. Dit bedrijventerrein is gelegen aan de zuidoostzijde van Veendam, direct ten westen van de N33. De regionale ligging en de begrenzing van het plangebied zijn weergegeven in figuur 1.

Figuur 4: Regionale ligging en globale begrenzing plangebied

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

2

Projectgerelateerd

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerende bestemmingsplan voor dit gebied is het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein’ dat is vastgesteld op 11 juli 2011. Het plangebied heeft in het bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijventerrein – Industrie’. Binnen de bestemming zijn bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan. Verder is aangegeven dat bestaande risicovolle inrichtingen zijn toegestaan. Innolane kan zich vestigen op basis van deze milieucategorie, maar aangezien er sprake is van een nieuwe risicovolle inrichting dient voor de ontwikkeling van het gebied een afzonderlijke planologische procedure te worden doorlopen.

1.4

Procedure en bevoegd gezag

Aanvragen om afwijking van het bestemmingsplan worden aangemerkt als een aanvraag om een omgevingsvergunning (ook wel projectomgevingsvergunning genoemd). Bij omgevingsvergunningen wordt onderscheid gemaakt tussen een ‘reguliere’ en een ‘uitgebreide’ procedure. Omdat in dit geval wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan en de ontwikkeling niet past binnen de ‘kruimelgevallen’ zoals deze in het Besluit omgevingsrecht (artikel 4 van Bijlage II) zijn opgenomen, bestaat er geen mogelijkheid om de omgevingsvergunning te verlenen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 van de Wabo. Dit betekent dat medewerking door het bevoegd gezag alleen kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid sub a, onder 3 van de Wabo. Hiervoor geldt de uitgebreide procedure, zoals beschreven in § 3.3 van de Wabo. Ten behoeve van deze procedure is een ruimtelijke onderbouwing noodzakelijk; het onderhavige document voorziet hierin. Naast de onderhavige procedure voor het afwijken van het bestemmingsplan worden voor de ontwikkeling en ingebruikname van de zonnecellen- en zonnepanelenfabriek ook procedures doorlopen voor het onderdeel milieu en bouwen.

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt een beknopte omschrijving van de huidige en toekomstige situatie in het plangebied. Daarna komen de relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau aan bod. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Vervolgens komt in hoofdstuk 5 de uitvoerbaarheid (financieel en maatschappelijk) aan bod. In hoofdstuk 6 wordt ten slotte geconcludeerd of afwijken van het bestemmingsplan naar onze mening aanvaardbaar is.

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

3

Projectgerelateerd

2

Huidige en toekomstige situatie

2.1

Huidige situatie

Bedrijventerrein Dallen II is het meest recente bedrijventerrein in de gemeente Veendam. Op dit bedrijventerrein zijn nog diverse kavels uitgeefbaar. Ook het beoogde perceel voor Innolane is nog volledig onbebouwd. Ten zuiden van het beoogde perceel zijn een transportbedrijf en een palletfabriek gevestigd en aan de overzijde van de Adriaan Tripweg is een producent van bestratingsmaterialen gevestigd.

2.2

Toekomstige situatie

Innolane is voornemens om een zonnecellen- en zonnepanelenfabriek te realiseren. Innolane voorziet in de fasegewijze bouw van een fabriek met een 550 MWp jaarproductiecapaciteit. Hieronder is een uitsnede van de inrichtingsschets weergegeven. De volledige plattegrond is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 5: Inrichting plangebied

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

4

Projectgerelateerd

3

Beleidskader

Bedrijventerrein Dallen II is in het provinciaal en gemeentelijk beleid aangewezen als bedrijventerrein. De vestiging van Innolane past daarmee binnen het beleid. Aangezien alleen de strijdigheid ten aanzien van risicovolle inrichtingen de vestiging van Innolane blokkeert, wordt in dit hoofdstuk uitsluitend ingegaan op het beleid ten aanzien van externe veiligheid. In dit hoofdstuk wordt het beleid ten aanzien van externe veiligheid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Dit besluit richt zich primair op inrichtingen als bedoeld in de Wet milieubeheer. Deze inrichtingen brengen risico's met zich mee voor de in de omgeving gelegen risicogevoelige objecten. Op 13 februari 2009 is het gewijzigde Bevi in werking getreden. Deze wijzigingen betreffen een uitbreiding van de lijst met (beperkt) kwetsbare objecten en risicovolle inrichtingen. Ook is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in het Bevi doorgevoerd. Het besluit onderscheidt twee categorieën risicogevoelige objecten, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten (Bevi artikel 1, lid 1, sub b en l). Dit onderscheid is gebaseerd op maatschappelijke opvattingen over de groepen mensen die in het bijzonder moeten worden beschermd en op gegevens als het aantal personen en de verblijfstijd van groepen mensen. Het besluit geeft daarnaast waarden voor het risico dat toelaatbaar wordt geacht voor deze objecten. Hierbij worden twee vormen van risico onderscheiden: 

allereerst het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico is een maat voor het overlijdensrisico op een bepaalde plaats waarbij het niet van belang is of op die plaats daadwerkelijk een persoon aanwezig is. In het besluit is het plaatsgebonden risico gedefinieerd als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een inrichting zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof. ten tweede kent het besluit het zogenaamde groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat een groep mensen in minimaal een bepaalde omvang slachtoffer wordt van een ongeval. In het besluit wordt dit gedefinieerd als de (cumulatieve) kansen dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als direct gevolg van hun aanwezigheid in het invloed gebied van de inrichting en van één ongeval in die inrichting, waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.

Om de risico’s voor de omgeving in beeld te brengen is een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij is getoetst of aan de veiligheidsnormen uit het Bevi wordt voldaan. De resultaten van deze analyse zijn weergegeven in hoofdstuk 4.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciale beleid ten aanzien van externe veiligheid is opgenomen in de ‘Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020’. De doorwerking van dit beleid is uitgewerkt in de ‘Omgevingsverordening provincie Groningen 2016’. In de Omgevingsvisie is aangegeven dat prioriteit wordt gegeven aan het verminderen van:  geuroverlast van bedrijven;  geluid van wegverkeer;  luchtverontreiniging. Verder is specifiek voor externe veiligheid het volgende omschreven: ‘Bij onze vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken werken we programmatisch en risico gestuurd. Wij geven prioriteit aan bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen.

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

5

Projectgerelateerd

Bedrijven die bulkhoeveelheden gevaarlijke stoffen opslaan, gebruiken en/of produceren dienen bij voorkeur gevestigd te worden op bovenregionale bedrijventerreinen. We kijken samen met gemeenten naar de mogelijkheden.’

Hoewel Innolane een bedrijf is waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen, betreffen dit geen bulkhoeveelheden zoals bedoeld in de provinciale omgevingsvisie. De invloed op de omgeving is dan ook beperkt, dit is nader onderbouwd in hoofdstuk 4. De provincie geeft verder aan dat uitvoering van haar beleid middels het ‘Groninger uitvoeringsprogramma Lokale Omgevingsveiligheid 2016’ plaatsvindt, dat samen met de gemeenten en Omgevingsdienst Groningen is opgesteld. Vooral de gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van dit beleid. Omgevingsdienst Groningen adviseert hen daarbij.

3.3

Gemeentelijk beleid

De gemeente Veendam heeft geen specifiek beleidsdocument voor het beleidsterrein externe veiligheid. Om te voorkomen dat binnen het plangebied inrichtingen worden opgericht die in strijd zijn met het Bevi, zijn in het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’ alleen bestaande risicovolle inrichtingen toegestaan. Nieuwe risicovolle inrichtingen kunnen alleen worden gerealiseerd door wijziging van het bestemmingsplan of door een afzonderlijke planologische procedure te doorlopen. Onderhavige procedure voor het afwijken van het bestemmingsplan voorziet hierin.

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

6

Projectgerelateerd

4

Omgevingsaspecten

In het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’ zijn ter plaatse van het plangebied bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 4.2, met dien verstande dat Bevi-inrichtingen enkel zijn toegestaan indien deze bestaand zijn. Een zonnecellen- en zonnemodulesfabriek past niet binnen deze bestemming omdat het een nieuwe Bevi-inrichting betreft. Met uitzondering van het omgevingsaspect externe veiligheid passen de voorgenomen activiteiten met betrekking tot de overige omgevingsaspecten binnen de geldende bestemming, mits wordt aangetoond dat deze past binnen milieucategorie 4.2. In hoofdstuk 5 van de toelichting van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’ zijn de omgevingsaspecten geluid, milieuzonering, bodem, water, lucht, ecologie en archeologie beschouwd. Het bestemmingsplan en de daarvoor uitgevoerde onderzoeken zijn voldoende recent en accuraat om als onderbouwing te hanteren ten aanzien van deze omgevingsaspecten. Omdat een zonnecellen- en zonnemodulesfabriek niet als zodanig wordt genoemd in de bij het bestemmingsplan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, dient aangetoond te worden dat de fabriek past binnen de ter plaatse geldende milieucategorie 4.2. Omdat de fabriek een Bevi-inrichting betreft dient het omgevingsaspect externe veiligheid nader beschouwd te worden.

4.1

Bedrijven en milieuzonering

In het vigerende bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’ zijn ter plaatse van het plangebied bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 4.2 voor zover deze zijn opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij het bestemmingsplan. Een zonnecellen- en zonnemodulesfabriek is als zodanig niet opgenomen in deze Staat van bedrijfsactiviteiten. Derhalve dient aangetoond te worden dat de voorgenomen bedrijfsactiviteiten passend zijn in deze Staat. De Staat van bedrijfsactiviteiten zoals deze is opgenomen bij het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’ is opgesteld op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In deze publicatie is eveneens geen zonnecellen- en zonnemodulesfabriek als zodanig opgenomen. Derhalve dient gekeken te worden onder welke bedrijfscategorie de voorgenomen activiteiten te scharen zijn, danwel met welke bedrijfscategorie de activiteiten vergelijkbaar zijn. Omschrijving bedrijfsactiviteiten Innolane Zonnecellen worden geproduceerd door het bewerken van een wafer (een dunne plaat van 99,9% zuiver silicium) door middel van chemische en fysische oppervlaktebehandelingen. De zonnecellen worden vervolgens mechanisch samengesteld tot zonnemodules. Bij de productie wordt een aantal chemicaliën gebruikt. De meeste chemicaliën worden gebruikt om de wafers te etsen of te reinigen. Deze stoffen zijn veelal sterke logen en sterke zuren.

Daarnaast worden (in kleinere hoeveelheden) waterstof, silaangas, alcoholen, oliën en vetten en reinigingsmiddelen gebruikt. Bedrijfscategorie De activiteit met de meeste milieu-invloed is de chemische behandeling van de wafers. Deze activiteit is naar onze mening te vergelijken met de chemische oppervlaktebehandeling van metaal. Deze activiteit is in de Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen onder SBI-code 2561, 3311-7. Bij deze bedrijfscategorie hoort de milieucategorie 3.2 met een grootst aan te houden afstand van 200 meter tot aan woonbebouwing van 100 meter ten aanzien van het aspect geluid. Op grond van deze vergelijking en op basis van uitgevoerde onderzoeken (onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag van Innolane voor 21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

7

Projectgerelateerd

het onderdeel milieu) zijn wij van mening dat de voorgenomen zonnecellen- en zonnemodulesfabriek van Innolane past binnen de bij het bestemmingsplan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten en de ter plaatse geldende maximale milieucategorie 4.2. De chemische behandeling van de wafers kan in het uiterste geval vergeleken worden met de hoofdcategorie ‘Vervaardiging van chemische produkten’. Omdat de behandeling van de wafers niet te scharen is onder een specifieke bedrijfscategorie, kan gesteld worden dat deze activiteit valt onder de algemene bedrijfscategorie ‘Overige chemische produktenfabrieken niet elders genoemd’ met SBI-code 205903. Bij deze bedrijfscategorie hoort de milieucategorie 4.1 met een grootst aan te houden afstand van 200 meter tot aan woonbebouwing ten aanzien van de aspecten geur en veiligheid. Ook in dit geval zijn wij van mening dat de voorgenomen zonnecellen- en zonnemodulesfabriek van Innolane past binnen de bij het bestemmingsplan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten en de ter plaatse geldende maximale milieucategorie 4.2.

4.2

Externe veiligheid

Doordat in het productieproces van zonnecellen gevaarlijke stoffen worden gebruikt is voor de zonnecellen- en zonnemodulesfabriek het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Op grond hiervan is Innolane verplicht om haar externe veiligheidsrisico’s te berekenen en te toetsen aan de grens- en richtwaarden uit het Bevi. Voor wat betreft de geldende wet- en regelgeving en het beleid ten aanzien van externe veiligheid wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Onderzoek Om de externe veiligheidsrisico’s in beeld te brengen en te toetsen is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd (Innolane, Royal HaskoningDHV, april 2017). Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. Bij het inzichtelijk maken van externe veiligheidsrisico’s wordt een tweetal begrippen gehanteerd, zijnde het ‘plaatsgebonden risico’ en het ‘groepsrisico’:  het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans aan dat iemand die voortdurend op een bepaalde plaats onbeschermd zou verblijven, ten gevolge van enig ongewoon voorval bij een bepaalde activiteit om het leven komt;  het groepsrisico (GR) geeft de kans weer dat een bepaalde groep mensen door de effecten van een activiteit dodelijk wordt getroffen.

Het groepsrisico wordt grafisch weergegeven als zogenaamde fNcurve, waarbij de kans (f) wordt uitgezet tegen het mogelijke aantal doden (N) en is afhankelijk van de bevolkingsdichtheid in de omgeving van de inrichting. Plaatsgebonden risico In figuur 3 zijn de PR-contouren weergegeven van de aangevraagde bedrijfssituatie van Innolane. Uit -6 deze figuur blijkt dat de PR-contour 10 per jaar volledig op het eigen terrein van Innolane ligt. De overige contouren zijn in het kader van toetsing aan wet- en regelgeving niet relevant.

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

8

Projectgerelateerd

Figuur 6: PR-contouren Innolane

Groepsrisico Het invloed gebied van Innolane reikt niet buiten de terreingrens (zie figuur 3). Er is dan ook geen groepsrisico berekend. Conclusie Op basis van de resultaten van de berekeningen met Safeti-NL voor de QRA voor de inrichting van Innolane te Veendam wordt geconcludeerd: Plaatsgebonden risico -6  De PR-contour 10 per jaar ligt binnen de inrichtingsgrens van Innolane.  Deze situatie voldoet aan het vigerende beleid ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Er wordt geen groepsrisico berekend. Samenvattend wordt gesteld dat de inrichting van Innolane te Veendam aan de normen uit het Bevi voldoet en dat vanuit het vigerende bestemmingsplan geen knelpunten worden voorzien.

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

9

Projectgerelateerd

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het gemeentebestuur van Veendam streeft naar draagvlak bij belanghebbenden en maatschappelijke organisaties voor ruimtelijke besluiten. Daarom hecht het gemeentebestuur belang aan de dialoog over het voornemen om voor het plan een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening te verlenen. Dit hoofdstuk over de ‘maatschappelijke uitvoerbaarheid’ gaat nader in op het maatschappelijke overleg dat in het kader van de omgevingsvergunning ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ zal plaatsvinden. Overleg art 3.1.1 Bro In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, zal de gemeente Veendam de relevante maatschappelijke organisaties (overlegpartners) – die fysieke of beleidsmatige belangen hebben in het plangebied – in de gelegenheid stellen om te reageren op het ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening. Zienswijzen Op grond van de bepalingen in artikel 1.2.1a van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.4 van de algemene wet bestuursrecht, wordt een ieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op het ontwerpbesluit voor de omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk gemaakt worden via een omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, moeten (economisch) uitvoerbaar zijn en gerealiseerd kunnen worden. De kosten die gemoeid zijn met de ontwikkeling van de zonnecellen- en zonnemodulesfabriek komen geheel ten laste van Innolane. Deze kosten komen derhalve niet ten laste van de gemeente Veendam. Planschade Met de voorliggende omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening wordt afgeweken van de planologische kaders. Deze afwijking zou tot gevolg kunnen hebben dat iemand in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt. In een dergelijk geval zou deze persoon de gemeente kunnen verzoeken om een tegemoetkoming in deze schade (afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening). Eventuele planschade als gevolg van de omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening zal voor rekening komen van Innolane. Hierover zal met Innolane een planschadeovereenkomst worden gesloten.

21 juli 2017

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

I&BBF2212-102-101R001F0.2

10

Projectgerelateerd

6

Conclusie

Het voorliggende document strekt tot een goede ruimtelijke onderbouwing van het project, dat toeziet op de ontwikkeling van een zonnecellen- en zonnemodulesfabriek. Nader beschreven is waarom het project afwijkt van het vigerende bestemmingsplan. Met het document is voldoende gemotiveerd aangetoond waarom het project:    

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13911442/1