06-03 Torenstraat 86, Wildervank ontwerp 1
Tekst van het document
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied is gelegen in het bebouwingslint met agrarische bedrijven, woonbebouwing en maatschappelijke gebouwen aan de Torenstraat. Gelet op het vorenstaand wordt gesteld dat het gebied is aan te merken als een ‘gemengd gebied’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp 2.
laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie. ‘Autoparkeerterreinen en parkeergarages’ worden in VNG-uitgave wel genoemd als milieubelastende bedrijvigheid. Echter wordt gesteld dat de toevoeging van 11 parkeerplekken, op een klein parkeerterrein, als dusdanig kleinschalige ontwikkeling wordt beschouwd dat dit niet gezien wordt als ‘Autoparkeergarage of parkeergarage’. Er is geen sprake van aantasting van het woonen leefklimaat van omliggende functies. Het wegbestemmen van de planologische mogelijkheden voor de maatschappelijke functies, zoals de basisschool, zorgt tevens voor een verbetering van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of nieuwe functies de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. In dit geval wordt de te realiseren woning binnen het plangebied aangemerkt als een milieugevoelige functie.
In de omgeving van het plangebied komen naast woonfuncties ook horeca en maatschappelijke functies voor, welke wat betreft geur, stof, geluid en gevaar toelaatbaar zijn naast woningen. In de regels is bepaald dat dergelijke kleinschalige bedrijvigheid enkel is toegestaan als dit wat betreft geur, stof, geluid en gevaar toelaatbaar naast woningen is. Ten zuidwesten van het plangebied bevindt zich het dichtbij zijnde agrarisch bouwvlak (Torenstraat 31). Op deze gronden zijn binnen het bouwvlak grondgebonden agrarische bedrijven toegestaan. Bij dergelijke bedrijven gelden de grootste richtafstanden veelal voor het aspect geur. Voor dit aspect gelden echter geen richtafstanden, maar wettelijk bepaalde afstanden of geurcontouren op basis van de Wet geurhinder. Voor de veehouderij wordt daarom uitgegaan van de grootste richtafstand met uitzondering van het aspect 'geur'. Voor het aspect 'geur' wordt verwezen naar paragraaf 5.6 Het agrarisch bedrijf (melkveehouderij) kent op basis van de VNG-uitgave een milieucategorie van 3.2 met een grootste richtafstand van 30 meter voor het aspect geluid. De afstand tussen het agrarisch bouwvlak en de toekomstige grens van de woonbestemming betreft circa 60 meter. Hierbij wordt tevens opgemerkt dat de agrarische bedrijvigheid achter op het terrein plaatsvindt (circa 110 m) De afstand is ruim voldoende.
Hiermee is voldoende aangetoond dat ter plaatse van de te realiseren woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden omliggende bedrijven niet in de bedrijfsvoering geschaad. 5.5.4
Conclusie
Het aspect ‘milieuzonering’ vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.6
Geur
5.6.1
Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom ligt, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom ligt.
Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.1.2 Activiteitenbesluit Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden. 5.6.2
Situatie plangebied
Zoals reeds benoemd in paragraaf 5.5 wordt in voorliggend geval een milieugevoelig object (woning) toegevoegd. Er is dan ook sprake van het toevoegen van een geurgevoelig object als bedoeld in de Wgv. Voor een geurgevoelig object gelden vaste aan te houden afstanden van 100 meter, wanneer deze zijn gelegen zijn in de bebouwde kom. Met de geurverordening kunnen andere afstanden worden gesteld. Voor veehouderijen met dieren waarvoor geuremissie factoren (o.a. voor varkens, pluimvee, schapen, vleeskalveren en stieren) geldt tevens dat geurnormen van toepassing zijn. Voor het desbetreffende agrarisch bedrijf (melkveehouderij) gelden vaste richtafstanden, aangezien er geen dieren aanwezig zijn waar geuremissie is vastgesteld. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt op een afstand van circa 60 meter. Dit betreft echter de afstand van het bouwvlak tot aan de woning. Aan deze voorzijde is de bedrijfswoning gevestigd. De agrarische activiteiten bevinden zich achter de woning in de schuur. De afstand van de woning tot aan de schuur bedraagt circa 150 m. Aan de vaste afstand van 100 meter wordt ruimschoots voldaan. Tot slot wordt opgemerkt dat woningen van derden dichterbij het agrarisch bedrijf gevestigd zijn, hierdoor wordt het bedrijf al belemmerd bij een eventuele uitbreiding. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'geur' geen belemmering vormt voor de gewenste ontwikkeling.
Omgekeerd worden agrarische bedrijven in de omgeving niet belemmerd als gevolg van de ontwikkeling. 5.6.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.6
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.6.1
Gebiedsbescherming
5.6.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Zuidlaardermeergebied’ bevindt zich op ruim 10,6 kilometer afstand. Gezien de afstand tot dit Natura 2000-gebied en de kleinschaligheid van de ontwikkeling, kan een stikstofonderzoek achterwege blijven. Negatieve gevolgen zijn namelijk uit te sluiten, aangezien de woning gasloos gerealiseerd wordt. 5.6.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij' - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 10,6 kilometer afstand. Het plangebied ligt daarmee niet in of in de directe nabijheid van het NNN, waarmee kan worden geconcludeerd dat als gevolg van voorliggend initiatief geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 5.6.2
Soortenbescherming
5.6.2.1 Algemeen Wat betreft de soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder ander de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. In voorliggend geval wordt bebouwing gesloopt. Zodoende is een QuickScan flora- en faunaonderzoek door BJZ.nu uitgevoerd. Deze is als bijlage 4 bijgevoegd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. 5.6.2.1 Situatie plangebied Vogels Als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen ingrepen, is het niet uit te sluiten dat er mogelijk tijdens het broedseizoen een bezet vogelnest van de jaarrond beschermde huismus en/of gierzwaluw of algemene broedvogels binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden wordt verstoord. Er geldt in de gebruiksperiode een algeheel verbod op het verstoren, beschadigen en vernielen van nesten of rustplaatsen. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk mits voorgenomen activiteiten plaatsvinden buiten het broedseizoen van augustus t/m februari.
Indien de voorgenomen activiteiten wel uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen, dient er nader onderzoek naar huismussen en gierzwaluwen en een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Grondgebonden zoogdieren Gezien het plangebied niet tot functioneel leefgebied wordt beschouwd voor marterachtigen en andere grondgebonden zoogdieren, is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Vleermuizen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt er mogelijk een vleermuis verstoord in de woning of kerk naast het plangebied. Aangezien vleermuizen wel gevoelig zijn voor verstoring door licht, wordt er geadviseerd om te werken met vleermuisvriendelijke verlichting. Verder aanvullend onderzoek is niet nodig, mits gebruik wordt gemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp Amfibieën Voor de beschermde amfibieën geldt dat ze niet (opzettelijk) gedood mogen worden. Er kan niet worden uitgesloten dat soorten als de poelkikker het gebied niet zullen betreden tijdens de werkzaamheden. In het kader van zorgvuldig handelen, wordt er geadviseerd om vooraf aan de werkzaamheden een amfibieënschermen te plaatsen aan de westkant (figuur 6.5 van bijlage 4). Er dient hierdoor geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. Reptielen en overige soorten Het is uitgesloten dat er negatieve effecten op beschermde reptielen en overige soorten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet aan de orde. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. 5.6.3
Conclusie
Het aspect ecologie vormt, geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, mits wordt voldaan aan de volgende maatregelen: • • •
Werken buiten het broedseizoen Werken met vleermuisvriendelijke verlichting de plaatsing van amfibieënschermen ter plaatse aan de westkant van het plangebied.
5.7
Archeologie & Cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
5.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie plangebied De gemeente Veendam heeft de archeologische verwachtingswaarde vastgelegd in een ‘Beleidskaart archeologie Veendam 2022’. Afbeelding 5.1 toont een uitsnede van de beleidskaart. Het plangebied is indicatief weergegeven met een rode cirkel. Op basis van de archeologische verwachtingswaarde is het plangebied aangemerkt als ‘lage verwachting’ Op basis van deze bestemming is dan geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit betekent dat in het nieuwe bestemmingsplan geen dubbelbestemming archeologie of andere archeologische voorwaarde hoeft te worden opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
Afbeelding 5.1
5.7.2
Uitsnede ‘Beleidskaart archeologie en cultuurhistorie Veendam 2022’ (Bron: gemeente Veendam)
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten. In de omgeving van het plangebied zijn wel enkele rijks- en/of gemeentelijke monumenten aanwezig. Afbeelding 5.1 toont een uitsnede van de beleidskaart. Het plangebied is indicatief weergegeven met een rode cirkel. Met de voorgenomen ontwikkeling is er geenszins sprake van aantasting van de cultuurhistorische waarden. De nieuwe bebouwing en inrichting van het plangebied voegt zich in de bestaande structuren en kenmerken van het dorp. 5.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • •
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2
Situatie plangebied
5.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Zuidlaardermeergebied’ bevindt zich op circa 10,6 kilometer afstand. Gelet de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de afstand tussen het plangebied en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden is er geen sprake van een negatief effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Het plan is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in een directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.’
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp Aangezien hier sprake van is, dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. In voorliggend geval is er, gezien de kleinschaligheid van de ontwikkeling, geen sprake van een stedelijk ontwikkelingstraject. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk. 5.9.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 20222027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet. 6.1.3
Beleid provincie Groningen
In Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 wordt ruim aandacht besteedt aan de wateraspecten en wordt een aantal doelen nagestreefd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de aspecten 'bescherming tegen overstroming en wateroverlast' en de zorg voor 'voldoende schoon drinkwater'. Beide aspecten worden als essentieel gezien om een schone, gezonde en veilige leefomgeving te creëren binnen de provincie. Bescherming tegen overstroming van grote delen van de provincie Groningen welke liggen onder de zeewaterspiegel is een belangrijke pijler. Door de klimaatverandering zal de zeespiegel in de toekomst verder gaan stijgen en door aardgaswinning in de provincie zal de bodem in delen van de provincie verder gaan dalen. Verder heeft het veranderde klimaat ook gevolgen voor de neerslag. Door toename van de neerslag wordt er meer aandacht gevraagd voor de bescherming van laag gelegen delen van de provincie tegen wateroverlast. Om een optimale bescherming tegen overstromingen en wateroverlast te kunnen garanderen en om dit te kunnen bereiken zijn een aantal concrete uitgangspunten geformuleerd: • • • • • •
6.1.4
Klimaatadaptatie Kustverdediging Wateroverlast uit boezemsystemen Regionale wateroverlast Bodemdaling door delfstoffenwinning Overstromingsrisico's Beleid waterschap Hunze en Aa’s
Het beleid van het Waterschap Hunze en Aa's staat beschreven in het beheerprogramma 2022-2027. In het beheerprogramma staat met welke ambities en maatregelen het waterschap de ontwikkelingen en opgaven op het gebied van veiligheid, voldoende en schoon water oppakken. Het waterschap speelt onder andere in op klimaatverandering en Europese normen voor schoon en gezond water.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
Het waterschap Hunze en Aa’s is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van toepassing is. Het plan heeft geringe invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 5 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Hunze en Aa’s geeft een positief wateradvies.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. De op de verbeelding of in de regels aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, etc.). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
•
Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel zijn de algemene regels voor strijdig gebruik opgenomen.
•
Algemene afwijkingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Met deze regels kunnen omgevingsvergunningen verleend worden.
•
Overige regels (Artikel 9) In dit artikel is de uitsluiting van een seksinrichting opgenomen. Daarnaast zijn regels ten aanzien van parkeren opgenomen
7.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Woongebied (Artikel 3) In voorliggend geval is ter plaatse van plangebied de enkelbestemming ‘Woongebied’ toegekend. De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep, verkeer en verblijf, openbare nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen. Het aantal woningen per kavel mag niet meer bedragen dan één. De woning mag bestaan uit één laag met kap. De goot- en bouwhoogte mag ten hoogste respectievelijk 3,5 m en 9 m bedragen.
Middels een voorwaardelijke verplichting is de instandhouding van het ‘pleinmuurtje’ en de bestaande boom geborgd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Groningen
In het kader van vooroverleg is het conceptbestemmingsplan voorgelegd aan de provincie. De opmerkingen zijn verwerkt. 9.1.3
Waterschap Hunze en Aa’s
Het plan is voorgelegd aan waterschap Hunze en Aa’s door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van toepassing is. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Het waterschap geeft een positief wateradvies.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.
9.3
Zienswijzen
Deze paragraaf zal worden ingevuld na afloop van de ter inzage ligging van het ontwerpbestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
Bijlage 1
Voorstel stedenbouwkundigplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
Bijlage 3
Bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
Bijlage 4
Quickscan natuurwaarden
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan “Torenstraat 86, Wildervank” Ontwerp
Bijlage 5
Watertoetsresultaat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
bestemmingsplan Torenstraat 86, Wildervank
Bijlagen bij de toelichting
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
49
bestemmingsplan Torenstraat 86, Wildervank
Bijlage 1 Stedenbouwkundige opzet
50
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
Huidige situatie
Schetsvoorstel Kavel voor 1 vrijstaande woning (nr 86). Boom en tuinmuur in stand houden +800m2
nieuw hek plaatsen toevoegen aan perceel 84 +250m2
toevoegen parkeren kerk
20
40
100m
20
gemetselde erfscheiding doorzetten tbv ‘nieuwe’ tuin nr 84.
40
100m
Boom behouden Uitbreiding P terrein
Inrit kavel en P Beplanting rondom nieuwe P ‘Punaise’ (rood asfalt) in wegdek
1,0
3,5
verharding grasbeton
privé
erf nr. 86
Nieuwe ontsluiting auto en voetgangers Eenrichting, alleen in.
privé
Pleinmuur en boom behouden
haag
0,5
ontsluiting
bestaande tuinmuur groenstrook
erf nr. 84
Lichtmast
Profiel parkeerontsluiting
Locatie voor 1 woning. School slopen. Deel perceel toevoegen aan tuin vm. Kosterswoning (nr. 84). Deel als vergroting parkeerterrein Oosterdiepzijde. Nieuw woonperceel (+ 800m2) voor 1 woning. Parkeerplaats ontsluiten voor autoverkeer vanaf Torenstraat. Eenrichting, alleen in. Uit rijden via Raadhuisstraat. Tevens voetgangers verbinding. Af te schermen van woonpercelen middels haag en tuinmuur. Resterend deel van perceel als kavel te verkopen. +800m2 met instandhoudingsverplichting voor tuinmuur voorzijde en grote boom aan straatzijde. Deze nieuw te realiseren woning wordt daarbij uit de rooilijn gehaald en wat meer naar achteren gerealiseerd. Vanuit deze ‘knoop’ (relatie met aan te leggen verbinding parkeerterrein is dat ruimtelijk verklaarbaar en acceptabel. Stalen hek verwijderen op scheiding met nr. 88 en haag aanplanten.
Nieuwe kavel
Planbeschrijving
Detail uitwerking Stedenbouwkundig schetsplan Torenstraat 86, dd. september 2022
bestemmingsplan Torenstraat 86, Wildervank
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
52
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Torenstraat 86 Wildervank
Mei 2022
Status: Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI TORENSTRAAT 86, WILDERVANK
Opdrachtgever: Status: Datum: Projectnummer:
Gemeente Veendam Definitief Mei 2022 2022-237
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ....................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ............................................................................................. 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 5 ZONE LANGS WEGEN ................................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ........................................................................................................................................ 5 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ..................................................................................................................... 6 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID ...................................................................................................................... 6
HOOFSTUK 3 3.1 3.2
UITGANGSPUNTEN ............................................................................................. 7
SITUATIE PROJECTGEBIED ............................................................................................................................. 7 VERKEERSGEGEVENS.................................................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN.................................................................................................... 9 4.1 4.2 4.3
BEREKENINGEN .......................................................................................................................................... 9 GELUIDSBELASTING ..................................................................................................................................... 9 HOGERE WAARDE ..................................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................................... 11 BIJLAGEN
.................................................................................................................. 12
BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
ITEMEIGENSCHAPPEN........................................................................................................................ 12 REKENMODEL.................................................................................................................................. 13 RESULTATENTABELLEN ...................................................................................................................... 14
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggend Akoestisch onderzoek heeft betrekking op het perceel gelegen aan de Torenstraat 86 te Wildervank. Initiatiefnemer is voornemens om het aanwezige schoolgebouw te slopen, het gebied te verdelen over drie kavels en op één van deze kavels een nieuwe woning te realiseren. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied (rode ster) ten opzichte van de directe omgeving te weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging projectgebied (Bron: PDOK, aangepast door BJZ.nu)
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woning te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De gemeente Veendam beschikt niet over een eigen geluidsbeleid en volgt hierin de Wet geluidhinder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN 3.1
Situatie projectgebied
Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande basisschool gelegen aan de Torenstraat 86 te Wildervank te slopen en deze kavel te herverdelen over drie kavels. Op één van deze kavels wordt een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. In afbeelding 3.1 is de bestaande situatie tegen de beoogde situatie weggezet.
Afbeelding 3.1
Bestaande en gewenste situatie (Bron: Gemeente Veendam)
Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Raadhuisstraat. Deze weg heeft een snelheidsregime van 50 km/uur. Voor de Torenstraat geldt een snelheidsregime van 30 km/uur en heeft dus geen wettelijke geluidszone. Echter, omdat niet op voorhand uitgesloten kan worden of er sprake is van een waarde onder de voorkeurswaarde van 48 dB is deze weg toch meegewogen in het akoestisch onderzoek. In tabel 3 is weergegeven welke uitgangspunten voor het hierbij behorende rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Zuidwending Tabel 3
Uitgangspunten onderzoek
3.2
Verkeersgegevens
Binnen stedelijk gebied 63 dB Ja 5 dB
Voor de Raadhuisstraat zijn geen tellingen bekend. Wel wordt in het mobiliteitsplan gemeente Veendam 2006 voor het peiljaar 2020 een intensiteit van 6.150 mvt/etmaal aangegeven voor deze weg voor een gemiddelde werkdag. Voor een gemiddelde weekdag in 2032 is uitgegaan van 1% autonome groei en bedraagt de etmaalintensiteit 6.929 mvt/etmaal. De weg is aangemerkt als erftoegangsweg van de eerste orde binnen de bebouwde kom. Voor de Torenstraat zijn eveneens geen tellingen bekend. Ook zijn er geen prognosecijfers van deze weg bekend. De weg is gecategoriseerd als een erftoegangsweg van de tweede orde, binnen de bebouwde kom.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
In het mobiliteitsplan worden beide wegen aangemerkt als erftoegangswegen. Voor deze wegen kan een standaard verdeling worden toegepast. In tabel 4 zijn deze gegevens weergegeven. Categorie Uurintensiteit [%] Lichte mvtg [%] Middelzware mvtg [%]
Dag 6,7 95,75 3,75
Avond 3,7 96,68 2,83
Nacht 0,6 97,6 1,9
Zware mvtg [%]
0,5
0,5
0,5
Tabel 4
Standaardverdeling erftoegangsweg
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: • • • •
wegen met intensiteiten; gebouwen inclusief hoogte; zachte bodemgebieden; rekenpunten op 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter op alle gevels van nieuwe woning.
In bijlage 1 is een uitsnede van het rekenmodel bijgevoegd. In bijlage 2 zijn de itemeigenschappen weergegeven.
4.2
Geluidsbelasting
Rondom de te realiseren woning zijn vier toetspunten geplaatst. In afbeelding 4.1 zijn deze toetspunten weergegeven.
Afbeelding 4.1
Geplaatste toetspunten (Bron: Geomilieu, BJZ.nu)
De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Torenstraat en de Raadhuisstraat bedraagt, inclusief reductie, respectievelijk hoogstens 48 dB en 45 dB. Voor beide wegen geldt dat er wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
Torenstraat
Afbeelding 4.2
4.3
Raadhuisstraat
Geluidbelasting Torenstraat en geluidbelasting Raadhuisstraat (inclusief reductie) (Bron: Geomilieu, BJZ.nu)
Hogere waarde
Een hogere waarde ten gevolge van het wegverkeerslawaai is in voorliggend geval niet benodigd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIE
Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande basisschool gelegen aan de Torenstraat 86 te Wildervank te slopen en deze kavel te herverdelen over drie kavels. Op één van deze kavels wordt een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Raadhuisstraat. Deze weg heeft een snelheidsregime van 50 km/uur. Voor de Torenstraat geldt een snelheidsregime van 30 km/uur en heeft dus geen wettelijke geluidszone. Echter, omdat niet op voorhand uitgesloten kan worden of er sprake is van een waarde onder de voorkeurswaarde van 48 dB is deze weg toch meegewogen in het akoestisch onderzoek. De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Torenstraat en de Raadhuisstraat bedraagt, inclusief reductie, respectievelijk hoogstens 45 dB en 41 dB. Voor beide wegen geldt dat er wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Een hogere waarde procedure hoeft dan ook niet gestart te worden. Daarnaast is er met deze geluidbelasting tevens sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
BIJLAGEN Bijlage 1
Rekenmodel
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Torenstraat 86, Wildervank, Veendam Definitief
Bijlage 2
Itemeigenschappen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Raadhuisstraat Torenstraat
ISO_H 0,00 0,00
ISO M. 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief
Type Verdeling Verdeling
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
Cpl False False
Cpl_W 1,5 1,5
Helling 0 0
Wegdek W0 W0
V(MR(D)) 50 30
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(MR(A)) 50 30
V(MR(N)) 50 30
V(MR(P4)) ---
V(LV(D)) 50 30
V(LV(A)) 50 30
V(LV(N)) 50 30
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
V(LV(P4)) ---
V(MV(D)) 50 30
V(MV(A)) 50 30
V(MV(N)) 50 30
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer V(MV(P4)) ---
V(ZV(D)) 50 30
V(ZV(A)) 50 30
V(ZV(N)) 50 30
V(ZV(P4)) ---
Totaal aantal 2953,00 1409,00
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%Int(D) 6,70 6,70
%Int(A) 3,70 3,70
%Int(N) 0,60 0,60
%Int(P4) ---
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %MR(D) ---
%MR(A) ---
%MR(N) ---
%MR(P4) ---
%LV(D) 97,50 96,20
%LV(A) 97,50 96,20
%LV(N) 97,50 96,20
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
%LV(P4) ---
%MV(D) 2,40 3,60
%MV(A) 2,40 3,60
%MV(N) 2,40 3,60
%MV(P4) ---
%ZV(D) 0,10 0,20
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer %ZV(A) 0,10 0,20
%ZV(N) 0,10 0,20
%ZV(P4) ---
MR(D) ---
MR(A) ---
MR(N) ---
MR(P4) ---
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LV(D) 192,90 90,82
LV(A) 106,53 50,15
LV(N) 17,28 8,13
LV(P4) ---
MV(D) 4,75 3,40
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer MV(A) 2,62 1,88
MV(N) 0,43 0,30
MV(P4) ---
ZV(D) 0,20 0,19
ZV(A) 0,11 0,10
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
ZV(N) 0,02 0,02
ZV(P4) ---
LE (D) 63 76,92 74,83
LE (D) 125 83,91 78,80
LE (D) 250 89,87 87,75
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (D) 500 95,98 89,76
LE (D) 1k 102,80 95,22
LE (D) 2k 99,34 92,31
LE (D) 4k 92,55 85,67
LE (D) 8k 82,38 78,98
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (A) 63 74,34 72,25
LE (A) 125 81,33 76,22
LE (A) 250 87,30 85,17
LE (A) 500 93,40 87,18
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (A) 1k 100,22 92,65
LE (A) 2k 96,76 89,73
LE (A) 4k 89,97 83,09
LE (A) 8k 79,80 76,40
LE (N) 63 66,44 64,35
LE (N) 125 73,43 68,32
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (N) 250 79,39 77,27
LE (N) 500 85,50 79,28
LE (N) 1k 92,32 84,75
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (N) 2k 88,86 81,83
LE (N) 4k 82,07 75,19
LE (N) 8k 71,90 68,50
LE (P4) 63 ---
LE (P4) 125 ---
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
LE (P4) 250 ---
LE (P4) 500 ---
LE (P4) 1k ---
LE (P4) 2k ---
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam RS TS
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer LE (P4) 4k ---
LE (P4) 8k ---
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam TP01 TP02 TP03 TP04
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Toetspunt 01 westgevel Toetspunt 02 noordgevel Toetspunt 03 oostgevel Toetspunt 04 westgevel
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C 7,50 7,50 7,50 7,50
Hoogte D -----
Hoogte E -----
Hoogte F -----
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam TP01 TP02 TP03 TP04
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Gevel Ja Ja Ja Ja
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
Naam ZB01 ZB02
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer Omschr. Zachte bodemgebieden Zachte bodemgebieden
Bf 1,00 1,00
Geomilieu V2022.2 rev 2 Licentiehouder: BJZ.nu B.V.
6-7-2022 12:34:42
Itemeigenschappen Model: Groep:
eerste model versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam
Omschr.
Hoogte 4,10 2,80 3,60 3,60 9,20
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1 2 NW
Nieuwe woning
BB 12-13 15 64 79
Bijgebouw 0047100000264059 0047100000276089 0047100000263380 0047100000266583
9,20 5,20 9,50 6,70 9,20
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
1-3 54 81 72 58
0047100000273616 0047100000277148 0047100000277211 0047100000264207 0047100000264593
5,00 8,60 4,20 9,50 7,20
73 56 13 54 60
0047100000264949 0047100000268030 0047100000273710 0047100000274598 0047100000274687
77 74-76 57 62 50
Functie
Jaar 0 0 0 0 0
AHN-jaar 0 0 0 0 0
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
8,10 7,20 7,70 6,80 6,10
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0047100000276671 0047100000277628 0047100000277946 0047100000278203 0047100000278218
8,60 9,80 6,10 5,20 7,70
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0