CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05.3 - Bijlage 3 - Beantwoording vragen OPRON over de begroting 2026

Commissie Sociaal Domein 10 februari 2026, gemeente VeendamBij agendapunt: Begroting OPRON 20261.881 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen voor OPRON over de begroting 2026 P.6: “In 2028 zorgen alle scholen binnen Scholengroep OPRON voor een bij de populatie passende uitstroom waarbij we voor elk kind dezelfde ontwikkelkansen bieden vanuit hoge verwachtingen.”. Zouden jullie een korte toelichting willen geven op de actuele staat van dit beleidsdoel? (Waar) ervaren jullie momenteel tekorten bij het uitstroomperspectief van de leerlingen? Op basis van verschillende indicaties is gestart met de uitwerking van deze doelstelling. Daartoe wordt ingezet op een intensievere samenwerking tussen het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en het praktijkonderwijs. In dit kader is een praktijkklas ingericht als voorloper traject richting het praktijkonderwijs dan wel het voorbereidend onderwijs op het beroepsonderwijs (vmbo-bb). Daarnaast wordt actief deelgenomen aan de werkgroepen Overstap PO–VO en Kansrijke Overstap. Tevens loopt er een gezamenlijk project tussen het voortgezet onderwijs in Veendam en het (speciaal) onderwijs (SO/SBO), gericht op het verruimen van ontwikkelingskansen binnen een warme overdracht. Bij onze VSO school lopen de leerlingen overigens wel aan tegen de wachtlijsten voor ‘beschut werk’ in de gemeente Veendam. Verder worden er geen noemenswaardige knelpunten of bijzonderheden ervaren.

P.7: “Elke school binnen Scholengroep OPRON heeft tenminste met drie partners een waardevolle samenwerking gericht op doorgaande ontwikkeling en inclusief onderwijs.”. Wat verstaat OPRON precies onder een ’waardevolle’ samenwerking? Opron verstaat onder waardevolle samenwerking een structurele en doelgerichte samenwerking met externe partners, waarbij sprake is van wederzijdse kennis- en expertiseoverdracht tussen medewerkers van de scholen en betrokken partners. Deze samenwerking is gericht op het versterken van professioneel handelen, het vergroten van handelingsrepertoire van medewerkers en het duurzaam verbeteren van de onderwijskwaliteit en ontwikkelingskansen van leerlingen. Door het actief delen van kennis, ervaring en specialistische expertise ontstaat een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor passend onderwijs en een soepele doorgaande ontwikkellijn voor leerlingen. Opron stimuleert daarbij samenwerking die niet uitsluitend uitvoerend van aard is, maar waarin reflectie, gezamenlijke afstemming en professionele ontwikkeling centraal staan.

P.7: In 2028 zijn er tenminste drie van onze scholen IKC’s (Integrale Kindcentra). Hanteert OPRON een actief IKC-beleid? Waarom zetten jullie in op minstens 3 scholen en niet in op het vormen van IKC’s op iedere school? Wat staat OPRON in de weg om overal IKC’s op te zetten? Scholengroep OPRON zet in op doelgerichte samenwerking met partners en het optimaliseren van

ontwikkelingskansen voor leerlingen. Op basis van een analyse van organisatorische, financiële en personele factoren, evenals de variatie in cultuur en tradities van mogelijke partners, kiest OPRON er bewust voor niet van alle scholen een Integraal Kindcentrum (IKC) te maken. De ontwikkeling naar een IKC vindt gefaseerd en gedifferentieerd plaats, afgestemd op de lokale mogelijkheden, capaciteit en behoeften van de school en haar medewerkers. Scholen die qua samenwerking, capaciteit en infrastructuur goed toegerust zijn, krijgen de mogelijkheid uit te groeien tot een IKC, terwijl op andere locaties de samenwerking met partners zo wordt vormgegeven dat passend onderwijs en optimale ontwikkelingskansen voor leerlingen ook buiten een volledig geïntegreerd IKC geborgd blijven.

P.8: We verstevigen de basis in rekenen, taal en lezen en streven naar 100% 1F-niveau en voor 2F/1S boven het niveau van het landelijk gemiddelde”. Heeft OPRON naast basisvaardigheden verder ook actief beleid op het versterken van taal- en rekenen, zoals inkoop bij de bibliotheken? Wat is hier qua gezamenlijke visie van gemeenten en onderwijs nog meer mogelijk? Mogelijke doelen; álle scholen krijgen toegang tot een dBos en we werken aan een doorgaande leeslijn van voorschool t/m voortgezet onderwijs. Kunnen gemeenten OPRON hierbij ondersteunen? Binnen de scholengroep OPRON werken de scholen nauw samen met de bibliotheek om de leesmotivatie van leerlingen te bevorderen. De expertise vanuit de bibliotheek wordt actief geïntegreerd in de lees bevorderende aanpak van de scholen. Het leesonderwijs is afgestemd op landelijke kaders voor leesniveau en leesontwikkeling, zodat een doorgaande lijn naar het voortgezet onderwijs gewaarborgd blijft. Daarnaast zijn landelijke initiatieven, zoals voorleesochtenden, structureel ingebed in het curriculum. Bij de overdracht van leerlingen van primair naar voortgezet onderwijs worden gegevens over leesniveau en leesontwikkeling meegenomen, zodat het voortgezet onderwijs aansluit bij het individuele( lees) ontwikkelingsniveau van de leerlingen.

Vanuit sociale agenda Nij Begun zullen we zeker actief aansluiten bij leesprogramma’s zoals Boekstart en Dbos.

P.8: “In 2028 bieden al onze scholen een rijke, inspirerende leeromgeving, zodat alle leerlingen goede mogelijkheden hebben om op verschillende manieren te leren.” Hoe verhoudt zich dit tot de komst van Nij Begun (Verrijkte Schooldag)? Heeft OPRON een visie op de Verrijkte Schooldag gerealiseerd, en in hoeverre wordt hieraan richting gegeven door de Raad van Bestuur/ individuele directies? We zijn met een aantal scholen al actief aangesloten bij de Verrijkte Schooldag. Deze expertise en ervaringen nemen we zeker mee naar de toekomst vanuit Nij Begun. Dit gaat gelukkig verder dan de horizon van een individueel bestuur. We zijn als po actief betrokken zowel bij Nij Begun als in de coalitie Oost Groningen.

P.9: “Vanuit inclusief onderwijs zal er ook aandacht blijven voor de meer- en hoogbegaafde (HB) leerlingen.” Wat zijn de uitstroommogelijkheden voor HB-leerlingen? Wordt hierin ook al samengewerkt met het VO (bv. Xi-klas op de Winkler Prins?) Binnen Scholengroep Opron is onze visie op hoogbegaafd (HB) onderwijs gestoeld op het aanbieden van interdisciplinair HB-onderwijs. In deze vorm van onderwijs ligt de nadruk op vakoverstijgende verbindingen, het stimuleren van diepere denkvraagstukken en de integratie van kennis en vaardigheden over verschillende disciplines heen. Ons doel is om leerlingen uit te dagen op een manier die aansluit bij hun brede cognitieve mogelijkheden, waarbij zij hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen. Dit staat in contrast met traditioneel compacten en verrijken, waarbij de nadruk vaak ligt op versnelling binnen afzonderlijke vakken. Hoewel deze aanpak leerlingen zeker vooruit kan helpen in specifieke vakken, sluiten wij bij Scholengroep Opron aan bij een bredere visie waarin verbinding, verdieping en integratie centraal staan. Door deze geïntegreerde aanpak streven wij ernaar om onze HB-leerlingen een stevige basis te bieden, waarbij een balans wordt gevonden tussen hun biologische ontwikkeling en didactische ontwikkeling.

Zo kunnen leerlingen zich op een gezonde en duurzame manier ontwikkelen, zonder dat versnelling ten koste gaat van hun sociale of emotionele groei.

Tot op heden wordt er weinig samengewerkt met de Xi-klas van Winkler Prins. Vanuit ook het SWV po en vo heeft HB ook vol de aandacht van de besturen overigens.

P.10. Huisvesting: de leerlingprognoses van OPRON laten voor 2026 een krimp zien van 8,6%. De gevolgen van krimp zetten ook door in de daaropvolgende jaren. Hoe verhouden de toekomstige leerlingprognoses zich de komende jaren t.o.v. de opheffingsnormen die gesteld zijn vanuit het Rijk? Komen bij vestigingen van OPRON de bestaanszekerheid in het geding? En zo ja, bij welke vestigingen?

Opheffingsnorm basisschool De opheffingsnormen voor het basisonderwijs zijn niet voor alle scholen hetzelfde. Dit is afhankelijk van de zogenaamde leerlingdichtheid in een gemeente. In dichtbevolkte gebieden kan voor een basisschool met ruim 200 leerlingen al sluiting dreigen. Terwijl voor een school in een zeer dunbevolkte gemeente de minimale norm van 23 leerlingen geldt. BIJLAGE 1, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 1 VAN DE REGELING AANPASSING VAN DE STICHTINGS- EN OPHEFFINGSNORMEN VOOR HET BASISONDERWIJS IN 2023 Naam gemeente

Gemeentecode

instandhoudingsnor m

stichtingsnorm

Veendam

47

78

200

Stadskanaal

37

61

200

MiddenGroningen

1952

52

200

Een schoolbestuur van een basisschool met te weinig leerlingen kan soms een beroep doen op een uitzonderingssituatie. De school hoeft dan niet te sluiten. Om daarvoor in aanmerking te komen, moet het schoolbestuur elk jaar voor 1 februari de uitzondering op opheffing van de school melden bij DUO. Het gaat hierbij om de volgende situaties: 

Het gemiddeld aantal leerlingen van het schoolbestuur is hoger dan 10/6e maal de gewogen gemiddelde opheffingsnorm van de gemeente(n) in kwestie. Voorbeeld: is de opheffingsnorm 174 leerlingen, dan is de gemiddelde schoolgrootte 290 leerlingen.

De school is de enige van de geloofsrichting binnen een straal van 5 kilometer. En heeft ten minste 50 leerlingen.

De school is de enige openbare basisschool binnen 10 kilometer over de weg gemeten. En heeft ten minste 23 leerlingen.

Er zijn er nog andere mogelijkheden om een school of vestiging te houden:

Het is mogelijk om na een fusie de school die sluit, verder te laten gaan als nevenvestiging. Deze school krijgt dan wel minder geld. Lees hoe de financiering in het basisonderwijs is geregeld.

Het schoolbestuur kan een overeenkomst voor samenwerking sluiten met 1 of meer besturen in een aangrenzend gebied. Zoals in artikel 157 van de Wet op het Primair onderwijs staat.

Het bestuur kan de school overdragen aan een ander bestuur. Als het andere bestuur grotere scholen heeft, kan dat bestuur de school misschien openhouden vanwege bijzondere wetgeving (de gemiddelde schoolgrootte).

De school kan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) vragen toch open te mogen blijven. Dit geldt enkel voor basisscholen die in stand worden gehouden op basis van de gemiddelde schoolgrootte. En die onder het minimum van 23 leerlingen komen. De minister beoordeelt dan of de kwaliteit van de school in orde is. En of de school binnen afzienbare termijn boven de 23 leerlingen uit kan komen. De ligging van de school en scholen in de omgeving, kan invloed hebben op het besluit.

Op basis van de gewogen gemiddelde opheffingsnorm is voor de Badde (Stadskanaal) en de Ommewending (Veendam) de uitzondering van opheffing van toepassing. Gezien bovenstaande situaties en mogelijkheden, en de lln ontwikkeling per school is de verwachting dat de bestaanszekerheid de komende jaren ten gevolge van krimp niet in het geding komt. Echter blijven we kwantitatief en kwalitatief de ontwikkelingen scherp volgen.

P.14/P16. personeelslasten; Er is voor een post voor de inzet van LiO-ers opgenomen; hoe hoog is deze post? Deze post is € 34.386.

P.19: Kengetallen; zowel de liquiditeit als de solvabiliteit laten in de komende jaren een (sterk) stijgende lijn zien t/m 2030 en deze kengetallen liggen beduidend hoger dan het normenkader. OPRON staat dus te boeken als financieel zeer gezonde/ weerbare organisatie met een hoge kredietwaardigheid. Echter, het beduidend beter presteren dan de normenkaders kan ook uitwijzen dat kapitaal mogelijk (in de toekomst) minder efficiënt benut (kan) word(en) en/of dat er op termijn minder sprake zal zijn van financiële flexibiliteit (wegens het ontvangen van veel geoormerkte Rijksmiddelen c.q. subsidies).

De stijgende lijn van liquiditeit wordt veroorzaakt door de afloop van de subsidies basisvaardigheden onder de kortlopende schulden. Hierin wordt in de meerjarenbegroting en in de bedrijfsvoering rekening gehouden. De stijgende lijn van solvabiliteit wordt veroorzaakt door een toename van de voorziening (vooral groot onderhoud). Juist het EV en het TV nemen af, wat duidt op een effectieve inzet van de beschikbare middelen.

De baten van de overige overheden van €384.507,- in 2025 is naar €233.322,- gegaan voor 2026; een daling van bijna 40%. Dit heeft dan ook weer invloed op de kengetallen. De

rentabiliteit 2026 en 2027 is lager dan 0 (mogelijk te wijten aan het negatieve resultaat en dalende overige overheidsbijdragen). Hoe kijkt OPRON zelf naar deze kengetallen? De ontwikkeling van de kengetallen in de komende jaren geven weer hoe Opron de meerjarenbegroting heeft opgesteld. Door het bewust negatief begroten (negatieve rentabiliteit) in de komende jaren wordt beleidsrijk gewerkt naar een lager Eigen Vermogen en een lagere signaleringswaarde van het Eigen Vermogen.

P.22: tekstuele wijziging bij paragraaf 2 (2026); ‘De budget’ moet ‘het budget’ zijn. Dank, dit nemen we mee!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16530336/3