06-02 Beleidsplan en begroting 2021 Winkler Prins
Tekst van het document
In het digitale (thuis)onderwijs zijn al deze onderdelen van de ondersteuningsstructuur niet meer vanzelfsprekend en vragen om een andere borging. In 2021 willen we in kaart brengen hoe we onze ondersteuning zo kunnen inrichten dat we ook in deze nieuwe digitale werkelijkheid zicht houden op onze leerlingen. Hoogbegaafdheid en talentontwikkeling De leerlingbegeleiding van Winkler Prins is gestoeld op onze missie Samen verschillend. Hierbij dagen we onze leerlingen uit met inspirerend en eigentijds onderwijs, ontwikkelen we ons vakmanschap, ondersteunen we hiermee leerlingen en elkaar en vertrouwen we op de kracht van eenieder met meerwaarde voor allen. Hoogbegaafdheid en talentontwikkeling is onderdeel van het ondersteuningsprofiel van de school. Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs heeft een subsidie beschikbaar gesteld aan schoolbesturen om een onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor hoogbegaafde en talentvolle leerlingen in de regio op te zetten, uit te breiden en te bestendigen. Winkler Prins maakt hier gebruik van en heeft een activiteitenplan opgesteld voor de komende 2 schooljaren. Dit plan is gerelateerd aan de subsidie aanvraag hoogbegaafdheid en de toekenning hiervan. Voorbeelden uit het activiteitenplan zijn de talentcolleges voor groep 7 en 8, het ontwikkelen van een ontwikkellijn po-vo en het opleiden van talentbegeleiders. Beleidsplan en begroting 2021
19
Pilot preventieve verzuimgesprekken Scholen zijn verplicht het verzuim van leerlingen dat boven bepaalde grenzen uitkomt, door te geven aan DUO. Vervolgens komt de leerplichtambtenaar in beeld, vaak in overleg met de school. Er zijn ook leerlingen die veel verzuimen zonder dat dit verzuim bij DUO gemeld hoeft te worden. Er is dan sprake van grijs verzuim, bijvoorbeeld doordat leerlingen veel worden ziekgemeld door ouders. Het komend jaar gaan leerplichtambtenaren van de gemeente Veendam en omringende gemeenten preventieve verzuimgesprekken voeren binnen twee locaties van Winkler Prins met dit type leerling. Leerplichtambtenaren zijn hierdoor meer zichtbaar in de school en worden meer direct aan het onderwijs gekoppeld. Eens in de maand is er een spreekuur op locatie. Doelen van deze aanpak zijn: • Het verzuim in een vroeg stadium signaleren • De leerling beter in beeld te krijgen • Juiste ondersteuning bieden aan leerlingen en ouders • Uitleg geven over de gevolgen van verzuim en de consequenties bij aanhoudend verzuim. Als pilot-locaties worden de Pinksterstaat en de Parallelweg genomen. De focus ligt in eerste instantie op leerlingen die te laat komen en/of af en toe spijbelen. Ouders en leerling worden geïnformeerd en uitgenodigd voor een gesprek door de school.
Subsidie onderwijsachterstanden Als gevolg van de scholensluiting van voorjaar 2020 hebben veel leerlingen achterstanden opgelopen. Achterstanden niet alleen op het gebied van leerstof maar ook op sociaal-emotioneel gebied. In het najaar van 2020 zijn trajecten ontwikkeld waardoor leerlingen de kans krijgen deze achterstanden weg te werken. Een voorbeeld daarvan is de winterschool. Tijdens de winterschool zullen in drie periodes telkens vier vrijdagmiddagen worden ingezet om leerlingen de kans te geven achterstanden weg te werken. Deze trajecten lopen tot het einde van schooljaar 2020-2021. We maken hierbij gebruik van een subsidie van het ministerie van Onderwijs. De subsidie is in 2020 ontvangen maar kan meegenomen worden naar 2021 zodat baten en lasten in hetzelfde jaar vallen. Digitalisering In 2021 zijn de volgende ontwikkelingen op het gebied van digitalisering van belang: • Experimenteerruimte en deskundigheidsbevordering van en voor docenten. Als gevolg van de scholensluiting in het voorjaar van 2020 is de manier waarop ons onderwijs wordt vormgegeven enorm veranderd. Er is bij docenten veel behoefte aan experimenteerruimte, bijvoorbeeld op het gebied van digitaal toetsen. Ook is er behoefte aan meer en verdiepende scholing bijvoorbeeld voor het gebruik van applicaties, nieuwe digitale methodes en methodieken, didactische mogelijkheden.
In 2021 wordt hiervoor aanvullend budget beschikbaar gesteld. • Transitie van iPad naar Microsoft-laptop voor docenten. Deze transitie is eind 2020 reeds ingezet en is bedoeld om docenten het juiste instrumentarium te geven bij het verder ontwikkelen en flexibiliseren van het (afstands)onderwijs. De keuze voor een Microsoft laptop past ook perfect bij de Microsoft netwerkstructuur die de school al heeft. • Besluitvorming over het device voor leerlingen. In 2014 is de keuze gemaakt voor de iPad als device voor leerlingen. In het najaar 2020 is deze keuze binnen de school geëvalueerd. Voor aanvang van de nieuwe instroom in het brugjaar zal de keuze worden gemaakt voor het contineren van de iPad dan wel voor een ander device. • De ontwikkelde digitale leerlijn (vaardigheden) wordt binnen onze school geïmplementeerd. De vier deelgebieden basisvaardigheden ICT, mediawijsheid, informatievaardigheden en computational thinking zijn bijvoorbeeld terug te zien in de vakken en de projecten die binnen de deelscholen gegeven worden. • Evaluatie rol ict-ambassadeurs. Sinds 2014 is er een expertgroep ter bevordering van de digitalisering binnen onze school actief. In 2021 zal aan deze groep gevraagd worden het proces van de afgelopen jaren te evalueren en te komen met een voorstel voor hun verdere rol en inzet bij de digitalisering de komende jaren.
Scholing De cao vo kent een jaarlijks geldbedrag toe aan alle medewerkers t.b.v. hun professionalisering. Hiervan worden individuele scholingswensen gefinancierd als ook centrale scholingsactiviteiten. Het scholingsbudget voor 2021 is gelijk aan voorgaande jaren. Ook in 2021 geldt de afspraak dat deelschooldirecteuren buiten de begroting om maximaal € 100.000 extra scholingsbudget mogen inzetten voor plannen ter verbetering van de onderwijskwaliteit, experimenteerruimte en deskundigheidsbevordering van en voor docenten bij de verdere digitalisering. Dit aanvullend scholingsbudget is niet opgenomen in de begroting en kan, indien volledig ingezet, dus leiden tot een lager resultaat over 2021. Op deze wijze wordt de reguliere begroting niet belast met incidentele hoge uitgaven en wordt een deel van het in het verleden opgebouwde vermogen van de school gebruikt voor kwaliteitsverbetering van het onderwijs. 20
Beleidsplan en begroting 2021
Ontwikkeling leerlingenaantal Nagenoeg alle Nederlandse vo-scholen hebben te maken met krimp. Deze krimp is enige jaren geleden afgevlakt na het besluit het voortgezet onderwijs in de gemeente Veendam samen te voegen vanaf schooljaar 2018-2019. Het gevolg daarvan is een stabilisatie van het leerlingaantal sinds schooljaar 20182019. Ook de jaren daarna, tot 2024 laten deze stabilisatie zien. Voor de periode 2020 tot 2030 is een daling van het leerlingaantal voorzien van ongeveer 20%. Leerlingprognose Winkler Prins per 1 oktober
2020
2021
2022
2023
2024
Regulier PRO Totaal
1.871 98 1.969
1.890 90 1.980
1.912 89 2.001
1.906 88 1.994
1.928 85 2.013
Mutatie in aantal t.o.v. t-1 Cumulatieve mutatie in aantal t.o.v. 2020 Mutatie in % t.o.v. 2020 Cumulatieve Mutatie in % t.o.v. 2020
0 0 0% 0%
11 11 1% 1%
21 32 1% 2%
-7 25 0% 1%
19 44 1% 2%
N.B. leerlingaantallen op 1-10-2020 zijn de basis voor de bekostiging in 2021; 1-10-2021 dus voor 2022 enz.
Historisch overzicht aantallen leerlingen, medewerkers en leerling-leraarratio Onderstaand overzicht geeft een beeld van de ontwikkeling van de aantallen leerlingen, medewerkers (onderverdeeld naar categorie) en de leerling-leraarratio over de afgelopen jaren. De leerling-leraarratio is een indicatie van het aantal leerlingen per leerkracht. De leerling-leraarratio is niet hetzelfde als de gemiddelde groepsgrootte. Er is immers ook onderwijsondersteunend personeel op school aanwezig dat niet direct voor de klas staat, maar andere belangrijke onderwijstaken in en rond de klas vervult, zoals onderwijsassistenten en praktijkassistenten. De leerling-leraarratio van Winkler Prins wordt vergeleken met de landelijke leerling-leraarratio zoals deze te vinden is bij het ministerie van OCW/ DUO. Hieruit is af te leiden dat de leerling-leraarratio het afgelopen jaar gelijk is aan die van vorig jaar 14,4. Ten opzichte van de benchmark (15,2) is dat nog steeds gunstig. Datum Okt. 2005
Leerling Leerling aantal incl aantal excl vavo vavo 2.146
2.146
Fte totaal
Fte directie
Fte OOP
Fte OP
222,2
13,9
47,0
161,3
Benchmark Leerlingen/ Leerlingen/ leerlingen/ fte OP fte totaal fte OP 9,7
13,3
14,6
Okt. 2006
2.152
2.148
221,4
13,0
47,1
161,3
9,7
13,3
14,4
Okt. 2007
2.139
2.136
228,2
14,0
48,8
165,4
9,4
12,9
14,4
Okt. 2008
2.103
2.095
227,8
14,0
49,9
163,9
9,2
12,8
14,3
Okt. 2009
2.057
2.046
232,2
13,0
49,7
169,5
8,8
12,1
14,2
Okt. 2010
2.022
2.011
219,9
12,0
49,2
158,7
9,1
12,7
14,4
Okt. 2011
1.980
1.972
202,9
12,0
45,8
145,1
9,7
13,6
14,9
Okt. 2012
2.023
2.017
202,4
8,0
42,7
151,7
10,0
13,3
15,3
Okt. 2013
2.068
2.061
197,0
9,0
42,3
145,7
10,5
14,1
15,4
Okt. 2014
2.079
2.074
201,0
9,0
44,0
148,0
10,3
14,0
15,4
Okt. 2015
2.138
2.131
201,6
8,0
42,1
151,5
10,6
14,1
15,4
Okt. 2016
2.061
2.057
197,6
8,0
42,9
146,8
10,4
14,0
15,4
Okt. 2017
1.975
1.970
195,0
9,2
41,4
144,4
10,1
13,6
15,4
Okt. 2018
2.018
2.011
197,3
10,0
43,3
144,0
10,2
14,0
15,3
Okt. 2019
2.053
2.050
194,4
10,0
42,1
142,3
10,5
14,4
15,2
Okt. 2020
1.969
1.968
187,0
10,0
40,1
136,9
10,5
14,4
nnb
Bron landelijke benchm ark: https://w w w .onderw ijsincijfers.nl/kengetallen/onderw ijs-algem een/personeel/leerling-leraar-ratio
Functiemix OP Sinds 2018 volgen de sociale partners de ontwikkelingen van de streefpercentages van de functiemix maar zij gaan ervan uit dat het onderwerp nu geborgd blijft in het overleg tussen schoolbestuur en PMR. In het najaar van 2014 bleek dat Winkler Prins vanuit de rijksoverheid slechts 75% van de streefpercentages van de functiemix voor onze school gefinancierd krijgt. Met de PMR is toen een maatwerkafspraak gemaakt
Beleidsplan en begroting 2021
21
waarbij is afgesproken dat we jaarlijks tenminste 75% zouden realiseren, maar dat jaarlijks bepaald zal worden of een hoger percentage van 90% mogelijk en verantwoord is, gelet op de financiële positie van de school. In het najaar van 2020 blijkt dat het totaal van LC/LD-functies 90% is. Hoewel meerdere LC/LDdocenten in 2020 de school hebben verlaten, zorgt de leerlingdaling in dat jaar ervoor dat het vertrek geen ruimte biedt voor een nieuwe sollicitatieronde functiemix. Uit de evaluatie van de laatste ronde functiemix is een aantal onderwerpen naar voren gekomen dat van belang is mee te nemen naar een komend traject functiemix. In 2021 zal onderzocht worden of deze onderwerpen kunnen leiden tot een herziening van de uitgangspunten van het traject functiemix in 2022. Formatieplanning Sinds 2015 voeren we een kwalitatieve en kwantitatieve vlootschouw uit. De gegevens die we hier uit halen vormen de basis voor de samenstelling van de teams en de formatieve ruimte die we hebben binnen de diverse secties, het komend schooljaar en daarna. Vrijwillige ouderbijdrage en financiële coaches De regeling voor de vrijwillige ouderbijdrage is opgesteld in overeenstemming met de richtlijnen van het ministerie van OCW. Voor 2021 is deze vrijwillige bijdrage opnieuw begroot op € 50 per leerling. Van dit bedrag gaat € 5 naar de ouderraad.
De afgelopen jaren bleek dat de meeste ouders/verzorgers bereid en in staat waren deze ouderbijdrage te voldoen. Ouders/verzorgers kunnen ook in aanmerking komen voor een betalingsregeling. Binnen de school is een aantal financiële coaches actief. Deze coaches ondersteunen ouders in het geval van vragen of problemen. We werken sinds enige jaren constructief samen met de Stichting Leergeld. Het aantal ouders/verzorgers dat vanuit principe niet wil meebetalen aan de vrijwillige ouderbijdrage is buitengewoon beperkt. De oudergeleding van de Medezeggenschapsraad wordt jaarlijks gevraagd in te stemmen met deze regeling. Leermiddelen Winkler Prins ontvangt vanuit het ministerie een bedrag per leerling voor de aanschaf van de leermiddelen. Vanaf 2022 wordt dit onderdeel van de lumpsum. In 2020 is onderzoek gedaan naar de prijsontwikkeling voor deze leermiddelen. Hieruit bleek dat de kosten voor de leermiddelen te veel uit de pas beginnen te lopen met de vergoeding die we daarvoor krijgen. De wensen van secties/docenten worden veelal overgenomen. Het nieuwe budget werd vervolgens aangepast aan de kosten van het vorige jaar. Deze openeindfinanciering is onwenselijk. Onze partner bij de aanschaf van de leermiddelen kan ondersteuning bieden bij het beter beheersen van de kosten bijvoorbeeld door secties inhoudelijke hulp te bieden bij de methodekeuze.
Daarnaast zijn we sinds het najaar 2020 aangesloten bij Stichting VO-content. Dit is een samenwerkingspartner voor scholen in het voortgezet onderwijs bij de geleidelijke overgang naar open en online leermateriaal dat onderwijzen en leren op maat mogelijk maakt. Secties kunnen via VO-content gebruik maken van compleet ontwikkelde leerlijnen voor hun vak hetgeen de kosten van de leermiddelen kan verlagen. Uit de evaluatie van de kostprijsontwikkeling in het najaar 2020 blijkt dat ingezette acties waarbij het kostenbewustzijn van de secties is verhoogd, al hebben geleid tot een forse besparing. We moeten afwachten of deze besparing duurzaam is. Waakzaamheid op dit thema blijft dan ook geboden. Nieuwbouw en renovatie In juli 2016 heeft de gemeenteraad van Veendam ingestemd met een voorstel van het college van B&W voor de bouw en aanleg van een Leer- en Sportpark (LSP). Onderdeel van het plan is de nieuwbouw voor het vmbo en brugjaar en de revitalisatie van de Raadsgildenlaan 1. Naar verwachting wordt de nieuwbouw medio 2021 opgeleverd. Direct daarna wordt er een begin gemaakt met de renovatie van de Raadsgildenlaan 1. Gedurende het schooljaar 2021-2022 zal deze locatie gesloten zijn voor onderwijs en zullen de resterende gebruikers elders (voornamelijk aan de locatie) Pinsterstraat worden ondergebracht.
Winkler Prins heeft zich bereid verklaard uit eigen middelen bij te dragen aan de totale kosten van deze nieuwbouw en revitalisatie. De bijdrage zal voornamelijk worden ingezet t.b.v. investeringen in duurzaamheid hetgeen een positief effect zal hebben op de exploitatie van de school de komende jaren. Deze bijdrage zal in 2021 door Winkler Prins ingebracht worden. De bijdrage van Winkler Prins aan het LSP is voor de school vanwege onze uitstekende financiële positie goed te dragen, zeker wanneer daarbij de toekomstige exploitatievoordelen worden meegenomen. Sportvoorziening Gedurende de gesprekken over de nieuwe huisvesting is de financiering van een sportvoorziening voor de lessen Lichamelijke Opvoeding (LO) op het Leersportpark (LSP) onderwerp van gesprek geweest. Uiteindelijk bleek dat de gemeenteraad van Veendam hiervoor geen budget beschikbaar kon stellen. Tijdens de besprekingen over het raadsvoorstel werd gesuggereerd dat Winkler Prins voor deze lessen gebruik zou 22
Beleidsplan en begroting 2021
kunnen maken van andere gemeentelijke sportvoorzieningen elders in Veendam. In theoretische zin lijkt dit een oplossing. Binnen onze school wordt het pendelen van grote groepen leerlingen tussen de nieuwbouw op het LSP en de diverse sportzalen in Veendam echter als onwenselijk en niet uitvoerbaar beschouwd. Argumenten daarvoor zijn: • het verlies aan onderwijstijd voor leerlingen en marginalisering van de overblijvende lestijd bij het vak LO (naar schatting 30% van de lestijd gaat op aan het heen en weer reizen van leerlingen) • LO-docenten die op afstand van de school de lessen LO moeten geven en die daardoor geen onderdeel van het team uitmaken met als gevolg dat de zorg en begeleiding van hun leerlingen die zij als teamlid en/of als mentor in teamverband moeten geven in het gedrang komen • mogelijk gedoe tussen en onveiligheid van leerlingen tijdens de verplaatsingen tussen school en gymzaal (wekelijks 900 x 2 leerlingbewegingen). In deze begroting 2021 is het verwachte investeringsbedrag voor de sportvoorziening meegenomen. Over deze investering moet nog een definitief besluit genomen worden. Mocht deze investering niet doorgaan, dan heeft dat een beperkt positief effect op de begroting omdat de jaarlijkse afschrijvingslast relatief laag is.
Tegenover lagere exploitatielasten voor de sportvoorziening zullen dan meer huurkosten voor sportvoorzieningen van de gemeente komen te staan. Duurzaamheid De afgelopen jaren hebben we veel geïnvesteerd in voorzieningen t.b.v. de duurzaamheid van onze gebouwen zoals geïsoleerde daken, zonnepanelen en nieuwe energiezuinige kachels en verlichting. Sinds 2013 wordt structureel een substantieel deel (€ 50.000) van het totale investeringsbudget beschikbaar gesteld om te investeren in voorzieningen t.b.v. duurzaamheid. We willen daarmee een bijdrage leveren aan een duurzame samenleving. Met het oog op de vele investeringen in duurzaamheid bij de nieuwbouw wordt er in 2021 niet aanvullend geïnvesteerd in duurzaamheid. Onderhoud gebouwen Het onderhoud van de school wordt uitgevoerd volgens een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Al enige jaren wordt dit budget scherp opgesteld omdat we liever geen onderhoudskosten maken voor gebouwen die op korte termijn aangepast of afgestoten gaan worden. Aan de locatie Pinksterstraat gebeurt nu nog slechts het hoogstnoodzakelijke. Met het oog op de nieuwe en aangepaste huisvesting zal het komende jaar opnieuw alleen het hoogstnoodzakelijke onderhoud worden uitgevoerd. Investeringen Naast bovengenoemde investeringen in de nieuwbouw en renovatie, zullen we in 2021 ook fors gaan investeren in de inrichting van de nieuwbouw.
Het totaalbedrag aan investeringen in 2021 zal dan ook ongekend hoog zijn. Daardoor zullen de jaarlijkse afschrijvingslasten oplopen maar deze zijn voor onze school goed te dragen, vooral omdat deze investeringen over een groot aantal jaren worden afgeschreven. De verwachting is dat bij de jaarrekening 2020 een aantal reeds gedane investeringen versneld kunnen worden afgeschreven hetgeen de toekomstige afschrijvingslast zou verlagen. Hierdoor blijven de afschrijvingslasten de komende jaren op een herkenbaar en acceptabel niveau. Liquiditeit De liquiditeit zal in 2021 en de jaren daarna aanzienlijk afnemen als gevolg van de investeringen. Verwachte ontwikkeling liquiditeit in 2021 Verwachte eindstand 31-12-2020 Resultaat 2021 exclusief afschrijvingen/egalisatie/rente
€
153.000
Investeringen
€
-3.869.000
Aflossing lening Noorderpoort
€
-30.000
Verwachte eindstand 31-12-2021
€
8.543.000
€
4.797.000
Ontwikkeling Liquiditeit 2010-2025 11.000.000 6.000.000 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
1.000.000
Beleidsplan en begroting 2021
23
6. BEGROTING 2021: TOTAALOVERZICHT EN TOELICHTING Begroting 2021: totaaloverzicht Hieronder volgt het totaaloverzicht van de begroting 2021, afgezet ten opzichte van een aantal jaren daarvoor, inclusief een toelichting op de baten en de lasten. De integrale begroting 2021 is in een apart document beschikbaar. Begroting 2021
Begrotingsonderdelen
Begroting 2020
Begroting 2019
Exploitatie 2019
Baten Rijksbijdragen € 19.026.000 Overige rijksbijdragen-/subsidies € 9.000 Overige baten € 511.000 Totaal baten
€ 19.399.000 € 17.000 € 515.000 € 19.546.000
€ 18.572.000 € 15.000 € 562.000 € 19.931.000
€ 19.374.870 € 22.043 € 656.625 € 19.149.000
€ 20.053.538
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten
€ 16.104.000 € 696.000 € 1.078.000 € 2.091.000
€ 16.319.000 € 642.000 € 936.000 € 2.115.000
€ 15.465.000 € 842.000 € 895.000 € 2.092.000
€ 16.278.719 € 760.054 € 764.028 € 2.138.660
Totaal lasten
€ 19.969.000
€ 20.012.000
€ 19.294.000
€ 19.941.461
Saldo baten en lasten
€
€
€
€
112.077
-423.000
-81.000
-145.000
Financiële baten en lasten Financiële baten € Financiële lasten €
-
€ €
-
€ €
48.000 -
€ €
47.061 -
Saldo financiële baten en lasten
€
-
€
-
€
48.000
€
47.061
Nettoresultaat
€
-423.000
€
-81.000
€
-97.000
€
159.137
Bestemmingsreserve aanvullende bekostiging
€
150.000
€
€
-
Nettoresultaat na bestemmingsreserve aanvullende bekostiging
€
-273.000
€
€
159.137
Rentabiliteit
-1,4%
- € -81.000
-0,4%
€
-97.000
-0,5%
0,8%
Toelichting baten Rijksbijdragen De Rijksbijdragen (van € 19.026.000 ) zijn het totaal van onder andere de personele en materiële bekostiging, vergoeding leermiddelen, Subsidie Sterk Techniek Onderwijs, lerarenbeurzen, bijdragen Samenwerkingsverband GO 20.02 en de Prestatiebox. De inkomstenberekeningen 2021 zijn gemaakt op basis van de leerlingenaantallen per 1 oktober 2020. Bij het berekenen van de personele lumpsum is rekening gehouden met de laatste informatie vanuit de rijksoverheid (Staatscourant), informatie vanuit de VO-raad en het samenwerkingsverband GO 20.02. De materiële bekostiging bedraagt € 1.888.000. De bekostiging voor het gratis verstrekken van de leermiddelen aan onze leerlingen bedraagt € 634.000. In 2021 is het bedrag per leerling € 321,78. Dit is gelijk aan het bedrag van 2020. Overige overheidsbijdragen en -subsidies De Overige overheidsbijdragen en -subsidies betreffen een deel van de in het verleden ontvangen doelsubsidies, waarmee een deel van de afschrijvingslasten wordt gedekt. Overige baten In totaal wordt € 511.000 aan Overige baten begroot. Het betreft hier onder andere: • de vrijwillige ouderbijdrage exclusief de bijdrage voor de ouderraad, • de bijdragen aan werkweken en excursies, • uit de balans vrijvallende bedragen van in het verleden ontvangen doelsubsidies. Hiermee wordt een deel van de afschrijvingslasten gedekt.
24
Beleidsplan en begroting 2021
Toelichting lasten Personele lasten De lonen en salarissen zijn gebaseerd op de formatieplanning voor het schooljaar 2020-2021. Deze kosten zijn gebaseerd op de aanwezige formatie in de salarismaand september 2020. De berekeningssystematiek maakt gebruik van de actuele gegevens van de database met personeelsgegevens, gebaseerd op de meest actuele salaristabellen en secundaire arbeidsvoorwaarden. Bij de berekening van de lonen en salarissen is o.a. rekening gehouden met de kosten van het inkorten van de salarisschalen. In de begroting 2021 is tevens rekening gehouden met een kleine structurele loonruimte, die bij een caoakkoord nog vrij komt. Naast de lonen en salarissen zijn er nog aanvullende personele lasten. Hierbij gaat het onder andere om uitgaven voor vervanging, het uitbesteden van bepaalde werkzaamheden, scholing en overige personele kosten. In de begroting is geen rekening gehouden met mogelijke premiewijzigingen in 2021 in de sociale lasten en/of in de pensioenen. Bij de baten voor 2021 is daar ook geen rekening mee gehouden. In de begroting 2021 is uitgegaan van een gelijkblijvend aantal medewerkers gedurende het gehele jaar. Afschrijvingen De Afschrijvingen zijn het totaal van de lasten van de huidige activa plus de afschrijvingslasten van de verwachte investeringen voor 2021. In het aanschafjaar wordt een halve afschrijvingstermijn gehanteerd.
De afschrijvingslasten hebben als kenmerk dat de lasten van reeds geïnvesteerde activa in de toekomst niet meer te beïnvloeden zijn. In de begroting 2021 is ook rekening gehouden met een inhaalafschrijving van de activa van de Pinksterstraat, omdat dit pand wordt verlaten bij het opleveren van de nieuwbouw. Deze inhaalafschrijvingen lopen door tot en met 2021. In de begroting is rekening gehouden met de aanschaf van de nieuwe schoolgebouwen, de eerste inrichting daarvan en de bouwkosten van een sporthal. De afschrijvingslast voor 2021 is als volgt onderverdeeld:
Verdeling afschrijvingslast Afschrijvingslast investeringen t/m 2020 Afschrijvingslast investeringen 2021 Inhaalafschrijving Pinksterstraat
€ € €
559.000 117.000 20.000
Totale afschrijvingslast
€
696.000
Huisvestingslasten De Huisvestingslasten bedragen € 1.078.000. De voornaamste kosten die hier zijn begroot zijn Huren, Onderhoud, Schoonmaakkosten, Aanschaf klein inventaris, Gas, water, elektra en Heffingen. De kosten zijn hoger dan normaliter. Dit komt doordat we eenmalige kosten hebben begroot, die te maken hebben met de verhuizing naar de Pinksterstraat van de mavo. Overige instellingslasten De Overige instellingslasten bedragen € 2.091.000 en bestaan onder andere uit de uitgaven van Vakgroepen, Leermiddelen, Administratie beheer en bestuur en Overige instellingslasten. Toelichting Financiële baten en lasten Het Saldo financiële baten en lasten is begroot op € 0. Toelichting saldo exploitatie Het nettoresultaat bedraagt – € 473.000. Er zijn echter € 150.000 aan loon- en personeelskosten begroot, die worden besteed vanuit de aanvullende bekostiging in 2019. De baten hadden we al ontvangen. In 2021 wordt deze € 150.000 dan gehaald uit de bestemmingsreserve. Het nettoresultaat na bestemmingsreserve wordt dan – € 323.000. De rentabiliteit komt daarmee uit op – 1,4%.
Beleidsplan en begroting 2021
25
7. RISICOMANAGEMENT EN MEERJARENBEGROTING Risicomanagement helpt de organisatie om succesvol haar doelen te realiseren door de belangrijkste risico’s te beheersen die doelstellingen of processen kunnen bedreigen. In september 2020 is een nieuwe risicoanalyse uitgevoerd waarbij aan een divers aantal medewerkers binnen de school is gevraagd om de 40 belangrijkste risico’s, zoals deze kunnen gelden voor een school voor voortgezet onderwijs onafhankelijk van elkaar te beoordelen. Deze risicoanalyse heeft geleid tot een rangschikking van de belangrijkste risico’s voor onze school en een herberekening van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeveel risico’s de school kan hebben in relatie tot haar vermogenspositie. In onderstaand schema zijn de belangrijkste risico’s weergeven en geclusterd naar gebied. 1. Passend onderwijs VO-scholen hebben de zorgplicht voor alle aangemelde leerlingen. Binnen het samenwerkingsverband zijn scholen verplicht te zorgen voor een dekkend netwerk van passend onderwijs. De hulpvragen waarmee leerlingen de school binnen komen, nemen toe in intensiteit en complexiteit. Daarnaast is de financiering door de rijksoverheid aan het samenwerkingsverband en daarmee aan de school onzeker.
Wat kunnen de gevolgen zijn? • Meer leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften verhogen de werkdruk voor medewerkers • Onzekere financiering passend onderwijs • Toename uitstroom leerlingen naar het VSO • Onvoldoende aandacht voor leerlingen • Medewerkers zijn onvoldoende geëquipeerd om passende leertrajecten waar te maken waardoor leerlingen niet goed geholpen kunnen worden
Beheersingsmaatregelen • Opzetten en continueren diverse arrangementen voor leerlingen • Maatwerktrajecten continueren t.b.v. ondersteuning leerlingen en medewerkers • Continueren landelijke lobby t.b.v. de verevening LWOO/PRO middelen • Blijven investeren in professionalisering medewerkers middels leergang Passend Onderwijs
2. Krimp Winkler Prins bevindt zich in een regio die te maken heeft met krimp van de bevolking. Deze krimp is de komende jaren van grote invloed op het leerlingaantal van Winkler Prins. De verwachte afname van het leerlingaantal tussen 2020-2030 ligt rond de 20%. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Minder leerlingen betekent minder bekostiging • Minder leerlingen betekent dat de huidige stafondersteuning niet houdbaar is • Het flexibele deel van de personeelsformatie is te klein om het dalend leerlingaantal op te vangen • Verschraling onderwijsaanbod: een lager leerlingaantal kan betekenen dat het huidige pallet van het onderwijsaanbod niet houdbaar is
Beheersingsmaatregelen • Bestuurlijke samenwerking binnen de provincie onderzoeken • Bestuurlijke samenwerking Platform schoolbesturen V(S)O-MBO provincie Groningen • Strategische personeelsplanning continueren • Flexibilisering deel personeelsformatie • Optie shared services voor OOP open houden om kosten te delen
3. ICT Het grootste risico van ICT is dat derden zich toegang verschaffen tot de systemen van de organisatie. Dit kunnen criminelen zijn die bijvoorbeeld ransomware installeren, dan wel leerlingen die data in systemen manipuleren. Het platleggen van de ICT structuur heeft grote consequenties voor de continuïteit en kan veel geld kosten. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Afhankelijkheid van digitale systemen en internet kunnen ervoor zorgen dat het onderwijs en het secundaire proces stil komen te liggen door criminele manipulaties
26
Beheersingsmaatregelen • Investeren in kennis van medewerkers ICT • Verbinding zoeken met andere professionele netwerken ICT • Continue monitoring op beveiliging netwerk • Inzet ethical hacking
Beleidsplan en begroting 2021
4. Huisvesting Naar verwachting zal de huisvestingtransitie medio 2022 zijn afgerond. Het grootste deel hiervan wordt betaald door de gemeente Veendam. Winkler Prins draagt zelf ook bij in de kosten van nieuwbouw/verbouw en door investeringen t.b.v. duurzaamheid, gebouwgebonden inrichting en inventaris, mogelijkerwijs een sportvoorziening op het leersportpark. De ervaring leert dat vernieuwde onderwijskundige inzichten kunnen leiden tot nieuwe interne huisvestingsbehoeften. Daarnaast brengt de coronacrisis ook extra kosten met zich mee om te voldoen aan de voorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld ventilatie. Ook kunnen bodemdalingen zorgen voor extra kosten aan gebouwen. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Overschrijding kosten nieuwbouw/verbouw • Extra kosten in verband met de coronacrisis, waaronder kosten vervanging medewerkers, verbetering ventilatie, extra energiekosten i.v.m. ventileren in de winter, beschermingsmiddelen • Door bodemdaling kan beschadiging aan gebouwen optreden
Beheersingsmaatregelen • Monitoren projectvoortgang en kostenontwikkeling • Investeringen Winkler Prins t.b.v. huisvesting moeten proportioneel zijn en bijdragen aan lagere exploitatielast • Afstemming met de gemeente Veendam over ieders rol en verantwoordelijkheid bij het oplossen van het ventilatievraagstuk • Onderzoek naar subsidiemogelijkheden
5. Personeel en organisatie Het grootste risico met betrekking tot personeel is een lagere inzetbaarheid dan gepland door ziekteverzuim en burnout. Daarnaast speelt de moeilijkheid van het aantrekken van medewerkers. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Prestaties van medewerkers lijden onder hoge werkdruk • Ongelukkige medewerkers • Een hoog ziekteverzuim • Door toegenomen werkdruk is er onvoldoende tijd voor scholing van medewerkers en ontwikkeling van het onderwijs • Hogere kosten aan bijdragen school aan kosten WIA of WW • Door een verslechterende arbeidsmarkt kan de school onvoldoende bevoegde en/of bekwame medewerkers aantrekken • Wisselingen in het personeelsbestand hebben een negatief effect op de kwaliteit van de school • Wetgeving staat in de weg bij het vasthouden van bevoegde en bekwame medewerkers waardoor deze moeten vertrekken
Beheersingsmaatregelen • Strategische personeelsplanning • Inzetten op tijd voor ontwikkeling en werkdrukvermindering voor medewerkers • Medewerkertevredenheid blijven monitoren en a.d.h.v. rapport oplossingen afspreken • Inzetten op ondersteuning van het primaire proces • Actieve ondersteuning van medewerkers voordat de werkdruk te hoog wordt • Inzetten op vitaliteit medewerkers • Deelname aan de Opleidingsschool Ommelanden • Deelname aan Regionale aanpak lerarentekort • Bij- en omscholing zittende medewerkers • Profilering Winkler Prins als goede werkgever • Samenwerking met regionale schoolbesturen bij het opnemen van elkaars medewerkers die vanwege wetgeving geen vaste aanstelling kunnen krijgen
6. Financiën De bekostiging van het voorgezet onderwijs door de rijksoverheid is grillig. De afgelopen jaren is de materiële bekostiging onvoldoende geïndexeerd, worden structurele middelen vervangen door incidentele middelen waarmee structurele verplichtingen moeten worden aangegaan. Er is een risico op terugvordering van (te) ontvangen subsidiegelden. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Grillige financiering van het onderwijs door de overheid kan impact hebben op de exploitatie en het vermogen van Winkler Prins • Winkler Prins investeert te veel in de huisvesting dat ten koste gaat van het eigen vermogen
Beleidsplan en begroting 2021
Beheersingsmaatregelen • Invloed uitoefenen op landelijk beleid via regionale en landelijke gremia • Actualisatie jaarlijkse meerjarenbegroting en huidig financieel beheer continueren
27
WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. het risicoprofiel) en de beschikbare weerstandscapaciteit (vermogenspositie). Inzicht in het weerstandsvermogen helpt om verantwoorde keuzes te maken met betrekking tot het aangaan van nieuwe risico’s in de toekomst. Uitgangspunt is dat de benodigde weerstandscapaciteit niet groter mag zijn dan de beschikbare weerstandscapaciteit. In voorgaande begrotingen en jaarrekeningen rapporteerden we de ratio weerstandsvermogen, zoals deze door de overheid wordt aangegeven. Het weerstandsvermogen is dan het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van alle baten in een jaar, inclusief de financiële baten en exclusief de buitengewone baten. Het eigen vermogen van onze school bestaat uit een algemene reserve en een bestemmingsreserve. Deze reserves zijn vooral bedoeld voor het afdekken van (toekomstige) risico’s in de financiële bedrijfsvoering en als financieringsbron voor nieuwe activiteiten en investeringen. Door het ministerie wordt een bandbreedte voor het weerstandsvermogen voorgeschreven van ten minste 5%. Het weerstandsvermogen van Winkler Prins eind 2021 bedraagt 38,4%. Uit de meerjarenbegroting 2021-2024 blijft het weerstandsvermogen voor de jaren daarna ongeveer gelijk. Dit na de verwachte aanschaf en investeringen de komende jaren in de ver-/nieuwbouw.
Uit het bovenstaande zou de conclusie kunnen worden getrokken dat het minimale weerstandsvermogen ruimschoots wordt overschreden en Winkler Prins (te) veel geld in kas zou laten liggen. In deze benadering worden de begrippen eigen vermogen en liquide middelen met elkaar verward. Het eigen vermogen bestaat zowel uit een deel liquide middelen, maar ook een groot deel van het eigen vermogen is vastgelegd in materiële vaste activa, als de nieuwe huisvesting die dagelijks wordt gebruikt in het primair proces. In 2020 is opnieuw onderzoek gedaan naar de relatie is tussen de benodigde weerstandscapaciteit o.b.v. het risicoprofiel en de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een groot aantal voor het voortgezet onderwijs bekende risico’s is een Monte Carlo simulatie (een model dat gebruikt kan worden bij de bepaling van waarschijnlijkheden van uitkomsten) uitgevoerd waarmee de benodigde weerstandscapaciteit is bepaald. De uitkomst van deze simulatie is dat Winkler Prins met 90% zekerheid voldoende heeft aan € 3,2 miljoen benodigde weerstandscapaciteit. Een ratio > 2 is financieel uitstekend maar maatschappelijk ongewenst omdat er teveel kapitaal onbenut blijft. De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. De tabel geeft een waardering bij de berekende ratio. Waardering
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
De afgelopen jaren was het weerstandsvermogen van Winkler Prins te hoog. In de landelijke politiek is daar jaarlijks veel discussie over. Een te hoog weerstandsvermogen mag wel als er maar een motivatie en een plan onder liggen. In 2021 en 2022 wordt fors geïnvesteerd in de nieuwbouw/verbouw van onze huisvesting. Daarbij worden ook didactisch/pedagogische wensen van de gebruikers vormgegeven. De uitkomst van de simulatie laat zien dat het weerstandsvermogen zich dan binnen acceptabele grenzen bevindt, zowel vanuit maatschappelijk perspectief als ook vanuit het risicoprofiel van onze school. Na de grote investeringen van de komende twee jaar zal op basis van de meerjarenbegroting gekeken kunnen worden welke mogelijkheden er dan zijn om een deel van de weerstandscapaciteit in te zetten binnen de school. Op basis van de meerjarenbegroting zijn de verwachte waardering en bijbehorende ratio’s als volgt: Ratio en waardering weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Waardering ratio
28
2021
2022
2023
2024
4.797.000 3.200.000 1,50 ruim voldoende
3.237.000 3.200.000 1,01 voldoende
3.625.000 3.200.000 1,13 voldoende
3.861.000 3.200.000 1,21 voldoende
Beleidsplan en begroting 2021
Het financieel meerjarenperspectief Een belangrijk onderdeel van de risicoanalyse is de meerjarenbegroting. Het doel van de meerjarenbegroting is de werkelijkheid te presenteren die zal ontstaan bij ongewijzigd beleid. Deze werkwijze heeft ons in staat gesteld passende maatregelen te nemen met als doel een gezonde financiële huishouding voor onze school. In deze meerjarenbegroting is rekening gehouden met de aanschaf en investeringen in ver-/nieuwbouw en met de mogelijke investering in een sportvoorziening. In 2021 zal verder onderzoek gedaan worden naar de wijze van administratieve verwerking van het groot onderhoud, een onderwerp dat door de politiek is geagendeerd. In bijgaande meerjarenbegroting is de huidige systematiek van investeringen verwerkt. De meerjarenbegroting 2021 – 2024 (november 2020) laat zien dat de komende jaren de verwachte resultaten licht negatief zullen zijn. Het tekort wordt steeds minder. Op basis van onze ervaring weten we dat we goed in staat zijn deze meerjarenbegroting tijdig bij te sturen. In onderstaande meerjarenbegroting is rekening gehouden met onveranderde systematieken en daarom blijft een halfjaarlijkse actualisatie van de meerjarenbegroting van belang.
Meerjaren begroting Winkler Prins
Meerjaren Begroting
versie november 2020 Baten
2021
2022
2023
2024
19.026.000
19.058.000
19.137.000
18.494.000
9.000
2.000
2.000
2.000
511.000
467.000
524.000
524.000
19.546.000
19.527.000
19.663.000
19.020.000
Personele lasten
16.104.000
15.960.000
15.880.000
15.403.000
Afschrijvingen
696.000
811.000
845.000
825.000
Huisvestingslasten
1.078.000
836.000
836.000
836.000
Overige instellingslasten
2.091.000
2.128.000
2.126.000
2.022.000
19.969.000
19.735.000
19.687.000
19.086.000
-423.000
-208.000
-24.000
-66.000
-
-
-
-
-423.000
-208.000
-24.000
-66.000
Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten
Totaal baten Lasten
Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten
Rente baten & lasten
Exploitatieresultaat Ten laste van bestemmingsreserve
150.000
87.500
Resultaat na bestemminsreserve
Kosten werkdrukvermindering
-273.000
-120.500
Investering
3.869.000
2.060.000
355.000
445.000
Liquide middelen (ultimo jaar)
4.797.000
3.237.000
3.625.000
3.861.000
Balans ratio's
signaleringswaarde Inspectie
Weerstandsvermogen
< 5%
38,2%
37,1%
36,8%
37,7%
Solvabiliteit
< 30%
74,3%
74,6%
75,2%
75,6%
Current ratio
< 0,75
1,81
1,30
1,48
1,60
Rentabiliteit (cumulatief laatste drie jaar)
< 0%
3,3%
1,4%
-3,4%
-1,5%
Rentabiliteit (cumulatief laatste twee jaar)
< -5%
2,5%
-3,2%
-1,2%
-0,5%
Rentabiliteit* (cumulatief laatste jaar)
< -10%
-1,4%
-0,6%
-0,1%
-0,3%
1.969
1.980
2.001
1.994
* Rentabilliteit na bestemmingsreserve
Leerlingaantallen
Beleidsplan en begroting 2021
29
8.
Tot slot
Het komend jaar 2021 zal vooral in het teken staan van het in stand houden van het primaire proces: lesgeven en leerlingenbegeleiding. Vanwege de pandemie zal dit veel vragen van ons allemaal. Het zou mooi zijn als we aan het einde van 2021 (het liefst al ver daarvoor) deze bewogen periode kunnen afsluiten met mooie leeropbrengsten en resultaten voor onze leerlingen en vooral in goede gezondheid. Ik wens iedereen daarbij veel succes.
30
Beleidsplan en begroting 2021
Beleidsplan en begroting 2021
31
Bijlage 1: Verklarende woorden- en begrippenlijst Arrangement
Extra onderwijsondersteuning op maat, met inzet van bovenschoolse voorzieningen, expertise en financiën. Een arrangement kan variëren van licht curatief en tijdelijk van aard tot intensief en langdurend of structureel van aard. Een onderwijsondersteuningsarrangment beperkt zich tot het domein van het onderwijs. Een onderwijs- en ondersteuningsarrangment betreft altijd een samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg.
AVG
Algemene verordening gegevensbescherming
BAPO
Bevordering ArbeidsParticipatie Ouderen (regeling is per 1/8/14 aangepast naar Levensfasbewust personeelsbeleid)
Basisondersteuning
Het door het samenwerkingsverband afgesproken geheel van preventieve en licht curatieve interventies die binnen de onderwijsondersteuningsstructuur van de school planmatig en op een overeengekomen kwaliteitsniveau worden uitgevoerd.
BTW
Belasting toegevoegde waarde
Cao
Collectieve arbeidsovereenkomst
HBO
Hoger Beroepsonderwijs
IOP
Individueel ontwikkelingsplan
LHBTI
Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen
LKC
Landelijke Klachtencommissie
LOB
Loopbaanoriëntatie en –begeleiding
LSP
Leer- en Sportpark
LWOO
Leerwegondersteunend onderwijs
MBO
Middelbaar Beroepsonderwijs
MJOP
Meerjaren onderhoudsplanning
MR
Medezeggenschapsraad
MT
Managementteam
OCW
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Ondersteuningsplan
De combinatie van alle schoolondersteuningsprofielen die wordt vastgesteld door het samenwerkingsverband.
OP
Onderwijzend personeel
OPP
Ontwikkelingsperspectief. De inschatting van de ontwikkelingsmogelijkheden van een leerling voor een bepaalde, langere periode. Met een ontwikkelingsperspectief maakt de school een voorspelling over het verwachte uitstroomniveau in het voortgezet onderwijs. Het ontwikkelingsperspectief is sturend voor het aanbod dat de school de leerling biedt en bevat handvatten voor de planning van het onderwijs. De school stelt een ontwikkelingsperspectief op voor leerlingen die extra ondersteuning op school nodig hebben in het reguliere onderwijs en voor alle leerlingen in het speciaal onderwijs. Voor het reguliere onderwijs worden ook de afwijkingen van het reguliere onderwijsprogramma en de te bieden begeleiding en ondersteuning beschreven. De school heeft hierover overleg met de ouders. Dit overleg is erop gericht dat ouders en school en samen eens zijn over het ontwikkelingsperspectief. In het nieuwe onderwijsstelsel (passend onderwijs) vervangt het ontwikkelingsperspectief het handelingsplan.
OOP
Onderwijsondersteunend personeel
PLG
Professionele Leergemeenschap
PMR
Personeelsgeleding Medezeggenschapsraad
PO
Primair onderwijs
32
Beleidsplan en begroting 2021
POP
Persoonlijk Ontwikkelingsplan
RIE
Risico-inventarisatie en –evaluatie
RPO
Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen
Samenwerkingsverband
Er bestaan ongeveer 83 samenwerkingsverbanden voor voortgezet onderwijs. Ook scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs werken samen, in 34 regionale expertisecentra (REC’s). Na de inwerkingtreding van de Wet passend onderwijs m.i.v. 1 augustus 2014 verdwijnen de huidige samenwerkingsverbanden en komen er nieuwe, grotere samenwerkingsverbanden, voor zowel primair als voortgezet onderwijs. ook scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs (met uitzondering van cluster 1 en 2) gaan hier deel van uitmaken. In totaal zullen het ongeveer 150 samenwerkingsverbanden worden. Doel van deze verplichte samenwerking is het bieden van passend onderwijs aan alle leerlingen, met en zonder ontwikkelingsproblemen bij leren en/of gedrag. Binnen een samenwerkingsverband moet dan ook een dekkend aanbod van onderwijszorg geleverd worden. In een samenwerkingsverband worden afspraken gemaakt over welke begeleiding de reguliere scholen moeten kunnen bieden en over de verdeling van de ondersteuningsgelden. Door de samenwerking kunnen scholen zich specialiseren en onderling afspraken maken wie welke kinderen het beste onderwijs kan geven. Als een school een leerling geen passend onderwijs kan geven, dan zoekt de school binnen het samenwerkingsverband naar een andere passende onderwijsplek.
SBP
Strategisch Beleidsplan
Schoolondersteuningsprofiel
De door de school vastgestelde omschrijving van de basisondersteuning en de eventuele extra ondersteuning die een individuele school biedt.
SWV
Samenwerkingsverband Groningen Ommelanden 20.02
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VO
Voortgezet Onderwijs
VSV
Voortijdig schoolverlaten
WMS
Wet Medezeggenschap op scholen
ZAT
Zorg Advies Team
Beleidsplan en begroting 2021
33
34
Beleidsplan en begroting 2021
Bijlage 2
Begroting 2021 Winkler Prins d.d. 16 december 2020
Beleidsplan en begroting 2021
35
EXPLOITATIEREKENING Begroting 2021
Begrotingsonderdelen
Begroting 2020
Begroting 2019
Exploitatie 2019
Baten Rijksbijdragen € 19.026.000 Overige rijksbijdragen-/subsidies € 9.000 Overige baten € 511.000 Totaal baten
€ 19.399.000 € 17.000 € 515.000 € 19.546.000
€ 18.572.000 € 15.000 € 562.000 € 19.931.000
€ 19.374.870 € 22.043 € 656.625 € 19.149.000
€ 20.053.538
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten
€ 16.104.000 € 696.000 € 1.078.000 € 2.091.000
€ 16.319.000 € 642.000 € 936.000 € 2.115.000
€ 15.465.000 € 842.000 € 895.000 € 2.092.000
€ 16.278.719 € 760.054 € 764.028 € 2.138.660
Totaal lasten
€ 19.969.000
€ 20.012.000
€ 19.294.000
€ 19.941.461
Saldo baten en lasten
€
€
€
€
112.077
-423.000
-81.000
-145.000
Financiële baten en lasten Financiële baten € Financiële lasten €
-
€ €
-
€ €
48.000 -
€ €
47.061 -
Saldo financiële baten en lasten
€
-
€
-
€
48.000
€
47.061
Nettoresultaat
€
-423.000
€
-81.000
€
-97.000
€
159.137
Bestemmingsreserve aanvullende bekostiging
€
150.000
€
€
-
Nettoresultaat na bestemmingsreserve aanvullende bekostiging
€
-273.000
€
€
159.137
Rentabiliteit
36
-1,4%
- € -81.000
-0,4%
€
-97.000
-0,5%
0,8%
Beleidsplan en begroting 2021
TOELICHTING BATEN Begroting 2021
Toelichting baten
Begroting 2020
Begroting 2019
Exploitatie 2019
Rijksbaten Rijksbijdrage sector VO personeel
€ 13.582.000
€ 13.652.000
€ 13.434.000
€ 13.817.611
Rijksbijdrage sector VO materieel
€ 1.888.000
€ 1.931.000
€ 1.962.000
€ 1.964.606
Rijksbijdrage sector VO leermiddelen €
634.000
Totaal Rijksbijdrage OCW
€
647.000
€ 16.104.000
€
639.000
€ 16.230.000
€
637.425
€ 16.035.000
€ 16.419.642
Overige rijksbijdragen-/subsidies Geoormerkte OCW-subsidies
€
426.000
€
800.000
Niet-geoormerkte OCW-subsidies
€
774.000
€
777.000
€ 1.063.000
€ 1.484.228
Vrijval niet-geoormerkte OCW-subsidies
€
42.000
€
54.000
€
€
Totaal overige rijksbijdragen-/subsidies
€ 1.242.000
48.000
€ 1.631.000
48.249
€ 1.111.000
€ 1.532.477
Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV Vergoeding SWV GO 20.02 € 1.680.000
€ 1.538.000
€ 1.426.000
€ 1.422.751
Totaal ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV
€ 1.680.000
€ 1.538.000
€ 1.426.000
€ 1.422.751
Totaal Rijksbaten
€ 19.026.000
€ 19.399.000
€ 18.572.000
€ 19.374.870
Begroting 2021
Toelichting baten
Begroting 2020
Begroting 2019
Exploitatie 2019
Overige overheidsbijdragen Vergoeding Platform Bèta € Vrijval subsidies
€
-
€
-
€
-
€
7.300
9.000
€
17.000
€
15.000
€
14.743
Totaal overige overheidsbijdragen
€
9.000
€
17.000
€
15.000
€
22.043
Totaal overige overheidsbijdragen
€
9.000
€
17.000
€
15.000
€
22.043
Begroting 2021
Toelichting baten
Begroting 2020
Begroting 2019
Exploitatie 2019
Overige baten Verhuur
€
28.000
€
34.000
€
39.000
€
34.140
Detachering personeel
€
25.000
€
17.000
€
-
€
47.453
Sponsoring
€
-
€
-
€
-
€
13.000
Vrijwillige ouderbijdrage
€
76.000
€
82.000
€
84.000
€
83.484
Kantine
€
-
€
-
€
18.000
€
9.412
Bijdragen excursies en activiteiten
€
90.000
€
93.000
€
86.000
€
67.900
Bijdragen werkweken en internationalisering
€
158.000
€
155.000
€
130.000
€
171.538
Vrijval egalisatie subsidies
€
18.000
€
16.000
€
45.000
€
37.122
Overige overige baten
€
116.000
€
118.000
€
160.000
€
192.576
€
511.000
€
515.000
€
562.000
€
656.625
Totaal overige baten
Beleidsplan en begroting 2021
37
TOELICHTING LASTEN Begroting 2021
Personele lasten
Begroting 2020
Begroting 2019
Exploitatie 2019
Brutolonen en salarissen € 11.724.000
€ 11.875.000
€ 11.343.000
€ 11.714.214
Sociale lasten € 1.573.000
€ 1.616.000
€ 1.518.000
€ 1.657.344
Pensioenpremies
€ 1.993.000
Totaal lonen, lasten en premies
€ 1.959.000 € 15.290.000
€ 1.791.000 € 15.450.000
€ 1.946.207 € 14.652.000
€ 15.317.765
Dotatie personele voorzieningen €
220.000
€
120.000
€
140.000
€
290.208
Personeel niet in loondienst
186.000
€
341.000
€
197.000
€
188.919
€
Afdracht uitkeringskosten €
228.000
€
221.000
€
236.000
€
217.589
Overig €
280.000
€
287.000
€
340.000
€
425.505
Overige personele lasten
€
914.000
€
969.000
€
913.000
€ 1.122.221
Af: uitkeringen
€
-100.000
€
-100.000
€
-100.000
€
Totaal Personele lasten
€ 16.104.000
Afschrijvingen op materiële vaste activa
€ 16.319.000
Begroting 2021
€ 15.465.000
Begroting 2020
€ 16.278.719
Begroting 2019
Exploitatie 2019
Gebouwen en terreinen €
303.000
€
263.000
€
382.000
€
337.085
Inventaris en apparatuur €
387.000
€
373.000
€
407.000
€
416.414
€
6.555
Leermiddelen €
-
€
-
€
52.000
Overig €
6.000
€
6.000
€
1.000
-161.267
Totaal
€
696.000
€
642.000
€
842.000
€
760.054
Totaal afschrijvingen
€
696.000
€
642.000
€
842.000
€
760.054
Begroting 2021
Huisvestingslasten
Begroting 2020
Begroting 2019
Exploitatie 2019
Huur €
35.000
€
35.000
€
35.000
€
21.201
Onderhoud €
292.000
€
207.000
€
207.000
€
193.160
Energie en water €
251.000
€
239.000
€
223.000
€
222.431
Schoonmaakkosten €
335.000
€
350.000
€
320.000
€
334.609
Heffingen €
50.000
€
35.000
€
30.000
€
45.859
Overige €
115.000
€
70.000
€
80.000
€
-53.232
Totaal
€ 1.078.000
€
936.000
€
895.000
€
764.028
Totaal huisvestingslasten
€ 1.078.000
€
936.000
€
895.000
€
764.028
Overige lasten
Begroting 2021
Administratie- en beheerslasten €
603.000
Begroting 2020 €
Inventaris, apparatuur en leermiddelen € 1.123.000 Overige €
365.000
Begroting 2019
Exploitatie 2019
582.000
€
615.000
€
€ 1.142.000
€
983.000
€ 1.116.584
€
494.000
€
391.000
€
597.927 424.149
Totaal
€ 2.091.000
€ 2.115.000
€ 2.092.000
€ 2.138.660
Totaal overige lasten
€ 2.091.000
€ 2.115.000
€ 2.092.000
€ 2.138.660
Financiële baten en lasten Rentebaten €
Begroting 2021
Begroting 2020
Begroting 2019
-
€
Exploitatie 2019
48.000
€
47.061
Rentelasten Totaal
€
-
€
-
€
48.000
€
47.061
Totaal financiële baten en lasten
€
-
€
-
€
48.000
€
47.061
38
Beleidsplan en begroting 2021
Postadres Postbus 190 9640 AD Veendam Tel. (0598) 36 46 56 info@winklerprins.nl | www.winklerprins.nl facebook.com/wpveendam Hoofdlocatie Raadsgildenlaan 1 9646 AA Veendam ••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
Locaties Raadsgildenlaan 11 9646 AA Veendam
Jan Salwaplein 2 9641 LA Veendam Tel. (0598) 61 23 11
J.G. Pinksterstraat 26 9641 AX Veendam
Parallelweg 25 9641 KG Veendam Tel. (0598) 38 31 38