CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

06-05 Was wordt lijst Re- integratieverordening Veendam 2024

Commissie Sociaal Domein 3 september 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 20244.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt lijst Re-integratieverordening Veendam 2024 Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 2017 Geldend van 17-05-2017 t/m heden Intitulé Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 2017 De raad van de gemeente Veendam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 februari 2017; gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, en 10b, vijfde en zevende lid, van de Participatiewet; gezien het advies van commissie SML; overwegende dat de raad bij verordening regels dient vast te stellen over : • de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde; • Persoonlijke ondersteuning (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel a, en 10, eerste lid, van de Participatiewet); • scholing of opleiding, bedoeld in artikel 10a, vijfde lid, van de Participatiewet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel c, van de Participatiewet); • de premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, Participatiewet (artikel 8a, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet); • participatievoorziening beschut werk, bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet (artikelen 8a, eerste lid, onderdeel e, en 10b, vierde lid, van de Participatiewet).

Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 2024 De raad van de gemeente Veendam ; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21-05-2024 met registratienummer 2024-007302 gelet op het advies van de Participatieraad van 16 mei 2024 ; gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d, e, f, g en tweede lid en 10b, vijfde lid en zevende lid, van de Participatiewet; Besluit vast te stellen de Reintegratieverordening Participatiewet Veendam 2024.

BESLUIT: de ‘Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 2017’ vast te stellen. HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: • doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet;

1

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen In dit hoofdstuk staan enkele inleidende bepalingen die van belang zijn voor het vervolg van de verordening. Artikel 1. Definities 1. In deze verordening worden verschillende begrippen gebruikt die de volgende betekenis hebben:

• grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen 1 jaar; • korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen 1 jaar; • participatienota: notitie over de invoering van de Participatiewet in Oost-Groningen; • participatiebedrijf: werkvoorzieningsschap. • wet: Participatiewet;

HOOFDSTUK 2. BELEID EN FINANCIËN Artikel 2. Evenwichtige verdeling en financiering 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 6, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 8, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

2

arbeidsbeperking: verminderde mogelijkheden om te werken als gevolg van een beperking; gemeente: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam; doelgroep: de personen die de gemeente ondersteunt bij het vinden of behouden van werk. Dit zijn ten minste de personen die bedoeld worden in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; inwoner: persoon uit de doelgroep; uitkering: uitkering levensonderhoud op grond van de Participatiewet, IOAW- of IOAZ; UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; werkgever: degene die de inwoner op grond van een arbeidsovereenkomst in een bepaalde periode in de eigen organisatie mag laten werken. Hieronder valt ook degene die van plan is een arbeidsovereenkomst te sluiten met een inwoner die onder de doelgroep voor loonkostensubsidie valt (art. 10d van de wet); werknemer: de inwoner die op grond van een arbeidsovereenkomst bij een werkgever werkt. Hieronder valt ook de inwoner die onder de doelgroep voor loonkostensubsidie valt en die van plan is met de werkgever een arbeidsovereenkomst te sluiten; werkplek: de werkplek bij de werkgever, de proefplaats of de opleidingslocatie; wet: Participatiewet. 2. Andere begrippen uit deze verordening die ook voorkomen in de Algemene wet bestuursrecht, de Participatiewet of de Gemeentewet, hebben dezelfde betekenis als in die wetten. Vervalt. Is deels opgenomen in artikel 3

3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.

HOOFDSTUK 3. VOORZIENINGEN

Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid

3

Nieuw artikel 2. Samenwerking 1. De gemeente werkt samen met UWV, regiogemeenten, sociaal ontwikkelbedrijf, en andere organisaties om inwoners te ondersteunen betaald werk te vinden. 2. De gemeente zorgt ervoor dat werkgevers ondersteund worden als zij inwoners werk willen aanbieden. 3. Binnen de gemeentelijke organisatie wordt het aanbod van voorzieningen afgestemd op voorzieningen die binnen andere delen van het sociaal domein beschikbaar zijn, zodat inwoners zo goed mogelijk ondersteund worden. Hoofdstuk 2. Voorzieningen In dit hoofdstuk is geregeld hoe het college bepaalt welke ondersteuning de inwoner kan krijgen en wat die ondersteuning inhoudt. Artikel 3. Algemene bepalingen 1. De gemeente biedt de inwoner ondersteuning die nodig en zinvol is om werk te vinden of te behouden of om een betere positie op de arbeidsmarkt te krijgen. De gemeente geeft de ondersteuning vorm in overleg met de inwoner en kan daarvoor voorzieningen inzetten. 2. Bij het bepalen van de voorziening die wordt ingezet, houdt de gemeente in ieder geval rekening met het volgende: a. de persoonlijke situatie van de inwoner, waaronder de afstand tot de arbeidsmarkt; b. hoe de inwoner werk denkt te vinden of te behouden; c. welke voorzieningen beschikbaar en effectief zijn;

aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

4

d. hoe de voorzieningen evenwichtig worden verdeeld over de doelgroep; e. dat de voorziening niet leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt; f. dat de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed; en met g. wettelijke verplichtingen. 3. Een voorziening wordt zo goed mogelijk afgestemd op de situatie van de inwoner, zoals fysieke beperkingen, mantelzorg en de behoefte aan kinderopvang. 4. Een voorziening moet effectief zijn. De gemeente kan daarom besluiten een bepaalde voorziening niet (langer) aan te bieden, als: a. de inwoner geen gebruik (meer) maakt van die voorziening; b. de inwoner of werkgever onvoldoende meewerkt om te kunnen beoordelen of de voorziening nodig of zinvol is; c. de inwoner een beroep kan doen op geschikte ondersteuning via een andere organisatie of regeling of via de werkgever; d. de voorziening niet geschikt is voor de inwoner; e. de voorziening niet nodig is om de positie op de arbeidsmarkt te verbeteren of om werk te vinden of te behouden. 5. De gemeente kan het verstrekken van voorzieningen begrenzen, tenzij de wet dit niet toestaat. Het begrenzen kan door: a. het instellen van een subsidie- of budgetplafond per soort voorziening, b. een maximaal aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening, of c. een maximumbedrag vast te stellen dat per persoon wordt verstrekt. 6.

De gemeente kan besluiten een bepaalde voorziening niet (langer) aan te bieden, als een vastgestelde grens (lid 5) wordt overschreden, of als de kosten van een bepaalde voorziening voor de gemeente niet (langer) in verhouding staan tot het verwachte effect van die voorziening voor de inwoner.

Artikel 4. Werkstage 1. Het college kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: a. behoort tot de doelgroep; en b. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. 2. Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a. het doel van de werkstage, en b. de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. Artikel 5. Sociale activering 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover nog niet de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2. Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. Zie artikel 4 Werkstage.

Artikel 6. Detacheringsbaan 1. Het college kan zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep

5

Zie artikel 5 Werkervaringsplaats

Artikel 4. Sociale activering 1. De gemeente kan een inwoner activiteiten aanbieden die maatschappelijk zinvol zijn. 2. Het doel van deze voorziening is dat de inwoner dichter bij de arbeidsmarkt komt of kan meedoen in de samenleving.

Artikel 5. Werkervaringsplaats 1. De gemeente kan de inwoner een werkervaringsplaats aanbieden. 2. Het doel van een werkervaringsplaats is om de inwoner te leren functioneren op een werkplek of om de vakkennis en werkervaring van de inwoner te vergroten. 3. De inwoner krijgt begeleiding op de werkplek. 4. De werkervaringsplaats is met behoud van uitkering en duurt maximaal 3 maanden, met de mogelijkheid op een eenmalige verlenging van 3 maanden. Vervalt

naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. Zie artikel 8: participatieplaats

Artikel 7. Scholing 1. Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2. Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a. het gaat de krachten of bekwaamheden van de persoon niet te boven, en b. het draagt bij aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces van de persoon. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet. Artikel 8. Participatieplaats 1. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de wet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2. Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden

6

Artikel 6. Participatieplaats 1. De gemeente kan een inwoner die algemene bijstand ontvangt, voorlopig niet aan het werk kan en een kleine kans op werk heeft, een participatieplaats aanbieden. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. 2. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. De inwoner kan langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken. De inwoner krijgt daarbij begeleiding en doet werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die speciaal voor de inwoner zijn bedacht. 3. Een participatieplaats duurt maximaal 12 maanden, en kan eenmalig worden verlengd met 12 maanden, als daarmee de kans op betaald werk groter wordt. Zie Artikel 10 scholing

Zie artikel 6 Participatieplaats

worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt € 300 per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college biedt de voorziening beschut werk aan aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en deze persoon: a. behoort tot de doelgroep: of b. een persoon is aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid krijgt een persoon van wie is vastgesteld dat deze alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en die nog niet in aanmerking is gekomen voor een beschutte werkplek omdat het aantal geraamde beschutte werkplekken in één jaar al is gerealiseerd, voorrang op personen van wie later is vastgesteld dat zij alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. 3.

Om de in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving, uitsplitsing van taken of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4. Het college realiseert in een jaar tenminste het aantal beschut werkplekken dat bij ministeriële regeling is vastgelegd per gemeente, zover de behoefte daartoe bestaat.

7

Artikel 7. Participatievoorziening beschut werk 1. De gemeente biedt de inwoner een beschutte werkplek aan als het UWV heeft vastgesteld, dat de inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van de inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden zodat ze zich kunnen ontwikkelen. 3. De gemeente zorgt ervoor dat het aantal beschutte werkplekken dat jaarlijks gerealiseerd moet worden, daadwerkelijk gehaald wordt. De gemeenteraad kan opdracht geven om extra werkplekken te realiseren. 4. De inwoner die nog geen beschutte werkplek kan krijgen omdat de gemeente het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken voor dat jaar al heeft bereikt, kan in het volgende kalenderjaar met voorrang een beschutte werkplek krijgen. 5. De gemeente biedt inwoners die nog geen beschutte werkplek hebben maar daarvoor wel in aanmerking komen, sociale activering, scholing, persoonlijke ondersteuning of een andere voorziening aan, als dat nodig is om de stap naar een beschutte werkplek te kunnen zetten. 6. De gemeente zet de volgende voorzieningen in, als de inwoner die nodig heeft om op een beschutte werkplek goed te functioneren: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving;

b. aanpassing van het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding; c. uitsplitsing van taken. Nieuw Artikel 8. Proefplaats 1. De gemeente kan een inwoner een uitkering ontvangt toestemming geven om op een proefplaats onbetaald te werken met behoud van uitkering. 2. Het doel van een proefplaatsing is om de werkgever zicht te geven op de geschiktheid van de inwoner voor het werk. 3. Om toestemming te kunnen geven voor een proefplaats is het in ieder geval nodig dat de gemeente verwacht, dat de inwoner geschikt is voor het werk en de proefplaats de stap naar betaald werk makkelijker maakt. 4. De werkgever zorgt voor goede begeleiding van de inwoner tijdens de proefplaatsing en verklaart vooraf, dat de inwoner na afloop van de proefplaats een arbeidsovereenkomst van ten minste 6 maanden kan krijgen, als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk. 5. De proefplaatsing duurt 2 maanden, en kan worden verlengd met maximaal 4 maanden, als dat nodig is om te bepalen of de inwoner geschikt is voor het werk. Artikel 10. Ondersteuning bij leerArtikel 9. Ondersteuning bij leerwerktraject werktraject Het college kan ondersteuning aanbieden De gemeente kan ondersteuning bij het aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien volgen van een leer-werktraject aanbieden van wie het college van oordeel is dat een aan jongeren: leer-werktraject nodig is, voor zover deze a.

van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht ondersteuning nodig is voor het volgen van of de kwalificatieplicht uit de Leerplichtwet een leer-werktraject en het personen betreft: 1969 nog niet is geëindigd, of a. van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de b. van 18 tot 27 jaar die nog geen kwalificatieplicht, bedoeld in de startkwalificatie hebben behaald, Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd, of als dit leer-werktraject nodig is om betaald b. van 18 tot 27 jaar die nog geen werk te krijgen. startkwalificatie hebben behaald. Zie artikel 7 Scholing Artikel 10. Scholing 1. De gemeente kan een inwoner scholing aanbieden. 2. Doel van de scholing is om de stap naar werk makkelijker te maken door het verwerven van kennis of vaardigheden. Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning Zie artikel 13 Persoonlijke ondersteuning Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan

8

die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van structurele begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten. Artikel 12. Loonkostensubsidie 1. Het college kan een loonkostensubsidie verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, uiterst kwetsbare of gehandicapte werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 2.De loonkostensubsidie bedraagt ten hoogste 70% van de loonkosten gedurende maximaal 12 maanden. Deze periode kan telkens weer aansluitend verlengd worden tot maximaal 12 maanden ten behoeve van de kwetsbare werknemer. Hierbij wordt de verlengingsduur telkens afhankelijk gemaakt van de loonwaarde. Bij verlenging met 12 maanden wordt de loonwaarde opnieuw bepaald. Voor de gehandicapte werknemer bedraagt deze ten hoogste 70 procent van de loonkosten gedurende de gehele arbeidsperiode. 3.Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a. voorafgaand aan de indienstneming gedurende 12 maanden geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; b. geen startkwalificatie bezit; c. ouder is dan 27 jaar, of d. alleenstaande ouder is. 4. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing plaatsvindt. 5.

De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer. Artikel 13. Loonkostensubsidie voor personen met een arbeidsbeperking 1.Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2.Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de

9

Artikel 11 Loonkostensubsidie voor inwoners zonder arbeidsbeperking . 1. De gemeente kan loonkostensubsidie geven aan een werkgever die een arbeidsovereenkomst sluit met een inwoner die nog niet in staat is om met werk het wettelijk minimumloon te verdienen. 2. Doel van deze vorm van loonkostensubsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en extra kosten voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden. 3. De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 50 procent van de loonkosten. 4. De duur wordt afgestemd op de duur dat de inwoner naar verwachting nog niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. 5. Om in aanmerking te komen voor deze loonkostensubsidie is het in ieder geval nodig dat de inwoner zonder loonkostensubsidie niet wordt aangenomen voor dat werk. 6. De werkgever zorgt voor goede begeleiding van de inwoner en verklaart vooraf, dat de inwoner na beëindiging van de loonkostensubsidie een dienstverband van ten minste 12 maanden kan krijgen, als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk.

Artikel 12. Loonkostensubsidie voor inwoners met arbeidsbeperking 1. De gemeente kent de werkgever wettelijke loonkostensubsidie toe, als de werknemer wel kan werken maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen door een arbeidsbeperking, en voldaan is aan de voorwaarden van artikel 10d van de wet. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een

Participatiewet, die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen en die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; of b. een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet. 3.Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het college met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Zij neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.

arbeidsbeperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. Als de werkgever loonkostensubsidie heeft aangevraagd, volgt de gemeente het werkproces dat landelijk is afgesproken (het zgn. preferente proces).

Nieuw Artikel 13. Persoonlijke ondersteuning 1. De gemeente kan met het oog op een werknemer met een arbeidsbeperking ondersteuning op de werkplek aanbieden, als de werknemer zonder die ondersteuning het werk niet goed kan uitvoeren. 2. Het doel van persoonlijke ondersteuning is dat de werknemer uiteindelijk zonder extra begeleiding op de werkplek zijn werk goed kan uitvoeren. 3. De ondersteuning wordt gegeven door een interne werkbegeleider of een jobcoach. Een werkbegeleider wordt ingezet als de behoefte aan begeleiding groter is dan de normale begeleiding die de werkgever moet bieden. Een jobcoach wordt ingezet als er bij de werknemer of werkgever behoefte is aan methodische ondersteuning die specifieke kennis vraagt en die gericht is op het vinden of behouden van werk dat bij de werknemer past. Daaronder valt ook de begeleiding naar ander werk of naar een opleiding. 4. De inhoud, duur en omvang van de persoonlijke ondersteuning is afhankelijk van de behoefte aan begeleiding en de duur en omvang van de arbeidsovereenkomst. 5. Na overleg met de werkgever en werknemer beslist de gemeente of jobcoaching wordt uitgevoerd door een jobcoach in opdracht van de werkgever of door een jobcoach in opdracht van de gemeente. 6. Voor het vergoeden van jobcoaching is het nodig dat de jobcoaching planmatig wordt gegeven door een erkend deskundige die voldoende tijd voor de begeleiding heeft

10

Artikel 14. Vaststelling loonwaarde 1. Het college gebruikt de regionaal vastgestelde en omschreven wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. 2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert het college met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon. Het neemt daarbij de regionaal vastgestelde methode in acht.

en goed op de hoogte is van de werkzaamheden van de werknemer. 7. Voor het vergoeden van de extra kosten voor interne werkbegeleiding is het nodig, dat de werkbegeleiding planmatig wordt gegeven Dit door een collega van de werknemer die daarvoor opgeleid is, die voldoende tijd voor de begeleiding heeft, goed op de hoogte is van de werkzaamheden van de werknemer. De interne werkbegeleider is niet de leidinggevende van de werknemer. 8. De vergoeding voor werkbegeleiding en jobcoaching leidt de gemeente af van de regeling die het UWV hanteert. Vervalt

Nieuw: Artikel 14. Ondersteuning bij beperkingen in de motoriek De gemeente kan ten behoeve van de inwoner met een beperking in de motoriek, persoonlijke ondersteuning aanbieden die nodig is om het werk goed te kunnen doen. De gemeente kan de ondersteuning zelf aanbieden of daarvoor een vergoeding geven aan de werkgever of de opleidingslocatie. Het gaat om hulp bij het uitvoeren van taken die de inwoner zelf niet kan uitvoeren vanwege zijn beperking, en die verder gaat dan waar de werkgever of opleidingslocatie verantwoordelijk voor is. Nieuw Artikel 15. Meeneembare voorzieningen 1. De gemeente kan de inwoner met een beperking in de mobiliteit een meeneembare voorziening aanbieden die nodig is om het werk goed te kunnen doen. Het gaat om een aanpassing van de werkplek die de verantwoordelijkheid van de werkgever of organisatie te boven gaat. De voorzieningen moeten verplaatsbaar zijn. 2. De meeneembare voorziening wordt aan de inwoner uitgeleend. In bijzondere

11

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN

Artikel 15. Nadere regels en hardheidsclausule 1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze verordening 3. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van het bepaalde bij of krachtens deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Zie artikel 15

12

gevallen kan de gemeente de voorziening aan de werknemer in eigendom geven. Nieuw Artikel 16. Vervoersvoorzieningen 1. De gemeente kan een vervoersvoorziening aanbieden aan een inwoner die door zijn beperking niet zelfstandig naar de werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan door de gemeente zelf worden georganiseerd of in de vorm van een vergoeding voor de kosten worden verstrekt. 2. Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding sluit de gemeente aan bij het gebruikelijke tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. De goedkoopste passende voorziening wordt vergoed. 3. De gemeente brengt een reiskostenvergoeding van de werkgever in mindering op de vervoersvoorziening. Nieuw Artikel 17. Aanvraagprocedure 1. De inwoner of zijn werkgever kan een aanvraag om ondersteuning indienen bij de gemeente. De gemeente kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. Als het om persoonlijke ondersteuning gaat kan de inwoner of de werkgever daarbij ook aangeven of het om vergoeding van de begeleiding gaat of om begeleiding in opdracht van de gemeente (in natura). 2. De gemeente kan ook uit eigen beweging (ambtshalve) beoordelen of een inwoner of werkgever in aanmerking komt voor een voorziening. Hoofdstuk 3. Slotbepalingen In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen die nodig zijn zodat deze verordening in werking kan treden.

Artikel 18. Uitvoeringsregels De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van een beleidsregel of van een (nadere) regeling.

Artikel 19. Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)

Artikel 16. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De Re-integratieverordening Participatiewet Veendam wordt ingetrokken. 2. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Reintegratieverordening Participatiewet Veendam, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit deze verordening voor de duur: a. van 12 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld onder a. 3. Het college kan na afloop van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet. 4. De Re-integratieverordening Participatiewet Veendam blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede lid. Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 2017.

13

De gemeente kan afwijken van een bepaling uit deze verordening als toepassing van die bepaling een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Een uitkomst is in ieder geval onredelijk als de doelen van deze verordening door het toepassen van de regels juist niet worden gehaald. Artikel 20. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1. De volgende verordening wordt ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 2017. 2. Een toegekende voorziening op grond van de Re-integratieverordening Participatiewet Veendam 2017, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, blijft in stand voor de periode waarvoor deze voorziening is toegekend, tenzij die voorziening eerder beëindigd moet worden op grond van de ingetrokken verordening.

Artikel 21. Ingangsdatum en naam Deze verordening wordt genoemd: Reintegratieverordening Participatiewet gemeente Veendam 2024, en treedt in werking op 1 oktober 2024.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14409540/1