CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

07-02 Beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2024

Gemeenteraad 17 mei 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Beleidsplan schuldhulpverlening 2021-202411.558 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2.1 Voorkomen van schulden Het effect van het inzetten van preventie valt lastig te meten en in harde cijfers aan te tonen. Wat wel meetbaar is, is hoe vaak vroegsignalering wordt ingezet. Verder blijkt dat vroegsignalering kan leiden tot een lagere totale schuld bij de start van schuldhulpverlening en tot een lager aantal schuldeisers per dossier, waardoor schuldsituaties minder snel uit de hand lopen en ook makkelijker zijn op te lossen. Streefcijfer: 1) Bij inwoners waarbij vroegsignalering is ingezet, is de gemiddelde schuldhoogte lager dan € 40.000,-; 2) Bij inwoners waarbij vroegsignalering is ingezet, is het gemiddelde aantal schuldeisers minder dan 14. 5.2.2 Duurzame resultaten Een graadmeter voor de duurzaamheid van de resultaten van schuldhulpverlening is de het herhalingspercentage. Dat percentage geeft weer hoeveel inwoners binnen drie jaar opnieuw gebruik maken van schuldhulpverlening nadat ze een eerder traject succesvol hebben afgerond. Hierbij wordt gekeken naar de afname van het product budgetbeheer, budgetcoaching en/of schuldregeling. Uit recent NVVK-onderzoek bij een aantal kredietbanken verspreid door het land blijkt dat het herhalingspercentage tussen de 4,4% en de 19% ligt.8 Als gewenst resultaat is gekozen dat het herhalingspercentage niet uitkomt boven het laagste percentage uit dat onderzoek.

Streefcijfer: Het gemiddelde herhalingspercentage bedraagt in 2021-2025 ten hoogste 4,4%. 5.2.3 Bevorderen participatie Inwoners kunnen op andere terreinen weer sneller de draad oppakken als er iets aan hun schulden wordt gedaan. De financiële situatie vormt dan niet langer een belemmering voor een burger om actief deel te nemen aan de samenleving. Ook het afwenden van een crisissituatie bevordert de participatie. Hiermee wordt immers voorkomen dat de situatie voor de inwoner verder uit de hand loopt met grote maatschappelijke consequenties tot gevolg (bijvoorbeeld een huisuitzetting of afsluiting van energie). Streefcijfers: 1) Het percentage inwoners met schulden dat binnen de schuldhulpverlening een oplossing voor de schulden krijgt aangeboden bedraagt jaarlijks minimaal 80%; 2) Het percentage crisissituaties dat wordt afgewend, bedraagt jaarlijks minimaal 80%.

8

Muijnck, J.A. de, Renken, C., Passende nazorg en voorkomen van terugval in schulden, Groningen: 2020, Breuer & Intraval.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024

24

(cv1d.180221)

5.2.4 Voorkomen van maatschappelijke kosten Uit onderzoek blijkt dat het aanpakken van de schulden ertoe leidt dat hoge maatschappelijke kosten worden voorkomen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de kosten voor huisuitzetting, herhuisvesting, maatschappelijke opvang, extra beroep op bijstand en afsluiting energie. Recentelijk is door het Nibud aangetoond dat het niet oplossen van een schuldsituatie de maatschappij ruim 100.000 euro kost. Het hiervoor genoemde onderzoek is ook vertaald in een rekentool 9 waarmee de kosten-batenverhouding van schuldhulpverlening berekend kan worden. De uitkomst van deze rekentool geeft een goede indicatie van het maatschappelijk rendement dat met schuldhulpverlening wordt behaald. Streefcijfer: De verhouding tussen de kosten en de baten van schuldhulpverlening is in de periode 20212024 minimaal 1,5 (iedere euro die in schuldhulpverlening wordt geïnvesteerd, levert minstens € 1,50 aan kostenbesparing op).

5.3

Borging kwaliteit Zoals de Wgs ook aangeeft, is het belangrijk dat de kwaliteit van de schuldhulpverlening wordt gewaarborgd. Het is essentieel dat inwoners en crediteuren vertrouwen hebben in de wijze waarop de gemeentelijke schuldhulpverlening wordt uitgevoerd en dat recht gedaan wordt aan hun belangen. Het werken volgens standaardafspraken levert een belangrijke bijdrage aan het vertrouwen van crediteuren in de gemeentelijke schuldhulpverlening. Het belang van klanten vraagt echter in een aantal gevallen om gestandaardiseerd maatwerk. De kwaliteit van de (uitvoerders van de) schuldhulpverlening wordt geborgd door de volgende onderdelen: Kredietbank  De kredietbank is lid van de NVVK. Dit is de landelijke branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering). De gedragscodes en werkwijzen van de NVVK gelden in Nederland als algemeen geaccepteerd en als bewijs van kwaliteit. De NVVK toetst met een audit-systeem of leden blijvend aan de kwaliteitseisen voldoen.

Momenteel wordt het kwaliteitskader van de NVVK vernieuwd waarbij men gaat naar een meer ontwikkelgericht model dat uitdaagt om de dienstverlening en resultaten stapsgewijs op een hoger plan te brengen;  De kredietbank voert doorlopend klanttevredenheidsonderzoeken uit voor de verschillende afdelingen;  Ieder kwartaal levert de kredietbank een managementrapportage met daarin minimaal de informatie genoemd in paragraaf 5.4;  Inwoners kunnen bezwaar en beroep aantekenen tegen besluiten die de kredietbank neemt binnen de schuldhulpverlening. De kredietbank heeft hiervoor een eigen bezwaarprocedure en een onafhankelijke externe commissie adviseert bij het nemen van een beslissing op het bezwaar;  Voor ontevredenheid over zaken waartegen geen bezwaar gemaakt kan worden, heeft de kredietbank een interne klachtenregeling. Alle ingekomen klachten en de afhandeling ervan worden geregistreerd en hierover wordt jaarlijks gerapporteerd. Overige samenwerkingspartners In de gehele keten van schuldhulpverlening zijn verschillende andere organisaties betrokken, zoals (intergemeentelijke) sociale diensten, welzijnsorganisaties, sociale (wijk)teams en vrijwilli-

9

Rekentool van onderzoeksbureau Regioplan en de Hogeschool Utrecht waarmee gemeenten lokaal de eigen kostenbatenverhouding van hun schuldhulpverlening kunnen berekenen.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024

25

(cv1d.180221)

gersorganisaties. Vanwege het aantal en de uiteenlopende aard van deze organisaties zijn er hier geen concrete onderdelen te benoemen die de kwaliteit van deze organisaties borgen. In zijn algemeenheid geldt dat de kwaliteit van deze samenwerkingspartners wordt geborgd doordat de gemeente regie voert op deze partners en op de kwaliteit van hun dienstverlening. Dit doet ze door met al deze partijen (in overeenkomsten) concrete samenwerkingsafspraken te maken en daarin ook prestatie-indicatoren op te nemen waaruit valt af te leiden of de doelen van de samenwerking worden bereikt. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het functioneren van de keten als geheel en voor de samenwerking en kennisoverdracht tussen partijen die daarvoor nodig is. Dit doet de gemeente door periodiek overleg te voeren met haar ketenpartners en de signaalpartners.

5.4

Managementrapportages en verantwoording Op basis van managementinformatie wordt het bereiken van de doelstellingen, de behaalde resultaten en de kwaliteit gemeten en bewaakt. In het kader van de monitoring wordt middels kwartaalrapportages in ieder geval de volgende informatie opgenomen:  wachttijden;  instroom;  ingezette producten;  doorlooptijden;  uitval;  uitstroom;  herhaalde aanmeldingen;  realisatie ten opzichte van de begroting;  Klachten en bezwaar en beroep. Daarnaast is informatie per kwartaal over de doelgroep van belang om een goed beeld te krijgen van de klanten die een beroep doen op schuldhulpverlening. Het doel van deze informatie is om in de toekomst beter inzicht te hebben in de vraag van de klant. Het betreft onderstaande gegevens (niet op persoonsniveau):  brede hulpvraag en problematiek van de klant;  geslacht;  leeftijd;  gezinssituatie;  inkomen (soort en hoogte van het inkomen);  hoogte van de schuld;  aard en oorzaak van de schulden.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024

26

(cv1d.180221)

6

Schuldenbewind Wanneer iemand schulden heeft, kan de rechter op verzoek een beschermingsbewindvoerder benoemen. Deze beslist over de financiën van de betrokkene. Het doel is om zijn financiële situatie te stabiliseren en te zorgen dat basisvoorzieningen, zoals huur, gas, water, elektriciteit en leefgeld worden betaald. Het instellen van het schuldenbewind is een ingrijpende en tot nu toe vaak langdurige maatregel. De afgelopen jaren is er landelijk een forse stijging geweest van het aantal huishoudens waarvan het vermogen door de rechter onder dit schuldenbewind wordt geplaatst. Omdat vergoeding van schuldenbewind deels via de bijzondere bijstand verloopt, heeft dit voor gemeenten geleid tot een kostentoename. Het verzoek tot schuldenbewind kan worden gedaan door een commerciële bewindvoerder maar ook door de kredietbank.

6.1

Wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind Door de Wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind kunnen de gemeenten meer invloed uitoefenen op onderbewindstellingen. Gemeenten mogen drie maanden nadat een schuldenbewind door de rechter is uitgesproken adviseren of iemand onder bewind moet blijven of dat er een andere, meer passende en lichtere vorm van ondersteuning door de gemeente ingezet kan worden, zoals schuldhulpverlening of een vorm van budgetbeheer. Budgetbeheer omvat alle activiteiten in het kader van het beheren van de inkomsten van een inwoner en het verrichten van betalingen. Via een vastgesteld budgetplan worden betalingen tijdig gedaan en ontstaan er geen (nieuwe) schulden of betalingsachterstanden. Daarnaast brengt de wet een maximale termijn voor schuldenbewind. De verwachting is dat door deze wet het aantal inwoners waarbij een schuldenbewind wordt uitgesproken, gaat dalen. De gemeente kan in een verklaring bij de rechtbank aangeven dat het gebruik wil maken van haar recht om advies uit te brengen bij schuldenbewinden. De rechter legt dan vervolgens aan de bewindvoerder de verplichting op om de gemeente binnen twee weken over het bewind te informeren en om na drie maanden een situatiebeschrijving en plan van aanpak aan de gemeente te sturen.

Op basis van deze informatie kan de gemeente beoordelen of voor deze inwoner schuldenbewind nodig is of dat de inwoner ook geholpen kan worden met een andere, lichtere vorm van ondersteuning. De gemeente is niet verplicht een advies uit te brengen. De rechter beslist daarna, mede aan de hand van het advies van de gemeente, of het bewind wordt voortgezet of dat het wordt beëindigd.

6.2

Rol professionele schuldhulpverlening De professionele schuldhulpverlening kan een waardevolle rol spelen in de onderbouwing van de afwegingen of er een meer passende en minder verstrekkende voorziening mogelijk is. Vanuit de kennis en ervaring op het terrein van de schuldhulpverlening en beschermingsbewind kan er een goede afweging worden gemaakt of bewind noodzakelijk is of dat een lichtere vorm van ondersteuning mogelijk is. In het advies kan worden aangegeven welke hulpverlening passend wordt geacht en op welke termijn deze beschikbaar is. Goede onderbouwing van het advies is van belang omdat de gemeente formeel niet wordt aangemerkt als belanghebbende in de procedure. Een rechter hoeft de gemeente niet officieel te horen waarbij nog een mondelinge toelichting gegeven zou kunnen worden. Ook is na het besluit van de rechtbank om het advies van de gemeente niet over te nemen geen hoger beroep mogelijk. Het advies is de enige kans voor de gemeente om invloed uit te oefenen op wel of niet voortzetting van het bewind. Gemeenten kunnen aan de rechtbank mededelen dat ze gebruik willen maken van de mogelijkheid om bij een schuldenbewind advies uit te brengen. Geadviseerd wordt om van deze mogelijkheid gebruikt te maken. Ambitie schuldenbewind  De gemeente geeft bij de rechtbank aan dat het gebruik wil maken van haar adviesrecht.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024

27

(cv1d.180221)

7

Extra middelen aanvullend steunpakket Door het Rijk zijn met de invoering van de Wgs ten aanzien van de uitvoering van de schuldhulpverlening geen extra structurele middelen ter beschikking gesteld. Gemeenten hebben de regie zelf in handen. Zij kunnen zelf prioriteiten stellen en kiezen hoe zij de schuldhulpverlening willen organiseren. Per gemeente is een apart bedrag gereserveerd in de begroting voor schuldhulpverlening. In dit beleidsplan zijn de inhoudelijke ambities opgenomen die de gemeente heeft ten aanzien van schuldhulpverlening. Afhankelijk van de beschikbare middelen zal blijken in hoeverre deze ambities in de praktijk daadwerkelijk haalbaar zijn. In de septembercirculaire 2020 zijn door het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld voor het versterken van de gemeentelijke aanpak van schulden en armoede in verband met de coronamaatregelen. In totaal bedraagt het aanvullend steunpakket landelijk een bedrag van € 146 miljoen, waarvan € 75 miljoen bedoeld is voor het gemeentelijke schuldenbeleid. Hieronder staan de bedragen tot en met 2022: 2020

2021

2022

Totaal

Gemeentelijk schuldenbeleid

15

30

30

75

Bijzondere bijstand

5

10

15

30

Versnellen brede schuldenaanpak

3

8

11

30

30

Garantiefonds schulden Totaal

23

78

45

146

In de decembercirculaire 2020 zijn de bedragen per gemeente opgenomen. Deze middelen worden over een periode van 3 jaren verstrekt en niet geoormerkt. Afgerond € 3 miljoen in 2020 en € 8 miljoen in 2021 gaan naar activiteiten ter versnelling van de schuldenaanpak zoals het Schuldenknooppunt en het Collectief Schuldregelen. Deze bedragen worden niet aan de gemeenten beschikbaar gesteld maar indirect profiteren de gemeenten hier wel van. Binnenkort volgt meer informatie over de precieze besteding. In elk geval gaat € 30 miljoen naar een Waarborgfonds Schulden. Het geld in dit waarborgfonds is bedoeld als risicobuffer voor (meer) saneringskredieten die door kredietbanken worden verstrekt. Dit geld kan dus niet worden besteed aan kosten van schuldhulpverlening. De middelen voor gemeentelijk schuldenbeleid zijn in verband met de wijziging in de Wgs inzetbaar met de bestemming om goed uitvoering te kunnen geven aan de wettelijke verplichting die de gemeenten vanaf 1 januari 2021 hebben op het gebied van preventie en vroegsignalering van schulden. Deze afweging zal binnen de gemeentelijke begroting moeten worden gemaakt. Daarbij dient te worden meegenomen dat bovenstaande middelen op grond van het aanvullend steunpakket geen structurele middelen betreffen.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024

28

(cv1d.180221)

8

Juridische aspecten Met de wijziging van de Wgs op 1 januari 2021 zijn gemeenten verplicht om in een verordening een termijn te bepalen waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor schuldhulpverlening in aanmerking komt. Deze termijn mag maximaal 8 weken zijn.

8.1

Algemene wet bestuursrecht Met de komst van de Wgs in 2012 werd schuldhulpverlening een wettelijke taak voor gemeenten. Daarmee werd ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing op schuldhulpverlening. Op een besluit tot schuldhulpverlening, de weigering of de beëindiging daarvan is de Awb van toepassing. Deze besluiten moeten daarmee onder meer zorgvuldig worden voorbereid en zijn voorzien van een deugdelijke motivering. Verder kan bij overschrijding van een beslistermijn de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen van toepassing worden. De gemeente kan daarmee aan een burger een dwangsom verschuldigd worden. Na het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld volgt een besluit met daarin (bij een toekenning) het plan van aanpak of er volgt een weigering van de schuldhulpverlening. Het besluit kan achterwege blijven als in het eerste gesprek door de inwoner wordt aangegeven dat wordt afgezien van verdere schuldhulpverlening. Het nemen van het besluit en de uitvoering van de schuldhulpverlening kan worden overgedragen aan de kredietbank.

8.2

Beleidsregels De kredietbank kan als uitvoeringsorganisatie regels opstellen. Hiervoor zijn de beleidsregels Schuldhulpverlening vastgesteld. In de beleidsregels is opgenomen wie toegang krijgt tot de gemeentelijke schuldhulpverlening, onder welke voorwaarden, en welke verplichtingen er gelden voor het verstrekken van inlichtingen en medewerking. Zodra een inwoner toegang tot de schuldhulpverlening wordt verleend, wordt een passend aanbod gedaan in de vorm van een traject. Dit aanbod is niet vrijblijvend want schuldhulpverlening kost immers geld. Van de inwoner wordt (voor zover mogelijk) een actieve deelname verwacht aan zijn traject. Dit bestaat uit een inlichtingenplicht en een plicht tot medewerking. Niet nakomen van deze verplichtingen kan leiden tot het beëindigen van het traject.

8.3

Bezwaar en beroep Een toekennend besluit tot schuldhulpverlening bevat een plan van aanpak. Ook kan worden besloten tot weigering of beëindiging van de schuldhulpverlening. Tegen deze besluiten kan een inwoner bezwaar maken. Tegen een besluit op bezwaar staat vervolgens beroep open bij de bestuursrechter. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om klachten in te dienen bij ontevredenheid over zaken waarvoor geen bezwaar en beroep openstaat.

8.4

Nieuwe taken en bevoegdheden De gewijzigde Wgs brengt een aantal nieuwe taken en bevoegdheden met zich mee. Mede in relatie tot de wet- en regelgeving op het gebied van persoonsgegevens is een heldere afbakening van taken en verantwoordelijkheden van belang. Dit speelt met name bij vroegsignalering en schuldhulpverlening voor ondernemers.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024

29

(cv1d.180221)

8.4.1 Vroegsignalering De gemeente wil de nieuwe verplichting tot vroegsignalering lokaal inrichten. De verantwoordelijkheid voor vroegsignalering en de taken en bevoegdheden vanuit dit deel van de Wgs worden daarom niet overgedragen aan de kredietbank. Wel kan de kredietbank net als andere samenwerkingspartijen een rol hebben in de uitvoering van vroegsignalering. Van belang is hierbij ook dat inwoners vanuit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) ook diverse rechten hebben. Zo kan een inwoner bij vroegsignalering bezwaar hebben tegen de uitwisseling van gegevens tussen een vaste lasten partij en de gemeente. In het landelijk convenant Vroegsignalering (zie paragraaf 4.3.2) zijn ook daarover afspraken gemaakt. Zo hoort de schuldeiser tijdens het incassotraject de inwoner in de gelegenheid te stellen om aan te geven dat deze bezwaar heeft tegen het verstrekken van de gegevens aan de schuldhulpverlener. Bij een bezwaar mogen de gegevens van deze inwoner niet meegenomen worden in de signalen naar de gemeente. De gemeente mag er dus - bij ontvangst van de signalen vanuit gaan dat de inwoner geen bezwaar heeft gemaakt tegen het uitwisselen van de gegevens. Wanneer een inwoner bij het contact met de gemeente aangeeft dat hij bezwaar heeft tegen het ontvangen van het vroegsignaal door de gemeente, kan de gemeente de inwoner doorverwijzen naar de vaste lasten partner.

8.4.2 Schuldhulpverlening aan ondernemers Schuldhulpverlening aan ondernemers kan door meerdere partijen worden uitgevoerd. Ook deze taken en bevoegdheden uit de Wgs liggen bij de gemeente en kunnen worden uitgevoerd door de daarvoor door de gemeente aangewezen partijen.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024

30

(cv1d.180221)

Bijlage:

Lijst met afkortingen AVG

: Algemene verordening gegevensbescherming

Awb

: Algemene wet bestuursrecht

NVVK

: Branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering

Pw

: Participatiewet

Wft

: Wet op het financieel toezicht

Wgs

: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Wmo

: Wet maatschappelijke ondersteuning

Wvbvv

: Wet vereenvoudiging beslagvrije voet

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10093972/1