CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

07-02 bijlage 1 Tekst Centrumregeling VTG

Commissie Sociaal Domein 6 juni 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Raadsvoorstel: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen3.074 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept centrumregeling VTG (bijlage 1a bij voorstel aan DB/bOOGO d.d. 23 maart 2023)

Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde houdende regels omtrent de instelling van de gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen,

Gemeenschappelijke regeling De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde gelet op: − − − − −

de artikelen 1 en 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; de artikelen 2.6.1, eerste lid, en 4.1.1, eerste en vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; de artikelen 2.6, eerste lid, aanhef en onder d. en 2.8 van de Jeugdwet en 2.1, onder f, van het Besluit Jeugdwet; de bepalingen van de Gemeentewet en Algemene wet bestuursrecht; de besluiten van de gemeenteraden van de gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde tot het verlenen van toestemming aan de colleges van burgemeester en wethouders van deze gemeenten tot het aangaan van de samenwerking en het treffen van deze regeling;

overwegende dat: − − −

−

−

−

artikel 4.1.1, eerste en vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) de colleges van burgemeester en wethouders opdraagt om: zorg te dragen voor een Veilig Thuis-organisatie; een goede samenwerking tussen de Veilig Thuis-organisatie, de hulpverlenende instanties, de politie en de gecertificeerde instellingen en de raad voor de kinderbescherming in de zin van de Jeugdwet te bevorderen; artikel 2.6.1, eerste lid, van de Wmo 2015 en artikel 2.8, eerste lid, van de Jeugdwet de colleges van burgemeester en wethouders opdraagt om met elkaar samen te werken, indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wetten aangewezen is; de colleges van burgemeester en wethouders op grond van artikel 2.6, eerste lid, onder d van de Jeugdwet verantwoordelijk zijn voor het voorzien in maatregelen om kindermishandeling te bestrijden; artikel 2.1, onder f, van het Besluit Jeugdwet de colleges van burgemeester en wethouders opdraagt om zorg te dragen voor de beschikbaarheid van relevante deskundigheid met betrekking tot kindermishandeling en huiselijk geweld;

1

−

−

− − −

−

naast de bovengenoemde wettelijke taken ook andere, facultatieve, taken dan waartoe de Wmo en de Jeugdwet opdracht geeft bij de gemeenschappelijke regeling kunnen worden belegd; het rijk ten behoeve van de hierboven genoemde taken financiële middelen beschikbaar stelt. Deels via de decentralisatie-uitkering ‘vrouwenopvang en huiselijk geweld’ aan de centrumgemeente Groningen en deels via het gemeentefonds aan alle gemeenten. Daarnaast zijn additionele gemeentelijke middelen beschikbaar; de Wet gemeenschappelijke regelingen regels geeft met betrekking tot intergemeentelijke samenwerking; de Wet gemeenschappelijke regeling in artikel 8, vierde lid, gemeenten de mogelijkheid geeft om een centrumregeling te treffen; op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen in een centrumregeling taken slechts in mandaat kunnen worden opgedragen, als gevolg waarvan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, anders dan bij delegatie, volledig verantwoordelijk blijven voor namens hen te nemen beslissingen; deze gemeenschappelijke regeling getroffen wordt ter behartiging van het belang om te voldoen aan met name het bepaalde in artikel 2.6.1, eerste lid, van de Wmo 2015 en artikel 2.8, eerste lid, Jeugdwet, waarbij de deelnemers een goede samenwerking en afstemming beogen tussen de domeinen ‘jeugd’, ‘Wmo’ en ‘veiligheid’.

Besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen, genaamd:

Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze regeling verstaat onder: a. Ambtelijk Overleg Zorg & Veiligheid (AOZ&V): ambtelijk overleg, dat het SOO en bOOGO adviseert. b. Afstemmingsoverleg: ambtelijk overleg tussen gemeenten en Veilig Thuis c. Bestuurlijk Overleg (BO): overleg tussen de daartoe aangewezen portefeuillehouder(s), de voorzitter van het bOOGO en de directeur van VTG. d. bOOGO: het bestuurlijk op overeenstemming gericht overleg tussen de portefeuillehouders Wmo en/of jeugd en/of veiligheid van de gemeenten; e. Centrumgemeente: de gemeente Groningen; f. College: college van burgemeester en wethouders; g. DB PG&Z: het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Publieke Gezondheid & Zorg Groningen h. Gemeenten: de gemeenten waarvan de colleges aan deze regeling deelnemen; i. Portefeuillehouder: het lid van het college met in zijn/haar portefeuille jeugd en/of Wmo en/of veiligheid; j. Regeling: deze gemeenschappelijke regeling;

2

k.

Uitvoeringsovereenkomst: het in gezamenlijk overleg opgestelde regionaal bestuurlijk kader waarin de afspraken over en weer tussen de Centrumgemeente en Veilig Thuis zijn vastgelegd; l. Strategisch Opdrachtgevers Overleg (SOO): ambtelijk overleg dat het bOOGO adviseert; m. Veilig Thuis: Veilig Thuis Groningen, de organisatie als bedoeld in artikel 4.1.1 Wmo; n. Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 2 Doel De gemeenschappelijke regeling is aangegaan met de volgende doelen: a. de samenwerking verankeren tussen de colleges van de gemeenten bij de zorg voor één Veilig Thuis; b. de taken en bevoegdheden van de gemeenten vanuit de Wmo 2015, de Jeugdwet en het terrein van veiligheid en openbare orde ten aanzien van Veilig Thuis door mandaat en volmacht op te dragen aan het college van de Centrumgemeente; c. de samenwerking tussen de deelnemers bevorderen door actief informeren en communiceren; d. afstemming tussen de deelnemers over de opdracht aan Veilig Thuis; e. de beheersing van de middelen en eventuele besparingen of aanvullende kosten en de verevening van risico’s tussen de deelnemers. Artikel 3 Centrumgemeente De gemeente Groningen wordt aangewezen als Centrumgemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wgr. Artikel 4 Taken centrumgemeente 1.

De Centrumgemeente is verantwoordelijk voor het verzorgen van de instandhouding van Veilig Thuis door middel van subsidiëring op basis van het uitvoeringsbudget zoals bedoeld in artikel 10. 2. De colleges van de gemeenten dragen aan het college van de Centrumgemeente taken op ter verwezenlijking van de doelen, genoemd in artikel 2. 3. In het bijzonder heeft de Centrumgemeente de volgende taken: a. het opstellen van een Programma van Eisen ten behoeve van de subsidieaanvraag; b. het beoordelen van aanvragen om subsidie van Veilig Thuis; c. het nemen van besluiten tot verlening van subsidie, inclusief de uitvoeringsovereenkomst aan Veilig Thuis; in ieder geval de eerste twee keer na inwerkingtreding van de regeling, besluit de centrumgemeente over de subsidieverleningsbeschikking op voorstel van het bOOGO, d. het verzorgen van de complete administratieve procedure van het subsidietraject; e. het verzorgen van de voortgangscontrole bij Veilig Thuis; f. het verzorgen van de vaststelling van de subsidie aan Veilig Thuis; 3

g.

het voeren van eventuele bestuursrechtelijke procedures die het gevolg zijn van de subsidiebesluiten. 4. Een college van een deelnemende gemeente kan aan de Centrumgemeente andere taken opdragen (bovenwettelijke taken), dan de wettelijke taken als bedoeld in de considerans van deze regeling.

Artikel 5 Mandaat 1. Aan het college van de Centrumgemeente wordt door de colleges van de Gemeenten mandaat dan wel machtiging of volmacht verleend om namens de colleges van de gemeenten, voor zover nodig en voor zover van toepassing, in mandaat besluiten te nemen en als ge(vol)machtigde andere (rechts)handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn ter behartiging van de in artikel 2 gestelde doelen en de daartoe opgedragen taken zoals aangegeven in artikel 4, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Onder het mandaat valt in ieder geval het nemen van subsidiebesluiten ten behoeve van Veilig Thuis in de ruimste zin des woords en het nemen van besluiten op eventuele bezwaarschriften en het voeren van (van verweer in) beroepsprocedures. 2. Het college van de Centrumgemeente is bevoegd aan de medewerkers van de Centrumgemeente een of meerdere ondermandaten, en voor zover van toepassing, ondermachtigingen of ondervolmachten, te verlenen voor de volgende bevoegdheden: a. subsidieverlening en -vaststelling aan Veilig Thuis; b. het beheer van de projectkosten (incidentele restmiddelen); c. het besluiten op bezwaar en het voeren van (verweer in) beroepsprocedures. 3. Het college van de Centrumgemeente kan het in het eerste lid bedoelde mandaat in ondermandaat geven aan de portefeuillehouder jeugd van de Centrumgemeente.

Van dit ondermandaat kan uitsluitend in spoedeisende gevallen gebruik worden gemaakt. 4. Een college van de deelnemende gemeente kan aan het college van de Centrumgemeente mandaat dan wel machtiging of volmacht verlenen voor het uitvoeren van bovenwettelijke taken als bedoeld in artikel 4, vierde lid. 5. De colleges van de gemeenten kunnen de in deze Regeling verleende mandaten, machtigingen en volmachten alleen intrekken onder de voorwaarde dat zij de activiteiten op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling gedurende 12 maanden na intrekking, bij Veilig Thuis blijven onderbrengen. Bij intrekking van het mandaat, machtiging of volmacht voor bovenwettelijke taken, geldt een termijn van 6 maanden. 6. In het geval dat het intrekken van het mandaat, machtiging of volmacht bedoeld in de vorige leden, voor de Centrumgemeente frictiekosten met zich meebrengt, komen die kosten voor rekening van de gemeente die het mandaat, de machtiging of de volmacht heeft ingetrokken.

4

Artikel 6 Bestuurlijk op overeenstemming gericht overleg (bOOGO) 1. In het bOOGO wordt in ieder geval besproken: a. het regionale beleid op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling; b. de hoogte van het totaal benodigde budget voor Veilig Thuis en daaraan gekoppeld de hoogte van de bijdrage per gemeente, als aandeel in de totale subsidie aan Veilig Thuis, zoals nader omschreven in artikel 11; c. de jaarrekening en het jaarverslag; d. de concept-subsidieverleningsbeschikking en/of het concept-Programma van Eisen wanneer deze tot een substantiële verhoging van de gemeentelijke bijdrage kunnen leiden; e. voor zover van toepassing, wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor Veilig Thuis; f. de gevolgen van uittreding van een gemeente zoals bedoeld in artikel 16, derde lid. 2. Het bOOGO wijst met inachtneming van artikel 7 uit zijn midden de leden van het Bestuurlijk Overleg aan. 3. Tenminste 1 keer per jaar is er een plenair overleg met de verantwoordelijke portefeuillehouders van de colleges van de gemeenten.

Artikel 7 Bestuurlijk Overleg; rol en taken. 1. Het Bestuurlijk Overleg bestaat uit portefeuillehouder Jeugd DB PG&Z, de portefeuillehouder van de Centrumgemeente en de bestuurder/directeur van Veilig Thuis, desgewenst aangevuld met één ander lid uit het bOOGO. 2. De portefeuillehouder van de Centrumgemeente is voorzitter. 3. Tenminste 2 maal per jaar is er een Bestuurlijk Overleg. 4. In het overleg komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: a. de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de subsidieverleningsbeschikking en uitvoeringsovereenkomst; b. de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van deze regeling; c. eventuele andere ontwikkelingen rondom de uitvoering van taken door Veilig Thuis, voor zover die niet onder a. of b. vallen. Artikel 8 Afstemmingsoverleg Veilig Thuis; rol en taken 1. Er is een afstemmingsoverleg Veilig Thuis, met medewerkers jeugd en/of veiligheid en/of Wmo van de gemeenten en medewerkers van VTG. 2. Het afstemmingsoverleg overlegt tenminste zes maal per jaar. 3. Het afstemmingsoverleg heeft in ieder geval de volgende taken: a. het bewaken van de voortgang van de uitvoering van de subsidieverleningsbeschikking en uitvoeringsovereenkomst; b. signaleren van ontwikkelingen in het werkterrein; c. het informeren en betrekken van collega’s jeugd, Wmo en veiligheid in de deelnemende gemeenten; d.

het bevorderen van de afstemming en samenwerking tussen gemeenten, Veilig Thuis en ketenpartners;

5

Artikel 9 AOZ&V en SOO; rol en taken 1. Het AOZ&V, samengesteld uit beleidsmedewerkers van de deelnemende gemeenten, verzorgt de voorbereiding van vergaderingen en voorstellen aan het bOOGO en kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan het SOO en het bOOGO. 2. Het SOO, samengesteld uit managers werkzaam in het Sociaal Domein van de deelnemende gemeenten, bespreekt de adviezen van het AOZ&V en adviseert gevraagd en ongevraagd het bOOGO. Artikel 10 Uitvoeringsbudget 1. Het uitvoeringsbudget bestaat in ieder geval uit een deel van middelen die de Centrumgemeente rechtstreeks vanuit het Rijk als decentralisatie-uitkering ‘vrouwenopvang en huiselijk geweld’ ontvangt, aangevuld met de jaarlijkse bijdragen van de gemeenten als bedoeld in artikel 11. 2. De kosten die de Centrumgemeente maakt voor uitvoering van de taken genoemd in artikel 4 worden bekostigd uit de decentralisatie-uitkering ‘vrouwenopvang en huiselijk geweld’. Artikel 11 Jaarlijkse bijdrage Groninger gemeenten 1. De jaarlijkse bijdrage is het totaal benodigde budget voor Veilig Thuis minus de beschikbare rijksbijdrage. De resterende bijdrage wordt door de centrumgemeente bij de deelnemende gemeenten in rekening gebracht op basis van een verdeelsleutel inwoneraantal/gebruik in de verhouding 80 % inwoneraantal/ 20% gebruik.

Het percentage gebruik wordt eens per 2 jaar opnieuw berekend op basis van 2 volledige voorgaande jaren. 2. Na vaststelling en inwerkingtreding van deze Regeling stellen de colleges van de deelnemende gemeenten de jaarlijkse bijdrage van de gemeenten vast. 3. Indien de jaarlijkse bijdrage ten opzichte van het voorgaande jaar, gelijk blijft , wordt de jaarlijkse bijdrage van de gemeenten door het college van de Centrumgemeente vastgesteld. Bij afwijkingen wordt de jaarlijkse bijdrage door de colleges van de gemeenten vastgesteld op voorstel van het college van de Centrumgemeente na bespreking in het bOOGO. 4. Wanneer een nieuwe bovenwettelijke taak bij Veilig Thuis wordt belegd worden nadere afspraken gemaakt over de uitvoeringskosten tussen de Centrumgemeente en de gemeenten die die extra taak belegd hebben. 5. De Centrumgemeente kan op basis van deze regeling geen andere kosten aan de gemeenten doorberekenen.

Artikel 12 Betaling De gemeenten betalen jaarlijks op basis van een factuur vóór 1 september van het betreffende jaar de verschuldigde bijdrage aan de Centrumgemeente.

6

Artikel 13 Informatieplicht 1. Het college van de Centrumgemeente dient op verzoek van een college van een gemeente, inlichtingen te verschaffen over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden. 2. De colleges van de gemeenten geven het college van de Centrumgemeente alle inlichtingen die het college van de Centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken, genoemd in artikel 4, nodig heeft. Artikel 14 Verantwoording De Centrumgemeente rapporteert eens per jaar achteraf aan het bOOGO over de werkelijke besteding van het uitvoeringsbudget zoals vermeld in artikel 10 alsook over de toepassing van de juridische bevoegdheden waarover de Centrumgemeente op grond van deze regeling beschikt. Artikel 15 Toetreding 1. Een college van een niet-deelnemende gemeente kan een verzoek doen om tot deze Regeling toe te treden door toezending van een daartoe strekkend besluit van dat college aan het college van de Centrumgemeente. 2. Toetreding is alleen mogelijk als de colleges van de gemeenten eensluidend instemmen met de toetreding. 3. Tenzij bij het besluit tot toetreding anders is bepaald, gaat de toetreding in met ingang van de dag na bekendmaking overeenkomstig artikel 26 Wgr. Artikel 16 Uittreding 1. Een college van een gemeente kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van dat college aan het college van de Centrumgemeente. 2.

Tenzij de colleges van de gemeenten, inclusief het college van de uittredende gemeente, eensluidend anders hebben besloten, vindt de uittreding plaats op 1 januari van het tweede jaar, volgend op dat waarin het besluit tot uittreding in het Gemeenteblad is bekend gemaakt. 3. De colleges van de gemeenten, exclusief het college van de uittredende gemeente, besluiten eensluidend over de gevolgen van de uittreding. 4. De colleges van de gemeenten verlenen mandaat aan het college van de centrumgemeente om op basis van de uitkomsten van het derde lid, de hoogte van de uittredingskosten vast te stellen en bekend te maken aan het college van de uittredende gemeente. 5. Het college van de Centrumgemeente doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor het uittredende college zo laag mogelijk te houden.

Artikel 17 Weghalen van bovenwettelijke taken; frictiekosten 1. Deelnemende gemeenten kunnen de in art. 4 lid 4 genoemde bovenwettelijke taken weghalen bij Veilig Thuis indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. taken kunnen uitsluitend per 1 januari worden weggehaald, b. er een opzegtermijn van 12 maanden wordt aangehouden en 7

c. de mededeling dient schriftelijk en gemotiveerd ingediend te worden bij het college van de Centrumgemeente. 2. Deelnemers die bovenwettelijke taken weghalen bij Veilig Thuis dragen alle frictiekosten die daarvan het gevolg zijn. 3. Het college van de Centrumgemeente besluit, na raadpleging van het bOOGO over het in rekening brengen van de frictiekosten en de datum waarop de beëindiging van de taak ingaat.

Artikel 18 Wijziging 1. De Regeling kan op voorstel van het bOOGO worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de colleges van de gemeenten en na verkregen toestemming van hun raden. 2. Tenzij bij het besluit tot wijziging anders is bepaald, treedt de wijziging van de Regeling in werking met ingang van de dag na bekendmaking overeenkomstig artikel 26 Wgr. Artikel 19 Opheffing 1. De Regeling kan worden opgeheven bij eensluidende besluiten van de colleges van de gemeenten na verkregen toestemming van hun raden. 2. Eventuele baten komen ten goede aan de gemeenten, naar rato van hun jaarlijkse bijdrage. 3. Tenzij bij het besluit tot opheffing anders is bepaald, treedt de opheffing van de Regeling in werking met ingang van de dag na bekendmaking overeenkomstig artikel 26 Wgr. Artikel 20 Evaluatie 1. Het bOOGO kan besluiten tot een evaluatie van de uitvoering van deze regeling. 2. Onderwerp van de evaluatie zijn de vorm, de inhoud en de uitvoering van de samenwerking. 3. De evaluatie wordt ter kennis gebracht van de colleges van de gemeenten. Artikel 21 Bekendmaking Het college van de Centrumgemeente wordt aangewezen als gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Wgr.

Artikel 22 Gegevensbescherming De Centrumgemeente legt aan Veilig Thuis de verplichting op om alle passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de persoonsgegevens die worden verwerkt ten dienste van de gemeenten (zijnde, de verantwoordelijken) te beveiligen en beveiligd te houden tegen verlies of tegen enige vorm van onzorgvuldig, ondeskundig of ongeoorloofd gebruik.

8

Artikel 23 Archivering De archivering met betrekking tot de door de Centrumgemeente uitgevoerde taken, geschiedt op basis van de bepalingen die de Centrumgemeente ook voor haar eigen processen hanteert. Artikel 24 Inwerkingtreding Deze Regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking overeenkomstig artikel 26 Wgr en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 25 Citeertitel Deze Regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op……., het college van burgemeester en wethouders van de gemeente……… op…….,

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12789415/1