07-02 Warmtevisie 2022 gemeente Veendam def
Tekst van het document
Voor alle strategieën geldt dus dat isoleren van de woningen in Veendam nodig is. • In het centrum van Veendam is in enkele buurten een warmtenet kansrijk, aansluitend op de relatief hoge warmtedichtheid en het aanbod van warmtebronnen die in het vorige hoofdstuk werden vastgesteld. Voor de meeste buurten in de stad Veendam is een luchtwarmtepomp de meest kansrijke optie. • Het buitengebied kent een hoge temperatuur warmtevraag en een lage warmtedichtheid. Hybride warmtepompen in combinatie met isolatie en groengas komen in deze buurten naar voren als oplossing. Voor 2030 is er niet genoeg groengas om de warmtevraag van al deze buurten in te vullen. Wel kan al begonnen worden met isoleren en het installeren van hybride warmtepompen. Dat bespaart al veel aardgas en reduceert de CO2-uitstoot. Met name ten zuidwesten van de stad Veendam zijn buurten waar luchtwarmtepompen een haalbaar alternatief lijken voor de hybride route. • Dit rapport biedt een technische onderbouwing van de te maken keuzes in de warmtetransitie. In het rapport worden geen inhoudelijke keuzes gemaakt over wanneer in welke buurt te beginnen of met welke techniek. Die keuzes zijn aan de gemeente.
4.1.1 Rekenstappen VESTA rekent per buurt het meest kosteneffectieve alternatief voor aardgas uit. De vijf strategieën en onderliggende substrategieën worden onderling met elkaar vergeleken, de strategie die het beste uit deze vergelijking komt, noemen we de voorkeursoptie. Elke uitkomst is een combinatie van inputdata en rekenstappen. De inputdata gaat over de kenmerken van gebouwen, energieinfrastructuur en ruimtelijke data. De kaarten uit hoofdstuk 3 geven een goed inzicht in de data die over het algemeen als input voor VESTA-MAIS geldt. In de modelinput zitten ook inschattingen voor de kosten van de verschillende voorkeursalternatieven en energieprijzen in 2030. Met deze gegevens worden de kosten van de verschillende strategieën doorgerekend. De eerste stap in het model is altijd isolatie: ofwel naar label B ofwel naar label D. Per strategie verschilt de mate waarin geïsoleerd wordt en de daarbij passende warmtebron. De goedkoopste optie zal dus de meest voordelige mix tussen energiebesparing en duurzame warmtevoorziening zijn en wordt als voorkeursoptie aangemerkt. Met name in oudere woningen kan isolatie naar label B bijvoorbeeld zeer duur zijn, waardoor soms label D-isolatie met een midden- of hogere temperatuur warmtebron als meest voordelig naar voren komt.
4.1.2 Uitkomstmaten Uit de technische analyse komen na de hierboven genoemde rekenstappen verschillende resultaten per buurt. In hoofdstuk 2.2 is uitgewerkt welke verrijkingen zijn toegepast op de data die in deze analyse zijn meegenomen. De resultaten van het VESTA-MAIS-model worden gepresenteerd in nationale meerkosten voor het toepassen van een alternatief voor aardgas, ten opzichte van de referentiesituatie (instandhouding van de huidige situatie tot en met 2030). De definitie van nationale kosten is als volgt: “Nationale kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. De kosten worden weergegeven inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. De jaarlijkse kosten die gepaard gaan met investeringen (zoals afschrijvings- en rentekosten) worden daarbij bepaald op basis van de nationale discontovoet van drie procent. Dit wijkt af van de marktrente die voor verschillende partijen van toepassing is.”13 De nationale meerkosten kunnen worden uitgedrukt per woning-equivalent. Op deze manier kunnen kosten voor alternatieven voor aardgas op buurtniveau met elkaar worden vergeleken.
NB: Nationale meerkosten zijn met name een manier om alle maatschappelijke kosten die met een nieuw warmtesysteem gepaard zijn en die dus ook door verschillende partijen gedragen worden tussen buurten met elkaar te vergelijken. Dit is nadrukkelijk niet hetzelfde als de kosten die door woningeigenaren of huurders gedragen moeten worden. Op basis van deze analyse kunnen dan ook geen uitspraken gedaan worden over het deel van de kosten en baten die individuele woningeigenaren of huurders zullen dragen.
13
33
Expertisecentrum Warmte, 2021
34
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 52
•
4.2 Overzicht per buurt In deze sectie wordt ingegaan op het alternatief voor aardgas dat vanuit de modelstudie als meest kosteneffectief is aangemerkt: de voorkeursoptie. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de algemene voorkeursopties, en de voorkeursopties wanneer strategieën die groengas gebruiken niet worden meegenomen. Er zijn diverse verdiepingen en alternatieven op de voorkeursopties mogelijk. Deze zijn in 4.3 uitgewerkt.
4.2.1 Voorkeursopties Toelichting kaart: in onderstaande kaart wordt per buurt in Veendam de voorkeursoptie uit de modelstudie aangegeven: ofwel de optie die de laagste nationale meerkosten per woningequivalent kent. In de buurten staat aangegeven welke nationale meerkosten per woningequivalent gepaard gaan met de voorkeursoptie (getallen) en welke strategie gekozen is (zie bijlage voor een toelichting van de codes per strategie).
De geselecteerde voorkeursopties hebben verschillende nationale kosten, zoals de getallen op de kaart laten zien. •
•
Figuur 22: Voorkeursopties per buurt
Het buitengebied rondom de stad Veendam kent een lage warmtedichtheid en veelal relatief oude en vrijstaande woningen, die een hoge temperatuur warmtevraag kennen. Daarom is veelal een hybride warmtepomp met isolatie naar minimaal label D en groengas als voorkeursoptie gekozen. Zoals in dit rapport benoemd, is groengas zeker tot 2030 beperkt beschikbaar. Het installeren van hybride warmtepompen en het isoleren van woningen is wel op kortere termijn mogelijk. Verderop in dit hoofdstuk is een verdere verdieping gedaan op de rol van groengas.
•
Met name buurten ten zuiden en ten westen van de stad Veendam kennen relatief lage nationale kosten voor het toepassen van hybride warmtepompen met isolatie naar minimaal label D en groengas. Dit geldt ook voor de buurt Veendam-Industriegebied, waar een luchtwarmtepomp met isolatie naar minimaal label B de voorkeursoptie is. Ten oosten van de stad Veendam en in Borgercompagnie zijn de nationale kosten van de hybride strategie hoger dan in bovengenoemde buurten. In de stad Veendam is een vijftal buurten dat uitkomt op warmtenetten of luchtwarmtepompen als voorkeursalternatief. Hier liggen de nationale kosten voor het voorkeursalternatief in absolute zin hoger dan in de meeste buurten die op een hybride oplossing uitkomen.
De nationale kosten van voorkeursalternatieven zijn hierboven beschreven. Om te toetsen in welke mate de gekozen voorkeursoptie duidelijk de meest kosteneffectieve zijn, is gekeken naar de kosten van de hoofdstrategie die na de voorkeursoptie als meest kosteneffectieve uit de modelstudie komt (zie de kaart op de volgende pagina).
Vanuit de analyse zijn de volgende constateringen te doen voor de buurten in de gemeente Veendam: •
•
In het centrum van Veendam zien we vier buurten waar luchtwarmtepompen met isolatie naar minimaal label B de voorkeursoptie zijn. Dit sluit aan op de relatief nieuwe en diverse woningen in Veendam ten opzichte van de buitengebieden. De buurt Veendam en Omgeving Station komt uit op een middentemperatuur-warmtenet. De warmtebron die hieraan gekoppeld is, is het nabijgelegen Kisuma Chemicals. Deze uitkomst is het gevolg van de relatief hoge warmtedichtheid in dit gebied en van de potentiële restwarmte die in het model is ingevoerd. Er zijn geen afspraken gemaakt over het al dan niet benutten van de warmte.
35
36
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 53
Toelichting kaart: in onderstaande kaart is de één na goedkoopste optie per buurt weergegeven, waar de kleur van een buurt de mate van kostenverschil tussen de voorkeurs- en tweede optie weergeeft. De code en nationale meerkosten van het één na goedkoopste warmtealternatief staan per buurt aangegeven. Figuur 23: Verschil in meerkosten tweede optie t.o.v. voorkeursalternatief
4.2.2 Voorkeursopties zonder groengas In dit rapport is meermaals benoemd dat een grootschalige overgang op groengas voor 2030 niet mogelijk is. Het installeren van hybride warmtepompen en uitvoeren van isolatiemaatregelen is dat voor 2030 wel, waarbij het percentage hernieuwbare gassen in het landelijke netwerk steeds verhoogd zal worden richting 2050. Vanuit de schaarste van groengas is het echter raadzaam om alleen op de hybride route in te zetten in buurten waar het niet anders kan. Deze sectie behandelt daarom de voorkeursopties per buurt in Veendam zonder strategieën met groengas hierbij mee te nemen. Toelichting kaart: In onderstaande kaart is per buurt het alternatief dat als goedkoopste naar voren kwam in het VESTA-MAIS model geselecteerd, exclusief de alternatieven waar gebruik wordt gemaakt van groengas (S4). Per buurt staat aangegeven welke nationale meerkosten per woningequivalent in euro per jaar gemoeid zijn met de gekozen strategie (de cijfers in een buurt), deze kunnen gebruikt worden om de kosten van verschillende buurten met elkaar te vergelijken. Figuur 24: Voorkeursopties exclusief groengas
Hieruit zijn de volgende conclusies te trekken: •
•
• •
•
In de stad Veendam is voor twee buurten (Veendam en omgeving station en Veendam-Zuid) de tweede optie qua nationale kosten redelijk vergelijkbaar met de voorkeursoptie. Voor minder dan 20% extra kosten kunnen deze buurten ook kiezen voor een luchtwarmtepomp met label B isolatie of een LT-warmtenet (WKO+TEO, levering 70⁰C) voor Veendam en omgeving station en Veendam-Zuid, respectievelijk. Voor de buurt Veendam-Centrum kan tegen 20 tot 40 procent extra kosten ook een MTwarmtenet op restwarmte worden aangelegd in plaats van individuele luchtwarmtepompen. Daarbij zou aangesloten worden op de voorkeursoptie van Veendam en omgeving Station. In de rest van de stad Veendam wordt het al gauw 40% duurder om een warmtenet aan te leggen in plaats van individuele warmtepompen. In het buitengebied is de tweede optie qua nationale kosten een stuk duurder dan de voorkeursoptie. Het gaat hierbij om luchtwarmtepompen met isolatie naar minimaal label B, in plaats van de hybride route die hierboven is beschreven. De hoge temperatuur warmtevraag van de woningen in het buitengebied maakt isolatie naar minimaal label B in plaats van D over de algemeen relatief duur.
Het verschil tussen luchtwarmtepompen en hybride warmtepompen is in relatieve zin veelal groot (tussen de 40 en 102% extra nationale kosten), maar in absolute zin is er een aantal ‘hybride buurten’ dat tegen met andere buurten vergelijkbare kosten ook op luchtwarmtepompen over kan. Dit wordt verder uitgewerkt op de volgende pagina. 37
In het licht van bovenstaande kaart is de volgende conclusie te trekken: • Kijken we naar de voorkeursopties uit de modelstudie zonder groengas mee te nemen, dan krijgen de buurten in het buitengebied allemaal een luchtwarmtepomp met isolatie naar minimaal label B toegewezen. De nationale kosten van warmtepompen in deze buurten liggen hoger dan de hybride route. • Ten (zuid)westen van de stad Veendam zien we ontstaan dat er diverse buurten zijn waar de nationale kosten van luchtwarmtepompen vergelijkbaar zijn met nationale kosten van de voorkeursoptie in de buurten in het centrum van Veendam. Dat betekent dat vanuit nationale
38
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 54
•
kosten geredeneerd een all-electricoplossing te overwegen valt, zeker met het oog op de beperkte beschikbaarheid van groengas tot 2030. Ten oosten van de stad Veendam, in Borgercompagnie en in Boven-Wildervank zien we dat de nationale kosten van luchtwarmtepompen zeer fors toenemen ten opzichte van de hybride route. In sommige gevallen liggen de nationale kosten bijna twee keer zo hoog als in het centrum van Veendam of in het westelijk buitengebied. Deze buurten zijn, met andere woorden, in termen van kosten het meest afhankelijk van de beschikbaarheid van hernieuwbaar gas.
Figuur 25: CO2-reductie per buurt bij uitvoering voorkeursoptie
4.2.3 CO2-reductie De plannen uit de Transitievisie Warmte dienen bij de dragen aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord om de emissie van broeikasgassen fors te verlagen. VESTA-MAIS gaat ervan uit dat de in het model meegenomen strategieën klimaatneutraal zijn en dus geen CO2-emissie opleveren. Desondanks is duidelijk dat in 2030 nog niet alle elektriciteit die door bijvoorbeeld warmtepompen verbruikt zal worden volledig hernieuwbaar opgewekt zal zijn. Voor de voorkeursopties (4.2.1) is daarom berekend welke CO2-uitstoot deze oplevert wanneer elektriciteit van het nationale netwerk wordt gebruikt. Voor de berekening zijn geen (keten)emissies aangenomen voor groengas, in lijn met de scope van IPCC-afspraken over het monitoren van broeikasgasemissies. Ook restwarmte levert hier geen emissies op, om dubbeltelling met de industrie te voorkomen. Elektriciteit heeft in 2030 een CO2-intensiteit van 0,12 kg/kWh (of 33,3 kg per GJ), een daling ten opzichte van de huidige 0,43 kg/kWh (2019)14. Toelichting kaart: op de kaart is de jaarlijkse CO2-emissie in 2030 na toepassing van het voorkeursalternatief (isolatie en vervanging van aardgas als warmtebron) afgezet tegen de huidige CO2-emissies als gevolg van het verbruik van aardgas voor de warmtevoorziening. De berekende CO2besparing is weergegeven in Figuur 25 op de volgende pagina.
14
In het licht van bovenstaande kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • In alle buurten in de gemeente Veendam levert uitvoering van de voorkeursoptie in 2030 minimaal 77% CO2-reductie op ten opzichte van de huidige situatie. • De belangrijkste redenen voor de vermindering van de uitstoot zijn het verlagen van het gasverbruik door isolatie, het vervangen van aardgas door groengas, elektriciteit, warmte uit oppervlaktewater of restwarmte en de verduurzaming van het landelijke elektriciteitssysteem, waardoor hetzelfde verbruik tot steeds minder emissies leidt.
Planbureau voor de Leefomgeving, 2020. Klimaat- en Energieverkenning 2020.
39
40
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 55
4.3 Alternatieven
•
De voorkeursopties die gekozen zijn door het model, zijn tot stand gekomen door te kijken naar de strategie met de laagste nationale kosten. Er zijn diverse manieren om naar alternatieven voor de voorkeursopties te kijken. In deze sectie is aandacht besteed aan de volgende: het toepassen van extra isolatie om zoveel mogelijk energie te besparen en het toepassen van een warmtenet in plaats van een warmtepomp of vice versa.
•
4.3.1
Extra isoleren
Voor de buurt Veendam en omgeving station is het voorkeursalternatief een MT-warmtenet met minimaal label D isolatie. Zoals we in hoofdstuk 4.2.1 al zagen, kan voor minder dan 20% extra kosten deze buurt ook over op een strategie met label B isolatie (luchtwarmtepomp). Voor alle overige buurten, de buurten met een hybride of HR-strategie als voorkeursoptie, is het isoleren tot minimaal label B 20 tot 80% duurder dan isoleren tot label D. Dit zagen we al terug in de extra nationale kosten van luchtwarmtepompen in deze buurten. De goedkoopste strategieën voor deze buurten die gebruik maken van label B isolatie zijn de strategieën die gebruik maken van groengas (hybride warmtepomp of HR-ketel). In absolute getallen zien we dat enkele buurten ten (zuid)westen van Veendam ook met een label B-strategie nog vergelijkbare nationale kosten hebben met de andere buurten van Veendam. Met name ten oosten van de stad zien we ook in absolute zin hoge nationale kosten voor het doorisoleren naar label B.
Isoleren is de eerste stap bij elke strategie die in de modelstudie meeloopt. Voor isolatie geldt dat het model optimaliseert op kosten. Er wordt altijd geïsoleerd naar ofwel minimaal label D of minimaal label B. Daarbij kijkt het model naar de goedkoopste combinatie tussen hernieuwbare warmte en reductie van de warmtevraag, waardoor soms opties met geringe isolatie als het goedkoopst naar voren kunnen komen. Het kan bijvoorbeeld vanuit de trias energetica wenselijk zijn om verder te isoleren als dit relatief weinig meerkosten met zich meebrengt.
•
Toelichting kaart: in Figuur 26 zijn de kostenverschillen tussen de goedkoopste label D-oplossing en de goedkoopste label B-oplossing uiteengezet. De cijfers op de kaart zijn de nationale meerkosten die gemoeid zijn met het goedkoopste warmtealternatief dat label B gebruikt. Buurten die al een voorkeursoptie hebben met label B, zijn op de kaart aangegeven met ‘label B voorkeursstrategie’.
In deze sectie is gekeken tegen welke nationale kosten een warmtenet in een buurt vervangen kan worden door een (hybride) warmtepomp. Met andere woorden: kan een collectieve aanpak een individuele vervangen en vice versa? De goedkoopste collectieve optie (warmtenetten) en de goedkoopste individuele optie (warmtepompen, groengas) worden naast elkaar gelegd. Dit fungeert als een toets op de robuustheid van de uitkomsten, en geeft zicht op buurten waar tegen geringe nationale meerkosten toch voor een andere strategie dan het voorkeursalternatief gekozen kan worden.
Figuur 26: Kostenverschil goedkoopste strategie met label B t.o.v. voorkeursstrategie
4.3.2 Warmtepomp in plaats van warmtenet
Toelichting kaart: Figuur 27 laat zien welk individueel alternatief voor aardgas het goedkoopst is per buurt die als voorkeursalternatief een warmtenet kreeg toegewezen. In de figuur is per buurt aangeven wat de nationale meerkosten zijn van het goedkoopste individuele warmtealternatief. Figuur 27: Nationale meerkosten van het gunstigste individuele warmtesysteem (Bron: VESTA-MAIS)
In het licht van bovenstaande zijn de volgende conclusies te trekken: • Op Veendam en omgeving station na hebben alle buurten in het centrum van Veendam al een voorkeursoptie die gebruik maakt van isolatie tot minimaal label B (luchtwarmtepomp). Naar label B isoleren in deze buurten is het meest kosteneffectief.
41
42
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 56
•
•
•
Uit Figuur 27 (vorige pagina) blijkt dat de buurt met als voorkeursalternatief een warmtenet (Veendam en omgeving station) tegen geringe meerkosten over zou kunnen op een luchtwarmtepomp met isolatie naar minimaal label B. Figuur 28Figuur 28 (hieronder) laat zien dat warmtenetten in de buitengebieden geen kosteneffectieve optie zijn. In alle buurten buiten de stad Veendam is de keuze dus tussen de hybride route of all-electric. Buiten het centrum van Veendam zien we in deze kaart is een collectieve optie tussen de 60-80% of zelfs meer dan 1000% duurder dan een individuele. Dit resulteert uit het feit dat voor collectieve warmtealternatieven een grote warmtedichtheid randvoorwaardelijk is. Zoals vastgesteld in hoofdstuk 3.1.3 geldt voor het overgrote deel van de gemeente en met name voor het buitengebied dat de warmtedichtheid laag is. In sommige buurten in de stad Veendam kan tegen relatief lage meerkosten overgestapt worden van een individuele warmtepomp naar een collectief warmtenet, ofwel op MT-restwarmte, ofwel op TEO met WKO. Dit geldt voor de buurten Veendam-Zuid (tot 20% duurder) en VeendamCentrum (20-40% duurder). In deze buurten ligt de warmtedichtheid nog redelijk hoog.
Toelichting kaart: de kaartFiguur 28 laat zien hoeveel kostenverschil het met zich meebrengt als in de buurten van Veendam voor een warmtenet wordt gekozen, in plaats van voor de individuele voorkeursopties. Met de kleuren is aangegeven hoe groot dit kostenverschil is.
4.3.3 •
•
•
Figuur 28: Verschil in meerkosten van de beste collectieve optie boven de beste individuele optie
•
43
Conclusie VESTA-MAIS
Isolatie | Uit Hoofdstuk 3.1.2 werd duidelijk dat een groot deel van de woningvoorraad momenteel label E-G draagt. Voor alle warmtealternatieven die worden doorgerekend door VESTA is het noodzakelijk dat woningen tot minimaal label D worden geïsoleerd en soms zelfs tot label B. Er dient dus nog een grote isolatieslag gemaakt te worden in de gemeente om de huizen geschikt te maken voor verwarming met een alternatief. Daarnaast heeft het isoleren van woningen als bijkomend voordeel dat er minder (duurzame) energie opgewekt en/of verbruikt hoeft te worden binnen of buiten de gemeente. Warmtenetten | In enkele buurten in de stad Veendam behoort een warmtenet tot de mogelijkheden, met isolatie naar minimaal label D. Dat sluit aan bij de relatief hoge warmtedichtheid en het aanbod van restwarmtebronnen dat in hoofdstuk 3 werd aangestipt. Alleen voor de buurt Veendam en omgeving station is een warmtenet de voorkeursoptie. Noemenswaardig hierbij is dat de kostenverschillen om in deze buurt te isoleren naar label B en toch op een luchtwarmtepomp over te gaan relatief klein zijn. Dat betekent dat vanuit de technische analyse zowel een warmtenet als een overgang op luchtwarmtepompen interessant zijn.
All-electric warmtepompen | Er zijn vier buurten waar de voorkeursoptie een luchtwarmtepomp met isolatie naar minimaal label B is (Veendam-Centrum, Veendam Oude-Ae, Veendam-Zuid en Veendam-industriegebied). Duidelijk is hierbij dat een collectieve oplossing in de buurten Veendam-Zuid en Veendam-Centrum beperkte extra kosten met zich meebrengt. Er zijn diverse andere buurten ten (zuid)westen van de stad Veendam die tegen vergelijkbare nationale kosten ook op een luchtwarmtepomp over zouden kunnen. Deze buurten hebben als voorkeursoptie een hybride warmtepomp met groengas. Met het oog op de beperkte beschikbaarheid van groengas tot 2030 kan een luchtwarmtepomp ook in deze buurten een interessante optie zijn. Hybride | Een groot deel van het buitengebied kent een hoge temperatuur warmtevraag, een lage warmtedichtheid en relatief hoge energieverbruiken. In deze buurten komen veelal hybride warmtepompen met groengas en label D-isolatie als voorkeursoptie naar voren. Groengas is zeker tot 2030 beperkt beschikbaar en er zijn duidelijke verschillen in de mate waarin voor buurten kosteneffectief andere opties overwogen kunnen worden. Hierboven constateerden we al dat er voor buurten ten (zuid)westen van Veendam alternatieven zijn.
o Daarentegen zien we dat met name in de buurten ten oosten van de stad Veendam en in Bargercompagnie alternatieven zonder groengas (luchtwarmtepompen) forse extra nationale kosten met zich meebrengen. Deze buurten lijken daarom het meest afhankelijk van de beschikbaarheid van hernieuwbare gassen voor een kosteneffectieve warmtetransitie. In deze buurten kan begonnen worden met isoleren tot minimaal label D en het installeren van hybride warmtepompen. Dit bespaart al veel aardgas en zorgt daarmee voor CO2-reductie.
44
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 57
4.4 Validatie modeluitkomsten Om de resultaten uit de technische analyse te valideren, zijn in deze sectie de resultaten uit de VESTAstudie naast twee vergelijkbare analyses gelegd. Het gaat om andere modelstudies in het kader van de RES Groningen (4.4.1) en een analyse op basis van warmtedichtheid en gevraagd temperatuurniveau (4.4.2).
Toelichting figuur: de buurten van de gemeente Veendam zijn in kwadranten ingedeeld, op basis van hun benodigde temperatuurniveau van verwarming en hun warmtedichtheid. Hieruit ontstaan vier kwadranten op basis waarvan de haalbaarheid van alternatieven voor aardgas kan worden onderbouwd. •
Het temperatuurniveau wordt bepaald aan de hand van de warmtevraag per vierkante meter woningoppervlak en geeft inzicht in de haalbaarheid van hoge (groengas, HT-warmtenet) en lage (all-electric, LT-warmtenet) temperatuuropties.
•
De warmtedichtheid is bepaald aan de hand van de warmtevraag per hectare in een buurt en geeft inzicht in de haalbaarheid van collectieve (warmtenetten) en individuele (warmtepompen) opties.
4.4.1 Vergelijking CEGOIA en ETM In het kader van de RES Groningen zijn modelstudies uitgevoerd die richting geven aan de warmtetransitie en de inzet van restwarmte daarbinnen. Daarbij zijn het CEGOIA-model van CE Delft en het Energietransitiemodel van Quintel Intelligence gebruikt. Net als de VESTA-studie geven deze modellen een voorkeursoptie per buurt aan, op basis van de laagste nationale kosten. Er zijn verschillen in de precieze inputdata waarmee gerekend is, waardoor dit een vergelijking op hoofdlijnen is. In de bijlage van dit rapport is een vergelijking van de voorkeursopties van de drie modellen gevoegd.
Figuur 29: Kwadranten-analyse buurten Veendam
Op basis van de vergelijking tussen de drie modellen kunnen de volgende constateringen gedaan worden: •
•
•
De drie modellen bevestigen dat er buurten zijn die weinig alternatieven hebben voor groengas. Alle modellen delen hybride warmtepompen met groengas uit aan drie buurten waarvan in dit hoofdstuk al werd vastgesteld dat ze vanuit nationale meerkosten geredeneerd weinig andere opties hebben. Het gaat om de buurten Borgercompagnie (gedeeltelijk), Ommelanderwijk en Boven-Wildervank. Voor deze drie buurten werd al duidelijk dat er minimaal 60% extra nationale meerkosten verbonden zijn aan het kiezen van de tweede optie (een luchtwarmtepomp) en dat de nationale meerkosten in absolute zin ook hoog zijn. Ook voor Veendam-Centrum geldt dat alle drie modellen uitkomen op dezelfde optie: een luchtwarmtepomp. Voor bijna de helft van de buurten komt ofwel CEGOIA ofwel het ETM op dezelfde uitkomst als de VESTA-studie. Met name in buurten met iets minder grote kostenverschillen tussen de voorkeursoptie en de tweede optie uit VESTA, verschillen veelal een van de drie modellen in de gekozen voorkeursoptie. In 8 van de 17 buurten uit Veendam komen de uitkomsten van één modelstudie uit de RES overeen met de uitkomsten van het VESTA-MAIS model. Het gaat hierbij zowel om buurten met een hybride warmtepomp als een luchtwarmtepomp als voorkeursoptie. Vijf buurten in de gemeente Veendam krijgen door CEGOIA en het ETM een andere voorkeursoptie toegewezen dan door VESTA.
Opvallend hier is dat dit diverse buurten zijn die een hybride warmtepomp als voorkeursoptie uit VESTA hebben gekregen, zoals Sorghvliet, Buitenwoel en Verspreide Huizen Wildervank. In tegenstelling tot de buurten die in alle drie modellen op hetzelfde uitkomen, zijn de nationale meerkosten van luchtwarmtepompen in deze buurten relatief laag. Dit bevestigt andermaal dat deze buurten minder afhankelijk zijn van groengas voor een kosteneffectieve warmtetransitie.
4.4.2 Analyse temperatuurniveaus en warmtedichtheid Op hoofdlijnen is de haalbaarheid van warmteopties te categoriseren aan de hand van twee variabelen: welk temperatuurniveau is nodig om een woning comfortabel te verwarmen en in welke mate is warmtevraag geconcentreerd in een gebied. Hiermee zijn de alternatieven voor aardgas snel in te delen in vier kwadranten. Ook dit biedt een validatie en duiding van de technische analyse op hoofdlijnen.
De kwadrantenanalyse ondersteunt grotendeels de uitkomsten van de VESTA-studie en de inzichten uit hoofdstuk 3:
45
46
•
De meeste buurten in de gemeente Veendam zijn gepositioneerd in het kwadrant linksboven: een hoge temperatuur warmtevraag met een lage warmtedichtheid. Dit komt overeen met de keuze voor een voorkeursoptie met hybride warmtepompen, isolatie en groengas in de meeste buurten.
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 58
•
•
Buurten als Wildervanksterdallen, Zuidwending en Boven-Wildervank staan hoog in dit kwadrant. Het hoge gevraagde temperatuurniveau bevestigt de hoge nationale meerkosten van luchtwarmtepompen in deze buurt en dus hun afhankelijkheid van hybride warmtepompen en groengas. Verspreide Huizen (Wildervank), Sorghvliet en Buitenwoel staan lager in dit kwadrant en komen ook uit de VESTA-analyse dichter bij een luchtwarmtepomp als haalbare optie. Er staan vijf buurten tussen de kwadranten voor hoog-temperatuur collectief en hoogtemperatuur individueel. Voor Veendam-Centrum en -Zuid is een collectieve optie tegen geringe extra nationale meerkosten te realiseren, ten opzichte van een luchtwarmtepomp (voorkeursoptie). Voor Veendam-Oude Ae en -Sorghvliet is een overgang van respectievelijk een luchtwarmtepomp en een hybride warmtepomp naar een warmtenet minder logisch, ofwel vanuit grote kostenverschillen (Oude Ae), ofwel vanuit het ontbreken van een warmtebron die voldoende aansluitingen kan bedienen (Sorghvliet).
Resultaten | Buurtverdieping In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van de technisch-economische analyse gepresenteerd. Bij de keuze voor een volgorde van wijken en bijbehorende voorkeursoptie zijn ook andere analyses gewenst. In deze sectie zijn daarom zeven indicatoren gepresenteerd die verdere inzichten bieden over de mogelijkheid om een wijk wel of niet voor 2030 van het aardgas af te halen. Per onderwerp laten we de buurten (met beschikbare data) zien die het beste scoren ten opzichte van de rest van de gemeente op de indicator. Per indicator zijn de buurten die het beste en het minst goed scoren per gemeente inzichtelijk gemaakt. Dit is gerelateerd aan de uitkomsten van de technische analyse: in de rechterkolom is de positie van de buurt op de ranking van nationale kosten te zien. Staat een buurt op nummer 1, dan is het dus de goedkoopste buurt van Veendam om op het voorkeursalternatief over te schakelen. Omwille van de leesbaarheid van het rapport zijn niet alle buurten opgenomen in het document. In de Excelfile die is meegeleverd zitten alle buurten van een gemeente opgenomen. Deze sectie presenteert feitelijke inzichten op basis van openbare informatiebronnen. Wat deze inzichten zeggen voor de prioritering van wijken, is aan de gemeenten zelf.
Een gemeente kan bijvoorbeeld inzetten op wijken met de meeste financiële draagkracht en zo de wijken met relatief hoge inkomens prioriteren. Net zo goed kan een gemeente juist lage inkomens willen ondersteunen om zo snel mogelijk hun aardgasrekening omlaag te krijgen. De buurtverdieping geeft, net als de modelstudies, uitkomsten weer op CBS-buurtniveau. In het kort • In dit hoofdstuk wordt per buurt inzicht gegeven in zeven indicatoren die relevant kunnen zijn voor de keuze om wel of niet in een wijk te beginnen met de warmtetransitie. • De verdeling binnen de gemeente in de homogeniteit van gebouwen, gasverbruik, corporatiebezit, bijstandsuitkeringen, energiequote, leeftijd en zonnepanelen op daken worden gerelateerd aan de uitkomsten per buurt uit hoofdstuk 4. • De keuze welke indicatoren leidend zijn bij de keuze in welke buurt te beginnen en hoe dit gewogen wordt, is aan de gemeente.
47
48
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 59
5.1
Homogeniteit
De homogeniteit van een buurt zegt iets over de gebouwen in de buurt. Een zeer homogene buurt heeft gebouwen die in grote mate vergelijkbaar zijn in bouwjaar. Dat betekent dat binnen de buurt weinig verschillen te verwachten zijn in bijvoorbeeld het gewenste isolatieniveau en daarbij behorende aanpak. Een zeer heterogene buurt kent juist grote verschillen in bouwjaar, waardoor het kan voorkomen dat voor verschillende delen van een wijk verschillende aanpakken nodig zijn. De categorieën van bouwjaren waarover de homogeniteit is berekend zijn: ≤1945, 1946-1964, 1965-1974, 1975-1991, 1992-2005 en ≥2006. De indicator loopt van 0 (woningvoorraad gelijkmatig verdeeld over de bouwperiodes) tot 1 (totale woningvoorraad verdeeld over één bouwperiode). Tabel 2: Homogeniteit van buurten in Veendam (peiljaar 2020)
Verspreide huizen (Veendam)
2180
Hoog
3
10
Wildervanksterdallen
2020
Hoog
4
14
Boven-Wildervank
1960
Midden
5
9
Buitenwoel
1460
Midden
13
1
Veendam-Oude Ae
1460
Midden
14
12
Veendam-Centrum
1450
Laag
15
17
Veendam-Zuid
1430
Laag
16
13
Veendam-industriegebied
1370
Laag
17
6
(…)
Buurtnaam
Homogeniteit in bouwjaar
Categorie
Positie in gemeente
Positie nationale kosten voorkeursalternatief
Verspreide huizen (Wildervank)
0,87
Hoog
1
2
Wildervanksterdallen
0,55
Hoog
2
14
Zuidwending
0,51
Hoog
3
16
Borgercompagnie (gedeeltelijk)
0,40
Hoog
4
11
Boven-Wildervank
0,40
Midden
5
9
Veendam-Oude Ae
0,15
Midden
13
12
Veendam-Middenweg en omgeving
0,15
Laag
14
7
Mensen in de bijstand hebben meestal minder financiële middelen om de kosten te dekken die gepaard gaan bij het aardgasvrij maken van de woning. Dit is vaak ook de groep mensen bij wie een stijging van energielasten of te maken investering veel impact heeft. De gemeente kan ervoor kiezen om te beginnen in wijken waar bewoners makkelijker de eindgebruikerskosten kunnen betalen of juist kiezen voor wijken met armoedeproblematiek om te zorgen dat deze mensen niet verder in de knel komen door hoge energierekeningen. Doordat meer dan 25% van de buurten met beschikbare data een waarde hebben van 0% is de gebruikte methodiek voor de categorisering hier aangepast: de laagste 50% valt in de categorie laag, de hoogste 25% valt in de categorie hoog en de overgebleven 25% valt in de categorie midden.
Veendam-Zuid
0,14
Laag
15
13
Tabel 4: Bijstandsuitkeringen per buurt in Veendam (peiljaar 2020)
Veendam en omgeving station
0,06
Laag
16
15
Buurtnaam
Wildervank
Laag
17
4
Inwoners met bijstand (%)
Categorie
0,02
Positie in gemeente
Positie nationale kosten voorkeursalternatief
Zuidwending
0
Laag
1
16
In buurten waar op dit moment veel aardgasverbruik plaatsvindt, zit de grootste potentie voor het reduceren van de vraag naar aardgas en van de uitstoot van CO2. Ook hebben huishoudens hier relatief veel energielasten als gevolg van gasverbruik. Woningen met een relatief hoog aardgasverbruik hebben daarmee een groot besparingspotentieel. Daar staat tegenover dat buurten met een laag aardgasverbruik meestal makkelijker aardgasvrij te maken zijn. Uiteraard is het verbruik van vele factoren afhankelijk, zoals het isolatieniveau van de woning, temperatuurschommelingen en het gedrag van de woningeigenaar.
Borgercompagnie (gedeeltelijk)
0
Laag
1
11
Verspreide huizen (Wildervank)
0
Laag
1
2
Wildervanksterdallen
0
Laag
1
14
Verspreide huizen (Veendam)
0
Laag
1
10
Veendam en omgeving station
4,36
Midden
13
15
Tabel 3: Aardgasverbruik per woning van buurten in Veendam (peiljaar 2019)
Veendam-Zuid
4,63
Hoog
14
13
Veendam-Middenweg en omgeving
4,94
Hoog
15
7
Veendam-Oude Ae
6,91
Hoog
16
12
Veendam-industriegebied
12,50
Hoog
17
6
5.3
(…)
5.2 Aardgasverbruik per woning
Buurtnaam
Gemiddeld aardgasverbruik per woning (m3)
Categorie
Positie in gemeente
Positie nationale kosten voorkeursalternatief
Zuidwending
2190
Hoog
1
16
Borgercompagnie (gedeeltelijk)
2180
Hoog
2
11
49
Bijstand
(…)
50
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 60
5.4 Corporatiebezit
Veendam-Oude Ae
21
Hoog
2
12
Het percentage van de woningvoorraad van een buurt dat in het bezit is van woningcorporaties zegt iets over het aantal partijen binnen een wijk waarmee afspraken gemaakt dient te worden over alternatieve verwarmingsopties. Bij een hoog percentage woningcorporatiebezit hoeft de gemeente waarschijnlijk minder afspraken te maken. Voor de indicator corporatiebezit is een andere keuze gemaakt met betrekking tot de hoog-laagcategorisering: hier is de laagste 50% als ‘laag’ aangemerkt, en de andere twee kwarten als ‘midden’ en ‘hoog’. Dit omdat er een groot aantal buurten (5 van de 17) is met 0% corporatiebezit, waardoor de categorie midden dan net als de categorie laag buurten met 0% corporatiebezit zou bevatten.
Wildervank
17
Midden
3
4
Ommelanderwijk
17
Midden
3
8
Borgercompagnie (gedeeltelijk)
17
Midden
3
11
Veendam-Zuid
16
(…) Midden
7
13
Veendam en omgeving station
16
Midden
8
15
Veendam-Sorghvliet
14
Laag
9
3
Buitenwoel
5
Laag
10
1
Verspreide huizen (Wildervank)
3
Laag
11
2
Tabel 5: Percentage corporatiebezit per buurt in Veendam (peiljaar 2019)
Buurtnaam
Woningen in corporatiebezit (%)
Categorie
Positie in gemeente
Veendam-industriegebied
50
Hoog
1
6
Bareveld
44
Hoog
2
5
Veendam-Zuid
44
Hoog
2
13
Veendam-Oude Ae
43
Hoog
4
12
Veendam-Sorghvliet
29
Midden
5
3
Zuidwending
0
(…) Laag
13
16
Borgercompagnie (gedeeltelijk)
0
Laag
13
11
Verspreide huizen (Wildervank)
0
Laag
13
2
Wildervanksterdallen
0
Laag
13
14
Verspreide huizen (Veendam)
0
Laag
13
10
Positie nationale kosten voorkeursalternatief
5.6 Leeftijd Uit onderzoek is gebleken dat leeftijd negatief gecorreleerd is met de welwillendheid van mensen om van het aardgas af te gaan. Oudere mensen staan vaker negatief tegenover de warmtetransitie15. Eén van de redenen hiervoor is dat oudere mensen niet zeker zijn of ze investeringen nog terug gaan verdienen in hun leven. Er zijn uiteraard ook ouderen die erg positief staan tegenover duurzaamheid en de warmtetransitie. Om met meer zekerheid te zeggen wat de specifieke situatie is in een buurt omtrent de houding t.o.v. de warmtetransitie valt het de gemeente aan te raden extra kwalitatieve data te verzamelen. Tabel 7: Aandeel bevolking boven de 65 jaar per buurt in Veendam (peiljaar 2020)
Buurtnaam
Inwoners Categorie ouder dan 65 jaar (%)
Positie in gemeente
Positie nationale kosten voorkeursalternatief
Veendam-Zuid
40,93
Hoog
1
13
5.5 Energiequote
Veendam-Centrum
32,96
Hoog
2
17
Deze indicator, berekend door het CBS, geeft het percentage huishoudens in een buurt aan dat een groot deel van hun inkomen (≥ 8%) uitgeeft aan de energierekening. Hier bestaat het inkomen uit het besteedbare huishoudinkomen plus een deel van de financiële bezittingen van een huishouden. Bij mensen met een hoge energiequote heeft een stijging van de energierekening een grote impact. De gemeente kan ervoor kiezen om te beginnen in buurten met veel energiearmoede om die bewoners uit de negatieve energiespiraal te halen. Voor zes buurten is er geen data beschikbaar. Deze zijn niet meegenomen in onderstaande tabel.
Veendam en omgeving station
26,58
Hoog
3
15
Verspreide huizen (Wildervank)
24,85
Hoog
4
2
Veendam-Sorghvliet
24,52
Midden
5
3
Boven-Wildervank
14,96
(…) Midden
13
9
Wildervanksterdallen
14,29
Laag
14
14
Verspreide huizen (Veendam)
13,16
Laag
15
10
Buitenwoel
13,04
Laag
16
1
Bareveld
12,50
Laag
17
5
Tabel 6: Energiequote van huishoudens per buurt in Veendam (peiljaar 2018)
Buurtnaam
Boven-Wildervank
Huishoudens met een hoge energiequote (%) 22
Categorie
Hoog
Positie in gemeente 1
Positie nationale kosten voorkeursalternatief
9 15
51
Programma Aardgasvrije Wijken – Stappenplan Wijkprofielen p. 15 (2020)
52
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 61
5.7
Conclusie en vervolg
Zonnepanelen op dak
Deze indicator geeft per buurt het percentage woningen weer met geregistreerde zonnepanelen. Dit kan een indicatie geven van de mate waarin inwoners tot nog toe hebben geïnvesteerd in de energietransitie. Tabel 8: Aandeel woningen met zonnepanelen per buurt in Veendam (peiljaar 2018)
Buurtnaam
Categorie
Veendam-industriegebied
Percentage woningen met geregistreerde zonnepanelen 22,00
Verspreide huizen (Veendam)
Dit hoofdstuk biedt een overzichtsbeeld van de maatschappelijke kosteneffectiviteit van verschillende alternatieven voor aardgas in de buurten van de gemeente Veendam, en van de score van iedere buurt op de indicatoren uit de buurtverdieping (6.1). Daarnaast geeft het inzicht in de vervolgstappen die gezet kunnen worden op basis van deze rapportage (6.2).
6.1 Conclusie rapportage
Positie in gemeente
Positie nationale kosten voorkeursalternatief
Hoog
1
6
21,70
Hoog
2
10
Verspreide huizen (Wildervank)
19,20
Hoog
3
2
Borgercompagnie (gedeeltelijk)
19,00
Hoog
4
11
Buitenwoel
15,20
Midden
5
1
Bareveld
6,30
Midden
13
5
Veendam en omgeving station
4,80
Laag
14
15
Veendam-Oude Ae
4,80
Laag
14
12
Veendam-Centrum
3,30
Laag
15
17
In alle strategieën waar in dit rapport mee gerekend is, is isolatie een belangrijke eerste randvoorwaarde. Voor oudere woningen komt vaak een labelsprong naar minimaal label D naar voren, voor nieuwere woningen gaat het om minimaal label B. Ook een sprong naar label D kan forse maatregelen vragen, en forse energiebesparing opleveren.
Veendam-Zuid
3,30
Laag
15
13
•
In deze sectie komen de resultaten van de technische analyse en de buurtverdieping bij elkaar. Onderstaande tabel geeft de buurten van Veendam weer per techniek, gerankt op nationale kosten per woningequivalent. Voor iedere buurt is daarbij ook inzicht gegeven in de indicatoren van de buurtverdieping. Bij elke buurt zijn verschillende sociale omstandigheden aan de orde, waarvan het meewegen in de prioritering afhankelijk is van de voorkeuren van de gemeente. Voor elke techniek (warmtenetten, all-electric of groengas) worden op hoofdlijnen buurtkarakteristieken besproken. Zoals aangegeven in de inleiding wordt in dit rapport geen keuze gemaakt over welke buurten voor 2030 van het aardgas af gaan of welke technieken daarbij gekozen worden. Dit rapport biedt een technische onderbouwing voor de Transitievisie Warmte en fungeert als achtergronddocument. De gemeente is verantwoordelijk voor dit type keuzes en maakt deze basis van verschillende invalshoeken.
(…)
6.1.1
Isolatie
In hoofdstuk 3 bleek al dat de gebouwvoorraad in de gemeente gemiddeld meer gasverbruik kent dan gemiddeld in Nederland en de provincie Groningen. Ook is duidelijk geworden dat niet elke hernieuwbare warmteoptie onbeperkt beschikbaar is. Het besparen op de totale energievraag vermindert de inzet van schaarse hernieuwbare energiedragers die bij deze opties horen. Naast het kiezen van een voorkeursalternatief is het inzetten op isolatie daarom altijd de eerste stap in de warmtetransitie.
6.1.2 Warmtenetten De inzet van warmtenetten is richting 2030 een belangrijk onderdeel van de warmtetransitie. Het gaat om een collectieve aanpak waarbij hernieuwbare warmtebronnen in de lokale omgeving benut kunnen worden voor het verwarmen van huizen. In Veendam is met name in het centrum sprake van een redelijke warmtedichtheid en van aanbod van diverse hernieuwbare warmtebronnen, zoals industriële restwarmte en aquathermie. •
53
De buurt Veendam en Omgeving Station, waar het meest kosteneffectieve warmtealternatief voor aardgas een warmtenet is, is gekenmerkt door een relatief hoge warmtedichtheid en de nabijheid van een potentiële warmtebron in Kisuma Chemicals. De buurt ligt in het centrum van de stad Veendam, waar veel mensen op een relatief kleine oppervlakte wonen. In de buurt staan nog vooroorlogse woningen, waardoor het isoleren tot label D in plaats van label B rendabeler wordt geschat. Duidelijk is wel dat tegen geringe extra kosten ook naar minimaal label B geïsoleerd kan worden. De buurt kent een relatief lage homogeniteit van de gebouwvoorraad en weinig zonnepanelen. Verder scoort de buurt gemiddeld op buurtindicatoren.
54
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 62
Tabel 10: Resultaten per buurt met een voorkeursalternatief gebaseerd op all-electric
De buurten Veendam-Centrum en Veendam-Zuid hebben luchtwarmtepompen met isolatie naar minimaal label B als voorkeursoptie, maar kunnen tegen relatief geringe meerkosten ook aangesloten worden op een warmtenet, respectievelijk met als bron aquathermie en MTrestwarmte.
Resultaten technische analyse Buurt Voorkeursopti e
Tabel 9: Resultaten per buurt met een warmtenet als voorkeursalternatief Resultaten technische analyse Buurt Voorkeursoptie
Veendam en MT-warmtenet omgeving (Restwarmte) station (Label D+)
6.1.3
Nationale meerkosten per WEQ (€/jaar) 1171
Resultaten buurtverdieping HomoAardgasCorporatie geniteit verbruik -bezit
Laag
Midden
Midden
Bijstand
Midden
Energiequote
Midden
Leeftijd
Hoog
•
Luchtwarmtepomp (label B+)
VeendamOude Ae
Luchtwarmtepomp (label B+)
Bijstand
Energiequote
Leeftijd
Zonnepanelen
872
Midden
Laag
Hoog
Hoog
N.B.
Midden
Hoog
1161
Midden
Midden
Hoog
Hoog
Hoog
Midden
Laag
1150
Laag
Hoog
Midden
Hoog
Hoog
Laag
1261
Midden
Midden
Midden
Midden
Hoog
Laag
Laag Veendam-Zuid Luchtwarmtepomp (label B+)
Luchtwarmtepompen
Elektrische warmtepompen zijn een goed alternatief voor aardgas in buurten met relatief nieuwe woningen. De overgang op warmtepompen kent een individuele aanpak, waardoor huiseigenaren en verhuurders relatief veel vrijheid hebben in het kiezen van het moment van investeren. Het plaatsen van warmtepompen zorgt voor een toegenomen verbruik van elektriciteit in een buurt. Dit zal effecten hebben op de elektriciteitsnetten in die buurt. Bij uitvoering van deze strategie kan de netbeheerder gedetailleerdere doorrekeningen maken van de impact op het stroomnet en de mogelijke aanpassingen die nodig zijn. •
Zonnepanele n
Veendamindustriegebied
Resultaten buurtverdieping HomoAardgasCorporatie geniteit verbruik -bezit
Nationale meerkosten per WEQ (€/jaar)
Vier buurten uit Veendam hebben een luchtwarmtepomp toegewezen gekregen als voorkeursoptie. In deze buurten komen naast vooroorlogse woningen ook redelijk wat woningen uit nieuwere bouwperiodes voor. Daarnaast staan in deze buurten vrij veel utiliteitsgebouwen die zoals in hoofdstuk 3 beschreven veelal betere energielabels hebben dan de woningen. Hierdoor zijn deze buurten over het algemeen beter te isoleren dan de buitengebieden waardoor een allelectric optie mogelijk is. o De buurten hebben een midden tot lage homogeniteit en aardgasverbruik en een midden tot hoog percentage corporatiebezit, bewoners met bijstand, energiequote en aandeel 65-plussers. In de buurten zijn weinig zonnepanelen, met uitzondering van het industriegebied. De buurt Veendam en omgeving station die op een warmtenet als voorkeursoptie komt, kan ook tegen geringe extra nationale kosten op een luchtwarmtepomp over. Voor een aantal hybride buurten ten (zuid)westen van Veendam geldt dat de nationale kosten van luchtwarmtepompen hoger liggen dan die van de hybride route, maar in absolute zin zijn ze vergelijkbaar met de nationale kosten van luchtwarmtepompen in de buurten die in de tabel hieronder genoemd zijn.
VeendamCentrum
Luchtwarmtepomp (label B+)
Laag Laag
Tabel 11: Hybride buurten waar een luchtwarmtepomp vergelijkbare kosten met zich meebrengt Resultaten technische analyse Buurt Tweede optie
Nationale meerkosten per WEQ (€/jaar)
Resultaten buurtverdieping HomoAardgasCorporatie geniteit verbruik -bezit
Bijstand
Energiequote
Leeftijd
Zonnepanelen
Laag
Laag
Laag
Laag
Midden
Laag
Laag
Laag
Hoog
Hoog
Buitenwoel
Luchtwarmtepomp (label B+)
930
Midden
Midden
Verspreide huizen (Wildervank)
Luchtwarmtepomp (label B+)
1090
Hoog
VeendamSorghvliet
Luchtwarmtepomp (label B+)
1222
Midden
Midden
Midden
Midden
Laag
Midden
Midden
Wildervank
Luchtwarmtepomp (label B+)
1226
Laag
Midden
Midden
Midden
Midden
Midden
Midden
Midden
6.1.4 Hybride warmtepompen met groengas Groengas is beperkt beschikbaar tot 2030. In dit rapport is gebleken dat ondanks dat veel buurten in de gemeente Veendam groengas met een hybride warmtepomp als voorkeursalternatief krijgen uit het VESTA-MAIS-model. De inzet van groengas in al deze buurten voor 2030 niet realistisch is, gezien de beschikbare hoeveelheid groengas voor de gebouwde omgeving. •
55
Wel kan al worden ingezet op het isoleren van woningen en het installeren van hybride warmtepompen, anticiperend op de verhoging van het aandeel hernieuwbaar gas in het landelijke 56
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 63
•
•
•
net. Veel van de buurten in de tabel hieronder hebben labels tussen G en E, waardoor isolatie op zichzelf al een grote energie- en CO2-besparing met zich mee zal brengen. Het plaatsen van een hybride warmtepomp in deze buurten is ook in de komende periode al goed mogelijk, zodat het aardgasverbruik al tot een minimum kan worden gereduceerd voordat er overgeschakeld wordt op groengas of een ander hernieuwbaar gas. Voordeel van deze strategie is dat het een individuele aanpak betreft, waardoor huiseigenaren en verhuurders meer vrijheid hebben in het kiezen van het moment om over te gaan op verduurzamende maatregelen. Met het oog op het verdelingsvraagstuk van groengas zien we dat met name de buurten ten oosten van Veendam en in Bargercompagnie forse nationale kosten kennen voor alternatieve routes, zoals extra isolatie of het plaatsen van luchtwarmtepompen. Ten (zuid)westen van Veendam zijn de nationale kosten voor luchtwarmtepompen vergelijkbaar met andere buurten. Dit beeldt wordt ondersteund door de uitgevoerde validatie-analyses. Wanneer we kijken naar de buurtindicatoren van de buurten zijn eventuele patronen niet overduidelijk. Over het algemeen zit er weinig corporatiebezit in de buurten en wonen er weinig mensen met een bijstandsuitkering. Daarnaast komen er redelijk wat huizen voor met zonnepanelen op het dak en is het aardgasverbruik relatief hoog.
Verspreide huizen (Veendam)
Hybride warmtepomp (Label D+)
Borgercomp agnie Hybride (gedeeltelijk) warmtepomp (Label D+) Wildervankst HR-ketel er-dallen (Label D+) Zuidwending Hybride warmtepomp (Label D+)
Midden 1062 Hoog
1185
Laag
N.B.
Laag
Hoog
Laag
Laag
Midden
Midden
Hoog
Laag
Laag
N.B.
Laag
Midden
Laag
Laag
N.B.
Midden
Midden
Hoog
1078
1154
Laag
Hoog Hoog
Hoog
Hoog
Hoog
Tabel 12: Resultaten per buurt met een voorkeursalternatief gebaseerd op groengas Resultaten technische analyse
Resultaten buurtverdieping
Buurt
Voorkeursoptie
Nationale meerkosten per WEQ (€/jaar)
Homogeniteit
Aardgasverbruik
Corporatie -bezit
Bijstand
Energiequote
Leeftijd
Zonnepanele n
Buitenwoel
Hybride warmtepomp (Label D+)
583
Midden
Midden
Laag
Laag
Laag
Laag
Midden
Laag
Laag
Laag
Hoog
Hoog
Midden
Midden
Laag
Midden
Midden
Midden
Midden
Midden
Midden
Midden
Hoog
Midden
N.B.
Laag
Midden
Midden
Hoog
N.B.
Midden
Midden
Laag
Laag
Midden
Midden
Midden
Laag
Laag
Hoog
Midden
Midden
Verspreide huizen (Wildervank)
Hoog Hybride warmtepomp (Label D+)
660
VeendamSorghvliet
Hybride warmtepomp (Label D+)
677
Wildervank
Hybride warmtepomp (Label D+)
764
Bareveld
Hybride warmtepomp (Label D+)
808
Hybride warmtepomp (Label D+)
953
VeendamMiddenweg en omgeving
Ommelander wijk Hybride warmtepomp (Label D+) BovenWildervank
Hybride warmtepomp (Label D+)
Midden Midden
Laag
Midden
Midden
Midden Midden Laag Midden Midden 982 1019
Midden Midden
Midden
57
58
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 64
•
6.2 Vervolgstappen voor gemeente Deze rapportage biedt de gemeente Veendam aanknopingspunten voor de Transitievisie Warmte. Voor het schrijven van een Transitievisie Warmte heeft het WTCG ook een handreiking opgesteld. Dit rapport heeft raakvlakken met diverse onderdelen van de handreiking. De in dit rapport gepresenteerde kaarten en tabellen kunnen in de Transitievisie Warmte worden gebruikt om de opgave van de gemeente te beschrijven. Ook kan met deze kwantitatieve gegevens technisch worden onderbouwd welke buurten kansrijk zijn om voor 2030 van het aardgas af te halen en welke alternatieven op technisch-economisch vlak het meest veelbelovend zijn.
•
•
Actieve inwonerscollectieven, energiecoöperaties of verenigingen in een buurt, op het gebied van energie of andere thema’s; De algemene betrokkenheid van inwoners bij hun buurt en bij de energietransitie in het algemeen. Zo kunnen buurten verschillen in hun bevolking: de ene buurt wil aan de voorkant meedenken en samen de handschoen oppakken; de andere zal eerst meegenomen moeten worden in de mogelijkheden om te investeren; De in dit rapport gepresenteerde opties kunnen lokaal mogelijk op politieke of maatschappelijke weerstand stuiten. Hoe hiermee om te gaan, is uiteraard een keuze aan de gemeente zelf.
Om te komen tot een goede onderbouwing en uitvoering van de gemaakte keuzes over de prioritering is het belangrijk dat de gemeente de in dit rapport gepresenteerde kwantitatieve data aanvult waar nodig en daarnaast kwalitatieve gegevens verzamelt. Gemeenten hebben hier zelf goed zicht op vanuit hun lokale beleidsproces en contacten met stakeholders. In dit hoofdstuk is een aantal mogelijke vervolgstappen uitgelicht die de gemeente kan ondernemen om tot verdere inkleuring van de Transitievisie Warmte en de daaropvolgende wijkuitvoeringsplannen te komen. Lokale uitvoerbaarheid In deze studie is een verrijking gedaan van de Startanalyse, op basis van regionale en lokale gegevens. Dat levert een robuuste technische analyse op voor de Transitievisie Warmte. Op buurtniveau is een goede inschatting van nationale kosten voor verschillende alternatieven voor aardgas gepresenteerd.
Voor de lokale uitvoering van de Transitievisie en het vormen van wijkuitvoeringsplannen en concrete projecten zijn diverse vervolgstappen nodig, waaronder: • Het bepalen van de wenselijkheid van warmteafname bij warmtebronhouders en het leggen van contacten met warmtebronhouders voor eventuele warmteafname; • De specifieke uitwerking van businesscases en financieringsarrangementen voor bijvoorbeeld warmtenetten; • Doorrekening van impact van concrete ontwikkelingen op energie-infrastructuur in buurten waar bijvoorbeeld op elektrische warmtepompen wordt overgeschakeld.
Lokale koppelkansen en beleid Gemeentelijk beleid kan de warmtetransitie in buurten vergemakkelijken of bemoeilijken. Deze analyse geeft een inschatting van de haalbaarheid van diverse warmteopties, maar nog niet van de mate waarin dit in gemeentelijk beleid past of aansluit op geplande werkzaamheden, zoals; • Gevolgen van grondbeleid in het kader van bijvoorbeeld bodemverontreiniging, archeologische waarden of bestaande infrastructuur in de ondergrond die impact kunnen hebben op de kosten van werkzaamheden in de ondergrond; • Gevolgen van buurt-specifieke omstandigheden voor de haalbaarheid van businesscases, zoals het te kiezen warmtenettracé; • Koppelkansen met geplande fysieke en sociale werkzaamheden in een buurt door de gemeente en andere partijen, zoals vervanging van riolering of investeringen in de leefbaarheid van een buurt. Lokale betrokkenheid Dit rapport biedt een kwantitatieve onderbouwing van te maken keuzes in de warmtetransitie. Naast een technische opgave is de warmtetransitie ook een sociale opgave. Gemeenten kunnen deze sociale opgave goed in kaart brengen en deze gebruiken als verrijking van de in dit rapport gepresenteerde informatie, denk aan: 59
60
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 65
VNG & Kadaster (2021). Wijkpaspoort gemeente Veendam. https://wijkpaspoort.vng.nl/?admin=GM0047
Bronnenlijst CBS (2019). Kerncijfers wijken en buurten 2019. https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/31/kerncijfers-wijken-en-buurten-2019.
VESTA-MAIS/PBL (2021). Brondata VESTA-MAIS. Te downloaden via https://github.com/RuudvandenWijngaart/VESTADV
CBS (2021a). Energie-indicatoren naar regio, 2018. https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2021/02/energie-indicatoren-naar-regio-2018 CBS (2021b). Voorraad woningen; gemiddeld oppervlak; woningtype, bouwjaarklasse, regio. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82550NED/table?dl=3FEF6 Enexis (2021). Gebieden met schaarste voor teruglevering op het energienet. https://www.enexis.nl/zakelijk/duurzaam/beperkte-capaciteit/gebieden-met-schaarste Expertisecentrum Warmte (2021). Handreiking voor lokale analyse. https://www.expertisecentrumwarmte.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1986159 Expertisecentrum Warmte (z.j.). Strategiefactsheets. https://www.expertisecentrumwarmte.nl/themas/de+leidraad/strategiefactsheets/default.aspx Gasunie (2019). Waterstof: scenario’s voor vraag en aanbod. https://www.gasunie.nl/expertise/waterstof/scenarios-voor-vraag-en-aanbodwaterstof/$4229/$4230 Klimaatmonitor Rijkswaterstaat (z.j.). https://klimaatmonitor.databank.nl/ PAW (2020). Stappenplan wijkprofielen. https://www.aardgasvrijewijken.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1552921 PBL (2020). Toelichting Leidraad Warmte. https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/ RES Groningen (2021). Bijlagenboek. https://resgroningen.nl/over+de+res/achtergrondinformatie/default.aspx RVO (2018). Warmteatlas. https://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2 Stedin (2020).
Working paper: waterstof in de gebouwde omgeving. https://www.stedin.net/-/media/project/online/files/duurzaamheid-en-innovatie/waterstofworkingpaper.pdf STOWA (2021). Potentiekaart aquathermie. https://warmingup.geoapps.nl/#8f8334e5-9aaa-4d2e-ad9b-ffefb02888e1 ThermoGIS (2019). Geothermie in kaart. https://www.thermogis.nl/mapviewer
61
62
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 66
8.2 Vergelijking VESTA-MAIS, ETM en CEGOIA
Bijlagen 8.1 Overzicht strategieën Startanalyse Hieronder zijn de substrategieën met bijbehorende codes opgenomen. Voor een verdere verdieping zijn diverse rapporten van het Planbureau voor de Leefomgeving te raadplegen, zoals deze. Code S1a S1b S2a S2b S2c S2d S2e S2f S3a S3b S3c S3d S3e S3f S3g S3h S4a S4b S4c S4d
Tabel 13 in deze bijlage toont per buurt het voorkeurssysteem zoals bepaald in de modeldoorrekening voor de Regionale Energiestrategie, in het scenario met beperkt beschikbaar groengas. Voor die doorrekening zijn de resultaten van het CEGOIA-model vergeleken met die van het Energietransitiemodel (ETM). De uitkomsten zijn weergegeven in E (elektrische warmtepomp), H (hybride warmtepomp met groengas) en W (warmtenet). Dit rapport voegt daar de resultaten van de verrijkte Startanalyse uit VESTA-MAIS aan toe. Dit zegt iets over de relatieve zekerheid van de modeluitkomsten per buurt.
Sub-strategie Individuele elektrische luchtwarmtepomp, schillabel B Individuele elektrische bodemwarmtepomp, schillabel B Warmtenet met restwarmte, schillabel B Warmtenet met geothermie volgens kansenkaart, schillabel B Warmtenet met geothermie overal beschikbaar, schillabel D Warmtenet met restwarmte, schillabel D Warmtenet met geothermie volgens kansenkaart, schillabel D Warmtenet met geothermie overal beschikbaar, schillabel D LT-warmtebron, levering op 30°C, schillabel B LT-warmtebron, levering op 70°C, schillabel B WKO, levering op 70°C, hele buurt, schillabel B WKO, levering op 50°C, schillabel B Thermische Energie uit Oppervlaktewater (+WKO), levering op 70°C, schillabel B LT-warmtebron, levering op 70°C, schillabel D WKO, levering op 70°C, hele buurt, schillabel D TEO (+ WKO), levering op 70°C, schillabel D Groengas met hybride warmtepomp, schillabel B Groengas met HR-ketel, schillabel B Groengas met hybride warmtepomp, schillabel D Groengas met HR-ketel, schillabel D
Tabel 13: Voorkeurssystemen voor buurten in Veendam berekend met verschillende modellen
63
Buurtnaam
Buurtcode
Voorkeurs Voorkeurs Voorkeurs- Aan Voorkeurs-systeem -systeem systeem tal systeem CEGOIA ETM VESTAMAIS
Veendam-Centrum
BU00470000 E
E
E
3
E
Borgercompagnie (gedeeltelijk)
BU00470100 H
H
H
3
H
Ommelanderwijk
BU00470101 H
H
H
3
H
Boven-Wildervank
BU00470201 H
H
H
3
H
Veendam-Oude Ae
BU00470001 E
W
E
2
E
Veendam-Middenweg en omgeving
BU00470002 E
H
H
2
H
Veendam-Sorghvliet
BU00470005 E
E
H
2
E
Zuidwending
BU00470102 E
H
H
2
H
Verspreide huizen
BU00470109 E
H
H
2
H
Wildervank
BU00470200 E
H
H
2
H
Bareveld
BU00470202 E
H
H
2
H
Wildervanksterdallen
BU00470203 E
H
H
2
H
Veendam en omgeving station BU00470003 E
E
W
2
E
Buitenwoel
BU00470007 E
E
H
2
E
Verspreide huizen
BU00470209 E
E
H
2
E
Veendam-Zuid
BU00470004 H
E
E
2
E
Veendam-industriegebied
BU00470006 onbekend W
E
1
W,E
64
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 67
Colofon Project WTCG-actielijn 1: Verrijken lokale data en analyse, deelrapportage gemeente Veendam
Datum oplevering 1 oktober 2021
Opdrachtgever Gemeente Veendam
Opdrachtnemer Warmte Transitie Centrum Groningen (WTCG) Martinikerkhof 12 | 9712 JG Groningen
Meer informatie over het WTCG? info@wtcgroningen.nl | www.wtcgroningen.nl
65
Bijlage 1 Technische en financiële analyse WTCG — 68
BIJLAGE 2 INBRENG INWONERS VIA ENQUÊTE In wat voor woning woont u? Koopwoning
39
Huurwoning (via corporatie)
1
Huurwoning (vrije markt)
1
Huurwoning (overig)
1
Wanneer is uw woning gebouwd? Nieuwbouw (0-2 jaar oud) Tussen 1991 en 2019
Uitkomsten enquête Warmtevisie gemeente Veendam oktober 2021 Er zijn 42 vragenlijsten ingevuld.
11
Tussen 1981 en 1990
3
Tussen 1971 en 1980
14
Tussen 1946 en 1970
3
Tussen 1920 en 1945
2
Voor 1920
9
Weet ik niet
Welk energielabel heeft uw woning? A – zeer laag energieverbruik
Wat is uw leeftijd? Niet ingevuld
8
< 25
9
B – laag energieverbruik
7
C – redelijk laag energieverbruik
8
D – gemiddeld energieverbruik
4
E – redelijk hoog energieverbruik
2
25-44
16
F – hoog energieverbruik
45-64
11
G – zeer hoog energieverbruik
3
>65
7
Weet ik niet
9
Welk onderdeel van uw woning is geïsoleerd?
Wat is de samenstelling van uw huishouden? 2
Dak
28
Meerpersoonshuishouden met kinderen
18
Ramen
9
Meerpersoonshuishouden zonder kinderen
22
Vloer
2
Eenpersoonshuishouden
Muren Mijn woning is (nog) niet geïsoleerd
3
Bijlage 2 Inbreng inwoners via enquête — 69
Welk onderdeel van uw woning zou volgens u beter geïsoleerd kunnen worden? Dak
16
Op welke manier zou u graag informatie ontvangen over het isoleren van uw woning?
Ramen
8
Ik ga zelf actief op zoek naar informatie
15
Vloer
5
Ik ontvang graag informatie per e-mail
5
Muren
2
Via een online platform waar ik met mijn vragen terecht kan
1
Weet ik niet
7
Via een informatiecentrum dat ik kan bezoeken
2
Ik wil dat iemand bij mij thuis komt om mijn situatie te bekijken
9
Weet ik niet
8
Wat zijn voor u de belangrijkste redenen om uw woning wel te isoleren? Het leidt tot een lagere energierekening
35
Het is goed voor het milieu
1
Het huis wordt minder vochtig
Dit heb ik in de afgelopen 5 jaar gedaan (of ben ik nog mee bezig)
Het vermindert geluidsoverlast
Isoleren
20
Mijn woning wordt meer waard