CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-04 Algemeen veegplan Veendam 2023 Bijlagen bij de toelichting

Commissie Fysiek 6 mei 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Algemeen veegplan Veendam 2023”11.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

De resultaten van de groentoets zijn als volgt: Op basis van de terreinopname kan geconcludeerd worden dat de opgenomen bomen zich in een goede conditie bevinden. De bomen (nr. 3 & 4) worden verdrukt door de zomereik (nr. 5). Dit geldt ook voor Salix caprea (wildgroei), nabij de vijver. Deze bomen zullen worden verwijderd. In de boom Salix alba (nr. 17) is een spechtengat geconstateerd op een hoogte van 8m. Aan de achterzijde bevindt zich een scheur met een verborgen holte op ca. 2m. Aan de zuidwest zijde is in het verleden een (zaag)snede gemaakt nabij de stamvoet. Geadviseerd wordt om deze nader te laten onderzoek of in het kader van de voorgenomen bedrijfsontwikkelingen uit voorzorg te verwijderen. De groensingels zijn reeds uitgedund en gesnoeid. Enkele snoeiwonden zijn fors en zijn incidenteel beschadigingen waargenomen. De snoei bevordert de gelaagde opbouw in de groensingels, waardoor heesters de kans krijgen zich te ontwikkelen. Op basis van de landschappelijke inpassing en het passen binnen de NNN (Natuurnetwerk Nederland) voorheen EHS (Ecologische Hoofd Structuur). Kan overwogen worden om de groensingel met enkele inheemse lage heesters (bosplantsoen) aan te vullen, zoals Prunus spinosa en Crataegus monogyna.

afb.17 Kaart behorende bij de groentoets (bron: Roelofs)

Op basis van het erfinrichtingsplan zal een omgevingsvergunning m.b.t. het kappen van houtopstanden aangevraagd moeten worden voor nr. 12/13/14/15 & 18. Toekomstige transportbewegingen zullen hierdoor worden belemmerd. Het terrein, incl. het te slopen gebouw aan de westzijde van het terrein kan worden gebruikt voor herplant/ compensatie van de te kappen bomen. Door de aanplant kan het huidige gesloten karakter van het erf behouden blijven. De westzijde wordt versterkt door het verdwijnen van de overkapping en de aanplant van een groensingel. Lichtuitstraling van op en afdraaiende voertuigen wordt hiermee tot een minimum beperkt. De nieuw geadviseerde groensingel bestaat uit een overwegend inheems sortiment, wat past binnen het landschappelijke gebied, een verhoogde ecologische waarde heeft en aansluit op de bestaande groensingels.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

Wetenschappelijke naam

NL naam

maat

Acer campestre ‘Elsrijk’

veldesdoorn

16-18

veldesdoorn gewone hazelaar eenstijlige meidoorn kardinaalsmuts gewone liguster sleedoorn lijsterbes

100-125 100-125 100-125 100-125 100-125 100-125 100-125

plantverband

Bomen

Bosplantsoen 5% Acer campestre 15% Corylus avellana 10% Crataegus monogyna 15% Euonymus europaeus 20% Ligustrum vulgare 10% Prunus spinosa 20% Sorbus aucuparia

*bosplantsoen wordt aangeplant met 1,25st/m2

100x125cm 100x125cm 100x125cm 100x125cm 100x125cm 100x125cm 100x125cm

4.10 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de veiligheid van mensen in een plangebied in relatie tot de opslag, het gebruik, de productie en het transport van gevaarlijke stoffen in of nabij het plangebied, voor zover die activiteiten risico’s voor de bevolking kunnen geven. Met het plan worden geen nieuwe risicovolle activiteiten in het plangebied geïntroduceerd1. De planlocatie ligt op minimaal 60 meter afstand van een gasleiding. Dit is meer dan de richtafstand van 35 meter. Het groepsrisico neemt met de planontwikkeling niet toe. Op grond van het Provinciaal Basisnet Groningen moet de 30-meterzone rond de provinciale wegen in acht genomen worden, gemeten vanuit de rand van de weg. Binnen deze 'Veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen' mogen geen nieuwe objecten ten behoeve van minder zelfredzame personen worden geprojecteerd. De planlocatie ligt buiten deze zone. Betekenis voor dit project Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de wijziging van het bestemmingsplan.

4.11 Kabels en Leidingen In een bestemmingsplan dienen planologisch relevante leidingen te worden weergegeven die beperkingen kunnen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Uit de informatie van de gemeente blijkt dat er geen relevante leidingen aanwezig zijn die het initiatief belemmeren.

4.12 Opslag en overslag van goederen De onderneming richt zich voor een groot deel op de agrarische sector (vervoer van varkens, graan & pootaardappelen), maar de vrachtauto’s zijn zodanig ingericht dat ook industriële goederen vervoerd kunnen worden. Één van de belangrijke activiteiten is de distributie van pootaardappelen, waarvan momenteel ca. 1100 ton aardappelen worden opgeslagen in de mechanisch gekoelde opslag. Het is de bedoeling om deze inpandige opslag te vergroten binnen de bestaande bedrijfspanden.

1

In de loodsen worden geen gevaarlijke stoffen opgeslagen. Het betreft agrarische producten, vooral aardappelopslag. De koelingsinstallatie in de huidige situatie bevindt zich in de loods aan de oostzijde. Deze is momenteel vervangen.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

4.13 Toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking Het voorgenomen plan sluit als volgt aan bij de uitgangspunten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking': Uitgangssituatie:  Er is sprake van de herstructurering van een bestaand agrarisch erf.  Het betreft een plan voor verplaatsing van een reeds bestaand bedrijf.  Voor het transportbedrijf is een bedrijfswoning noodzakelijk. Trede 1 - Is er een regionale behoefte? Het plan voldoet aan een actuele behoefte van transportbedrijf Kamphuis & Zn. Het bedrijf wordt op dit moment op de huidige locatie belemmerd in haar ontwikkeling. Het CBS heeft in het tweede kwartaal van 2017 een groei van de transportindustrie van 15,6% laten zien (bron: http://metaalkrant.nl/2017/08/23/omzet-en-prijzen-metaal-in-de-lift/). Op dit moment heeft Kamphuis 5 trekkende wagens. Het streven is om geleidelijk te groeien naar maximaal 15 trekkende eenheden. Trede 2 - Is (een deel van) de regionale behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied? De bedrijventerreinen aan de Meihuizenweg en de Dallen zijn potentieel geschikt voor transportbedrijven. Dit betreft nu nog lege locaties. Op deze locaties is echter de realisatie van een bedrijfswoning niet mogelijk. Het gebied waarop het afwijkingsbesluit van toepassing is, ligt in het buitengebied van Veendam. Het is een herstructureringslocatie.

Met de sloop en transformatie van oude panden en de herinrichting van het bestaande erf wordt optimaal gebruik gemaakt van het gebied en wordt geen extra beslag gelegd op gronden in het landelijk gebied. Door het optimaal inrichten van het plangebied wordt voldaan aan het uitgangspunt om eerst bestaande stedelijke locaties te benutten voor stedelijke ontwikkeling. Er zijn geen alternatieve locaties beschikbaar binnen de reikwijdte van het plan. Trede 3 – Is de locatie multimodaal bereikbaar? Stap 3 van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling is niet aan de orde, aangezien er geen sprake is van uitbreiding met stedelijke voorzieningen buiten het bestaand stedelijk gebied. Doordat de projectlocatie aan de grens van de bebouwde kom van Veendam is gesitueerd, is de locatie goed bereikbaar per fiets, openbaar vervoer en auto en voldoet daarmee aan de derde trede.

4.14 M.e.r.-beoordeling In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Betekenis voor dit project De aangevraagde nieuwbouw is voor het aspect milieu niet vermeld in de C- of D-lijst van het Besluit MER. Het uitvoeren van een MER of het opstellen van een mer-beoordelingsnotitie is daarom niet aan de orde. Gelet op de kenmerken van het plan (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de plandrempels uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten treden er geen belangrijke negatieve milieugevolgen op. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in dit hoofdstuk zijn opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

4.15 Conclusie toets van de omgevingsaspecten Gelet op de onderzoeksresultaten in dit hoofdstuk blijkt dat er geen belemmeringen zijn in het kader van milieuhinder, archeologie, bodem, water, luchtkwaliteit, externe veiligheid, archeologie, ecologie en duurzaamheid om medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling aan het Vosseveld. Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven voorgenomen ontwikkeling, zijn uitgesloten. Een m.e.r.(-beoordeling) is niet noodzakelijk. Voor de aan te vragen oprichting van een transportbedrijf op de nieuwe locatie aan het Vosseveld 6 te Veendam moet een melding Activiteitenbesluit bij de gemeente Veendam worden ingediend.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

5 Afweging maatschappelijke en economische haalbaarheid

5.1 Algemeen Wettelijk gezien bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid aspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Proces In het voortraject van dit project is er intensief overleg geweest tussen initiatiefnemer en de afdeling ruimtelijke ontwikkeling van de Kompanjie. Hierbij zijn de hoofdlijnen van het plan vastgelegd. Procedure Deze omgevingsvergunningaanvraag betreft de realisatie van verhuizing van het transportbedrijf Kamphuis naar het Vosseveld 6 en het aanpassen van de planologische mogelijkheden op de locatie Middenweg 63. Voorliggend document inclusief verbeelding is een ruimtelijke onderbouwing voor de uitgebreide afwijkingsprocedure als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3. Op basis van deze ruimtelijke onderbouwing kan de gemeente het besluit tot afwijking van het bestemmingsplan nemen. De WABO schrijft voor dat de ontwerp omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing gedurende 6 weken ter inzage wordt gelegd, afdeling 3:4 Awb. Tijdens deze ter inzage termijn kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen. Na de termijn van zienswijzen worden deze toegevoegd aan onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Inmenging van de gemeenteraad is niet nodig omdat de aanvraag past binnen de voorwaarden van de door de raad op 30 september 2013 afgegeven algemene verklaring van geen bedenkingen. Wel dient de aanvraag naar de Commissie Vrom te worden gestuurd. De leden van de Commissie Vrom hebben 2 weken de mogelijkheid om hierop te reageren.

5.3 Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie Op 1 juli 2008 is Wet ruimtelijke ordening inwerking getreden. In deze wet is de Grondexploitatiewet opgenomen. Doelstelling van de wet is een goede regeling voor het kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Een van de belangrijkste items in de wet is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Een gemeente moet de kosten verhalen en mag er niet meer van afzien. Het verhalen van kosten kan op basis van de publiekrechtelijke als de privaatrechtelijke weg. De privaatrechtelijke weg heeft de voorkeur. Het voorliggende plan is een initiatief van het Transportbedrijf Kamphuis en Zn., dat graag de leegstaande gebouwen en het omliggende erf van de voormalige kwekerij aan het Vosseveld 6 wil gebruiken als nieuwe bedrijfslocatie, om op deze wijze uit het lint van de Middenweg te kunnen verhuizen. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Voor de gemeente Veendam zelf zijn er vooraf geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het plan. Er is geen sprake van op de initiatiefnemer te verhalen kosten. Wel wordt met de initiatiefnemer een planschadeafwikkelingsovereenkomst getekend, zoals bedoeld in artikel 6.4a Wro.

Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Veendam komt, maar voor rekening van de initiatiefnemer. In de omgevingsvergunning worden de voorwaarden opgenomen, vanuit de gemeente Veendam, voor de beoogde ontwikkeling. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische en financiële uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

6 Conclusie van de afwegingen Door middel van de ruimtelijke onderbouwing zijn de ruimtelijke, beleidsmatige, milieukundige en haalbaarheidsaspecten van de voorgenomen verhuizing van transportbedrijf Kamphuis en zn. naar het Vosseveld 6 beoordeeld. De functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid van leegstaande agrarische bedrijfsgebouwen past binnen de ambities uit het ruimtelijke ontwikkelingsperspectief voor dit gebied van de gemeente Veendam en voldoet aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ruimtelijke opbouw sluit aan op de bestaande landschappelijke structuur en biedt een passende invulling van de locatie. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van een versterking van de aanwezige historische structuur van het landschap en sluit aan op het DNA van het gebied. De ruimtelijke kwaliteit van de planlocatie zal door de transformatie van de leegstaande panden en herinrichting van het erf toenemen, zonder de milieulast op de omgeving te vergroten. De ontwikkeling is in overeenstemming met het ruimtelijke beleid van Rijk, provincie Groningen en gemeente Veendam voor de planlocatie. Na onderzoek zijn er uit oogpunt van milieu geen belemmeringen gebleken ten aanzien van deze ontwikkeling. De milieusituatie aan het Vosseveld zal niet verslechteren, terwijl de milieusituatie aan de Middenweg verbetert.

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De verhuizing van het transportbedrijf naar het Vosseveld betekent, na een afweging van de verschillende belangen, een goede invulling van het plangebied. Het nemen van een afwijkingsbesluit, als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3, van het vigerende bestemmingsplan in combinatie met het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwplan is daarom aanvaardbaar. Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat het voorgenomen project voldoet aan de eis van een goede ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

I. Erfinrichtingsplan

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

II.

Akoestisch onderzoek

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

III.

Rapport bodemonderzoek

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

IV.

Waterparagraaf

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

V. Flora & Fauna Quickscan

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

VI.

Groentoets

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

Ruimtelijke onderbouwing nieuwe vestiging Kamphuis – Ruimtelijke onderbouwing R01-D02-11044173-rle

Rijksweg

33

339

622

9A

471

Vosseve

ld

472

516

11

387

Erfinrichtingsplan

535

103

517

Opst Gere elpla kend

eden 4.00

ats metvrac 15 htwa trek gen kend e eenh

518

536

19.50

369

Rijksweg

33

284

286

k

k

k

4.50

k

6

372 vb

vb

vb k

vb

vb

Driebor ghweg vb

5.00

6.00

ld

6.00

5.00

Vosseve

Inri gen chti ome ng n priv in é het

N3 3

terr erfi ein nric is htinniet gsp mee lan -

4.50

vb

6.80

8

370

6.00

vb

vb

vb

520

vb

521

vb

430

ld

519

k

Driebo rghweg

vb k

vb hm vb

vb

vb

k

vb vb vb

3

vb

cai

N3

vb

Opstelplaats vrachtwagen Gerekend met 15 trekkende eenheden

vb vb k

k vt

vb

vb

vb

Vosseve

ld

Dr ie

vb

429

Vo sse ve

k

bo rg Pr hw (N ovi eg n 36 c 6) iale w eg vb

vb

532

vb

hm

Provinc

ialeweg

vb

k

491

vb r vb

hm

k

hm

vb

vb

490

k

531

19.50

4.00

k

hm

Zuidwending

Driebor ghweg

421

266 522 Zuidwending

267

247

k

vri

248

234 19

vb

235

158

21

236

21

15 vb

Overzichtskaart Schaal 1:5000

6

53

LEGENDA

kavelgrens

bestaande watergangen

bebouwing

te slopen bebouwing

gesloten verharding

6.00

stelcon platen

elementenverharding

puinverharding

gazon/berm

te kappen boom i.v.m. bedrijfsmatige veranderingen van het terrein

te planten bomen

bestaande groensingel

nieuwe geadviseerde groensingel

transportbewegingen 6 6.80

Inrichting privé terr ein is nie genomen t meein het erf inrichting splan

8

Transportbedrijf Kamphuis & Zn - Erfinrichtingsplan 6.00

Schaal 1:200

5.00

6.00 5.00 4.50

4.50

4 28

Vosseveld

22 september 2017

Blad 01 van 03

6

28

9 36

Advies

Onderwerp:

Milieukundige beoordeling van een ruimtelijke onderbouwing m.b.t. verhuizing Transportbedrijf Kamphuis

Opsteller:

E. Hageman

Datum:

04-12-2018

zaaknummer:

Z2018-00010011

bevoegd gezag:

Gemeente Veendam

zaaknummer BG

Vosseveld 6

Aanleiding adviesvraag Transportbedrijf Kamphuis & Zn heeft het voornemen om het bedrijf te verplaatsen van de Middenweg 63 te Veendam naar het Vosseveld 6 te Veendam. Voor de verplaatsing is o.a. een aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Om deze reden is door de gemeente Veendam op 27 september 2018 aan de ODG om advies gevraagd m.b.t. de milieuaspecten voor deze aanpassing. Bij de adviesvraag zijn de volgende documenten gevoegd die beoordeeld zijn: 1. ruimtelijke onderbouwing 14-9-2018; 2. akoestisch onderzoek 13-8-2018; 3. rapport bodemonderzoek 1-3-2017; 4. analyseresultaten bodemonderzoek; 5. tekening monsterpunten bodemonderzoek. In de adviesvraag van de gemeente wordt gevraagd om een beoordeling van de volgende aspecten, zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de toelichting in de ruimtelijke onderbouwing: 1. water; 2. milieuzonering; 3. bodem; 4. geluid / wegverkeerslawaai; 5. luchtkwaliteit; 6. externe veiligheid; 7. m.e.r.-beoordeling. Bevindingen van een eerder advies van de ODG Op 15 november 2017 heeft de ODG eerder advies aan de gemeente Veendam gegeven over de voorgenomen verhuizing van Transportbedrijf Kamphuis. Het zaaknummer van dat advies was Z2017-00013961. Het destijds gegeven advies is ook bij dit advies van 4 december 2018 betrokken.

Bevindingen De toegezonden documenten zijn beoordeeld en het volgende is gebleken: 1. Water Bij het onderdeel 'Watertoets' is ingegaan op het eventueel vrijkomen van afvalwater bij b.v. een wasplaats of tankplaats. Vermeld is dat het via een olieafscheider afgevoerd wordt naar het vuilwaterriool. Opgemerkt wordt dat de was- en tankplaats moet voldoen aan de eisen van de NRB 2012 (zie ook punt 3). Ook dient de olieafscheider voorzien te worden van een slibafscheider. 2. Milieuzonering Zie advies bij punt 4. 3. Bodem 

Er is een nulonderzoek uitgevoerd (door Klijn Bodemonderzoek BV, d.d. 1-3-2017; projectnr. 16KL431). Gezien de opzet van het onderzoek en de daarbij behorende conclusies geeft dit geen aanleiding tot verdere opmerkingen.

Er heeft geen toetsing van de potentieel bodemverontreinigende activiteiten (zoals de tank/wasplaats, dieselolietank, opslagen van smeerolie en afgewerkte olie en de riolering) plaatsgevonden aan de eisen van de NRB 2012.

4. Geluid Bij de documenten is ook het akoestisch onderzoek gevoegd (Notitie 21710218.R01, Noorman Bouw- en milieu-advies, 13 augustus 2018). Het akoestisch onderzoek is beoordeeld voor wat betreft de aspecten langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, maximale geluidsniveaus en de indirecte hinder. Uit de beoordeling is gebleken dat de nieuwe situatie geen nadelige gevolgen heeft voor de ruimtelijke inpassing. De geluidsbelasting voldoet aan de milieuzonering zoals geadviseerd in de VNG publicatie. Tevens wordt voldaan aan de geluidsgrenswaarden die in afdeling 2.8 (Geluidhinder) van het Activiteitenbesluit is vastgelegd. De uitbreiding van het aantal verkeersbewegingen zal geen nadelige gevolgen hebben voor het heersend geluidsniveau dat veroorzaakt wordt door het heersende wegverkeersbeeld. 5. Luchtkwaliteit 

In de ruimtelijke onderbouwing is geconstateerd dat de toename van het transportbewegingen van vrachtwagens (van 5 naar 15) geen significant effect heeft op de luchtkwaliteit. Er is hiervoor echter geen onderbouwing gegeven. Uit de berekening door de ODG met deze transportbewegingen is gebleken dat deze niet in betekende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Met deze constatering kan ingestemd worden.

Het is te verwachten dat binnen de inrichting ook een verwarmingsinstallatie aanwezig is of geplaatst gaat worden. Deze dient te voldoen aan de eisen die het Activiteitenbesluit daaraan stelt.

6. Externe veiligheid In de ruimtelijke onderbouwing wordt vermeld dat met deze verplaatsing geen nieuwe risicovolle activiteiten in het plangebied worden geïntroduceerd. Ook is vermeld dat er

geen gevaarlijke (afval)stoffen op de locatie worden opgeslagen. Met deze constatering kan ingestemd worden. 7. M.e.r.-beoordeling De aangevraagde nieuwbouw is voor het aspect milieu niet vermeld in de C- of D-lijst van het Besluit MER. Het uitvoeren van een MER of het opstellen van een merbeoordelingsnotitie is daarom niet aan de orde. Advies 1. Voor de aan te vragen oprichting van een transportbedrijf op de nieuwe locatie aan het Vosseveld 6 te Veendam moet een melding Activiteitenbesluit bij de gemeente Veendam worden ingediend. In deze melding dient in ieder geval ingegaan te worden op de punten die in de bevindingen benoemd zijn. 2. Via de Activiteiten Internet Module (www.aimonline.nl) kan de melding Activiteitenbesluit opgesteld en ingediend worden. Via de vragenlijst komen alle relevante milieuaspecten voor de oprichting aan bod. 3. Als uit de beoordeling van de melding Activiteitenbesluit blijkt dat aan de indieningsvereisten van het Activiteitenbesluit wordt voldaan en dat ook aan de relevante eisen uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan, dan zijn er vanuit milieu geen bezwaren tegen vergunningverlening van de voorgenomen verplaatsing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14085443/1