CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-17-11 schriftelijk-overleg-trans-europees-transport-netwerk

Gemeenteraad 30 mei 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen11.149 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

van dit criterium nader onderzocht op o.a. effectiviteit voor reistijdreductie, capaciteit van het netwerk en betrouwbaarheid van het vervoer. Met name op gemengde lijnen voor personenvervoer en goederenvervoer verwacht het kabinet dat impact van 160kmph aanzienlijke capaciteitsreducties kan opleveren , tenzij er fors wordt geïnvesteerd in extra sporen en baanvakken.

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Ons kenmerk I E NW/BSK-2022/82578

GL-38/ De leden van de GroenLinks-fractie horen graag meer over hoe de nationale ambities voor ERTMS en de EU-eisen voor Nederland op elkaar aansluiten of juist niet. In Europees verband is afgesproken dat alle lidstaten voor 2030 de relevante kerncorridors van ERTMS voorzien en zich inspannen voor 2050 ten aanzien van het uitgebreide spoornetwerk. Met de programmabeslissing uit 2019 geeft Nederland grotendeels invulling aan deze afspraken. De Europese Commissie evalueert de Europese uitrol van ERTMS in 2023. Nederland moet dan aangeven wanneer de verplichte TEN-T 2030 baanvakken, die nu geen onderdeel uitmaken van het programma ERTMS, wel van ERTMS worden voorzien. In het kader van de herziening van de TEN-T verordening heeft de Europese Commissie voorstellen gedaan om de invoering van ERTMS te versnellen. De uitrol van het ERTMS op het TEN-T netwerk dient nu uiterlijk in 2040 te zijn voltooid t.o.v. 2050 in de huidige TEN-T verordening. De in antwoord 15 genoemde studie en uitvoeringstoets moeten inzicht bieden in hoeverre de voorg estelde versnelling uitvoerbaar is. GL-39/ Ook de uitrol van een laadnetwerk voor vrachtwagens wordt een EU-verplichting. Wat is hiervoor nodig? Nederland zet vol in op de uitrol van publiek toegankelijke alternatieve laad- en tankinfrastructuur voor zowel lichte als zware voertuigen.

Voor zwaar transport (categorie N2 en N3) geldt dat de komende jaren in het teken staan van de uitrol van een landelijk dekkend publiek basisnetwerk van alternatieve tank- en laadinfrastructuur. Nederland ondersteunt dan ook de noodzaak om op korte termijn voldoende infrastructuur te realiseren. Zie ook het antwoord op vraag 47 van het lid van de BBB. GL-40/ De leden van de GroenLinks-fractie merken op dat luchthaven Schiphol nu goed is aangesloten op het spoor. Dus aan die eis lijkt te zijn voldaan. Maar moet station Schiphol dan niet een grotere rol krijgen in een toekomstige verbinding met Berlijn? Een overstap in Amsterdam Zuid of Amsterdam Centraal zal de tijdwinst van de snelheidsverhoging tenietdoen. Deze leden zijn benieuwd hoe dit goed geïntegreerd kan worden met de huidige plannen rond de Amsterdamse stations. In de ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV15 is een corridorstudie aangekondigd voor de verbinding van Amsterdam-Berlijn waarin de verbetering van de verbinding op lange termijn wordt onderzocht. Uw Kamer wordt hierover later dit jaar geïnformeerd. De leden van de GroenLinks-fractie zijn in tegenstelling tot het kabinet helemaal niet terughoudend wat de noodzaak tot uitbreiding van het internationale spoor betreft. Meer trein en minder vliegen kan alleen met meer trein.

De versterking van het hogesnelheidsnet in Europa is onmisbaar, willen we straks klimaatneutraal kunnen blijven reizen. Deze leden vinden het gepast als Europa hier ook financieel aan bijdraagt, juist 15

Kamerstuk 23 645, nr. 746 P agina 19 van 22

omdat het een supranationaal belang is. Maar de netwerken kunnen niet worden uitgebouwd als er geen bindende afspraken met lidstaten komen. Nederland heeft 20 jaar moeten wachten op de uitbouw van de Betuwelijn aan de Duitse kant. Dat was niet nodig geweest met een stevigere Europese coördinatie.

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Ons kenmerk I E NW/BSK-2022/82578

GL-41/ De leden van de GroenLinks-fractie zijn benieuwd hoe de Europese SUMP’s kunnen worden geïntegreerd in de Nederlandse RMP’s. De overlap in doelstellingen is groot. Waar zit het verschil en wat weerhoudt ons ervan deze op elkaar af te stemmen? Het kabinet is bezorgd over de gemeentelijke autonomie, maar zijn de doelen van de SUMP’s niet via dezelfde bestuurlijke overleggen en andere besluitvormingsprocessen te realiseren? Het kabinet deelt deze zorgen en heeft deze reeds aangekaart in Europees verband. Het kabinet deelt het standpunt dat mobiliteitsplanningen zoveel mogelijk in de al bestaande structuren opgepakt zouden moeten worden, om daarmee onnodige administratieve druk en overlap te voorkomen. GL-42/ De leden van de GroenLinks-fractie vragen enige toelichting op de uitvoerbaarheid van de plannen. De problemen met baanstabiliteit zouden specifiek zijn voor Nederland, gegeven onze bodemstabiliteit. Welke gevolgen heeft dit voor de toekomst van internationaal treinverkeer in Nederland en hoe is de staatssecretaris van plan om te gaan met deze problemen? Hoe kijken in dit kader overige lidstaten aan tegen de verhoging van de aslast van 22,5 ton en de snelheidsverhoging van 160 km/u, aangezien dit een stabiele ondergrond vereist? Het klopt dat Nederland deels lagere maximale aslasten hanteert dan veel andere Europese landen.

Dit is mede ingegeven door de zachtere Nederlandse bodem. De Staatssecretaris van IenW wacht de resultaten van de uitvoeringstoets af om haar standpunt te bepalen en in gesprek te gaan met haar Europese collega’s over dit voorstel. Bij het bepalen van haar standpunt betrekt zij ook het belang van internationale treinverbindingen, de consequenties voor het Nederlandse net en het binnenlands treinverkeer en de budgettaire consequenties. Zoals in antwoord 33 vermeld, doet ProRail momenteel uitgebreid onderzoek naar de baanstabiliteit. GL-43/ De leden van de GroenLinks-fractie vragen tot slot welke mogelijkheden de verordening biedt om de A12-spoorcorridor toekomstbestendig te maken. Is de staatssecretaris tevreden met het huidige kaartmateriaal, zoals te zien is in de bijlage van de verordening of had zij liever gezien dat de A12-spoorcorridor zou worden geüpgraded tot een hogesnelheidslijn? Het kabinet werkt momenteel aan een studie voor de corridor Utrecht-Arnhem in het kader van de ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV. De resultaten van dit onderzoek moeten worden afgewacht alvorens hier nadere conclusies over te trekken. De verschillende mogelijkheden om te komen tot versnelling zijn onderdeel hiervan. Uw Kamer wordt hierover later dit jaar geïnformeerd.

ChristenUnie-fractie CU-44/ De leden van de ChristenUnie-fractie zien dat het kabinet nog wacht op uitvoeringstoetsen van ProRail en RWS, voordat het een P agina 20 van 22

standpunt inneemt en zijn onderhandelingsinzet ten aanzien van het voorstel bepaalt. Deze leden vragen wanneer de uitvoeringstoetsen van ProRail en RWS gereed zijn. En wanneer worden deze uitvoeringstoetsen gedeeld met de Kamer? Zie antwoord vraag 14

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Ons kenmerk I E NW/BSK-2022/82578

CU-45/ De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het positief dat het kabinet bij de beoordeling van het voorstel rekening houdt met geluidsnormen en de leefbaarheid in stedelijke gebieden. Zijn de minister en staatssecretaris van mening dat bij alle infrastructuurinvesteringen ook rekening moet worden gehouden met normen voor geluid en leefbaarheid in landelijke gebieden? Het is zeker van belang dat rekening wordt gehouden met de geluidsnormen en leefbaarheid in een gebied bij infrastructuurinvesteringen. Dit geldt voor het stedelijk gebied, maar evenveel ook voor het landelijke gebied. In beide situaties moet vooraf getoetst worden aan de geldende normen ter bescherming van de omgeving bij (spoor)wegen en om te zorgen dat de hinder vo or de omgeving wordt beperkt. Waar nodig zullen ook maatregelen worden afgewogen.

BBB-fractie BBB-46/ Het lid van de BBB-fractie maakt zich zorgen over de haalbaarheid van de verordening voor Nederland. De verordening zal rechtstreeks werken en de Europese Commissie wil inspanningsverplichtingen omzetten in resultaatverplichtingen. Dit lid hoort graag van de minister wat de consequenties daarvan zouden kunnen zijn, wanneer het Nederland niet lukt om tijdig aan de doelen te voldoen. Zie het antwoord op vraag 5 BBB-47/ Het lid van de BBB-fractie heeft grote twijfels over de haalbaarheid van het realiseren van voldoende laadcapaciteit op het kernnetwerk in 2025. Om de 60 kilometer moet er voldoende laadcapaciteit zijn voor auto’s, bestelwagens en vrachtwagens. Hoe denkt de minister hieraan te kunnen voldoen? Nederland zet vol in op de uitrol van publiek toegankelijke alternatieve laad- en tankinfrastructuur voor zowel lichte als zware voertuigen. Voor auto’s en bestelauto’s anticipeert Nederland op aanzienlijk meer benodigde capaciteit op het kernnetwerk dan door de Commissie is opgenomen in het Commissievoorstel ter herziening van de richtlijn infrastructuur alternatieve brandstoffen (AFIR). Voor zwaar transport (categorie N2 en N3) geldt dat de komende jaren in het teken staan van de uitrol van een landelijk dekkend publiek basisnetwerk van alternatieve tank- en laadinfrastructuur.

Nederland ondersteunt de noodzaak om op korte termijn voldoende infrastructuur te realiseren. In Nederland is hiervoor ook een werkgroep voor logistiek onder de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) ingericht die zich op deze opgave richt. De invulling daarvan zal deels op de verzorgingsplaatsen en deels op andere plekken langs het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet worden gerealiseerd. Daarnaast werkt het ministerie van IenW aan een pilotprogramma voor Heavy Duty laadpleinen dat in de loop van dit jaar van start zal gaan en wordt samengewerkt met andere partijen aan de verdere vormgeving van een basisnetwerk voor publieke logistieke laadinfrastructuur. De kwartiermakersfase hiervan is medio 2022 afgerond . P agina 21 van 22

BBB-48/ Het lid van de BBB-fractie constateert dat er nu al capaciteitsproblemen op het spoornet zijn. Als gevolg van de verordening zouden treinen voor persoonsvervoer 160 kilometer per uur moeten gaan rijden en treinen voor goederenvervoer 100 kilometer per uur. Ook moeten deze laatste langer worden. Daar waar goederentreinen en personentreinen het spoor delen, voorziet dit lid grote problemen. Hoe wil de minister dit aan gaan pakken, zeker tegen het licht van voorgenomen resultaatverplichtingen? Zie antwoord op vraag 37.

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Ons kenmerk I E NW/BSK-2022/82578

Het lid van de BBB-fractie maakt zich zorgen om de leefbaarheid van omwonenden van met name het spoor. Wat dit lid opvalt, is dat het kabinet zich weliswaar ook zorgen maakt, maar alleen over stedelijke gebieden. Dit lid vraagt echter met klem om ook de gevolgen voor de leefbaarheid in de gebieden buiten de steden mee te nemen. Ook daar kunnen gevolgen zeer groot zijn, zowel voor mens als natuur. Zie antwoord op vraag 45. BBB-49/ Het lid van de BBB-fractie vindt het zeer verstandig dat de minister wacht op een uitvoeringstoets door ProRail en RWS. Wat gaat de minister doen als deze negatief uitpakt? Wat dit lid betreft dienen doelen haalbaar te zijn, financieel en organisatorisch en dient ook het belang van omwonenden meegewogen te worden. Dit lid wil bovendien waken voor een al te grote rechtstreekse bemoeienis van de Europese Commissie met het beleid in onze steden middels de SUMP’s. Zie antwoord op vraag 14 en 28.

P agina 22 van 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11507322/1