CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

07-02 Ontwerp Regionaal beleidsplan incl. visie CB en RRP GR VRG

Commissie Fysiek 6 mei 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Ontwerp Regionaal Beleidsplan 2024-2028 incl. Visie Crisisbeheersing en Ontwerp Regionaal Risicoprofiel 2024-2028 GR Veiligheidsregio Groningen (VRG)21.740 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Breed veiligheidsperspectief, compacte organisatie Ontwerp regionaal beleidsplan crisisbeheersing 2024 – 2028

Inhoudsopgave Inhoud Inleiding en leeswijzer

4

1

Korte terugblik op 2020 - 2024

6

2

Regionale basis voor beleid

9

2.1

Regionaal risicoprofiel

9

2.1.1 Trends en ontwikkelingen

10

2.1.2 Klimaatverandering

10

2.1.3 Energietransitie

11

2.1.4 Ontwikkelingen in de ondergrond

12

2.1.5 Zeer Zorgwekkende Stoffen

14

2.1.6 Digitalisering en cyber

14

2.1.7 Toenemende maatschappelijke onrust

15

2.1.8 Demografische ontwikkelingen

16

2.1.9 Zelf- en samenredzaamheid en burgerparticipatie

16

2.1.10

17

Omgevingswet

2.2

Groningse bedreigingen met hun impact: een kwalificatie

3

De Groningse situatie – de omgevingsanalyse

20

3.1.1 Data en technologie; ontwikkeling, risico’s en impact

20

3.1.2 Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen; ontwikkeling, risico’s en impact

21

3.1.3 Politiek en geopolitiek; ontwikkeling, risico’s en impact

22

3.1.4 Duurzaamheid en klimaat; ontwikkeling, risico’s en impact

22

Landelijke basis voor beleid

24

4

Deel 1 - Visie op Crisisbeheersing 2030 Breed veiligheidsperspectief, compacte organisatie

18

26 26

1

Aanleiding visie op Crisisbeheersing

27

1.1

Proces

30

2

Perspectief op crisisbeheersing

31

2.1

Ideaalbeeld crisisbeheersing

31

2

2.2

Visie op crisisbeheersing bij de VRG

31

3

De ambities voor crisisbeheersing

34

3.1.1 Versterken van de crisisorganisatie

35

3.1.2 Inrichting risicogericht werken

37

3.1.3 Duurzame netwerksamenwerking met crisispartners, maatschappelijk middenveld en bedrijven

38

3.1.4 Vergroten zelf- en samenredzaamheid

38

3.1.5 Altijd vakbekwaam

38

3.1.6 Realisatie van Informatiegestuurde Veiligheid

39

3.1.7 Versterken van risico- en crisiscommunicatie

41

3.1.8 Versterken van evenementenveiligheid

42

Deel 2 - Regionaal Beleidsplan 2024 - 2028

43

1

Voorkomen, beperken en bestrijden

44

1.1

Beleidsambities

44

1.1.1 Ambitie 1: Versterken van de crisisorganisatie

44

1.1.2 Ambitie 2: Inrichting risicogericht werken

45

1.1.3 Ambitie 3: Duurzame netwerksamenwerking met crisispartners, maatschappelijk middenveld en bedrijven

45

1.1.4 Ambitie 4: Vergroten zelf- en samenredzaamheid

46

1.1.5 Ambitie 5: Altijd vakbekwaam

46

1.1.6 Ambitie 6: Realisatie informatiegestuurde veiligheid

47

1.1.7 Ambitie 7: Versterken risico- en crisiscommunicatie

47

1.1.8 Ambitie 8: Versterken evenementenveiligheid

47

Wettelijke verplichtingen

49

1.2.1 Artikel 10 lid b Wvr: adviesfunctie Veiligheidsregio

49

1.2.2 Participatie en integraliteit

52

1.2.3 Niet-wettelijke adviestaken artikel 14 Wvr

52

1.2.4 Wettelijke taken

53

1.2

1.3

Randvoorwaarden

54

Bijlage 1: Verklarende woordenlijst

58

Bijlage 2: Dreigingsthema’s

59

Bijlage 3: Regionaal Risicoprofiel Groningen

75

Bijlage 4: Matrix art. 14 Wvr

77

3

Inleiding en leeswijzer Voor u ligt het Ontwerp Regionaal Beleidsplan crisisbeheersing 2024 – 2028 (hierna: Regionaal Beleidsplan 2024 – 2028). Veiligheidsregio’s hebben de wettelijke taak deze eens per vier jaar op te stellen, gebaseerd op een regionaal risicoprofiel. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur de opdracht verstrekt om een toekomstbestendige visie op crisisbeheersing te ontwikkelen. Voor de samenhang tussen de verschillende documenten is ervoor gekozen deze voor besluitvorming aan te bieden in één document. Tevens is voor een helder vertrekpunt een terugblik op de voorgaande beleidsperiode opgenomen. We bouwen met dit beleidsplan voort op de ambities uit de voorgaande jaren. Het Regionaal Beleidsplan crisisbeheersing 2024-2028 bestaat daarom uit de volgende onderdelen: 1. Terugblik op beleidsperiode 2020-2024 2. Regionaal Risicoprofiel: basisdocument waarin de risico’s zijn beschreven die we nu en de komende vier jaar op ons af zien komen; 3. De Groningse situatie; Omgevingsanalyse: beschrijving van de Groninger omgeving en samenleving; 4. Visie op crisisbeheersing 2030: strategische beschrijving van de ambities voor crisisbeheersing; 5. Regionaal Beleidsplan crisisbeheersing 2024-2028: tactische uitwerking van onze ambities zoals in de visie geformuleerd en beschrijving van de wettelijke en nietwettelijke taken op basis van de Wet veiligheidsregio’s.

Naast het Regionaal Beleidsplan crisisbeheersing 2024 – 2028 heeft de VRG in 2023 de Visie Brandweerzorg 2030 en het Organisatieplan Brandweerzorg Groningen 2023 – 2026 laten vaststellen. Deze documenten omvatten de visie en het beleidsplan voor de sector brandweerzorg. In onderstaande tabel vindt u een bredere uiteenzetting van de documenten waarin wij onze wettelijke taken borgen conform de Wet veiligheidsregio’s. Daarnaast is in bijlage 4 een matrix opgenomen waarin de borging schematisch is opgenomen. Artikel 14 Wvr- Borging wettelijke eisen Wettelijke bepaling

Beschreven in

Beoogde operationele prestaties bij rampenbestrijding en crisisbeheersing

Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023 – 2026

Dekkingsplanbrandweerzorg.pdf (veiligheidsregiogroningen.nl)

Onderdeel van het Regionaal Beleidsplan 2024 - 2028 Regionaal Crisisplan

Wordt afgerond in 2024

Art. 14, lid 2a, Wvr

4

Uitwerking van landelijke doelstellingen Art. 14, lid 2b, Wvr Een informatieparagraaf met beschrijving informatievoorziening tussen diensten en organisaties

Art. 14, lid 2c, Wvr Een oefenbeleidsplan

Art. 14, lid 2d, Wvr Beschrijving van de nietwettelijke adviesfunctie

Uitvoeringsregeling regionaal crisisplan (en onderliggende deelplannen) Strategische agenda Veiligheidsberaad

Beleidsplan informatievoorziening (IM/ICT) en deelplan informatiemanagement (onderdeel van het organisatieplan crisisbeheersing) Meerjarig oefenbeleidsplan MOTO Oefenbeleidsplan vakbekwaamheid Onderdeel van het Regionaal beleidsplan 2024 - 2028

Art. 14, lid 2e, Wvr De voor de brandweer Regionaal Dekkingsplan geldende opkomsttijden en Brandweerzorg Groningen beschrijving van de 2023 - 2026 aanwezigheid van brandweerposten en beschrijving van voorzieningen en maatregelen

11-GeactualiseerdeStrategische-AgendaVeiligheidsberaad.pdf Wordt integraal en multidisciplinair opgesteld in 2025/2026

Wordt opgesteld in 2024 Wordt afgerond in 2024

Dekkingsplanbrandweerzorg.pdf (veiligheidsregiogroningen.nl)

Art. 14, lid 2f, Wvr

5

1

Korte terugblik op 2020 - 2024

In ons Veiligheidsplan 2020 – 2024 hebben we diverse beleidskeuzes vastgesteld. In de afgelopen jaren hebben we hier uitvoering aan gegeven. In deze korte terugblik gaan wij in op welke lessen we als (crisis)organisatie hebben geleerd en wat daarvan wordt meegenomen in deze nieuwe beleidsperiode. Incidenten, rampen en crisis In 2020 werkten we in een nieuwe realiteit door de coronapandemie. De crisisorganisatie heeft alle zeilen bijgezet om deze crisis in goede banen te leiden. Duidelijk werd dat het beheersen van een langdurige crisis waar diverse beleidsterreinen elkaar raakten (zorg, veiligheid, welzijn) niet met de reguliere crisisorganisatie opgepakt kon worden. De zogenaamde GRIP structuur staat als een huis voor flitsrampen. Daardoor moest bij de pandemie de staande organisatie van de veiligheidsregio (hierna: VRG) zelf aan de slag. Dat heeft veel van de sector crisisbeheersing gevraagd. Het reguliere werk veranderde niet alleen door regels als thuiswerken en afstand houden, maar ook doordat de sector zelf de crisisorganisatie werd en het reguliere werk (zoals opleiden, oefenen en beleidsontwikkeling) maar deels kon uitvoeren. Eenmaal afgeschaald en aan de slag met regulier werk, ontstond de langdurige en politiek complexe asielcrisis en de komst van Oekraïense ontheemden.

Naast het opbouwen van een tijdelijke projectorganisatie voor de coördinatie rondom de Oekraïense ontheemden, heeft VRG gefaciliteerd in het sluiten van een bestuursovereenkomst tussen de Groninger gemeenten en het ministerie van Justitie en Veiligheid waarin opvang van diverse doelgroepen voor de komende jaren is afgesproken. Diverse ambities en werkzaamheden die in het Veiligheidsplan 2020 – 2024 zijn gesteld, komen door de langdurige inzet tijdens diverse crises in de afgelopen beleidsperiode terug in het nieuwe Regionaal Beleidsplan crisisbeheersing 2024 – 2028. Deze ambities zijn aangevuld en onderbouwd vanuit een zorgvuldige regionale en landelijke analyse, het regionale risicoprofiel en de visie op crisisbeheersing. Gaswinning- en aardbevingsdossier De afgelopen jaren heeft VRG veel werk verricht op het gaswinning- en aardbevingsdossier. Zo hebben we met ‘Eerste Hulp Ben Jij’ (EHBJ) beoogd om de zelf- en samenredzaamheid van inwoners te versterken. Daarnaast is in samenwerking met TNO het ‘Handboek burgerhulpverlening voor de hulpdiensten’ ontwikkeld. Dit handboek draagt ook bij aan het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van onze inwoners. Het is met veel enthousiasme ontvangen door andere Veiligheidsregio’s en het wordt de komende jaren verder geïmplementeerd in de crisisorganisatie. Het lesprogramma ‘Aardbevingenwijzer’ voor de basisschool is geactualiseerd.

Hiermee zet de VRG in op educatie voor leerlingen op het gebied van schade, versterken, energietransitie en emoties. Ook het geven van gastlessen op basisscholen in onze provincie is en blijft onderdeel van de aanpak. VRG monitort regionale en landelijke actualiteiten van dit dossier en adviseert over de veiligheids- en gezondheidsaspecten. Ook wordt gezorgd voor het 6

vakbekwaam krijgen en houden van hulpverleners specifiek op dit dossier en voor risico- en crisiscommunicatie, net als informatie-uitwisseling met onze partners. Veiligheidsregio Groningen continueert de komende jaren haar activiteiten op de drie pijlers van het gaswinnings- en aardbevingsdossier, borgt deze in de organisatie en zet haar ervaringen vanuit het programma gaswinning en aardbevingen breder in in een programma maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Veiligheidsdirectie Strategische sturing en bestuurlijk adviseren op het gebied van risico- en incidentmanagement in (buiten)gewone omstandigheden lopen voor monodisciplinaire vraagstukken via de reguliere lijnen. Om in (buiten)gewone omstandigheden te kunnen anticiperen op multidisciplinaire vraagstukken hebben we in de koude fase een directieoverleg ingesteld. Om ook in de lauwe en warme fase het bestuur te kunnen adviseren en ondersteunen gaan we de in de nieuwe beleidsperiode een veiligheidsdirectie implementeren. Dekkingsplan en operationele prestaties In 2023 is de Visie Brandweerzorg Groningen 2030 vastgesteld. Voor de beleidsperiode 2023 – 2026 is een Organisatieplan Brandweerzorg vastgesteld. Daarnaast is het Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023 – 2026 opgesteld met daarin de operationele prestaties van de brandweer.

In 2023 is het Regionaal Dekkingsplan Brandweerzorg Groningen 2023 – 2026 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In ons dekkingsplan en Uitvoeringsregeling Regionaal Crisisplan beschrijven we onze beoogde operationele prestaties waarbij de politie, geneeskundige hulpverleners en gemeentelijke organisatie belangrijke partners zijn in de incidentbestrijding. Deze partijen maken zelfstandig keuzes als het gaat over de beschikbaarheid van capaciteit ten behoeve van incidentbestrijding. Deze keuzes zijn van invloed op de uiteindelijke kwaliteit van de hulpverlening bij incidenten, rampen en crises. Operationele leiding In buitengewone omstandigheden (ramp of crisis) geeft de VRG namens het bevoegd gezag invulling aan de operationele leiding. Dit hebben we geborgd in het Regionaal Crisisplan dat onderdeel uitmaakt van het Veiligheidsplan 2020 – 2024. Aanvullend is de Uitvoeringsregeling Crisisplan vastgesteld. Conform de Uitvoeringsregeling hebben we onder andere het kernteam geoperationaliseerd en is de operationeel leider aangesteld als incidentmanager. In de afgelopen vier jaar hebben we naast diverse flitsrampen ook te maken gekregen met meer langdurige crises. In deze laatste gevallen hebben we een ‘Dedicated OL’ aangewezen. De komende jaren gaan we de competenties voor Operationeel Leiders verder ontwikkelen.

MOTO In de afgelopen jaren hebben we, op basis van ons bestaande meerjarenbeleidsplan voor MOTO (multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen), ook jaarlijks met de netwerkpartners

7

een jaarprogramma opgesteld. Ons bestaande meerjarenbeleidsplan loopt af. Daarom wordt in 2024 een nieuw meerjarenbeleidsplan1 opgesteld. Omgevingswet Bij het vaststellen van het Veiligheidsplan 2020 – 2024 bestond onzekerheid over wanneer de Omgevingswet ingevoerd zou worden. In de afgelopen vier jaar is de invoering meerdere keren uitgesteld maar sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Zowel intern als extern met de bevoegde gezagen (waaronder met name gemeenten) betekent dit een nieuwe manier van werken. We hebben deelgenomen aan het regionale platform voor de implementatie van de Omgevingswet. Hier hebben we afspraken gemaakt over het werkproces (bijvoorbeeld digitale aansluiting, termijnen en Omgevingstafel) en situaties geduid waarbij wij betrokken willen worden. In het Regionaal Beleidsplan is beschreven wat de invoering van de Omgevingswet betekent voor onze rol als veiligheidsadviseur in de fysieke leefomgeving. Evenementenbeleid In 2022 heeft het Algemeen Bestuur de nieuwe ‘regionale leidraad multidisciplinaire proces veiligheid van publieksevenementen Veiligheidsregio Groningen’ vastgesteld. Hierin is opgenomen hoe de hulpdiensten onderling (gaan) samenwerken en wordt ook de wisselwerking tussen gemeenten en hulpdiensten beschreven.

1

Onderdeel van de beoogde operationele prestaties Art. 14, lid 2d Wvr

8

2

Regionale basis voor beleid

Inleiding Een leefomgeving zonder risico’s bestaat niet. Leven en werken brengt risico's met zich mee. Het is voor een veiligheidsregio van belang zicht te hebben op risico’s en daarmee een beeld te hebben van wat mis kan gaan en wat de effecten daarvan kunnen zijn. Op basis hiervan kunnen we onderbouwde keuzes maken om bij te dragen aan een zo veilig mogelijke Groningse leefomgeving.

2.1 Regionaal risicoprofiel Wat bedreigt ons en hoe kwalificeren we dat? Het Regionaal Risicoprofiel is het strategisch fundament van wat de VRG doet en geeft richting aan het regionaal beleidsplan en het regionaal crisisplan die wettelijk ten minste eens per vier jaar door de Veiligheidsregio moeten worden opgesteld. Verwacht wordt dat in 2024 een nieuwe landelijke Handreiking van toepassing gaat komen voor het opstellen van het risicoprofiel. Het huidige profiel loopt tot en met 2023, daarom is er nu voor gekozen voor 2024 het huidig format te actualiseren. Deze actualisatie is gezamenlijk met de gebruikelijke vertegenwoordigers van onze partnerorganisaties gedaan. In Bijlage 3 is het Regionaal Risicoprofiel 2024 grafisch weergegeven. Onze werkzaamheden richten zich op alle soorten effecten die de vitale belangen van de samenleving aantasten en/of bedreigen. Door goed voorbereid te zijn op de verschillende typen effecten is er meer flexibiliteit om ook ongekende crises, klein en groot, het hoofd te bieden. Door de veranderende samenleving zijn de effecten van risico’s of rampen veranderd, vooral als het gaat om maatschappelijke en bestuurlijke impact.

De komende jaren is overleg nodig tussen de veiligheidsregio – inclusief Brandweer, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) en Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) – en haar (crisis)partners om mogelijke effecten van crises tegen de achtergrond van bovengenoemde ontwikkelingen beter te duiden. Die duiding is nodig om meer inzicht te krijgen in hoe de informatiepositie van de veiligheidsregio er uit moet zien. Ook is dit overleg noodzakelijk om te bepalen welke beheersmaatregelen bestaan om de kans op het optreden van een calamiteit te verkleinen (functionele keten) en waar de mogelijkheden liggen tot effectbeperking (algemene keten). Dit kan bijvoorbeeld door middel van risico- en crisiscommunicatie, maar ook door het slimmer inrichten van de openbare ruimte middels het advies van de veiligheidsregio op het omgevingsplan van een gemeente. Daarnaast kan dit overleg ook nuttig zijn om te onderzoeken welke afhankelijkheden bestaan, zodat meer inzicht wordt verkregen in eventuele domino-effecten.

9

Op een regionale netwerkbijeenkomst met (crisis)partners in het voorjaar van 2023 is aan de deelnemers gevraagd welke risico’s prioriteit hebben om nader te duiden. Dit zijn: • • • •

Klimaatontwikkeling Energietransitie Cyberdreiging Ondermijning

Deze risico’s zullen in 2024 nader worden bekeken om te bepalen of en welke extra acties nodig zijn om de kans op het vóórkomen of de effecten ervan te mitigeren. Daarbij wordt telkens in ogenschouw genomen welke rol van de veiligheidsregio het best passend is bij elke type en worden, voor zover mogelijk, nieuwe ontwikkelingen betrokken bij de uitwerkingen.

2.1.1 Trends en ontwikkelingen Bedreigingen en effecten zijn onderhevig aan trends en ontwikkelingen. De tolerantie voor fouten is minimaal en de verwachtingen over het probleemoplossend vermogen van crisismanagers zijn hooggespannen. Naast de ontwikkelingen in Groningen zijn ook de ontwikkelingen zoals benoemd in de Rijksbrede Risicoanalyse2 van het Analistennetwerk Nationale Veiligheid uit 2022 meegenomen.

2.1.2 Klimaatverandering Klimaatverandering leidt tot toenemende, zowel in frequentie als in omvang, fysieke bedreigingen zoals overstromingen, wateroverlast, natuurbranden, hittestress en gezondheidsrisico's. Dit vraagt een andere aanpak met mogelijk een hogere inzetfrequentie en -duur van hulpverleningsorganisaties en crisisteams, omdat ze moeten anticiperen en reageren op deze nieuwe en vaak extreme omstandigheden. De overgang naar duurzame energiebronnen en andere duurzaamheidsmaatregelen brengt ook nieuwe risico's met zich mee. De omvang en impact van deze risico’s zijn vooraf niet altijd te overzien. Denk hierbij aan veiligheidsrisico's bij de installatie van hernieuwbare energiebronnen of gezondheidsproblemen door de productie en verwerking van duurzame materialen. Klimaatverandering is een proces waarvan de uitkomsten complex en onzeker zijn. Daarbij kan de effectiviteit van genomen maatregelen onzeker blijven. Hulpverleningsorganisaties en crisisteams moeten daarom voorbereid zijn op verschillende scenario's met verschillende effecten. Dit kan bijvoorbeeld door zowel rekening te houden met scenario's waarin de klimaatdoelstellingen worden gehaald, als scenario's waarin deze doelstellingen niet worden gehaald.

Het aanpakken van klimaatverandering en het bevorderen van duurzaamheid vereist een gecoördineerde aanpak van verschillende belanghebbenden, waaronder overheden, bedrijven en gemeenschappen.

2

ANV (2022), Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid, Analistennetwerk Nationale Veiligheid.

10

Veiligheidsregio's zijn afhankelijk van de snelheid en effectiviteit van klimaatmaatregelen van andere instanties, zoals de rijksoverheid en gemeenten. Dit betekent dat hulpverleningsorganisaties en crisisteams moeten leren omgaan met onzekerheid en afhankelijk zijn van externe factoren bij het plannen en reageren op aan klimaat gerelateerde crises. Periodes van hitte en intense droogte wisselen af met zware regenval in een kort tijdsbestek. De klimaatscenario’s van het Intergovernmental Panel on Climate Change3 (IPCC), Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)I4 en andere wetenschappelijke studies laten zien dat het tegen het eind van deze eeuw drie tot vijf graden warmer is en de zeespiegel in 2085 met 25 tot 80 centimeter is gestegen, als we de huidige uitstoot van broeikasgassen niet beperken. Dichter bij huis zien we dat klimaatverandering actueel is. Denk bijvoorbeeld aan (buiten)branden als effect van droogte, bruggen die niet meer open of dicht kunnen door de warmte en gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen als effect van hittestress. Bij Veiligheidsregio Groningen staat de bedreiging ‘Overstroming’ al sinds het eerste regionaal risicoprofiel in de lijst met mogelijke crises, waarbij rekening wordt gehouden met effecten van aanzienlijke ernst.

Door de klimaatverandering krijgen we te maken met extremer weer en neemt de kans op een watercalamiteit toe, waarbij ook de mogelijke effecten ernstiger worden. Landelijk wordt momenteel veel aandacht besteed aan hoe te handelen voor, bij en na een overstroming. Ook zijn er veel initiatieven op het gebied van klimaatverandering en -adaptatie. Zo voeren veiligheidsregio’s vanuit het programma WAVE 2020 (WAtercrisisbeheersing in de VEiligheidsregio’s) een impactanalyse uit naar de kwetsbaarheden rond overstromingen en ernstige wateroverlast. Op basis van deze gegevens worden handelingsperspectieven ontwikkeld in samenwerking met vaste (crisis)partners en andere relevante partijen. Zo werken we in Groningen nauw samen aan dit programma met Veiligheidsregio Fryslân, Waterschap Noorderzijlvest, Waterschap Hunze en Aa’s en Wetterskip Fryslân.

2.1.3 Energietransitie Er vindt momenteel wereldwijd een energietransitie plaats om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Nederland kent traditioneel een energiesysteem gericht op uitputbare natuurlijke hulpbronnen en fossiele brandstoffen, zoals olie, gas en kolen. De energietransitie betekent dat dit traditionele energiesysteem geleidelijk plaatsmaakt voor een meer duurzaam systeem. Duurzame, hernieuwbare energiebronnen zijn bijvoorbeeld zonne-, wind- en waterenergie. In Groningen hebben we bij uitstek te maken met de directe effecten van de energietransitie. Met het vrijwel geheel stopzetten van de gaswinning in 2023 doet zich een kans voor om koploper te worden in de energietransitie. Tegelijkertijd hebben we echter ook te maken met

IPCC, 2022: Climate Change 2022: Impacts, Adaptation and Vulnerability. Contribution of Working Group II to the Sixth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change. Cambridge University Press. 4 KNMI’23 Klimaatscenario’s voor Nederland, oktober 2023 3

11

negatieve effecten, zoals protesten tegen de komst van windparken. Door de energietransitie zien we veranderingen in het fysieke landschap, vanwege de grotere ruimtevraag van duurzame energiebronnen. Denk bijvoorbeeld aan zonneparken, windparken, geothermie en biovergisters, maar ook aan buurtbatterijen en auto’s, bussen en schepen op batterijen en waterstof. Als effect van deze technologische ontwikkelingen hebben we te maken met nieuwe veiligheidsrisico’s. De noodzakelijke energietransitie (minder fossiel – minder uitstoot CO2 etc.) levert nieuwe energievormen op waarbij mogelijk ook risico’s ontstaan. Zo kan de vraag naar energie hoger zijn dan waarin de nieuwe energievormen kunnen voorzien en er weer aardgas gewonnen gaat worden in Noord-Nederland. De energieleveringszekerheid kan onder druk komen te staan. Ook kunnen nieuwe energievormen bij de bron, in het transport, de opslag en gebruik weer tot risico’s leiden voor de veiligheid en voor de gezondheid. Denk aan aardwarmte, windenergie, biomassa, biovergisting, mestvergisting, houtkachels, zonnepanelen, waterstof, buurtbatterijen, warmtepompen, kernenergie, small modulair reactors etc. Energietransitie is een onderwerp waarbij de inzet van de veiligheidsregio in een vroeg stadium kansen op en negatieve effecten van een gebeurtenis kan verminderen.

Zo kan het bepalen van een locatie voor een zogenoemde buurtbatterij helpen bij het beperken van de kans en/of effect van een mogelijk incident, maar ook bij bijvoorbeeld een brand van een dergelijke batterij.

2.1.4 Ontwikkelingen in de ondergrond De fysieke omgeving is voortdurend in ontwikkeling en daarmee ook het risicobeeld. Kenmerkend zijn de aardbevingen. Al sinds 1986 heeft de provincie te maken met een toenemend aantal lichte aardbevingen, veroorzaakt door de gaswinning in Noord- en OostGroningen. Met de stevige aardbeving 2012 in Huizinge (3,6 op de schaal van Richter) werd echt duidelijk dat aardbevingen een serieuze bedreiging vormen voor de veiligheid en leefbaarheid van het gebied en dat de veiligheidsregio zich moest gaan voorbereiden op vraagstukken waar binnen Nederland weinig kennis en expertise voor beschikbaar was. De ontwikkelingen die we landelijk en wereldwijd zien, zijn niet meer los te zien van de effecten in de eigen regio. De vele honderden kleinere en zwaardere aardbevingen hebben in de afgelopen jaren gezorgd voor veel schade aan gebouwen en infrastructuur in de regio Groningen. De fysieke dreiging van seismiciteit is echter niet de enige pijler van de aardbevingsproblematiek. Het vertrouwen van mensen in de overheid neemt af, de sociale cohesie in dorpen en wijken staat onder druk en er zijn ongeveer 10.000 inwoners in de provincie Groningen met gezondheidsklachten die gerelateerd kunnen worden aan de aardbevingsproblematiek5. Per 1 oktober 2023 wordt er geen gas meer gewonnen in Groningen.

Het kabinet heeft besloten dat ook de laatste 5 productielocaties dichtgaan. Na 60 jaar komt daarmee een einde aan de gaswinning uit het Groningenveld. De meerjarige trendanalyse van het KNMI laat 5

Bron: Publicatie Postmes et al. (2018), Rapport Gronings Perspectief

12

zien dat de bevingen in aantal en in intensiteit afnemen. Deskundigen sluiten de mogelijkheid van een zware beving echter nog niet uit. De beving in Wirdum op 8 oktober 2022 had een kracht van 3,1 en kwam daarmee in de top 10 van de zwaarste bevingen in Groningen.

Figuur 1: Aantallen bevingen boven magnitude 1,5. Bron www.knmi.nl

Ook al nemen bevingen in aantal en kracht af, daarmee is de schade (fysiek en mentaal) niet weg. Het verloop van de schadeafhandeling en de versterking blijft zorgen voor onrust in de regio. De veelzijdigheid van de problematiek rondom de gaswinning en aardbevingen in Groningen en de ernst van deze sluimerende crisis, die zich onder andere uit in gezondheidsklachten, maakt dat de veiligheidsregio zich hier in de komende jaren onverminderd mee blijft bezighouden. Het gebruik van waterstof als energiedrager zal in de komende jaren sterk uitbreiden. Opslag en transport zijn daarin belangrijk. In Groningen zal waterstof vanaf 2028 opgeslagen worden in zoutcavernes bij Zuidwending (216 GWh, bron: www.hystock.nl). Vanaf 2030 zal het waterstofnetwerk in Nederland gereed moeten zijn. Belangrijke delen daarvan zijn in Groningen gepland en zullen al in de komende jaren in gebruik genomen worden (www.hynetwork.nl). Ervaringen daarmee zullen ons ook duidelijk moeten maken wat de risico’s daarvan zijn. Een andere ondergrondse mijnbouwactiviteit betreft zoutwinning. In het jaar 2017 zijn in de buurt van zoutcavernes bij Heiligerlee enkele bevingen geweest en in 2022 is er een beving in de buurt van Veendam geweest. Het is niet zeker of deze bevingen door zoutwinning plaatsvinden, tegelijk sluiten experts bevingen vanwege de winning van zout ook niet uit.

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft in het voorjaar van 2018 de ‘Staat van de sector zout’ uitgebracht, waarin voor mitigerende maatregelen en verscherpt toezicht wordt gepleit. Het (SodM) roept in haar jaarplan van 2024 op dat veiligheid op de tekentafel van de energietransitie hoort. De onzekerheden rondom de mogelijke effecten van zoutwinning en de schade die inwoners aan hun woningen ondervinden in de buurt van zoutcavernes nemen toe. De onrust ten aanzien van nieuwe plannen voor het aanboren van nieuwe cavernes is merkbaar in raadsvergaderingen en bij actiegroepen.

13

2.1.5 Zeer Zorgwekkende Stoffen Zeer zorgwekkende stoffen zijn gevaarlijk voor mens en milieu omdat ze bijv. de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend, hormoon verstorend, mutageen, persistent zijn of in voedselketen ophopen. RIVM heeft ca 1.500 stoffen als ‘Zeer Zorgwekkend’ geclassificeerd, maar omdat er nog steeds nieuwe stoffen worden aangetroffen zal deze lijst verder worden aangevuld. Emissies moeten zoveel mogelijk teruggedrongen en vermeden worden. Wanneer dergelijke stoffen in hoge mate worden aangetroffen in gebruiksmaterialen en/of openbaar water kan het ook leiden tot maatschappelijke onrust. De trend is dat verschillende overheden (meer) aandacht hebben voor deze zeer zorgwekkende stoffen. Er komen ook meer bij stoffen bij op die lijst, waardoor breed gebruikte producten en uitstoot van fabrieken een andere lading krijgen (zie recent rapport PFAS bij brandweer: schuim en pakken). Dit heeft effect op advisering aan de preventiekant door verschillende partijen (zie bijv. VNG rapport6). Maar dit gegeven heeft ook effect op de bestrijding van incidenten. En het kan een crisis op zich zijn als een veel gebruikte stof op de zeer gevaarlijke stoffen lijst komt.

2.1.6 Digitalisering en cyber De digitale transformatie is een van de grootste veranderingen van deze tijd. Steeds meer systemen gaan van analoge naar digitale aansturing, ‘the internet of things’ ontwikkelt in sneltreinvaart, kortom: we worden steeds afhankelijker van digitale systemen. Deze digitalisering brengt veel kansen en ontwikkelingsperspectief met zich mee, ook voor de veiligheidsregio. De afhankelijkheid van digitale techniek maakt ons echter ook kwetsbaar. Technische storingen, die vaak onbedoeld zijn, kunnen de continuïteit van de samenleving in gevaar brengen. Zo kan een storing bij Chemiepark Delfzijl, of bij andere in Groningen gevestigde BRZO-bedrijven, grote effecten hebben voor de directe omgeving. Ook krijgen we steeds vaker te maken met cyberdreigingen: opzettelijke of onbedoelde bedreigingen van onze digitale systemen. Denk aan uitval van het betalingsverkeer, verstoring van de mobiele telefonie, het verstoren van signalen van (water)wegen en/of vaarbruggen, het niet meer functioneren van spoorwegovergangen en het lekken van privacygevoelige gegevens. Wat maakt cyberdreigingen en -crises anders dan ‘normale’ stroomstoringen? Ze houden zich niet aan geografische grenzen, de oorzaak is moeilijker te vinden, ze kunnen onverwacht voorkomen, zijn moeilijker op te lossen en kunnen langer duren7.

Hierdoor krijgen we ook te maken met andere partners waarmee we nog niet (of in mindere mate) samenwerken. We hebben hen niet zozeer nodig voor het oplossen van de oorzaak, maar des te meer in de effectbestrijding. Veiligheidsregio’s hebben een rol in de effectbestrijding van crises met een cybercomponent (digitale ontwrichting), maar ook in de voorbereiding hierop en in de interne weerbaarheid van

VNG (2022), Decentrale benadering ZZS, Identificeren en beperken risico’s in de uitvoeringspraktijk. Bron: Publicatie Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR): “Voorbereiden op digitale ontwrichting”, 09-09-2019 6 7

14

(gemeentelijke) organisaties. Bovendien kunnen incidenten met een cybercomponent zowel moedwillig zijn als onbedoeld. De veiligheidsregio wil daarom het bewustzijn op de risico’s rondom cyber in haar netwerk vergroten en onze (crisis)partners stimuleren zich voor te bereiden op incidenten met een cybercomponent.

2.1.7 Toenemende maatschappelijke onrust De samenleving staat onder druk door individualisering, polarisatie en identiteitspolitiek, versterkt door sociale media. Het vertrouwen in de samenleving is afgenomen. De kloof tussen verschillende bevolkingsgroepen zal naar verwachting groeien, met scheidslijnen in achtergrond, sociaaleconomische status en de mogelijkheid om mee te komen in een snel veranderende wereld. Er is bezorgdheid over de vorming van gescheiden 'bubbels' in de samenleving. Toenemende polarisatie en groeiende protesten kunnen leiden tot maatschappelijke spanningen en verstoringen tijdens crisissituaties. Deze effecten kunnen vervolgens zelfversterkend uitwerken en weer leiden tot verdere polarisatie. Maatschappelijke veerkracht staat onder druk door verschillende factoren, waaronder afnemend vertrouwen en groeiende onzekerheid door bijvoorbeeld schadeafhandeling en versterking in het gasdossier of de bouw van windparken in de regio. Oorlogen tussen landen (met etniciteiten waarmee bevolkingsgroepen zich kunnen vereenzelvigen) Geopolitieke spanningen in de wereld en oorlog die niet ver weg is kunnen reële bedreigingen vormen. Deze kunnen niet alleen leiden tot tekorten van essentiële producten (brandstoffen/energie, voedsel, productiemiddelen etc.) maar ook tot polarisatie, plunderingen, vernielingen en toenemende maatschappelijke onrust.

Toename van druggerelateerde activiteiten Drugshandel en ondermijning kunnen de maatschappij in toenemende mate in de greep krijgen, te beginnen bij het betrekken van steeds jongere mensen in de handel en uitbreiding van het aantal gebruikers, het oprichten van drugslabs, het dumpen van drugsafval in water en bodem etc. Deze activiteiten kunnen maatschappij ontwrichtend werken en tot gezondheidsen veiligheidsrisico’s leiden. In Groningen vinden met regelmaat protestacties plaats, bijvoorbeeld ten aanzien van de gaswinning en windparken, en ook tegen de zoutwinning. Uitingen van maatschappelijke onrust kunnen bovendien makkelijker worden gedeeld door de toegankelijkheid via social media. Fake News en Artificial Intelligence geven steeds meer mogelijkheden om bij te dragen aan politieke en/of religieuze polarisatie. Hierdoor kan de onrust ook sneller groeien. Herkenning en erkenning van dergelijke emoties en uitingen zijn essentieel voor de rol die de veiligheidsregio speelt.

15

2.1.8 Demografische ontwikkelingen De Nederlandse bevolkingssamenstelling verandert en vanuit crisisbeheersing moet daarmee rekening worden gehouden. De vergrijzing neemt toe, alsook de diversiteit van de samenleving. Het is daarom voor de overheid van belang om te weten welke groepen minder makkelijk te bereiken zijn, bijvoorbeeld via crisiscommunicatie. Gezien de samenleving steeds meer divers wordt, kan de overheid daarop inspelen door ook in andere talen belangrijke boodschappen te delen. In meerdere sectoren (zorg, politie, onderwijs) is momenteel sprake van personeelstekorten, waardoor publieke dienstverlening onder druk komt te staan. In het licht van de vergrijzing en de aanhoudende crises (corona, vluchtelingen), is het ontstaan van personeelstekorten ook binnen veiligheidsregio’s een aannemelijk risico. Gelet op de toenemende diversiteit en technologische opgaven is het werven en behouden van gekwalificeerde medewerkers een strategisch vraagstuk. Demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing, krimp en verstedelijking brengen meerdere uitdagingen voor de veiligheidsregio met zich mee. De krimp in de niet-stedelijke gemeenten maakt het in stand houden van de vrijwillige hulpverlening, zoals brandweer, lastig. Ook bij zorgpersoneel is er sprake van krapte. Dit terwijl er meer vraag is naar zorg door toenemende vergrijzing.

Werkloosheid en waardedaling van woningen door de gaswinningsproblematiek leidt tot (verborgen) armoede. Eenzaamheid, slechtere gezondheid, verzamelwoede en laag risicobewustzijn zijn onderwerpen die samenhangen met (verborgen) armoede. Het verleden heeft laten zien dat branden en ongevallen in de privéomgeving vaker voorkomen bij personen en of gezinnen met minder financiële middelen. Aan de andere kant is een grotere welvaart zichtbaar. De economie groeit al zes jaar op rij. Een verschijnsel daarvan is de toename in het aantal en omvang van evenementen. Het borgen van een veilig verloop van een evenement vraagt veel energie van de organisator, maar ook van de hulpdiensten in het adviestraject én tijdens het evenement zelf.

2.1.9 Zelf- en samenredzaamheid en burgerparticipatie Demografische ontwikkelingen kunnen de zelfredzaamheid onder druk zetten. Ouderen en hulpbehoevenden (fysiek en/of psychisch) wonen steeds vaker en langer ‘zelfstandig’ en door de toenemende individualisering worden mensen steeds eenzamer. Om een beeld te krijgen van de daarmee samenhangende risico’s, is het van belang dat we weten wat er speelt. Dit doen we door inwoners te laten participeren in ons besluitvormingsproces en met hen in gesprek te gaan. Burgerparticipatie en burgerevaluaties leveren ons inzichten op én dragen bij aan een groter risicobewustzijn van inwoners. De aardbevingsoefening in 2018 heeft bijvoorbeeld benadrukt dat verminderd zelfredzamen specifieke behoeften kennen die anders zijn dan de reguliere hulpverleningsprocessen kunnen vervullen. Een rol voor Veiligheidsregio Groningen om hier juist aan de voorkant wat te doen.

16

Aan de andere kant zien we ook dat inwoners steeds meer zelf- en samenredzaam zijn. De terugtrekkende overheid vraagt dat van inwoners. Bij veel incidenten, rampen en crises blijkt dat mensen zichzelf en anderen over het algemeen goed redden. Een voorbeeld is de hulp van vele vrijwilligers bij het milieu-incident met de MSC Zoë. De werelden van professionele hulpverleners en zelfredzame inwoners moeten wel nog dichter bij elkaar komen. Er is een toename kwetsbare mensen (die niet deelnemen aan de maatschappij). Hieronder vallen o.a. thuis- en daklozen, vluchtelingen/asielzoekers/veilige landers/statushouders, alleenwonende zorgbehoevenden en zorgmijdende personen, mensen met toenemende stapeling van problemen. Wanneer er onvoldoende maatschappelijke en oplossingsgerichte aandacht wordt gegeven aan kwetsbare mensen kan dit resulteren in meer gezondheidsproblemen en/ of maatschappelijke onrust. Maar ook tot maatschappelijk verstorende gewelddadige acties van een ‘lone wolf’ Mensen van wie je verwacht dat ze zelfredzaam zijn, zijn dat soms echter niet. Aan de andere kant zijn kwetsbare groepen, van wie je verwacht dat ze verminderd zelfredzaam zijn, zich over het algemeen bewust van hun kwetsbaarheid en daardoor juist zelfredzamer. We gaan er bijvoorbeeld vanuit dat studenten zichzelf goed weten te redden.

Het blijkt echter dat zij bijvoorbeeld geen flessen water of contant geld in huis hebben. Voor de veiligheidsregio is het daarom van belang om het risicobewustzijn te stimuleren en ten tijde van een crisis te zorgen voor goede crisiscommunicatie.

2.1.10 Omgevingswet De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging van alle relevante thema’s zoals ruimtelijke kwaliteit, werkgelegenheid, gezondheid en veiligheid. De veiligheidsregio is de vanzelfsprekende adviseur over veiligheid in het ruimtelijk domein, en doet haar werk namens en voor alle gemeenten van de regio. Kijkend naar de veiligheidsketen kan de veiligheidsregio bijdragen aan alle schakels. De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 van kracht is geworden, geeft aan de voorkant van de veiligheidsketen mogelijkheden om advisering over veiligheid en veilig gedrag hernieuwd vorm te geven, bijvoorbeeld in de koppeling tussen relevante ruimtelijke ontwikkelingen en de Groningse bedreigingen (met hun impact) uit Bijlage 3 en de bestuurlijke afwegingsruimte daarin. Het landschap rondom ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningverlening gaat veranderen en dat heeft effect op alle (overheids-)partijen in de keten en de rol die ze spelen.

Resumé: dezelfde crises in een veranderende samenleving In Bijlage 2 beschrijven we de dreigingsthema’s (risico’s) in onze regio. In Bijlage 3 kwalificeren we deze risico’s aan de hand van hun impact. Vanuit de tabel kan een rangorde in risico’s worden gemaakt. Echter, deze werkwijze sluit niet meer aan bij de veranderende samenleving. De systematiek is niet arbitrair maar de toepassing van de systematiek op de veranderende samenleving past niet meer. Rampen en crises kunnen niet meer worden beschouwd als op zichzelf staande verschijnselen. De impact van een crisis wordt niet alleen bepaald door de betreffende calamiteit, maar steeds meer door de omstandigheden waaronder de calamiteit plaatsvindt en hoe de getroffen inwoners en de media erop reageren. 17

Een voorbeeld van de veranderende omstandigheden waaronder calamiteiten plaatsvinden, is dat de samenleving steeds meer afhankelijk wordt van en vervlochten raakt met de beschikbaarheid van vitale infrastructuur en digitale systemen. Deze afhankelijkheid en vervlechting brengen keteneffecten met zich mee die op zichzelf of indirect de openbare veiligheid kunnen aantasten, al dan niet bewust. Wat ontstaat, is dat problematiek zich makkelijker stapelt. De steeds verdergaande technologisering van de maatschappij brengt nieuwe typen crises met zich mee. De klassieke typen kunnen we vanuit onze ervaring goed duiden, maar nieuwe typen zijn in verschijningsvorm, aard en omvang nog lastig te duiden. Het is daarom belangrijk vinger aan de pols te houden en te leren van andere partijen. Enkele voorbeelden van afhankelijkheid zijn: • • •

Inwoners, bedrijven en overheden zijn steeds afhankelijker van ICT. Hierdoor nemen effecten bij verstoring toe. Gebruik van sociale media kan risico’s vergroten, zoals onrust na (onjuiste) berichten Kwaadwillenden kunnen met (nieuwe) technologie objecten, zoals industrieën en infrastructuur (bruggen, sluizen, et cetera) aanvallen.

2.2 Groningse bedreigingen met hun impact: een kwalificatie In de tabel in Bijlage 3 zijn de genoemde bedreigingen voor de regio Groningen gewaardeerd aan de hand van impactcriteria. Deze waardering heeft plaatsgevonden als onderdeel van het proces van totstandkoming van dit risicoprofiel door experts van meerdere (crisis)partners. Dit zijn de vaste (crisis)partners van de veiligheidsregio (politie, Waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s, Wetterskip Fryslân, provincie Groningen en defensie) en deze zijn ook betrokken bij het opstellen van het vorige risicoprofiel. Op basis van hun kennis en ervaring (expert judgement) zijn de impactcriteria gewaardeerd. Deels is dit profiel gefundeerd op het Nationaal Risicoprofiel en tevens is de Nationale Strategie Veiligheid van het NCTV (2019) input geweest. In alle gevallen geldt dat de echte impact altijd zeer sterk afhankelijk is van het scenario dat zich op dat moment voordoet en de lokale specifieke omstandigheden. Deze waarderingen zijn kwalitatief, aangezien een kwantitatieve beoordeling niet mogelijk is en afhangt van de periode waarin de waardering wordt uitgevoerd. Met het meer dynamisch maken van de beoordeling van wat ons kan bedreigen en hoe erg dat is, zal deze waardering periodiek nader beoordeeld en indien nodig aangepast worden. In het verleden was het regionaal risicoprofiel gebaseerd op kansen en effecten.

Het was en is lastig om daar getallen aan te hangen. De kans op het vóórkomen van een crisis is een subjectief begrip waarmee de mate van iemands persoonlijke overtuiging wordt aangegeven. Daarnaast hingen de kansen én effecten sterk af van het gekozen scenario: een aardbeving met een kracht van drie heeft andere kansen en effecten dan een aardbeving met een kracht van vijf. In dit risicoprofiel stappen we af van het geven van prioriteiten aan bedreigingen aan de hand van kansen en effecten. De veranderende omgeving die meer complexiteit met zich 18

meebrengt, maakt dat het onmogelijk is om een kans toe te kennen aan een bedreiging. Ter illustratie: in de herfst is de kans op droogte kleiner dan in de zomer. Het risico op een incident bij het Chemiepark is groter tijdens onderhoud dan regulier en de kans op openbare ordeproblemen in het zomerseizoen bij de vele evenementen is groter dan in andere seizoenen. Hoe waarschijnlijk het is dat een bepaalde bedreiging voorkomt, is uitsluitend kwalitatief uit te drukken. Daarnaast richt het werk van de veiligheidsregio zich vooral op de effecten van gebeurtenissen. Wij acteren op alle soorten effecten die de vitale belangen van de samenleving aantasten en/of bedreigen. Het risicoprofiel – we zouden deze ook het ‘effectenprofiel’ kunnen noemen - geeft richting aan het beleidsplan. Door goed voorbereid te zijn op de verschillende typen effecten, is meer flexibiliteit nodig om ook onbekende gebeurtenissen, klein en groot, het hoofd te bieden. De oorzaak van het ontstaan van sociaalmaatschappelijke onrust is minder van belang dan de wijze waarop we op die sociaalmaatschappelijke onrust reageren. De tabel in Bijlage 3 laat zien dat de bedreiging altijd een of meerdere effecten raakt en dat het ene effect, bijvoorbeeld verstoring van het dagelijks leven, vaker voorkomt dan het andere, bijvoorbeeld aantasting van de integriteit van de digitale ruimte.

Beide vragen echter enige mate van voorbereiding, waarbij de eerste bruikbaar is bij veertien typen bedreigingen en de tweede bij drie typen bedreigingen. In dit risicoprofiel stappen we af van de klassieke risico-inschatting met kansen en effecten omdat: • • • • •

prioritering van risico’s onmogelijk is vooral de effecten van de (dreigende) aantasting van de vitale belangen van belang zijn gebeurtenissen leiden tot een palet aan effecten voorbereiding op effecten toepasbaar is op onverwachte gebeurtenissen we ons risicoprofiel dynamiseren.

In Bijlage 3 is het Regionaal Risicoprofiel 2024 weergegeven.

19

3

De Groningse situatie – de omgevingsanalyse

Wat betekent het Regionaal Risicoprofiel voor de toekomst en ambities van crisisbeheersing? Daarvoor hebben we nog verder ingezoomd op de Groninger omgeving en samenleving. Om effectief te kunnen handelen in de voorbereiding op en de bestrijding van effecten is het belangrijk om de omgeving en de samenleving goed te kennen. Zo kunnen we anticiperen op waar we rekening mee moeten houden tijdens crises en de voorbereiding daarop. Er is een omgevingsanalyse opgesteld waarvoor de DESTEP8 analyse die onlangs voor de visie op brandweerzorg is uitgevoerd, is geactualiseerd. Daarnaast is gebruik gemaakt van regionale gegevens rondom Brede Welvaart waarvoor de expertise van CMO-STAMM is ingezet. Met deze combinatie van gegevens ontstaat een breed beeld van de Groninger omgeving en samenleving. Zowel van risico’s als van de mogelijke (impact van) effecten. Voor een goede aansluiting op de landelijke kaders zijn onze regionale beelden in verbinding gebracht met de ‘Toekomstverkenning Crisisbeheersing’ van het NIPV (zie paragraaf Landelijke Kaders). Daarin worden landelijke trendthema’s in de ontwikkelingen van de samenleving beschreven die naar verwachting grote impact hebben op crisisbeheersing. Voor deze ‘Toekomstverkenning Crisisbeheersing’ is mede geput uit de trends van de ‘Toekomstverkenning Brandweer’, waarmee de geschetste ontwikkelingen niet op zichzelf staan.

De vier thema’s voor crisisbeheersing zijn voor deze visie benut als kapstok, waardoor een vertaalslag kan worden gemaakt van de landelijke vergezichten naar het Regionaal Risicoprofiel, de implicaties voor crisisbeheersing en vervolgens als basis voor onze ambities. De thema’s zijn: 1. Data en technologie; 2. Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen; 3. Politiek en geopolitiek; 4. Duurzaamheid en klimaat. Hieronder wordt beschreven welke ontwikkelingen, risico’s en impact op crisisbeheersing we in onze regio op deze thema’s zien.

3.1.1 Data en technologie; ontwikkeling, risico’s en impact De afhankelijkheid van data en technologie groeit hard. Dit biedt kansen voor ons werk omdat meer data en informatie beschikbaar zijn waardoor bijvoorbeeld vroegtijdig risico’s gezien kunnen worden. Ook brengt het risico’s met zich mee. Juist de grote afhankelijkheid van data en technologie leidt bij storingen en uitval in een systeem, bedoeld of onbedoeld, steeds vaker automatisch tot uitval in een ander systeem. Afhankelijkheden en mogelijke effecten voor bijvoorbeeld ziekenhuizen, (chemische) industrieën en andere bedrijven zijn nu nog niet altijd even helder. Uitval van digitale systemen door cybercrime betekent mogelijk ook uitval van onder andere het betalingsverkeer, verstoring van de mobiele telefonie, het verstoren van signalen en

DESTEP staat voor Demografische, Economische, Sociaal-Culturele, Technologische, Ecologische en Politiek-Juridische factoren. 8

20

bediening van (water)wegen en/of vaarbruggen, het niet meer functioneren van spoorwegovergangen en het lekken van privacygevoelige gegevens. Ook onze eigen bedrijfscontinuïteit heeft daarin gerichte aandacht. Cyber gerelateerde dreigingen houden zich niet aan geografische grenzen, de oorzaak is moeilijker te vinden en ook moeilijker op te lossen. Hierdoor krijgen we ook te maken met partners waarmee we nog niet (of in mindere mate) samenwerken. Wij zetten daarom in op het verstevigen en verbreden van ons netwerk en op scenariomanagement.

3.1.2 Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen; ontwikkeling, risico’s en impact In de provincie Groningen zijn grote verschillen in bevolkingsontwikkelingen te zien. In de gemeente Groningen is er een toename geweest in het aantal internationale studenten en in de gemeente Westerwolde wordt bevolkingsgroei veroorzaakt door de aanwezigheid van het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Daarnaast is in de gemeenten in het Ommeland sprake van vergrijzing van de bevolking (meer ouderen en minder jongeren) en zijn er gemeenten waar de bevolking afneemt. In die gebieden kunnen voorzieningen als scholen, winkels, geschikte woningen en thuiszorg onder druk komen te staan. Vooral voor mensen met een lage mobiliteit en beperkte sociale netwerken kan dit grote gevolgen hebben. De (fysieke) afstand tot zorg is groter en in het Ommeland hebben hulpverleningsdiensten meer tijd nodig om aan te rijden waardoor bewoners nog meer zelf- en samenredzaam moeten zijn.

"Over 10 jaar is de vraag naar zorg verdubbeld en de capaciteit om die zorg te verlenen is gehalveerd, omdat we de mensen er niet meer voor hebben. Dat moeten we openlijk communiceren naar onze inwoners. We zien ook de gezondheid en weerbaarheid van onze inwoners afnemen: een dubbele vergrijzing, stress door aardbevingen, groot beroep op mantelzorg en een lagere sociaal economische status zijn daar factoren in. Dit heeft effect op hoe mensen reageren op een ramp of crisis." Peter Jorna

Manager bij GGD Groningen

De diversiteit in de Groningse samenleving vraagt op verschillende terreinen inzet van de VRG. Er moet aandacht zijn voor communicatie richting uiteenlopende doelgroepen en digitale bereikbaarheid van bijvoorbeeld ouderen. Inwoners die minder mobiel zijn of zwakkere sociale netwerken hebben, hebben mogelijk een grotere behoefte aan hulp van verschillende organisaties in crisissituaties. De VRG zet daarom in op netwerkmanagement, bevolkingszorg en het versterken van de zelf- en samenredzaamheid (zie Deel 1, Hoofdstuk 3). Ook sociale verhoudingen verschuiven in de samenleving. Deze staan onder druk door individualisering, polarisatie en groeiende zorgen over de toekomst. Wij hebben dat bijvoorbeeld ervaren tijdens de coronapandemie, asiel- en vluchtelingencrises en bij de gevolgen van gaswinning en aardbevingen. Tijdens crisissituaties moet we daarom rekening houden met spanningen en verstoringen. De VRG zet daarop in via vakbekwaamheid en op verbinding met de samenleving.

21

3.1.3 Politiek en geopolitiek; ontwikkeling, risico’s en impact Door onder andere social media verhouden mensen zich meer informeel en in netwerken rondom thema’s en interesses dan voorheen. Er is minder vertrouwen in traditionele instituties en overheden, waardoor gezagsverhoudingen verschuiven in de samenleving. Dit betekent dat de rol van de overheid verandert. Voor de VRG als netwerkorganisatie betekent dit dat we goed inzicht moeten hebben in onze eigen taken en die van (mogelijke) crisispartners in verschillende fasen van een crisis. Zo kunnen we vanuit verschillende rollen altijd een bij de context passende bijdrage vervullen. Het verminderde vertrouwen heeft in Groningen vooral betrekking op de Rijksoverheid en instituties die gerelateerd zijn aan gaswinning. Groningers hebben over het algemeen meer vertrouwen in de lokale overheden. Het vertrouwen in de VRG en specifiek de brandweer is hoog. De VRG is daar trots op en heeft de verantwoordelijkheid om dat vertrouwen te behouden. Heldere crisiscommunicatie en rekening houden met desinformatie zijn taken die daarin voor de VRG belangrijk zijn en die we nog verder professionaliseren. Ook nemen we actief deel in netwerken, halen we op wat er in de samenleving speelt, stimuleren we burgerparticipatie en betrekken we gemeenteraden, inwoners waaronder ook jongeren bij veiligheidsvraagstukken.

3.1.4 Duurzaamheid en klimaat; ontwikkeling, risico’s en impact Klimaat Klimaatverandering leidt tot toenemende risico’s als overstromingen, wateroverlast, hittestress en (mentale) gezondheidsrisico’s. Periodes van hitte en intense droogte wisselen af met zware regenval in een kort tijdsbestek. Dit leidt bijvoorbeeld tot (buiten)branden als effect van droogte, bruggen die niet meer open of dicht kunnen door de warmte en gezondheidsrisico’s voor kwetsbare groepen als effect van hittestress. Het scenario ‘Overstroming’ staat al sinds het eerste Regionaal Risicoprofiel in de lijst met mogelijke (langdurige)crises, waarbij rekening wordt gehouden met een breed spectrum van effecten van aanzienlijke ernst, bijvoorbeeld het uitvallen van elektriciteit of het treffen van chemische industrie of stikstoffabriek. De effecten van klimaatverandering vragen een andere aanpak met mogelijk een hogere inzetfrequentie en -duur van hulpverleningsorganisaties en crisisteams, omdat ze moeten anticiperen en reageren op nieuwe en vaak extreme omstandigheden. De VRG zet daarop in door professionele, betrokken crisisfunctionarissen goed op te leiden en te trainen, ook in scenariomanagement. Vanuit het uitvoeringsprogramma WAVE 2020 werkt de VRG daarnaast aan een regionale strategie hoe te handelen bij een (dreigende) overstroming.

Energie De energietransitie brengt uitdagingen op het gebied van veiligheid met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen op een huizenblok waarbij blussen minder goed mogelijk is, een defect aan een onderdeel van een windmolen in bewoond gebied, of transportongevallen met waterstof. Ook een moeilijk te bestrijden brand in een elektrische auto in bijvoorbeeld een ondergrondse parkeergarage bij een ziekenhuis kan grote impact hebben op de veiligheid van de omgeving. We moeten rekening houden met complexere situaties waarin we ons werk moeten doen. Dat geldt ook voor de koude fase, waarin het niet alleen belangrijk is om risico’s en scenario’s in 22

beeld te brengen samen met (crisis)partners, maar ook om bijvoorbeeld gemeenten te adviseren bij ruimtelijke plannen en de inrichting van de openbare ruimte om risico’s te verkleinen.

23

4

Landelijke basis voor beleid

Landelijke kaders en ontwikkelingen Verschillende (landelijke) ontwikkelingen rondom crisisbeheersing4 vormen gezamenlijk richtinggevende kaders voor deze visie. Zoals vooruitlopend op de nieuwe Wet veiligheidsregio’s, de uitgangspunten in december 2022 vastgesteld door de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV). Daarnaast zijn ook de Toekomstverkenning Crisisbeheersing, de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid (2022) en de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden (april 2023) onderdeel van de kaders voor deze visie. Een korte beschrijving van de genoemde documenten vindt u hieronder. Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid In de Rijksbrede Risicoanalyse wordt ingezoomd op specifieke risico’s en de grote mate van onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid tussen verschillende risico’s, zoals tussen vitale processen en digitalisering (waarbij de afhankelijkheid van elektriciteit en telecom een grote rol speelt) en tussen economische en internationale ontwikkelingen. In aanvulling op de analyse zijn de volgende overkoepelende onderwerpen benoemd: klimaatverandering, energietransitie, spanningen in de samenleving en hybride dreigingen, waarbij verschillende ontwikkelingen samenkomen. Dit wordt ook gezien in het regionale risicoprofiel.

Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023-2029 In de Veiligheidsstrategie6 zijn hoofddoelstellingen en actielijnen geformuleerd, gebaseerd op het voor de risicoanalyse in kaart gebrachte dreigingslandschap. Een van de actielijnen uit de strategie betreft het versterken van crisisbeheersing en vergroten van de paraatheid van de samenleving:

Het Koninkrijk moet adequaat voorbereid zijn op huidige en toekomstige crises, die ingewikkeld onvoorspelbaar, grootschalig en langdurig kunnen zijn. Dit vraagt om versterking van de crisisbeheersing… met alle partners en hogere paraatheid van de samenleving. De samenleving moet kunnen vertrouwen op een adequate aanpak van een (dreigende) crisis, maar de middelen en mogelijkheden zijn eindig. Daarom vergroten we de paraatheid van publieke en private partners, maatschappelijke organisaties en burgers, onder meer door het versterken van risicocommunicatie. We zetten samen met medeoverheden, vitale en private partners in op zowel het voorkomen van dreigingen en het beperken van risico's, door met robuust en crisisbestendig beleid en wetgeving de toekomstige crises zoveel mogelijk te voorkomen. Ook zetten we in op het versterken en toekomstbestendiger maken van de crisisbeheersing, voor wanneer crises zich toch voordoen.

Uit Veiligheidsstrategie RCDV Fusce est. Vivamus a tellus. Pellentesque habitant morbi tristique senectus et netus et malesuada fames ac

Deturpis Veiligheidsstrategie isnonummy door de RCDV eenInLandelijke Agenda op egestas. Proin pharetra pede. Maurisuitgewerkt et orci. Aeneannaar nec lorem. porttitor. Crisisbeheersing 2024-2029. Om deze te realiseren zijn er ambities en acties geformuleerd langs drie pijlers: 1. Versterken voorbereiding en paraatheid; 24

2. 3.

Versterken van een weerbare samenleving; Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit.

De Agenda wordt door alle betrokken partners vertaald naar eigen werkzaamheden. Daarmee is het een richtinggevend document voor onze visie op en ambities voor crisisbeheersing. Onderweg naar een nieuwe Wet In aanloop naar de nieuwe wet ter versterking van crisisbeheersing, vindt een nadere uitwerking plaats aan de hand van de volgende inhoudelijke lijnen binnen de zogenaamde Contourennota: 1. 2. 3. 4. 5.

Regie over crisisbeheersing en democratische borging; Crisisbeheersing als cyclisch proces; GHOR, bevolkingszorg en crisiscommunicatie; Kennisontwikkeling, (M)OTO en kwaliteitszorg; Informatievoorziening.

Toekomstverkenning Crisisbeheersing Tot slot, in de Toekomstverkenning wordt de wereld van toekomstige crises beschreven aan de hand van vier trendthema’s (zie Hoofdstuk 2.1). Voor crisisbeheersing komt de nadruk op flexibiliteit aan de oppervlakte. De stap naar voren is nodig om de geschetste uitdagingen het hoofd te bieden en niet te worden geleid door de waan van de dag. Wendbaarheid is een noodzakelijke voorwaarde en crisisbeheersing is daarmee eerder een kunst dan een wetenschap. Ruimte voor verbetering wordt onder meer gezien op het gebied van grensoverschrijdende, landelijke crises, netwerksamenwerking, lerend vermogen, leiderschap en vakmanschap.

25

Deel 1 - Visie op Crisisbeheersing 2030 Breed veiligheidsperspectief, compacte organisatie

26

1

Aanleiding visie op Crisisbeheersing

Als gemeenschappelijke regeling is de VRG er voor de Groninger gemeenten en de veiligheid van haar inwoners. Die veiligheid is niet vanzelfsprekend. Met onder meer de bijzondere ligging aan zee met vier (zee-)havens, aan een landsgrens, met de aanwezigheid van chemische industrie maar ook met aardbevingen en de brede maatschappelijke gevolgen daarvan. En met het enige aanmeldcentrum voor asielzoekers, heeft de provincie Groningen te maken met veiligheidsrisico’s die in andere delen van het land minder of niet spelen. Klimaatverandering en de energietransitie spelen daarin ook een grote rol. Denk aan het sluiten van de gaskraan, de bouw van windmolens op land en op zee en de realisatie van een waterstoffabriek. Als Veiligheidsregio zijn we ervoor om mogelijke effecten van risico’s die de vitale belangen van de samenleving kunnen bedreigen te voorkomen, beperken, bestrijden en ervan te herstellen. Bij de bestrijding van een heftig maar kortdurend incident of crisis (flitsincident/-ramp), werken we met de functionele inzet van de GRIP-structuur. Door tijdig op te schalen is de crisisorganisatie effectief, zijn bevoegdheden duidelijk belegd en kent iedereen zijn taken en verantwoordelijkheden goed. Zo staan we onze gemeenten te allen tijde bij tijdens een incident of crisis.

De afgelopen jaren heeft de VRG de context van meerdere risico’s en crises van dichtbij ook complexer zien worden zoals bij ‘de Casinobrand’, de asielcrisis, Oekraïne-crisis, aardbevingen, de brand en de nasleep ervan op het schip de Fremantle Highway en de coronapandemie. Effecten van crises worden langer durend gevoeld en stapelen zich op wat tot onrust in de samenleving leidt. Crises kunnen geografische grenzen over gaan en verantwoordelijkheden voor de aanpak zijn niet altijd in een GRIP-structuur te vangen. Crises hebben soms verschillende fasen van acuut naar sluimerend, waarbij ook politieke keuzes een rol spelen in de aanpak. Dit alles vraagt om een bredere interpretatie van wat nodig is in risicoen crisisbeheersing om effecten van verschillende typen risico’s en crises nog beter in kaart te brengen en te beheersen. Zowel in de koude, lauwe als warme fasen van een crisis betekent dit dat andere vaardigheden en vernieuwende manieren van werken nodig zijn. 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14083747/1