CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-04-05 Buitenwoel Dijkeneiland Veendam Bijlagen toelichting

Gemeenteraad 30 mei 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen24.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

plangebied

biedt

geschikt

leefgebied

voor

een

aantal

algemene

grondgebonden

zoogdiersoorten, zoals veldmuis en huisspitsmuis (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Groningen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Een aantal niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten is bekend uit de directe omgeving van het plangebied, namelijk haas (sinds februari 2022), bever, eekhoorn, otter en steenmarter (NDFF). De akkers liggen geïsoleerd tussen watergangen, woonwijken en de doorgaande weg. Hierdoor wordt haas niet in het plangebied verwacht. Haas is wel te verwachten in het grotere en makkelijk toegankelijke agrarische gebied ten noorden van de Golflaan. In het plangebied zijn geen gebouwen of houtstapels aanwezig die geschikt zijn als verblijfplaats voor steenmarter of andere marterachtigen. Het plangebied vormt mogelijk wel een klein onderdeel van het foerageergebied van steenmarter. Verder zijn in de bomen in het plangebied geen nesten van eekhoorn waargenomen. Geschikt leefgebied voor bever en otter, zoals brede watergangen met oeverzones die voldoende dekking geven (otter) en grote wateren omzoomd door bossen (bever), is niet in het plangebied aanwezig. Aanwezigheid van andere niet-vrijgestelde zoogdiersoorten kan op basis van het ontbreken van geschikt leefgebied en/of waarnemingen uit de omgeving worden uitgesloten.

Er zijn waarnemingen van enkele algemene amfibieënsoorten bekend vanuit de directe omgeving van het plangebied, zoals bastaardkikker en gewone pad (NDFF). Deze soorten kunnen zich voortplanten in de watergangen rondom en in de sloot aan de noordzijde van het plangebied. Daarnaast kunnen lage aantallen van deze soorten de groene randen van het plangebied als landbiotoop gebruiken. Voor deze soorten geldt in de provincie Groningen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van niet-vrijgestelde amfibieënsoorten (NDFF). Deze zijn gezien de

datum 14-03-2022

projectnummer P000891

5

inrichting van het terrein en/of het ontbreken van waarnemingen uit de omgeving ook niet te verwachten. In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de beschermde dagvlindersoorten grote vos en grote weerschijnvlinder (NDFF). Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zoals beekoevers en bosranden met boswilg (grote weerschijnvlinder) of bosranden en houtwallen met iep, zoete kers of wilgensoorten (grote vos), zijn deze soorten niet in het plangebied te verwachten. Verder zijn de beschermde libellensoorten gevlekte witsnuitlibel, beekrombout, groene glazenmaker en sierlijke witsnuitlibel bekend vanuit de omgeving van het plangebied (NDFF). Deze soorten komen voor in wateren met krabbenscheervelden (groene glazenmaker), laagveenmoerassen

en

verlandingszones met wateren en veel watervegetatie (gevlekte witsnuitlibel), grote beken en kleine rivieren (beekrombout) en vennen of andere wateren met veel waterplanten (sierlijke witsnuitlibel). Gezien de terreingesteldheid zijn groene glazenmaker en beekrombout niet in het plangebied te verwachten. Sierlijke witsnuitlibel kan voorkomen in de brede watergangen rondom het terrein. Gevlekte witsnuitlibel kan, gezien de vegetatiestructuur, grote hoeveelheid watervegetatie en waarnemingen van de soort in de omgeving, mogelijk wel voorkomen in de begroeide sloot aan de noord- en zuidzijde van het plangebied. Waarnemingen van beschermde soorten uit de soortgroepen vissen en reptielen zijn niet bekend vanuit de omgeving van het plangebied (NDFF). Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop zijn deze ook niet in het plangebied te verwachten. TOETSING Als gevolg van de plannen gaan geen vleermuisverblijfplaatsen of jaarrond beschermde nesten van vogels verloren. Leefgebied van sierlijke witsnuitlibel, zoals de brede watergangen rondom het terrein, wordt niet aangetast. Mogelijk gaat wel leefgebied van gevlekte witsnuitlibel verloren als gevolg van het verbreden van de watergang aan de zuidzijde en het dempen van de sloot aan de noordzijde van het terrein. Daarom is nader onderzoek naar gevlekte witsnuitlibel nodig.

Op basis van het nader onderzoek naar deze soort, wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Akkervogels worden niet broedend in het plangebied verwacht. Negatieve effecten op akkervogels als gevolg van de plannen kunnen dan ook worden uitgesloten. Bij uitvoering van het plan wordt het plangebied mogelijk minder geschikt als foerageergebied voor sperwer en buizerd. Het plangebied vormt echter hooguit een klein onderdeel van het foerageergebied van deze soorten en bovendien is in de directe omgeving in ruime mate alternatief

datum 14-03-2022

projectnummer P000891

6

en deels ook hoogwaardiger foerageergebied voor deze soorten aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden dan ook niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Het plangebied vormt door het ontbreken van veel opgaande beplanting hooguit matig geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied zal naar verwachting niet volledig ongeschikt worden als foerageergebied voor eventueel te verwachten vleermuissoorten. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op het foerageergebied van vleermuizen, als gevolg van de werkzaamheden, treden niet op.

Verder zijn geen rijen opgaande beplanting of brede watergangen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Negatieve effecten ten aanzien van vliegroutes kunnen dus worden uitgesloten. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Groningen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedenbescherming Voor

onderhavig

plangebied

is

de

volgende

wet-

en

regelgeving

op

het

gebied

van

gebiedenbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden, geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.

datum 14-03-2022

projectnummer P000891

7

NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale omgevingsvisie (NOVI). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Groningen uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie 2021 en de Omgevingsverordening provincie Groningen 2021. Van belang is dat de provincie geen externe werking kent voor het NNN. NATUUR BUITEN HET NNN Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt verder buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bestaande bos- en natuurgebieden en weidevogel– en akkervogelleefgebieden. INVENTARISATIE In het kader van de Wnb beschermde gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied. Het meest nabijgelegen beschermde gebied betreft het Natura 2000-gebied ‘Zuidlaardermeergebied’ dat circa 9 kilometer ten westen van het plangebied ligt. Het meest nabijgelegen NNN-gebied ligt circa 9 kilometer ten westen van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als ‘Natuur buiten het NNN’ betreft een bos dat circa 1,4 kilometer ten noordoosten van het plangebied ligt.

Het dichtstbijzijnde akkervogelleefgebied ligt 2,1 kilometer ten westen van het plangebied. TOETSING Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000-gebied ‘Zuidlaardermeergebied’. Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase is op basis van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering vrijgesteld van vergunningsplicht. Gezien de omvang van het project waarbij nieuwe woningen worden gerealiseerd op agrarische gronden en de afstand tot de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen (> 12 kilometer), wordt geen toename van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/jaar in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000gebieden in de gebruiksfase verwacht.

datum 14-03-2022

projectnummer P000891

8

Gezien de afstand tot het NNN, natuur buiten het NNN, akkervogelleefgebied en de aard van het plan, zijn geen negatieve effecten op dergelijke gebieden te verwachten. Beschermde houtopstanden 2

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. In het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Groningen is niet nodig. Conclusie Voor dit plan is op 9 februari 2022 een veldbezoek gedaan en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Op basis van het veldbezoek en de verspreidingsgegevens is een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied verkregen om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Uit deze toetsing komt naar voren dat als gevolg van de plannen mogelijk leefgebied van gevlekte witsnuitlibel verloren gaat. Daarom is nader onderzoek naar deze soort nodig om te bepalen of deze voorkomt in het plangebied. Onderzoek naar gevlekte witsnuitlibel vindt plaats tussen eind april en eind juli. Op basis van het nader onderzoek wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Verder moet rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli. Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken, om te voorkomen dat vogels gaan broeden.

Hierbij bestaat echter het risico dat er alsnog vogels tot broeden komen, bijvoorbeeld als werkzaamheden onverwachts enkele dagen worden onderbroken. In dat geval kan het zijn dat de werkzaamheden (gedeeltelijk) moeten worden stilgelegd. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen. Een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wnb nodig. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening

datum 14-03-2022

projectnummer P000891

9

Bijlage 4 Watertoets

wijzigingsplan "Buitenwoel Dijkeneiland Veendam" (voorontwerp)

94

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 05-03-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

normale procedure

2.

Advies bij toename verhard oppervlak

3.

Advies bij fys ieke veranderingen aan het oppervlaktewaters ys teem

4.

Advies bij verandering afvoer hemelwater

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

05-03-2022, 14:24

P agina 1 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Betreft uw plan één van de volgende planvormen: uits luitend een wijziging van de bes temmings functie zonder fys ieke aanpas s ingen OF een M.E.R. procedure OF een bes temmings plan Buitengebied OF een Structuurvis ie? nee

2.

Neemt in het plan het totale verharde oppervlak van bebouwing en bes trating toe met meer dan 150 m2 binnen de bebouwde kom, een uitbreidings plan of in een glas tuinbouwgebied, of met meer dan 1500 m2 in het buitengebied? ja

3.

Worden in het plan fys ieke veranderingen aan het oppervlaktewaters ys teem uitgevoerd, zoals het dempen of verleggen van watergangen of het verwijderen of verplaats en van kuns twerken (zoals duikers )? ja

4.

Verandert de afvoer van hemelwater binnen het plan ten opzichte van de huidige s ituatie (bijvoorbeeld door afkoppeling van het gemengde riools tels el naar een ges cheiden s tels el of door afvoer op een andere watergang)? ja

5.

Is het blijvend aanpas s en van waterpeilen voor het plan gewens t? nee

6.

hoofdwatergang nee

7.

bergings gebied nee

8.

zeekering nee

9.

rioolgemaal nee

10.

pers leiding

05-03-2022, 14:24

P agina 2 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets nee 11.

s ifons /zinkers nee

12.

s chouws loten nee

05-03-2022, 14:24

P agina 3 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

normale procedure Voor uw plan wordt de normale procedure doorlopen.

Wat moet ik doen? Via de digitale watertoets is het Waters chap op de hoogte ges teld van dit plan. De aanmelding heeft ertoe geleid dat er eigendommen van het waters chap en/of belangen in het waters ys teem zijn geraakt. De normale procedure wordt doorlopen. Dit houdt in dat het waters chap een maatwerk wateradvies levert, in de vorm van de uitgangs puntennotitie.

Waar moet ik op letten? De definitieve Uitgangs puntennotitie zal een maatwerk wateradvies zijn dat s pecifiek voor uw ruimtelijke plan van toepas s ing zal zijn. Dit kunnen aanvullende kaarten zijn met aanvullende maatwerk teks ten voor uw s pecifieke plan en directe omgeving.

Achtergrondinformatie

05-03-2022, 14:24

P agina 4 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

Advies bij toename verhard oppervlak Het totale verharde oppervlak van bebouwing en bes trating neemt toe binnen het plangebied.

Wat moet ik doen? Verhardings toename door uitbreiding van een bebouwing en/of bes trating zorgt ervoor dat hemelwater vers neld afvoert. Dit kan ervoor zorgen dat het oppervlaktewaters ys teem zwaarder belas t wordt, waardoor overlas t kan onts taan. Om dit te voorkomen zal het nodig zijn om compens erende waterberging en/of vertraagde afvoer van hemelwater te realis eren. Het s tedelijke gebied (de bebouwde kom) is meer verhard dan het landelijke gebied. Om deze reden is er een vers chil in de compens atiedrempel (150 m2 toename in het s tedelijke gebied, 1500 m2 toename in het landelijke gebied). Bij het indienen van dit plan wordt u gevraagd naar de toename aan verhard oppervlak aan m2.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

05-03-2022, 14:24

P agina 5 van 7

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 3.

Advies bij fysieke veranderingen aan het oppervlaktewatersysteem Worden in het plan fys ieke veranderingen aan het oppervlaktewaters ys teem uitgevoerd, zoals het dempen of verleggen van watergangen of het verwijderen of verplaats en van kuns twerken (zoals duikers )?

Wat moet ik doen? Fys ieke wijzigingen aan het waters ys teem zijn gewens t of worden verwacht. Hierbij valt te denken aan het aanleggen van nieuw oppervlaktewater, het dempen van oppervlaktewater, aanleggen natuurvriendelijke oevers , het leggen van dammen, duikers , s tuwen of andere waterhuis houdkundige werken. Om het waters ys teem blijvend goed te laten functioneren, moeten aanpas s ingen voldoen aan bepaalde eis en en randvoorwaarden. Wijzigen aan het waters ys teem moeten dan ook altijd gemeld worden aan het waters chap conform de Keur.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

05-03-2022, 14:24

P agina 6 van 7

https://dewatertoets.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11507325/1