07-01 2023R0052 raadsvoorstel Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen
Tekst van het document
Gemeentebestuur van Veendam Raadsvoorstel - Adviesnota
Nummer: Datum voorstel: Raadsvergadering d.d.: Portefeuillehouder: Team: Onderwerp:
2023R0052 09-05-2023 26-06-2023 Wethouder A. Grimbergen Afdeling Mens en Maatschappij Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen
Voorstel: 1. kennis te nemen van de Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen en bijbehorende toelichting; 2. binnen acht weken na ontvangst van de Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen het college over de zienswijze van de raad te berichten; 3. geen zienswijze over de Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen naar voren te brengen. Inleiding: Vooraf: in dit voorstel worden veel afkortingen gehanteerd, zoals DUVO en bOOGO. Voor de leesbaarheid is aan het einde van dit voorstel een verklarende lijst met de betekenis van deze afkortingen opgenomen. VTG vervult wettelijke en bovenwettelijke taken in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in opdracht van de Groninger gemeenten. In bijlage 2 staat een overzicht van deze wettelijke en bovenwettelijke taken. Sinds 2015 verlenen de 10 Groninger gemeenten jaarlijks, gezamenlijk, een subsidie aan Veilig Thuis Groningen (VTG). De huidige governance en financiering van VTG is niet eenduidig en niet goed geformaliseerd. Bestuurlijk wordt VTG momenteel zowel vanuit het jeugddomein, Dagelijks Bestuur Publieke Gezondheid & Zorg en RIGG (Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten), als vanuit het zorg- en veiligheidsdomein (bestuurlijk Op Overeenstemming Gericht Overleg) aangestuurd. Dat is omslachtig. De facto stuurt Groningen als centrumgemeente VTG aan.
De centrumgemeente zet hiervoor de Doeluitkering Vrouwen Opvang (DUVO) in die Groningen als centrumgemeente rechtstreeks van het Rijk ontvangt. Deze DUVO is niet kostendekkend. Gemeenten vullen het resterende bedrag aan met jeugdbudget en Wmo-middelen, waarbij het inwonertal als verdeelsleutel wordt gehanteerd. Deze werkwijze is juridisch niet goed geborgd en de gemeenten staan op afstand. Financieel dragen zij substantieel bij. VTG kampt met een steeds terugkerend probleem van oplopende wachtlijsten. Met regelmaat moeten aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld. De voorliggende Centrumregeling voor VTG borgt een betere sturing. De centrumgemeente Groningen wordt formeel gemandateerd om namens alle Groninger gemeenten VTG aan te sturen. De opdrachtgevende rol van de gezamenlijke Groninger gemeenten wordt zowel in de besluitvormingsstructuur als in de overlegstructuur beter gewaarborgd (zie bijlagen 2 en 3). Alle gemeenten zitten voortaan aan tafel. Er komt betere sturingsinformatie. Die kan worden gebruikt voor terugdringing van de hardnekkige wachtlijsten en een betere samenwerking en taakverdeling tussen Raadsvoorstel: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen pagina 1
VTG en de Lokale Teams. Veel van het werk moet uiteindelijk door de Lokale Teams van de deelnemende gemeenten worden gedaan. In de oude situatie wordt VTG zoals aangegeven vanuit 3 geldstromen gefinancierd: - de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DUVO), die de centrumgemeente rechtstreeks van het Rijk ontvangt, waarmee ca. 50% van de kosten (subsidie aan VTG) wordt gedekt. - de andere helft van de kosten (subsidie aan VTG) wordt gedekt: - voor 2/3 met jeugdmiddelen; - voor 1/3 met Wmo middelen. Binnen het Wmo-aandeel bekostigt Veendam de bijdrage aan VTG voor Intensief Casemanagement bij huisverboden (vaste bovenwettelijke taak van VTG) al meerdere jaren incidenteel met OGGZ-middelen die de gemeente Veendam jaarlijks bij centrumgemeente Groningen aanvraagt. Beoogd effect: Een eenduidige governance voor en gedragen aansturing van Veilig Thuis Groningen Argumenten: 1. De Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen en bijbehorende toelichting zijn als bijlagen 1 en 2 bij dit raadsvoorstel gevoegd. 2.
Een centrumregeling is een lichte gemeenschappelijke regeling die de colleges aangaat, maar waarover de raden hun zienswijze naar voren kunnen brengen (art. 1 Wet gemeenschappelijke regelingen). Raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. De colleges gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. Na vaststelling en inwerkingtreding van de centrumregeling voert de centrumgemeente binnen haar mandaat de regeling uit in afstemming met de colleges van de deelnemende gemeenten, waarbij vooral gebruik zal worden gemaakt van het bestuurlijk Op Overeenstemming Gericht Overleg (bOOGO), waarin de portefeuillehouders zorg en veiligheid dan wel Wmo van alle deelnemende gemeenten zijn vertegenwoordigd. Het bOOGO adviseert de colleges van de deelnemende gemeenten. Soms is expliciete collegebesluitvorming voorgeschreven (zie argument 3.2.4). De colleges nemen hun raden via de rekening- en begrotingscyclus mee in de cofinanciering vanuit hun gemeenten van VTG, het budgetrecht van de raden in aanmerking genomen. In Veendam zal in die cyclus expliciet aandacht worden besteed aan VTG.
3.1
Er is bestuurlijk draagvlak voor de concept-centrumregeling VTG. Als sluitstuk van de ambtelijke voorbereiding hebben de bestuurlijke vertegenwoordigers in het Dagelijks Bestuur Publieke Gezondheid & Zorg en het Bestuurlijk Op Overeenstemming Gericht Overleg in hun vergadering van 31 maart jl. unaniem positief geadviseerd richting gemeentebesturen van de deelnemende gemeenten1.
3.2
Het college van Veendam heeft in zijn vergadering van 9 mei Jl. ingestemd met het ontwerp Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen en bijbehorende toelichting op grond van de argumenten 3.2.1 tot en met 3.2.10.
1
Veilig Thuis is er voor advies en het melden van huiselijk geweld en kindermishandeling. VTG verstrekt jaarlijks ca. 5000 adviezen en ontvangt ca. 4000 meldingen voor de gehele provincie; m.n. meldingen van professionals (vnl. van de politie); 80% gaat na triage naar lokale teams (sociale wijk/dorpsteams); eventuele vervolgstappen door VTG worden doorgezet naar de Raad voor de Kinderbescherming of gaan terug naar de lokale teams.
Raadsvoorstel: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen pagina 2
3.2.1
De voorliggende centrumregeling VTG versterkt de rol van de gemeenten als gezamenlijke opdrachtgevers en versterkt de ambtelijke samenwerking tussen de deelnemende gemeenten. Centrumgemeente Groningen voert op grond van deze regeling uitvoerende en voorbereidende taken uit met betrekking tot VTG in mandaat namens de deelnemende gemeenten. Beslisdocumenten waarover de centrumgemeente in mandaat besluit, worden met alle gemeenten voorbereid in de Brede Beleidsgroep Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (BBG) en met VTG afgestemd in het Afstemmingsoverleg VTG (zie bijlagen 2 en 3). In de BBG zijn voortaan álle Groninger gemeenten ambtelijk vertegenwoordigd. Waar bestuurlijke besluitvorming door de colleges van de deelnemende gemeenten nodig is (zie argument 3.2.4), verloopt de advisering niet meer langs twee lijnen maar via één lijn, met het Bestuurlijk Op Overeenstemming Gericht Overleg (bOOGO) als sluitstuk. Het bOOGO neemt adviesbesluiten en adviseert de gemeentebesturen van de deelnemende gemeenten (bijlage 2, paragraaf 4).
3.2.2
De voorliggende centrumregeling legt een juridische basis onder de opdracht van de deelnemende gemeenten aan de centrumgemeente met betrekking tot VTG. Voor een uitgebreide beschrijving van de inhoud en werking van de regeling wordt verwezen naar de tekst (bijlage 1) en de toelichting (bijlage 2) van de ontwerp-centrumregeling. Vanaf de start van Veilig Thuis Groningen (VTG) in 2016 zijn de contractering en financiering van VTG ondergebracht bij de Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG), waarbij de RIGG afstemt met centrumgemeente Groningen. Voor deze constructie is er geen wettelijke basis in de Jeugdwet. De wettelijke taken van VTG komen voort uit de Wmo. Daarom is het beter om contractering en financiering van VTG bij een hiervoor expliciet te mandateren centrumgemeente onder te brengen (art. 4 jo art. 5 centrumregeling), ook omdat de rijksmiddelen die voor VTG beschikbaar komen via de Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang (DUVO), aan de centrumgemeente worden uitgekeerd.
3.2.3
Kerndocument voor de opdrachtverlening aan en aansturing van VTG is voortaan het met alle gemeenten voorbereide en met VTG afgestemde programma van eisen (PVE) dat ten grondslag komt te liggen aan de subsidiebeschikking voor VTG. Op basis van het PVE dient VTG een subsidieaanvraag in bij de centrumgemeente. De subsidie wordt verleend voorzien van uitvoeringsovereenkomst. Deze overeenkomst bevat de juridische verplichting voor VTG om de overeengekomen prestaties uit te voeren. Het PVE beschrijft welke prestaties van VTG worden verwacht en hoe die moeten worden verantwoord.
3.2.4
De deelnemende gemeenten houden via de centrumregeling financiële sturing op (de aansturing van VTG door) centrumgemeente Groningen en VTG zelf. Na vaststelling en inwerkingtreding van deze Regeling stellen de colleges van de deelnemende gemeenten de jaarlijkse bijdrage van de gemeenten eenmalig vast in aanvulling op de bijdrage die de centrumgemeente aan VTG toekent ten laste van de DUVO (Doeluitkering Vrouwen Opvang) (artikel 1, lid 2 Centrumregeling). Verder wordt de concept- subsidiebeschikking met uitvoeringsovereenkomst in de eerste twee jaar na inwerkingtreding (2024 en 2025) voor bestuurlijk advies voorgelegd aan het bestuurlijk Op Overeenstemming Gericht Overleg (bOOGO) en na die twee jaar indien de bestuurders van de deelnemende gemeenten in het bOOGO dat wensen (art. 4, lid 3, sub c centrumregeling). Altijd wanneer het concept-programma van eisen en/of de concept-subsidiebeschikking leiden tot een substantiële verhoging van de gemeentelijke bijdrage, zullen deze eerst voor bestuurlijk advies worden voorgelegd aan het bOOGO (art. 6 lid 1 sub d centrumregeling) en
Raadsvoorstel: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen pagina 3
is expliciete collegebesluitvorming vereist (art. 11, lid 3 centrumregeling). Zie ook argument 2. 3.2.5
In de nieuwe afstemmingsstructuur vervult de nieuwe Brede Beleidsgroep Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM) een centrale rol in de beleidsvoorbereiding, de monitoring van de taakuitoefening door VTG, de samenwerking met de lokale teams en de doorontwikkeling van de Lokale Teams in relatie tot VTG. VTG heeft goed functionerende, systemisch geschoolde lokale teams nodig voor een effectieve aanpak van huiselijke geweld en kindermishandeling. Omgekeerd moeten de Lokale Teams erop kunnen vertrouwen dat VTG is toegerust voor de uitvoering van de opgedragen taken en bereid is actief samen te werken met deelnemende gemeenten.
3.2.6
In de nieuwe afstemmingsstructuur vormen het ambtelijke Afstemmingsoverleg VTG (AO), het Management Overleg VTG (MO) en het Bestuurlijke Overleg VTG (BO) belangrijke schakels in de operationele aansturing van VTG en het toezicht op de bedrijfsvoering van VTG. De verleende subsidiebeschikking met uitvoeringsovereenkomst vormen het referentiekader. In het AO zijn de centrumgemeente en twee regiogemeenten vertegenwoordigd, in het MO de tandem van managers (Groningen en Stadskanaal) die VTG in portefeuille heeft, in het BO de portefeuillehouder van de centrumgemeente en de portefeuillehouder jeugdhulp PG&Z (wethouder Grimbergen).
3.2.7
Voor de governance VTG is een centrumregeling voldoende. Gelet op de positieve ervaring met centrumregeling-constructies in andere regio’s voor de taken van Veilig Thuis-organisaties, is voor de regio Groningen ook voor een centrumregeling-constructie gekozen als juridische grondslag. Bij een centrumregeling worden geen bevoegdheden overgedragen. Deelnemende gemeenten blijven bij mandatering zelf eindverantwoordelijk. Voor de besteding van de DUVO-middelen (Doeluitkering Vrouwenopvang) die centrumgemeente Groningen ontvangt, is het wettelijke verplicht om regionaal samen te werken. Een centrumregeling legt hiervoor het juridische fundament. Een reguliere gemeenschappelijke regeling met overdracht van bevoegdheden aan een publiek orgaan is unaniem als te zwaar bevonden. Met uitsluitend een convenant-constructie tenslotte zou onvoldoende kunnen worden gestuurd.
3.2.8
De nieuwe verdeelsleutel uit de centrumregeling voor de aanvullende gemeentelijke bijdrage aan VTG, 80% naar rato van inwonertal en 20% naar rato van de caseload bij VTG vanuit de deelnemende gemeenten, heeft onze voorkeur boven de huidige verdeling van 100% naar rato van inwonertal. Gemeenten die een hogere caseload bij VTG hebben dan verwacht op basis van de omvang van hun gemeente, dragen zo meer bij aan VTG voor het beroep dat zij doen op VTG. Voor een deel financieel bijdragen naar rato van caseload is bovendien een prikkel voor gemeenten om kwaliteit te leveren met hun Lokale Teams in de preventie en de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de eigen gemeente. Op basis van historische cijfers pakt de nieuwe verdeelsleutel voordelig uit voor Veendam. Op basis van inwonertal draagt Veendam 5,8 % bij in het bedrag dat de gezamenlijke gemeenten bijdragen aan VTG bovenop de DUVO-bijdrage van de centrumgemeente, in de nieuwe situatie zou dit 5% zijn. Omdat het nadeel voor twee gemeenten (Groningen en Westerwolde) door invoering van de nieuwe verdeelsleutel aanzienlijk is, achten wij een ingroeipad van twee jaar naar volledige toepassing van de nieuwe verdeelsleutel redelijk.
Raadsvoorstel: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen pagina 4
3.2.9
Afzonderlijke indexatie van de DUVO-middelen die aan VTG worden toegewezen draagt bij aan het waardevast houden van een aanzienlijk deel van de structurele bijdrage aan VTG. Vanaf 2023 zijn er twee ‘bronnen’ beschikbaar voor de dekking van de subsidie aan VTG: middelen uit de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DUVO) en de gemeentelijke bijdragen. De Doel Uitkering Vrouwen Opvang (DUVO) van het Rijk is niet geïndexeerd2. Door de DUVObijdrage aan VTG voortaan te indexeren ontstaat er enige financiële ruimte en wordt bestuurlijke drukte (dat wil zeggen besluitvorming over verhoging van de gemeentelijke bijdragen) voorkomen. Indexatie van de gemeentelijke bijdragen aan VTG (naast de DUVO-bijdrage van de centrumgemeente) is geen automatisme. Indexatie van de bijdrage van de deelnemende gemeenten aan VTG is niet opgenomen in de Centrumregeling, zodat jaarlijks kan worden bepaald of en tot welke hoogte indexering noodzakelijk is (zie argument 1.4 over de procedure bij verhoging van de gemeentelijke bijdrage). Het indexcijfer van het CPB, waarbij de loonontwikkeling voor 80% meetelt en de prijsontwikkeling voor 20% is een vaak gebruikte methodiek en wordt hier toegepast.
3.2.10 Door indexatie van de DUVO-bijdrage aan VTG naar rato van inwonertal om te slaan over de deelnemende gemeenten is deze indexatie eenvoudig te begroten en niet deels afhankelijk van de fluctuerende caseload van de deelnemende gemeenten bij VTG. Kanttekeningen: 1. Het lopende jaar 2023 is een overgangsjaar. Inwerkingtreding van de Centrumregeling VTG is per 01-01-2024 voorzien. Vooruitlopend daarop wordt in 2023 al zo veel mogelijk in de geest van de nieuwe centrumregeling gehandeld wat betreft de besluitvormings- en overlegstructuur. De nieuwe verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage aan VTG gaat pas 2024 (gefaseerd) in. In 2023 is de gemeentelijke bijdrage aan VTG al wel geïndexeerd. Veendam draagt in 2023 € 11.403 extra bij, incidenteel gefinancierd met beschikbare OGGZ-middelen. Financiën: Met ingang van 2024 wordt de bijdrage aan VTG gebaseerd op de verdeelsleutel 80% naar rato van inwonertal en 20% naar rato van caseload. De huidige verdeelsleutel in de bijdrage aan VTG is gebaseerd op 100% van het inwonertal. Voor de nieuwe verdeelsleutel geldt een ingroeipad van 2 jaar waarbij de nieuwe verdeelsleutel voor 50% in 2024 wordt gehanteerd (en 50% de huidige verdeelsleutel) en de nieuwe verdeelsleutel in 2025 voor 100% wordt gehanteerd.
Op basis van de huidige situatie lijkt de nieuwe verdeelsleutel voor onze gemeente financieel gunstig uit te pakken (zie ook bijlage 3) ten opzichte van de huidige financieringssystematiek. Centrumgemeente Groningen ontvangt de Doeluitkering Vrouwen Opvang rechtstreeks van het Rijk. Het deel van deze doeluitkering dat de centrumgemeente bestemt door voor de uitvoering van de wettelijke en bovenwettelijke taken van VTG wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het indexcijfer van het CPB (waarbij de loonontwikkeling voor 80% meetelt en de prijsontwikkeling voor 20%). Voor de gemeentelijke bijdrage via de (nieuwe) verdeelsleutel is op voorhand geen jaarlijkse indexatie vastgelegd. De exacte financiële gevolgen zijn afhankelijk van de daadwerkelijke VTG-begroting. Uitvoering: In deze fase worden aan de gemeenteraden van de 10 deelnemende gemeenten de gelegenheid geboden hun zienswijzen te geven. De wettelijke reactietermijn is 8 weken na ontvangst van de concept-centrumregeling door de gemeenteraad. Op basis van de ingediende zienswijzen zal het 2
Het budget voor het uitvoeren van de taken HG&KM wordt door het rijk wel geïndexeerd (gemeentefonds) maar wordt niet in het DUVO-budget gestort. De gemeenten ontvangen dus wel de indexatie maar zijn vrij in de keuze van de besteding ervan.
Raadsvoorstel: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen pagina 5
Dagelijks Bestuur Publieke Gezondheid en Zorg (DB PG&Z) en bestuurlijk Op Overeenstemming Gericht Overleg (bOOGO) bestuurlijk adviseren of de huidige concepttekst (bijlage 1) aangepast moet worden. Daarna zal de (nieuwe) concepttekst ter vaststelling worden voorgelegd aan de colleges en raden. Alle deelnemende gemeenten moeten instemmen met de Centrumregeling. Pas daarna kan de regeling na bekendmaking naar verwachting 1 januari 2024 in werking treden. De centrumgemeente verzorgt de bekendmaking. Verklarende lijst van afkortingen: VTG Veilig Thuis Groningen DUVO Doeluitkering Vrouwen Opvang die de centrumgemeente Groningen rechtstreeks van het Rijk ontvangt en waarmee ca. 50% van de subsidie aan VTG wordt bekostigd. RIGG Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG). De RIGG koopt regionaal en bovenregionaal de (hoog)specialistische jeugdhulp in namens de Groninger gemeenten (zie art. 1 centrumregeling). DB PG&Z Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Publieke Gezondheid & Zorg. Deze regeling kent een Algemeen en een Dagelijks bestuur. De RIGG valt onder deze gemeenschappelijke regeling (zie art. 1 centrumregeling). bOOGO het Bestuurlijk Op Overeenstemming Gericht overleg tussen de portefeuillehouders Wmo en/of jeugd en/of zorg & veiligheid van de Groninger gemeenten.
Het bOOGO heeft geen besluitvormende bevoegdheid en neemt uitsluitend adviesbesluiten en adviseert in die zin de gemeentebesturen van de deelnemende gemeenten (zie art. 1 en art. 6 centrumregeling). BBG/AO/MO/BO (zie bijlage 3, art. 1 centrumregeling) Het afstemmingsoverleg (AO, artikel 8 centrumregeling) is in de overlegstructuur rond VTG (zie bijlage 3), de verbinding tussen VTG en de gemeenten en bestaat uit tenminste 1 (team-)manager van VTG en 2 of 3 beleidsmedewerkers van de Groninger gemeenten, waaronder in ieder geval de beleidsmedewerker van de centrumgemeente. Het AO houdt de vinger aan de pols m.b.t. de uitvoering van de uitvoeringsovereenkomst, stuurt op geld en inhoud en geeft, indien nodig, signalen af aan de BGG en/of het MO en BO. Het AO bereidt de vergaderingen van het managementoverleg (MO, manager centrumgemeente, manager regiogemeente, management VTG) en het bestuurlijk overleg (BO, art. 7 centrumregeling) voor. De Brede Beleids Groep (BGG) Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is het ambtelijke overleg waarin beleidsadviseurs van alle gemeenten zitting hebben. In paragraaf 4 van de toelichting op de centrumregeling (bijlage 2) wordt de BBG ook wel aangeduid met brede voorbereidingsgroep. Bijlagen: 1. Concept-centrumregeling (tekst) 2. Concept-centrumregeling (toelichting) 3. Schema afstemmingsstructuur gemeenten 4.
Voorstel Financiële verdeelsleutel VTG burgemeester en wethouders van Veendam, burgemeester,
secretaris,
B.H.M. Link
A. Castelein
Raadsvoorstel: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen pagina 6
Nummer: 2023R0052 De raad der gemeente Veendam gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 09-05-2023 b e s l u i t: geen zienswijze in te dienen.
Besloten in de openbare vergadering van 26-06-2023 De raad voornoemd, Voorzitter,
Griffier,
B.H.M. Link
T. van der Bij
Raadsvoorstel: Ontwerp-Gemeenschappelijke Regeling voor Veilig Thuis Groningen pagina 7