06-02-01b 2023B00486 Uitbreiding Kisuma Chemicals B.V Bijlagen toelichting
Tekst van het document
september ’21
35
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
bedrijfsterrein bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM13 t/m MM16 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM17 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) en minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten zink (zware metalen) en minerale olie zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet direct te relateren aan afwijkingen in het monstermateriaal. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM18 en MM19 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. vermoedlijke voormalige huisbrandolietank bovengrond (0.2-0.4 m-mv) Bovengrondmonster MM11 (boring 40) bevat een verhoogd gehalte minerale olie en som xylenen t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte ethylbenzeen t.o.v. de achtergrondwaarde. ondergrond (1.1-2.0 m-mv) Ondergrondmonster MM12 (boring 49) bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de interventiewaarde (gehalte is gelijk aan de interventiewaarde). Ondergrondmonster MM20 (boring 40) bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de interventiewaarde, een verhoogd gehalte som xylenen t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte ethylbenzeen t.o.v. de achtergrondwaarde.
De sterk verhoogd gemeten gehalten minerale olie en som xylenen in de boven- en ondergrond hangen samen met de zintuiglijk waargenomen brandstofgeur t.p.v. boring 40 en 49.
september ’21
36
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
indicatief onderzoek PFAS stoffen in de bovengrond (0.0-max. 0.5 m-mv) Het uitgevoerde onderzoek PFAS stoffen in de bovengrond heeft tot doel om een indicatief inzicht te verkrijgen in de evt. aanwezigheid van PFAS stoffen in de bovengrond. E.e.a. n.a.v. het “de geactualiseerde handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie d.d. 02-07-2020”. toetsingscriteria grond In tabel 24 zijn de geactualiseerde tijdelijke toepassingsnormen voor PFAS stoffen opgenomen. tabel 24: toepassingsnorm voor toepassen grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau (in µg/kg d.s.) categorie
toepassingssituatie
toepassingswaarde (µg/kg d.s)
op de landbodem 4.1
Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau bodemkwaliteitsklasse bodemfunctieklasse wonen of industrie
wonen of industrie
landbouw / natuur
wonen of industrie
landbouw / natuur, wonen of industrie
landbouw / natuur
PFAS: 3.0 PFOA: 7.0 PFAS: 1.4 PFOA: 1.9 PFAS: 1.4 PFOA: 1.9 PFAS: 3.0 PFOA: 7.0
4.2
Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1), als bedoeld in artikel 35, onder f, BBK (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel of weilanddepot)
4.3
Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven grondwaterniveau(1)
PFAS: 3.0 PFOA: 7.0
4.4
Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau(2), met inbegrip van grootschalige toepassing.
gebiedskwaliteit
Grond toepassen
Vervalt, zie categorie 4.8.2, 4.9.1 en 4.9.2
4.7
Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK (verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewater).
Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters.
4.8.1
Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK
Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters.
4.8.2
Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe plas(3): ● verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK en ● het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK.
Rijkswater: PFAS = 0,8 PFOS = 3,7 Anders: PFAS = 0,8 PFOS = 1,1
4.9.1
Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater (3) (8)
PFAS = 0,8 PFOS = 3,7
4.9.2
Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.(7)(8)
PFAS = 0,8 PFOS = 1,1
4.5
in oppervlaktewater 4.6
september ’21
PFAS: 1.4 PFOA: 1.9
37
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam Voetnoten bij tabel: (1) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. (2) Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast. (3) Onder ‘diepe plas’ wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder ‘vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90% van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders.
Onder ‘niet-vrijliggende diepe plas’ wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet. (4) Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van organische stof minder dan 10% bedraagt. (5) Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld (zie paragraaf 5). (6) Met toepassingswaarden voor PFAS wordt bedoeld de waarde voor alle overige PFAS verbindingen, te toetsen per stof (dus niet gesommeerd). PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. (7) Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal het waterschap in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast. (8) Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen.
onderzoeksresultaten indicatief onderzoek PFAS stoffen bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1, MM2 en MM17 bevatten PFBA, som PFOA en som PFOS verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens. De bovengrondmengmonsters MM3 en MM4 bevatten som PFOA en som PFOS verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens. De gemeten gehalten overschrijden de geactualiseerde toepassingsnorm voor landbouw/natuur uit het tijdelijk handelingskader PFAS (02-07-2020) (bij toepassing op landbodem, buiten een grondwaterbeschermingsgebied) niet. De bovengrondmengmonsters MM15 en MM21 bevatten geen verhoogde gehalten aan PFAS-stoffen t.o.v. de bepalingsgrens.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
september ’21
38
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 25 t/m 27 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 25: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 28377692#21-M9962-Lloydsweg 19 te Veendam Certificaten 1222024 Toetsing T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Toetsversie BoToVa 2-1-2000 Toetsdatum: 3 september 2021 13:27 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l
Legenda @ xI xS N.B.
T
I
Monster 6813107 Pb1, 01-Pb1: 180-280 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
31 < 0.2 14 3,8 < 0.05 <2 <2 41 54
2.7 S -
0 0 0 0 0 0 0 0,433 0
26 < 0.2 14 5,6 < 0.05 <2 <2 41 44
2.7 S -
0 0 0 0 0 0 0 0,433 0
22 0,26 33 <2 < 0.05 <2 <2 82 46
1.7 S 1.1 I -
0 0 0,163 0 0 0 0 1,117 0
325
600
< 50
-
0
< 50
-
0
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
-
300 1000
0 0 0 0 0 0 0
-
153 503,5
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
0,2
-
0
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
-
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
400
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
-
203,5
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
0,1 0,4
-
0,007 0
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
< 0.2
@
0
< 0.2
@
0
Monster 6813108 Pb4, 04-Pb4: 170-270 0,433 Max. Bodemindex Overschrijding StreefwaardeToetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
Monster 6813109 Pb5, 05-Pb5: 220-320 0,433 Max. Bodemindex Overschrijding StreefwaardeToetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
1,117 Overschrijding Interventiewaarde T.Oordeel B.Index
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Interventiewaarde <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
september ’21
39
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
tabel 26: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l
Legenda @ xI xS N.B.
T
I
Monster 6813110 Pb6, 06-Pb6: 170-270 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
Monster 6813111 Pb40, 40-Pb40: 150-250 0,4 Max. Bodemindex Overschrijding StreefwaardeToetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
Monster 6813112 Pb41, 41-Pb41: 150-250 147,182 Max. Bodemindex Overschrijding Interventiewaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
0,167 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
28 < 0.2 13 4,7 < 0.05 <2 <2 39 41
2.6 S -
0 0 0 0 0 0 0 0,4 0
72 < 0.2 10 2,4 < 0.05 <2 <2 25 39
1.4 S 1.7 S -
0,038 0 0 0 0 0 0 0,167 0
85 < 0.2 11 <2 < 0.05 <2 <2 25 21
1.7 S 1.7 S -
0,061 0 0 0 0 0 0 0,167 0
325
600
< 50
-
0
81000
135 I
147,182
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
4,5 37 140 38 1,4 2,4 130
0,144 0,226 2 0 0 0 0
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
-
300 1000
0 0 0 0 0 0 0
23 S 9.3 S 2.0 I
153 503,5
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
170
2.4 I
2,433
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
-
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
400
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
-
203,5
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
0,1 0,4
-
0,007 0
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
< 0.2
@
0
< 0.2
@
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Interventiewaarde <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
september ’21
40
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
tabel 27: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xI xS N.B.
T
I
Monster 6813113 Pb48, 48-Pb48: 130-230 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
34 < 0.2 11 2,4 < 0.05 <2 <2 29 43
1.9 S -
0 0 0 0 0 0 0 0,233 0
325
600
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
-
153 503,5
300 1000
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
35,1
70
0,2
-
0
150,005 65,005 453,5 5,005
300 130 900 10
-
203,5
400
500,005 2,505 20,005 5,005
1000 5 40 10
262 203
500 400
< 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.1 < 0.1 < 0.1 < 0.2 < 0.2
-
0 0 0 0,006 0 0 0 0 0 0 0,026 0,002 0,006 0 0 0
10,005 40,4
20 80
0,1 0,4
-
0,007 0
630
< 0.2
@
0
0,233 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index
-
-
-
Geen toetsoordeel mogelijk x maal Interventiewaarde <= Streefwaarde x maal Streefwaarde De vermelde tussenwaarde is door MijnLab berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
september ’21
41
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
interpretatie resultaten grondwater In tabel 28 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte grondwatermonsters. tabel 28: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter
weideperceel Pb4 1.7-2.7 Pb5 2.2-3.2 Pb6 1.7-2.7 gedempte sloot op perceel M 1482 Pb1 1.8-2.8 bedrijfsterrein Pb41 1.5-2.5
Zintuiglijk
>S
>T
>I
-
nikkel kobalt nikkel
-
nikkel -
-
nikkel
-
-
-
barium, nikkel nikkel
-
-
-
-
Pb48 1.3-2.3 vermoedelijke vm. huisbrandolietank Pb40 1.5-2.5 brandstofgeur
barium, nikkel, benzeen, ethylbenzeen
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
minerale olie, som xylenen, naftaleen
weideperceel peilbuis 4 (1.7-2.7 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 4 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 5 (2.2-3.2 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 5 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte kobalt (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater t.p.v. peilbuis 5 overschrijdt de interventiewaarde. Het sterk verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 5 is niet direct te relateren aan het bekende bodemgebruik van de locatie. Daarnaast is er voor zover bekend geen aanwijsbare bron aanwezig. Er is op basis van de bekende gegevens voor zover bekend geen reden te verwachten dat het verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) te relateren is aan historische bedrijfsactiviteiten of de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal in de ondergrond. Er is geen informatie bekend omtrent een evt. grootschalige diffuse bodemverontreiniging in de omgeving. Er is op voorhand geen directe reden om aan te nemen dat het verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater in dit geval veroorzaakt wordt door bodem-chemische processen. Gezien de vrij neutrale zuurgraad van het grondwater is er geen sprake van verzuring.
Mobilisatie van metalen is niet direct te verwachten. Vooralsnog is er geen aanleiding te verwachten dat er in dit geval sprake is van een verontreinigingsbron. Naar verwachting is er sprake van een onvoldoende hersteld evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de grondwaterbemonstering. peilbuis 6 (1.7-2.7 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 6 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde.
september ’21
42
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
gedempte sloot op perceel M 1482 peilbuis 1 (1.8-2.8 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. bedrijfsterrein peilbuis 41 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 41 bevat een verhoogd gehalte barium en nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. peilbuis 48 (1.3-2.3 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 48 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. vermoedelijke vm. huisbrandolietank peilbuis 40 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 40 bevat een verhoogd gehalte minerale olie, som xylenen en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte barium, nikkel (zware metalen) en benzeen, ethylbenzeen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. De verhoogd gemeten gehalten minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater hangen samen met de zintuiglijk waargenomen brandstofgeur in het grondwater. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a.
worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Opgemerkt wordt dat de aanwezigheid van zware metalen in het grondwater ook kan samenhangen met het vm. gebruik van de locatie.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
september ’21
43
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Onder de bestrating en de asfaltverharding is sprake van een fundatielaag (>50% bodemvreemd materiaal), dit materiaal betreft geen bodem en valt buiten de scope van dit onderzoek. De puin/fundatielaag is in dit onderzoek niet onderzocht. Plaatselijk is in de grond een brandstofgeur waargenomen. In de boringen 4A en 4C, t.p.v./nabij de vermoedelijke situering van de gedempte sloot op perceel M 1661 zijn bodemvreemde bijmengingen waargenomen die duiden op demping met bodemvreemd materiaal. Aanvullend onderzoek naar de aard en omvang van demping wordt geadviseerd. Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 29. tabel 29: samenvatting toetsingsresultaten
Boringen
Diepte
Zintuiglijk
>AW
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
12+13+ 31 t/m 36 4+10+11+ 25 t/m 30
0.0-0.5
-
kwik, lood
-
-
Wonen*
0.0-0.35
-
-
Wonen*
0.0-0.5
-
-
Wonen*
0.0-0.5
-
-
Industrie*
0.5-2.0
-
minerale olie -
-
MM5
5+8+9+ 20 t/m 24 6+7+ 14 t/m 19 11+12+13
kwik, lood, PAK’s (som 10) kwik, lood -
-
-
Achtergrondwaarde*
MM6
4+8+9+10
0.55-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM7
5+6+7
0.7-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM8
4+5+7+9+11
0.5-1.2
-
minerale olie
-
-
Industrie*
Pb4
4
1.7-2.7
-
nikkel
-
-
n.v.t.
Pb5
5
2.2-3.2
kobalt
-
nikkel
n.v.t.
Pb6 6 1.7-2.7 gedempte sloot perceel M 1482
nikkel
-
-
n.v.t
Mengmonster weideperceel grond MM1 MM2
MM3 MM4
grondwater
grond MM9
1+2+3+37
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM10 grondwater
1+2+3+38
0.0-0.5
-
kwik, lood
-
-
Wonen*
Pb1
1
1.8-2.8
-
nikkel
-
-
n.v.t.
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond september ’21
44
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
vervolg tabel 29: samenvatting toetsingsresultaten
Boringen
Diepte
Zintuiglijk >AW
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM13
41+42+43
0.15-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM14
44+45+ 46+47 50+52+ 53+68 51+54+ 55+56 57+59+ 61+62+63
0.15-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.06-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.06-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0.0-0.5
-
-
-
Industrie*
41+42+ 43+44 48+50
1.1-2.0
-
zink, minerale olie -
-
-
Achtergrondwaarde*
0.5-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
41
1.5-2.5
-
barium, nikkel nikkel
-
-
n.v.t.
-
-
n.v.t.
minerale olie, som xylenen minerale olie minerale olie
Niet toepasbaar*
Mengmonster bedrijfsterrein grond
MM15 MM16 MM17
MM18 MM19 grondwater Pb41
Pb48 48 1.3-2.3 vermoedelijke vm. huisbrandolietank grond MM11
40
0.2-0.4
brandstof
ethylbenzeen
-
MM12
49
1.1-1.3
brandstof
-
-
MM20
40
1.8-2.0
brandstof
ethylbenzeen
som xylenen
Pb40
40
1.5-2.5
brandstofgeur
barium, nikkel, benzeen, ethylbenzeen
-
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
Niet toepasbaar* Niet toepasbaar*
grondwater minerale n.v.t. olie, som xylenen, naftaleen
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
september ’21
45
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
weideperceel bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM3 bevatten een verhoogd gehalte kwik en lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte kwik, lood (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM4 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kwik, lood (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) en/of minerale olie in de bovengrondmengmonsters MM1 t/m MM4 overschrijden de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet zodat er voor deze stoffen uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM5 t/m MM7 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM8 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
peilbuis 4 (1.7-2.7 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 4 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 5 (2.2-3.2 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 5 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte kobalt (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater t.p.v. peilbuis 5 overschrijdt de interventiewaarde en geeft daardoor aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. In overleg met het bevoegd gezag kan, wanneer er geen sprake is van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden, een herbemonstering en heranalyse van het grondwater noodzakelijk zijn. Het sterk verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 5 hangt naar verwachting op voorhand niet samen met een locatiespecifieke verontreiniging.
Ter verificatie hiervan wordt, wanneer na afstemming met de gemeente blijkt dat er geen sprake is van een natuurlijk verhoogd gehalte, geadviseerd het grondwater ter plaatse van peilbuis 5 opnieuw te bemonsteren en te analyseren op het gehalte nikkel (zware metalen). Het verhoogd gemeten gehalte kobalt (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 5 overschrijdt de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet zodat er voor deze stof uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding bestaat tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 6 (1.7-2.7 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 6 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
september ’21
46
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
gedempte sloot op perceel M nr. 1482 bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM10 bevat een verhoogd gehalte kwik en lood (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM9 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 1 (1.8-2.8 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
bedrijfsterrein bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM13 t/m MM16 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM17 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) en minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindexwaarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM18 en MM19 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 41 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 41 bevat een verhoogd gehalte barium en nikkel (zware metalen) t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. peilbuis 48 (1.3-2.3 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 48 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v.
de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
september ’21
47
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
vermoedelijke voormalige huisbrandolietank bovengrond (0.2-0.4 m-mv) Bovengrondmonster MM11 (boring 40) bevat een verhoogd gehalte minerale olie en som xylenen t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte ethylbenzeen t.o.v. de achtergrondwaarde. ondergrond (1.1-2.0 m-mv) Ondergrondmonster MM12 (boring 49) bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de interventiewaarde (gehalte is gelijk aan de interventiewaarde). Ondergrondmonster MM20 (boring 40) bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de interventiewaarde, een verhoogd gehalte som xylenen t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5) en een verhoogd gehalte ethylbenzeen t.o.v. de achtergrondwaarde. peilbuis 40 (1.5-2.5 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 40 bevat een verhoogd gehalte minerale olie, som xylenen en naftaleen (vluchtige aromaten) t.o.v. de interventiewaarde en een verhoogd gehalte barium, nikkel (zware metalen) en benzeen, ethylbenzeen (vluchtige aromaten) t.o.v. de streefwaarde. De sterk verhoogd gemeten gehalten minerale olie, som xylenen en/of naftaleen in de grond en het grondwater overschrijden de interventiewaarde en geven daardoor aanleiding tot het instellen van nader onderzoek.
Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming.
onderzoeksresultaten indicatief onderzoek PFAS stoffen bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1, MM2 en MM17 bevatten PFBA, som PFOA en som PFOS verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens. De bovengrondmengmonsters MM3 en MM4 bevatten som PFOA en som PFOS verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens. De gemeten gehalten overschrijden de geactualiseerde toepassingsnorm voor landbouw/natuur uit het tijdelijk handelingskader PFAS (02-07-2020) (bij toepassing op landbodem, buiten een grondwaterbeschermingsgebied) niet. De bovengrondmengmonsters MM15 en MM21 bevatten geen verhoogde gehalten aan PFAS-stoffen t.o.v. de bepalingsgrens.
september ’21
48
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
toetsing hypothese Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De grond en het grondwater t.p.v. de vermoedelijke vm. huisbrandolietank bevat sterk verhoogde gehalten minerale olie, som xylenen en/of naftaleen. Nader onderzoek naar de aard en omvang van deze verontreiniging is op dit terreindeel noodzakelijk. Het grondwater t.p.v. peilbuis 5 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de Interventiewaarde, aanvullend onderzoek in de vorm van een herbemonstering en heranalyse van het grondwater, kan na afstemming met het bevoegd gezag noodzakelijk zijn. In de boringen t.p.v. de gedempte sloot op perceel M nr. 1661 is bodemvreemd materiaal waargenomen en zijn boringen vanwege obstructies gestaakt. Aanvullend onderzoek naar de aard en omvang van de demping wordt geadviseerd. Voor het overige bevat de grond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde. Deze lichte verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde/bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “verdacht” wordt aanvaard.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. De onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn onvoldoende om een goed inzicht in de milieuhygiënische bodemkwaliteit te geven, nader bodemonderzoek is noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
afwijkingen t.o.v. normen en protocollen T.a.v. de analyses voor minerale olie in de monsters MM16 en MM19 geldt dat de conserveringstermijn vanwege vertraging in het laboratorium is overschreden. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002, AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.
september ’21
49
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
Aanbevelingen 1●) De grond en het grondwater t.p.v. de vermoedelijke vm. huisbrandolietank bevat sterk verhoogde gehalten minerale olie, som xylenen en/of naftaleen. Nader onderzoek is op dit terreindeel noodzakelijk. Middels een nader (afperkend) onderzoek kan worden vastgesteld of er in het onderhavige geval al dan niet sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. 2●) Het grondwater t.p.v. peilbuis 5 bevat o.a. een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) t.o.v. de interventiewaarde (>0.5). Het sterk verhoogd gemeten gehalte nikkel (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 5 hangt naar verwachting op voorhand niet samen met een locatiespecifieke verontreiniging. Geadviseerd wordt met de gemeente af te stemmen of dergelijk verhoogde gehalten aan nikkel (zware metalen) in het grondwater in de omgeving vaker worden gemeten, dit mogelijk als gevolg van een natuurlijke achtergrondwaarde. Indien dit niet het geval is wordt aanbevolen, ter verificatie van het gemeten gehalte nikkel, een herbemonstering en heranalyse van het grondwater uit te voeren. 3●) In de boringen 4A en 4C, t.p.v./nabij de vermoedelijke situering van de gedempte sloot op perceel M nr. 1661 zijn bodemvreemde bijmengingen waargenomen die duiden op demping met bodemvreemd materiaal. Enkele boringen zijn vanwege obstructies in de grond gestaakt.
Aangezien middels de handboringen geen representatief monster van het dempingsmateriaal kon worden genomen heeft in deze fase van het onderzoek nog geen chemisch analytisch onderzoek of asbestonderzoek van het dempingsmateriaal plaatsgevonden. Geadviseerd wordt om, teneinde een beter beeld te krijgen van de aard en de omvang van het dempingsmateriaal, m.b.v. een kraan enkele dwarsproefsleuven door de demping te graven. Aangezien dempingmateriaal vaak heterogeen van aard is wordt in dit geval geadviseerd meerdere plaatsen van de vm. sloot dwarssleuven te graven. Op deze manier kunnen tevens representatieve monsters van het dempingsmateriaal worden verzameld en worden geanalyseerd. 4●) Onder een deel van de bestrating en onder de aanwezige asfaltverharding is een laag fundatiemateriaal (gebroken puin) aangetroffen, deze puinlaag / fundatielaag betreft geen bodem (>50% bodemvreemd materiaal) en valt buiten de scope van dit onderzoek. Deze puin-/ fundatielaag is derhalve niet in dit onderzoek onderzocht. De herkomst van het in dit onderzoek aangetroffen puinmateriaal /fundatiemateriaal is bij ons niet bekend. Geadviseerd wordt na te gaan of er nog kwaliteitsgegevens van dit fundatiemateriaal onder de bestrating /asfalt aanwezig zijn. Wanneer dit niet het geval is en er, met het oog op hergebruik, inzicht gewenst wordt in de chemische samenstelling en evt.
hergebruiksmogelijkheden van het puin- en fundatiemateriaal onder de bestrating en asfaltverharding wordt geadviseerd een partijkeuring op basis van het Besluit Bodemkwaliteit uit te voeren. Hierbij wordt geadviseerd om het materiaal ook te onderzoeken op de evt. aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. 5●) Een deel van de locatie is verhard met asfalt. Wanneer het asfalt wordt verwijderd wordt geadviseerd, ter bepaling van evt. hergebruiksmogelijkheden of het bepalen van een verwerkingslocatie, te onderzoeken of er in dit geval al dan niet sprake is van teerhoudend asfalt.
september ’21
50
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
6●) Op basis van informatie uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie sprake was van een ondergrondse huisbrandolietank (reeds gesaneerd). In voorgaande bodemonderzoeken wordt tevens gesproken over een bovengrondse dieselolietank. De situering van beide tanks is niet bekend. Vermoedelijk lag de huisbrandolietank t.p.v. de noordoosthoek van de loods waar in dit onderzoek verontreiniging met brandstof in de bodem is aangetoond. Of en waar de evt. bovengrondse dieselolietank was gelegen is onduidelijk. Geadviseerd wordt om bij bv. oud-gebruikers na te vragen of deze meer informatie hebben omtrent de ligging van de genoemde brandstoftanks. Wanneer hieruit blijkt dat er sprake is geweest van nog een andere brandstoftank wordt geadviseerd de bodemkwaliteit hier alsnog te onderzoeken. 7●) In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie dient de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zoveel mogelijk aan te sluiten bij het toekomstige bodemgebruik. Ter afstemming en om nadere voorwaarde hier omtrent vast te stellen wordt geadviseerd om het onderhavige bodemonderzoek in dit kader voor te leggen aan het bevoegd gezag. 8●) Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is de bovengrond plaatselijk indicatief onderzocht op PFAS stoffen.
De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
september ’21
51
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad de locatie gelegen aan het Lloydsweg nr. 19 te Veendam (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Binnen een deel van het onderzoeksgebied wordt melding gemaakt van enkele mogelijk gedempte waterlopen. Voor zover bekend is er geen informatie waarmee deze vm. waterlopen zijn gedempt. Opgemerkt wordt dat de situering van de gedempte waterlopen in de praktijk kan afwijken en dat de aard van het dempingsmateriaal plaatselijk kan verschillen. Op basis van dit onderzoek kan daardoor nooit worden uitgesloten dat t.p.v. de dempingen sprake is van bodemvreemd dempingsmateriaal. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin.
Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden.
Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v. een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld. september ’21
52
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
6
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of
www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
september ’21
53
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Lloydsweg nr. 19 te Veendam
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
Auteur
september ’21
: : : : :
Kisuma Chemicals BV Lloydsweg nr. 19 te Veendam 54 blz. 08 september 2021
Paraaf
Gecontroleerd door
Paraaf
Datum
Status
08 september 2021
definitief
54
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
2000
1980
1962
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1940
1920
1900
Adviesgroepen: Bouw Milieu
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
01
Pb 1
gras / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
1 50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
2 100 3 150
-150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an
4
180 200
250 280
-280 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 8 -0 7 -2 0 2 1
02
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, geel, edelm an
0
50 -60
100 3 150 4 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
03
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
50
0
-50
100 3 150 4 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
04
Pb 4
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht crem e, grijs, edelm an
50
0
-50
-55
veen, zwak zandig, neut raal bruin, zwart , edelm an
100
-90
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker oranje, geel, edelm an
150
-150
170
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
4 200
-210
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an 250 270
-270 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
04A 0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, bruin, edelm an 50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, zwak grind, rest en asfalt , rest en plast ic, edelm an, gest aakt op obst ruct ie
100
-110 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
04B 0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, bruin, edelm an -40 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, bruin, zwak grind, edelm an
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, edelm an
-90
-120 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
04C 0
gras / cm t ov m aaiveld
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, bruin, edelm an, gest aakt op obst ruct ie 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
05
Pb 5
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
2
veen, m ineraalarm , donker bruin, edelm an
0
50 -70 100
-120
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
3 150 4 200 220 250
300 320
-320 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 8 -0 7 -2 0 2 1
06
Pb 6
gras / cm t ov m aaiveld
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, edelm an
1 50
-70
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, edelm an
2 100
-90 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an
150
-150
170 200
250 270
-270 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
07
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-5
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 2
-50
veen, m ineraalarm , donker bruin, edelm an -90
100 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal oranje, geel, edelm an
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an
150
-150
200 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, edelm an
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
08
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker bruin, grijs, edelm an
50
-50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker roest bruin, edelm an -55
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
100 3 150 4 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
09
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker grijs, bruin, edelm an
2
veen, m ineraalarm , neut raal zwart , edelm an
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal oranje, beige, edelm an
50
0
-50
-90 100
150 4
200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
10
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, edelm an
50 2 -80 100
3
150
4
200 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal oranje, beige, edelm an
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
11
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker grijs, bruin, edelm an
2
veen, m ineraalarm , neut raal zwart , edelm an
3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal oranje, beige, edelm an
50
0
-50
-90 100
150 4
200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
12
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal oranje, beige, edelm an
50
0
-50
100 3 150 4 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
13
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs, edelm an -25
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker roest bruin, edelm an 2
100
-30
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
3 150 4 200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
14
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -30
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
15
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
16
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
17
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
18
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
-50
19
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
20
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -40
veen, zwak zandig, donker bruin, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
-50
21
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
22
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
23
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
24
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
25
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
26
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
Lloyd sw e g 1 9 t e V e e n d a m 2 1 -M 9 9 6 2 N EN 5 1 0 4
27
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1
28
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 0 8 -0 7 -2 0 2 1