07-02 41780 Begroting Scholengroep OPRON 2023 def
Tekst van het document
Begroting 2023 Meerjarenraming 2023-2027
Scholengroep OPRON, stichting openbaar primair onderwijs Vestigingsadres : Schaepmanstraat 25, 9645 HC Veendam Postadres : Postbus 138, 9640 AC Veendam Telefoon : (0599) 696 390 E-mail : info@opron.nl Website : www.opron.nl
Begroting 2023
VOORWOORD Voor u ligt de begroting van Scholengroep OPRON voor het kalenderjaar 2023, met een doorkijk naar de jaren daarna. Bij het opstellen van deze begroting zijn de thema’s, doelen en kernwaarden uit het strategisch beleid het uitgangspunt geweest. Door op deze wijze te begroten, zetten we een duidelijke, inhoudelijke en breed gedragen koers in, ook daar waar het om financiën gaat. Deze begroting is tot stand gekomen door het voeren van begrotingsgesprekken met iedere OPRON-directeur. Samen met HR en onze controller heeft iedere directeur ook dit jaar weer zelf invulling kunnen geven aan de inzet van de bekostiging op zijn of haar school. Op deze wijze is iedere directeur in staat om de gelden zo in te zetten, dat de besteding ervan past bij zijn doelgroep, het team en de schooljaarplannen. Dit maakt dat ook de begrotingen op schoolniveau zo beleidsrijk mogelijk zijn. Deze begrotingen samen, leggen de basis voor de begroting van de gehele scholengroep. Als de begrotingen op schoolniveau eenmaal zijn opgesteld, gaan we met de begroting voor OPRON-algemeen aan de slag. Hier begroten we bijvoorbeeld de kosten voor de invalleerkrachten, arbo- en verzuimbegeleiding, de begeleiding van startende leerkrachten, maar ook de kosten voor het Vervangings- en Participatiefonds. Tot slot is het begrotingsgesprek met betrekking tot het bovenschools management gevoerd.
Al deze gesprekken samen zorgen voor een begroting die beleidsrijk en vanuit de dialoog, met oog voor eigen verantwoordelijkheden en inspraak, tot stand is gekomen. Zo komen we tot een begroting, waarin eenieder zijn eigen accenten legt en waarbinnen we ruimte kunnen blijven bieden voor de schoolspecifieke wensen in de schoolbegrotingen. De bestuursformatie wordt met de vaststelling van deze begroting tevens bepaald. Aan de GMR wordt daarom naast advies over deze begroting, ook instemming gevraagd met de uitwerking van de vastgestelde normen (zie bijlage Begrotingsnormen) in een formatieverdeling per school. Het grote voordeel van deze werkwijze, is dat er snel duidelijkheid bestaat over de formatie per school, waardoor de scholen ruimer tijd hebben om, in overleg met team en MR, te komen tot een invulling van de formatie voor het schooljaar 2023-2024, hetgeen de kans op een tijdige en volledige bezetting vergroot.
Drs. M.M. Andreae Voorzitter CvB/Bestuurder Scholengroep OPRON a.i. November 2022
1
Begroting 2023
INHOUDSOPGAVE
1.
2.
3.
4.
5.
INLEIDING
3
1.1.
Vooraf: focus en risico’s
3
1.2.
De Organisatie
3
1.3.
OPRON en de gemeenten
5
HOOFDLIJNEN
6
2.1.
Begroting in relatie tot strategisch beleid OPRON
6
2.2.
Ontwikkeling aantal leerlingen
9
2.3.
Uitgangspunten begrotingssystematiek
9
EXPLOITATIEBEGROTING 2023 OP BESTUURSNIVEAU
13
3.1.
Exploitatiebegroting 2023
13
3.2.
Toelichting op de exploitatiebegroting
13
MEERJARENPERSPECTIEF
17
4.1
Meerjarenbegroting 2023-2027
17
4.2.
Toelichting op de meerjarenbegroting
17
4.3.
Kengetallen
17
4.4.
Kasstroomoverzicht
18
4.5.
Meerjarenbalans
18
BIJLAGE BEGROTINGSNORMEN
20
2
Begroting 2023
1. INLEIDING Voor het opstellen van de begroting 2023 zijn we uitgegaan van de jaarrekening 2021, de begroting 2022 en de prognose voor 2022. In hoofdstuk 1 schetsen we voor de volledigheid in het kort de organisatiestructuur van Scholengroep OPRON (OPRON). De hoofdlijnen van het begrotingsbeleid, voortkomend uit ons strategisch beleidsplan worden in hoofdstuk 2 beschreven. De exploitatiebegroting komt in hoofdstuk 3 aan de orde en in hoofdstuk 4 de meerjarenraming voor de periode 2023-2027. 1.1. − −
−
−
−
−
Vooraf: focuspunten en risico’s
Een aantal risico’s die hebben geleid tot ongeplande overschrijdingen in de afgelopen jaren zijn meegenomen in de begroting, de kans op tegenvallers is daarmee verkleind; We zijn er sterk op gericht om het verzuim terug te dringen. We merken dat dit lukt door specifieke expertise in te zetten in de vorm van een senior casemanager en adviseur reintegratie en duurzame inzetbaarheid. Er is dus budget gereserveerd om deze medewerker binnen OPRON te kunnen blijven inzetten; In 2020 is OPRON een schoollocatie voor nieuwkomers gestart, naar aanleiding van de heropening van het AZC in Musselkanaal. Een dergelijke school heeft vaak een sterk wisselend leerlingaantal, het is zaak de financiën en inzet behorend bij deze locatie extra goed te monitoren; Er wordt opnieuw, en meer, geïnvesteerd in de begeleiding van leerkrachten die starten binnen OPRON. Deze begeleiding zien wij als een zeer belangrijke component in de inductiefase en helpt om leerkrachten te behouden voor het beroep. Zo borgen we duurzaam en doelgericht werken; We vinden het van belang om in de begroting voldoende ruimte te reserveren voor de ontwikkelbehoefte van onze medewerkers.
Door ruimte te geven voor scholing, begeleiding en maatwerk, kunnen onze medewerkers professioneel blijven handelen, onderwijs op maat bieden en duurzaam ingezet worden; Er is in de begroting ruimte gemaakt om de inzet van de praktijkklas en de inzet van ambulante begeleiding vanuit het gespecialiseerd Kindcentrum voor de andere OPRON scholen te kunnen continueren; zo werken we onder andere aan onderwijs op maat en duurzame inzetbaarheid.
1.2.
De organisatie
OPRON is de stichting voor Openbaar PRimair ONderwijs in de gemeenten Midden-Groningen, Stadskanaal en Veendam. De kernactiviteiten van de stichting zijn: het bieden en verzorgen van breed en algemeen toegankelijk openbaar onderwijs aan alle kinderen van 4 tot en met 12 jaar, in een als veilig en vertrouwd ervaren fysieke en sociale omgeving. het vergroten van kennis en het ontwikkelen van vaardigheden van de leerlingen om hen daarmee in staat te stellen op een volwaardige wijze deel te nemen aan de maatschappij, zodanig dat hun kwaliteiten daarbij zo goed mogelijk tot uiting komen. Deze opdracht is onder andere verwoord in artikel 8 en artikel 46 van de WPO en artikel 49 van de WEC. Voor de Margaretha Hardenbergschool (ZML school) moet opgemerkt worden dat op deze school leerlingen tot 18 jaar onderwijs ontvangen. Tot de stichting behoren 18 scholen, waarvan 16 basisscholen, één school voor speciaal basisonderwijs en één school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. De structuur van de organisatie wordt in afbeelding 1 weergegeven.
3
Begroting 2023
Raad van Toezicht In 2013 hebben de gemeenteraden ingestemd met een verandering van de statuten en een formele verandering van de structuur van de organisatie. De wettelijk verplichte scheiding tussen bestuur en intern toezicht is nu geformaliseerd middels het model Raad van Toezicht - College van Bestuur. College van Bestuur Met de invoering van het model Raad van Toezicht – College van Bestuur ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij het College van Bestuur. Schooldirecties Elke school heeft een integraal verantwoordelijke directie. Deze is verantwoordelijk voor het onderwijskundige, financiële en personele beleid van de eigen school. De directeur wordt bij de uitvoering van de taken ondersteund door een interne begeleider. De schooldirectie voert namens het bevoegd gezag overleg met de medezeggenschapsraad van de school. GMR De GMR wordt actief betrokken conform de WMS bij de inhoud en uitvoering van nieuw en bestaand beleid.
GMR
College van Bestuur
Raad van Toezicht
actieteam stafbureau directieberaad
directie mr
team
directie mr
team
directie mr
team
directie mr
team
directie mr
team
Afbeelding 1 Organogram Scholengroep OPRON
Actieteams Jaarlijks worden een aantal actieteams ingesteld. In elk actieteam zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd. De actieteams bereiden beleidsnotities voor of werken onderdelen van het strategisch beleid uit en leggen dit voor aan het directieberaad en het College van Bestuur.
4
Begroting 2023
Ondersteuning Het College van Bestuur en de schooldirecties worden ondersteund door het bestuurskantoor, waarin het secretariaat en specialistische taken rondom onderwijs, personele en financiële zaken zijn ondergebracht. Een deel van de financiële, personele en salarisadministratie is, sinds 1 januari 2017, uitbesteed aan Onderwijsbureau Meppel. 1.3.
OPRON en de gemeenten
De gemeenten hebben de grondwettelijke taak te voorzien in voldoende openbaar onderwijs. Om vanuit die taak zicht te houden op de gang van zaken, is in de statuten vastgelegd dat het College van Bestuur de begroting en de jaarrekening aan de gemeenten verstrekt en dat de gemeenten, indien zij dit wensen, hun zienswijze aan het College van Bestuur kenbaar maken. Het College van Bestuur zendt vervolgens een reactie op de zienswijze aan de gemeenten. In geval van ernstige taakverwaarlozing zijn de gemeenteraden bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen, overeenkomstig de daartoe geldende wetsartikelen.
5
Begroting 2023
1.
Hoofdlijnen
2.1.
Begroting in relatie tot strategisch beleid OPRON
Bij het opstellen van deze begroting is het strategisch beleid van OPRON, dat in 2019 is opgesteld voor de periode 2019-2023, richtinggevend geweest. Dit beleidsplan is OPRON-breed tot stand gekomen en is daarom van en voor ons allemaal. Door de begroting hier zo veel mogelijk op af te stemmen en hier bij aan te laten sluiten, creëren we ook een begroting die aansluit bij de koers die we gezamenlijk voor OPRON hebben uitgestippeld. Deze begroting sluit daarom ook aan bij de volgende missie en visie: ‘Scholengroep OPRON staat voor goed openbaar onderwijs. Binnen onze scholen stellen wij kinderen in staat hun eigen talenten en persoonlijkheid te ontdekken en te benutten. Elke leerling telt mee ongeacht afkomst, cultuur of geloofsovertuiging. Wij respecteren elkaar, zijn in contact met ouders en participeren in onze samenleving. Wij waarderen onze medewerkers, die iedere dag weer de verantwoordelijkheid nemen het beste uit leerlingen, collega’s en zichzelf te halen’ ‘We werken vanuit onze kernwaarden Vertrouwen en Verantwoordelijkheid. Vanuit vertrouwen geven we ruimte om beslissingen te nemen, is er ruimte voor eigen identiteit en werken we aan eigenaarschap van medewerkers en leerlingen. Vertrouwen heeft voor ons ook te maken met betrokkenheid, aandacht hebben voor elkaar en open en duidelijke communicatie.
Vanuit eigenaarschap en betrokkenheid werken we samen aan de doelen van Scholengroep OPRON. Samen zijn we verantwoordelijk voor het slagen daarvan. Dit geldt voor medewerkers, ouders en leerlingen. Een voorwaarde voor het gezamenlijk kunnen dragen van deze verantwoordelijkheid is een professionele cultuur. Een cultuur waarin het gedrag van alle betrokkenen ervoor zorgt dat we de doelen, die we gesteld hebben, behalen en iedereen een gevoel van welbevinden ervaart. Vanuit vertrouwen en verantwoordelijkheid werken we samen aan de ontwikkeling van onze leerlingen, onszelf en Scholengroep OPRON.’
−
−
Conform het strategisch beleid worden de ICT-voorzieningen ieder jaar zorgvuldig op orde gehouden; OPRON had hier wat in te halen, maar middels een heldere en complete inventarisatie van onze hardware en een passend investeringsplan hebben we een goede inhaalslag gemaakt, zodat we ons onderwijs ook op deze wijze toekomstbestendig maken; Los van de investering in ICT-hardware, is het vooral ook van belang om te blijven investeren in de ICT-vaardigheden. Jaarlijks wordt de scholingsbehoefte geïnventariseerd en wordt er naar aanleiding daarvan geïnvesteerd in scholing om ons onderwijs toekomstbestendig te maken;
6
Begroting 2023
−
Kennisdeling leidt tot professioneel handelen, meer onderwijs op maat en toekomstbestendig onderwijs. Voor 2023 hebben we uren, en dus gelden, gereserveerd voor de inzet van een bovenschools ambulant begeleider. Deze begeleider is in staat om de kennis vanuit het Kindcentrum Westerwinde te delen binnen ons reguliere onderwijs. Op deze manier kunnen onze collega’s worden ondersteund, daar waar ze nog handelingsverlegen zijn ten aanzien van de specifiekere ondersteuning die sommige leerlingen nodig hebben. De inzet van ons Kindcentrum Westerwinde als expertisecentrum is een waardevolle ontwikkeling, waarmee we onze scholengroep goed kunnen versterken.
−
Duurzame inzetbaarheid en professioneel handelen zien we als belangrijke pijlers van ons onderwijs. Conform ons beleid ‘startende leerkracht’ investeren we in onze startende collega’s door personele inzet te genereren op de begeleiding van deze starters. De leerkrachten die de ambitie hebben om een dergelijke bovenschoolse taak te vervullen, kunnen we zo de uren geven voor ondersteuning en begeleiding van deze startende leerkrachten. Voor 2023 hebben we weer budget gereserveerd voor deze begeleiding, dit omdat we opnieuw veel nieuwe medewerkers hebben en we hechten aan de positieve effecten van deze begeleiding; Ook in 2023 loopt het traject ‘Succes4all’ door binnen onze scholengroep. Success for All is een van oorsprong succesvol Amerikaans taal-/leesprogramma voor basisscholen. Goed kunnen lezen is heel belangrijk, we investeren hier middels deze beproefde aanpak duurzaam en doelgericht in. In het Success for All-programma wordt het leren lezen én leesplezier gestimuleerd door kinderen actief taal te laten gebruiken. Dit wordt gedaan door aansprekende verhalen en mooie (lees)boeken te lezen tijdens de taal-/leesles. Verwerking vindt plaats door samen te werken.
−
7
Begroting 2023
−
−
−
−
−
Investering in scholing is investeren in medewerkers. Er is daarom voor 2023 extra financiële ruimte gereserveerd voor scholing. Daarmee bevorderen we niet alleen het professioneel handelen van onze medewerkers, maar door scholing kunnen we ook inzetten op kennisdeling, waarbij samen leren een uiting is van professionele cultuur; In de WPO is opgenomen dat een schoolbestuur moet beschikken over een observatieinstrument waarmee de ontwikkeling van leerkrachten kan worden gevolgd. Een dergelijk observatie-instrument moet objectief en kwalitatief goed zijn. OPRON investeert in de inzet van de Vaardigheidsmeter (VHM). De VHM wordt gebruikt als ontwikkelinstrument, het geeft zicht op de ontwikkelmogelijkheden ten aanzien van het instructiegedrag en het professioneel handelen van leerkrachten. Het geeft inzicht in de sterke punten en de ontwikkelpunten van leerkrachten. Het dient als input voor de professionele dialoog tussen leerkracht en directeur. In de begroting is geld gereserveerd voor de VHM en voor de certificering van de schoolleiders; Er wordt geïnvesteerd in nog een jaar OPRON-brede kwaliteitsimpulsen. In 2023 lopen de kwaliteitsimpulsen ‘Kleuterimpuls’ en 'Rekenimpuls’.
OPRON zet deze maatwerk trajecten in om de scholen te helpen in hun ontwikkeling op dit vlak en het professioneel handelen ten aanzien van het rekenonderwijs en het onderwijs aan jonge kinderen te versterken.
Middels de eerder genoemde kwaliteitstrajecten ‘Kleuterimpuls’ en ‘Rekenimpuls’ werken we onder andere aan het bieden van onderwijs op maat. De leeromgeving dient krachtig ingericht te zijn; er is sprake van een leerrijke omgeving waarin leerlingen kunnen ontdekken en worden uitgedaagd en gestimuleerd; In 2023 continueren we de ‘praktijkklas’. Zo kunnen we hoogwaardig, kindgericht onderwijs in een praktijkklas bieden, rekening houdend met verschillen en passend bij de leerbehoeften van kinderen waarvan de uitstroomverwachting de basisberoepsgerichte leerweg of het praktijkonderwijs is;
8
Begroting 2023
−
Aandacht is er ook voor de meer- en hoogbegaafde (HB) leerlingen. Eén van de directeuren heeft een voortrekkersrol in het HB-project vanuit het Samenwerkingsverband. OPRON heeft vanuit het Samenwerkingsverband budget om hier mee aan de slag te gaan en hoopt zo de kennis van scholen rondom HB-leerlingen vergroten. Medewerkers van OPRON volgen hiertoe de scholing HB-specialist.
2.2.
Ontwikkeling aantal leerlingen
Er zijn verschillende bronnen om de ontwikkeling van het aantal leerlingen in beeld te brengen. Een prognose is per definitie een schatting. In deze begroting is uitgegaan van de verwachte prognose van de schooldirecteur. In de onderstaande tabel is te zien dat het aantal leerlingen daalt van 2.596 per 1 oktober 2021 naar 2.258 per 1 oktober 2028. Dit is een daling van 338 leerlingen. De daling wordt vooral veroorzaakt door krimp.
De prognose van het aantal leerlingen is nadrukkelijk onderdeel van de meerjarenbegroting waarin een aantal baten en lasten meebeweegt met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. De stijging van het aantal leerlingen van 1-10-2021 naar 1-2-2022 is gelegen in feit dat de teldatum is veranderd als gevolg van de invoering van de vereenvoudiging van de bekostiging per 1-1-2023. De leerling stijging is 2,7% voor Scholengroep OPRON, terwijl het landelijk gemiddelde rond de 4,0% is. 2.3.
Uitgangspunten begrotingssystematiek
Voor het opstellen van de begroting wordt sinds 2018 een nieuwe begrotingssystematiek toegepast gebaseerd op vastgestelde normen, vooral wat betreft de formatietoedeling naar de scholen. De normen zijn vastgelegd in het document Begrotingsnormen (vastgesteld in 2018 herijking 2022), welke als vaste bijlage aan deze toelichting op de begroting is opgenomen. Dit is tevens de grondslag voor het opstellen van deze begroting. De opbouw van de organisatiebegroting komt vanuit de schoolbegrotingen. Er zijn begrotingsgesprekken gevoerd met alle schooldirecteuren in het kader van de integrale verantwoordelijkheid. In deze gesprekken is de formatie voor komend schooljaar vastgesteld, en worden de geplande investeringen welke aansluiten op en volgen uit het schooljaarplan en de verwachte kosten ten aanzien van scholing en overige lasten opgenomen en bijgesteld.
9
Begroting 2023
Er is besloten om de huisvestigingslasten budgetneutraal door de schoolbegroting te laten lopen. Dit houdt in dat een tekort of een tegoed op de huisvestingslasten, door leegstand, verouderde huisvestiging of juist een nieuw gebouw, niet ten laste of ten gunste van de schoolbegroting komt. Formatieplanning Elk bevoegd gezag is op grond van het gestelde in de CAO Primair Onderwijs, onderdeel formatiebeleid, verplicht tot het opstellen van de meerjarenformatieplanning voor de komende vier schooljaren. Met het opstellen en vaststellen van deze begroting, waarin de formatieplanning is opgenomen, wordt aan deze verplichting voldaan. Deze formatieplanning is het kader en taakstellend voor de schoolformatieplannen voor het schooljaar 2023-2024. In de onderstaande tabel is de begrote gemiddelde formatie per kostenplaats per kalenderjaar weergegeven. Hierin is tevens verzuim, payrolling (o.a. directie, OOP en overig inhuur) en Bapo meegenomen. Scholen
2022
2023
2024
2025
2026
08GQ obs Insp. Amerikaschool
8,58
8,30
7,72
7,41
7,23
08SW obs Menterhorn
12,93
12,93
11,31
10,69
10,47
10CO obs De Tandem
8,01
7,64
6,29
5,54
5,54
11AO obs De Springplank
7,87
7,97
6,32
6,01
6,01
11YX obs De Meent
7,62
7,13
6,36
5,98
5,98
13GU obs De Viermaster
19,37
19,48
17,33
16,83
16,83
13QO obs De Braskörf
18,83
20,05
18,08
17,19
16,37
13UO obs Noorderbreedte
11,40
8,20
6,60
6,10
5,88
13ZR obs Hagenhofschool
13,06
12,72
11,97
11,75
11,26
14EK odab Westerschool
16,58
16,11
13,41
12,35
12,00
14HC obs De Sleutel
8,41
7,56
6,55
6,05
5,74
14IM obs Mr. Neuteboomschool
21,91
29,07
23,55
18,73
18,30
15AS obs De Oleander
4,75
5,01
5,05
4,78
4,40
15EP ojbs De Ommewending
4,72
4,88
4,39
4,08
4,08
15FZ obs De Badde
4,81
4,78
4,28
4,34
4,34
15JG obs De Musselhorst
5,78
5,62
4,88
4,32
4,32
19TV sbo Wim Monnereauschool
22,98
26,97
25,91
24,72
24,72
26NL Marg. Hardenberg school
21,23
24,19
22,39
21,06
20,33
26NL-N1 Marg. Hardenberg school SO
17,95
17,74
17,30
16,93
16,93
41780 PO001 Passend Onderwijs
3,09
2,18
2,35
2,35
2,35
41780 Scholengroep OPRON Algemeen
29,12
24,65
29,55
27,25
23,10
41780 Scholengroep OPRON BM
6,72
6,74
6,31
6,31
6,31
275,71
279,93
257,89
240,77
232,49
Eindtotaal
De kostenplaats “41780 PO001 Passend Onderwijs” betreft de inzet van het OPRON-expertiseteam. Op de kostenplaats “41780 Scholengroep OPRON Algemeen” zijn o.a. de poolers opgenomen. Op de kostenplaats “41780 Scholengroep OPRON BM” is de bezetting van het bestuurskantoor opgenomen. Bovenstaande gegevens worden hierna ook weergegeven, maar dan per schooljaar.
10
Begroting 2023
School
2022-2023
2023-2024
2024-2025
2025-2026
08GQ Amerikaschool
8,72
7,94
7,41
7,41
08SW obs Menterhorn
13,76
11,76
10,69
10,69
10CO obs De Tandem
8,23
6,82
5,54
5,54
11AO obs De Springplank
8,92
6,55
6,01
6,01
11YX obs De Meent
7,48
6,63
5,98
5,98
13GU obs De Viermaster
20,92
17,68
16,83
16,83
13QO obs De Braskörf
21,09
18,52
17,45
16,81
13UO obs Noorderbreedte
9,35
6,96
6,10
6,10
13ZR obs Hagenhofschool
13,25
11,97
11,97
11,43
14EK odab Westerschool
17,36
14,16
12,35
12,22
14HC obs De Sleutel
8,03
6,91
6,05
6,05
14IM obs Mr. Neuteboomschool
31,77
25,24
19,93
18,30
15AS obs De Oleander
4,98
5,05
5,05
4,40
15EP ojbs De Ommewending
5,17
4,62
4,08
4,08
15FZ obs De Badde
5,18
4,24
4,34
4,34
15JG obs De Musselhorst
5,88
5,28
4,32
4,32
19TV sbo Wim Monnereauschool
27,04
26,75
24,72
24,72
26NL Marg. Hardenberg school
24,75
23,22
21,58
20,33
26NL-N1 Marg. Hardenberg SO
18,09
17,57
16,93
16,93
41780 PO001 Passend Onderwijs
2,06
2,35
2,35
2,35
41780 Scholengroep OPRON Alg.
24,33
26,95
28,05
25,43
41780 Scholengroep OPRON BM
6,78
6,39
6,31
6,31
293,16
263,55
244,05
236,60
Functiecategorie
2022
2023
2024
2025
2026
Directie
13,31
13,85
13,56
13,50
13,50
Onderwijzend personeel
195,61
196,44
184,04
169,29
162,69
Onderwijsondersteunend personeel
49,97
48,63
41,01
39,79
38,58
Payrolling
3,93
4,52
4,00
4,00
4,00
Verzuim
12,89
16,50
15,28
14,19
13,72
Totaal
275,71
279,93
257,89
240,77
232,49
Eindtotaal
Bovenstaande tabel laat dezelfde beschikbare formatie zien, maar dan naar functiecategorie. In onderstaande tabel is de daling van het meerjarenformatiebudget afgezet tegen het natuurlijk verloop. De tabel geeft antwoord op de vraag of OPRON aan haar werkgeversverplichtingen kan blijven voldoen in het kader van het werkgelegenheidsbeleid. Dat is het geval. 2024
2025
2026
-22,04
-17,12
-8,28
Natuurlijk verloop o.b.v. AOW
4,93
3,15
1,50
Natuurlijk verloop overig 4%
10,32
9,63
9,30
Vaste benoemingsruimte
-6,80
-4,33
2,51
Daling beschikbare formatiebudget
11
Begroting 2023
De beschikbare formatie neemt af van 279,93 fte in kalenderjaar 2023 naar 257,89 fte in het kalenderjaar 2024. De krimp bedraagt dan 22,04 fte. Het natuurlijk verloop op basis van leeftijd of anderszins is kleiner dan de te verwachten krimp. Dit betekent voor OPRON dat de tijdelijke schil van 39,94 fte (tijdelijke aanstellingen van een jaar of korter) verkleind zal moeten worden met 6,80 fte.
12
Begroting 2023
2. 3.1.
EXPLOITATIEBEGROTING 2023 OP BESTUURSNIVEAU Exploitatiebegroting 2023
Exploitatiebegroting 3.1 Rijksbijdragen 3.1.1.1 OCW 3.1.2.2 Niet geoormerkte subsidies 3.1.3 Ontvangen doorbet. rijksbijdrage SWV 3.2 Overige overheidsbijdr. en -subsidies 3.2.1 Gemeentelijke bijdragen en subsidies 3.2.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3.5.1 Verhuur 3.5.2 Detachering personeel 3.5.5 Ouderbijdragen 3.5.6 Overige (overige baten) 4.1 Personeelslasten 4.1.1.1 Salariskosten directie 4.1.1.2 Salariskosten onderwijzend personeel 4.1.1.3 Salariskosten onderwijs ond. personeel 4.1.1.4 Salariskosten vervanging en overig 4.1.2.1 Dotaties personele voorzieningen 4.1.2.2 Personeel niet in loondienst 4.1.2.3 Overige 4.1.2.4 Scholing en opleiding 4.1.3 Af: uitkeringen 4.2 Afschrijvingen 4.2.2.1 Gebouwen 4.2.2.2 Inventaris en apparatuur 4.2.2.3 Overige materiele vaste activa 4.2.2.4 Leermiddelen afschrijving 4.3 Huisvestingslasten 4.3.1 Huur 4.3.3 Onderhoud 4.3.4 Energie en water 4.3.5 Schoonmaakkosten 4.3.6 Heffingen 4.3.7 Dotatie onderhoudsvoorzieningen 4.3.8 Overige (huisvestingslasten) 4.4 Overige lasten 4.4.1 Administratie- en beheerslasten 4.4.2.1 Inventaris app. kleine aanschaf>1 jr 4.4.2.2 Leermiddelen kleine aanschaf>1 jr 4.4.4 Overige (overige lasten) 5.0 Financiële baten en lasten 5.1 Rentebaten Eindtotaal
3.2.
Resultaat 2021 24.555.258 21.307.020 1.763.385 1.484.853 573.719 104.078 469.641 345.254 49.032 93.914 1.433 200.876 -19.622.099 -1.491.947 -14.581.181 -1.784.067 -2.142.262 73.717 -236.384 -720.044 -147.475 1.407.545 -442.109 -48.666 -300.981 -13.388 -79.074 -1.399.951 -35.391 -93.376 -336.191 -411.991 -16.990 -267.200 -238.813 -2.000.917 -761.443 -8.856 -453.978 -776.640 -34.330 -34.330 1.974.826
Begroting 2022 23.117.987 21.470.748 503.000 1.144.239 246.368 68.200 178.168 187.378 52.392 46.886 0 88.100 -19.787.361 -1.395.338 -14.736.590 -1.771.894 -2.447.150 -30.000 -275.466 -646.601 -265.800 1.781.479 -501.650 -3.310 -388.123 -6.973 -103.245 -1.493.554 -38.500 -134.329 -291.400 -434.789 -20.600 -317.200 -256.736 -2.138.734 -751.210 -12.775 -522.681 -852.068 0 0 -369.566
Begroting 2023 25.903.575 24.084.880 1.039.165 779.530 209.637 25.800 183.837 172.162 55.192 24.951 0 92.019 -22.315.371 -1.651.415 -16.224.792 -2.258.662 -3.087.470 -35.000 -283.205 -681.419 -212.500 2.119.091 -529.106 -48.780 -368.072 -4.747 -107.508 -1.493.865 -38.500 -93.329 -372.000 -439.900 -22.100 -255.000 -273.036 -1.863.289 -789.630 -13.000 -535.685 -524.974 0 0 83.742
Toelichting op exploitatiebegroting 2023
Het verwachte resultaat voor kalenderjaar 2023 komt neer op € 83.742. Het begrote tekort voor kalenderjaar 2022 wordt verklaard door de verwerking van het wegvallen van de ‘Vordering OCW’ als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging per 1-1-2023. Het “netto” begrote resultaat voor 2022 was € 68.049.
13
Begroting 2023
Rijksbijdragen (3.1) OCW De reguliere bekostiging laat een forse stijging zien ten opzichte van 2022 welke veroorzaakt wordt door de normaanpassing ter dekking van de loonkloofdichting PO-VO en de nieuwe cao. Er is rekening gehouden met een geringe normaanpassing van 1,4% gebaseerd op de laatste berichten vanuit de PO-raad. De middelen voor werkdrukverlaging, welke onderdeel uitmaken van deze rijksvergoeding, zijn aan het formatiebudget op schoolniveau toegevoegd. Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging Deze bekostiging heeft betrekking op de gefuseerde scholen tot obs De Braskörf per 1-8-2016 en de gefuseerde scholen tot obs Menterhorn per 1-8-2018. Deze bekostiging loopt terug van € 99.000 in 2023 naar € 0 in 2025. Onderwijsachterstandenbeleid Het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid is per 1-8-2019 ingegaan en heeft de oude gewichtenregeling, waaronder de impulsgelden vielen, vervangen. De bijdrage onderwijsachterstandenbeleid is de vaste vergoeding per onderwijsscore van de school. Deze middelen bedragen in 2023 € 995.876. Nationaal Programma Onderwijs (NPO) De NPO-middelen zijn tijdelijke middelen tot 1-8-2023 en zijn € 588.500 lager dan voorgaand jaar, toen deze middelen voor heel 2022 zijn verstrekt. Deze tijdelijke bekostiging komt op schoolniveau binnen. Eventuele niet-bestede middelen worden in de NPO reserve op schoolniveau geboekt.
Academische Opleidingsschool Onder de niet geoormerkte subsidies valt o.a. het project Academische Opleidingsschool (AOS). Dit project is budgetneutraal in de begroting 2023 opgenomen. Onder de overige lasten onder 4.4.4. zijn even hoge kosten opgenomen (€ 150.000). In 2021 was dit project niet in de begroting opgenomen. Bijzondere bekostiging eerste opvang vreemdelingen Er wordt subsidie ontvangen voor ‘eerste opvang vreemdelingen’. Het is nog niet precies bekend wat de omvang van deze subsidie zal zijn aangezien deze afhankelijk is van het aantal leerlingen op een aantal peildata. Het aantal leerlingen is lastig te prognosticeren. In de begroting is op basis van ervaringscijfers een schatting opgenomen van € 600.000 voor wat betreft de te ontvangen gelden. Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdragen SWV OPRON maakt onderdeel uit van het Samenwerkingsverband 20.01 PO provincie Groningen en gemeente Noordenveld en het Samenwerkingsverband 20.02 VO Groningen Ommelanden. Op basis van het aantal leerlingen en het verwijzingspercentage richting het speciaal basisonderwijs wordt een budget ontvangen. Voor onze eigen school voor speciaal basisonderwijs wordt een apart budget ontvangen op basis van het aantal leerlingen. Door de vereenvoudiging van de bekostiging worden de ondersteuningsmiddelen door de betreffende scholen (SBO, SO en VSO) ontvangen.
Deze middelen komen rechtstreeks van het Rijk. Bij het opmaken van de stichtingsbegroting 2023 waren de begrotingen van de SWV-en nog niet beschikbaar en is voorzichtigheidshalve uitgegaan van (per saldo) dezelfde ontvangsten als voorgaand jaar.
14
Begroting 2023
Overige overheidsbijdragen (3.2) Overige overheidsbijdragen Van de gemeente Veendam wordt een bedrag ontvangen voor de uitvoering van de avondschool. Dit komt geheel ten gunste van de schoolexploitatie van Marg. Hardenbergschool VSO. Overige subsidie Onder de post overige subsidie is het project OK-werkplaats opgenomen. OPRON is hiervoor penvoerder. Het project loopt budgetneutraal door de exploitatie. Onder 4.4.4 overige lasten zijn even hoge lasten opgenomen (€100.301k). Overige baten (3.5) Verhuur Voor medegebruik op een aantal scholen wordt een vergoeding ontvangen. Detachering personeel Een aantal medewerkers van OPRON is gedetacheerd bij een externe partij. De loonkosten worden gedeclareerd. Overige baten Aan overige baten worden bedragen ontvangen voor de inzet van OPRON in PICTO, bijzondere ondersteuningsbekostiging (Visio) en de vergoeding voor het penvoerderschap Academische Opleidingsschool. Personeelslasten (4.1) Lonen en salarissen Het begrote bedrag aan lonen en salarissen is een optelsom van alle loonkosten. Het grootste deel van deze kosten wordt gemaakt via eigen verloning. Hiernaast wordt een aantal medewerkers via een externe partij verloond en huren wij een aantal externen in. De lonen en salarissen zijn doorgerekend op basis van de huidige inzet, waarmee voor de eerste 7 maanden van 2023 de jaarbegroting reeds vast staat.
Voor het schooljaar 2023-2024 is bij de benodigde inzet rekening gehouden met de ontwikkeling van het aantal leerlingen en het beschikbare budget op basis van de normen. Tevens zijn onder deze post de te verwachten kosten inzake uitbetaling ontslaguitkeringen opgenomen en de kosten ten laste van de ontvangen arbeidsmarkttoelage voor een aantal scholen. Overige personele lasten De overige personele lasten bestaan onder andere uit kosten voor bedrijfsgezondheidszorg, reintegratietrajecten, scholing, schoolbegeleiding (o.a. kleuterimpuls), kerstpakketten en dotaties aan personele voorzieningen. Tevens is onder deze post een malus van het Vervangingsfonds begroot en de kosten inzake terugvordering uitkeringen vanuit het Participatiefonds (oude regime). Afschrijvingen (4.2) De begrote afschrijvingslasten komen tot stand door alle bestaande activa in beeld te brengen en nieuwe investeringen hieraan toe te voegen. In onderstaande tabel zijn de geplande investeringen en de geplande onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening weergegeven. Begrote investeringen per jaar
2023
2024
2025
2026
2027
0
0
0
0
0
ICT
172.930
118.550
264.343
172.130
196.400
Inventaris
152.000
70.525
90.292
71.350
76.200
OLP
233.670
25.720
76.300
103.785
133.100
Technische installaties
0
0
0
0
0
Vervoer
0
15.000
50.000
0
0
Totaal
558.600
229.795
480.935
347.265
405.700
Gebouwen
15
Begroting 2023
2023
2024
2025
2026
2027
362.923
885.772
125.493
169.369
293.200
Begrote afschrijvingskosten per jaar
2023
2024
2025
2026
2027
Gebouwen
3.288
3.288
3.288
3.288
3.288
Technische installaties
45.492
45.492
45.492
45.492
45.492
ICT
222.934
214.557
215.706
213.959
209.918
Inventaris
145.138
151.187
155.633
157.392
153.398
OLP
Onttrekking uit Onderhoudsvoorziening
107.508
104.932
103.240
102.404
108.621
Vervoer
4.747
7.497
9.990
13.355
12.996
Totaal
529.107
526.953
533.349
535.890
533.713
Huisvestingslasten (4.3) De huisvestingslasten bestaan uit kosten voor huur, onderhoud, energie en water, schoonmaak, heffingen en overige huisvestingslasten. De begrote bedragen zijn tot stand gekomen op basis van ervaringscijfers en aannames voor de toekomst. Een verdere verhoging van de gasprijs zou een mogelijk risico kunnen zijn. Tevens valt hieronder een dotatie aan de onderhoudsvoorziening waaruit kosten voor het meerjarenonderhoud worden voldaan ( € 255.000). De jaarlijkse dotatie betreft een reële inschatting van de jaarlijkse kosten, rekening houdend met de actuele hoogte van de voorziening. Overige lasten (4.4) Administratie- en beheerslasten De kosten voor administratie en beheer zijn kosten voor onder andere ICT licenties en onderhoudscontracten, juridische kosten, de inkoop van diensten bij ons administratiekantoor, het planmatig onderhoudsbeheer en deskundigenadvies. Inventaris, apparatuur en leermiddelen De kosten voor inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn kosten voor onder andere leermiddelen verbruik, ICT licenties methoden en cultuuruitgaven. Overige lasten De overige lasten bestaan uit kosten voor onder andere contributies aan bestuurlijke organisaties, kosten medezeggenschap, abonnementen, huishoudelijke uitgaven en overige onderwijslasten.
De daling ten opzichte van voorgaand jaar kan vooral verklaard worden doordat de het budget voor te verstrekken arrangementen van het OET zijn opgenomen onder formatie inzet. Financiële baten en lasten (5) Er wordt geen rendement verwacht op de uitstaande financiële middelen in verband met de overstap naar schatkistbankieren per 2022.
16
Begroting 2023
4. MEERJARENPERSPECTIEF In onderstaand overzicht is de meerjarenbegroting 2023-2027 weergegeven. Daarbij is rekening gehouden met een daling van de baten en de personele inzet naar rato van de ontwikkeling van het aantal leerlingen. 4.1.
Meerjarenbegroting 2023-2027
Meerjarenbegroting Baten 3.1 Rijksbijdragen
2023 25.903.575
2024 24.561.504
2025 23.405.948
2026 22.882.739
2027 22.479.076
3.2 Overige overheidsbijdr. -subsidies
209.637
75.344
64.344
24.905
32.800
3.5 Overige baten Lasten 4.1 Personeelslasten
172.162
164.659
158.176
158.537
158.537
-22.315.371
-21.009.562
-19.969.997
-19.454.423
-19.084.660
-529.106
-526.953
-533.348
-535.890
-533.713
4.3 Huisvestingslasten
-1.493.865
-1.493.865
-1.493.865
-1.493.865
-1.493.865
4.4 Overige lasten
-1.863.289
-1.717.344
-1.578.366
-1.548.689
-1.534.389
83.742
53.783
52.892
33.313
23.786
4.2 Afschrijvingen
Eindtotaal
4.2.
Toelichting bij de meerjarenbegroting
Baten De baten die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2023. De rijksbijdragen bewegen mee met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. De terugloop van de overige overheidsbijdragen kan verklaard worden door de afloop van het project OK-werkplaats per 2024. Dit project is budgetneutraal opgenomen in de meerjarenbegroting. Lasten De lasten die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2023. Een aantal lasten beweegt mee met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Dit geldt in het bijzonder voor de personeelslasten, maar ook ten dele voor de overige lasten welke deels afhankelijk zijn van het aantal leerlingen. De ontwikkeling van de afschrijvingslasten zijn het gevolg van de geplande investeringen. De huisvestingslasten bewegen niet vanzelfsprekend mee met de leerlingenaantallen. 4.3.
Kengetallen
Onderstaande tabel laat de financiële kengetallen zien. Financiële kengetallen Liquiditeit (vlottende activa en kortlopende schulden)
Solvabiliteit (eigen vermogen + voorziening / totaal vermogen)
Rentabiliteit (resultaat uit gewone bedrijfsvoering / totale baten maal 100%)
Weerstandsvermogen (eigen vermogen minus MVA / totale baten)
Feitelijk Eigen vermogen
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Norm
1,44
2,07
2,05
2,06
2,02
2,13
2,26
2,31
1,5-2,0
54,9%
65,5%
64,9%
65,4%
64,2%
65,8%
66,7%
66,9%
25-50%
-1,0%
7,8%
0,1%
0,3%
0,2%
0,2%
0,1%
0,1%
0-5%
1,1%
8,8%
8,5%
8,6%
10,6%
11,5%
12,8%
13,7%
5-20%
1,30
1,28
1,27
1,40
1,44
1,52
1,58
17
1,0
Begroting 2023
Het overzicht gaat uit van een positief exploitatieresultaat voor kalenderjaar 2022 en is gebaseerd op de balans t/m periode 9 van 2022. Alle financiële kengetallen zijn fors verbeterd ten opzichte van 2020 door het behaalde resultaat uit 2021 (€ 1.975k). De verwachte daling van het eigen vermogen als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging per 2023 heeft zich niet doorgezet, waardoor alle kengetallen ook voor de komende jaren een positief beeld laten zien. 4.4.
Kasstroomoverzicht
Onderstaande tabel laat het kasstroomoverzicht en het verloop van de liquide middelen zien. Kasstroom Kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit bedrijfsoperaties - Resultaat voor financiële baten en lasten - Aanpassingen voor - - afschrijvingen - - mutaties voorzieningen - - overige mutaties EV - Veranderingen in vlottende middelen - - vorderingen - - kortlopende schulden Ontvangen interest Betaalde interest Totaal Kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen immateriële vaste activa (Des)investeringen materiële vaste activa (Des)investeringen financiële vaste activa Totaal Kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie langlopende schulden Totaal Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Mutaties liquide middelen Eindstand liquide middelen
2023
2024
2025
2026
2027
83.742
53.783
52.892
33.314
23.786
529.106 - 111.431
526.953 - 634.280
533.348 125.999
535.890 82.123
533.713 - 41.708
806.974 - 101.990
136.262 - 141.329
47.230 - 115.673
5.229 - 68.339
493 - 44.083
1.206.401
- 58.611
643.796
588.217
472.201
- 558.600 -
- 229.795 -
- 480.935 -
- 347.265 -
- 405.700 -
-558.600
- 229.795
- 480.935
- 347.265
- 405.700
-
-
-
-
-
5.848.764 647.801 6.496.565
6.496.565 - 288.406 6.208.159
6.208.159 162.861 6.371.020
6.371.020 240.952 6.611.972
6.611.972 66.501 6.678.473
De terugloop van de vorderingen is gelegen in de afwikkeling van de nieuwbouw van obs De Meent. De stand van de liquide middelen wordt gedurende het jaar nauwkeurig gemonitord. 4.5.
Meerjarenbalans
In onderstaande tabel is de meerjarenbalans opgenomen. Deze is gebaseerd op de meerjarenbegroting en op de huidige balans 2022 periode 9.
18
Begroting 2023
Balansprognose Activa materiële vaste activa financiële vaste activa Totaal vaste activa vorderingen liquide middelen Totaal vlottende activa Totaal Activa Passiva algemene reserve bestemmingsreserve publiek Totaal eigen vermogen voorzieningen langlopende schulden kortlopende schulden Totaal overige passiva Totaal Passiva
2023
2024
2025
2026
2027
2.689.686 110.199 2.799.885 445.790
2.392.528 110.199 2.502.727 309.528
2.340.115 110.199 2.450.314 262.298
2.151.490 110.199 2.261.689 257.069
2.023.477 110.199 2.133.676 256.576
6.496.565 6.942.355 9.742.240
6.208.159 6.517.687 9.020.414
6.371.020 6.633.318 9.083.632
6.611.972 6.869.041 9.130.730
6.678.473 6.935.049 9.068.725
3.720.475 1.235.923 4.956.398 1.418.624
4.085.092 925.089 5.010.181 784.344
4.780.613 282.460 5.063.073 910.343
4.813.927 282.460 5.096.387 992.466
4.837.713 282.460 5.120.173 950.758
3.367.218 4.785.842
3.225.889 4.010.233
3.110.216 4.020.559
3.041.877 4.034.343
2.997.794 3.948.552
9.742.240
9.020.414
9.083.632
9.130.730
9.068.725
Activa De materiële activa nemen vanaf 2023 af als gevolg van de lagere (her)investeringen. In deze balansprognose is uitgegaan van een constante hoogte van financiële vaste activa. Dit betreft de deelname in PICTO. De vorderingen hebben betrekking op debiteuren, overige overheden, betaalde waarborgsommen (i.h.k.v. tablets, meestal Snappet) en overlopende activa (reeds ontvangen baten). De geplande investeringen en onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening hebben invloed op de stand van de liquide middelen. Passiva De mutaties in de algemene reserve worden veroorzaakt door de verwachte resultaten voor de komende jaren. In deze balansprognose is uitgegaan van een vrijval van de gevormde bestemmingsreserve publiek m.b.t. Oninbare vordering OCW gevormd in 2021 (€ 1.215k) per 2022. Daarbij zullen de NPO reserves opgebouwd op schoolniveau, in 2025 aflopen, omdat dan de bestedingstermijn van de NPO middelen is verlopen. De stand wordt gemuteerd in het eigen vermogen van de school. De reserve bestaat per 2025 alleen nog uit een ‘bestemmingsreserve gemeente Stadskanaal’. In de onderstaande tabel is het verloop van de NPO reserve weergegeven. Resultaat NPO 3.1 Rijksbijdragen 4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen 4.4 Overige lasten Resultaat NPO
2021
2022
2023
2024
2025
1.004.936 -594.310 -525 -79.172 330.929
1.406.059 -1.206.684 -3.498 -167.200 28.677
974.918 -700.131 -2.662 -9.200 262.926
0 -307.930 -2.904 0 -310.834
0 -308.793 -2.904 0 -311.697
De stand van de voorziening muteert door de geplande onttrekkingen uit de jubileumvoorziening en de onderhoudsvoorziening vanuit de meerjarenonderhoudsplanning. De kortlopende schulden hebben betrekking op vooruit ontvangen bedragen, opgebouwde vakantiegeldverplichtingen, crediteuren en opgebouwde premies/pensioenen.
19
Begroting 2023
5. BIJLAGE BEGROTINGSNORMEN
20
BEGROTINGSNORMEN VASTGESTELD IN 2018 HERIJKING 2022
wijziging per 2023: Reden om tot een herijking te komen is de invoering van de vereenvoudiging bekostiging. Budget administratieve ondersteuning naar bovenschools. De normbedragen betreffende de werkdrukmiddelen zijn geüpdatet. De inzet van vakleerkrachten is naar de scholen gebracht en tevens het budget.
Begroting 2023
Inhoudsopgave 1 ALGEMEEN ............................................................................................................ 3 1.1 Reden ............................................................................................................................................................................3 1.2 Vaststelling normen ......................................................................................................................................................3 1.3. T systematiek ...............................................................................................................................................................3
2 BUDGET NAAR DE SCHOOL VOOR PERSONEEL ..................................................................... 3 2.1 Algemeen ......................................................................................................................................................................4 2.2 De uitgangspunten bij de toedeling aan een school van 83 leerlingen: ........................................................................4 2.3 De uitgangspunten bij de toedeling aan een school vanaf 84 leerlingen ......................................................................4 2.4 De uitgangspunten bij de toedeling inzake Interne Begeleiding (IB).............................................................................5 2.5 De uitgangspunten bij de toedeling inzake administratieve ondersteuning (admin) ...................................................5 2.6 Inzet vakleerkrachten ....................................................................................................................................................6 2.7 De uitgangspunten bij de toedeling voor SBO en (V)SO ................................................................................................6 2.8 Overige personele budgetten t.b.v. schoolformatie .....................................................................................................6
3 EXTRA BEKOSTIGING ONDERWIJSACHTERSTANDEN ............................................................... 7 4 BUDGET NAAR DE SCHOOL VOOR MATERIEEL ...................................................................... 7 5 VERMOGENSPOSITIE VAN DE SCHOOL .............................................................................. 7
2
Begroting 2023
1 Algemeen In 2018 is er een nieuwe budgetverdeling (allocatie naar de scholen) vastgesteld. Per kalenderjaar 2023 is deze budgetverdeling herijkt omdat een aantal uitgangspunten zijn komen te vervallen als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging (vanuit het Rijk).
1.1 Reden De belangrijkste reden om te komen tot een herijking van de budgetverdeling is de vereenvoudiging van de bekostiging per 2023. De grootste wijzigingen in de bekostiging zijn: • Wijziging teldatum van 1-10-(T-1) naar 1-2-(T-1) • Bekostiging op kalenderjaar i.p.v. op schooljaar. • Eén totale bekostiging; geen aparte personele en materiele bekostiging. De herijking van de budgetverdeling betreft geen nieuwe allocatie, maar een herziening waarbij de verdeling bovenschools/scholen niet wordt aangepast.
1.2 Vaststelling normen De normen zijn vastgesteld met als uitgangspunt dat deze worden ingezet daar waarvoor ze bedoeld zijn, met andere woorden RV personeel aan personeel, RV Materiele Instandhouding aan materieel etc. Deze schotten komen te vervallen met de invoering van de vereenvoudiging van de bekostiging omdat deze onbedoeld richting geven aan de inzet van de middelen volgens het Rijk.
1.3. T systematiek De bekostiging is gebaseerd op de teldatum 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan de start van het nieuwe kalenderjaar. De bekostiging voor het kalenderjaar 2023 is zodoende gebaseerd op het aantal leerlingen per 1 februari 2022. Deze zogenaamde T-1 systematiek doet niet in alle gevallen recht aan de situatie op de scholen. Scholen waar sprake is van krimp krijgen in verhouding tot het actuele aantal leerlingen te veel bekostiging waar scholen die groeien in verhouding tot het actuele aantal leerlingen te weinig bekostiging krijgen. Vanaf het schooljaar 2017-2018 is er voor gekozen om niet op basis van het aantal leerlingen per 1 oktober van het voorgaande jaar formatie toe te kennen maar op basis van het verwachte aantal leerlingen per 1 oktober van het lopende jaar. De teldatum van de bekostiging is gewijzigd van oktober naar februari én naar kalenderjaar, maar de budgetverstrekking naar de scholen blijft op basis van de T-systematiek en voor een schooljaar.
2 Budget naar de school voor personeel Door de wijziging van de teldatum is in de prijs vanuit het ministerie gerekend met een gemiddelde leerling-stijging van 4%. Dit is tevens over de normen van Scholengroep OPRON gelegd worden. De kosten voor BAPO, ouderschapsverlof en onbetaald verlof worden gedragen door de scholen, maar volledig gecompenseerd via 811123 IC budget cao-regelingen (Met IC wordt bedoeld: Inter Company oftewel een verrekenregel te gebruiken binnen de organisatie, het bestuur). Deze kosten worden vanuit het solidariteitsprincipe als algemene kosten beschouwd. Hierdoor wordt een school met hoger ingeschaald personeel niet benadeeld.
3
Begroting 2023
2.1 Algemeen Iedere school wordt aanvankelijk bekostigd als zijnde een school van 83. Zolang het leerlingenaantal onder deze grens ligt, zal de school een maatwerkbudget aangeboden krijgen. Per school zal bekeken worden hoeveel formatie aan de school toebedeeld zal worden.
2.2 De uitgangspunten bij de toedeling aan een school van 83 leerlingen: Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van de middelen weergegeven. De school is vrij om dit een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. Inzet van leerkrachten Dat een school van 83 leerlingen met 4 groepen moet draaien ofwel 4,1516 fte aan leerkrachten nodig heeft. Min. budget onderwijs onderbouw 1,9920 fte Min. budget onderwijs bovenbouw 2,1596 fte 4,1516 fte Dit komt neer op ongeveer 20 leerlingen in een groep. Inzet van directie Dat een school van 83 leerlingen 0,4 fte aan directie nodig heeft.
2.3 De uitgangspunten bij de toedeling aan een school vanaf 84 leerlingen Inzet van leerkrachten Dat de baten voor de inzet leerkrachten, vakleerkrachten gym en IB-ers niet zijnde passend onderwijs bij scholen bij 84 of meer leerlingen lineair dient toe te nemen. Hierbij wordt er uitgegaan van een gemiddelde groepsgrootte 25,0 leerlingen.
FTE's inzet leerkrachten
80
100
150
200
250
300
Inzet van directie Dat de baten voor de inzet voor directie vanaf 84 leerlingen lineair dient toe te nemen. Scholen met een leerlingenaantal vanaf 84 krijgen een aanvullend budget. Het uitgangspunt is dat een school maximaal 1,0 fte aan directie nodig heeft.
4
Begroting 2023
FTE's inzet directie
80
100
250
300
2.4 De uitgangspunten bij de toedeling inzake Interne Begeleiding (IB) Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van middelen weergegeven t.b.v. IB. De school is vrij om dit (gedeeltelijk) een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. IB Staffel 1-83 leerlingen 83-145 leerlingen 146-250 leerlingen 251-350 leerlingen 351-500 leerlingen
0,2 fte 0,4 fte 0,6 fte 0,8 fte 1,0 fte
2.5 De uitgangspunten bij de toedeling inzake administratieve ondersteuning (admin) Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van de middelen weergegeven t.b.v. administratieve ondersteuning. Het budget voor administratieve ondersteuning is in de volgende tabel weergegeven. De administratieve krachten staan op de bovenschoolse kostenplaats en de scholen kunnen o.b.v. deze staffel een beroep doen op ondersteuning. Dit geldt niet voor de 14IM afdeling wereldwijs, SBO en (V)SO. Aangezien op deze scholen de administratieve belasting hoger is als gevolg van de leerlingpopulatie. Admin staffel 1- 100 leerlingen 101-200 leerlingen 201-300 leerlingen 301-500 leerlingen
0,1 fte 0,2 fte 0,4 fte 0,6 fte
5
Begroting 2023
2.6 Inzet vakleerkrachten Op de reguliere scholen wordt er 2 keer per week gym aan de groepen 3 t/m 8 gegeven. Waarvan 1 les door een vakleerkracht gegeven wordt, wat voorheen bekostigd werd vanuit bovenschools. Mocht er voor gekozen worden om ook de 2e les te laten geven door een vakleerkracht dan dient dit door de school zelf bekostigd te worden. Op het speciaal onderwijs krijgen alle klassen 2 keer per week gym van een vakleerkracht en zwemles indien van toepassing bekostigd vanuit bovenschools. Mochten er meer lessen wenselijk zijn dan kan er voor gekozen worden om dit vanuit de school te bekostigen. Voor de anderstaligen school is met uitzondering van zwemles hetzelfde van toepassing. Dit inzet van de vakleerkracht gaat per 1-8-2022 naar schoolniveau. Daarmee gaat ook het bijbehorende budget naar schoolniveau en bedraagt 0,0333 fte inclusief taakuren per groep.
2.7 De uitgangspunten bij de toedeling voor SBO en (V)SO Dat de ondersteuningsmiddelen volledig en rechtstreeks naar de speciale scholen gaan o.b.v. de vereenvoudigde bekostiging. Dit betreft een bedrag per leerling en deze wordt automatisch geïndexeerd met de bekostiging. Daarbij gaat het bedrag per CUMI leerling rechtstreeks naar de school. Samen met bovenstaande uitgangspunten (basisbudget per leerling, budget directie, budget admin etc) komt de toedeling van middelen op hetzelfde niveau als voorgaande jaren.
2.8 Overige personele budgetten t.b.v. schoolformatie Imperatief verlof Het IC budget vervanging eigen risico heeft betrekking op de vergoeding van imperatief verlof naar de school van 0,4% van de begrote loonkosten. In de schoolbegroting zijn even hoge kosten begroot, zodat deze per saldo in de exploitatie nul zijn. Groeiformatie Om scholen die gaandeweg een schooljaar groeien tegemoet te komen heeft Scholengroep OPRON een eigen groeiregeling in het leven geroepen. De groeiregeling is afgeleid van de groeiregeling die door het ministerie wordt gehanteerd. De bekostiging en de toebedeelde formatie voorzien in een groei gaandeweg het schooljaar van 3%. Wat er aan groei is boven de 3% komt voor groeiformatie in aanmerking met een minimum van 13 leerlingen. Een school met 100 leerlingen per 1 februari komt bij 116 leerlingen in aanmerking voor groeiformatie (100 + 3% = 103 + 13 = 116). Over de invulling van de werktijdfactor vindt overleg met het stafbureau plaats. ICT-formatie Het uitgangspunt is dat iedere school minimaal 0,05 fte formatieruimte reserveert voor ICTwerkzaamheden op schoolniveau. Dit is opgenomen in het formatiebudget per begrotingsjaar 2019. Werkdruk verlagende middelen Alle scholen ontvangen de werkdruk verlagende middelen per leerling in het formatiebudget per 2022-2023 o.b.v. T-1 systematiek.
Dit is opgenomen onder 811112 IC budget overig personeel met projectcode S1250 (kostendrager personeel 501250).
6
Begroting 2023
Bedrag per leerling Basisonderwijs Speciaal basisonderwijs (Voortgezet) speciaal onderwijs
2022-2023 € 261 € 391 € 521
RV Asielzoekers Per begrotingsjaar 2020 is besloten om de RV Asielzoekers op de betreffende school te laten binnen komen. Zorgformatie Alle basisscholen krijgen ondersteuningsmiddelen vanuit Passend Onderwijs, bestaand uit een vast bedrag van € 15.000 en een variabel bedrag van € 109 per leerling. Het speciaal basisonderwijs krijgt € 295.000 aan ondersteuningsmiddelen toebedeeld. Het VSO ontvangt de ondersteuningsmiddelen rechtstreeks van het betreffende samenwerkingsverband (GO 20.02)
3 Extra bekostiging onderwijsachterstanden Er wordt 20% van de extra bekostiging Onderwijsachterstanden aan alle scholen van OPRON verstrekt, die een achterstandsscore hebben. Dit was ook de systematiek bij het opstellen van de begroting 2022 (ongewijzigd). Dit is gelijk aan het bedrag dat aan zorgformatie aan de scholen met een schoolgewicht werd verstrekt (0,0265 fte per schoolgewicht) vanuit de eerdere RV Impulsregeling, die over is gegaan in de RV Onderwijsachterstandenbeleid.
4 Budget naar de school voor materieel De normbedragen vanuit de Londo regeling 2021 zijn als uitgangspunt genomen om het budget naar de school te bepalen. Dit was ook de systematiek bij het opstellen van de begroting 2022 (ongewijzigd). De normbedragen ten aanzien van (gebouwen)onderhoud, administratie en beheer, BGZ en MR ingehouden op het budget naar de school. Deze kosten worden bovenschools gedragen. Er is besloten om de huisvestingslasten budgetneutraal door de schoolbegroting te laten lopen. Dit houdt in dat een te kort op de huisvestingslasten, door leegstand en/of verouderde huisvesting niet ten laste van de schoolbegroting komt. Via het IC budget overige materiële vergoeding ( grootboeknummer 811113) worden de huisvestingslasten (verdichting 4.3) en de afschrijvingskosten gebouwen (verdichting 4.2.1) volledig vergoed naar de school.
5 Vermogenspositie van de school In onderstaande worden de uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot de vermogenspositie van de school. Uitgangspunten: Planning- en control cyclus. Er wordt verantwoording afgelegd over een kalenderjaar middels de jaarrekening. Jaarlijks is er een begrotingsgesprek en formatiegesprek tussen bestuur en directeur. Het formatiegesprek vindt plaats in het voorjaar, en het begrotingsgesprek in het najaar. Tijdens deze gesprekken worden de afspraken gemaakt over de in te zetten formatie en de schoolbegroting. De schoolbegroting gaat over personeel en materieel beleid gezamenlijk.
7
Begroting 2023
Als Scholengroep Opron gaan we bewust en beargumenteerd met de beschikbare middelen om. In samenspraak tussen schooldirecteur en bestuur worden er in uitzonderlijke situaties altijd maatwerkafspraken met de scholen gemaakt. In het begrotingsgesprek wordt door de school aangegeven hoe het schooljaarplan is verwerkt in de schoolbegroting, en wat de verwachte mutaties zijn ten aanzien van de algemene reserve van de school. Toekomstige afspraken (met ingang van kalenderjaar 2023): Een school met < 100 lln. mag een positief of negatief resultaat begroten van € 3.000,- . Een school met > 100 lln. mag een positief of negatief resultaat begroten van € 5.000,- . Voor het speciaal onderwijs en in bijzondere gevallen is in overleg een ander bedrag mogelijk. Voor 2023 en 2024 kan er een negatief resultaat worden begroot, alleen als dit betrekking heeft op de verstrekte NPO middelen (NPO reserve per school) 2021-2022 en 2022-2023.
8