05-04 VaststellingsbesIuit GroningenveId gasjaar 2022-2023
Tekst van het document
\n
gemeente Veendam
Aan de gemeenteraad van Veendam
Zaaknummer:
Bijlagen: Verzenddatum:
Betreft:
2022-028215
Behandelddoor: Pascalvan Hoorn E-mailadres: info@Veendam.nl Tel. nummer: 0598 652222 Datum: 17 mei 2022 1
1'9 MEI 2022
VaststellingsbesIuit GroningenveId gasjaar 2022-2023
Geachteraad,
Op 13 april 2022 heeft staatssecretaris Vijlbrief van het ministerie van EconomischeZakenen Klimaat uw college gevraagd advies uit te brengen over de operationele strategie voor het GroningenveId voor het gasjaar 2022-2023. Wij hebben op 17 mei 2022 gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Het ingediende advies is bijgevoegd. Deze bieden wij u ter kennisneming aan.
vriedd
ter
Gemeente Veendam Postbus 20004, 9640 PA Veendam Raadhuisplein 5, 9641 AW Veendam
telefoon 0598 652222 fax 0598 652250
e-mail info@veendam.nl website www.veendam.nl
pag. 1 van 1 bank nr. NL64BNGH0285008676
ADVIESAAN DE STAATSSECRETARIS VAN EZK ten behoeve van het vaststellingsbesIuit Groningenveld voor het gasjaar 2022/2023
GemeenteVeendam 17 mei 2022
Inhoud
1. Inleiding .................................................................................................... 3 1.1 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 3 2.
Leveringszekerheid, afbouw en capaciteitsbehoefte ......................................................................4
3. Veiligheidsnorm 10-5 en tempo versterken gebouwen ......................................................................4
4. Afhandeling schade.............................................................................................................................. 6 5. Maatschappelijke gevolgen van bodembeweging door gaswinning...................................................7
1. Inleiding U heeft ons op 13 april 2022 gevraagd advies uit te brengen over de operationele strategie voor het
GroningenveIdvan NAM voor het gasjaar2022-2023. Specifiek vraagt u ons wat ons oordeel is over de voorgestelde operationele strategie en variant voor het gasjaar 2022-2023 op basisvan onze kennis van de regionale situatie.
Het gasjaar2022-2023is het eerste jaar waarin het Groningenveldniet meer nodig is voor leveringszekerheid op basisvan de gemiddelde temperatuur. Het Groningenveld produceert, temperatuuronafhankelijk, in 2022-2023op minimumflow, wat wiI zeggendat productie uit het veld aIleen nog opgestart kan worden wanneer zich extreme koude temperaturen voordoen en gelijktijdig uitval van bijvoorbeeld stikstofinstallaties. Hiermee wordt komend gasjaar de stap gezet naar een definitieve sluiting van het veld in oktober 2023. Wij hebben samen met de overheden in de regio de door u verstrekte documenten beoordeeld en zijn tot voorliggend advies gekomen. Wij verwachten met dit advies een goede bijdrage te leveren aan het door u te nemen vaststellingsbesIuit en daarmee aan de door u ingezette lijn om het Groningenveld in oktober 2023 definitief te sluiten. Wij hebben ons advies gebaseerd op onderstaande door u toegestuurde documenten: Verwachtingenbrief - brief van EZKaan NAM met verzoek tot het indienen van een operationele strategie voor het gasjaar 2022-2023 d.d. 15 februari 2022; GTS-ramingbenodigd Groningenvolume en capaciteit gasjaar 2022-2023 en verder d.d. 31 januari 2022; De operationele strategie (OS)opgesteld door NAM met de SDRAopgesteld door
TNOd.d. 25 maart 2022 en 6 april 2022; Analyse door Nationaal Co6rdinator Groningen van SDRA,d.d. 5 april 2022.
Voorts hebben wij ons advies gebaseerd op diverse documenten die betrekking hebben op maatschappelijke effecten van de gaswinning in onze provincie.
1.1 Leeswijzer Wij hebbenons adviesopgebouwd aan de hand van de punten genoemdin artikel 52d van de Mijnbouwwet. In dit artikel wordt bepaald op welke onderdelen u een toetsing moet uitvoeren bij de vaststelling van het veiligheidsbelangen het maatschappelijkbelangdat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas.
2. Leveringszekerheid, afbouw en capaciteitsbehoefte Op basis van artikel 52d van de Mijnbouwwet dient u bij uw besluit over de hoogte van de winning ook het tempo van de afbouw van de vraag naar laagcalorisch Groningen-gas (G-gas)af te wegen. In uw wijzigingsbesluit van 1 april 2022 spreekt u uit dat het uw inzet is om het Groningenveld in oktober 2023 definitief te sluiten. Ondanks de geopolitieke ontwikkelingen die momenteel in de wereld spelen houdt u vast aan de belofte die aan Groningen is gedaan. Wij waarderen uw
standvastigheid in deze. Tegelijkertijd vragen wij u ook om de kwalitatieve en kwantitatieve risico's in beeld te brengen wanneer het afbouwpad wel vertraagd of stagneert. Eventuele gevolgen hiervan moeten voor ons en onze inwoners inzichtelijk zijn. Op 30 maart 2022 heeft DNVde GTS-raminggevalideerd en aanbevelingen gedaan. In uw Kamerbrief
van 21 april jl. geeft u aan de aanbevelingenin uw ontwerpbesluit mee te nemen. We zijn benieuwd hoe dat vorm zal krijgen. Het lijkt ons zinvol om nadere uitwerking te (laten)geven aan de aanbevelingen,gericht op het robuuster maken van gassysteem voor de (nabije) toekomst. We denken daarbij in eerste instantie aan de beschikbaarheid van hoogcalorisch gas. Ook de beschikbaarheid van laagcalorischgas is daarvan,ook nu al, zeer afhankelijk. In tweede instantie vinden we de beschikbaarheiden de wenselijke inzet van de drie caverne-systemen (15 cavernes) in Epe(Duitsland), die rechtstreeks aan het GTS-systeem zijn gekoppeld, van belang. Wij adviseren u: •
in het vaststellingsbesIuit aan te geven welke kwalitatieve en kwantitatieve risico's verbonden zijn aan vertraging of stagnatievan het afbouwtraject voor de sluiting van het GroningenveId.
3. Veiligheidsnorm 10-5en tempo versterken gebouwen Het blijft van belang dat alle inwoners van Groningen netto veilig in Groningen kunnen wonen en
werken aIs de inwonersvan de rest van Nederland. De Seismische Dreigings- en Risico Analyse (SDRA) is hierbij een prioriteringsinstrument
voor de
versterkingsopgave. TNO constateert dat de SDRAop basisvan de door EZKvoorgeschreven modelinstellingen laat zien
dat er bij een winning van 1,7 bcm geen gebouwen meer zijn die niet voldoen aan de veiligheidsnorm P50. AIs de verwachtingswaarde P90wordt gehanteerd zijn dit er 16 in gasjaar 2022-2023, 13 in 2023-2024, 5 in 2024-2025 en 0 in 2025-2026. Daarmee kan worden gesteld dat op basis van het uitgevraagde model van de SDRAde operationele strategie voor gasjaar 2022-2023 niet leidt tot nieuwe panden die aan het versterkingsprogramma moeten worden toegevoegd. In oktober 2021 heeft TNO aan EZKgeadviseerd over aanpassingen van de modelinstetlingen van de
SDRA.TNO zegtdat het model dan beter aansluitop de werkelijkheid en de laatste wetenschappelijke inzichten. Bij het vaststellingsbesIuit 2021-2022 heeft TNO op basis van deze 4
voorgestelde aanpassingeneen gevoeligheidsanalyse uitgevoerd wat leidde tot een toename van het
aantal gebouwen dat niet aan de veiligheidsnormzouvoldoen. De minister van EZKheeft de NCG toen opdracht gegeven om in beeld te brengen waar deze adressen zich bevinden en ofdeze al onderdeel zijn van het versterkingsprogramma. De 37 adressendie buRen het versterkingsprogramma vielen zijn vervolgens toegevoegd. Bij het wijzigingsbesluit 2021-2022 en in voorbereiding op het vaststellingsbesIuit 2022-2023 heeft
TNO deze analyseook uitgevoerd. Met de door TNOgeadviseerdeaanpassingenlaat het model een, zij het beperkt, hogere seismischeactiviteit, een grotere kans op zwaardere bevingen, meer seismische dreiging, en een hoger seismisch risico zien, ten opzichte van de door EZKvoorgeschreven modelinstetlingen. Op basis van de door TNO voorgestelde modelinstellingen voldoen 930 adressen in gasjaar 20222023 niet aan de veiligheidsnorm P50. Daarbij geeft TNO aan dat schuurgedeeltes van boerderijen het meest kwetsbaar zijn. Dat is een aanzienlijk hoger aantal dan de 0 adressen die uit door EZK uitgevraagde modelinstellingen komen. Eenanalyse van het verschil in P90 adressen is niet toegevoegd door TNO.Voor ons is het weI belangrijk hier zicht in te hebben vanwege het
versterkingsprogramma. TNO adviseert nogmaals om de door hen voorgestelde wijzigingen van de modelinstellingen te laten reviewen en deze vervolgens toe te voegen aan de modellen. In ons advies voor het gasjaar 20212022 hebben wij u dit ook al geadviseerd. Wij sluiten ons dan ook van harte aan bij het advies van TNO. Door te werken met an set van modelinstellingen wordt voorkomen dat er telkens een groot verschil wordt gevonden in de te versterken gebouwen. Dit leidt tot grote onrust onder onze
inwoners en heeft impact op onzeversterkingsoperatie. Uit de check die de NCGop het aantal van 930 adressen heeft gedaan blijkt dat 866 gebouwen reeds onderdeel van het versterkingsprogramma uitmaken en dat 27 gebouwen aangemeld zijn voor
opname op verzoek. Voor 37 gebouwen geldt dat dezeniet in onzeversterkingsscopezitten. U geeft aan dat u over de 37 gebouwen in overleg met de regio wil bekijken hoe hier mee om te gaan.Wij onderschrijven deze aanpak maar benadrukken dat het erg belangrijk is om de modelinstellingen te laten reviewen en tot 66n set van modelinstellingen te komen. Net aIs by het vaststellingsbesIuit 2021-2022 constateren we nu weer dat het versterkingsprogramma minder vastomlijnd is dan weI eens wordt aangenomen. Elke knop waaraan gedraaid wordt levert meer of minder adressen op met een risicoprofiel. We worden nu weer geconfronteerd met uitkomsten van 2 modellen die substantieel van elkaar verschillen. Op papier lijken de verschillen nog abstract maar het gaat in potentie om 930 adressen waar gezinnen en mensen wonen, leven en werken. Dit soort fluctuaties, die ontstaan door verschillende instellingen
van modellen en wijzigingen zijn slecht voor de uitlegbaarheiden daarmee het vertrouwen dat onze inwoners hebben. Een review moet een eind maken aan deze verschillen. Of gebouwen daadwerkelijk voldoen aan de veiligheidsnorm weten we pasecht wanneer deze gebouwen zijn beoordeeld. Daarom blijft het van groot belang om de opname en beoordeling van de resterende adressen uit het versterkingsprogramma snel uit te voeren. En dat betekent dat er voortdurend aandacht moet zijn voor de beschikbare capaciteit hiervoor. Temeer daar steeds duidelijker wordt dat het percentageuitval uit de typologieaanpakhogeris dan by aanvangdaarvan verwacht. In een schriftelijk met u gedeelde gespreksagenda hebben wij deze en andere aandachtspunten benoemd. Desalniettemin adviserenwij u om ewoor te zorgen dat de NCG voldoende opname- en beoordelingscapaciteitter beschikkingheeft om het versterkingsprogramma adequaat uit te voeren. Zodat niet aIleen de voortgang op dit vlak is geborgd maar ook de 5
noodzakelijke versnelling, waarover o.a. SodM u meermaals heeft geadviseerd, kan worden
gerealiseerd . Inmiddels is ACVGgestart met een onderzoek naar adressen buiten het versterkingsprogramma. Doel van dit onderzoek is om te bepalen of het voldoende aannemelijk is dat gebouwen buiten de scope van het versterkingsprogramma aan de veiligheidsnorm voldoen. Het beantwoorden van deze vraag veronderstelt begrip van de opbouw van de scope en de principes die hieraan ten grondslag liggen. Het is van belang dat daarbij ook de aanbevelingen van TNO ten aanzien van de SDRAworden meegenomen omdat dit een principe is dat invloed heeft op de omvang en (verdere) opbouw van de
versterkingsopgave. Tenslotte vinden wij het van belangdat de NCGvoldoende regelruimte en financien krijgt om de problemen van bewoners (duurzaam) op te tossenin de versterking. Dat draagt ook bij aan vertrouwen van onze inwoners in de overheid en zal ook zijn effect hebben op hun sociaal welbevinden. Wij adviseren u:
•
•
ook de P90gebouwen door TNOin beeld te laten brengen;
•
de modelinstellingen zoals geadviseerd door TNO te reviewen en toe te voegen aan het basismodel van de SDRAzodat er in het vervolg geen verschil in uitkomst meer is; in overleg met ons te bekijken hoe de 37 gebouwen die uit de SDRAkomen onderdeel van
het versterkingsprogrammaworden; •
om ervoor te zorgen dat de NCGvoldoende opname- en beoordelingscapaciteitter beschikking heeft om de versterkingsopgave adequaat uit te voeren;
•
•
voortdurend in te zetten op de noodzakelijkeversnellingvan de versterkingsopgave; de NCG meer regelruimte en financi6n te geven om prob}emen van inwoners (duurzaam) op
te lossen.
4. Afhandeling schade Uit de OS blijkt dat ook bij gaswinningvoor minimumflow schadeaan gebouwen is te verwachten. Daarmee blijft de behoefte aan ruimhartige en rechtvaardige schadebeoordeling bestaan, helemaal
nu uit verschillende onderzoekenblijkt dat de behandelingvan schadeeffect op gezondheid kan het)ben. Wij vinden dat het IMGvoldoende regelruimte en financien moet hebben om ervoor te zorgen dat bewoners ruimhartigheid en rechtvaardigheid gaan ervaren. Het IMG moet in staat worden gesteld om problemen van bewoners op te lossen,ook aIsdat strikt genomenverder gaat dan de aansprakelijkheid van NAM. Dat vraagt om een verruiming van de bevoegdheden van het IMG. Het IMG biedt de mogelijkheid om bij een eerste meldingvan eenvoudige schadete kiezenvoor een eenvoudige behandeling van de melding en een vergoeding van € 5,000,--, Wij vinden dat een eenvoudige behandeling, waarbij niet elke schade bediscussieerd wordt, ook gekopieerd moet
worden naar complexeen/of meewoudige schade.Het zijn vooral de zwaarstgedupeerdendie moeten profiteren van ruimhartigheid.
6
Daarnaast zijn er inwoners die schade hebben als gevolg van andere mijnbouwactiviteiten, zoals kleine gasvelden of zoutwinning. Voor hen geldt dat moet worden uitgeplozen waar welke schade vandaan komt omdat er verschillende schaderegelingen gelden: een regeling voor
mijnbouwactiviteiten uit het Groningenvelden een regelingvoor andere mijnbouwactiviteiten. Bij een combinatie van schade-oorzakengelden er dus verschillende regelingen bij verschillende instanties op basis van verschillende kaders. Dit doet geen recht aan de situatie van inwoners. WU willen voor al onze inwoners een ruimharige, onafhankelijke en rechtvaardige schadeafhandeling ongeacht de aard en locatie van de mijnbouwactiviteiten
Wij blijven daarom evenalsvoorgaandejaren van mening dat het noodzakelijkis dat er 66n loket komt waar alle mijnbouwschade gemeld en afgehandeld kan worden.
Wij adviseren u: •
het IMG voldoende regelruimte en financi6n te geven om schade rechtvaardig en ruimhartig
te vergoeden; •
er bij het IMG op aan te dringen om meergericht te op het oplossenvan problemen van bewoners en minder op het afhandelen van de aansprakelijkheid van NAM;
•
het IMG de mogelijkheid te geven om ook bij complexe en/of meemoudige schade een eenvoudige behandeling van de schademelding aan te bieden waarbij niet elke schade
bediscussieerdwordt; •
zorg te dragen voor de realisatie van 66n loket voor mijnbouwschade in Groningen.
5. Maatschappelijke gevolgen van bodembeweging door gaswlrlnlrlg Het vaststellingsbesIuit2022-2023is een mijlpaal in de afbouw van gaswinning uit het GroningenveId.Eerder dan verwacht in het basispadvan het Kabinetvan 2018, is het punt bereikt dat het Groningenveld niet meer produceert voor de leveringszekerheidop basisvan de gemiddelde temperatuur, maar aIleen nog voor extreme situaties en de minimumflow om die situaties op te vangen. Feitelijk is fase I (minimumflow) uit de nog niet in werking getreden 'Wet wat na nuI' aangebroken. Dat is een belangrijk moment. De problemen door gaswinning zijn met het beeindigen van de gaswinning nog niet voorbij. Door drukvereffening blijven er nog jarenlang bevingen en blijft er dus schade. Het versterkingsprogramma is nog (lang) niet afgerond. Procedures rond schade en versterking leiden tot gezondheidsproblemen, net als onzekerheid over het bedindigen van de gaswinning. Bewoners
blijven dus ook na be6indigingvan gaswinning uit het GroningenveIdnog jaren geconfronteerd met de problemen doorgaswinning. Een hele generatie is opgegroeid met deze problemen. Ondertussen is de geopolitieke situatie gewijzigd en is er druk om het Groningenveld (langer) open te houden. De problematiek voor bewoners in Groningen wordt daarbij versimpeld tot een kwestie van voldoende compenseren, daarbij voorbijgaand aan de continue ontwrichting waar een groot aantal van onze bewoners mee geconfronteerd is en wordt. De noodzaak om gaswinning uit het GroningenveId te beeindigen is niet aIleen een kwestie van geld (compenseren) en veiligheid
(versterken), maar ook en vooral een kwestie van het bieden van perspectief op een periode zonder 7
bevingen, schade, versterking en alles wat daarbij komt kijken. Wij waarderen het dat u in het wijzigingsbesluit 2021-2022 vasthoudt aan het zo snel mogelijk bedindigen van gaswinning uit het Groningenveld.
Wij benadrukken wel dat er met het overstappenop de minimumflow een psychologischpoint of no return is bereikt. Nu weer teruggaan naar gaswinning voor leveringszekerheid op basisvan de
gemiddelde temperatuur is wat ons betreft geen optie meer: het effect daarvanzal zonder meer ontwrichtend zijn. Het perspectief van bedindiging van gaswinning in 2023 dat nu geboden wordt, mag niet meer worden afgenomen. Communicatie hierover is essentieel; zowel richting onze bewoners als richting diegenen die van u vragen het Groningenveld (langer) open te houden.
Wij adviseren u: • zich in het vaststellingsbesIuit 2022-2023 (nogmaals) duidelijk uit te spreken over het be6indigen van gaswinning uit het Groningenveld in 2023; •
de wet ’Wat na nuI' zo snel mogelijk aan de Tweede Kamer aan te bieden.