CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05.1 - Bijlage 1 - Begroting OPRON 2026

Commissie Sociaal Domein 10 februari 2026, gemeente VeendamBij agendapunt: Begroting OPRON 20269.831 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2026 Meerjarenraming 2026-2030

Scholengroep OPRON, stichting openbaar primair onderwijs Vestigingsadres : Schaepmanstraat 25, 9645 HC Veendam Telefoon : (0599) 696 390 E-mail : info@opron.nl Website : www.opron.nl

Voorwoord Voor u ligt de begroting van Scholengroep OPRON voor het kalenderjaar 2026, met een doorkijk naar de jaren daarna. Bij het opstellen van deze begroting zijn de thema’s, doelen en kernwaarden uit het strategisch beleid het uitgangspunt geweest. Met onze strategische koers als uitgangspunt zetten we ook in deze begroting een duidelijke, inhoudelijke en breed gedragen koers in, ook daar waar het om financiën gaat. Deze begroting is ook nu weer tot stand gekomen door het voeren van begrotingsgesprekken met iedere OPRON-directeur. Samen met HR en onze controller heeft iedere directeur ook dit jaar weer zelf invulling kunnen geven aan de inzet van de bekostiging op zijn of haar school. Op deze wijze is iedere directeur in staat om de gelden zo in te zetten, dat de besteding ervan past bij zijn doelgroep, het team en de schooljaarplannen. Dit maakt dat ook de begrotingen op schoolniveau zo beleidsrijk mogelijk zijn. Deze begrotingen samen, leggen de basis voor de begroting van de gehele scholengroep. Als de begrotingen op schoolniveau eenmaal zijn opgesteld, gaan we met de begroting voor OPRON-algemeen aan de slag. Hier begroten we bijvoorbeeld de kosten voor de invalleerkrachten, arbo- en verzuimbegeleiding, de begeleiding van startende leerkrachten, maar ook de kosten voor het Vervangings- en Participatiefonds.

Tot slot is het begrotingsgesprek met betrekking tot het bovenschools management gevoerd. Al deze gesprekken samen zorgen voor een begroting die beleidsrijk en vanuit de dialoog, met oog voor eigen verantwoordelijkheden en inspraak, tot stand is gekomen. Zo komen we tot een begroting, waarin eenieder zijn eigen accenten legt en waarbinnen we ruimte kunnen blijven bieden voor de schoolspecifieke wensen in de schoolbegrotingen. Het is mij tijdens het voeren van deze gesprekken opgevallen dat het gegeven vertrouwen aan de onderwijsprofessionals in de scholen onder aanvoering van de directeuren tot prachtige dialogen heeft mogen leiden en een goed zicht op onze financiën en uitdagingen voor de komende jaren met geprognotiseerde krimpende leerlingaantallen. De bestuursformatie wordt als vanzelfsprekend met de vaststelling van deze begroting tevens bepaald. We zijn hierbij wederom uitgegaan van minimale bezetting binnen het bestuurskantoor in afstemming met de scholen teneinde de scholen en daarmee onze leerlingen maximaal te voorzien van de onderwijsmiddelen. Aan de GMR wordt naast advies over deze begroting, ook instemming gevraagd met de uitwerking van de vastgestelde normen (zie bijlage Begrotingsnormen) in een formatieverdeling per school.

Het grote voordeel van deze werkwijze, is dat er snel duidelijkheid bestaat over de formatie per school, waardoor de scholen ruimer tijd hebben om, in overleg met team en MR, te komen tot een invulling van de formatie voor het schooljaar 2026-2027, hetgeen de kans op een tijdige en volledige bezetting vergroot.

Paulien Hietbrink Voorzitter CvB/Bestuurder Scholengroep OPRON November 2025

1

INHOUDSOPGAVE

1.

2.

3.

INLEIDING ..................................................................................................... 3 1.1

De organisatie ....................................................................................................................................................3

1.2

OPRON en de gemeenten ..............................................................................................................................4

HOOFDLIJNEN ................................................................................................ 5 2.1

Begroting in relatie tot strategisch beleid OPRON................................................................................5

2.2

Ontwikkeling aantal leerlingen ..................................................................................................................10

2.3

Uitgangspunten begrotingssystematiek .................................................................................................10

EXPLOITATIEBEGROTING 2026 OP BESTUURSNIVEAU ....................................... 14 3.1

Exploitatiebegroting 2026 ...........................................................................................................................14

3.2

Toelichting op exploitatiebegroting 2026 ..............................................................................................14

4. MEERJARENPERSPECTIEF.................................................................................. 18 4.1. Meerjarenbegroting 2026-2030 ................................................................................................................18 4.2. Toelichting bij de meerjarenbegroting ....................................................................................................18 4.3. Kengetallen .......................................................................................................................................................18 4.4. Meerjarenbalans ..............................................................................................................................................19

5. BIJLAGE BEGROTINGSNORMEN ......................................................................... 21

2

1. INLEIDING Voor het opstellen van de begroting 2026 zijn we uitgegaan van de jaarrekening 2024, de begroting 2025 en de eindejaarsprognose voor 2025. In hoofdstuk 1 schetsen we voor de volledigheid in het kort de organisatiestructuur van Scholengroep OPRON (OPRON). De hoofdlijnen van het begrotingsbeleid, voortkomend uit ons strategisch beleidsplan worden in hoofdstuk 2 beschreven. De exploitatiebegroting komt in hoofdstuk 3 aan de orde en in hoofdstuk 4 de meerjarenraming voor de periode 2026-2030. 1.1

De organisatie

OPRON is de stichting voor Openbaar PRimair ONderwijs in de gemeenten Midden-Groningen, Stadskanaal en Veendam. De kernactiviteiten van de stichting zijn: Het bieden en verzorgen van breed en algemeen toegankelijk openbaar onderwijs aan alle kinderen van 4 tot en met 12 jaar, in een als veilig en vertrouwd ervaren fysieke en sociale omgeving. Het vergroten van kennis en het ontwikkelen van vaardigheden van de leerlingen om hen daarmee in staat te stellen op een volwaardige wijze deel te nemen aan de maatschappij, zodanig dat hun kwaliteiten daarbij zo goed mogelijk tot uiting komen. Deze opdracht is onder andere verwoord in artikel 8 en artikel 46 van de WPO en artikel 49 van de WEC. Voor de Margaretha Hardenbergschool (VSO) moet opgemerkt worden dat op deze school leerlingen tot 18 jaar onderwijs ontvangen. Tot de stichting behoren 18 scholen, waarvan 16 basisscholen, één school voor speciaal basisonderwijs en één school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. De structuur van de organisatie wordt in afbeelding 1 weergegeven. Raad van Toezicht In 2013 hebben de gemeenteraden ingestemd met een verandering van de statuten en een formele verandering van de structuur van de organisatie. De wettelijk verplichte scheiding tussen bestuur en intern toezicht is nu geformaliseerd middels het model Raad van Toezicht - College van Bestuur.

College van Bestuur Met de invoering van het model Raad van Toezicht – College van Bestuur ligt de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij het College van Bestuur. Schooldirecties Elke school heeft een integraal verantwoordelijke directie. Deze is verantwoordelijk voor het onderwijskundige, financiële en personele beleid van de eigen school. De directeur wordt bij de uitvoering van de taken ondersteund door een interne begeleider. De schooldirectie voert namens het bevoegd gezag overleg met de medezeggenschapsraad van de school. GMR De GMR wordt actief betrokken conform de WMS bij de inhoud en uitvoering van nieuw en bestaand beleid.

3

GMR

College van Bestuur

Raad van Toezicht

stafbureau

Afbeelding 1 Organogram Scholengroep OPRON Actieteams De actieteams bereiden beleidsnotities voor of werken onderdelen van het strategisch beleid uit en leggen dit voor aan het directieberaad en het College van Bestuur. Ondersteuning Het College van Bestuur en de schooldirecties worden ondersteund door het bestuurskantoor, waarin het secretariaat en specialistische taken rondom onderwijs, huisvesting, personele en financiële zaken zijn ondergebracht. Een deel van de financiële, personele en salarisadministratie is, sinds 1 januari 2017, uitbesteed aan Onderwijsbureau Meppel. 1.2 OPRON en de gemeenten De gemeenten hebben de grondwettelijke taak te voorzien in voldoende openbaar onderwijs. Om vanuit die taak zicht te houden op de gang van zaken, is in de statuten vastgelegd dat het College van Bestuur de begroting en de jaarrekening aan de gemeenten verstrekt en dat de gemeenten, indien zij dit wensen, hun zienswijze aan het College van Bestuur kenbaar maken. Het College van Bestuur zendt vervolgens een reactie op de zienswijze aan de gemeenten. In geval van ernstige taakverwaarlozing zijn de gemeenteraden bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen, overeenkomstig de daartoe geldende wetsartikelen.

4

2. Hoofdlijnen 2.1 Begroting in relatie tot strategisch beleid OPRON Bij het opstellen van deze begroting is het onlangs opgestelde strategisch beleid van OPRON voor de periode 2024-2028, richtinggevend geweest. Dit beleidsplan is OPRON-breed tot stand gekomen en is daarom van en voor ons allemaal. Door de begroting hier zo veel mogelijk op af te stemmen en hierbij aan te laten sluiten, creëren we ook een begroting die aansluit bij de koers die we gezamenlijk voor OPRON hebben uitgestippeld. Deze begroting sluit daarom ook aan bij de volgende missie en visie: Onze Missie Scholengroep OPRON staat voor gewoon h❤rtstikke goed onderwijs. Hieronder verstaan wij kwalitatief goed openbaar onderwijs op basis van onze kernwaarden vertrouwen, verbinding en verantwoordelijkheid. Elk kind telt mee ongeacht afkomst, cultuur of geloofsovertuiging. Binnen onze scholen stellen we kinderen in staat hun eigen talenten en persoonlijkheid te ontdekken en benutten. Wij respecteren elkaar, zijn in contact met ouders en participeren in onze samenleving. Wij waarderen onze medewerkers die iedere dag weer de verantwoordelijkheid nemen het beste uit leerlingen, collega’s en zichzelf te halen. Onze Visie We werken vanuit onze kernwaarden vertrouwen, verbinding en verantwoordelijkheid.

Deze kernwaarden bieden samen met onze kernambities kansrijk, wendbaar en doelgericht richting en ruimte om op grond van vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en ontmoeting gewoon h❤rtstikke goed onderwijs te maken. Verbinden gaat over samenwerken. Intern als medewerkers en als scholen en extern met partners in onze omgeving. Verbinding vinden wij voorwaardelijk voor goed onderwijs. Verbinding stelt ons namelijk beter in staat om onze mensen en middelen efficiënt in te zetten, om expertise te delen en om van en met elkaar te leren. Vanuit vertrouwen geven we de ruimte om beslissingen te nemen, is er ruimte voor eigen identiteit en werken we aan eigenaarschap van leerlingen en medewerkers. Vertrouwen heeft voor ons ook te maken met betrokkenheid, aandacht hebben voor elkaar en open en duidelijke communicatie. Vanuit eigenaarschap en betrokkenheid werken we samen aan de doelen van Scholengroep OPRON. Samen zijn we verantwoordelijk voor het slagen daarvan. Dit geldt voor leerlingen, ouders en medewerkers. Een voorwaarde voor het gezamenlijk kunnen dragen van deze verantwoordelijkheid is een professionele cultuur en samen zorgen voor verbinding. Een cultuur waarin het gedrag van alle betrokkenen ervoor zorgt dat we de doelen die we gesteld hebben behalen en iedereen een gevoel van welbevinden ervaart.

Vanuit vertrouwen, verbinden en verantwoordelijkheid werken we samen aan de ontwikkeling van onze leerlingen, van onszelf en van Scholengroep OPRON. Ons strategisch beleidsplan 2024-2028 is te vinden op de website van Scholengroep OPRON.

5

Onze Kernambities en doelstellingen 1. 2. 3.

Kansrijk Wendbaar Doelgericht

Kernambitie 1 | Kansrijk Door differentiatie en afstemming op de onderwijsbehoeften van onze leerlingen bieden wij kansrijk en kwalitatief goed onderwijs. Hierbij kijken wij naar ieders unieke talent. Kansrijk onderwijs is onderwijs dat gelijke kansen biedt aan alle leerlingen ongeacht hun achtergrond of startpositie. Het richt zich op het benutten van de talenten en mogelijkheden van alle leerlingen en streeft ernaar iedereen gelijke kansen te geven op succes in het onderwijs en daarbuiten. Dit kan onder meer worden bereikt door te werken aan een inclusieve leeromgeving, het bieden van gepersonaliseerd en gedifferentieerd onderwijs en het stimuleren van de ontwikkeling van 21e-eeuwse vaardigheden zoals samenwerken, kritisch denken en creativiteit. Kansrijk onderwijs bevordert de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling van alle leerlingen en draagt zo bij aan een rechtvaardige samenleving. Doelstellingen

•

In 2028 zorgen alle scholen binnen Scholengroep OPRON voor een bij de populatie passende uitstroom waarbij we voor elk kind dezelfde ontwikkelkansen bieden vanuit hoge verwachtingen.

•

In 2028 heeft iedere school binnen Scholengroep OPRON een beredeneerd onderwijsaanbod vanuit dezelfde startvragen: Welke toekomstgerichte vaardigheden hebben onze leerlingen nodig? Hoe kan de inzet van technologie een katalysator zijn voor (het leren van) onze leerlingen? Hoe organiseren we dat ook alle leerlingen eigenaar zijn van het leerproces? Op welke wijze geven we effectief invulling aan burgerschapsonderwijs waarbij persoonsvorming en socialisatie belangrijke kwalificaties zijn?

•

In 2028 zorgen onze scholen gezamenlijk voor een dekkend ondersteuningsaanbod in aansluiting op het samenwerkingsverband (SWV).

•

In 2028 geven wij meer leerlingen op onze scholen optimale en gelijke kansen om zich van 0 tot 18 jaar ononderbroken te ontwikkelen. Om gelijke kansen te bieden is het nodig om ongelijk te investeren.

•

In 2028 is ons onderwijs inclusiever en verwijzen wij minder leerlingen naar het S(B)O. Dit doordat wij beter zicht hebben op ondersteuningsbehoeften van alle leerlingen en doordat scholen daarbij efficiënter en daardoor effectiever passende begeleiding weten te realiseren.

•

In 2028 zien we op al onze scholen actieve betrokkenheid van ouders bij de educatieve en sociale ontwikkeling van hun kind(eren) op school.

Kernambitie 2 | Wendbaar Wij werken continu aan de fysieke en mentale fitheid van onze organisatie. Wij spelen in op veranderingen en nemen trends tijdig waar. We handelen snel en adequaat om af te stemmen op de ontwikkelingen in onze omgeving zodat we wendbaar blijven. Hierdoor kunnen wij zowel praktisch als theoretisch eigentijds onderwijs aanbieden waarbij we meegaan met onder andere de digitale ontwikkelingen. Uitgaande van een stevige theoretische basis. We zullen waar mogelijk samenwerken met onze partners, altijd met als doel het toekomstperspectief voor onze leerlingen te vergroten. We streven ernaar een omgeving te creëren waarin onze medewerkers zich kunnen blijven ontwikkelen, zowel op professioneel als op persoonlijk vlak. We investeren in training en opleiding en moedigen een cultuur van continue verbetering en innovatie aan. We stimuleren onze medewerkers om out-of-the-box te denken en nieuwe ideeën naar voren te brengen. Daarnaast 6

willen we een organisatie zijn die open staat voor feedback en constructieve kritiek. We erkennen dat we altijd kunnen blijven leren en verbeteren en streven naar een cultuur van transparantie en open communicatie binnen onze organisatie. Onze belangrijkste taak is blijven aansluiten bij de leerbehoeften van onze leerlingen, nu en in de toekomst. Daarin mogen we nooit stilstaan. Daarom blijven we continu in ontwikkeling, op alle niveaus. We bouwen aan een leer- en ontwikkelcultuur waarin we elkaar helpen groeien. Door constant te blijven vernieuwen en verbeteren streven we ernaar een organisatie te zijn die klaar is voor de toekomst en die haar leerlingen optimaal voorbereidt op de uitdagingen van morgen. Doelstellingen We streven een professionele cultuur na. Onze medewerkers zijn betrokken en nemen initiatieven. We streven een vitale toekomstbestendige organisatie na. Hierbij richten we ons op de volgende drie HR-thema’s:

•

Binden en boeien (motivering en ontwikkeling van medewerkers) Vernieuwen huidige gesprekkencyclus naar een cyclus van waarderende en ontwikkelgesprekken. Talentmanagement, waarmee we de talenten van iedere medewerker benutten en de medewerker stimuleren het beste uit zichzelf te halen. Kweekvijver, waardoor we in staat zijn onze schoolleider van de toekomst op te leiden.

•

Amplitie (gericht op vitaliteit, verzuim en duurzame inzetbaarheid) Bevorderen en investeren in een gezonde werkomgeving (periodiek MTO). Frequent verzuimgesprekken (preventief). Werkgeluk.

•

De arbeidsmarkt van de toekomst Blijvende aandacht voor instroom van nieuw personeel. Denk hierbij aan startende leerkrachten en LIO-ers begeleiden en aansluiten bij het partnerschap van Samen opleiden en Professionaliseren. Bewust inzetten op behoud huidig personeel en op waardering, ontwikkeling en betrokkenheid. Aandacht voor on- en outboarding.

H❤rtstikke goed onderwijs vraagt om competente en inspirerende leiders. Niet alleen bestuurders en schoolleiders, maar ook intern begeleiders, leerkrachten en andere specialisten zijn mede kartrekkers van onderwijsontwikkeling. Deze excellente leiders beschikken over een aantal belangrijke kwaliteiten. Zo zijn ze in staat om gespreid leiderschap toe te passen door verantwoordelijkheden te delen. Hierdoor worden talenten en expertise van collega’s optimaal benut, voelen collega’s vertrouwen en verkrijgen ze eigenaarschap over onderwijsontwikkeling. Onze schoolleiders blijven ook in ontwikkeling door het volgen van scholing passend bij professioneel leiderschap en hun accreditatie binnen het schoolleidersregister. Daarnaast blijven we ook wendbaar in ons onderwijs door zowel praktisch als theoretisch eigentijds onderwijs te bieden. Dit gaan we onder andere doen door:

•

In 2028 zet elke school binnen Scholengroep OPRON in op maximale samenwerking met diverse partners in het belang van de groei van elke leerling. Elke school binnen Scholengroep OPRON heeft tenminste met drie partners een waardevolle samenwerking gericht op doorgaande ontwikkeling en inclusief onderwijs.

•

In 2028 zijn er tenminste drie van onze scholen IKC’s (Integrale Kindcentra) met een doorlopend curriculum, samengesteld door alle partijen die betrokken zijn bij het kind. De overige scholen werken nauw samen met een kinderopvanginstantie. Dit gebeurt vaak onder de noemer Brede School of Kindcentrum, waarbij ook alle betrokkenen bij het kind 7

zorgen voor continuïteit in ontwikkeling. Door een nauw partnerschap met kinderopvangorganisaties streven we ernaar ouders meer te bieden dan alleen basisonderwijs voor hun kinderen. We hechten waarde aan een intense samenwerking binnen onze kindcentra waarin we afstemmen over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen vanaf jonge leeftijd tot aan hun schooljaren. We beschouwen een nauwe samenwerking binnen onze kindcentra en afstemming over de opvoeding en de ontwikkeling van kinderen van 0 tot 13 jaar als één van onze vanzelfsprekende opdrachten. Deze geïntegreerde aanpak zorgt ervoor dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen in een samenhangende en ondersteunende omgeving waarin onderwijs en opvang naadloos op elkaar aansluiten. Samen met ouders en kinderopvangorganisaties streven we een zo compleet mogelijke ontwikkeling van elk kind na. Door alle aspecten van een kind in beschouwing te nemen streven we naar een gebalanceerde groei en ontwikkeling op alle vlakken. Dit betekent dat we niet alleen gericht zijn op het leren van feiten en cijfers, maar ook op het ondersteunen van het welzijn, de sociale vaardigheden, de fysieke gezondheid en de creativiteit van elk kind. Op die manier creëren we een omgeving waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en bloeien en waarin hun unieke talenten en behoeften worden erkend en gestimuleerd.

•

In 2028 heeft elke school binnen Scholengroep OPRON een leerlingenraad. Deze leerlingenraad betrekken we actief bij het inrichten van de scholen en de schoolpleinen. Samen met de leerlingenraad geven de scholen invulling aan de wens van de leerlingen om zoveel mogelijk te bewegen en buiten te zijn.

Kernambitie 3 | Doelgericht Wij werken doelgericht aan de basisvaardigheden en aan eigenaarschap. Hierbij gaan wij uit van een professionele lerende cultuur waarvan onderlinge betrokkenheid, sociale cohesie en integratie de basis zijn. Door te focussen op basisvaardigheden zoals rekenen, taal en sociale vaardigheden streven we ernaar dat onze leerlingen zelfstandig worden en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leerproces. We geloven dat een professionele lerende cultuur essentieel is voor het behalen van optimale resultaten. Daarom moedigen we onderlinge betrokkenheid, sociale cohesie en integratie aan binnen onze scholengroep. Zo creëren we een omgeving waarin iedereen zich gehoord, gezien en gewaardeerd voelt, wat de basis legt voor succesvol leren en ontwikkelen. Doelstellingen 1. In 2028 heeft OPRON een doorlopende leerlijn voor digitale geletterdheid. 2. In 2028 werken we vanuit professionele leergemeenschappen. Deze versterken de verbinding tussen onze scholen waarin we kennis, vaardigheden en expertise delen. We evalueren jaarlijks en beslissen binnen het directieteam over nieuw te vormen PLG's en thema's. 3. In 2028 zijn alle leerlingen meer eigenaar van hun eigen leerproces. Ze zijn beter in staat eigen doelen te formuleren en eigen keuzes te maken. Ze ervaren dat doorzetten loont. Leerkrachten passen didactiek situationeel toe op basis van 'dat wat werkt'. 4.

We verstevigen de basis in rekenen, taal en lezen en streven naar 100% 1F-niveau en voor 2F/1S boven het niveau van het landelijk gemiddelde. 1. In 2028 bieden al onze scholen een rijke, inspirerende leeromgeving, zodat alle leerlingen goede mogelijkheden hebben om op verschillende manieren te leren. 2. In 2028 ervaren alle leerlingen meer dat zij mogelijkheden hebben om hun eigen, individuele talenten te ontwikkelen op een manier die bij hen past. Daardoor voelen zij zich gezien en gekend in wie ze zijn en raken ze meer gemotiveerd om te leren.

8

De hierboven genoemde doelstellingen zullen vragen om investeringen. Deze gaan we jaarlijks concretiseren, vaststellen en evalueren. Hierbij zullen we als vanzelfsprekend voortborduren op zaken die noodzakelijk blijven en aansluiten bij de doelstellingen. Bovenschools blijven we inzetten op Professionalisering. Zullen we passend bij ons beleid ‘startende leerkracht’ investeren in onze startende collega’s door personele inzet te genereren op de begeleiding van deze starters. De leerkrachten die de ambitie hebben om een dergelijke bovenschoolse taak te vervullen, kunnen we zo de uren geven voor ondersteuning en begeleiding van deze startende leerkrachten. Voor toekomst zullen we weer inzetten op deze begeleiding, dit omdat we opnieuw veel nieuwe medewerkers hebben en we hechten aan de positieve effecten van deze begeleiding; Hierbij zullen we ook investeren in samen opleiden middels schoolopleiders die de 3 werkplekteams begeleiden met stagiaires die we hebben in Veendam, Stadskanaal en MiddenGroningen. Daarnaast blijven we investeren in scholing voor onze medewerkers. Onze schoolleiders blijven ook in ontwikkeling door het volgen van scholing passend bij professioneel leiderschap en hun accreditatie binnen het schoolleidersregister. We zetten in op scholing en kennisdeling, waarbij samen leren een uiting is van professionele cultuur.

Dit doen we onder andere door het organiseren van een OPRON middag in april 2026 in het teken van kennisdelen en verbinding. In de WPO is opgenomen dat een schoolbestuur moet beschikken over een observatie-instrument waarmee de ontwikkeling van leerkrachten kan worden gevolgd. Een dergelijk observatieinstrument moet objectief en kwalitatief goed zijn. OPRON investeert in de inzet van de Vaardigheidsmeter (VHM). De VHM wordt gebruikt als ontwikkelinstrument, het geeft zicht op de ontwikkelmogelijkheden ten aanzien van het instructiegedrag en het professioneel handelen van leerkrachten. Het geeft inzicht in de sterke punten en de ontwikkelpunten van leerkrachten. Het dient als input voor de professionele dialoog tussen leerkracht en directeur. In de begroting is ook nu geld gereserveerd voor de VHM en voor de certificering van de schoolleiders. Ook blijven we OPRON-brede kwaliteitstrajecten inzetten. OPRON zet deze maatwerk trajecten in om de scholen te helpen bieden van gewoon hartstikke goed onderwijs. Ook hier reserveren we geld voor. De leeromgeving dient krachtig ingericht te zijn; er is sprake van een leerrijke omgeving waarin leerlingen kunnen ontdekken en worden uitgedaagd en gestimuleerd. Het gezamenlijke doel van dit traject is kwaliteitsverbetering van het onderwijs. De invulling van dit traject wordt afgestemd op de visie, behoeften en context van de school.

We hebben afgelopen jaar de ‘praktijkklas’ gecontinueerd in Veendam en zijn ook een klas gestart in Stadskanaal. Zo kunnen we hoogwaardig, kindgericht onderwijs in een praktijkklas bieden, rekening houdend met verschillen en passend bij de leerbehoeften van kinderen waarvan de uitstroomverwachting de basisberoepsgerichte leerweg of het praktijkonderwijs is. Dit continueren we. Vanuit inclusief onderwijs zal er ook aandacht blijven voor de meer- en hoogbegaafde (HB) leerlingen. OPRON heeft vanuit het Samenwerkingsverband budget om hier mee aan de slag te gaan en we hebben op deze wijze de kennis van scholen rondom HB-leerlingen vergroot. Medewerkers van OPRON hebben hiertoe de scholing HB-specialist gevolgd en het zal nu in het beleid van de scholen terugkomen.

9

2.2 Ontwikkeling aantal leerlingen Er zijn verschillende bronnen om de ontwikkeling van het aantal leerlingen in beeld te brengen. Een prognose is per definitie een schatting. In deze begroting is uitgegaan van de verwachte prognose van de schooldirecteur. In de onderstaande tabel is te zien dat het aantal leerlingen daalt van 2.642 per 1 februari 2025 naar 2.413 per 1 februari 2031. Dit is een daling van 229 leerlingen. De daling wordt vooral veroorzaakt door krimp. In de voorgaande begroting waren 2.632 leerlingen begroot voor 1 februari 2025. Dit zijn er dus op stichtingsniveau 10 meer dan begroot.

De prognose van het aantal leerlingen is nadrukkelijk onderdeel van de meerjarenbegroting waarin een aantal baten en lasten meebeweegt met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. 2.3 Uitgangspunten begrotingssystematiek Voor het opstellen van de begroting wordt sinds 2018 een nieuwe begrotingssystematiek toegepast gebaseerd op vastgestelde normen, vooral wat betreft de formatietoedeling naar de scholen. De normen zijn vastgelegd in het document Begrotingsnormen (vastgesteld in 2018 herijking 2022/ wijziging 2025), welke als vaste bijlage aan deze toelichting op de begroting is opgenomen. Dit is tevens de grondslag voor het opstellen van deze begroting. De opbouw van de organisatiebegroting komt vanuit de schoolbegrotingen. Er zijn begrotingsgesprekken gevoerd met alle schooldirecteuren in het kader van de integrale verantwoordelijkheid. In deze gesprekken is de formatie voor komend schooljaar vastgesteld, en worden de geplande investeringen welke aansluiten op, en volgen uit het schooljaarplan en de verwachte kosten ten aanzien van scholing en overige lasten opgenomen en bijgesteld. Er is besloten om de huisvestigingslasten budgetneutraal door de schoolbegroting te laten lopen. Dit houdt in dat een tekort of een tegoed op de huisvestingslasten, door leegstand, verouderde huisvestiging of juist een nieuw gebouw, niet ten laste of ten gunste van de schoolbegroting komt.

Formatieplanning Elk bevoegd gezag is op grond van het gestelde in de CAO Primair Onderwijs, onderdeel formatiebeleid, verplicht tot het opstellen van de meerjaren-formatieplanning voor de komende vier schooljaren. Met het opstellen en vaststellen van deze begroting, waarin de formatieplanning is opgenomen, wordt aan deze verplichting voldaan. Deze formatieplanning is het kader en taakstellend voor de schoolformatieplannen voor het schooljaar 2026-2027. 10

In de onderstaande tabel is de begrote gemiddelde formatie per kostenplaats per kalenderjaar weergegeven. Hierin is tevens verzuim, payrolling (o.a. directie, OOP en overig inhuur) en Bapo meegenomen. Scholen

2025

2026

2027

2028

2029

08GQ obs Insp. Amerikaschool

9,26

8,33

7,25

7,25

7,08

08SW obs Menterhorn

12,05

11,65

10,71

10,71

10,71

10CO obs De Tandem

7,41

6,83

5,38

5,38

5,38

11AO obs De Springplank

8,00

8,27

8,10

7,62

7,62

11YX obs De Meent

6,57

6,26

5,59

5,59

5,42

13GU obs De Viermaster

18,98

19,01

17,95

16,45

15,54

13QO obs De Braskörf

20,18

20,54

20,09

20,09

20,09

13UO obs Noorderbreedte

9,13

8,99

7,89

6,56

6,38

13ZR obs Hagenhofschool

13,77

13,47

12,26

11,60

11,47

14EK odab Westerschool

12,29

11,94

11,04

10,48

10,11

14HC obs De Sleutel

6,11

6,13

6,01

5,75

5,38

14IM obs Mr. Neuteboomschool

12,46

11,67

10,17

9,85

9,60

14IM-N1 Wereldwijs

14,15

14,09

11,84

9,29

9,29

15AS obs De Oleander

5,03

5,05

4,68

4,37

4,37

15EP ojbs De Ommewending

4,65

4,69

4,63

4,63

4,63

15FZ obs De Badde

4,82

4,98

4,81

4,69

4,69

15JG obs De Musselhorst

6,59

6,50

5,52

5,52

5,52

19TV Kindcentrum Westerwinde

36,57

35,77

34,37

34,15

33,84

26NL Marg. Hardenberg school

20,90

20,77

19,85

19,85

19,85

41780 PO001 Passend Onderwijs

2,15

2,57

2,08

2,08

2,08

41780 Scholengroep OPRON Algemeen

16,31

17,57

14,24

12,52

13,30

41780 Scholengroep OPRON BM

5,72

5,93

5,93

5,93

5,93

253,08

250,99

230,40

220,34

218,29

Eindtotaal

Per augustus 2024 is de formatie van 14IM De Neuteboom gesplitst in 14IM De Neuteboom en 14IM-N1 Wereldwijs (school voor o.a. nieuwkomers en statushouders). De formatie van 26NL-N1 is op verzoek van de schooldirecteur opgenomen onder 19TV, i.v.m. de bezetting van het kindcentrum Westerwinde. De kostenplaats “41780 PO001 Passend Onderwijs” betreft de inzet van het OPRON-expertiseteam. Op de kostenplaats “41780 Scholengroep OPRON Algemeen” zijn o.a. de poolers opgenomen. Op de kostenplaats “41780 Scholengroep OPRON BM” is de bezetting van het bestuurskantoor opgenomen. Bovenstaande gegevens worden hierna ook weergegeven, maar dan per schooljaar.

11

School

2025-2026

2026-2027

2027-2028

2028-2029

08GQ Amerikaschool

9,26

7,25

7,25

7,25

08SW obs Menterhorn

12,05

10,71

10,71

10,71

10CO obs De Tandem

7,41

5,38

5,38

5,38

11AO obs De Springplank

8,00

8,45

7,62

7,62

11YX obs De Meent

6,57

5,59

5,59

5,59

13GU obs De Viermaster

18,98

18,55

17,10

15,54

13QO obs De Braskörf

20,18

20,09

20,09

20,09

13UO obs Noorderbreedte

9,13

8,85

6,56

6,56

13ZR obs Hagenhofschool

13,77

12,67

11,68

11,47

14EK odab Westerschool

12,29

11,26

10,74

10,11

14HC obs De Sleutel

6,11

6,01

6,01

5,38

14IM obs Mr. Neuteboomschool

12,46

10,28

10,02

9,60

14IM-N1 Wereldwijs

14,15

13,66

9,29

9,29

15AS obs De Oleander

5,03

4,89

4,37

4,37

15EP ojbs De Ommewending

4,65

4,63

4,63

4,63

15FZ obs De Badde

4,82

4,98

4,69

4,69

15JG obs De Musselhorst

6,59

5,85

5,52

5,52

19TV Kindcentrum Westerwinde

36,57

34,37

34,37

33,84

26NL Marg. Hardenberg school

20,90

19,85

19,85

19,85

41780 PO001 Passend Onderwijs

2,15

2,08

2,08

2,08

41780 Scholengroep OPRON Alg.

16,31

15,14

12,52

12,87

41780 Scholengroep OPRON BM

5,72

5,93

5,93

5,93

258,58

239,75

229,41

223,14

Eindtotaal

Onderstaande tabel laat dezelfde beschikbare formatie zien, maar dan naar functiecategorie per kalenderjaar. Functiecategorie

2025

2026

2027

2028

2029

Directie

15,26

15,32

15,43

15,43

15,43

Onderwijzend personeel

178,75

179,16

164,90

157,14

155,17

Onderwijsondersteunend personeel

47,73

45,40

39,72

37,86

37,86

Payrolling

1,17

1,30

1,30

1,30

1,30

Verzuim

10,18

9,81

9,04

8,62

8,53

Totaal

253,09

250,99

230,40

220,34

218,29

In de volgende onderstaande tabel is de daling van het meerjaren-formatiebudget afgezet tegen het natuurlijk verloop. De tabel geeft antwoord op de vraag of OPRON aan haar werkgeversverplichtingen kan blijven voldoen in het kader van het werkgelegenheidsbeleid. Dat is het geval.

Daling beschikbare formatiebudget Natuurlijk verloop o.b.v. AOW

2027

2028

2029

-20,59

-10,05

-2,05

3,50

1,30

4,26

Natuurlijk verloop overig 4%

9,22

8,81

8,73

Vaste benoemingsruimte

-7,88

0,06

10,94

12

De beschikbare formatie neemt af van 250,99 fte in kalenderjaar 2026 naar 230,40 fte in het kalenderjaar 2027. De krimp bedraagt dan 20,59 fte. Het natuurlijk verloop op basis van leeftijd of anderszins is kleiner dan de te verwachten krimp. Dit betekent voor OPRON dat de tijdelijke schil van 50,6 fte (tijdelijke aanstellingen van een jaar of korter peildatum 1-10-2025) verkleind zal moeten worden met 7,88 fte. De jaren erna lijkt er weer ruimte te ontstaan in de vaste benoemingsruimte.

In de begroting hebben we geen rekening gehouden met nieuwe subsidies. In de praktijk zullen subsidies bij toekenning alsnog worden verwerkt. De extra inkomsten die hieruit voortvloeien zullen zorgen voor minder grote daling van de formatie dan door ons in de begroting nu voorzien. Aan de provincie Groningen en de drie noordelijke gemeenten van Drenthe is door de Nederlandse overheid de subsidie "Nij Begun" toegekend. Deze subsidie, is voor een periode van dertig jaar toegekend en is bedoeld om de ereschuld aan de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe in te lossen vanwege de gaswinning en aardbevingsproblematiek. De middelen zijn gericht op onder andere het bevorderen van kansengelijkheid voor jonge kinderen en het creëren van ontwikkelingskansen voor de jonge generatie door een verrijkte schooldag aan te bieden. Dit omvat structureel extra leertijd aanbieden voor activiteiten die bijdragen aan hun brede ontwikkeling, zoals sport, cultuur en muziek. Kinderen vanaf 6 jaar zullen wekelijks 2 tot 6 uur deelnemen aan extra onderwijsactiviteiten die gefinancierd worden vanuit de Sociale Agenda Nij Begun. De precieze invulling kan per regio en school verschillen.

Hoewel er nog veel onbekend is over de exacte financiële uitwerking, regels en verantwoording, verwachten we dat de subsidie Nij Begun ons in staat stelt om personeelsleden te behouden en in te zetten voor de verrijkte schooldag, wat bijdraagt aan de continuïteit en kwaliteit van het onderwijs binnen onze scholengroep. Als vanzelfsprekend hopen we dan ook dat de onderwijs gerelateerde maatregelen vanuit Nij Begun financieel ook rechtstreeks via de schoolbesturen zullen gaan.

13

3. 3.1

EXPLOITATIEBEGROTING 2026 OP BESTUURSNIVEAU Exploitatiebegroting 2026

Exploitatiebegroting 3.1 Rijksbijdragen 3.1.1.1 OCW 3.1.2.2 Niet geoormerkte subsidies 3.1.3 Ontvangen doorbet. rijksbijdrage SWV 3.2 Overige overheidsbijdr. en -subsidies 3.2.1 Gemeentelijke bijdragen en subsidies 3.2.2 Overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten 3.5.1 Verhuur 3.5.2 Detachering personeel 3.5.6 Overige (overige baten) 4.1 Personeelslasten 4.1.1.1 Salariskosten directie 4.1.1.2 Salariskosten onderwijzend personeel 4.1.1.3 Salariskosten onderwijs ond. personeel 4.1.1.4 Salariskosten vervanging en overig 4.1.2.1 Dotaties personele voorzieningen 4.1.2.2 Personeel niet in loondienst 4.1.2.3 Overige 4.1.2.4 Scholing en opleiding 4.1.3 Af: uitkeringen 4.2 Afschrijvingen 4.2.2.1 Gebouwen 4.2.2.2 Inventaris en apparatuur 4.2.2.3 Overige materiele vaste activa 4.2.2.4 Leermiddelen afschrijving 4.3 Huisvestingslasten 4.3.1 Huur 4.3.3 Onderhoud 4.3.4 Energie en water 4.3.5 Schoonmaakkosten 4.3.6 Heffingen 4.3.7 Dotatie onderhoudsvoorzieningen 4.3.8 Overige (huisvestingslasten) 4.4 Overige lasten 4.4.1 Administratie- en beheerslasten 4.4.2.1 Inventaris app. kleine aanschaf>1 jr 4.4.2.2 Leermiddelen kleine aanschaf>1 jr 4.4.4 Overige (overige lasten) 5.0 Financiële baten en lasten 5.1 Rentebaten 5.3.2 Koersverlies fva Eindtotaal

Resultaat 2024 28.200.128 25.466.172 1.792.313 941.643 556.311 95.094 461.217 331.219 179.948 57.705 93.565 -23.478.988 -1.965.009 -16.280.658 -3.112.158 -2.077.592 -131.468 -496.715 -682.551 -269.757 1.536.920 -463.208 -48.131 -324.459 -4.747 -85.871 -2.403.296 -45.643 -202.715 -588.004 -577.478 -22.649 -534.450 -432.357 -2.373.800 -904.509 -7.198 -660.135 -801.957 392.411 391.977 -434 760.778

Begroting 2025 27.652.981 25.843.675 1.166.306 643.000 384.507 15.800 368.707 254.886 135.973 35.817 83.096 -24.064.293 -2.232.986 -16.902.155 -2.796.055 -2.087.237 -165.000 -456.823 -725.157 -247.500 1.548.621 -502.520 -35.512 -374.652 -5.988 -86.368 -2.313.814 -38.500 -309.068 -606.753 -593.696 -24.800 -383.147 -357.850 -2.094.407 -834.392 -10.825 -619.140 -630.050 30.000 50.000 -20.000 -652.661

Begroting 2026 29.887.795 27.795.182 1.291.801 800.812 233.322 11.800 221.522 257.556 135.973 38.487 83.096 -25.598.189 -2.277.849 -17.694.004 -3.340.538 -2.205.241 -165.000 -296.936 -754.753 -271.395 1.407.527 -516.748 -54.618 -366.772 -4.946 -90.412 -2.450.939 -45.000 -246.216 -572.079 -671.594 -25.650 -498.000 -392.400 -2.154.135 -883.740 -11.175 -651.420 -607.800 -341.339

3.2 Toelichting op exploitatiebegroting 2026 Het verwachte resultaat voor kalenderjaar 2026 komt neer op -€ 341.339. Hiervan komt € 353.779 ten laste van de ontvangen rentebaten uit voorgaande jaren (vanuit het schatkistbankieren) en € 12.440 ten gunste van de algemene reserve. Hieruit blijkt een doelmatige inzet van de reguliere middelen binnen de reguliere exploitatie. In de meerjarenbegroting is de definitieve regeling 2025 verwerkt, de verwachte nieuwe CAO (+5,5%) en de verwachte normaanpassing van 4,2% op de rijksbekostiging, gebaseerd op de berichten vanuit de PO-raad.

14

Rijksbijdragen (3.1) OCW(3.1.1.1) De reguliere bekostiging laat een forse stijging zien ten opzichte van 2025. Dit wordt veroorzaakt door de normaanpassing ter dekking van de nieuwe cao. De middelen voor werkdrukverlaging, welke onderdeel uitmaken van deze rijksvergoeding, zijn aan het formatiebudget op schoolniveau toegevoegd. De rijksvergoeding voor onderwijsachterstandenbeleid is de vaste vergoeding per onderwijsscore van de school. Deze middelen bedragen in 2026 € 1.324.922. Dit is een stijging ten opzichte van voorgaand jaar, vooral door hogere achterstandsscores, bepaald door het CBS. Niet geoormerkte subsidies (3.1.2.2) Er wordt subsidie ontvangen voor ‘eerste opvang vreemdelingen’. Dit is de Bijzondere bekostiging eerste opvang vreemdelingen. Het is nog niet precies bekend wat de omvang van deze subsidie zal zijn, aangezien deze afhankelijk is van het aantal leerlingen op een aantal peildata. Het aantal leerlingen is lastig te prognosticeren. In de begroting is op basis van ervaringscijfers een schatting opgenomen van € 620.000 voor wat betreft de te ontvangen gelden. Dit is € 180.000 hoger dan voorgaand jaar, omdat de realisatie tot en met het 3e kwartaal van 2025 gunstiger uitvalt. Onder deze post is ook de verantwoording van de subsidie Verbetering basisvaardigheden opgenomen € 472.801.

Deze subsidie is aan 12 scholen van OPRON toegekend en dient in 2 schooljaren besteed te worden. De subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden heeft als doel ervoor te zorgen dat elk kind goed kan rekenen, de Nederlandse taal beheerst, leert hoe we in Nederland met elkaar omgaan, en het onderwijs verlaat met de benodigde digitale vaardigheden op zak. Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdragen SWV (3.1.3) OPRON maakt onderdeel uit van het Samenwerkingsverband 20.01 PO provincie Groningen en gemeente Noorderveld en het Samenwerkingsverband 20.02 VO Groningen Ommelanden. Op basis van het aantal leerlingen en het verwijzingspercentage richting het speciaal basisonderwijs wordt een budget ontvangen. Voor onze eigen school voor speciaal basisonderwijs wordt een apart budget ontvangen op basis van het aantal leerlingen. Door de vereenvoudiging van de bekostiging worden de ondersteuningsmiddelen door de betreffende scholen (SBO, SO en VSO) ontvangen. Deze middelen komen rechtstreeks van het Rijk. Bij het opmaken van de stichtingsbegroting 2025 waren de begrotingen van de SWV-en nog niet beschikbaar en is voorzichtigheidshalve uitgegaan van een gelijke ontvangst als voorgaand jaar. De populatiebekostiging aan het SBO/SO is in begroting 2026 opgenomen.

Overige overheidsbijdragen (3.2) Overige overheidsbijdragen Van de gemeente Veendam wordt een bedrag ontvangen voor de uitvoering van de avondschool. Dit komt geheel ten gunste van de schoolexploitatie van Margaretha Hardenbergschool VSO. Overige subsidie Onder de post overige subsidie zijn de beschikkingen m.b.t. de Verrijkte Schooldag vanuit Oost Groningen opgenomen. Dit zijn 3 scholen binnen OPRON, met een totaal subsidiebedrag van € 516.000. Tevens is hieronder opgenomen de subsidie School en Omgeving, die verstrekt is aan 2 scholen binnen OPRON met een totaal subsidiebedrag van € 859.320. Deze projecten lopen budgetneutraal door de exploitatie. Onder 4.4.4 overige lasten zijn even hoge lasten opgenomen. Overige baten (3.5) Verhuur Voor medegebruik op een aantal scholen wordt een vergoeding ontvangen.

15

Detachering personeel Een aantal medewerkers van OPRON is gedetacheerd bij een externe partij. De loonkosten worden gedeclareerd. Overige baten Aan overige baten wort een bedrag ontvangen voor de inzet van OPRON in PICTO. Personeelslasten (4.1) Lonen en salarissen Het begrote bedrag aan lonen en salarissen is een optelsom van alle loonkosten. Het grootste deel van deze kosten wordt gemaakt via eigen verloning. Hiernaast wordt een aantal medewerkers via een externe partij verloond en huren wij een aantal externen in. De lonen en salarissen zijn doorgerekend op basis van de huidige inzet, waarmee voor de eerste 7 maanden van 2026 de jaarbegroting reeds vast staat. Voor het schooljaar 2026-2027 is bij de benodigde inzet rekening gehouden met de ontwikkeling van het aantal leerlingen en het beschikbare budget op basis van de normen. Tevens zijn onder deze post de te verwachten kosten inzake uitbetaling ontslaguitkeringen opgenomen en de kosten ten laste van de ontvangen arbeidsmarkttoelage voor een aantal scholen. In 2026 is voor het eerst een post voor de inzet van LiO-ers opgenomen. Er is rekening gehouden met een CAO stijging van 5,5%.

Overige personele lasten De overige personele lasten bestaan onder andere uit kosten voor bedrijfsgezondheidszorg, reintegratietrajecten, scholing, schoolbegeleiding, kerstpakketten en dotaties aan personele voorzieningen (jubilea, duurzame inzetbaarheid en uitkeringskosten). Tevens is onder deze post de malus van het Vervangingsfonds en kosten woon-werkverkeer opgenomen. Het scholingsbudget per fte is gestegen van € 978 naar € 1.018 in 2026. Afschrijvingen (4.2) De begrote afschrijvingslasten komen tot stand door alle bestaande activa in beeld te brengen en nieuwe investeringen hieraan toe te voegen. Begrote investeringen per jaar

2026

2027

2028

2029

2030

Duurzaamheid

100.000

50.000

-

-

-

Inventaris

350.350

427.300

222.800

224.700

207.750

ICT

227.390

197.400

212.630

308.520

408.860

Onderwijsleerpakket

167.135

68.200

125.750

211.350

95.675

Vervoer

25.000

-

50.000

-

-

Totaal

869.875

742.900

611.180

744.570

712.285

De investeringen in duurzaamheid hebben betrekking op de mogelijke verduurzamingsinvesteringen voor nieuwbouw of renovatie projecten. Voor de scholen waarbij nieuwbouw of renovatie de komen de jaren op de planning staat, zijn grote investeringen in inventaris opgenomen. De ICT investeringen hebben onder andere betrekking op leerlingdevices, leerkrachtdevices en touchscreens. De investeringen in onderwijsleerpakket lopen verder terug vergeleken met voorgaande jaren omdat de kosten verschuiven naar jaarlijkse kosten aan verbonden zijn zoals licentiekosten (digitale methodes). In onderstaande tabel zijn de geplande onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening weergegeven.

Onttrekking uit Onderhoudsvoorziening

2026

2027

2028

2029

2030

369.061

729.022

352.39

378.601

274.965

16

Deze onttrekkingen zijn gebaseerd op de meerjaren onderhoudsplanning die jaarlijks wordt geactualiseerd door een externe partij voor gebouwbeheer. De investeringen uit het verleden en de geplande investeringen leiden tot de volgende afschrijvingskosten voor de komende jaren. Begrote afschrijvingskosten per jaar

2026

2027

2028

2029

2030

Gebouwen en Duurzaamheid

54.618

58.232

58.510

58.510

58.510

Inventaris

169.613

189.423

191.984

195.075

195.473

ICT

197.159

232.888

238.244

239.697

261.135

Onderwijsleerpakket

90.412

93.863

98.793

107.180

116.110

Vervoer

4.946

5.004

6.670

15.000

15.000

Totaal

516.748

579.410

594.200

615.461

646.228

Huisvestingslasten (4.3) De huisvestingslasten bestaan uit kosten voor huur, onderhoud, energie en water, schoonmaak, heffingen en overige huisvestingslasten. De begrote bedragen zijn tot stand gekomen op basis van ervaringscijfers en aannames voor de toekomst. Tevens valt hieronder de dotatie aan de onderhoudsvoorziening waaruit kosten voor het meerjarenonderhoud worden voldaan (€ 498.000). De jaarlijkse dotatie betreft een reële inschatting van de jaarlijkse kosten, rekening houdend met de actuele hoogte van de voorziening en berekend op basis van de componentenmethode. De dotatie is € 114.853 lager dan voorgaand jaar. Onder de overige huisvestingslasten zijn de kosten voor medegebruik opgenomen indien een school in een MFC gehuisvest is. Overige lasten (4.4) Administratie- en beheerslasten De kosten voor administratie en beheer zijn kosten voor onder andere ICT licenties en onderhoudscontracten, juridische kosten, de inkoop van diensten bij ons administratiekantoor, het planmatig onderhoudsbeheer en deskundigenadvies. Inventaris, apparatuur en leermiddelen De kosten voor inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn kosten voor onder andere leermiddelen verbruik, ICT licenties methoden en cultuuruitgaven.

Overige lasten De overige lasten bestaan uit kosten voor onder andere contributies aan bestuurlijke organisaties, kosten medezeggenschap, abonnementen, huishoudelijke uitgaven en overige onderwijslasten. Tevens zijn onder deze post kosten opgenomen om de verschillende werkgroepen te faciliteren om de geformuleerde doelstellingen vanuit het strategische beleidsplan invulling te geven. Financiële baten en lasten (5) Er wordt gebruik gemaakt van schatkistbankieren bij de centrale overheid. De rentebaten worden niet meer opgenomen in de meerjarenbegroting, maar direct ten gunste van het onderwijs ingezet op het moment van realiseren.

17

4. MEERJARENPERSPECTIEF In onderstaand overzicht is de meerjarenbegroting 2026-2030 weergegeven. Daarbij is rekening gehouden met een daling van de baten en de personele inzet naar rato van de ontwikkeling van het aantal leerlingen. 4.1.

Meerjarenbegroting 2026-2030

Meerjarenbegroting Baten 3.1 Rijksbijdragen

2026

2027

2028

2029

2030

29.887.795

28.668.310

28.185.593

28.144.267

28.067.074

3.2 Overige overheidsbijdr. -subsidies

233.322

88.800

88.800

88.800

88.800

3.5 Overige baten

257.556

257.556

257.556

257.556

257.556

-25.598.189

-24.244.179

-23.476.836

-23.480.126

-23.433.468

-516.748

-579.410

-594.200

-615.461

-646.228

4.3 Huisvestingslasten

-2.450.939

-2.450.939

-2.465.939

-2.435.939

-2.436.039

4.4 Overige lasten

-2.154.135

-1.964.035

-1.963.535

-1.931.035

-1.886.760

-

-

-

-

-

-341.339

-223.897

31.438

28.061

10.935

Lasten 4.1 Personeelslasten 4.2 Afschrijvingen

5.0 Financiële baten Eindtotaal

4.2. Toelichting bij de meerjarenbegroting Baten De baten die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2026. De rijksbijdragen bewegen mee met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. De terugloop van de overige overheidsbijdragen kan verklaard worden door de afloop van de doelsubsidies School en Omgeving, en Basisvaardigheden. Deze subsidies zijn budgetneutraal opgenomen in de meerjarenbegroting. Lasten De lasten die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zijn gebaseerd op de bedragen uit de begroting 2026. Een aantal lasten beweegt mee met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Dit geldt in het bijzonder voor de personeelslasten, maar ook ten dele voor de overige lasten welke deels afhankelijk zijn van het aantal leerlingen. De ontwikkeling van de afschrijvingslasten zijn het gevolg van de geplande investeringen. De huisvestingslasten bewegen niet vanzelfsprekend mee met de leerlingenaantallen. 4.3. Kengetallen De volgende tabel laat de financiële kengetallen zien. Het overzicht gaat uit van een positief exploitatieresultaat voor kalenderjaar 2025 en is gebaseerd op de balans t/m periode 9 van 2025. De kengetallen bewegen rond de gehanteerde normen en zijn op orde. Het feitelijk eigen vermogen ratio ligt boven de signaleringswaarde van 1,0. Ook na de verwerking van componentenmethode voor de voorziening groot onderhoud.

In de meerjarenbegroting is de komende jaren een doelmatige besteding van de publieke middelen weergegeven en tevens een terugloop in dit ratio door negatief te begroten ten laste van het eigen vermogen.

18

Financiële kengetallen Liquiditeit (vlottende activa en kortlopende schulden)

Solvabiliteit (eigen vermogen + voorziening / totaal vermogen)

Rentabiliteit (resultaat uit gewone bedrijfsvoering / totale baten maal 100%)

Weerstandsvermogen

(eigen vermogen / totale baten)

Feitelijk Eigen vermogen ratio

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Norm

2,96

3,08

3,05

3,16

3,20

3,27

1,5-2,0

71,00%

72,94%

73,22%

74,07%

74,58%

75,16%

25-50%

2,92%

-1,12%

-0,77%

0,11%

0,10%

0,04%

0-5%

22,28%

20,59%

20,78%

21,25%

21,38%

21,47%

5-20%

1,76

1,51

1,41

1,40

1,35

1,31

1,0

4.4. Meerjarenbalans In onderstaande tabel is de meerjarenbalans opgenomen. Balansprognose

2025

2026

2027

2028

2029

2.272.920

2.626.047

2.789.537

2.806.517

2.935.626

Activa materiële vaste activa financiële vaste activa

73.247

73.247

73.247

73.247

73.247

Totaal vaste activa

2.346.167

2.699.294

2.862.784

2.879.764

3.008.873

427.930

1.390.826

1.328.377

1.306.277

1.304.385

vorderingen liquide middelen

13.973.994

12.092.635

11.482.437

11.718.244

11.815.393

Totaal vlottende activa

14.401.924

13.483.461

12.810.814

13.024.521

13.119.778

Totaal Activa

16.748.091

16.182.755

15.673.598

15.904.285

16.128.651

6.595.681

6.254.342

6.030.445

6.061.883

6.089.944

-

-

-

-

-

Totaal eigen vermogen

6.595.681

6.254.342

6.030.445

6.061.883

6.089.944

voorzieningen

5.294.635

5.550.066

5.445.536

5.717.630

5.938.521

-

-

-

-

-

Passiva algemene reserve bestemmingsreserve publiek

langlopende schulden kortlopende schulden

4.857.775

4.378.347

4.197.617

4.124.772

4.100.186

Totaal overige passiva

10.152.410

9.928.413

9.643.153

9.842.402

10.038.707

Totaal Passiva

16.748.091

16.182.755

15.673.598

15.904.285

16.128.651

Activa De materiële activa nemen toe als gevolg van de hogere (her)investeringen. In deze balansprognose is uitgegaan van een constante hoogte van financiële vaste activa. Dit betreft de deelname in PICTO. De vorderingen hebben betrekking op debiteuren, overige overheden, betaalde waarborgsommen (i.h.k.v. tablets, meestal Snappet) en overlopende activa (reeds ontvangen baten). De geplande investeringen en onttrekkingen uit de onderhoudsvoorziening hebben invloed op de stand van de liquide middelen. Passiva De mutaties in de algemene reserve worden veroorzaakt door de verwachte resultaten voor de komende jaren.

19

De stand van de voorziening muteert door de geplande onttrekkingen uit en dotatie aan de personele voorzieningen en de onderhoudsvoorziening vanuit de meerjarenonderhoudsplanning. De kortlopende schulden hebben betrekking op vooruit ontvangen bedragen, ontvangen doelsubsidies, opgebouwde vakantiegeldverplichtingen, crediteuren en opgebouwde premies/pensioenen.

20

5. BIJLAGE BEGROTINGSNORMEN

21

BEGROTINGSNORMEN VASTGESTELD IN 2018 HERIJKING 2022 WIJZIGING 2025

wijziging per 2023: Reden om tot een herijking te komen is de invoering van de vereenvoudiging bekostiging. Budget administratieve ondersteuning naar bovenschools. De normbedragen betreffende de werkdrukmiddelen zijn geüpdatet. De inzet van vakleerkrachten is naar de scholen gebracht en tevens het budget. wijziging per 2026 De normbedragen betreffende werkdrukmiddelen zijn verwijderd. Er wordt verwezen naar de regelgeving. De budget t.b.v. de inzet van de vakleerkrachten is opgehoogd naar 2 uren p.w. De paragraaf over Toekomstige afspraken m.b.t. begroot resultaat en inzet NPO is komen te vervallen.

22

1 Algemeen In 2018 is er een nieuwe budgetverdeling (allocatie naar de scholen) vastgesteld. Per kalenderjaar 2023 is deze budgetverdeling herijkt omdat een aantal uitgangspunten zijn komen te vervallen als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging (vanuit het Rijk).

1.1 Reden De belangrijkste reden om te komen tot een herijking van de budgetverdeling is de vereenvoudiging van de bekostiging per 2023. De grootste wijzigingen in de bekostiging zijn: • Wijziging teldatum van 1-10-(T-1) naar 1-2-(T-1) • Bekostiging op kalenderjaar i.p.v. op schooljaar. • Eén totale bekostiging; geen aparte personele en materiele bekostiging. De herijking van de budgetverdeling betreft geen nieuwe allocatie, maar een herziening waarbij de verdeling bovenschools/scholen niet wordt aangepast.

1.2 Vaststelling normen De normen zijn vastgesteld met als uitgangspunt dat deze worden ingezet daar waarvoor ze bedoeld zijn, met andere woorden RV personeel aan personeel, RV Materiele Instandhouding aan materieel etc. Deze schotten komen te vervallen met de invoering van de vereenvoudiging van de bekostiging omdat deze onbedoeld richting geven aan de inzet van de middelen volgens het Rijk.

1.3. T systematiek De bekostiging is gebaseerd op de teldatum 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan de start van het nieuwe kalenderjaar. De bekostiging voor het kalenderjaar 2023 is zodoende gebaseerd op het aantal leerlingen per 1 februari 2022. Deze zogenaamde T-1 systematiek doet niet in alle gevallen recht aan de situatie op de scholen. Scholen waar sprake is van krimp krijgen in verhouding tot het actuele aantal leerlingen te veel bekostiging waar scholen die groeien in verhouding tot het actuele aantal leerlingen te weinig bekostiging krijgen. Vanaf het schooljaar 2017-2018 is er voor gekozen om niet op basis van het aantal leerlingen per 1 oktober van het voorgaande jaar formatie toe te kennen maar op basis van het verwachte aantal leerlingen per 1 oktober van het lopende jaar. De teldatum van de bekostiging is gewijzigd van oktober naar februari én naar kalenderjaar, maar de budgetverstrekking naar de scholen blijft op basis van de T-systematiek en voor een schooljaar.

2 Budget naar de school voor personeel Door de wijziging van de teldatum is in de prijs vanuit het ministerie gerekend met een gemiddelde leerling-stijging van 4%. Dit is tevens over de normen van Scholengroep OPRON gelegd worden. De kosten voor BAPO, ouderschapsverlof en onbetaald verlof worden gedragen door de scholen, maar volledig gecompenseerd via 811123 IC budget cao-regelingen (Met IC wordt bedoeld: Inter Company oftewel een verrekenregel te gebruiken binnen de organisatie, het bestuur). Deze kosten worden vanuit het solidariteitsprincipe als algemene kosten beschouwd. Hierdoor wordt een school met hoger ingeschaald personeel niet benadeeld.

23

2.1 Algemeen Iedere school wordt aanvankelijk bekostigd als zijnde een school van 83. Zolang het leerlingenaantal onder deze grens ligt, zal de school een maatwerkbudget aangeboden krijgen. Per school zal bekeken worden hoeveel formatie aan de school toebedeeld zal worden.

2.2 De uitgangspunten bij de toedeling aan een school van 83 leerlingen: Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van de middelen weergegeven. De school is vrij om dit een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. Inzet van leerkrachten Dat een school van 83 leerlingen met 4 groepen moet draaien ofwel 4,1516 fte aan leerkrachten nodig heeft. Min. budget onderwijs onderbouw 1,9920 fte Min. budget onderwijs bovenbouw 2,1596 fte 4,1516 fte Dit komt neer op ongeveer 20 leerlingen in een groep. Inzet van directie Dat een school van 83 leerlingen 0,4 fte aan directie nodig heeft.

2.3 De uitgangspunten bij de toedeling aan een school vanaf 84 leerlingen Inzet van leerkrachten Dat de baten voor de inzet leerkrachten, vakleerkrachten gym en IB-ers niet zijnde passend onderwijs bij scholen bij 84 of meer leerlingen lineair dient toe te nemen. Hierbij wordt er uitgegaan van een gemiddelde groepsgrootte 25,0 leerlingen.

FTE's inzet leerkrachten

80

100

150

200

250

300

Inzet van directie Dat de baten voor de inzet voor directie vanaf 84 leerlingen lineair dient toe te nemen. Scholen met een leerlingenaantal vanaf 84 krijgen een aanvullend budget. Het uitgangspunt is dat een school maximaal 1,0 fte aan directie nodig heeft.

24

FTE's inzet directie

80

100

250

300

2.4 De uitgangspunten bij de toedeling inzake Interne Begeleiding (IB) Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van middelen weergegeven t.b.v. IB. De school is vrij om dit (gedeeltelijk) een andere invulling te geven als het maar binnen het budget past en de kwaliteit van onderwijs gewaarborgd blijft. IB Staffel 1-83 leerlingen 83-145 leerlingen 146-250 leerlingen 251-350 leerlingen 351-500 leerlingen

0,2 fte 0,4 fte 0,6 fte 0,8 fte 1,0 fte

2.5 De uitgangspunten bij de toedeling inzake administratieve ondersteuning (admin) Hieronder worden de uitgangspunten van de toedeling van de middelen weergegeven t.b.v. administratieve ondersteuning. Het budget voor administratieve ondersteuning is in de volgende tabel weergegeven. De administratieve krachten staan op de bovenschoolse kostenplaats en de scholen kunnen o.b.v. deze staffel een beroep doen op ondersteuning. Dit geldt niet voor de 14IM afdeling wereldwijs, SBO en (V)SO. Aangezien op deze scholen de administratieve belasting hoger is als gevolg van de leerlingpopulatie. Admin staffel 1- 100 leerlingen 101-200 leerlingen 201-300 leerlingen 301-500 leerlingen

0,1 fte 0,2 fte 0,4 fte 0,6 fte

25

2.6 Inzet vakleerkrachten De norm wordt de inzet van twee uren vakdocent voor de groepen 3 t/m 8 voor bewegingsonderwijs voor alle Opron-scholen. Dit budget gaat vanuit bovenschools naar de scholen. Voor scholen met zwemonderwijs worden deze uren opgenomen in de uren bewegingsonderwijs. De uren bewegingsonderwijs worden niet bekostigd vanuit de middelen werkdrukverlaging. Scholen die bewegingsonderwijs door vakdocenten aan de onderbouw willen geven bekostigen dit vanuit de schoolformatie. Scholen waarbij bewegingsonderwijs wordt gegeven door een docent die op de formatie staat (bijvoorbeeld met gymbevoegdheid of ALO/PABO) ontvangen de bekostiging hiervoor in de formatie.

2.7 De uitgangspunten bij de toedeling voor SBO en (V)SO Dat de ondersteuningsmiddelen volledig en rechtstreeks naar de speciale scholen gaan o.b.v. de vereenvoudigde bekostiging. Dit betreft een bedrag per leerling en deze wordt automatisch geïndexeerd met de bekostiging. Daarbij gaat het bedrag per CUMI leerling rechtstreeks naar de school. Samen met bovenstaande uitgangspunten (basisbudget per leerling, budget directie, budget admin etc) komt de toedeling van middelen op hetzelfde niveau als voorgaande jaren.

2.8 Overige personele budgetten t.b.v. schoolformatie Imperatief verlof Het IC budget vervanging eigen risico heeft betrekking op de vergoeding van imperatief verlof naar de school van 0,4% van de begrote loonkosten. In de schoolbegroting zijn even hoge kosten begroot, zodat deze per saldo in de exploitatie nul zijn. Groeiformatie Om scholen die gaandeweg een schooljaar groeien tegemoet te komen heeft Scholengroep OPRON een eigen groeiregeling in het leven geroepen. De groeiregeling is afgeleid van de groeiregeling die door het ministerie wordt gehanteerd. De bekostiging en de toebedeelde formatie voorzien in een groei gaandeweg het schooljaar van 3%. Wat er aan groei is boven de 3% komt voor groeiformatie in aanmerking met een minimum van 13 leerlingen. Een school met 100 leerlingen per 1 februari komt bij 116 leerlingen in aanmerking voor groeiformatie (100 + 3% = 103 + 13 = 116). Over de invulling van de werktijdfactor vindt overleg met het stafbureau plaats. ICT-formatie Het uitgangspunt is dat iedere school minimaal 0,05 fte formatieruimte reserveert voor ICTwerkzaamheden op schoolniveau. Dit is opgenomen in het formatiebudget per begrotingsjaar 2019. Werkdruk verlagende middelen Alle scholen ontvangen de werkdruk verlagende middelen per leerling in het formatiebudget per 2022-2023 o.b.v. T-1 systematiek.

Dit is opgenomen onder 811112 IC budget overig personeel met projectcode S1250 conform bedragen uit de geldende regelgeving. RV Asielzoekers Per begrotingsjaar 2020 is besloten om de RV Asielzoekers op de betreffende school te laten binnen komen. Zorgformatie Alle basisscholen krijgen ondersteuningsmiddelen vanuit Passend Onderwijs, bestaand uit een vast bedrag van € 15.000 en een variabel bedrag van € 109 per leerling. Het speciaal basisonderwijs krijgt 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16530337/2