05-04-03 Afvalbeleidsplan Veendam vastgesteld door de raad 2020B01982
Tekst van het document
Inhoudsopgave Bestuurlijke samenvatting ....................................................................................................................... 3 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1. De noodzaak van duurzaam afvalbeheer ............................................................................ 5 1.2. Duurzaam afvalbeheer in Veendam .................................................................................... 6 2 Afwegingskaders voor visie en ambities ......................................................................................... 7 2.1. Huidige stand van zaken ...................................................................................................... 7 2.2. Afvaldriehoek .................................................................................................................... 11 3 Ambitie: Visie en doelstellingen .................................................................................................... 12 3.1. Afvalvisie Veendam ........................................................................................................... 12 3.2. Milieudoelstelling: maximaal 150 kg. per inwoner in 2020. ............................................. 12 3.3.
Kostendoelstelling: verantwoorde afvalbeheerskosten als gevolg van nieuw beleid ...... 13 3.4. Dienstverleningsdoelstelling: meer service voor inzameling grondstoffen ...................... 13 4 Mogelijke strategieën.................................................................................................................... 14 5 “ e ario’s oor het ereike a de doelstelli ge ..................................................................... 15 5.1. Strategie ............................................................................................................................ 15 5.2. Scenario 1 omgekeerd inzamelen ..................................................................................... 16 5.2.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 1 ............................................................ 17 5.2.2. Resultaat scenario 1 .......................................................................................................... 18 5.3. Scenario 1b combinatie van omgekeerd inzamelen(scenario 1) en een extra container voor PMD (scenario 2a). .................................................................................................................... 19 5.3.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 1b .......................................................... 19 5.3.2.
Resultaat scenario 1b ........................................................................................................ 19 5.4. Scenario 2a Extra minicontainer voor PMD en restafval 1 x per 4 weken inzamelen. ..... 19 5.4.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 2 ............................................................ 20 5.4.2. Resultaat scenario 2a ........................................................................................................ 20 5.5. Scenario 3 Inzamelen PMD met plastic zakken en restafval 1 x 4 weken inzamelen ....... 20 5.5.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 3 ............................................................ 21 5.5.2. Resultaat scenario 3a ........................................................................................................ 21 5.6. Scenario 2 en 3 met DIFTAR (2b en 3b) ............................................................................. 21 5.6.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 2 en 3 met diftar ................................... 23 5.6.2. Resultaat scenario 2b en 3b met diftar ............................................................................. 23 6 Overige afvalstromen .................................................................................................................... 24 6.1.
Textiel ................................................................................................................................ 24 6.2. Grof huishoudelijk afval..................................................................................................... 24 6.3. Waardevolle kleine stromen en klein chemisch afval ....................................................... 24 6.4. Ambities overige afvalstromen ......................................................................................... 25 7 Uitvoering en planning maatregelen............................................................................................. 26 7.1. Communicatie ................................................................................................................... 26 7.2. Planning en werkzaamheden ............................................................................................ 26 8 Financiën ....................................................................................................................................... 29 8.1. Gevolgen voor de afvalstoffenheffing ............................................................................... 29 9 Monitoring..................................................................................................................................... 31 9.1.
Jaarlijkse voortgangsrapportage ....................................................................................... 31 9.2. Tussenevaluatie in 2018. ................................................................................................... 31 9.3. Monitoringsplan ................................................................................................................ 31 Bijlage 1 Sorteeranalyse restafval ........................................................................................................ 33 Bijlage O der ou i g koste doorreke i g s e ario’s ..................................................................... 34 Bijlage 3 Achtergrondinformatie afvalinzamelsystemen ...................................................................... 35
2
Bestuurlijke samenvatting Duurzaam afvalbeheer We moeten zuinig zijn op onze planeet om nu en in de toekomst welvarend en gezond te kunnen leven. Het besef dat het noodzakelijk is om te werken aan een duurzame samenleving neemt toe. Door de toenemende vraag en productie van producten zoals voedsel, verpakkingen en apparaten wordt de vraag naar grondstoffen steeds groter. Aan de vraag naar primaire grondstoffen lijkt bijna niet meer te voldoen zonder ook gebruik te maken van grondstoffen die uit de afvalrecycling zijn opgewerkt. Door het opnieuw inzetten van afval als grondstof wordt de productie van primaire grondstoffen beperkt, en het nodeloos verbranden van waardevolle grondstoffen tegengegaan. Gemeenten worden middels het Rijksprogra a Va Afval Naar Grondstof VANG gestimuleerd tot het verhogen van de afvalscheiding en het terugdringen van de hoeveelheid ongescheiden restafval. Doel van het VANG-programma is dat in 2020 de hoeveelheid restafval per inwoner zal zijn gedaald tot 100 kg per jaar en in 2030 zelfs tot 30 kg per jaar per inwoner. Dit komt in het algemeen overeen met een afvalscheidingspercentage van 75%.
Stand van zaken en doel in onze gemeente In onze gemeente is in 2014 per inwoner 251,5 kilogram ongescheiden restafval aangeboden. Het afvalscheidingspercentage bedraagt 55,8%. Het doel voor het jaar 2020 is het verminderen van de hoeveelheid restafval tot 150 kilogram per inwoner. Als tussenstap zal in 2018 nog maximaal 175 kg restafval per persoon moeten worden ingezameld.
S enario’s
In het Afvalbeleidsplan 2016 – het bereiken van het doel:
orde
ogelijke s e ario’s geprese teerd die ijdrage aa
Scenario 1a Omgekeerd inzamelen Het restafval wordt ingezameld in ondergrondse afvalcontainers in de wijk. Het PMD (plastic, metalen verpakkingen en drankenkartons) wordt ingezameld in de voormalige restafvalcontainers, die eens per 4 weken worden geleegd.
Scenario 1b Combinatie van omgekeerd inzamelen (scenario 1a) en extra container voor PMD (scenario 2a) Het restafval wordt in de kernen ingezameld in ondergrondse containers. Het PMD wordt hier ingezameld in de voormalige restafval containers. In de buitengebieden en enkele plaatsen langs het lint wordt voor de inzameling van PMD een extra containers uitgezet en blijven we de bestaande 3
minicontainer voor het restafval gebruiken. De minicontainers voor PMD en restafval worden eens per 4 weken geleegd.
Scenario 2a Extra container voor PMD, restafval en PMD 1x 4 weken Voor de inzameling van PMD wordt een extra minicontainer uitgezet. Zowel het restafval als het PMD worden eens per 4 weken geleegd.
Scenario 3a PMD in plastic zakken 1x 2 weken, restafval 1x4weken Het PMD wordt eens per 2 weken ingezameld in een plastic zak. Het restafval in de minicontainer wordt eens per 4 weken ingezameld.
Scenario 2b (Scenario 2a met diftar) Dit scenario is gelijk aan scenario 2, met dien verstande dat de restafval minicontainer eens per 2 weken geleegd kan worden en dat voor elke lediging een tarief in rekening gebracht wordt aan de inwoners.
Scenario 3b (Scenario 3a met diftar) Dit scenario is gelijk aan scenario 3, met dien verstande dat het restafval eens per 2 weken geleegd kan worden en dat voor elke lediging een tarief in rekening gebracht wordt aan de inwoners. Van elk scenario zijn de financiële gevolgen en de gevolgen voor het afvalscheidingspercentage doorgerekend: Kosten en effect op afvalscheiding en hoeveelheid restafval per scenario. Scenario
1a OC 67,2% 185 100.114,-
1b OC/MC 66,3% 190 84.826,-
2a MC 62,6% 211 96.395,-
2b MC/Diftar 71,7% 158 360.629,-
Scheidingspercentage Kg. restafval per inwoner Voordelig saldo kos-ten en baten per jaar Eenmalige kosten 178.388,- 166.416,- 116.776,- 136.776,OC = ondergrondse containers MC = minicontainer PZ = plastic zakken.
3a PZ 61,5% 218 72.686,-
3b PZ/Diftar 69,4% 171 219.420,-
116.776,-
136.776,-
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat scenario 2b de grootse daling van de hoeveelheid restafval bewerkstelligt en daardoor de grootste stijging van het afvalscheidingspercentage oplevert. Ook is dit scenario financieel het meest interessant.
4
1
Inleiding
Duurzaam afvalbeheer
Dit afvalplan geeft de koers voor de periode 2016-2020 aan.
Afval = grondstof. Door scheiding en hergebruik wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een efficiënter grondstof gebruik.
Dit plan bevat een maatregelenpakket waarmee de ambities kunnen worden gerealiseerd.
We moeten zuinig zijn op onze planeet om nu en in de toekomst welvarend en gezond te kunnen leven. Het besef dat het noodzakelijk is om te werken aan een duurzame samenleving neemt toe. De natuurlijke hulpbronnen die ons grondstoffen leveren raken op den duur uitgeput en bedrijven, inwoners en overheden zijn zich er steeds meer van bewust dat we hier zuinig en op een verantwoorde manier mee om moeten gaan. Steeds meer wordt gekeken naar hoe we producten kunnen hergebruiken en hoe we de grondstoffen die in ons afval zitten opnieuw kunnen gebruiken (recyclen).
1.1.
De noodzaak van duurzaam afvalbeheer
Door de toenemende consumptie neemt de vraag naar grondstoffen alsmaar toe. Aan die vraag naar primaire grondstoffen lijkt bijna niet meer te voldoen zonder ook gebruik te maken van grondstoffen die uit de afvalrecycling zijn opgewerkt. Afvalscheiding draagt bij aan het sluiten van productie- en consumptieketens, ofwel het bewerkstelligen van de circulaire economie (zie onderstaande figuur blz. 4). Door het opnieuw inzetten van afval als grondstof wordt de productie van primaire grondstoffen beperkt, en het nodeloos verbranden van waardevolle grondstoffen tegengegaan. Het Rijk erkt daar oor aa het progra a Va Af al Naar Gro dstof VANG . Dit progra a kent ambitieuze doelstellingen. De gemeenten spelen een belangrijke rol in het realiseren van deze doelstellingen. Dit afvalplan – eigenlijk zou beter gesproken kunnen worden van grondstofplan geeft hieraan gehoor en geeft de koers voor de periode 2016 – 2020 aan. De focus wordt in dit plan gelegd op het zoveel mogelijk grondstoffen genereren uit huishoudelijk afval. In het plan worden de ambities (doelstellingen) voor 2020 geformuleerd en een concreet maatregelenpakket (inclusief planning en inschatting van de financiële consequenties) beschreven waarmee we denken de ambities op lokaal niveau te kunnen verwezenlijken.
Technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat we steeds meer en beter in staat zijn tot het recyclen van producten. De markt en industrie spelen hier goed op in en deze ontwikkeling wordt door het Rijk gestimuleerd met financiële prikkels vanuit het afvalfonds. Zo zien we dat plastic en drankenkartons die bij de bron gescheiden worden heel goed verwerkt kunnen worden tot 5
2
Afwegingskaders voor visie en ambities
Afwegingskaders
Huidige situatie. De resultaten, tarieven en service van afvalinzameling.
Landelijke ambities en doelstellingen. 100 kg restafval in 2020 en 30 kg restafval in 2030.
Technologische ontwikkelingen.
Afvaldriehoek. Balans in milieuprestaties, serviceniveau en kostenniveau.
Om tot een visie te komen is het noodzakelijk zicht te hebben op de huidige stand van zaken en de uitgangspunten die we gehanteerd hebben.
2.1.
Huidige stand van zaken
Onderstaand treft u de volgende overzichten aan die ons inzicht geven in de huidige situatie: 1. Overzicht van de hoeveelheden huishoudelijk restafval die we in onze gemeente hebben ingezameld in 2013 t.o.v. de overige gemeenten in onze provincie (bron Rijkswaterstaat). 2. De hoeveelheden afval die we 2014 in onze gemeente hebben ingezameld 3. Resultaten van een sorteeranalyse op het restafval (grijze container) augustus 2015.
Uitgangspunten: 1. De ereke i ge a de s e ario’s zij ge aseerd op ke getalle olu es e er ari ge andere gemeenten. 2. Bij de berekeningen zijn de uurtarieven van De Kompanjie en Wedeka van 2015 gehanteerd.
7
Afvalfracties (Veendam 2014)
in ton totaal
grijze container (restafval)* grofvuil (ongescheiden gft papier glas kleding Plastics en drankenkartons blik KCA brengstation (gescheiden Totaal
Scheidingspercentage1
6.963. 213. 4.018 1.226 433. 123 0 41 3.229 16.247.
in %
kg per inwoner
42,9% 1,3% 24,7% 7,5% 2,7% 0,8% 0,0% 0,3% 19,9%
251,5 7,7 145 44 16 4,4 0 1,5 116,6 587
55,8%
*waarvan 414 ton nagescheiden kunststoffen
Uit deze tabel blijkt dat er nog 251,5 kilogram restafval per inwoner wordt ingezameld. Ook is te zien dat een scheidingspercentage van 55,8 % gerealiseerd is . Dit betekent dat bijna 45% van het huishoudelijk afval ongescheiden is en niet wordt ingezet voor materiaal- of producthergebruik. Recent zijn sorteeranalyses van het restafval uitgevoerd, zodat inzichtelijk wordt wat de samenstelling van het restafval is en welk deel van het restafval bestaat uit (eenvoudig) te scheiden afvalfracties. Het resultaat van de meeste recente sorteeranalyse is in de volgende taartdiagram weergegeven:
1
Scheidingspercentage = (gescheiden aangeleverde hoeveelheid afval/totale hoeveelheid aangeleverd afval)/100%
9
2.2.
Afvaldriehoek
De zogenaamde afvaldriehoek geeft afwegingskaders aan waarbinnen het gemeentelijk afvalbeleid vorm dient te krijgen. We hebben het dan over de volgende items: 1. De milieuprestaties in termen van afvalhoeveelheid en scheidingsresultaat; 2. Het serviceniveau in termen van dienstverlening, voorzieningen, klachten en tevredenheid; 3. Het kostenniveau in termen van afvalkosten van de gemeente en de afvalstoffenheffing. Professioneel afvalbeleid gaat uit van heldere keuzes en een goede balans in deze afvaldriehoek. Onderstaand is de afvaldriehoek schematisch vormgegeven.
11
3
Ambitie: Visie en doelstellingen
Ambities
3.1.
In 2020 wordt het restafval gereduceerd tot maximaal 150 kg. per inwoner. Het overige huishoudelijk afval wordt nuttig toegepast. Gestreefd wordt naar een afvalarme samenleving in 2030 (30 kg. restafval per inwoner)
De milieuambities mogen alleen leiden tot verantwoorde afvalbeheerkosten, en de daarmee samenhangende afvalstoffenheffing.
De service wordt gericht op de inzameling van grondstoffen.
Afvalvisie Veendam
De gemeente heeft op grond van de Wet milieubeheer een zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Ook voor de toekomst wenst de gemeente deze plicht op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze invulling te geven. Onze gemeente zal zich de komende jaren sterk inzetten op het duurzamer maken van de afvalinzameling. Door meer huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen en her te gebruiken als grondstof, wordt productie van grondstoffen vermeden, energie bespaard, en de uitstoot van CO2 gereduceerd. Doordat grondstoffen geld waard zijn, en voor (rest)afval moet worden betaald, zullen met de transitie 'van afval naar grondstof' ook besparingen worden gerealiseerd. Duurzaam afvalbeheer in onze gemeente hoeft om die reden niet per definitie te leiden tot hogere afvalbeheerkosten of een hogere afvalstoffenheffing. Sterker nog: gestreefd wordt naar het beheersbaar houden van de afvalbeheerkosten door duurzaam afvalbeheer (win-win-situatie). De transitie van afval naar grondstof zal worden gestimuleerd door de dienstverlening in toenemende mate te richten op de inzameling van grondstoffen, in plaats van op afvalstoffen. De inzameling en verwerking van de grondstoffen vindt zoveel mogelijk in de regio plaats. Dit is niet alleen goed voor de regionale werkgelegenheid, maar ook voor het milieu (vermindering transport).
3.2.
Milieudoelstelling: maximaal 150 kg. per inwoner in 2020.
Gestreefd wordt om zoveel mogelijk huishoudelijk afval in te zamelen als grondstof, en in 2020 nog maximaal 150 kg. van het afval ongescheiden in te zamelen als restafval. Dit is een voor onze gemeente realistische doelstelling. Als tussenstap zal in 2018 nog maximaal 200 kg restafval per persoon moeten worden ingezameld. De landelijke ambitie gaat uit van maximaal 100 kg. per inwoner in 2020.
Kg restafval per persoon
Doelstelling Veendam
Landelijke ambitie
2014 (gerealiseerd) 2018 2020
251 200 150
100
12
3.3.
Kostendoelstelling: verantwoorde afvalbeheerskosten als gevolg van nieuw beleid
Onder meer door een gunstige aanbesteding van de verwerking van restafval dalen de af al eheerkoste per juli a € 120,-- per to aar € 49.-- per ton. Dit bedrag wordt erhoogd et ee ettelijke elasti gtoeslag a € ,-- per ton. Deze kostenverlaging is in de vorm van een MOT maatregel in de begroting van 2016 opgenomen. Het stimuleren van de afvalscheiding en de daaruit voorkomende maatregelen mogen alleen leiden tot verantwoorde afvalbeheerkosten en de daarmee samenhangende afvalstoffenheffing. Bij voorkeur zal dit Afvalbeleidsplan kostenneutraal worden uitgevoerd. De mogelijkheden daartoe zijn aanwezig en worden per scenario (zie hoofdstuk 5) doorgerekend. Voor de meeste herbruikbare afvalstromen gelden lagere verwerkingstarieven dan voor restafval. Voor textiel en papier worden zelfs opbrengsten ontvangen in plaats van verwerkingskosten betaald. Verder ontvangen we een vergoeding uit het afvalfonds voor het aan de bron scheiden en inzamelen van plastics en drankenkartons.
3.4.
Dienstverleningsdoelstelling: meer service voor inzameling grondstoffen
Een hoogwaardige dienstverlening waar burgers tevreden over zijn, is uitgangspunt van het gemeentelijk afvalbeleid. Om de scheidingsdoelstellingen van dit plan waar te kunnen maken zal het serviceniveau voor het gescheiden aanbieden van grondstoffen (zoals gft, papier, plastic) worden verhoogd ten opzichte van het ongescheiden aanbieden van restafval. Na de invoering van gescheiden inzameling van plastic verpakkingsafval zal er een overcapaciteit in de restafvalinzameling ontstaan: de restafvalcontainers bieden meer ruimte dan nodig is. Indien iedere burger zijn afval maximaal scheidt, resulteert dat in maximaal 1 huisvuilzak per week per huishouden.
13
4 Mogelijke strategieën
Strategieën
Serviceprikkel
Financiële prikkel
Communicatieve prikkel
Om de doelstelling te behalen zullen optimalisaties aan het huidige inzamelsysteem niet volstaan. Er zal een trendbreuk nodig zijn. Er zijn drie strategieën waarmee de trendbreuk kan worden ingezet: de service prikkel, de financiële prikkel en de communicatieve prikkel.
Service prikkel: Het gescheiden aanbieden van herbruikbare afvalstromen wordt gemakkelijker gemaakt dan het ongescheiden aanbieden van restafval. Je kunt daarbij denken aan het alleen nog maar aan huis inzamelen van de herbruikbare afvalstromen gft, plastic en papier met containers, en dat voor het restafval gebruik moet worden gemaakt van ondergrondse containers die op centrale plekken in de wijk zijn geplaatst. Ook is het mogelijk dat het restafval nog aan huis wordt opgehaald, maar dat de inzamelfrequentie daarvan omlaag gaat.
Financiële prikkel Het gescheiden aanbieden van herbruikbare afvalstromen wordt financieel gestimuleerd, door voor restafval een variabel tarief in te voeren. Hoe meer restafval men aanbiedt, hoe meer heffing men moet betalen. Het meest gangbaar is diftar op basis van volume frequentie waarbij restafval wordt ingezameld met minicontainers of met ondergrondse verzamelcontainers. Met volume frequentie wordt bedoeld: Het aantal malen legen van de minicontainer of het aantal stortingen in de ondergrondse containers.
Communicatieve prikkel Het gescheiden aanbieden van herbruikbare afvalstromen wordt gestimuleerd door beter en gerichter te communiceren over het nut en de noodzaak ervan. Deze strategie kan eventueel worden gevolgd door gerichte handhaving en controle op juist scheidingsgedrag.
14
S enario’s oor het ereiken an de doelstellingen
5
S enario’s oor het ereiken an de doelstellingen. Scenario 1a: Scenario 1b Scenario 2a Scenario 2b Scenario 3a Scenario 3b
5.1.
Omgekeerd inzamelen Combinatie van omgekeerd inzamelen (1a) en extra minicontainer voor PMD (2a). Extra minicontainer voor PMD, frequentie inzamelen restafval naar 1 x per 4 weken. Als 2a, maar dan met diftar. Plastic zakken voor PMD, frequentie inzamelen restafval naar 1 x per 4 weken. Als 3a, maar dan met diftar.
Strategie
Vanuit milieuoogpunt is het gewenst om zoveel mogelijk afvalfracties bij de bron te scheiden en in te zamelen. We zien dan ook dat gemeenten met succes deze afvalfracties bij de bron inzamelen en vermarkten. De industrie verwerkt de afvalfracties tot grondstoffen voor de vervaardiging van nieuwe producten. Om de scheiding van plastic, metalenverpakkingsafval (blikjes) en drankenkartons ( PMD) te stimuleren, stelt de rijksoverheid een vergoeding beschikbaar als compensatie voor de kosten die gemeenten maken voor de inzameling, de sortering en de afzet van het ingezamelde PMD. I edraagt de ergoedi g € ,-- (- % ateriaal er uili g = € ,--) per ton voor plasti s e € ,-- per ton voor drankenkartons. We zamelen in onze gemeente nog geen plastic-, metalenverpakkingsafval (blikjes) en drankenkartons gescheiden in. Het verwerken van het restafval is in SOZOG-verband aanbesteed en een nieuw goedkoper verwerkingscontract afgesloten dat ingaat op 1 juli 2016. Uit het restafval worden dan via na-scheiding geen bruikbare grondstoffen meer gehaald. Het totale aanbod van restafval verdwijnt in de oven van de vuilverbranding. Concreet betekent dit dat per 1 juli 2016 het PMD aan de bron (dus bij de huishoudens) moet worden gescheiden, en derhalve ook gescheiden moet worden ingezameld. De wijze van inzameling en het serviceniveau zijn bepalend voor het succes van deze inzameling.
De strategie die hierbij gevolgd wordt is de service voor het restafval te verlagen en die van ro s heidi g te opti alisere . Hiero der he e e de ers hille de s e ario’s et de oor- en nadelen ervan uitgewerkt.
15
In onderstaande tabel zijn de voor- en nadelen van scenario 1a op een rij gezet:
Scenario 1a, omgekeerd inzamelen Voordelen
Nadelen
Geen extra container bij huis. PMD in grijze container
Ondergrondse containers in openbare ruimte.
Service gericht op bronscheiding (halen)
Service op restafval minder i.v.m. brengen en afstand naar ondergrondse containers. .
Mogelijkheid om op ieder moment restafval weg te brengen 7x24 uur
Loopafstand in het buitengebied en in lintbebouwing kan groter zijn dan 150 meter.
Stijging van de gescheiden ingezamelde hoeveelheden gft-afval, glas en papier
Ouderen en mindervaliden kunnen problemen ervaren met het brengen en de afstand naar ondergrondse containers. Voorbereidingstijd bijna een jaar waardoor een overbruggingsperiode voor inzameling PMD nodig is. Investering in extra inzamelwagen nodig tbv het legen van ondergrondse containers. Kans op afval rondom de ondergrondse containers.
5.2.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 1a Omdat de omgekeerde inzameling de afvalscheiding stimuleert is het noodzakelijk om de voorzieningen voor het gescheiden aanleveren van gft-afval, glas en papier in onze gemeente te optimaliseren. Hier zal immers vaker en intensiever gebruik van worden gemaakt. Gft- afval en grof tuinafval Het aanbod van tuinafval is zeer seizoengevoelig. In de snoeiseizoenen komt het veel voor dat snoeiafval in de grijze container verdwijnt, omdat de groene container dan ontoereikend is. Door het invoeren van grof tuinafvalroutes zal het resultaat van het gescheiden inzamelen verbeteren. Daarnaast is het afzonderlijk aangeboden snoeiafval beter te verwerken als grondstof. Papier In 2013 hebben bewoners in Veendam de keuze gehad om een papiercontainer te gebruiken. Ongeveer 80% heeft hiervan gebruik gemaakt. Dit heeft een positief effect gehad op het gescheiden aanbieden van papier. Tegen een extra container in de tuin bestond ook weerstand. De gemeente haalt het papier uitsluitend op als het in een papiercontainer wordt aangeboden. Maakt een inwoner geen gebruik van de minicontainer, dan is hij aangewezen op de inzameling door scholen en verenigingen. Het stimuleren van het gebruik van een extra papiercontainer kan een verder positief effect hebben op het resultaat van het gescheiden inzamelen van papier.
Bij hoogbouw kan dit in de vorm van een verzamelcontainer. 17
Verder zien we dat naast de gemeente ook scholen en instellingen papier inzamelen. Betere afspraken en samenwerking kan leiden tot betere resultaten. Glas De meeste bewoners leveren hun glas in bij het boodschappen doen. Voldoende glasbakken bij winkelcentra en winkelconcentraties is daarbij van groot belang. Ook de aantrekkelijkheid van de bakken (geen afval naast de containers, geen graffiti en affiches op de bakken) blijkt bepalend te zijn voor de mate waarin de bakken gebruikt worden, en bewoners glas apart houden. De gewenste extra scheiding zal vooral moeten komen van het minder gemakkelijk kunnen aanbieden van restafval. Hierdoor komt meer nadruk te liggen op de inzameling van grondstoffen, waaronder ook glas. Samengevat zijn de aanvullende maatregelen bij scenario 1: 1. Ophalen van grof tuinafval aan huis (al dan niet tegen betaling). 2. Stimuleren gebruik papiercontainer. 3. Plaatsen verzamelcontainer voor papier bij hoogbouw. 4. Betere afspraken maken met scholen en verenigingen over de papierinzameling. 5. Optimaliseren voorzieningen voor inzamelen glas.
5.2.2. Resultaat scenario 1a De gevolgen van scenario 1 voor de kosten en voor de hoeveelheid restafval, zijn in onderstaand schema weergegeven: Resultaat van Scenario 1:
Samenvatting scenario 1a, ondergronds inzamelen Scheidingspercentage Kilogram restafval per inwoner Saldo kosten en baten per jaar Saldo kosten en baten per huishouden per jaar Eenmalige kosten
-€
€
67,2% 185 . -€ , . ,
18
5.3.
Scenario 1b combinatie van omgekeerd inzamelen(scenario 1a) en een extra container voor PMD (scenario 2a).
Bij dit scenario worden er ondergrondse container geplaatst in de kernen (dichtbevolkte gebieden) voor de inzameling van het restafval en wordt de voormalige minicontainer van het restafval gebruikt voor de inzameling van PMD. In de buitengebieden en enkele gebieden langs het lint (dunbevolkt) blijven we de inzameling van het restafval met de bestaande minicontainers verzorgen en komt er voor de inzameling van PMD een extra minicontainer. Kortheidshalve verwijzen wij voor de complete omschrijvingen naar bovenstaande uitwerking van scenario 1 en onderstaande uitwerking van scenario 2a. Ook de voor- en nadelen zijn daar omschreven. Door te kiezen voor de combinatie vallen enkele nadelen weg, zoals de loopafstand tot de ondergronds container dan wel de ruimte die een extra minicontainer in beslag neemt.
5.3.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 1b Omdat de omgekeerde inzameling en het verminderen van de inzamelfrequentie van het restafval de bronscheiding stimuleert is het noodzakelijk om de voorzieningen voor het gescheiden aanleveren van gft-afval, glas en papier in onze gemeente te optimaliseren. Hier zal immers vaker en intensiever gebruik van worden gemaakt. In principe zijn de optimalisatie-maatregelen gelijk aan de optimalisatie-maatregelen bij scenario 1, alleen verschilt de hoeveelheid extra afvalscheiding per scenario. Dit is weergegeven in de tabel in de volgende paragraaf.
5.3.2. Resultaat scenario 1b De gevolgen van scenario 1b voor de kosten en voor de hoeveelheid restafval, zijn in onderstaand schema weergegeven:
Samenvatting scenario 1b, combinatie van ondergrondse containers (1a) en extra mc (2a) Scheidingspercentage Kilogram restafval per inwoner Saldo kosten en baten per jaar Saldo kosten en baten per huishouden per jaar Eenmalige kosten
5.4.
-€
66,3% 190 . , -€ ,
€ 166.416,00
Scenario 2a Extra minicontainer voor PMD en restafval 1 x per 4 weken inzamelen.
Bij deze optie blijven we de huidige systematiek van inzameling van het restafval hanteren. Door het bij de bron scheiden van PMD met minicontainers neemt het volume van het restafval af en kan de frequentie van inzameling van restafval omlaag naar eens per 4 weken. De nieuwe minicontainer voor PMD zal – net als de bestaande minicontainers voor gft- en restafval- voorzien worden van een chip. Inzameling van PMD met minicontainers bij de hoogbouw is niet wenselijk. Bij de hoogbouw zullen ondergrondse containers voor PMD worden geplaatst.
19
Ook hier geldt lagere service voor de inzameling van restafval (verlaging inzamelfrequentie) en betere service voor bronscheiding (hoge frequentie van inzameling).
Scenario 2a, Extra minicontainer voor PMD en restafval 1 x per 4 weken inzamelen Voordelen
Nadelen
Restafval en grondstoffen worden aan huis opgehaald
Ruimtebeslag in de tuin door een extra container
Je kunt je PMD kwijt in de container met inzamelfrequentie van 1x4 weken.
Restafval wordt minder vaak aan huis opgehaald.
Betere afvalscheiding (gft, pmd etc) Inzamelfrequentie restafval kan naar 1x4 weken..
5.4.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 2a Door het verminderen van de inzamelfrequentie van restafval zal zoals gezegd de hoeveelheid gescheiden afval toenemen. Hierom is het nodig de voorzieningen voor het gescheiden aanleveren van gft-afval, glas en papier in onze gemeente te optimaliseren. Hier zal immers vaker en intensiever gebruik van worden gemaakt. In principe zijn de optimalisatie-maatregelen gelijk aan de optimalisatie-maatregelen bij scenario 1, alleen verschilt de hoeveelheid extra afvalscheiding per scenario. Dit is weergegeven in de tabel in de volgende paragraaf.
5.4.2. Resultaat scenario 2a De gevolgen van scenario 2a voor de kosten en voor de hoeveelheid restafval, zijn in onderstaand schema weergegeven:
Samenvatting scenario 2a, restafval in mc, pmd in mc Scheidingspercentage Kilogram restafval per inwoner Saldo kosten en baten per jaar Saldo kosten en baten per huishouden per jaar Eenmalige kosten
5.5.
62,6% 211 -€ . -€ ,
€ 116.776,00
Scenario 3a Inzamelen PMD met plastic zakken en restafval 1 x 4 weken inzamelen
Ook bij deze optie blijven we de huidige systematiek van inzameling van het restafval hanteren. Door het bij de bron scheiden van PMD met plastic zakken neemt het volume van het restafval af en kan de frequentie van inzameling van restafval omlaag naar eens per 4 weken. Omdat het bewaren van volle plastic zakken veel ruimte vergt in schuur, tuin of bijkeuken is een inzamelfrequentie van de plastic zakken van eens per 2 weken nodig. Inzameling van PMD met zakken bij de hoogbouw is niet wenselijk wegens gebrek aan ruimte voor tussenopslag van de zakken tot aan de eerstvolgende inzamelronde. Bij de hoogbouw zullen daarom ondergrondse containers voor PMD worden geplaatst.
20
Ook hier geldt lagere service voor de inzameling van restafval (verlaging inzamelfrequentie) en betere service voor bronscheiding (hoge frequentie van inzameling).
Scenario 3a, Inzamelen PMD met plastic zakken en restafval 1x4 weken inzamelen Voordelen
Nadelen
Zowel restafval als grondstoffen worden huis- aan huis opgehaald.
Plastic zak biedt minder service dan een container. Inwoners kunnen de tussenopslag als lastig ervaren.
Betere afvalscheiding (gft, pmd etc)
Ophaalfrequentie van 1x2 weken noodzakelijk voor PMD.
Inzamelfrequentie restafval kan naar 1x4 weken.
Het volume neemt door het toevoegen van de drankenkartons en blik zodanig toe dat een plastic zak zich daar niet goed voor leent. De inzameling gebeurt met de hand en vergroot de kans op lichamelijke klachten en ziekte-uitval bij het personeel.
5.5.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 3a Door het verminderen van de inzamelfrequentie van restafval zal zoals gezegd de hoeveelheid gescheiden afvalstromen toenemen. Ook in dit scenario is het daarom nodig de voorzieningen voor het gescheiden aanleveren van gft-afval, glas en papier in onze gemeente te optimaliseren.. In principe zijn de optimalisatie-maatregelen gelijk aan de optimalisatie-maatregelen bij scenario 1 en 2, alleen verschilt de hoeveelheid extra afvalscheiding per scenario. Dit is weergegeven in de tabel in de volgende paragraaf.
5.5.2. Resultaat scenario 3a De gevolgen van scenario 3 voor de kosten en voor de hoeveelheid restafval, zijn in onderstaand schema weergegeven:
Samenvatting scenario 3a, restafval in mc, pmd in zakken Scheidingspercentage Kilogram restafval per inwoner Saldo kosten en baten per jaar Saldo kosten en baten per huishouden per jaar Eenmalige kosten
5.6.
61,5% 218 -€ .
€
-€ , . ,
Scenario 2 en 3 met DIFTAR (2b en 3b)
Diftar staat voor geDIFferentieerde TARieven voor de afvalstoffenheffing. Dit houdt in dat de afvalstoffenheffing niet voor ieder huishouden gelijk is, maar afhankelijk is van het afvalaanbod van een huishouden. Hoe minder afval wordt aangeboden, hoe lager de afvalstoffenheffing is.
21
Bij diftar op basis van volume/frequentie wordt de hoogte van de afvalstoffenheffing bepaald door het volume van de minicontainer voor restafval die bij een huishouden in gebruik is in combinatie met het aantal keren dat de minicontainer aan de inzameldienst wordt aangeboden. Een huishouden kan, binnen door de gemeente aangegeven grenzen, het volume van de eigen minicontainer bepalen. Om de gftscheiding te stimuleren geldt als uitgangspunt dat geen tarief wordt geheven voor het aanbieden van de gft-container. Door zoveel mogelijk fracties gescheiden van het restafval te houden wordt het afvalvolume en daardoor ook de aanbiedfrequentie zo laag mogelijk gehouden. Zo heeft een huishouden invloed op de kosten en worden afvalscheiding gestimuleerd. Tegelijkertijd zorgt een lagere aanbiedfrequentie voor lagere inzamelkosten en wordt ook een meer rechtvaardige kostenverdeling bereikt. Diftar op basis van volume/frequentie heeft een sterk positief effect op de scheiding van volumineuze fracties als plastic- en drankenverpakkingen. In de praktijk is gebleken dat ook de scheiding van zware fracties als glas, papier en gft door een volume/frequentiesysteem verbetert. Het aantal keren dat een container wordt geleegd, wordt geregistreerd door een antenne op de inzamelwagen die de gegevens van de chip in de minicontainer leest en opslaat.
Bij hoogbouw is de diftarvorm volume/frequentie toe te passen door gebruik te maken van ondergrondse containers die zijn voorzien van toegangscontrole. De inwerpopening bepaalt in dit geval het volume. In het algemeen past een volle vuilniszak in de inwerpopening. De frequentie is gelijk aan het aantal keer dat een vuilniszak wordt ingeworpen. Gebruikers van deze ondergrondse container openen de inworpklep met behulp van een pasje, zodat per huishouden geregistreerd wordt hoeveel afvalinworpen er gedaan zijn. Bij diftar op basis van gewicht wordt de hoogte van de afvalstoffenheffing bepaald door het aa tal kilo’s restaf al e , i die a toepassi g, gft-afval dat in de minicontainer wordt aangeboden. Het aantal keren aanbieden van de containers heeft geen invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Door diftar op basis van gewicht wordt de scheiding van voornamelijk de zware fracties als glas, papier en gft sterk gestimuleerd. Ook de scheiding van volumineuze fracties als plastic- en drankenverpakkingen wordt verbeterd. Het wegen van het aanboden afval in ondergrondse containers is technisch gecompliceerd en relatief duur en wordt daarom in Nederland niet tot nauwelijks toegepast.
Gemeenten met een weegdiftarsysteem kiezen er in de meerderheid voor om – net als bij een volume/frequentiesysteem- bij ondergrondse containers het aantal afvalinworpen te tellen en dit te gebruiken als basis voor de afvalstoffenheffing. Wegens de praktische nadelen van een weegsysteem bij ondergrondse containers en de extra investeringen in ee eegsystee , ordt i de s e ario’s uitgegaa a ee systee op asis van volume/frequentie. In onze gemeente zijn de minicontainers al enige jaren geleden voorzien van een chip en is al een administratief systeem (containermanagementsysteem) in werking voor het actueel houden van de container/chipregistatie en het tellen van het aantal containerledigingen. Ook zijn de ondergrondse restafvalcontainers al voorzien van een registratie-eenheid en hebben de gebruikers van deze containers een pasje. Wel dient een softwarematige koppeling gelegd te worden tussen het containermanagementsysteem en de belastingsoftware, zodat de gedifferentieerde aanslagen gegenereerd kunnen worden.
22
De invoering van diftar brengt als risico met zich mee dat er meer zwerfafval ontstaat. Bij de voorgestelde keuze van diftar op basis van volume en aantal aanbiedingen is het risico op zwerfafval klein en weegt in ieder geval niet op tegen de voordelen die diftar aan milieuprestaties en financieel voordeel geeft.
Scenario 2b en 3b: met diftar Voordelen
Nadelen
Als bij scenario 2 en 3
Als scenario 2 en 3
Geeft nog betere scheidingsresultaten.
Extra administratieve handelingen en aanpassingen aan belastingsoftware.
5.6.1. Optimalisatie overige afvalstromen bij scenario 2b en 3b met diftar Door het invoeren van een financiële prikkel zal de afvalscheiding verbeteren en zullen ook in de diftars e ario’s de voorzieningen voor het gescheiden aanleveren van gft-afval, glas en papier geoptimaliseerd moeten worden. De optimalisatie-maatregelen zijn gelijk aan de optimalisatiemaatregelen bij scenario 1 en 2, alleen verschilt de hoeveelheid extra afvalscheiding per scenario. Dit is weergegeven in de tabel in de volgende paragraaf.
5.6.2. Resultaat scenario 2b en 3b met diftar De gevolgen van scenario 3 voor de kosten en voor de hoeveelheid restafval, zijn in onderstaande schema’s weergegeven:
Samenvatting scenario 2b, restafval in mc, pmd in mc, diftar Scheidingspercentage Kilogram restafval per inwoner Saldo kosten en baten per jaar Saldo kosten en baten per huishouden per jaar Eenmalige kosten
71,7% 158 .
-€ -€ .
€
, ,
Samenvatting scenario 3b, restafval in mc, pmd in zakken, diftar Scheidingspercentage Kilogram restafval per inwoner Saldo kosten en baten per jaar Saldo kosten en baten per huishouden per jaar Eenmalige kosten
69,4% 171 .
-€
€
-€ .
, ,
23
afhankelijk van het aantal logische brengpunten. Inwoners zullen door bijvoorbeeld communicatie en een optimalisatie van het brengstation gestimuleerd worden om ook deze afvalstromen gescheiden aan te leveren.
6.4.
Ambities overige afvalstromen
Onderstaand zijn van de in dit hoofdstuk beschreven afvalstromen de ambities voor 2018 en 2020 opgenomen en vergeleken met de stand van zaken in 2014: Per inwoner per jaar
Gerealiseerd in 2014
Ambitie 2018
Ambitie 2020
Textiel
4,4 kg
4,9 kg
9,4 kg
Grof huishoudelijk afval
7,7 kg
8,2 kg
8,7 kg
Waardevolle kleine stromen en klein chemisch afval
1,5 kg
2,3 kg
2,5 kg
25
7
Uitvoering en planning
7.1.
Communicatie
Ee su es olle i oeri g a ee a de s e ario’s staat of alt et het gedrag a i woners. Daarom moet er veel aandacht zijn voor de communicatie met bewoners over het hoe en waarom van de nieuwe manier van afval inzamelen. De gemeente kiest ervoor om inwoners actief te betrekken. Als de communicatie onvoldoende effect sorteert, dan is handhaving vereist. De communicatie zal zich richten op:
Het vergroten van kennis bij inwoners Het positief stimuleren van de houding/motivatie Het vergroten van het juiste afvalscheidingsgedrag
De communicatie heeft in elke fase van het project een ander doel en accent. Vóór de start worden inwoners vooral geïnformeerd over het hoe en waarom van het nieuwe inzamelsysteem. In de fasen daarna ligt de focus op het stimuleren van mensen om het juiste aanbiedgedrag te (blijven) vertonen. De communicatie maakt deel uit van de gemeente brede communicatie over afval. Doel is om inwoners van Veendam zich ervan bewust te maken dat veel afval nog te gebruiken is als grondstof. Na keuze oor ee a de i dit af al eleidspla oorgestelde s e ario’s zal oor dat s e ario een nader uitgewerkt communicatieplan worden opgesteld.
7.2.
Planning en werkzaamheden
In onderstaand overzicht wordt per scenario een globale invoeringsplanning aangegeven, met daarin opgenomen de belangrijkste acties en werkzaamheden die nodig zijn voor implementatie van de s e ario’s. Co u i atie zal zoals ge oe d ij elk a de s e ario’s ee ela grijke rol spele .
Scenario 1a, omgekeerd inzameling Actie
Planning
Aanbesteding voor aanschaf en plaatsing ondergrondse containers
okt 2016 t/m jan 2017
Aanbesteding voor aanschaf inzamelwagen
Okt 2016 t/m jan 2017
Opstellen locatieplan voor ondergrondse containers
april t/m sept 2016
Besluitvorming en evt bezwaar mbt locatieplan ondergrondse containers
Juli t/m oktober 2016
Plaatsen ondergrondse containers en verspreiden pasjes voor bewoners
Maart/april 2017
Aanpassen inzamel- en routeplanning
Mei 2016 maart/juni 2017 mei- juni 2016
Aanschaf/verspreiding zakken voor PMD inzameling tbv overbruggingsperiode Start invoering scenario 1
1 juli 2017
26
Scenario 1b, combinatie van omgekeerd inzameling (scenario 1) en extra container voor PMD (scenario 2a). Actie
Planning
Aanbesteding voor aanschaf en plaatsing ondergrondse containers
okt 2016 t/m jan 2017
Aanbesteding voor aanschaf inzamelwagen
Okt 2016 t/m jan 2017
Opstellen locatieplan voor ondergrondse containers
april t/m sept 2016
Besluitvorming en evt bezwaar mbt locatieplan ondergrondse containers
Juli t/m oktober 2016
Plaatsen ondergrondse containers en verspreiden pasjes voor bewoners
Maart/april 2017
Bestellen minicontainers PMD en chips (via raamcontract Milieudienst Groningen) Aanpassen inzamel- en routeplanning
Januari 2017
Plaatsen minicontainers bij huishoudens en registreren chips Aanschaf/verspreiding zakken voor PMD inzameling tbv overbruggingsperiode Start invoering scenario 1b
April2016 maart/juni 2017 Juni 2017 mei- juni 2016 1 juli 2017
Scenario 2a, minicontainer voor PMD, restafval 1x per 4 weken Actie Planning Bestellen minicontainers PMD en chips (via raamcontract Milieudienst Groningen) Aanpassen inzamel- en routeplanning
April/mei 2016
Plaatsen minicontainers bij huishoudens en registreren chips
september 2016
Start invoering scenario 2a
1 oktober 2016
Mei/juni 2016
Scenario 2b, minicontainer voor PMD, restafval 1x per 4 weken, met diftar Aanvullende acties ten opzichte van scenario 2a Actie Planning Controle adressenbestand tbv diftarregistratie Aanpassen belastingsoftware Proefdraaien administratief systeem Opstellen en vaststellen gedifferentieerde tarieven Aanpassen belastingverordening Start diftarsysteem
April/mei 2016 Mei/juni 2016 Juli t/m december 2016 September t/m november 2016 September t/m november 2016 1 januari 2017
27
Scenario 3a, PMD in plastic zakken, restafval 1x per 2 weken Actie Planning Bestellen plastic zakken en opzetten distributiestructuur Aanpassen inzamel- en routeplanning Initiële verspreiding plastic zakken Start invoering scenario 2a
April/mei 2016 April/mei 2016 Juni 2016 1 juli 2016
Scenario 3b, PMD in plastic zakken, restafval 1x per 2 weken, met diftar Aanvullende acties ten opzichte van scenario 3a Actie Planning Controle adressenbestand tbv diftarregistratie Aanpassen belastingsoftware Proefdraaien administratief systeem Opstellen en vaststellen gedifferentieerde tarieven Aanpassen belastingverordening Start diftarsysteem
April-mei 2016 April – juni 2016 Juli t/m december 2016 September t/m november 2016 September t/m november 2016 1 januari 2017
28
8
Financiën
Dit plan beperkt zich tot de financiële gevolgen en resultaten van de door de door te voeren beleidswijzigingen. De vaststelling van de afvalbegroting vindt plaats bij het reguliere begrotingsproces. De ers hille de s e ario’s uit hoofdstuk zij doorgereke d e late de uitko st zie zoals i onderstaande tabel is aangegeven.
S enario’s
Éenmalige projectkosten*.
Structurele lastenbesparing
Structurele Scheidingslastenbesparing percentage
(totaal per jaar)
(per huishouden jaar)
1a Omgekeerd inzamelen
€
.
,
-€
1b. Combinatie van omgekeerd inzamelen (1a)en extra container voor PMD (2a)
€
.
,--
-€
2a extra container voor PMD, restafval en PMD 1x 4 weken
€
.
,
-€
2b scenario 2a met diftar
€
.
,
-€
3a PMD in plastic zakken 1x 2 weken, restafval 1x4weken
€
.
,
-€
3b scenario 3a met diftar
€
.
,
-€
8.1.
. .
,
.
.
.
.
€ -7,92
67,2%
€ -6,71
66,3%
-€ ,
62,6%
€ -28,52
71,7%
€ -5,75
61,5%
€ -17,35
69,4%
Gevolgen voor de afvalstoffenheffing
In bovenstaande tabel is de structurele lastenbesparing per huishouden per jaar voor de diverse s e ario’s aa gege e . Uitgaa de a de huidige erdeli g tussen een 1-persoons en eerpersoo shuishoude s is oor elk a de s e ario’s aa gege e at de ge olge zij oor de hoogte van de afvalstoffenheffing, uitgaande van de indeling in 1- en meerpersoonshuishouden zoals deze momenteel wordt gehanteerd. Op basis daarvan is in onderstaande tabel een inschatting gemaakt van het afvalstoffentarief zoals geraamd in de begroting 2016. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit is gebaseerd op aannames in de mate van voorscheiding van PMD. 29
1b
1a
2a
2b
3a
3b
Personen per huishouden
Tarief 2016
1
€
,
per jaar;
€
,
€
,
€
,
€
,
€
,
€
,
>1
€
,
per jaar;
€
,
€
,
€
,
€
,
€
,
€
,
In de berekening is gerekend met de kosten exclusief BTW. De BTW component dient wel in de onderbouwing van de belastingtarieven te worden meegenomen. Hierdoor wordt op grond van de oorligge de s e ario’s de laste espari g oor de urger lager te opzi hte a het oordeel a uit de kostendoorrekening. Bij de s e ario’s a e etreft het ee ijstelli g a ro d € . ,-- en ij s e ario ro d € . ,--. Bovengenoemde tarieven zullen dan ook iets hoger uitvallen.
30
9
Monitoring
Beleidscyclus
9.1.
Voortgang wordt jaarlijks gerapporteerd in jaarrekening
Tussentijdse evaluatie medio 2018
In 2020 wordt een nieuw afvalbeleidsplan opgesteld
Jaarlijkse voortgangsrapportage
Jaarlijks zal een voortgangsrapportage worden opgesteld, als onderdeel van de jaarrekening, met daarin de belangrijkste ontwikkelingen en tussenresultaten, en de voortgang van de in dit plan gepresenteerde maatregelen.
9.2.
Tussenevaluatie in 2018.
De s e ario’s die i hoofdstuk a dit af al eleidspla zij es hre e , etreffe de periode juli 2016 tot 1 januari 2018. Medio 2018 zal het gekozen scenario worden geëvalueerd en wordt nagegaan in welke mate de genomen maatregelen tot het gewenste resultaat hebben geleid. Indien de effecten niet voldoen aan de verwachtingen dan kan bijstelling plaatsvinden. In de tussenevaluatie zullen in ieder geval de volgende indicatoren worden opgenomen: : Milieuresultaat o Volumes van de verschillende fracties. o Het scheidingspercentage. Serviceniveau o De kwaliteit van de service die geboden wordt. Kostenniveau o De hoogte van de afvalstoffenheffing in vergelijking met landelijk tarieven.
9.3.
Monitoringsplan
Om het beleid en de effecten ervan goed te kunnen volgen en de rapportages tijdig te kunnen opmaken zal een monitoringsplan worden opgesteld en uitgevoerd.
31
Risicoparagraaf Het gemeentelijk afvalbeleid en de uitvoering ervan wordt gefinancierd vanuit de opbrengsten van de afvalstoffenheffing, de vergoedingen die het Rijk verstrekt vanuit het afvalfonds en de opbrengsten die enkele grondstoffen opleveren. Denk daarbij aan papier en textiel. Als we kijken naar de landelijke doelstellingen mag verwacht worden dat het Rijk dit beleid blijft ondersteunen vanuit het afvalfonds. Mocht dit niet het geval zijn, dan lopen we bij de uitvoering van dit plan een financieel risico. Dit geldt overigens voor alle gemeenten in Nederland. De afvalverwerkingsmarkt is conjunctuurgevoelig. Op dit moment ontvangen we een gunstige prijs voor o.a. papier en textiel. Deze inkomsten zijn sterk afhankelijk van de marktsituatie. Het berekende scheidingspercentage is gebaseerd op landelijke kentallen en ervaringen. Voor Veendam kan dit afwijken. Een goede communicatie en handhaving is in dit kader van belang.
32
Bijlage 1 Sorteeranalyse restafval Sorteeranalyse grijze container augustus 2015
Tuinafval GFT. Etensresten ed. Herbruikbaar oud papier en karton Verpakkingsmaterialen drankenkartons? Folie (kunststof) Kunststof verpakkingen Overig oud papier en karton Verpakkingsglas Overig glas (lampen sierglas,ed) Schoeisel en textiel Luiers Wit – en bruingoed KCA Puin en keramiek Hout Grof restafval Ongesorteerd rest (fijn) Metalen Zeefzand Totaal 100% bronscheiding groen gearceerd levert op: 70% is meer realistisch
kg
aantal inwoners
totaal in restafval
6.963.420
kg per 27.689 inwoner
15,6% 2,1%
1.086.781 143.307
39,2 5,2
7,9%
552.269
19,9
5,4% 7,5% 7,0% 1,0% 3,6% 1,0% 2,9% 6,4% 1,0% 1,1% 2,3% 1,8% 1,1% 13,6% 4,4% 14,1% 100,0%
376.860 522.396 489.180 70.818 253.956 72.489 199.781 447.121 73.046 77.503 160.994 122.278 77.990 948.975 303.257 984.419
13,6 18,9 17,7 2,6 9,2 2,6 7,2 16,1 2,6 2,8 5,8 4,4 2,8 34,3 11,0 35,6 251,5
4.000.833 2.800.583
144,5 101,5
33
Bijlage 2 Onder ou ing kostendoorrekening s enario’s Voor het berekenen van de kosten e ate a de i dit Af al eleidspla uitgegaan van onderstaande uitgangspunten en aannames:
es hre e s e ario’s is
Gerekend is met 27.698 inwoners en 12.644 huishoudens. Alle kosten zijn exclusief BTW. Alle eenmalige kosten (met uitzondering van investeringen voor ondergrondse containers , minicontainers en inzamelwagens) worden niet over meerdere jaren gekapitaliseerd maar in 1x vanuit de reservevoorziening betaald. Uitgangspunt is dat de inzameling van gft, restafval, PMD en papier geschiedt door de gemeentelijke inzameldienst. De verschuiving in inzamelkosten zijn gebaseerd op het huidige i ter e erreke tarief Laag a € , per uur oor eige ede erkers e € , oor inhuur van Wedeka. In de kosten voor aanschaf/plaatsen van de ondergrondse containers zijn de eventuele meerkosten voor het omleggen van kabels en leidingen nog niet opgenomen. Gestreefd wordt naar locaties, waarbij geen omlegging van kabels en leidingen nodig is. De kosten van het omleggen van kabels en leidingen kunnen oplopen tot e kele duize de euro’s per locatie. Verwacht wordt dat in scenario 1 slechts bij een zeer beperkt aantal locaties sprake zal zijn van het omleggen van kabels en leidingen. Op basis van de huidige afvalhoeveelheden in Veendam, de recent uitgevoerde sorteeranalyses en de ervaringscijfers van andere gemeenten om de verschuivingen in de af alhoe eelhede i de di erse s e ario’s te epale .
Per s e ario is aa ge o e dat ee percentage van het gft-afval, glas , papier, kunststoffen, drankenkartons en textiel dat nu nog in het restafval (de grijze container) zit, gescheiden wordt. De percentages per scenario zijn: o Scenario 1a: 50% o Scenario 1b: deels 50%/30% o Scenario 2a: 30% o Scenario 2b: 70% o Scenario 3a: 25% o Scenario 3b: 60% Het omgekeerd inzamelen (scenario 1a)is nog betrekkelijk nieuw. De ROVA* gemeenten zijn hiermee gestart en zij boeken hiermee goede resultaten. Onze berekeningen gaan van een lagere opbrengst uit, omdat wij een ander vertrekpunt kennen: de ROVA gemeenten hanteerden voorheen al diftar.
*Het bedrijf ROVA is een publieke dienstverlener op de terreinen: grondstoffen & afval en openbare ruimte. ROVA bedient ee
erkge ied a o ge eer
.
i
o ers erdeeld i
regio’s: IJssel-Vecht, Achterhoek en Eemland. ROVA werkt
voor 21 aandeelhoudende gemeenten in genoemd werkgebied.
34
Bijlage 3 Achtergrondinformatie afvalinzamelsystemen Hoe zou de service prikkel er in onze gemeente uit kunnen zien? Bij de meeste woningen in onze gemeente wordt het huishoudelijk afval in drie fracties gescheiden aan huis ingezameld: restafval, gft en papier. De fractie plastic, drankenkartons en blik kan hieraan worden toegevoegd. De inzameling van deze laatste fractie kan plaatsvinden in plastic inzamelzakken of een container. De serviceprikkel kan worden geëffectueerd door alleen nog de herbruikbare afvalstromen gft, papier en plastic aan huis in te zamelen, en voor restafval een brengsysteem (ondergrondse containers) in te voeren. Op deze wijze wordt het scheiden van afval gemakkelijker gemaakt ten opzichte van het niet-afval scheiden. De grijze container die nu nog voor restafval worden gebruikt, kan worden gebruikt voor plasticafval, drankenkartons en blik zodat het aanbieden van deze fracties in zakken tot het verleden gaat behoren. Voor de burger betekent dit: Meer gemak ten aanzien van het gescheiden houden van plastic verpakkingsafval`, drankenkartons en blik (container biedt meer opslagruimte dan zak, geen zakken meer nodig, meer hygiëne door kunnen afsluiten van container). Voor restafval moet men een stukje lopen richting een ondergrondse container, die op strategische plekken in de wijk staan.
Omdat voor restafval moet worden gelopen, zal men ook geneigd zijn om gft en papier beter aan huis te scheiden (immers gft en papier kan men aan huis in de container kwijt). Het aantal containers dat in de tuin moet worden gestald blijft hetzelfde (maximaal 3)
Deze toepassing van de service prikkel wordt ook wel omgekeerd inzamelen genoemd. Van oudsher wordt de meeste service verleend op restafval en niet op herbruikbare stromen. Door dit om te draaien ontstaat er een gemaksimpuls om meer afval apart aan te bieden. Of dit concept inderdaad leidt tot een lager serviceniveau voor restafval is de vraag. In plaats van 1 x per 2 weken een minicontainer aan de weg te kunnen plaatsen, kan men nu 7 dagen per week restafval kwijt. Indien een gezin zijn afval goed scheidt aan huis, resulteert hooguit 1 vuilniszak restafval per week die naar de verzamelcontainer gebracht moet worden. Door de verzamelcontainers aan de ontsluitingswegen van de wijk te plaatsen, kan het loopje richting de voorziening gemakkelijk worden gecombineerd met bijvoorbeeld boodschappen doen. Omgekeerd inzamelen is minder goed toepasbaar bij de hoogbouw. Door het ontbreken van een tuin is het veel lastiger om containers toe te passen voor de inzameling van grondstoffen aan huis. Het aanbieden van grondstoffen zou wel makkelijker kunnen worden gemaakt door meer ondergrondse containers voor verschillende herbruikbare stromen te plaatsen. Nu is veelal alleen voorzien in ondergrondse restafvalcontainers nabij het perceel.
Door ook (ondergrondse) containers te plaatsen voor papier en plastic verpakkingsafval, drankenkartons en blik, kunnen deze stromen gemakkelijker gescheiden worden aangeboden.
35
Ervaringen elders met omgekeerd inzamelen Eén van de eerste gemeenten in Nederland die ervaring heeft opgedaan met omgekeerd inzamelen is de gemeente Zwolle. In de proefwijk waar het is uitgetest is de hoeveelheid plastic verpakkingsafval gestegen van 5 naar 23 kilo per inwoner, en de hoeveelheid restafval afgenomen van 235 naar 195 kilo per inwoner (- 20%). Ook de inzamelrespons van gft, papier en glas nam toe. Uit een bewonersonderzoek dat door de gemeente Zwolle is gehouden blijkt dat 75% van de bewoners na de pilot door wilde gaan met deze inzamelmethode. De gemeenteraad van Zwolle heeft inmiddels besloten om deze inzamelwijze in de gehele stad in te voeren. In navolging daarvan zijn ook de gemeenten Arnhem, Woerden en Utrecht en een groot aantal kleine gemeenten overgestapt op 'omgekeerd inzamelen'. De ROVA gemeenten Staphorst, Steenwijkerland en Olst-Wijhe, hebben omgekeerd inzamelen ingevoerd, nadat diftar al van kracht was (volume en frequentie). Deze gemeenten zagen hun bronscheidingspercentage toenemen van 51 naar 68%, en de hoeveelheid restafval afnemen van 187 naar 131 kilo per inw (-30%). Tegelijk met de invoering van omgekeerd inzamelen is een 0tarief voor gft-afval ingevoerd. Een belangrijke succesfactor bij omgekeerd inzamelen is de container voor plastic-afval, drankenkartons en blik.
Naast een aanbiedmiddel is een container ook een handig bewaar/ opslagmiddel, dat afsluitbaar is. Hoe zou de financiële prikkel er in onze gemeente uit kunnen zien? Diftar staat voor geDIFferentieerde TARieven voor de afvalstoffenheffing. Dit houdt in dat de afvalstoffenheffing niet voor ieder huishouden gelijk is, maar afhankelijk is van het afvalaanbod van een huishouden. Hoe minder afval wordt aangeboden, hoe lager de afvalstoffenheffing is. Bij diftar op basis van volume/frequentie wordt de hoogte van de afvalstoffenheffing bepaald door het volume van de minicontainer voor restafval en, indien van toepassing, voor gft-afval die bij een huishouden in gebruik is in combinatie met het aantal keren dat de minicontainer aan de inzameldienst wordt aangeboden. Een huishouden kan, binnen door de gemeente aangegeven grenzen, het volume van de eigen minicontainer bepalen. Door zoveel mogelijk fracties gescheiden van het restafval te houden wordt het afvalvolume en daardoor ook de aanbiedfrequentie zo laag mogelijk gehouden. Zo heeft een huishouden invloed op de kosten en worden afvalscheiding en -preventie gestimuleerd. Tegelijkertijd zorgt een lagere aanbiedfrequentie voor lagere inzamelkosten en wordt ook een meer rechtvaardige kostenverdeling bereikt.
Diftar op basis van volume/frequentie heeft een sterk positief effect op de scheiding van volumineuze fracties als plastic- en drankenverpakkingen. In de praktijk is gebleken dat ook de scheiding van zware fracties als glas, papier en gft door een volume/frequentiesysteem verbetert. Het aantal malen dat een container wordt geleegd, wordt geregistreerd door een antenne op de inzamelwagen die de gegevens van de chip in de minicontainer leest en opslaat.
Bij hoogbouw is de diftarvorm volume/frequentie toe te passen door gebruik te maken van ondergrondse containers die zijn voorzien van toegangscontrole. De inwerpopening bepaalt in 36
dit geval het volume. In het algemeen past een volle vuilniszak in de inwerpopening. De frequentie is gelijk aan het aantal keer dat een vuilniszak wordt ingeworpen. Gebruikers van deze ondergrondse container openen de inworpklep met behulp van een pasje, zodat per huishoudens geregistreerd wordt hoeveel afvalinworpen er gedaan zijn. Bij diftar op basis van gewicht wordt de hoogte van de afvalstoffenheffing bepaald door het aa tal kilo’s restaf al e , i die a toepassi g, gft-afval dat in de minicontainer wordt aangeboden. Het aantal malen aanbieden van de containers heeft geen invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Door diftar op basis van gewicht wordt de scheiding van voornamelijk de zware fracties als glas, papier en gft sterk gestimuleerd. Ook de scheiding van volumineuze fracties als plastic- en drankenverpakkingen wordt verbeterd. Het wegen van het aanboden afval in ondergrondse containers is technisch gecompliceerd en relatief duur en wordt daarom in Nederland niet tot nauwelijks toegepast. Gemeenten met een weegdiftarsysteem kiezen er in de meerderheid voor om – net als bij een volume/frequentiesysteem- bij ondergrondse containers het aantal afvalinworpen te tellen en dit te gebruiken als basis voor de afvalstoffenheffing.
37
Communicatieve prikkel noodzakelijk voor succesvol afvalbeleid. Zonder goede communicatie zullen we de in dit plan geformuleerde ambities niet halen. Dat betekent dat er fors ingezet zal moeten worden op communicatie en hier ook voldoende budget beschikbaar voor zal moeten worden gesteld. De communicatie zal zich moeten richten op de volgende zaken: Nut en noodzaak van het scheiden van afval. Wat is restafval en wat is een grondstof die we bij de bron moeten scheiden? Hoe wordt e.e.a. gefaciliteerd. Dit zal worden uitgewerkt in een communicatieplan. Ook is het belangrijk controles uit te voeren op het scheidingsgedrag. Daar waar inwoners het afval niet goed scheiden kan een afvalcoach ingezet worden. Een afvalcoach leert inwoners hoe ze afval dienen te scheiden.