CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-02 Notitie afvalbeleid Veendam vanaf 2020 definitief 2020B01979

Commissie Fysiek 22 maart 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Brief van het college van burgemeester en wethouders met het onderwerp “Notitie afvalbeleid”.4.510 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Afvalbeleid

Veendam, 8 december 2020

1

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

2

Afvalbeleidsplan 2016 - 2020 .......................................................................................................... 5

3

2.1

Afwegingskaders ..................................................................................................................... 5

2.2

Doelstellingen .......................................................................................................................... 5

2.3

Afvaldriehoek .......................................................................................................................... 6

Resultaten van het gevoerde afvalbeleid ........................................................................................ 6 3.1

Milieu....................................................................................................................................... 6

3.3.1.

4

Sorteeranalyse ................................................................................................................. 7

3.2

Afvalstoffenheffing .................................................................................................................. 8

3.3

Dienstverlening........................................................................................................................ 9

3.3.2.

Inzamelfrequentie ........................................................................................................... 9

3.3.3.

Maatwerkoplossingen ..................................................................................................... 9

3.3.4.

Brengstation .................................................................................................................. 10

Ontwikkelingen.............................................................................................................................. 11 4.1.

Nascheiding ........................................................................................................................... 11

4.2.

Statiegeld op petflesjes en blikjes ......................................................................................... 11

4.3.

Invloed producenten/verpakkingsindustrie op afval ............................................................ 11

4.4.

PMD ....................................................................................................................................... 12

4.5.

Luierrecycling......................................................................................................................... 12

4.6.

Papier..................................................................................................................................... 12

4.7.

Textiel .................................................................................................................................... 12

4.8.

GFT......................................................................................................................................... 13

4.9.

Klein Chemisch Afval (KCA).................................................................................................... 13

4.10.

SOZOG............................................................................................................................... 13 2

4.11. 5

Uitbreiding brengstation ................................................................................................... 14

Afvalbeleid ..................................................................................................................................... 15 5.1.1

Afvalvisie Veendam ....................................................................................................... 15

5.1.2

Milieudoelstelling: maximaal 125 kg. per inwoner in 2026. ......................................... 15

5.1.3.

Kostendoelstelling: uitvoering tegen zo laag mogelijke kosten .................................... 15

5.1.4. Dienstverleningsdoelstelling: een effectieve afvalinzameling ingericht op de recycling van grondstoffen ........................................................................................................................... 16 5.2

6

7.

Mogelijke strategieën ............................................................................................................ 16

5.2.1

Service prikkel: .............................................................................................................. 16

5.2.2.

Financiële prikkel ........................................................................................................... 16

5.2.3.

Communicatieve prikkel ................................................................................................ 17

Uitvoering beleid m.i.v. 2021 ........................................................................................................ 18 6.1

Bronscheiding ........................................................................................................................ 18

6.2.

Inzamelfrequentie ................................................................................................................. 18

6.3.

Brengstation .......................................................................................................................... 18

6.4

Communicatie ....................................................................................................................... 19

BIJLAGEN ....................................................................................................................................... 21

3

1

Inleiding

In 2016 is het Afvalbeleidsplan 2016-2020 door de Gemeenteraad vastgesteld. Dit beleidsplan hield het midden tussen een afwegingsdocument en een beleidsdocument. De afwegingen zijn gemaakt en met de uitvoering van het beleid is direct begonnen. In 2018 heeft een tussenevaluatie plaatsgehad. Sinds 2016 zijn de opvattingen over afval substantieel gewijzigd. Afval wordt meer en meer gezien als grondstof. Het voordeel daarvan is dat het beslag op natuurlijke grondstoffen afneemt. Dit past in het streven om het milieu zo weinig mogelijk te belasten. Een andere bijdrage aan een mindere belasting van het milieu is het scheiden van afval aan de bron. Dat wordt in onze gemeente al vele jaren gedaan en sinds 2017 Is er een nieuwe, succesvolle loot aan de stam: het gescheiden inzamelen van PMD-afval. Deze vorm van afval laat een gestage groei zien. Maar het kan beter. Uit sorteeranalyses blijkt dat ruim 40% van het aangeboden restafval niet in de restafvalbak thuishoort. Plastic Metaal en Drankenkartons(PMD) levert samen met Groente Fruit en Tuinafval (GFT) daarin de grootste bijdrage. Dat is jammer (het ontneemt ons de mogelijkheid om afval te hergebruiken) en erg duur: de verwerking van deze afvalstromen via het restafvalproces is een veelvoud duurder dan via het reguliere (scheiden aan de bron) proces. Daar valt dus flinke winst te halen.

Deze notitie wil een overzicht geven van de afvalinzameling van de achterliggende jaren (resultaten) en een vooruitblik bieden op de komende jaren (ontwikkelingen). Het is een terugblik op de achterliggende periode (paragrafen 2 en 3) en een beschouwing over hoe het afvalbeleid zal zijn vormgegeven (afvalbeleid paragraaf 5). Afval inzamelen is een samenspel tussen de inwoners van de gemeente en de gemeentelijke dienst die verantwoordelijk is voor de correcte wijze van inzamelen. Daar zijn alle inwoners en alle onderdelen van de organisatie bij betrokken: van het scheiden van afval en het legen van de afvalbakken tot een goede organisatie op het brengstation en het verzamelen van zwerfaval. Samen blijven wij werken aan minder afval en een effectieve en efficiënte inzameling en verwerking daarvan. Dat is de uitdaging voor de komende jaren.

4

2

Afvalbeleidsplan 2016 - 2020

Op 4 april 2016 heeft de gemeenteraad bijgevoegd afvalbeleidsplan gemeente Veendam 2016 – 2020 vastgesteld. Kenmerkend voor dit afvalbeleid is dat de inwoners en de gemeente zich ervan bewust zijn dat er op een verantwoorde en zuinige manier moet worden omgegaan met natuurlijke grondstoffen teneinde te voorkomen dat die op den duur uitgeput raken. In dit beleid is er daarom voor gekozen afvalproducten apart in te zamelen en grondstoffen zoveel mogelijk opnieuw te gebruiken (recyclen). Zo worden naast het gft en papier ook plastic - en metalenverpakkingsmiddelen en drankenkartons in een minicontainer bij de bron gescheiden ingezameld.

2.1

Afwegingskaders

Bij het vormgeven van het afvalbeleid is rekening gehouden met de volgende afwegingskaders: 1. De milieuprestaties in termen van afvalhoeveelheid en scheidingsresultaat. 2. Het kostenniveau in termen van afvalkosten van de gemeente en de afvalstoffenheffing. 3. Het serviceniveau in termen van dienstverlening, voorzieningen, klachten en tevredenheid.

2.2

Doelstellingen

In het beleidsplan zijn de volgende doelstellingen vastgelegd: 1. Milieudoelstelling: maximaal 150 kg restafval per inwoner in 2020. 2. Kostendoelstelling: verantwoorde afvalbeheerkosten als gevolg van nieuw beleid. 3. Dienstverlening: meer service voor inzameling grondstoffen.

5

2.3

Afvaldriehoek

Bij het vormgeven van deze drie afwegingskaders en drie doelstellingen moet er wel sprake zijn van een goede balans. In het afvalbeleid worden heldere keuzes gemaakt en wordt gezorgd voor een goede balans in de afvaldriehoek. Onderstaand is de afvaldriehoek schematisch weergegeven.

3

Resultaten van het gevoerde afvalbeleid

De termijn waarvoor het beleidsplan is vastgesteld loopt binnenkort af en het is tijd om de balans op te maken en van daaruit de koers voor de komende jaren te bepalen. Daarbij wordt uiteraard gekeken naar de doelstellingen waarop het beleid is gebaseerd.

3.1

Milieu

In onderstaande grafiek worden de milieuprestaties getoond van het gevoerde beleid.

6

De in bovenstaande grafiek weergegeven hoeveelheid huishoudelijk restafval bestaat uit het restafval dat huis-aan-huis wordt ingezameld en uit de hoeveelheid grof huishoudelijk afval dat op het brengstation wordt aangeboden. Grof huishoudelijk afval is dat deel van het huishoudelijk afval dat door omvang en/of gewicht niet in de minicontainer of ondergrondse container past. Voorbeelden hiervan zijn: stoelen, banken, kasten, tafels, bedden, matrassen, lattenbodems, gordijnen, tuinmeubilair, tapijt. In onderstaande tabel worden de verschillen hierin tot uitdrukking gebracht.

Hoeveelheid restafavl in kg. per inwoner periode 2015 - 2019 Jaar 2015 2016 2017 Aandeel huis-aan-huis 226 224 136 Aandeel grof huishoudelijk afval 25 29 37 Totale hoeveelheid restafval 251 253 173

2018 130 37 167

2019 134 40 174

Hieruit blijkt een daling van de hoeveelheid huishoudelijk restafval en een toename van het aandeel grof huishoudelijk afval. De totale hoeveel restafval is als gevolg van het beleid beduidend afgenomen van 251 kg per inwoner tot 174 kg. De doelstelling van (totaal) 150 kg restafval per persoon in 2020 zullen wij naar verwachting niet halen, maar we hebben wel een flinke stap in deze richting gezet. De toename in 2019 is toe te schrijven aan de economische groei die er dat jaar is geweest.

3.3.1. Sorteeranalyse Periodiek worden sorteerproeven uitgevoerd op het restafval om te kunnen analyseren in welke mate het afval juist wordt gescheiden. Alhoewel de hoeveelheid restafval beduidend lager is geworden blijkt uit de sorteeranalyse dat er nog steeds teveel afval dat in de andere bakken moet worden gestort, bij het restafval wordt aangeboden. Onderstaande grafiek laat zien dat uit de sorteerproeven van oktober 2019 blijkt dat ruim 40% van de hoeveelheid aangeboden restafval bestaat uit gft (15%), papier (7%), kleding (6%), glas (4%) en PMD (11%).

7

Er valt dus nog winst te halen in het beter scheiden aan de bron.

3.2

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing laat in de afgelopen beleidsperiode het volgende beeld zien.

8

Uit bovenstaande tabel valt af te leiden dat de afvalstoffenheffing na de invoering van het beleid eerst behoorlijk is gedaald en na 2018 weer enigszins is gestegen. De stijging laat zich onder meer verklaren door: -

De indexering van de tarieven van de afvalverwerkers;

-

Stijging van de loonkosten volgens cao-afspraken;

-

Daling van de vergoedingen uit het afvalfonds.

3.3

Dienstverlening

De geboden dienstverlening ziet er als volgt uit: De grondgebonden woningen beschikken over 4 minicontainers voor de inzameling van:  restafval (grijs) met frequentie van 1 x per 4 weken;  gft (groen) met frequentie van 1 x per 2 weken;  PMD (oranje) met frequentie van 1 x per 4 weken;  papier (grijs met blauwe sticker) met frequentie van 1 x per 4 weken. De hoogbouwlocaties beschikken over ondergrondse containers en/of verzamelcontainers, waarbij een inzamelfrequentie van wekelijks (ondergrondse) en twee keer per week (verzamel) wordt gehanteerd. De ondergrondse containers zijn voorzien van een systeem van volmelding (80%), zodat de lediging ervan zo efficiënt mogelijk kan plaatsvinden. Het algemene beeld is dat deze dienstverlening voldoet en hierbij de scheiding van afvalstoffen bij de bron zo goed mogelijk wordt gefaciliteerd.

3.3.2. Inzamelfrequentie De gehanteerde inzamelfrequentie is afgestemd op de verschillende hoeveelheden afval die aangeboden worden. Uit de sorteeranalyse valt op te maken dat het aandeel restafval nog verder teruggedrongen kan worden. Het aantal klachten dat binnenkomt over de frequentie van afvalinzameling is minimaal. Meldingen gaan vooral over containers die niet geleegd zijn, containers plaatsen bij nieuwbouwlocaties, vervanging gescheurde containers, adreswijzigingen etc.

3.3.3. Maatwerkoplossingen In voorkomende gevallen worden maatwerkoplossingen geboden. De appreciatie daarvan is goed. De ervaringen zijn positief.

9

3.3.4. Brengstation Het brengstation vervult een belangrijke rol in het afvalbeleid. Het is zowel een vorm van scheiden aan de bron als omgekeerd inzamelen. Onderstaande overzichten laten zien dat de hoeveelheid afval op het brengstation jaarlijks toeneemt en de inwoners de weg ernaar toe kunnen vinden.

Bezoekers brengstation 2016 2017 2018 2019 2020

Q1 2894 3555 3453 3962 4365

Q2 4618 4726 5759 5902 7638

Q3 4519 5002 4982 5895 3788

Q4 4724 3649 3804 4047

totaal 16755 16932 17998 19806 15791

10

4

Ontwikkelingen

Het is goed om bij de uitvoering van het afvalbeleid rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen.

4.1. Nascheiding In 2016 is gekozen voor het systeem van bronscheiding. Deze keuze werd mede ingegeven door het voordelige contract dat indertijd door het Samenwerkingsverband afvalstoffenverwerking Oost – en Zuid-Oost Groningen (SOZOG) kon worden afgesloten met SUEZ voor de verwerking van restafval en de vergoeding die we vanuit het afvalfonds voor (het vermarkten van) het bij de bron ingezamelde PMD ontvangen. De infrastructuur voor bronscheiding bij de hoogbouwlocaties is niet optimaal en de resultaten vallen hier dan ook tegen. Onderzoek zal moeten uitwijzen of het nuttig is om bij hoogbouwlocaties in aanvulling op de bronscheiding het systeem van nascheiding te kiezen. Deze situatie is in SOZOGverband met SUEZ besproken en bij de verlenging van het contract voor de verwerking van restafval is hiermee rekening gehouden. Het contract met SUEZ voor de verwerking van restafval is met 3 jaar verlengd en kan daarna tot uiterlijk 31-12-2027 verlengd worden. Dit contract biedt de mogelijkheid om 10% af te wijken teneinde invulling te geven aan nascheiding bij hoogbouwlocaties. Besluitvorming hierover zal naar verwachting in 2021plaatsvinden.

4.2. Statiegeld op petflesjes en blikjes Zwerfafval bestaat voor een groot deel uit petflesjes en blikjes. Met het invoeren van statiegeld op de petflesjes en blikjes zal dit probleem naar verwachting minder groot zijn. Het overleg op landelijk niveau over de invoering hiervan is gaande. Het statiegeld op petflesjes wordt ingevoerd op 1 juli 2021 en voor blikjes wordt vermoedelijk 1 januari 2023. Met de invoering hiervan zal naar verwachting ook de inhoud van de oranje container afnemen.

4.3. Invloed producenten/verpakkingsindustrie op afval De producten die consumenten gebruiken worden nagenoeg alle in een verpakking aangeboden. Soms levert dat een bijdrage aan de bewaarduur van een product (bijvoorbeeld in de voedingsmiddelenindustrie), nog te vaak is de verpakking overdadig. In het recente verleden is door het bedrijfsleven samen met de verpakkingsindustrie gekeken naar een meer efficiënte wijze van verpakken. Daar zijn vorderingen gemaakt maar de volumes zijn nog te groot. De verpakkingsindustrie is in voortdurend overleg met de Rijksoverheid om de afvalstromen te beperken. Ook maakt de verpakkingsindustrie meer en meer milieuvriendelijke verpakkingen die buiten het restafval om kunnen worden verwerkt. 11

4.4. PMD PMD wordt sinds medio 2017 aan de bron gescheiden. De opbrengst van de PMD-fractie is in 2017 en 2018 fors gestegen ten opzichte van de nascheiding in de jaren ervoor waarna een stabilisatie optreedt in 2019. De maatregelen die op stapel staan (zie 4.2.) zullen naar verwachting een dempende invloed hebben op het aanbod. Er is voortdurend nauw contact met de verwerkers die informatie verstrekken over de kwaliteit van het aangeboden product. Het is van belang dat er geen afval in de PMD-container komt dat er niet thuis hoort (de zogenaamde vervuilde fractie). Vervuilde fracties worden uit het verwerkingsproces gehaald en vervolgens als restafval verwerkt. Dat is een duur proces: enerzijds is de verwerking van restafval vele malen duurder dan de verwerking van PMD, anderzijds ontvangen we voorde afgekeurde fractie geen vergoeding. In de communicatie zal (permanent) veel aandacht worden besteed aan wat in de PMD-container kan worden aangeboden. Plastic wordt gemaakt van olie en de prijs van olie is van invloed op de ontwikkelingen van de markt voor hergebruik van plastic.

4.5. Luierrecycling Ongeveer 6% van het restafval bestaat uit luiers en ander incontinentiemateriaal. Daarmee is het een behoorlijke deelstroom. Het verwerken van deze materialen buiten het restafval is in ontwikkeling. Zo wordt onderzocht of deze vorm van afval in een aparte scheidingsinstallatie kan worden verwerkt. Er zijn, behoudens de installatie, verschillende aspecten in de verwerking die nog moeten worden onderzocht. Daarbij kan worden gedacht aan de logistiek, of de grondstoffen die gewonnen worden op een goede manier kunnen worden hergebruikt en of de kosten aanvaardbaar zijn. De ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd.

4.6. Papier Bij de inzameling van oud papier wordt de gemeente sinds jaar en dag geholpen door maatschappelijke organisaties (scholen, verenigingen, kerken, wijkteams etc.). Dat gaat naar volle tevredenheid van alle partijen en levert een bijdrage aan de sociale cohesie in onze gemeente. De organisaties ontvangen een bijdrage voor hun inspanningen maar nooit minder dan een afgesproken garantieprijs. De prijs van oud papier is aan fluctuaties onderhevig, onder meer door de prijs op de wereldmarkt. De prijs is de laatste jaren stelselmatig gedaald maar lijkt de weg omhoog weer iets gevonden te hebben hoewel het herstel broos is. Bij de inzameling wordt blijvend ingezet op de samenwerking met de maatschappelijke organisaties.

4.7. Textiel De inzameling van kleding wordt door een gespecialiseerd bedrijf gedaan. De keuze voor een bedrijf vindt plaats na een aanbesteding. Tot heden leverden de contracten voor de gemeente baten op. Het 12

is gelet op de prijsontwikkeling op de wereldmarkt de vraag of dat in de komende jaren ook het geval zal zijn. Het continueren van een aparte inzameling ligt wel voor de hand. De ingezamelde kleding vindt zijn weg als grondstof voor nieuwe kleding. Overigens zijn er meerdere plekken waar kleding wordt ingezameld. Denk daarbij aan kledingbank Maxima, kringloopwinkels en openbare marktplaatsen.

4.8. GFT De inzameling van GFT vindt tweewekelijks plaats in de groene minicontainers. Voor de verwerking ervan tot compost is een contract afgesloten met OGAR in Oude Pekela. Vervuilde fracties worden uit het verwerkingsproces gehaald en vervolgens als restafval verwerkt. Het contract met OGAR loopt op 31 maart 2022 af en de voorbereidingen voor de aanbesteding van GFT zijn inmiddels opgestart.

4.9. Klein Chemisch Afval (KCA) Klein chemisch afval kunnen bewoners op het brengstation afgeven. Daarnaast nemen producenten verantwoordelijkheid voor dit afval en komen er voor de consumenten bij de verkooppunten steeds meer voorzieningen om dit klein chemisch afval in te leveren. Denk hierbij aan de mogelijkheid van het inleveren van medicijnen bij de apothekers, batterijen bij de doe het zelf markten, inktcartridges bij de kantoorboekhandel en ICT-branche en frituurvet bij de supermarkten.

4.10. SOZOG SOZOG is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) waarbinnen nu nog vijf gemeenten (Midden Groningen, Veendam, Pekela. Oldambt en Stadskanaal) samenwerken. Het AB van SOZOG heeft een aantal keren de toekomst van de GR verkend en de intentie uitgesproken om na beëindiging van de lopende contracten de GR op te heffen. Dat impliceert niet dat er in de toekomst geen samenwerking meer zal zijn. De samenwerking wordt op een andere wijze ingevuld, mogelijk met Drentse gemeente (wellicht meer), met volumevoordeel bij aanbestedingen en mogelijkheden om autonoom vorm te geven aan gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid (maatwerk). De besluitvorming over een eventuele opheffing van de GR is aan de Gemeenteraden voorbehouden. De Drentse gemeenten werken op een vergelijkbare manier samen en staan welwillend tegenover ee toeko stige sa e erki g et éé of eerdere SO)OG - gemeenten. De samenwerking tussen de gemeenten is erop gericht om bij te dragen aan het op effectieve en efficiënte wijze bewerkstelligen van de ambities en doelen op het gebied van huishoudelijk af al eheer Van Afval Naar Gro dstof . )ij zette daar ij i op een verdere vermindering van het huishoudelijk restafval en een betere scheiding en meer recycling van afvalstoffen.

13

4.11. Uitbreiding brengstation In 2020 zijn er gesprekken gestart met SUEZ, over de mogelijkheden van meer en beter scheiden van afvalstromen. Het doel is om stromen zoals grof huishoudelijk – en bouw- en sloopafval op het brengstation voor de verwerking nog verder te sorteren. Op het brengstation worden momenteel 17 afvalstromen gescheiden. Mogelijkheden liggen er onder meer op het gebied van sorteren op nog bruikbaar en/of te repareren materiaal. Samenwerking op dit gebied met WEDEKA, SUEZ en Virol kan dan een positieve wending geven aan de VANG-doelstelling. De totale hoeveelheid grof huishoudelijk afval neemt dan verder af. In 2021 worden de mogelijkheden van het herinrichten van het brengstation nader bekeken.

14

5

Afvalbeleid

Het beleid van afvalscheiding bij de bron heeft geleid tot een daling van de hoeveelheid restafval en toename van de te recyclen grondstoffen. De geschetste ontwikkelingen geven geen aanleiding om het beleid op dit moment te heroverwegen. De ontwikkelingen in afvalland en de resultaten van het vigerende beleid worden kritisch gevolgd.

5.1.1 Afvalvisie Veendam De gemeente heeft op grond van de Wet milieubeheer een zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Ook voor de toekomst wenst de gemeente deze plicht op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze invulling te geven. De gemeente zal ook de komende jaren sterk inzetten op het duurzamer maken van de afvalinzameling. Door meer huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen en te hergebruiken als grondstof, wordt onnodige uitputting van grondstoffen vermeden, energie bespaard, en de uitstoot van CO2 gereduceerd. Doordat grondstoffen geld waard zijn, en voor (rest)afval moet worden betaald, zullen met de transitie 'van afval naar grondstof' baten worden gerealiseerd. Duurzaam afvalbeheer zal bijdragen aan het beheersbaar houden van de afvalbeheerkosten en minder gebruik van grondstoffen (win-win-situatie). De inzameling en verwerking van de grondstoffen vindt zoveel mogelijk in de regio plaats. Dit is zowel goed voor de regionale werkgelegenheid als het milieu (vermindering transport).

5.1.2 Milieudoelstelling: maximaal 125 kg. per inwoner in 2026. Gestreefd wordt om zoveel mogelijk huishoudelijk afval in te zamelen als grondstof en in 2026 nog maximaal 125 kg. per inwoner per jaar in te zamelen als restafval. Dit kan worden bereikt door de bewustwording en het gedrag van de inwoners met inzet van communicatiemiddelen te beïnvloeden. Kg. restafaval per persoon in Veendam Werkelijke hoeveelheid Doelstelling jaar via ABS Via container Totaal Veendam Landelijk 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2026

25 29 37 37 40

226 224 136 130 134

251 253 173 167 174 150 125

100

5.1.3. Kostendoelstelling: uitvoering tegen zo laag mogelijke kosten 15

Door de inzameling, het vervoer, de nuttige toepassing (bijvoorbeeld hergebruik) of de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen op basis van het afvalbeleidsplan zo efficiënt en effectief mogelijk te blijven uitvoeren, met inachtneming van de milieudoelstelling en de service doelstelling worden de kosten zo laag mogelijk gehouden

5.1.4. Dienstverleningsdoelstelling: een effectieve afvalinzameling ingericht op de recycling van grondstoffen Onze dienstverlening richt zich bij de inzameling van afval zoveel mogelijk op de recycling van grondstoffen. Burgers worden zo goed mogelijk in staat gesteld hun afval aan de bron te scheiden. Dat kan aan huis middels de verschillende containers maar ook op het brengstation en op diverse (winkel)locaties in de gemeente (glas, papier, textiel, KCA). Communicatie is hierbij ondersteunend. Bij vragen en klachten is de gemeente gemakkelijk te benaderen (website, KCC, Facebook, Whatsapp, Instagram) en we blijven de inwoners actief benaderen en informeren over het nut en de noodzaak van bronscheiding maar ook over de behaalde resultaten. Om de geformuleerde doelstelling van 125 kilo restafval voor 2026 te halen zullen we de verschillende deelstromen nog beter moeten scheiden.

5.2

Mogelijke strategieën

Om de doelstellingen te behalen zijn er prikkels nodig om de bronscheiding door de burgers te bevorderen. De volgende strategieën kunnen we daarvoor worden ingezet: de service prikkel, de financiële prikkel en de communicatieve prikkel.

5.2.1 Service prikkel: Het gescheiden aanbieden van herbruikbare afvalstromen wordt gemakkelijk gemaakt. Hier wordt uitvoering aan gegeven door de herbruikbare afvalstromen gft, plastic en papier, evenals het restafval met containers huis-aan-huis in te zamelen. Als de hoeveelheid restafval verder afneemt kunnen we er ook voor kiezen ondergrondse containers op centrale plekken in de wijk te plaatsen waar de burger voor zijn restafval gebruik van dient te maken (omgekeerd inzamelen). De laatste optie kan worden overwogen als er opnieuw in de infrastructuur voor afvalinzameling geïnvesteerd dient te worden, bij het opmaken van het beleid vanaf 2027.

5.2.2. Financiële prikkel De kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen worden middels een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing doorberekend aan de burgers. Deze kosten betreffen alle kosten die samenhangen met de inzameling, het vervoer, de nuttige toepassing (bijvoorbeeld hergebruik) en de verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Een betere bronscheiding resulteert in lagere stort- en verwerkingskosten en dit heeft zijn weerslag in de tarieven (in de vorm van minder of minder-meer).

16

5.2.3. Communicatieve prikkel Het gescheiden aanbieden van herbruikbare afvalstromen wordt gestimuleerd door beter en gerichter te communiceren over nut en noodzaak ervan. Deze strategie kan eventueel worden gevolgd door gerichte handhaving en controle op juist scheidingsgedrag. Zie hiervoor het hoofdstuk communicatie.

17

6

Uitvoering beleid m.i.v. 2021

Het afvalbeleid 2016 – 2020 wordt voortgezet. Hieronder wordt aangegeven wat dit concreet betekent.

6.1

Bronscheiding

De bronscheiding van restafval, gft, PMD en papier middels de daarvoor beschikbaar gestelde minicontainers bij grondgebonden woningen wordt gecontinueerd. Bij de hoogbouwlocaties kan dit middels ondergrondse containers of verzamelcontainers. Er wordt onderzocht of nascheiding als aanvullende maatregel tot betere resultaten leidt.

6.2. Inzamelfrequentie De inzamelfrequentie die wordt gehanteerd is:  restafval (grijs) 1 x per 4 weken;  gftafval (groen) 1 x per 2 weken;  PMD (oranje) 1 x per 4 weken;  papier (grijs met blauwe sticker) 1 x per 4 weken. De ondergrondse containers en/of verzamelcontainers, worden resp. wekelijks en twee keer per week geleegd.

6.3. Brengstation Het brengstation is een belangrijke voorziening waar burgers afval, dat niet thuis hoort in de minicontainers, kwijt kunnen. Ook hier wordt met het oog op de recycling het afval zo goed mogelijk gescheiden. De eerder genoemde ontwikkeling tot herinrichting van het brengstation door SUEZ zal hier een positieve bijdrage in leveren. Het terrein zal efficiënter worden ingericht. Er komen meer voorzieningen voor het aanbieden van deelstromen en de door de bezoekers te volgen routes zullen beter worden aangegeven. . Beter beheer en toezicht kan de hoeveelheid grof huishoudelijk afval verminderen. Het brengstation is voor onze burgers geopend op maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 16.00 uur en op zaterdag van 8.00 tot 12.00 uur.

18

6.4

Communicatie

Af al raakt e se e is a alledag. Si ds ee aa tal jare probeert de gemeente Veendam de i o ers et de a pag e Vee da doet het apart er og eer toe te e ege het restaf al, plastic, papier en groen goed te laten scheiden. Naast kennis is het gedrag van mensen ten aanzien van het juist scheiden/aanbieden van afval voor een belangrijk deel bepalend hoe succesvol het afvalbeleid is. Voorwaarde is wel dat de communicatieboodschap voor iedereen duidelijk is en regelmatig wordt herhaald. Huidige afvalcommunicatie Momenteel zetten wij de volgende communicatiemiddelen in om te communiceren over afval: - de website van de gemeente - de afvalwijzer - de afvalkalender (elk jaar in december) - de nieuwspagina van de gemeente in de Veendammer - social media, zoals Facebook en Instagram Media en actualiteit Anno 2020 beschikken we over tal van media, zoals het internet, de krant, televisie, radio, social media. Het is belangrijk om de actualiteit in deze media goed bij te houden en daarop in te spelen. Dat doen we en willen we nog vaker gaan doen.

Voorbeelden van inspelen op de actualiteit zijn het juist weggooien van plastic zonnebrandflesjes in de zomer of het juist weggooien van tubes tandpasta, bij vorst tips over het vorstvrij maken van de containers (blijft er geen vuil onderin de container vastzitten of gaat de deksel niet meer open) of het juist aanbieden van containers en het aanbieden van de kerstboom aan de weg rondom de jaarwisseling. Hiervoor wordt vaak social media gebruikt, maar ook de maandelijkse pagina in de Veendammer is een belangrijk kanaal. In de maandelijkse pagina verschijnt elk jaar in december ook de afvalkalender, met daarbij informatie over het scheiden van afval. Communicatie aanpak 2020-2024 Het succes van aan de bron scheiden staat of valt voor een belangrijk deel met de medewerking van de inwoners. Daarom ligt de focus van de afvalcommunicatie op het hoe en waarom van scheiden. Doel is om de inwoners van Veendam ervan bewust te maken dat veel afval nog te gebruiken is als grondstof. Om de ingezette gedragsverandering vast te houden en te vergroten is herhaling van de boodschap belangrijk. Door herhaling blijft informatie langer hangen. Daarnaast moet de gemeentelijke communicatie over afval herkenbaar zijn en blijven. De afvalcommunicatie ziet er in hoofdlijnen als volgt uit: 

Het blijven inzetten van de website van de gemeente Veendam; veelal wordt de website van de gemeente als eerste geraadpleegd voor informatie. Informatie over afval dient een prominente plaats te hebben op de website. Daarnaast willen we de inwoners door middel van (verwijzingen naar) korte filmpjes laten zien hoe de afvalverwerking in zijn werk gaat Wat ge eurt er et u af al a i za eli g? .

19

    

Opstellen van een jaarkalender waarin de communicatiemomenten vastgelegd zijn. Vastgelegd voor zowel de online communicatiemiddelen als de offline communicatiemiddelen (krant, flyer). De a pag e Vee da doet het apart lij e i zette . Door iddel a eri hte op de website, social mediakanalen en periodiek in de maandelijkse editie in de Veendammer. Periodiek inzetten van de matrixborden bij de uitvalswegen van de gemeente met korte berichten over het goed scheiden van afval. Naast de afvalpagina die jaarlijks in december verschijnt ook een afvalpagina maken, gerelateerd aa de seizoe e . Deze the apagi a s gaa i op ee spe ifiek onderwerp, zoals meer groenafval in de lente als we de tuin voorjaarsklaar maken. Voortdurend inspelen op de actualiteit. Bijvoorbeeld aandacht voor mondkapjes en wegwerphandschoenen die rondslingeren op straat. Deze horen bij het restafval en niet op straat. Is er een feestdag zoals Sinterklaas, Kerst (kerstbomen), Oud en Nieuw (frituurvet, vuurwerkresten), Pasen (takken van paasvuren) enzovoort, dan haken we daarop in. Dialoog aangaan met partners. De lokale ondernemers, zoals supermarkten, maar ook scholen (jong geleerd, is oud gedaan) zijn voor ons partners om de hoeveelheid restafval en zwerfafval terug te dringen. We gaan de dialoog met deze partners aan om te bekijken welke rol zij kunnen spelen.

20

7.

BIJLAGEN 1. Afvalbeleidsplan 2016 - 2020 2. Overzicht afvalfracties brengstation

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9868533/1