06-03 Bijlage 2 concept participatiebeleid gemeente Veendam
Tekst van het document
Bijlage 2
Veendam, augustus 2023 Luna Berkendam Petra Rollema Dave Schut 1
Bijlage 2
INHOUDSOPGAVE 1 AANLEIDING .............................................................................................. 3 2 INHOUD VAN PARTICIPATIEBELEID............................................................ 3 3 DOEL EN VISIE ........................................................................................... 4 4 WAT IS PARTICIPATIE? .............................................................................. 4 4.1 4.2
PARTICIPATIE GAAT VERDER DAN INSPRAAK .................................................................................... 4 PARTICIPATIE IS GEEN COMMUNICATIE .......................................................................................... 5
5 REIKWIJDTE ............................................................................................... 5 5.1 5.2 5.3
DE PARTICIPATIEVERORDENING EN LEIDRAAD .................................................................................. 5 SOCIAAL DOMEIN ..................................................................................................................... 5 UITDAAGRECHT ....................................................................................................................... 6
6 PROCES BELEIDSONTWIKKELING ............................................................... 6 7 PARTICIPATIE IS NIET NIEUW..................................................................... 7 8 WAT WILLEN ONZE INWONERS? ............................................................... 8 9 PARTICIPATIELEIDRAAD ............................................................................ 8 9.1 START VAN DE PARTICIPATIE ....................................................................................................... 9 9.2 BASISVOORWAARDEN VOOR PARTICIPATIE ..................................................................................... 9 9.3 PARTICIPATIE IN DRIE STAPPEN .................................................................................................... 9 9.3.1 STAP 1: ANALYSE............................................................................................................................. 9 9.3.2 STAP 2: AANPAK ........................................................................................................................... 10 9.3.3 STAP 3: AFSPRAKEN ....................................................................................................................... 11 9.4 SPELREGELS ..........................................................................................................................
11 9.4.1 GEVEN VAN GOEDE FEEDBACK.......................................................................................................... 11 9.4.2 SLUIT AAN BIJ DE BELEVINGSWERELD EN LUISTER ................................................................................. 12 9.4.3 GEVEN VAN VERTROUWEN .............................................................................................................. 12
10 RANDVOORWAARDEN .............................................................................12 10.1 10.2 10.3
COMMUNICATIE (CAMPAGNE) ................................................................................................ 12 TIJD EN AMBTELIJKE CAPACITEIT ............................................................................................... 12 BORGEN VAN PARTICIPATIE .................................................................................................... 12
2
Bijlage 2
1 Aanleiding Participatie wordt vaak in verband gebracht met dorpszaaltjes waar de gemeente een prestentatie over voorgenomen plannen geeft. Maar met de komst van de Omgevingswet worden de regels niet meer centraal gesteld, maar de fysieke leefomgeving. En die stimuleert overheden om tijdig participatie te organiseren bij vraagstukken over de fysieke leefomgeving. Door de zogenoemde kennisgevings- en motiveringsplicht zijn overheden verplicht om participatie in te richten. De Omgevingswet stelt die plicht in ieder geval voor de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Het stimuleren van participatie sluit aan bij de wens van het college B&W van de gemeente Veendam om de betrokkenheid van haar inwoners bij de voorbereiding en de uitvoering van haar beleid te vergroten. In het coalitieakkoord 2022-2026, ‘Met Vertrouwen Vooruit’, staat het volgende over participatie:
“Betrokkenheid van inwoners bij nieuwe plannen werd van oudsher gedaan door groepen mensen uit te nodigen in een zaal, om vervolgens de plannen te presenteren. Mede door corona, heeft dit een andere dimensie gekregen, namelijk een digitale. Zo is de omgevingsvisie ter inzage gelegd en konden mensen digitaal, met behulp van de wijkprikker, reageren. Dit heeft ruim 500 kwalitatief goede reacties opgeleverd. Dat waren er meer dan we eerder, via de traditionele manier, zouden hebben binnenkregen. In het duidingsdebat van 19 april 2022, werd de wijkprikker veelvuldig benoemd als een goed voorbeeld voor de participatie. Wij willen de middelen, manieren en methodes die de markt biedt om de inwoners meer te betrekken bij de besluitvorming optimaal benutten.” Dit participatiebeleid wil zowel aan de verplichting uit de Omgevingswet als aan de wens van het college van Veendam invulling geven.
2 Inhoud van Participatiebeleid Het participatiebeleid van de gemeente Veendam bestaat uit drie delen: 1. De participatieverordening, waarin regels met betrekking tot participatie zijn vastgelegd 2. Deze beleidsnota die een context en toelichting geeft voor de gemaakte keuzes hoe participatie vorm te geven 3. Een leidraad voor de uitvoering van het beleid met concrete stappen voor de uitvoering van het participatiebeleid.
3
Bijlage 2
3 Doel en visie Veendam onderschrijft de doelen van participatie die de wet formuleert. Zij ziet participatie als een middel om de verschillende belangen zo volledig en open mogelijk in kaart te brengen, zodat er een zorgvuldige en integrale afweging kan worden gemaakt. Maar er zijn ook andere doelen. In de memorie van toelichting van de Omgevingswet wordt aangegeven dat het nieuwe Omgevingsrechtkader de innovatieve kracht in de samenleving wil stimuleren en kennis van inwoners wil benutten. Door middel van participatie kan inwoners een podium worden geboden waar ze oplossingen kunnen aandragen. De samenleving krijgt daardoor betere (beleids)producten en wordt/blijft daardoor sociaal vitaal. Maar participatie kan ook bijdragen aan het dichter bijelkaar brengen van politiek en de inwoners en zorgen voor draagvlak en daardoor tijdwinst, omdat door een grotere betrokkenheid meer vertrouwen wordt gecreëerd. “We hebben behoefte aan een ‘participatieve democratie’. Een samenleving waarin burgers, naast politici en professionals, scheppers van instituties en voorzieningen zijn.” (Hoogleraar bestuurskunde Roel in ’t Veld)
4 Wat is participatie? Participatie is het actief betrekken van bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, andere overheden en betrokkenen bij plannen, projecten en andere activiteiten die voor hen gevolgen hebben. Actieve betrokkenheid is meepraten, meedenken, adviseren of samenwerken .
4.1 Participatie gaat verder dan inspraak Naast participatie bestaat soms het wettelijke recht op inspraak: indienen van zienswijzen. Inspraak is de formele, afrondende fase van een plan waarin er voor de laatste keer gelegenheid is om te reageren, bijvoorbeeld bij de wijziging van een (omgevings)plan. Burgers worden dus in een later stadium, wanneer het conceptplan al ver is uitgewerkt, in de gelegenheid gesteld om een mening kenbaar te maken voordat een definitief besluit wordt genomen. Participatie vindt vaak eerder in een traject plaats. De ruimte voor beïnvloeding is bij participatie meestal groter dan bij het wettelijke recht op inspraak. Het gaat uit van een wederzijdse gedachtewisseling in een zo vroeg mogelijk stadium. Bij burgerparticipatie wordt door het 4
Bijlage 2
gemeentebestuur vooraf en per onderwerp vastgesteld op welk moment burgers betrokken worden en welke invloed zij daarbij zullen hebben, variërend van informeren tot aan meebeslissen. Burgerparticipatie kan aanvullend zijn op inspraak. Dat zal zeker zo zijn als inspraak wettelijk verplicht. Maar wanneer afd. 3:4 Awb van toepassing wordt gesteld treedt participatie in de plaats inspraak.
4.2 Participatie is geen communicatie
Participatie en communicatie zijn twee verschillende termen die nog wel eens door elkaar heen worden gebruikt. Met participatie denken betrokken partijen en inwoners mee bij de beleidsontwikkeling. Terwijl communicatie gaat over ‘het uitwisselen van informatie en alle processen van overdracht van nieuws of informatie’. Met communicatie worden inwoners door de gemeente op de hoogte gebracht, zonder hen direct inspraak te geven. Een informatiebijeenkomst waar bewoners plannen kunnen bekijken zonder te mogen reageren, is een vorm van communicatie. Communicatie is dus geen participatie. Tegelijk moet er adequaat gecommuniceerd voor een goede participatie.
5 Reikwijdte Vanuit het besef dat de lokale democratie voortdurend om onderhoud en aandacht vraagt, wil de gemeente Veendam zo veel mogelijk van haar beleid in samenwerking tussen actoren en inwoners tot stand laten komen. Of het nu gaat om het maken van een beleidsvisie of plan voor een gebied, de herinrichting van een straat of het opzetten van een subsidie voor jeugdzorg. Dat neemt niet weg dat zij vindt dat er in specifieke situaties geen participatie zal worden toegepast. Het gaat dan bijvoorbeeld om uitvoering van beleid waar de gemeente weinig tot geen beleidsvrijheid heeft, of in gevallen die spoedeisend zijn, of die de begroting of de organisatie van de gemeente betreffen, etc. In de participatieverordening wordt van de zaken waar geen participatie mag worden toegepast een opsomming gegeven.
5.1 De participatieverordening en leidraad Dit participatiebeleid is een uitwerking van de Participatieverordening van de gemeente Veendam. In deze verordening staan regels wanneer participatie door de gemeente Veendam wordt toegepast, wanneer dat niet het geval is en welke procedure dan moet worden gevolgd. In veel gevallen zal de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn. Maar het bevoegde gezag (de gemeente Veendam) mag daarvan afwijken. Als ze dat doet dan staan er in de verordening kaders waar rekening mee moet worden gehouden. Die kaders zijn verder uitgewerkt in een ‘leidraad participatie’ die onderdeel uitmaakt van deze beleidsnota.
5.2 Sociaal domein Ondanks dat de gemeente Veendam in principe streeft naar participatie voor al haar beleid, heeft de beleidsontwikkeling en uitvoering binnen het Sociale domein een andere positie ten opzichte van de Fysieke Leefomgeving. Waar de Fysieke Leefomgeving een domein is met heel veel beleidsthema’s en aspecten, is dat in het Sociale domein minder. Binnen het Sociale domein zijn eigenlijk maar zes beleidsthema’s te onderscheiden waar participatie op de hier bedoelde wijze van toepassing is: 1. Gezondhied 2. IHP, integraal huisvestingsbeleid onderwijs 3. Sportwijziging 4. Cultuurbeleid
5
Bijlage 2
5. Bibliotheek werk Het beleid is veelal vastgelegd in lokale beleidsdocumenten die voortvloeien uit de Wet Werk en Bijstand, Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Wanneer daar wijzigingen uit komen worden deze van tevoren voorgelegd aan de Participatieraad. De Participatieraad is een adviesorgaan dat gevraagd en ongevraagd het college B&W van de gemeente Veendam adviseert over alle aangelegenheden van beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering die betrekking hebben op het terrein van de Wmo, WWB en aanverwante wetten, die participatie in de samenleving beogen en van invloed zijn op de positie van burgers en cliënten van de gemeente Veendam.
5.3 Uitdaagrecht De wetgever heeft na veel discussie de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van lokaal beleid verder willen versterken. Ook beoogt ze de betrokkenheid van inwoners in hun directe leefomgeving te vergroten door het uitdaagrecht, als specifieke vorm van participatie, wettelijk te verankeren. ‘Dit biedt kansen om het ‘eigenaarschap’ te vergroten en de kwaliteit van beleid te verbeteren en kan leiden tot nieuwe vormen van samenwerking en sociale verbinding”, aldus de Minister. Het uitdaagrecht betekent dat inwoners of maatschappelijke partijen de overheid kunnen verzoeken om de uitvoering van een taak over te nemen, al dan niet met het bijbehorend budget. Voorwaarde is dat de inwoners denken dat zij het beter kunnen. Het gaat om een initiatief van inwoners (en dus niet van de gemeente), dat bedoeld is voor medeinwoners (dus geen persoonlijk plan of hobby) en om een huidige taak (of een deel daarvan), waar de gemeentebudget voor heeft. De gemeente Veendam wil het uitdaagrecht beperkt introduceren. Aan de ene kant past het Uitdaagrecht bij het wijkgericht werken dat de gemeente Veendam voorstaat. “Zonder medewerking van de inwoners is er geen wijkgericht werken. Ideeën zijn altijd welkom over zaken die de buurt leefbaarder kunnen maken. “ (Bron: website gemeente Veendam).
Aan de andere kant is het een nieuw instrument, waar de gemeente eerst ervaring mee wil opdoen, voordat het breed toepasbaar wordt gemaakt. In de Participatieverordening van de gemeente Veendam worden de taken die niet ‘uitgedaagd’ kunnen worden expliciet genoemd en worden voorwaarden en procedureafspraken vermeld.
6 Proces beleidsontwikkeling p.m.
6
Bijlage 2
7 Participatie is niet nieuw Hoewel we met deze notitie een duidelijk kader geven hoe we als gemeente Veendam invulling willen geven aan participatie, wil dat niet zeggen dat de gemeente niet aan participatie doet. Integendeel. In paragraaf 4 is al aangegeven dat binnen het Sociale Domein beleid tot stand komt binnen een netwerk van verbonden partijen met de Participatieraad daarbinnen als een centrale rol participatieorgaan. Maar ook binnen de openbare ruimte komen de meeste projecten tot stand door middel van participatie. Zij zijn ook gewend om veel met uitvoerende organisatie samen te werken en om met inwoners in gesprek te gaan. De teams binnen dit werkveld zijn letterlijk fysiek in de wijken aanwezig en doen daar hun werk. Daarmee zijn zij de oren en ogen van de samenleving. Daarnaast zijn we sinds jaar en dag gewend om beleidsstukken in nauwe samenspraak met verbonden partijen te ontwikkelen, zoals buurt- en wijkraden. Vaak worden onze inwoners daar ook direct en nauw bij betrokken. Het grote voorbeeld hiervan is de Omgevingsvisie, die maar liefst 512 reacties heeft opgeleverd. Mede dankzij een brede campagne ‘Verderkijkers Gezocht’. Maar dat niet alleen. Door herkenbare communicatie hebben recente participatietrajecten rond de Woonvisie en de Centrumvisie ook veel (inhoudelijke) reacties opgeleverd.
7
Bijlage 2
8 Wat willen onze inwoners? Uit de participatie rond de Omgevingsvisie bleek dat er duidelijk belangstelling is om mee te denken met de gemeente Veendam. Inwoners gaven aan het leuk te vinden om op een gestructureerde manier mee te denken over verschillende onderwerpen en de toekomst van hun gemeente. Dit bleek ook uit de vele reacties uit de participatie rond de Woonvisie, Centrumvisie en het Mobiliteitsplan.
9 Participatieleidraad Maar hoe doe je dat; participeren? Hoe zorg je ervoor dat iedereen die mee wil doen ook mee kan doen? In deze beleidsnotitie wil de gemeente Veendam een leidraad1 geven voor het inrichten van een goed participatieproces, met principes en uitgangspunten voor iedereen die in Veendam aan participatie doet. De leidraad helpt in het bepalen: Waarom participeren? Welke keuzes moeten dan worden gemaakt? Hoe participeren? Wat moet niet worden vergeten? Het managen van verwachtingen. Hierbij geldt dat participatie altijd maatwerk is: elke keer moet worden bekeken welke aanpak het beste is voor de situatie.
1 Bron: Handleiding participatie: de stad laten meedenken, gemeente Utrecht
8
Bijlage 2
9.1 Start van de participatie Voordat beleid wordt voorbereid en in uitvoering gaat, moet het participatietraject goed worden voorbereid. Want het risico kan zijn: baat het niet, dan schaadt het wél. Voor de start van de beleidsuitvoering moet dan ook het volgende worden gecheckt: Is er ruimte voor beïnvloeding: om mee te praten, mee te doen of mee te beslissen? Is er budget en tijd? Zijn er mogelijkheden en/of is er bereidheid om de plannen aan te passen op basis van de gegeven reacties? Kan/wil ruimte geboden worden aan initiatieven die de plannen aanvullen of versterken?
9.2 Basisvoorwaarden voor Participatie Er zijn basisvoorwaarden om een participatieproces te laten slagen. Het Kennisknooppunt Participatie noemt vijf wetten van participatie: 1. Wet van de waarheid: wees helder en duidelijk waarom je mensen vraagt om een participatieproces; 2. Wet van het speelveld: bepaal kaders vooraf waar de zeggenschap over mag gaan; 3. Wet van de moeite: stop tijd en energie in een zorgvuldige participatie en tijdig in het proces; 4. Wet van de deugdzaamheid: wees betrouwbaar en kom afspraken na; 5. Wet van de vernieuwing: durf nieuwe of onbekende oplossingen te zoeken.
9.3 Participatie in drie stappen
De participatieleidraad bestaat uit drie stappen, die achtereenvolgens moet worden doorlopen. Zo wordt voorkomen dat er te vroeg wordt begonnen en er nog niets kan worden gezegd, of te laat en men het idee heeft dat er al te veel vastligt. De drie stappen zijn: 1. Analyse 2. Aanpak 3. Afspraken
9.3.1 Stap 1: Analyse
Als eerste stap worden de volgende vragen beantwoord: Waar gaat de participatie over? Wat is het doel van de participatie? Is er al eerder geparticipeerd? Hoe ging dat? Wat zijn de wettelijke of beleidskaders? Wat is de ruimte voor beïnvloeding? Hoeveel budget is er en hoeveel tijd? Wie hebben er een belang? Wie moeten betrokken worden? Door middel van een krachtenveldanalyse wordt bepaald wie er betrokken moeten of willen worden. Vanuit de gemeente kunnen de wijkambtenaar en het wijkteam hieraan een bijdrage leveren. Zij hebben contacten in de wijk met allerlei bewoners en buurtnetwerken. Zij kunnen daarom ook een goed beeld geven van het gebied en schetsen wat er speelt.
9
Bijlage 2
9.3.2 Stap 2: Aanpak Na stap 1 wordt, bij voorkeur in samenspraak met belanghebbenden en in overleg met de opdrachtgever (ambtelijk/bestuurlijk??/) het participatieniveau per fase bepaald. Er zijn drie niveaus: Raadplegen Advies vragen Co-creëren (samenwerken) Informeren is geen participatie, dat doe je altijd. Het participatieniveau kan per fase in het traject, per (doel)groep of onderwerp verschillen. Is er niet veel ruimte voor beïnvloeding, dan kan voor raadplegen worden gekozen. Is er meer ruimte, dan kan voor advies vragen of co-creëren (of beide) worden gekozen. Bij voorkeur worden de niveau(s), instrumenten en werkvormen samen met de betrokkenen bepaald. Belangrijk is dat de gemeente open en eerlijk is over de gekozen aanpak en de mate waarin het plan samen gemaakt en aangepast kan worden. Zodat betrokkenen de juiste verwachtingen hebben en achteraf niet teleurgesteld zijn. Let op! Zeker als het gaat om co-creatie is er veel tijd nodig.
9.3.2.1 De drie participatieniveaus 9.3.2.1.1 Raadplegen Binnen dit niveau worden betrokkenen om meningen, ervaringen en ideeën gevraagd. De gemeente Veendam bepaalt de agenda en gebruikt de reacties van betrokkenen om plannen te maken of te verbeteren. De reacties zijn niet bindend. 9.3.2.1.2 Advies vragen De gemeente kan de deelnemers ook vragen om problemen, belangen en oplossingen aan te dragen. De gemeente bepaalt dan wel de agenda, maar de reacties van betrokkenen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van plannen. Adviezen die niet worden overgenomen, worden gemotiveerd. 9.3.2.1.3 Co-creëren (samenwerken) Bij co-creëren gaan partijen vroegtijdig met elkaar aan tafel om over uitgangspunten en het plan te praten. Samen wordt de agenda bepaald en naar oplossingen gezocht. De gemeente verbindt de gezamenlijk gekozen oplossingen binnen bepaalde kaders. Vaak denken de betrokkenen ook mee over hoe het proces ingericht moet worden. Wanneer het participatieniveau is bepaald kiest de gemeente samen met de (voornaamste) belanghebbenden de manier waarop geïnteresseerden kunnen participeren: een brainstorm of enquête? Een fysieke bijeenkomst in het gemeentehuis of juist in de wijk? Voor welke doelgroep(en): ook kinderen en jongeren? Bij voorkeur worden meerdere instrumenten gecombineerd zodat er verschillende doelgroepen worden bereikt.
Let op! Geprobeerd moet worden om de ‘moeilijk bereikbare doelgroepen’ ook te betrekken. In een zorgvuldig participatietraject voelt eenieder zich gezien, gerespecteerd en erkend.
10
Bijlage 2
9.3.3 Stap 3: Afspraken Tot slot is het belangrijk om goede afspraken over de participatie te maken en de verwachtingen te monitoren, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is en (valse) verwachtingen bijgesteld kunnen worden. De gemeente maakt helder: Waarom voor deze vorm(en) van participatie is gekozen? Welke plannen kunnen worden aangepast en welke niet? Wie worden er betrokken? Hoe en wanneer wordt wie geïnformeerd en waarover? Hoe wordt met elkaar omgegaan? Wanneer komt er een (tussentijdse) terugkoppeling? Wanneer is er een (tussentijdse) evaluatie? Wie bewaakt de kwaliteit van het participatieproces en hoe? De participatiemomenten worden opgenomen in de (project)planning. Daarin staat wanneer er wordt gecommuniceerd over wat er gaat gebeuren, wanneer en hoe er tussentijds wordt geïnformeerd, geraadpleegd of advies wordt gevraagd en waar mensen terecht kunnen met vragen. Mensen hebben recht op informatie, om op gelijk kennisniveau te komen. Dit alles draagt bij aan het draagvlak voor de plannen en voorkomt onduidelijkheden tijdens het traject. Lopen de belangen erg uiteen of lopen gesprekken vast? Dan wordt met hulp van een onafhankelijke mediator naar voorstellen gezocht voor een gezamenlijke oplossing.
9.4 Spelregels Partijen die met elkaar samenwerken hebben vaak verschillende achtergronden, belangen en ideeën. Het is daarom belangrijk dat door alle betrokken partijen spelregels worden gehanteerd om de doelen van participatie te halen. Het is van belang dat alle partijen, zowel de gemeente, verbonden partijen als de inwoners zich bewust zijn van deze drie spelregels: - Het geven van goede feedback - Sluit aan bij de belevingswereld en luister - Het geven van vertrouwen
9.4.1 Geven van goede feedback Feedback maakt leren mogelijk. Het zorgt voor persoonlijke groei, leidt tot meer diverse oordeelvorming en betere besluitvorming. Regels voor feedback zijn onder andere: Geef constructieve feedback. Geef feedback vanuit jezelf. Geef specifieke feedback en geef concrete voorbeelden. Verplaats je in de ander. Sta open voor de reactie van de ander. Geef feedback op prestatie en niet op persoonlijkheid.
11
Bijlage 2
9.4.2 Sluit aan bij de belevingswereld en luister Om echt met een open houding met elkaar in gesprek te gaan, is het van belang dat partijen zich op de hoogte stellen van elkaars belangen en aansluiten bij de belevingswereld van de betrokken partijen. De essentie van luisteren is het geven van erkenning. Luisteren heeft te maken met: spreekruimte geven, horen wat de ander zegt, proeven met welk gevoel of vanuit welke overtuiging de ander iets zegt, het verhaal begrijpen vanuit wie die ander is en/of de ander aanvaarden zoals hij/zij is. Lukt dat, dan ontstaat er echt verbinding. Er zijn veel dingen die het luisteren in de weg staan. Als we kijken naar factoren in de omgeving, dan is dat onder andere het gebrek aan tijd. Participatie kost daarom tijd.
9.4.3 Geven van vertrouwen Daarnaast is het heel belangrijk dat er vertrouwen is tijdens het gehele proces. Vertrouwen geeft de veiligheid om te leren en experimenteren en is een voorwaarde voor samenwerken. Vanuit de samenleving moet er vertrouwen zijn dat het bevoegde gezag op een juiste manier en volledig informeert, transparant is. Vertrouwen is ook een kernbegrip binnen de Omgevingswet. In de Memorie van Toelichting staat nadrukkelijk dat vertrouwen de belangrijkste basis is voor samenspel. Het is ook niet voor niets dat het coalitieakkoord 2022-2026 de titel heeft: Met vertrouwen vooruit!
10 Randvoorwaarden Hoe betrek je op de juiste manier en op het juiste moment de juiste partijen bij beleidsontwikkeling? Dat vraagt om doordenken. Welke strategie moet er gekozen worden en de inzet van middelen.
10.1 Communicatie (campagne) Eén van de belangrijkste middelen voor participatie is ‘communicatie’. Met goede communicatie krijg je de inwoners aangesloten en in beweging. De campagne rond de Omgevingsvisie (Verderkijkers Gezocht) heeft laten zien dat Veendam samen met de juiste partijen in staat is om dat voor elkaar te krijgen.
10.2 Tijd en ambtelijke capaciteit Zoals hiervoor al is aangegeven, kost participatie tijd en ambtelijke capaciteit. Maar om een artikel uit 2021 in Binnenlands Bestuur van Royal Haskoning aan te halen: “Goed betrekken van bewoners kost tijd. Maar slecht betrekken kost nog meer tijd.” Toch is geen onderzoek of artikel bekend waar de kosten van participatie worden gekwantificeerd. Dat zou te maken kunnen hebben met de verschillende context waarbinnen het beleid wordt ontwikkeld. Dat neemt niet weg dat het van belang is om in de projectplannen voor beleidsontwikkeling zo duidelijk mogelijk aan te geven wat de verschillende vormen van participatie in doorlooptijd en inzet van menskracht kosten, zodat (bestuurlijke en ambtelijke) opdrachtgevers daar rekening mee kunnen houden.
10.3 Borgen van participatie Om participatiebeleid te borgen wordt een participatiecontroller of participatiecoach in de organisatie aangesteld die vooraf met de procesverantwoordelijke spreekt over de juiste stappen in het proces om participatie adequaat vorm en inhoud te geven. Ook zal deze medewerker achteraf met de procesverantwoordelijke het proces van participatie evalueren.
12