05-04 Wijzigingen gemeenschappelijke regeling
Tekst van het document
Wijzigingen gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen
Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen – geldend vanaf 30-10-2021
Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen 2023.
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
In deze regeling wordt verstaan onder:
algemeen bestuur: algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Groningen;
algemeen bestuur: algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Groningen;
BRZO: Besluit Risico’s Zware Ongevallen;
Burgemeester en Wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten;
BRZO-RUD: Regionale Uitvoeringsdienst Besluit Risico’s Zware Ongevallen; Burgemeester en Wethouders: burgemeester en wethouders van de gemeenten; dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Groningen; deelnemers: provincie Groningen en de gemeenten; gemeenten: gemeenten Appingedam, Delfzijl, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde; Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen; IPPC: International Pollution Prevention and Control; Niet-deelnemers: een publiekrechtelijke rechtspersoon of een gemeenschappelijk orgaan waarvoor taken op het gebied van het omgevingsdomein kunnen worden uitgevoerd; Provinciale Staten: Provinciale Staten van de provincie Groningen; raden: gemeenteraden van de gemeenten; Regeling: Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen;
dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Groningen; deelnemers: provincie Groningen en de gemeenten; gemeenten: gemeenten Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde; Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen; Niet-deelnemers: een publiekrechtelijke rechtspersoon of een gemeenschappelijk orgaan waarvoor taken op het gebied van het omgevingsdomein kunnen worden uitgevoerd; Provinciale Staten: Provinciale Staten van de provincie Groningen; raden: gemeenteraden van de gemeenten; Regeling: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen; Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; Bevoegd gezag: het bevoegd gezag als bedoeld in de Omgevingswet.
Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Toelichting: de Wabo komt te vervallen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarom wordt bij artikel 6 lid 1 niet langer gesproken van een Wabo takenpakket maar van een Bouwtaken pakket. Artikel 4 lid 1 – Basistaken Pakket
Artikel 4 lid 1 – Basistaken Pakket
Het basistakenpakket van de Omgevingsdienst Groningen betreft het Basistakenpakket als bedoeld in § 7.1 van het Besluit Omgevingsrecht en mogelijk aanvullend wettelijk opgelegde taken.
Het Basistakenpakket van de Omgevingsdienst Groningen betreft het basistakenpakket als bedoeld in bijlage VI bij artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit en mogelijk aanvullend wettelijk opgelegde taken.
Artikel 5 lid 2 – Milieutakenpakket
Artikel 5 lid 2 – Milieutakenpakket
De taken die binnen het Milieutakenpakket vallen, zijn, naast de taken op grond van artikel 4, vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken betreffende activiteiten in het kader van de Wet Milieubeheer en de daaruit voortvloeiende regelgeving.
De taken die binnen het Milieutakenpakket vallen, zijn, naast de taken op grond van artikel 4, vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken voor milieubelastende activiteiten als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, uitgezonderd de activiteiten bedoeld in artikel 22.41, tweede lid, van het tijdelijke omgevingsplan (bruidsschat).
Artikel 6 Wabo – takenpakket
Artikel 6 – Bouwtakenpakket
Lid 1 De Omgevingsdienst Groningen kan op verzoek van een deelnemer ook, naast het Basistakenpakket en het Milieutakenpakket, alle Wabo-taken uitvoeren. De Wabo-taken vormen het Wabo-takenpakket. Lid 2 De taken die binnen het Wabo-takenpakket vallen, zijn naast de taken op grond van artikel 4 en 5, vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken betreffende activiteiten in het kader van de Wabo en de daaruit voortvloeiende regelgeving.
Lid 1 De Omgevingsdienst Groningen kan op verzoek van een deelnemer ook, naast het Basistakenpakket en het Milieutakenpakket, andere Omgevingswettaken uitvoeren. Deze taken vormen het Bouwtakenpakket. Lid 2 De taken die binnen het Bouwtakenpakket vallen, zijn naast de taken op grond van artikel 4 en 5, vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken betreffende activiteiten in het kader van de Omgevingswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving ten aanzien van het gebruiken en bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden, het veranderen van een monument en het vellen van een houtopstand,
die op verzoek van een deelnemer worden uitgevoerd. Artikel 7 – BRZO – takenpakket Lid 1 De Omgevingsdienst Groningen is aangewezen als BRZO omgevingsdienst voor de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe en coördineert en voert in deze provincies vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken uit voor inrichtingen die vallen onder het BRZO en de IPPC, categorie 4. Toelichting: het begrip BRZO wordt in de nieuwe GR vervangen door Seveso/RIE. BRZOinrichtingen worden onder de Omgevingswet als milieubelastende activiteiten aangemerkt, ‘het exploiteren van een Seveso-inrichting’. In de begripsbepalingen van de aangepaste regeling wordt Seveso niet gedefinieerd.
Artikel 7 RIE4- en Seveso-takenpakket Lid 1 De Omgevingsdienst Groningen is aangewezen als omgevingsdienst, die voor de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe in deze provincies vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken uitvoert en coördineert voor activiteiten: a. met betrekking tot installaties als bedoeld in bijlage I, categorie 4, van de Richtlijn industriële emissies (2010/65/EU) en b. waarop de Seveso-richtlijn (2012/18/EU) van toepassing is.
Artikel 12 - De voorzitter
Artikel 12 – De voorzitter
Lid 2
Lid 2
De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen bestuur en voorzitter van het dagelijks bestuur.
De voorzitter is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.
Artikel 15 – Geheimhouding
Artikel 15 lid 1 – Geheimhouding
Lid 1
Lid 1
Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen
Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in de artikelen 5.1 en 5.2 van de Wet open overheid, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Artikel 18 – Inlichtingen en verantwoordingsplicht
Artikel 18 – Inlichtingen en verantwoordingsplicht
Lid 1
Lid 1
Het algemeen bestuur geeft aan Gedeputeerde
Het algemeen bestuur geeft aan provinciale
Staten of Burgemeester en Wethouders de door een of meer leden van die Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders gevraagde inlichtingen.
Lid 2
staten, raad, Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders de door een of meer leden van dat bestuursorgaan gevraagde of ongevraagde inlichtingen over het door dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door dat bestuursorgaan is bepaald. Lid 2
Een lid van het algemeen bestuur geeft aan Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders die dat lid hebben aangewezen de door één of meerdere leden van deze Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders gevraagde of ongevraagde inlichtingen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door dat bestuursorgaan is bepaald.
Een lid van het algemeen bestuur geeft aan provinciale staten, raad, Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders die dat lid hebben aangewezen de door één of meerdere leden van deze Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders gevraagde of ongevraagde inlichtingen over het door dat lid in dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door dat bestuursorgaan is bepaald.
Artikel 19 – Commissies
Artikel 19 – Commissies
Het algemeen bestuur kan commissies als bedoeld in de artikelen 24 en artikel 25 van de wet instellen.
Het algemeen bestuur kan commissies als bedoeld in de artikelen 24, artikel 24a en artikel 25 van de wet instellen.
Niet bestaand.
Artikel 20 - Samenstelling
Artikel 19a Participatie Het algemeen bestuur kan bepalen wanneer en op welke wijze over de uitvoering van de taken bedoeld in hoofdstuk 2 inwoners van de deelnemers en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld hun mening te geven. Artikel 20 - Samenstelling
Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal 3 leden en maximaal 7 leden. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter, een penningmeester een secretaris en algemene leden.
Het dagelijks bestuur bestaat uit minimaal drie leden en maximaal vijf leden. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter, een penningmeester een secretaris en algemene leden.
Artikel 23 – Geheimhouding
Artikel 23 – Geheimhouding
Lid 1
Lid 1
Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in de artikelen 5.1 en 5.2 van
openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
de Wet open overheid, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Lid 4
Lid 4 Op grond van een belang, genoemd in de artikelen 5.1 en 5.2 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen, hiervan wordt op de stukken melding gemaakt.
Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen, hiervan wordt op de stukken melding gemaakt. Artikel 32 – Begroting en kadernota
Artikel 32 – Begroting en kadernota
Lid 1
Lid 1
Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de ontwerpbegroting, met bijbehorende toelichting aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. Voordat het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting naar de raden en de staten zendt, wordt het ontwerp door het algemeen bestuur besproken en daarna toegestuurd aan de colleges en gedeputeerde staten.
Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 12 weken voor vaststelling in het algemeen bestuur in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de ontwerpbegroting, met bijbehorende toelichting aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. Voordat het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting naar de raden en provinciale staten zendt, wordt het ontwerp door het algemeen bestuur besproken en daarna toegestuurd aan de colleges en gedeputeerde staten.
Lid 4 De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten kunnen binnen 8 weken na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
Lid 7 Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.
Artikel 33 – Jaarrekening
Lid 4 De raad van een deelnemende gemeente en provinciale staten kunnen binnen 12 weken na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Lid 7 Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Artikel 33 – Jaarrekening
Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening vóór 15 april van het jaar volgend op die waarop de voorlopige jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. Daaraan voorafgaand wordt de voorlopige jaarrekening aan de colleges en Gedeputeerde Staten gestuurd.
Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening vóór 30 april van het jaar volgend op die waarop de voorlopige jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. Daaraan voorafgaand wordt de voorlopige jaarrekening aan de colleges en Gedeputeerde Staten gestuurd.
Artikel 34 – Doorberekening van de kosten
Artikel 34 – Doorberekening van de kosten
Lid 1 De kosten van de uitvoering van de takenpakketten en werkzaamheden, genoemd in de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 worden, voor zover deze niet uit andere inkomsten worden bestreden, aan de deelnemers in rekening gebracht door middel van outputfinanciering op basis van producten. Tot 1 januari 2021, of althans zo lang deze wijze van financiering niet kan worden gehanteerd, vindt financiering van de kosten van de uitvoering van de takenpakketten en werkzaamheden als genoemd in de artikelen 4 t/m 8 plaats door middel van lumpsumfinanciering of via gemengde financieringsvormen.
Lid 1 De kosten van de uitvoering van de takenpakketten en werkzaamheden, genoemd in de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 worden, voor zover deze niet uit andere inkomsten worden bestreden, aan de deelnemers in rekening gebracht volgens de in artikel 13 onderdeel b genoemde bijdrageregeling. Lid 2 De kosten die in het kader van de uitvoering van het RIE- en Seveso-takenpakket worden gemaakt, worden afzonderlijk inzichtelijk gemaakt.
Lid 2 De kosten die in het kader van de uitvoering van de BRZO taken worden gemaakt worden afzonderlijk inzichtelijk gemaakt. Niet bestaand
Artikel 43a uittredingsplan 1. Het Algemeen bestuur stelt een uittredingsplan vast. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding. 2. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële -, juridische -, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 4. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten bedoeld in artikel 36 en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde
Artikel 46 - Wijziging
van de formatie die de uittredende gemeente overneemt. 5. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door de Omgevingsdienst Groningen, die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 6. De Omgevingsdienst Groningen brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 7. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van die deelnemer. 8. Het openbaar lichaam en de uittredende deelnemer zijn gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Artikel 46 - Wijziging
Lid 3
Lid 3
Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders hebben de gelegenheid hun zienswijzen binnen 8 weken na dagtekening naar voren te brengen. Vervolgens besluit het algemeen bestuur of en zo ja op welke wijze het voorstel tot wijziging ter besluitvorming naar de deelnemers wordt verzonden.
Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders bieden aan de raden en provinciale staten de gelegenheid hun zienswijzen binnen 8 weken na ontvangst aan hen naar voren te brengen.
Artikel 49a Evaluatie 1. Het algemeen bestuur draagt zorg voor periodieke evaluatie van de regeling. Het stelt daartoe een evaluatieplan op. 2. Ter uitvoering van het eerste lid nodigt het algemeen bestuur de raden en staten ten behoeve van de evaluatie eens in de vier jaar schriftelijk uit, binnen een door hem te bepalen termijn onderwerpen aan te dragen. De aangedragen onderwerpen worden opgenomen
in het evaluatieplan. 3. Indien geen onderwerpen worden aangedragen, dan wordt de evaluatie niettemin geacht te hebben plaatsgevonden. Artikel 50 – Inwerkingtreding en bekendmaking
Artikel 50 – Inwerkingtreding en bekendmaking
Lid 2
Lid 2
De regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
De regeling treedt in werking tegelijk met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan wel, indien de Omgevingswet al in werking is getreden, met ingang van de eerste dag na bekendmaking. In de laatstgenoemde situatie werkt de regeling terug tot aan de eerste dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Artikel 51 - Overgangsregeling
Artikel 51 - Overgangsregeling
Deze regeling heeft onmiddellijke werking en is tevens van toepassing op feitelijke situaties en besluiten die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling onder de toepassing van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen zoals deze per 1 januari 2016 van kracht was. De overgangsbepalingen krachtens de Wet algemene regels herindeling (wet Arhi) gaan voor op het overgangsrecht van deze regeling.
Deze regeling is tevens van toepassing op feitelijke situaties en besluiten die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling onder de toepassing van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen zoals deze per 30 oktober 2021 van kracht was. De overgangsbepalingen krachtens de Wet algemene regels herindeling gaan voor op het overgangsrecht van deze regeling.
Artikel 52 - Citeertitel
Artikel 52 - Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen.
Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen 2023.