05-04 antwoord aan raadslid Meerloo op vraag over artikel 2.10 APV
Tekst van het document
antwoord raadslid Meerloo op vraag over artikel 2:10 APV Tijdens de behandeling van de APV wijzigingen in de raadscommissie fysiek van 28 november j.l. werd door VVD-raadslid mevrouw Meerlo de volgende vraag gesteld: 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. De vraag is nu welke eisen dat zijn en wie dat controleert. Als het gaat om redelijke eisen van welstand kan door de gemeente advies worden gevraagd aan de welstandscommissie (Libau). De eisen zijn te vinden in de Welstandsnota, waarin algemene en gebiedsgerichte welstandscriteria te vinden zijn. Het gaat er dan bijvoorbeeld om dat er een positieve bijdrage is voor de kwaliteit van de openbare ruimte en de te verwachten ontwikkeling. Een ander voorbeeld is maatverhoudingen ten opzichte van de omgeving. De criteria hangen dus grotendeels af van het specifieke geval. Een aantal concrete voorbeelden zijn: -
-
Het plaatsen van bermmonumenten of gedenktekens op de weg Afsluiting van de weg door een hekwerk waardoor de doorgang wordt belemmerd Het plaatsen van een klein marktkraampje op de weg voor het huis. Denk hierbij bijvoorbeeld aan van die verkoopkraampjes voor fruit e.d. of een minibibliotheek die mensen bij de weg hebben staan. Artikel 2:10 zou dan van toepassing zijn als het op de weg staat. Opslag van bouwmaterialen op de weg Plaatsen van reclameborden of containers
Op grond van de APV geldt een algemene regel voor het plaatsen van voorwerpen op de weg. Mocht er discussie zijn of iets wel of niet de doorgang belemmert kan hiervoor een ontheffing worden afgegeven. De welstandscommissie wordt uiteraard niet altijd om advies gevraagd en dat hoeft ook niet omdat het hier een zo genoemde “kan bepaling” betreft. Er kan op deze manier worden opgetreden, het hoeft niet.