05-06-02 JAARVERSLAG REKENKAMERCOMMISSIE VEENDAM 2020
Tekst van het document
JAARVERSLAG REKENKAMERCOMMISSIE VEENDAM 2020 1. Algemeen De rekenkamercommissie brengt jaarlijks verslag uit van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar. Het was voor de rekenkamercommissie door de uitbraak van het Covid-19-virus een bijzonder jaar. De uitbraak had een grote invloed op een lopend rekenkameronderzoek. Ook op de werkwijze van de rekenkamercommissie was de impact groot. De vergaderingen hebben in 2020 digitaal plaatsgevonden. De rekenkamercommissie is in 2020 twee keer in vergadering bijeen geweest. Op 24 februari voor de laatste keer in een fysieke bijeenkomst. In september heeft de commissie nog eens digitaal vergaderd. Verdere afstemming heeft via de mail en telefonisch plaatsgevonden. In februari heeft de rekenkamercommissie de onderzoeksresultaten naar de invoering van het VN-verdrag handicap aan de raad aangeboden. Daarnaast heeft 2020 in het teken gestaan van het onderzoek naar de Toezicht en handhaving. Beide onderzoeken waren zogenaamde DoeMee onderzoeken. Dit zijn onderzoeken die in verschillende gemeenten tegelijkertijd worden uitgevoerd, met als doel om gemeenten met elkaar te kunnen vergelijken en van elkaar te leren. Het uitbreken van de Coronacrisis heeft tot gevolg gehad dat het onderzoek naar Toezicht en handhaving vertraging heeft opgelopen.
Enerzijds kwamen de prioriteiten in de gemeentelijke organisatie anders te liggen, anderzijds moest ook de commissie omschakelen naar een andere werkwijze. Uiteindelijk zal het onderzoek in 2021 aan de raad worden aangeboden.
2. Taken van de rekenkamercommissie De rekenkamercommissie heeft tot taak het toetsen van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid op drie onderdelen:
Om het gevoerde beleid te toetsen op bovengenoemde drie punten voert de rekenkamercommissie onderzoek uit. Het doel van de door de rekenkamercommissie uitgevoerde onderzoeken is om inzicht te krijgen in de prestaties van de gemeente, de mogelijkheden van de raad in beeld te brengen en waar mogelijk aanbevelingen voor verbetering van het beleid voor de toekomst te doen. Daarmee steunt de rekenkamercommissie de raad in zijn controlerende taak.
3. Samenstelling De rekenkamercommissie bestaat uit een externe, onafhankelijke voorzitter en vier raadsleden. De voorzitter is in 2018 herbenoemd voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de huidige gemeenteraad. De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. De samenstelling van de rekenkamercommissie was op 1 januari 2020 als volgt:
Dhr. B. kraan; Dhr. T. Mete Dhr. Schoonewille en Dhr. D.J. Klamer Dhr. W.H. Everts, extern voorzitter Dhr. A.A. Swart, ambtelijk secretaris
JAARVERSLAG REKENKAMERCOMMISSIE VEENDAM 2020
a. rechtmatigheid: voldoet de uitvoering aan de wettelijke kaders en regelgeving? b. doeltreffendheid: zijn de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk behaald? c. doelmatigheid: is de voorbereiding en de uitvoering van het beleid efficiënt verlopen?
1
4. Werkzaamheden 2020 4.1. NVRR De rekenkamercommissie is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). Het doel hiervan is het delen van kennis en ervaring. Verder maakt de voorzitter van de rekenkamercommissie deel uit van de kerngroep Noord van de landelijke vereniging. De voorzitter heeft mede namens de rekenkamercommissie diverse bijeenkomsten van de NVRR bijgewoond. In de vergaderingen van de rekenkamercommissie of via verslagen per mail worden de bezoeken die de voorzitter of de leden afleggen teruggekoppeld. 4.2. VN verdrag Handicap In mei 2019 heeft de commissie de gemeenteraad geïnformeerd over het besluit om deel te nemen aan een benchmarkonderzoek van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). Het betreft een onderzoek naar waar de gemeente staat als het gaat om de implementatie van het VN-verdrag Handicap. Gemeenten zijn sinds de ratificatie in 2016 verplicht om in hun beleid aan te geven hoe zij in het sociaal domein uitvoering geven aan het VN-verdrag handicap. Met dit onderzoek wilde de commissie in kaart brengen of gemeentelijke beleidsplannen voldoen aan deze verplichting.
Aanbeveling aan de gemeenteraad: Aanbevelingen: Bewaak dat het beleid voldoet aan deze verplichting uit het Verdrag en verzoek het college hier expliciet aandacht aan te besteden in alle beleidsvoorstellen. Verzoek het college om inclusiebeleid te ontwikkelen, gericht op de bovengenoemde domeinen. Toelichting Een eerste belangrijke principe uit het Verdrag is dat gemeenten bij al hun beleid aan moeten geven op welke wijze ze tegemoet komen aan de bescherming en bevordering van de rechten van de doelgroep inwoners met een handicap (art 4 lid 1 c). Een tweede belangrijke principe is dat gemeenten de doelgroep (dus ook kinderen met een handicap!) bij ontwikkeling van het beleid dienen te betrekken, eventueel via representatieve organisaties (art 4 lid 3). Het motto van het VN-verdrag handicap is: niets over ons, zonder ons (art. 1 lid 3 VN-verdrag handicap). De VNG en de Alliantie VN-Verdrag (een groep cliënten- en gehandicaptenorganisaties) adviseren dan ook om de doelgroep zelf in te zetten bij het vormgeven van het inclusiebeleid. Dat kan door ervaringsdeskundigen te betrekken bij het beleid of dit via representatieve organisaties te doen, zoals de participatieraad.
Omdat het beschermen van de rechten van mensen met een handicap en het bevorderen van hun gelijke behandeling inhoudt dat op alle levensterreinen aandacht is voor deze groep, ligt het voor de hand dat inclusiebeleid maatregelen bevat op een heel aantal domeinen. Het gaat dan om:
JAARVERSLAG REKENKAMERCOMMISSIE VEENDAM 2020
Er is geanalyseerd of er sprake is van inclusiebeleid of een Lokale Inclusie Agenda en (in welke vorm dan ook) in welke fase het beleid zich bevindt en in hoeverre de doelgroep betrokken is bij het opstellen van het beleid. Naar aanleiding van die analyse zijn de ambtelijke organisatie en het college in de gelegenheid gesteld te reageren op de concept-bevindingen. De analyse heeft vervolgens geresulteerd in een brief van 24 februari 2020 met aanbevelingen aan de gemeenteraad.
2
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Onderwijs & ontwikkeling (toegang tot, ondersteuning bij en eventueel aanpassing van de opleiding, art 24 Verdrag) Thuis (het bieden van een passende woning en de bescherming van het gezinsleven, art 19 en 23 Verdrag) Werk & inkomen (toegang tot werk, aanpassingen werkplek, tegemoetkoming extra kosten, art 27 en 28 Verdrag) Vrije tijd (toegankelijkheid van publieke voorzieningen, sport, cultuur, recreatie en het bevorderen van mogelijkheden voor sociale ontmoeting, art 9 en 30 Verdrag) Vervoer (het bieden van ondersteuning bij mobiliteit en het bevorderen van het gebruik van openbare wegen en openbaar vervoer, art 9 Verdrag) Welzijn (toegang tot zorg en ondersteuning en bevorderen van een non-discriminatoire behandeling door zorgpersoneel, art 25 Verdrag)
Als laatste wordt in het Verdrag aan gemeenten gevraagd om specifiek aandacht te hebben voor vrouwen en kinderen met een beperking, omdat zij door hun handicap extra risico lopen op discriminatie. 7. 8.
Vrouwen (bevorderen non-discriminatie door specifieke maatregelen, art 6 Verdrag) Kinderen (mee kunnen doen en mee kunnen praten, belang kind voorop in plaats van belang ouders/gezin, art 7 Verdrag)
4.3. Toezicht en Handhaving Eind 2019 heeft de commissie besloten onderzoek te gaan verrichten naar Toezicht en handhaving op Openbare orde en Veiligheid (THOOV) in de gemeente Veendam. Het betreft een “DoeMeeonderzoek”. Dit wil zeggen dat het onderzoek in meerdere gemeenten tegelijk met dezelfde onderzoeksopzet wordt uitgevoerd. Dit betekent dat de uitkomsten tussen de gemeenten vergeleken worden en zodoende geleerd kan worden van de ervaringen uit verschillende gemeenten.
In het onderzoek hanteerde de commissie de volgende centrale vraag: Welk toezichts- en handhavingsbeleid op het gebied van OOV heeft de gemeente vastgesteld en wordt dit beleid doelmatig en doeltreffend uitgevoerd? In dit onderzoek worden het beleid en instrumentarium op het gebied van THOOV onder de loep genomen. Hierbij wordt het toezicht en handhaving op grond van de Drank- en Horecawet buiten beschouwing gelaten. De centrale vraag wordt onderverdeeld in deelvragen binnen de volgende drie onderwerpen: • Beleid en uitvoeringsprogramma's • Organisatie en uitvoeringspraktijk • Sturing door de raad
Het was de verwachting dat het onderzoek het eerste kwartaal van 2020 zou kunnen worden uitgevoerd en aangeboden aan de gemeenteraad. Door het uitbreken van de coronapandemie is dit niet haalbaar gebleken. Medewerkers van de gemeente en daarbuiten die zich met dit onderwerp bezighouden op zowel beleidsmatig vlak als in de uitvoering, werden voor meer dan 100% ingezet op het beperken van de gevolgen van de crisis. Dit maakte het moeilijk om interviews te plannen en tijd te vinden om documenten aan te leveren. Het onderzoek bleef doorlopen, maar met een behoorlijke vertraging. In december was het hele traject doorlopen, inclusief ambtelijk en bestuurlijk wederhoor,
JAARVERSLAG REKENKAMERCOMMISSIE VEENDAM 2020
Het doel van dit onderzoek was de raad inzicht bieden in de uitvoeringspraktijk van toezicht en handhaving op OOV, met specifieke aandacht voor de rol van de raad ten aanzien van de ontwikkelingen in dit domein. Dit onderzoek kan de raad helpen om meer grip te krijgen op een complex stelsel van verregaande bevoegdheden voor de burgemeester, dat direct raakt aan de inwoners van de gemeente.
3
zodat de commissie het rapport definitief kon maken. Uiteindelijk zal het rapport in januari 2021 aan de gemeenteraad worden aangeboden. In het onderzoeksrapport worden drie aanbevelingen gedaan aan de raad en een vierde is gericht aan het college. De aanbevelingen aan de raad zijn: 1. 2. 3.
Vervolledig en vernieuw het bestaande beleidskader en zorg voor een expliciete koppeling met de uitvoering; Vraag bij het opstellen van nieuw beleid aandacht voor de wijze waarop de regierol van de gemeente wordt ingevuld; Maak als raad gebruik van het huidige momentum om een proactieve rol in te nemen.
5. Financiën 5.1. Budget 2020 Jaarlijks stelt de gemeenteraad een bedrag van € 10.500,- beschikbaar voor de taken van de rekenkamercommissie. Daarnaast is er een reserve rekenkamer gevormd. Indien een deel van het jaarlijkse budget niet wordt gebruikt, wordt het gereserveerd ten behoeve van de uitgaven in de komende jaren. Op deze wijze kunnen eventueel grotere onderzoeken worden gefinancierd. Hieronder worden de kosten over 2020 en de stand van de reserve rekenkamercommissie in beeld gebracht. Resultaat 2020 (€) Beschikbaar budget
10.500,00
Totaal uitgaven Resultaat 2020
380,00 71,28 4.651,14 10.580,00
+/+ 15.682,42 5.182,42
-/-/-
Toelichting Ten opzichte van het beschikbare budget van € 10.500,- is er een tekort van € 5.182 (afgerond). De onderzoekskosten bestaan uit de in 2020 gefactureerde werkzaamheden van het onderzoeksbureau “Necker van Naem B.V, exclusief BTW. De btw vloeit terug via het btw compensatiefonds. De onafhankelijke voorzitter ontvangt een vergoeding voor zijn werkzaamheden. De hoogte van de vergoeding is door de raad bepaald en bestaat uit een vergoeding per vergadering/bijeenkomst en de vergoeding van eventuele reisen verblijfkosten.
5.2.Reserve rekenkamer Bij de vaststelling van de jaarrekening 2013 is door de gemeenteraad besloten om een reserve rekenkamer te vormen en jaarlijks op rekeningbasis het resterende budget van de rekenkamer in deze reserve te storten. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om uiteindelijk ook een grotere rekenkameronderzoeken uit te voeren. De stand van de reserve per 1 januari 2020 bedroeg € 12.100,-. Het tekort van 2020 van € 5.182 wordt onttrokken aan de reserve. Daarmee wordt de stand van de reserve € 6.918. De rekenkamercommissie Veendam, 1 maart 2021.
JAARVERSLAG REKENKAMERCOMMISSIE VEENDAM 2020
Contributie en congressen NVRR Vergaderkosten Kosten onafhankelijke voorzitter Onderzoekskosten
4