05-02 Bijlage 1 - Bestuursverslag 2024 Scholengroep OPRON
Tekst van het document
Deze licentie is drie jaar geldig en na deze drie jaar is er voor alle licentiehouders een verplichte terugkombijeenkomst voor het verlengen van de licentie (hercertificering). In het schooljaar 2023-2024 zijn er vijf nieuwe auditoren opgeleid en in schooljaar 2024-2025 volgen drie directeuren de opleiding tot auditor. In april 2024 heeft er in company een terugkombijeenkomst voor hercertificering plaatsgevonden waaraan negen auditoren hebben deelgenomen. Amplitie Medewerkerstevredenheid De mening van het team is cruciaal. Elke dag zorgen zij dat er onderwijs wordt gegeven en natuurlijk weten zij als onderwijsprofessionals als geen ander waar het goed gaat en waar verbeterpunten liggen. Het uitvragen van de ervaring van het team is dan ook een bron van waardevolle informatie. Scholengroep OPRON voert eens in de twee schooljaren een medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) uit. In het voorjaar van 2024 heeft dit onderzoek weer plaatsgevonden. Het MTO is tegelijk met het ouder- en leerlingentevredenheidsonderzoek uitgevoerd door DUO onderwijs en advies.
23
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
In het MTO wordt er uitvraag gedaan naar verschillende HR thema’s, met als doel om feedback te verzamelen die we kunnen gebruiken om een positieve impact te maken op bijvoorbeeld het ziekteverzuim, het verlagen van de werkdruk, het verloop van personeel en het werkgeluk. Door het onderzoek komen de sterke en zwakken punten aan het licht. De respons van het MTO onderzoek van 2024 bedroeg in totaal 83%. Er zijn mooie resultaten ten aanzien van de thema’s inhoud van het werk (afwisselend), samenwerking (helpen indien nodig) en onderwijs (ontwikkeling leerling staat centraal). Onze medewerkers werken graag bij OPRON, zijn bevlogen en ervaren hun werk als zeer zinvol. Medewerkers ervaren een prettige werksfeer op hun werkplek/school en hebben een grote mate van vertrouwen in hun collega’s om met elkaar samen te werken. De aandachtspunten vanuit het MTO zijn op hoofdlijnen de thema’s: werkdruk (de tijd voor de begeleiding van de zorgleerling), werkomstandigheden (Huisvesting en werkplek buiten de groep) en MR (zichtbaarheid binnen school en communicatie over ontwikkelingen). De scholen en betrokkenen hebben de uitkomsten in dialoog met elkaar doorgenomen en er zijn speerpunten opgesteld die terugkomen in de strategische koers 2024-2028 en de schooljaarplannen. Risico-Inventarisatie en -Evaluatie Elke werkgever heeft de verplichting om een ARBO-beleid te hebben.
In het ARBO-beleid van Scholengroep OPRON wordt benoemd dat er vierjaarlijks een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) dient te worden uitgevoerd. Aan de hand van de RI&E wordt er een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. In het PvA staat wie, wanneer, welke maatregel neemt waarin ook de BHV als onderdeel is opgenomen. Door het PvA uit te voeren wordt het werk bij Scholengroep OPRON zo mogelijk veiliger en gezonder. De RI&E is een lijst met mogelijke risico’s. Met deze lijst wordt in kaart gebracht welke risico’s wij als scholengroep dienen te voorkomen. Wanneer we weten welke risico’s er zijn, kunnen de juiste maatregelen worden getroffen. De RI&E heeft een verplicht karakter met als doel middels de RI&E eventuele risico’s voor onze medewerkers en onze leerlingen daar waar nodig terug te dringen of te voorkomen. In de maanden april en mei 2024 heeft Scholengroep OPRON de RI&E uitgevoerd met behulp van de Arbomeester, een branche-erkend RI&E-instrument voor het primair onderwijs. De RI&E is in het najaar van 2024 getoetst door een gecertificeerde arbodeskundige. Deze toetsing bestond in 2024 uit interviews met de bestuurder, HR, een vertegenwoordiging van de GMR, de bedrijfsarts en de adviseur Huisvesting/Facilitair en een rondgang door een viertal scholen, te weten Kindcentrum Westerwinde, Inspecteur Amerikaschool, obs De Tandem en obs De Musselhorst.
Tijdens de rondgang door de schoolgebouwen zijn ook medewerkers steekproefsgewijs gevraagd naar de arbeidsomstandigheden. Aan de hand van de RI&E, de interviews en de rondgang door de schoolgebouwen stelt de arbodeskundige een toetsingsrapportage op. In deze rapportage is aangegeven of de RI&E en de PvA’s voldoen aan de Arbowet. De rapportage wordt ergens in het eerste kwartaal van 2025 verwacht en zal worden besproken en zo nodig aangepast en definitief worden gemaakt. De definitieve rapportage wordt gedeeld met de schoolleiders en de GMR. Verzuim In het verzuim werken we met vier verschillende indicatoren die een beeld geven van de ontwikkeling van het verzuim binnen onze organisatie, te weten ziekteverzuimpercentage (ZVP), ziekmeldingsfrequentie (ZMF), de gemiddelde ziekteverzuimduur (GZVD) en het percentage nulverzuim (PNV).
24
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Verzuimpercentage Meldingsfrequentie
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
9,6 % 1,2
11,1 % 1,1
8,4%
7,3%
9,5%
1,16
0,75
10,7 % 0,80
12,6 % 1,26
10,6 % 1,34
7,3%
1,0
9,6 % 0,63
1,11
Ziekteverzuimpercentage (ZVP) Over het jaar 2024 is het verzuimpercentage van Scholengroep OPRON 7,3%. Er is dus ten opzichte van 2023 een daling te zien van 3,3%. De daling van 3,3% wordt mede veroorzaakt doordat we in 2024 met wederzijds goedvinden afscheid hebben genomen van een aantal medewerkers die een langdurig ziekteverzuim kenden. Ziekmeldingsfrequentie (ZMF) Het aantal keren dat medewerkers zich ziek melden, de meldingsfrequentie, kende dit jaar een ZMF van 1,11 Dit betekent dat een medewerker zich gemiddeld 1,11 keer per 12 maanden ziekmeldt. Het ideale cijfer ligt tussen de 0,7 en 1,0. Dit cijfer wordt het meest beïnvloed door kort verzuimmeldingen. Ook hier is er een daling ingezet. Gemiddelde ziekteverzuimduur (GZVD) Met het gemiddelde ziekteverzuimduur wordt het aantal dagen dat een medewerker zich heeft ziekgemeld in een aaneengesloten periode bedoeld. Gemiddeld is een medewerker in 2024, 22,29 dagen ziek. Dit was in 2023 20,09 dagen. Hieruit kunnen we concluderen dat het verzuim zich heeft verschoven van lang verzuim (>365 dagen) naar kort en middellang verzuim. Dit is een goede ontwikkeling omdat korter verzuim meer beïnvloedbaar is dan langer verzuim. Percentage nulverzuim (PNV) Het percentage nulverzuim geeft aan welk percentage van onze medewerkers zich niet heeft ziekgemeld in 2024. Dit was over 2024 47% ten opzichte van 44% in 2023.
47% van onze medewerkers was er dus altijd de afgelopen periode! Ook dit zien we afgelopen jaren stijgen van 33% in 2022 naar 47% in 2024. Scholengroep OPRON vindt het belangrijk om aandacht te besteden aan de gezondheid en vitaliteit van haar medewerkers. Er wordt gericht gewerkt aan een duurzaam gezonde organisatie. In navolging van de strategische doelstellingen is er verder gewerkt aan het duurzaam reduceren van langdurig verzuim, het ontwikkelen van beleid en werkafspraken en het versterken van de duurzame inzetbaarheid van de medewerkers. Door het voeren van preventief beleid wil OPRON de arbeidsomstandigheden optimaliseren en daarmee de gezondheid en vitaliteit van haar medewerkers bevorderen. Er worden periodiek inzetbaarheidsoverleggen (IBO) per gemeente gevoerd. Bij deze gesprekken zijn naast de schooldirecteuren, de bedrijfsarts, de schoolmaatschappelijk werker en de HR-adviseurs aanwezig. Door kennisoverdracht, intervisie, casusbesprekingen worden de leidinggevenden beter toegerust op de verzuimpreventie. Daarnaast krijgen tijdens de IBO’s de onderwerpen vitaliteit en duurzame inzetbaarheid veel aandacht. Kort frequent verzuim gesprekken Meldt iemand zich vaker dan drie keer per 12 maanden ziek, dan wordt er door de leidinggevende met de medewerker vanuit de zorg een kort frequent verzuim gesprek gevoerd.
Door het voeren van de kort frequent verzuimgesprekken richten we ons op het achterhalen van de oorzaak van het kort frequent verzuim, met als doel onze aanpak en preventie meer op die oorzaken te richten.
25
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Arbeidsmarkt van de toekomst Krapte op de arbeidsmarkt (lerarentekort) De situatie op de arbeidsmarkt blijft krap, het lerarentekort blijft aanhouden. Hoewel in het noorden de problemen minder groot zijn dan in de rest van het land, beginnen wij de krapte ook duidelijk te merken in onze regio. In 2024 hebben we de reguliere formatie op onze scholen (nog) kunnen invullen. Het lerarentekort raakt ons met name als het gaat om (tijdelijke) invallers. Om de krapte op het gebied van invallers op te vullen en het onderwijs in de scholen te kunnen continueren, is er in 2020 een samenwerking gestart met Stichting Katholiek Onderwijs Centrale Groningen, Stichting Baasis, Stichting Ultiem en Primenius, namelijk een gezamenlijke Flexpool. Middels deze samenwerking wordt er geprobeerd te voorzien in de behoefte van invalleerkrachten bij de aangesloten besturen. De krapte op de arbeidsmarkt geeft nog meer noodzaak om in te zetten op loopbaanontwikkeling. Dit doen wij onder andere door onderwijsassistenten om te scholen tot leraarondersteuner en/of leerkracht. Leerkrachten bieden we de kans om zich te laten omscholen tot schoolleider (kweekvijver). Dit onderwerp heeft binnen de hele stichting onze aandacht. Onderwijsregio Noord-Nederland (po) Scholengroep OPRON maakt deel uit van de Onderwijsregio Noord-Nederland (po).
Deze onderwijsregio bestaat uit 60 schoolbesturen voor primair onderwijs en het speciaal onderwijs uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Het primair onderwijs en het speciaal onderwijs kennen grote opgaven in het noorden. Naast het lerarentekort kent het Noorden eigen uitdagingen. Hierbij springt de krimp in grote delen van deze regio het meest in het oog. Met als gevolg een dalende bereikbaarheid van scholen en organisatorische uitdagingen. Het doel van de onderwijsregio is om regionale partijen te ondersteunen bij de aanpak van personeelstekorten in het onderwijs. De Onderwijsregio richt zich op de samenwerking tussen schoolbesturen, lerarenopleiding en de beroepsgroep om te zorgen voor voldoende en (blijvend) goed opgeleid onderwijspersoneel. Ze zetten zich in op de domeinen werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren van onderwijspersoneel. De onderwijsregio heeft een grote opgave om goede mensen voor het onderwijs te werven. Met een brede aanpak wordt een aantrekkelijke onderwijsarbeidsmarkt gecreëerd, waar de juiste mensen met hun hart en verstand voor kiezen. Er zijn werkgroepen in de Onderwijsregio Noord-Nederland opgericht rondom de verschillende domeinen. Deze werkgroepen hebben de focus op de geheel beoogde onderwijsregio.
Zaken in het afgelopen jaar met personele betekenis Nieuwe CAO In het najaar van 2024 is het cao-akkoord voor primair onderwijs voor 2024-2025 ondertekend. Met de nieuwe cao krijgen de medewerkers in het primair onderwijs een loonstijging van 4,5% met ingang van 1 oktober 2024. Verder zijn er nog veel andere afspraken gemaakt die het werken in het primair onderwijs aantrekkelijker zullen maken. De cao loopt van 1 oktober 2024 tot en met 31 oktober 2025. Strategisch personeelsbeleid Ook in 2024 zijn we volop bezig geweest het huidige beleid te evalueren en, daar waar nodig, aan te passen. Hierin is met name gekeken op welke wijze er vanuit HR bijgedragen kan worden aan onderwijskwaliteit en de doelstellingen en hoe personeelsbeleid en de instrumenten daarop ingezet kunnen worden binnen Scholengroep OPRON. Alle beleidsstukken zijn in lijn met het strategisch beleid van Scholengroep OPRON opgesteld en voor alle beleidsstukken is een evaluatiecyclus vastgesteld. De strategische koers is in samenspraak met alle partijen waaronder schoolleiders en leerkrachten tot stand gekomen.
26
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
In 2024 hebben we binnen Scholengroep OPRON de volgende regelingen en/of beleidsstukken geactualiseerd of vastgesteld: Verzuimbeleid Beleid startende leerkrachten Flexpoolbeleid Integriteitscode RI&E-beleid Gedragscode Scholengroep OPRON (verplicht) Gedragscode ICT (verplicht) Protocol voorkoming lesuitval Regeling tegemoetkoming sportabonnement Instructie werkplekinrichting PSA-beleid (geactualiseerd, moet nog worden vastgesteld) Klachtenregeling (geactualiseerd, moet nog worden vastgesteld) In 2025 gaan we onder andere bezig met het opstellen van een stagebeleid en gaan we een begin te maken met onze strategische personeelsplanning. Personeelssterkte In 2024 zijn 29 medewerkers in dienst gekomen en 41 medewerkers uitgestroomd. Van de uitgestroomde medewerkers zijn 9 op eigen verzoek uitgestroomd, 7 met wederzijds goedvinden, 22 vanwege het niet verlengen van het tijdelijke contract, 1 door overlijden en 2 door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of keuzepensioen. Eind 2024 waren er 340 medewerkers in dienst. Van deze medewerkers werkten 251 medewerkers parttime (een wtf lager dan 1,0) en 89 medewerkers fulltime. In totaal gaven deze 340 medewerkers aan 255,55 wtf invulling. Van onze medewerkers is ongeveer 14 procent man en 86 procent vrouw. Van de medewerkers heeft ongeveer 21 procent een leeftijd van 55 jaar en ouder.
Overzicht op werktijdfactor: <0.2 WTF : 17 Werknemers/ 340 Werknemers = 5% 0.2-0.4 WTF : 43 Werknemers/ 340 Werknemers = 12,65% 0.4-0.6 WTF : 107 Werknemers/ 340 Werknemers = 31,47% 0.6-0.8 WTF : 100 Werknemers/ 340 Werknemers = 29,41% >0.8 WTF : 73 Werknemers/ 340 Werknemers = 21,47% Bij de start van schooljaar 2024-2025 hadden we geen tekort voor de basisformatie, als het gaat om onderwijzend en ondersteunend personeel. Er is wel een tekort aan invallers voor incidenteel onvoorziene vervangingen. Uitkeringen na ontslag In 2024 waren de kosten voor uitkeringen na ontslag €112.754. Een nieuw strategisch beleid aangaande personeel, helpt om meerdere (school)jaren vooruit te kijken, met als gewenst resultaat om deze kosten te verminderen. Vanaf 1 augustus 2022 betalen werkgevers in het primair onderwijs voortaan standaard 50 procent van de werkloosheidskosten van hun ex-werknemers. Dat geldt voor alle gevallen waarbij de laatste contractdag op of na 1-8-2022 ligt. Het Participatiefonds vergoedt dus standaard 50 procent. In sommige gevallen kan de eigen bijdrage verlaagd worden naar 10 procent als aan de diverse voorwaarden wordt voldaan. Het vertrek van medewerkers, dan wel beëindiging van het dienstverband, heeft in 2023 niet geleid tot langdurige uitkeringen. De arbeidsongeschiktheid van 2 medewerkers leidt wel tot een hogere WGA-premie.
Banenafspraak De banenafspraak is een afspraak tussen kabinet en sociale partners om meer werkplekken te creëren voor mensen met een beperking. Binnen scholengroep OPRON zijn er mensen werkzaam via detachering vanuit Wedeka bedrijven (sociaal ontwikkelingsbedrijf). In 2024 ging dit 13 medewerkers
27
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
(conciërges/schoonmakers) samen verantwoordelijk voor 16.837 verloonde uren over 2024. Voor de toekomst willen we ook gaan kijken of we mogelijkheden hebben en of er (ex) leerlingen zijn vanuit VSO of Pro die we toekomstperspectief kunnen bieden middels een baan. Aanpak werkdruk In het regeerakkoord stelt het kabinet structureel gelden beschikbaar voor de vermindering van werkdruk in het primair onderwijs. Dit akkoord bevat afspraken tussen de minister en het PO-front over de aanpak van werkdruk in het po, de besteding van de middelen die het kabinet beschikbaar heeft gesteld, de verantwoording, evaluatie en mogelijke bijsturing. De extra middelen die het kabinet ter beschikking stelt voor de beheersing van werkdruk, komen ter beschikking aan teams in scholen. Zij kiezen zelf welke maatregelen er in hun school worden genomen om de werkdruk te verminderen. Om te garanderen dat het geld daadwerkelijk wordt ingezet om de werkdruk te verminderen, wordt op iedere school het gesprek gevoerd over de knelpunten die werknemers ervaren en de oplossingen die zij hiervoor voorzien en bepalen. Dit gesprek vindt plaats in het gehele team van leraren, schoolleider en overig personeel.
Op basis van dit gesprek wordt door de schoolleider een bestedingsplan opgesteld voor de inzet van de werkdrukmiddelen dat ter instemming wordt voorgelegd aan de personeelsgeleding van de MR (hierna genoemd: P-MR). Het bestedingsplan bevat naast de bestedingsdoelen de verwachtingen met betrekking tot de vermindering van de werkdruk alsmede de wijze waarop de P-MR zal toezien op de inzet en de besteding van deze werkdrukmiddelen en het gevolgde proces. Er zijn geen niet-financiële maatregelen genomen om de werkdruk te verminderen. Inzet werkdrukmiddelen
Aantal leerlingen
Kalenderjaar 2024
bao
2.375
€
652.887,50
sbao
148
€
61.027,80
(v)so
139
€
57.316,65
Totalen
2.662
Bestedingscategorie
€
713.915,30
Bestedingspercentage
Personeel
100,00%
Materieel
0%
Professionalisering
0%
Overig
0%
VOG’s in 2024
Nieuwe medewerkers** in loondienst Nieuwe personen niet in loondienst met een VOG
Geldige*VOG op 1e dag in dienst 86
Geldige *VOG te laat aanwezig 12
Geen geldige VOG <5
-
-
-
* de VOG is op de 1e dag in dienst niet ouder dan 6 maanden. ** dit kunnen ook medewerkers zijn die eerder in dienst waren maar waarbij sprake is van een onderbreking.
Er is opvolging gegeven aan de ontbrekende VOG’s uit de controle 2023. Het heeft aandacht intern gehad, zowel bij directie als in de actie van het beleggen van deze taak bij twee administratie krachten. Er is een dalende trend waarneembaar, en deze werkwijze zal worden vastgehouden. We hebben onze accountant niet opdracht gegeven om de werkzaamheden zoals opgenomen in bijlage IV bij het onderwijsaccountantsprococol inzake de tijdige aanwezigheid van de VOG in 2024 uit te voeren.
28
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
2.3
HUISVESTING & FACILITAIRE ZAKEN
Exploitatie en beheer Scholengroep OPRON heeft 19 schoollocaties. Onze scholen zijn gevestigd in gemeente MiddenGroningen, Veendam en Stadskanaal. Bij 14 van deze locaties is Scholengroep OPRON verantwoordelijk voor de gebouwexploitatie. Voor de scholen die vallen onder de gemeente dragen wij de materiële instandhouding af. De schoollocaties die vallen onder beheer van een andere school betalen wij exploitatielasten en vice versa. Bijgaand een overzicht van de schoollocaties, in beheer door Scholengroep OPRON of derden: Naam school Beheerd door Obs Inspecteur Amerikaschool/MFC de Noordsuythoeve
Gemeente Midden-Groningen
Obs Menterhorn
Scholengroep OPRON
Obs De Tandem / KC Zuidbroek
VCO MOG
Obs De Springplank / KC Siddeburen
Scholengroep OPRON
Obs De Meent
Scholengroep OPRON
Obs De Viermaster
Scholengroep OPRON
Obs De Braskörf
Scholengroep OPRON
Obs Noorderbreedte
Acantus
Obs Hagenhofschool /IKC Acaciahof
Scholengroep Perspectief
Odab Westerschool
Scholengroep OPRON
Obs De Sleutel
Scholengroep OPRON
Obs Wereldwijs
Scholengroep OPRON
Obs Meester Neuteboomschool
Scholengroep OPRON
Obs De Oleander
Scholengroep OPRON
Obs De Ommewending
Scholengroep OPRON
Obs De Badde
Gemeente Stadskanaal
Obs De Musselhorst
Scholengroep OPRON
Kindcentrum Westerwinde
Scholengroep OPRON
Margaretha Hardenbergschool VSO
Scholengroep OPRON
29
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Vastgoedplannen Nieuwbouw obs de Menterhorn Voor obs de Menterhorn en cbs de Parel wordt een nieuw Kindcentrum gerealiseerd op de locatie van de eerdere sporthal de Ruitershorn, tegenover de huidige locatie van obs de Menterhorn. Daarnaast krijgt ook kinderopvang Kaka een plek in het gebouw. In dit gebouw wordt tevens een gymzaal gerealiseerd. Inmiddels wordt er een voorzet gegeven om het voorlopig ontwerp om te zetten naar een definitief ontwerp.
Impressie van architect De Zwarte Hond inzake het nieuwe KC in Muntendam Toekomstige ontwikkelingen Met het wetsvoorstel Onderwijshuisvesting worden alle gemeenten verplicht een Integraal Huisvesting Plan (IHP) op te stellen voor de langere termijn. IHP Midden-Groningen De gemeente Midden-Groningen is gestart met input op te vragen voor het opstellen van een Integraal Huisvesting Plan. Er is een interviewronde geweest met o.a. Scholengroep OPRON. De verwachting is dat de afronding van dit document in het vierde kwartaal van 2025 plaats vindt. Bijna alle scholen van OPRON, binnen deze gemeente, zijn onlangs vernieuwd conform Scholenprogramma MiddenGroningen of bezig met nieuwbouw (obs de Menterhorn). IHP Veendam In het IHP van de gemeente Veendam wordt gekeken naar de visie betreft huisvesting voor de langere termijn. Met een concreet uitvoeringsplan voor de komende vier jaar. “Het speciaal onderwijs heeft in de gemeente Veendam een regionale functie. Er is een aanbod aanwezig van Speciaal Onderwijs (SO), Speciaal Basisonderwijs (SBO), Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) en Praktijkonderwijs (PrO). Er is een wens om de vier bestaande scholen zo dicht mogelijk bij elkaar te huisvesten, mogelijk in combinatie met de bijpassende jeugdhulp.
Dit is bevorderlijk voor de doorstroom van leerlingen, de onderlinge samenwerking en de samenwerking met jeugdhulp”.1 Momenteel wordt gekeken naar de mogelijkheden voor realisatie. Het betreft onze scholen KC Westerwinde SO/SBO en de Margaretha Hardenberg school (VSO). Verder zijn we nog steeds met de gemeente in gesprek over obs de Ommewending. Met een bouwjaar van 1969 is er sprake van nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie.
1 Bron: IHP Veendam 2024 -2039, opgesteld door ICS Adviseurs B.V.
30
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
IHP Stadskanaal De Meester Neuteboomschool valt buiten het huidige IHP, omdat hier reeds gestart is met het nieuwbouwtraject. Er is contact geweest tussen de betrokkenen ten aanzien van het opstellen van een technisch Programma van Eisen (PvE) en een ruimtelijk PvE. Op korte termijn staat in het IHP obs De Oleander in de planning betreft nieuwbouw. Er is een hoge urgentie om de cbs Oranje Nassauschool te vernieuwen. De mogelijkheden voor gezamenlijke huisvesting wordt momenteel onderzocht. Door de hoge urgentie van cbs Oranje Nassau staat ook obs de Oleander in fase 1 bij de gemeente. Concreet houdt dit in dat dit de hoogte prioriteit heeft betreft huisvesting bij de gemeente. Voor locatie obs de Musselhorst wil de gemeente eind 2025, begin 2026 een businesscase opstellen m.b.t. de huisvesting. Duurzaamheid & maatschappelijk verantwoord ondernemen Nieuwbouw Bij alle nieuwbouwtrajecten wordt gewerkt met o.a. de volgende eisen; Ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen Technisch Programma van Eisen Kwaliteitskader Huisvesting Ruimte OK, november 2023 Frisse Scholen 2021 Minimaal voldoen aan Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Daarnaast wordt er bijvoorbeeld gekeken naar circulair en milieuvriendelijk materiaal, het toepassen van zonnepanelen en optimaal (her)gebruik van grondstoffen.
Aanbestedingen Ook bij onze aanbestedingen komt het thema duurzaamheid standaard ter sprake. Er wordt gekeken waar we elke aanpassingen kunnen doen om zo duurzaam mogelijk te werken. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld milieuvriendelijke(re) schoonmaakmiddelen, reductie van papiergebruik, afvalvermindering en groener rijden (leveranciers). Professionalisering inkoop In 2024 zijn we gestart met het updaten van het aanbestedingsprotocol. Dit houdt in dat de inkoopvoorwaarden worden herzien en dat het proces van aanbesteden aangescherpt wordt naar eisen van deze tijd. Zo kunnen we efficiënter inkopen, sneller schakelen en beter opdrachten wegzetten. In het eerste kwartaal van 2025 zal het nieuwe aanbestedingsprotocol gereed zijn.
31
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
2.4
FINANCIEEL BELEID
Doelen en resultaten Het financiële beleid dat gevoerd wordt door Scholengroep OPRON is een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de benoemde ambities, doelstellingen en beoogde resultaten, zoals vastgelegd in het strategisch beleidsplan. Een gezonde ontwikkeling van de baten en lasten en een adequaat weerstandsvermogen in meerjarig perspectief, zijn belangrijke uitgangspunten van het beleid. Het adequaat beheren van de financiële positie van het bestuur en de scholen en het op een verantwoorde manier verdelen van de baten over de organisatieonderdelen, zijn belangrijk voor het behoud en verdere ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs. Essentieel hierbij is een goede planning en controlcyclus en een betrouwbare informatievoorziening. Opstellen beleidsrijke meerjarenbegroting Het strategisch beleidsplan is leidend voor de meerjarenbegroting. Begin september wordt de conceptschoolbegroting beschikbaar gesteld voor de schooldirecteur middels het managementinformatiesysteem. Met behulp van een toelichting en het schooljaarplan muteert de schooldirecteur in de schoolbegroting. Vervolgens vindt er een begrotingsgesprek plaats, waarin de schooldirecteur, de HR adviseur en de adviseur planning & control de schoolbegroting voorlopig vaststellen.
Alle schoolbegrotingen en de bovenschoolse beleidskeuzes vanuit het strategisch meerjarenplan worden samengevoegd in de meerjarenbegroting. Toekomstige ontwikkelingen Er worden geen bijzondere toekomstige ontwikkelingen verwacht, die mogelijk kunnen leiden tot aanpassingen van het gevoerde beleid. Investeringsbeleid De investeringsplannen van de scholen worden in de schoolbegrotingen opgenomen. Hierin staan de vervangingsinvesteringen opgenomen, maar ook de nieuwe investeringen die volgen uit het schooljaarplan. Tevens worden de bovenschoolse investeringen hieraan toegevoegd om zo te komen tot een volledig meerjaren-investeringsplan. Treasury In een treasurystatuut zijn de spelregels voor het treasury management en het financieringsbeleid vastgelegd. Sturing, beheersing en bewaking van (toekomstige) geldstromen, met het behalen van een optimaal rendement, is hierbij het doel. In de uitgangspunten van het statuut wordt een koppeling gemaakt met de “Regeling beleggen en lenen en derivaten OCW 2016” en wordt er voldaan aan deze regeling. Het bestuur van Scholengroep OPRON heeft een treasurystatuut vastgesteld waarin wordt voldaan aan deze regeling. Zo risicoloos mogelijk omgaan met het uitzetten van de financiële middelen is hierbij het uitgangspunt. Liquide middelen
31-12-2024
31-12-2023
112
857
Schatkistbankieren
11.086.452
9.900.001
Totaal
11.086.564
9.900.858
Rabobank
Het treasurybeleid wordt jaarlijks in de bestuursvergadering geëvalueerd. De financiële middelen van Scholengroep OPRON hebben in 2024 uitgestaan bij het schatkistbankieren van het ministerie en bij de Rabobank.
32
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Allocatie van middelen De verdeling van de rijksbijdragen over de scholen vindt plaats op basis van de zogenaamde T-systematiek. De scholen krijgen daardoor budget voor het aantal leerlingen dat op dat moment op school aanwezig is. Er zijn normen vastgesteld in het directieberaad en goedgekeurd door de GMR. Daarbij wordt er aan de kleinste scholen een maatwerkbudget verstrekt. De bekostiging gaat via deze allocatie naar de scholen. De doorbetaling van het SWV vindt deels plaats aan de scholen middels de volgende verdeelsleutel: € 15.000 per school en € 109 per leerling. Het resterende budget wordt ingezet ter dekking van het OPRON expertise team en de verstrekking van zorgarrangementen naar de scholen. De huisvestingslasten zijn budgetneutraal in de schoolexploitatie opgenomen. Hierdoor ondervindt de school geen voor- of nadeel van de gebouwkosten. De gezamenlijke kosten worden bovenschools gedragen zoals vervangingskosten, Arbo-kosten, scholing, kosten administratiekantoor, juridische kosten, bezetting van het bestuurskantoor en verzekeringskosten. In 2024 waren deze kosten € 3.171.910 (kostenplaatsen Algemeen en bestuur management). Onderwijsachterstandsmiddelen De onderwijsachterstandsmiddelen (OAB-middelen) worden op basis van de schoolscores van het CBS deels aan de scholen toebedeeld.
Aangezien met de komst van de OAB-middelen, de rijksvergoeding impulsregeling is komen te vervallen, is deze op een zelfde wijze gealloceerd. De OAB-middelen waren € 1.100.852 in 2024. Deze middelen worden ingezet voor o.a. het formeren van kleinere groepen en de inzet van ondersteuning voor de kinderen met een achterstand. Planning- en controlecyclus Om beleidskeuzes, met de daaraan gekoppelde budgetten en de verantwoording van de besteding van deze budgetten inzichtelijk te maken, is er een zogenaamde 'planning en controlcyclus' vastgesteld, met bijbehorende verantwoordingsdocumenten: het jaarplan, tussenrapportages en het bestuursverslag. Deze documenten worden tevens gebruikt voor de verantwoording richting de GMR. Met het opstellen van de meerjarenbegroting begint de planning- en controlcyclus. De meerjarenbegroting wordt opgesteld vanuit de afzonderlijke schoolbegrotingen en de bovenschoolse begrotingen, van waaruit de gezamenlijke activiteiten worden gedaan. Middels de managementrapportage, die per kwartaal wordt opgesteld, wordt er gerapporteerd aan de bestuurder en aan de RvT. De managementrapportage bevat tevens een prognose voor het hele kalenderjaar. Deze rapportages worden besproken met de bestuurder en auditcommissie van de RvT.
Vanuit deze besprekingen kan er een adequate bijsturing plaatsvinden indien er een afwijking wordt geconstateerd dan wel verwacht ten opzichte van de begroting. In deze beoordeling worden de geïdentificeerde risico’s meegenomen.
33
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
2.5
CONTINUÏTEITSPARAGRAAF
In deze paragraaf richten wij onze blik op de financiële toekomst. Inhoudelijk is hiervoor al een beeld van de toekomst geschetst. Hieronder wordt ingegaan op de voornaamste risico´s die Scholengroep OPRON loopt en hoe wij hierop anticiperen. Interne risicobeheersings- en controlesysteem In het treasurybeleid is primair als doel vastgesteld het beheren van financiële risico's en secundair het reduceren van financieringskosten. Ook de verantwoordelijkheden, wie mag verplichtingen aangaan en wie is tekenbevoegd, is in dit beleid vastgelegd. Er is een splitsing aangebracht in het verwerken van rekeningen en het accorderen van rekeningen. Hiermee is een duidelijke functiescheiding bereikt. Periodiek wordt de financiële rapportage besproken vanuit de planning- en controlcyclus. Hierdoor wordt er aan risicobeheersing gedaan en kan er zo nodig tijdig ingegrepen worden. Dit heeft geleid tot een betere risicobeheersing. In de komende jaren zal er gekeken worden of de schoolrapportages op een andere manier opgesteld kunnen worden, zodat er naast een financiële rapportage, ook over andere onderwerpen gerapporteerd kan worden in één integrale verantwoording.
Belangrijkste risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden voor Opron zijn als volgt onderverdeeld: • Strategie: Veranderingen in onderwijsbeleid of demografische verschuivingen kunnen de lange termijn plannen van een schoolbestuur beïnvloeden. Onderwijskwaliteit: De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in de verbetering van de onderwijskwaliteit. Onderwijskwaliteit is de belangrijkste pijler van een schoolbestuur en heeft continue de aandacht bij Scholengroep OPRON. Daling leerlingaantal: de krimp in de verzorgingsgebieden van OPRON leiden tot een lagere bekostiging, waardoor een terugloop in formatie noodzakelijk is. Deze daling is in de meerjarenbegroting verwerkt en meegenomen in het bestuursformatieplan. In- en uitstroom asielzoekers en overige vreemdelingen: de toename van de instroom als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de onvoorspelbaarheid van deze instroom zorgen voor fluctuaties in de bekostiging (rijksvergoeding asielzoekers). Om deze reden worden de tellingen op peildata gekoppeld aan te verwachten bedragen zodat de begrote bekostiging goed kan worden gevolgd. Daarbij is er sprake van een voldoende flexibele schil in de aanstellingen om tijdig te kunnen reageren op de ontwikkelingen. •
Operationeel: Problemen met infrastructuur, zoals verouderde gebouwen of technologie, kunnen de dagelijkse werking van de school verstoren De (on)mogelijkheden financieel vanuit de diverse gemeenten vormen een mogelijk risico vanuit de rol die de gemeenten hebben in onderhoud gebouwen. • Financieel: Onvoldoende financiering kan leiden tot bezuinigingen die de kwaliteit van het onderwijs beïnvloeden. Weerstandsvermogen: Op dit moment heeft Scholengroep OPRON een financiële positie, waarbij het kengetal weerstandsvermogen (0,22; zie ook paragraaf 3.3 financiële positie) binnen de signaleringsgrenzen ( grens < 0,05) valt, die door de PO-raad en de Onderwijsinspectie worden gehanteerd. Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Inmiddels wordt een stijging van de financiële ruimte weer zichtbaar, wat betekent dat er meer ruimte ontstaat voor extra investeringen. Dit is in de volgende tabel weergegeven.
34
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Berekening financiële ruimte Stand algemene reserve OPRON op 31-12-2024
+
€
4.797.247
- bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs
+
€
932.752
Minimale financiële buffer (5% van de totale baten, afgerond)
-
€
1.454.383
Financiële ruimte vanaf 2025
€
4.275.616
Financiële ruimte vanaf 2025 excl. bestemmingsreserves
€
3.342.864
Stand bestemmingsreserves OPRON op 31-12-2024
Onderhoud: Op het gebied van onderhoud wordt Scholengroep OPRON de komende tien jaren met grote investeringen geconfronteerd. De investeringen zijn opgenomen in de onderhoudsvoorziening. De onderhoudsvoorziening is toereikend. Bij dit risico wordt tevens de stelselwijziging voorziening onderhoud genoemd. Dit is per 1-1-2024 ingevoerd worden. Uitkeringskosten participatiefonds (Pf): bij ontslagverlening bestaat het risico dat het Pf de claim van het UWV niet overneemt en OPRON de aanvulling op de uitkeringskosten moet betalen. Om dit risico te ondervangen is er een budget gereserveerd in de meerjarenbegroting en een voorziening gevormd. Ziekteverzuim: het ziekteverzuimpercentage blijft een punt van aandacht. In de meerjarenbegroting rekening gehouden met een malus van het vervangingsfonds als gevolg van een hogere declaratie in relatie tot de betaalde premie. Een verdere toelichting is opgenomen onder de paragraaf Personeel & Professionalisering. • •
Verslaggeving: Mogelijke toenemende aanscherpingen van verslaggeving geven voor de toekomst het bestuur nog meer druk ten aanzien van het verantwoorden. Wetgeving: Veranderende wetgeving kan leiden tot onbeïnvloedbare risico’s. Een goed voorbeeld hiervan is de wijzigingen omtrent de voorziening groot onderhoud. Ook mogelijke wijzigingen ten aanzien van de kleine scholen toeslag kunnen vragen om aanpassingen in beleid of de allocatie van deze middelen naar de scholen. Vanuit verschillende sectorgroepen wordt Opron geïnformeerd over mogelijke veranderende wetgeving en wordt er proactief gezocht naar de kansen en uitdagingen die dit met zich meebrengt.
Informatiebeveiliging en privacy (IBP) In 2024 heeft Scholengroep OPRON ook op het gebied van privacy weer de nodige stappen gezet. De AVG-werkgroep heeft een aantal documenten ontwikkeld waaronder een opschoonprocedure. Hierdoor weten scholen waar zij data en persoonsgegevens van leerlingen en medewerkers het beste kunnen opslaan en wanneer zij die dienen te verwijderen. Zo hebben we bij Scholengroep OPRON afgesproken dat elke school jaarlijks aan het begin van het schooljaar haar leerlingvolgsysteem opschoont. Data en persoonsgegevens van een leerlingen, worden na de wettelijke bewaartermijn van twee of vijf jaar verwijderd. Het ministerie van OCW vindt dat de digitale weerbaarheid van scholen verbeterd kan en moet worden. Ook scholen in het primair onderwijs hebben tegenwoordig regelmatig te maken met datalekken door phishing-mails en soms ook ransomware aanvallen. In 2023 heeft de PO-Raad samen met OCW en Kennisnet een Normenkader IBP ontwikkeld en vastgesteld. In juni 2024 is de definitieve versie gepubliceerd. Dit kader bestaat uit 69 normen voor informatiebeveiliging en 25 normen voor privacy. Elk schoolbestuur, en dus ook Scholengroep OPRON moet eind 2027 voldoen aan tenminste volwassenheidsniveau 3. Dat betekent dat we beleid moeten hebben op elke norm, dat we dit beleid uitvoeren en dat we kunnen aantonen dat we dit uitvoeren.
Voor veel schoolbesturen in Nederland is dat een hele uitdaging. Wij gaan dit samen met SG Perspectief en VCO MOG oppakken. Naar aanleiding hiervan is een plan van aanpak gemaakt. De eerste stap hebben we eind 2024 gezet. Onze systeembeheerder Cloudwise, de nieuwe naam van Heutink ICT, heeft een nulmeting uitgevoerd.
35
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
De nulmeting geeft een beeld ten aanzien van wat er al op orde is op het gebied van privacy en wat er nog verbeterd of gedaan moet worden. Omdat Scholengroep OPRON de afgelopen periode zijn privacy-beleid heeft geactualiseerd, is de volgende stap dat we met het informatiebeveiligingsbeleid aan de slag moeten. De uitdaging is om het eenvoudig en praktisch te houden, zodat het voor iedereen in de organisatie toegankelijk wordt. Ook zullen we meer gaan doen aan bewustwording van medewerkers. Eind 2024 heeft onze Functionaris Gegevensbescherming een AVG-audit uitgevoerd op twee scholen en bij de afdeling HR. Hij heeft niet alleen naar beleid gekeken maar ook interviews met verschillende medewerkers afgenomen. Uit zijn verslag blijkt dat de organisatie en de medewerkers privacy belangrijk vinden en dat de medewerkers er aandacht aan besteden. Uiteraard zijn er ook punten waaraan meer aandacht besteed moet en kan worden. Denk bijvoorbeeld aan het evalueren en waar nodig bijstellen van maatregelen. Scholengroep OPRON heeft voor privacy een PDCA-cyclus en een Kwaliteitskaart gemaakt die scholen hierbij gaan helpen.
36
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
3. Verantwoording van de financiën 3.1
ONTWIKKELINGEN IN MEERJARIG PERSPECTIEF
De onderstaande prognose ligt ten grondslag aan de begroting en het meerjarenperspectief. De gegevens voor deze prognose komen vanuit de schooldirecteur en vanuit de prognoses van de gemeentes. Verder is het aantal leerlingen per school en per leeftijd per 1 februari 2023 meegenomen. Hier zijn de aantallen per 1 februari 2024 aan toegevoegd om vervolgens de trend door te trekken voor de komende jaren. Leerlingen Vorig jaar (T-1)
Verslagjaar (T)
T+1
T+2
T+3
T+4
T+5
Basisonderwijs
2.378
2.342
2.372
2.324
2.254
2.221
2.179
SBO
148
147
145
143
143
143
143
(V)SO
139
141
129
130
130
130
130
2.665
2.630
2.646
2.597
2.527
2.494
2.452
De verwachting is dat het leerlingaantal vanaf 2025 verder zal dalen als gevolg van de krimp over alle onderwijssectoren. FTE Aantal FTE
Vorig jaar (T-1)
Verslagjaar (T)
T+1
T+2
T+3
T+4
T+5
Bestuur / management
14,19
15,20
16,02
15,79
15,79
15,79
15,79
Onderwijzend personeel
182,57
178,67
172,98
162,20
155,02
152,41
151,12
Ondersteunend personeel
54,05
52,01
47,99
42,49
40,94
39,19
39,19
Totaal
250,81
245,88
236,99
220,48
211,75
207,39
206,10
OPRON kent formatie toe op basis van het werkelijk aantal te verwachten leerlingen in het betreffende schooljaar (t=0). Verder wordt bij de formatieplanning aangesloten bij de systematiek van de reguliere (meerjaren)begroting. De (meerjaren)begroting is leidend voor de formatieplanning. De formatie zal de komende jaren mee moeten krimpen met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Uitgangspunt is binnen het budget te blijven met het zoveel mogelijk intact houden van de ratio’s. Bovenstaand is een indicatie van de ontwikkeling van de formatie de komende jaren (exclusief verzuim). Over de exact beschikbare formatie voor de komende jaren wordt door OPRON jaarlijks uitgebreid verslag gedaan in de meerjarenbegroting.
37
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
3.2
STAAT VAN BATEN EN LASTEN EN BALANS
( x € 1.000)
(T-1)
Begroting Realisatie verslagjaar verslagjaar (T) (T)
T+1
T+2
T+3
T+4
T+5
Verschil Verschil verslagjaar verslagjaar t.o.v. t.o.v. vorig begroting jaar
BATEN Rijksbijdragen
28.343
26.791
28.200
27.653
27.198
26.654
26.403
26.202
1.409
-143
Overige overheidsbijdragen en subsidies
482
672
556
385
99
99
59
59
-116
74
Baten werk in opdracht van derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten
368
206
331
255
255
255
255
255
125
-37
29.193
27.669
29.088
28.292
27.553
27.009
26.718
26.517
1.418
-105
Personeelslasten
23.110
23.552
23.479
24.064
23.036
22.416
22.208
22.060
73
-369
Afschrijvingen
569
458
463
503
496
545
552
560
-5
106
1.904
2.024
2.403
2.314
2.212
2.212
2.227
2.182
-380
-500
2.391
2.412
2.374
2.094
1.828
1.848
1.745
1.733
38
17
27.974
28.445
28.719
28.975
27.572
27.021
26.732
26.534
-274
-746
1.220
-776
368
-683
-19
-12
-14
-17
1.145
-851
287
30
392
30
30
30
30
25
362
106
1.506
-746
761
-653
11
18
16
8
1.507
-745
TOTAAL BATEN LASTEN
Huisvestingslasten Overige lasten TOTAAL LASTEN SALDO Saldo baten en lasten Saldo financiële baten en lasten TOTAAL RESULTAAT
Het resultaat is fors positiever dan begroot. Hierin is het resultaat op de NPO-middelen verwerkt van -€ 632k. Het resultaat zonder deze middelen is € 1.471k positiever dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hogere rijksbijdragen. Het positieve resultaat wordt met name veroorzaakt door opbrengsten die gedurende het jaar zijn toegewezen en qua tijd niet effectief ingezet konden worden in 2024. Deze middelen worden in de toekomst ingezet ter verbetering van de kwaliteit van onderwijs en vervolgens via de resultatenrekening in het vermogen verwerkt. Dit blijkt uit het negatieve begrote resultaat voor 2025. Analyse verschillen begroting – jaarrekening 2024 ( x € 1.000) BATEN Rijksbijdragen Het saldo rijksbijdragen is 1.408k hoger dan begroot. De voornaamste oorzaken worden hierna weergegeven.
38
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
De rijksbijdragen OCW vallen hoger uit dan begroot door normaanpassing (ter dekking van de CAOstijging), gerealiseerde groeibekostiging en de hogere rijksvergoeding Arbeidsmarkttoelage (gezamenlijk 496k). Tegenover de rijksvergoeding Arbeidsmarkttoelage staan even hoge salariskosten. Daarbij is de ontvangen rijksvergoeding asielzoekers 310k hoger dan begroot. Tevens ligt de verantwoording van de subsidie Academische Opleidingsschool boven begrotingsniveau 158k. Hier staan even hoge kosten tegenover. Dit project is bijna volledig afgewikkeld. De doorbetalingen vanuit het samenwerkingsverband passend onderwijs zijn hoger dan begroot door afgegeven beschikkingen (o.a. ten behoeve van Dekkend Netwerk) en resultaatsuitkeringen (287k). Het verschil met 2023 (-143k) wordt voornamelijk veroorzaakt door het wegvallen van de NPOmiddelen in 2024. In 2023 zijn deze NPO-middelen nog ontvangen tot augustus (1.205k). Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen vallen per saldo 116k lager uit dan begroot. De verantwoording van de subsidie School en Omgeving blijft fors achter op de begroting. Hier staan ook lagere kosten tegenover (geen resultaatseffect). De verantwoording van de subsidie Tijd voor Toekomst is daarentegen hoger dan begroot. Hier staan ook hogere kosten tegenover (geen resultaatseffect). Tevens vallen hier de subsidies van het Jeugd Educatie Fonds onder.
In 2023 lag de verantwoording van de subsidie Tijd voor Toekomst lager, wat het verschil verklaart met voorgaand boekjaar. Overige baten Deze baten vallen 125k hoger uit door hogere huurbaten 100k en meer detacheringsopbrengsten 30k. In 2023 was een compensatie ontvangen van DVEP inzake energielasten à 43k. Hierdoor waren de overige baten in voorgaand boekjaar wat hoger. LASTEN Personele lasten De personeelslasten zijn 0,3% lager dan begroot en 1,6% hoger dan voorgaand jaar. De personeelslasten bestaan uit salariskosten en uit de overige personele lasten en kunnen uitgesplitst worden in een aantal onderdelen. Salariskosten
Begroting
Realisatie
Verschil
Salarissen Uitkeringen VF UWV Saldo salariskosten
23.910.001 -2.169.584 21.740.417
23.435.417 -1.536.920 21.898.497
474.584 -632.664 -158.500
De salariskosten in combinatie met de uitkeringen zijn lager dan begroot door lagere salariskosten vervanging door lagere salariskosten ontslaguitkering en een lagere inzet ten behoeve van ziektevervanging door een lager ziekteverzuim. Daarentegen is er sprake van een hogere inzet dan begroot, 9,8 fte. Dit is vooral het gevolg van meer leerlingen Wereldwijs dan begroot (ook meer bekostiging). De dotaties aan de personele voorzieningen is 24k lager uitgevallen dan begroot. De jubileumvoorziening is berekend op basis van het huidige personeelsbestand en de blijfkans (-15k). Hier is minder aan gedoteerd dan begroot. De voorziening duurzame inzetbaarheid is een nieuwe personele voorziening. Deze is opgebouwd op basis van de individuele plannen van medewerkers (18k). Daarbij heeft er aan de voorziening uitkeringsgerechtigden een dotatie plaatsgevonden (120k), welke betrekking heeft op de verrekening van uitkeringen aan personen die niet door de instroomtoets van het participatiefonds komen. De inhuurkosten zijn lager dan begroot (-189k) door het eerder kunnen invullen van vacatures door eigen personeel in plaats van inzet door externen. De overige personele lasten onderschrijden het budget (47k) door lagere kosten integraal personeelsbeleid. De verwachte malus van het Vervangingsfonds over 2024 is daarentegen 54k hoger uitgevallen dan begroot.
39
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Afschrijvingen De post afschrijvingen is 5k hoger dan begroot. Het verwachte boekverlies door het desinvesteren van de technische investeringen is lager uitgevallen. Het desinvesteren van de technische investeringen is een direct gevolg van het invoeren van de componentenmethode per 1-1-2024. In 2023 waren de afschrijvingskosten ICT kort hoger door de correctie in de afschrijvingstermijn ICT kort ( van 5 naar 4 jaar). Huisvestingslasten De huisvestingslasten vallen 380k hoger uit dan begroot en zijn 500k hoger dan voorgaand jaar. De kosten voor dagelijks onderhoud zijn hoger door het uitgevoerde noodzakelijk onderhoud en de kosten voor onderhoudscontracten. De kosten schoonmaakbedrijven zijn hoger dan begroot, vooral door prijsstijgingen (103k). Op basis van de laatste MJOP is de dotatie aan de onderhoudsvoorziening 35k hoger geworden. De overige huisvestinglasten hebben betrekking op de gebruikersvergoedingen. Dit zijn kosten voor de huisvesting van scholen in MFC en deze kosten zijn 127k hoger dan begroot. De hogere dotatie aan de onderhoudsvoorziening verklaart het verschil met voorgaand jaar (-240k). Overige lasten Het saldo overige lasten is 38k lager dan begroot en 17k lager ten opzichte van voorgaand jaar. De administratie- en beheerslasten laten per saldo een kleine overschrijding zien van het budget.
De reproductiekosten zijn fors hoger dan begroot, maar hier staan lagere kosten ICT licenties, lagere bestuurskosten en lagere juridische kosten tegenover. De kosten leermiddelen overschrijden het budget met 98k, vooral door hogere licentiekosten methoden. De overige instellingslasten zijn 128k lager dan begroot door een lagere verantwoording van de subsidie School en Omgeving. De contributies zijn daarentegen hoger dan begroot waaronder schoolleidersregister, PO-raad en de doorbetaling van de GO-vak en arbeidsmiddelen. Financiële baten en lasten De rentebaten zijn fors hoger dan begroot 362k en 106k hoger dan voorgaand jaar. Bij het opstellen van de begroting is voorzichtigheidshalve uitgegaan van een zeer klein rendement, op basis van de uitstaande middelen en het toen geldende rentepercentage. Halverwege 2024 zijn de gerealiseerde rentebaten direct toegevoegd aan het onderwijs, middels een projectmatige besteding in de scholen. De rentebaten bedragen 392k vanuit het schatkistbankieren. Het koersverlies van 1k heeft betrekking op de deelneming in Picto. Er was rekening gehouden met een groter koersverlies. De ontvangen rentebaten verklaren het grote verschil met voorgaand jaar. Toekomstige ontwikkelingen De daling van de verwachte baten is direct gerelateerd aan de geprognosticeerde daling van het leerlingaantal in de komende jaren.
Als gevolg hiervan zal er in de komende jaren ook een terugloop in het aantal in te zetten fte’s terug te zien zijn. In de meerjarenbegroting is dit uitgebreid toegelicht. Er worden geen grote fluctuaties verwacht in de afschrijvingskosten en de huisvestingslasten. Er zijn geen specifieke ontwikkelingen rondom de contractactiviteiten van de Scholengroep OPRON. Dit betreft de detacheringen naar andere organisaties. Dit was in 2024 € 57.705. Balans in meerjarig perspectief Waar de exploitatierekening de baten en lasten van een kalenderjaar laat zien, geeft de balans aan welke waarden aan het begin en aan het eind van een kalenderjaar in een organisatie aanwezig zijn. In de volgende tabel is de balans in meerjarig perspectief weergegeven van Scholengroep OPRON.
40
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Realisatie vorig jaar (T-1)
Realisatie verslagjaar (T)
Begroting T+1
Begroting T+2
Begroting T+3
Begroting T+4
Begroting T+5
0
0
0
0
0
0
0
2.655
2.380
2.510
2.710
2.632
2.709
2.927
78
78
58
38
18
0
0
2.733
2.458
2.568
2.748
2.650
2.709
2.927
0
0
0
0
0
0
0
1.378
1.332
1.295
1.261
1.237
1.223
1.214
0
0
0
0
0
0
0
Liquide middelen
9.901
11.087
10.544
10.361
10.614
10.700
10.468
Totaal vlottende activa
11.279
12.418
11.839
11.623
11.851
11.924
11.682
TOTAAL ACTIVA
14.012
14.876
14.407
14.371
14.501
14.633
14.610
(x € 1.000) ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Vorderingen Kortlopende effecten
Aan de activakant zien we dat de vaste activa lager zijn dan vorig jaar. De daling van de vaste activa in 2024 is het gevolg van het verwerken van de componentenmethode voor de voorziening groot onderhoud waarbij de technische investeringen deels afgeboekt dienen te worden. De financiële vaste activa is gelijk aan voorgaand jaar en heeft betrekking op de deelname in Picto. Per 31 december 2024 stond voor bijna 1,3 miljoen euro aan vorderingen open. Hierin worden geen grote veranderingen verwacht in de komende jaren. Het saldo liquide middelen bedraagt ruim 11,0 miljoen euro. Dit is gestegen ten opzichte van voorgaand jaar door het behaalde positieve resultaat. Realisatie vorig jaar (T-1)
Realisatie verslagjaar (T)
Begroting T+1
Begroting T+2
Begroting T+3
Begroting T+4
Begroting T+5
Algemene reserve
6.623
4.797
5.077
5.089
5.107
5.123
5.131
Bestemmingsreserves
1.564
933
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
8.188
5.730
5.077
5.089
5.107
5.123
5.131
1.646
4.942
5.187
5.410
5.571
5.750
5.797
0
0
0
0
0
0
0
4.178
4.204
4.143
3.872
3.824
3.760
3.682
14.012
14.876
14.407
14.371
14.501
14.633
14.610
(x € 1.000) PASSIVA EIGEN VERMOGEN
Overige reserves en fondsen Totaal eigen vermogen VOORZIENINGEN LANGLOPENDE SCHULDEN KORTLOPENDE SCHULDEN TOTAAL PASSIVA
41
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Aan de passivakant valt het lagere eigen vermogen op. Het eigen vermogen is gemuteerd met het resultaat over 2024 en de verwerking van de componentenmethode voor de voorziening groot onderhoud. Dit betekent een grote verschuiving (3,2 miljoen) van eigen vermogen naar de voorziening (vreemd vermogen). De bestemmingsreserve bestaat vooral uit NPO-middelen en zal in 2025 volledig zijn besteed. De voorzieningen zijn hoger dan in 2023 door een hogere personele voorziening en een hogere onderhoudsvoorziening (bepaald o.b.v. MJOP en de componentenmethode). De stand van de voorzieningen muteert in de komende jaren tevens door de verwachte onttrekkingen. De kortlopende schulden zijn net hoger dan vorig jaar. De komende jaren worden hier geen grote mutaties in verwacht. Investeringen en onttrekkingen Begrote investeringen per jaar
2025
2026
2027
2028
2029
Duurzaamheid
100.000
-
50.000
-
-
Inventaris
130.525
426.250
121.200
215.700
228.900
ICT
280.610
166.230
183.600
266.850
289.220
Onderwijsleerpakket
121.200
104.285
62.400
146.350
239.550
Vervoer
-
-
50.000
-
20.000
Totaal
632.335
696.765
467.200
628.900
777.670
2025
2026
2027
2028
2029
265.109
265.941
329.285
310.229
418.105
Onttrekking uit Onderhoudsvoorziening
Huisvestingsbeleid In de MJOP is rekening gehouden met de doordecentralisatie van het buitenonderhoud van de gemeentes naar de Scholengroep. In 2.3. is ingegaan op beheer en onderhoud en de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van huisvesting. Financiële instrumenten Er worden geen financiële instrumenten zoals renteswaps en andere derivaten ingezet.
42
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
3.3
FINANCIËLE POSITIE
Kengetal Solvabiliteit (Eigen vermogen + voorzieningen) / Balanstotaal Weerstandsvermogen Eigen vermogen / totale baten (incl. financiële baten) Liquiditeit Vlottende activa / Kortlopende schulden
Realisatie Vorig jaar (T-1)
Realisatie Verslagjaar (T)
Begroting T+1
Begroting T+2
Begroting T+3
Begroting T+4
Begroting T+5
Signaleringswaarde
0,70
0,72
0,71
0,73
0,74
0,74
0,75
Ondergrens: < 0,3
0,30
0,20
0,18
0,18
0,19
0,19
0,19
Ondergrens: < 0,05
3,18
Ondergrens: 0,75 (bij totale baten > €12 mln)
2,70
2,95
2,86
3,01
3,11
3,18
Rentabiliteit Resultaat / totale baten (incl. financiële baten) * 100%
5,2%
2,6%
-2,3%
0,0%
0,1%
0,1%
0,0%
Afhankelijk van de financiële positie
Signaleringswaarde normatief vermogen (Feitelijk publiek eigen vermogen / Normatief vermogen
2,03
1,52
1,31
1,25
1,28
1,25
1,18
Bovengrens: >1
Toelichting op de financiële positie Alle kengetallen zijn boven de ondergrens, waardoor de financiële positie van OPRON als gezond kan worden beschouwd. De signaleringswaarde normatief eigen vermogen is als volgt berekend: Feitelijk eigen vermogen 5.729.999 Normatief eigen vermogen 3.780.673 Mogelijk bovenmatig eigen vermogen 1.949.326 oftewel een ratio van 1,52 Hierin is de bestemmingsreserve NPO-middelen opgenomen. Indien deze buiten beschouwing gelaten wordt, dan is er nog sprake van een zeer gering bovenmatig vermogen. Feitelijk eigen vermogen excl. NPO 4.797.247 Normatief eigen vermogen 3.780.673 Mogelijk bovenmatig eigen vermogen 1.016.574 oftewel een ratio van 1,27 Hiervoor is geen bestedingsplan opgesteld, omdat in de beoordeling van dit vermogen rekening is gehouden met de modernisering van het Participatiefonds en de gevolgen van de krimp in leerlingaantallen.
Ondertekening door bestuur Mevrouw P.A. Hietbrink Voorzitter College van Bestuur Datum
43
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Verslag intern toezicht Via dit verslag legt de Raad van Toezicht verantwoording af van zijn handelen in 2024 en van de resultaten die dat handelen heeft opgeleverd. SAMENSTELLING INTERN TOEZICHT De Raad van Toezicht bestaat uit vijf leden. Zij onderschrijven de grondslag van de stichting en zijn zich in hun maatschappelijk handelen bewust van hun voorbeeldfunctie voor de gehele stichting. In 2024 kent de raad de volgende leden: Naam
Functie
Mevrouw F.G.H. Mulder De heer J. Van der Heide Mevrouw E.M. Rodenburg De heer G. Hidding De heer A. Boelen
Voorzitter Lid per 1-2-24 Lid Lid Lid
Daarnaast is in 2023 besloten dat de heer J. van der Heide per 1 februari 2024 wordt benoemd als lid van de raad. Mevrouw Mulder neemt per die datum het voorzitterschap over van de heer Drenth wiens termijn op die datum is verstreken. Naam
Functie
Nevenfuncties betaald / onbetaald
Aandachtsgebied en / of commissies*
Mevrouw F.G.H. Mulder Voorzitter
Functie: - Dean International Business School Hanzehogeschool Groningen
Remuneratiecommissie
Mevrouw E.M. Rodenburg
Functie: - Senior Adviseur, programmaleider burger- en overheidskracht CMO STAMM
Remuneratiecommissie Onderwijscommissie
Funtie: -Zelfstandig interim manager
Auditcommissie
Lid
De heer J. Van der Heide Lid
Nevenfuncties: -Voorzitter Raad van Commissarissen Unive Samen, Dwingeloo -Lid Bestuur Energie van Ons, Groningen -Lid Raad van Toezicht stichting Noorderzorg, Delfzijl -Penningmeester Stichting 2084 De heer A. Boelen
Lid vanaf 01-102023
Functie: - Zelfstandig adviseur ‘Onderwijs-Jeugd’ Nevenfuncties: - Lid Raad van Toezicht Roelof van Echten College, Hoogeveen (VO) - Sparringpartner, lid kerngroep Stichting Gedragswerk, Amsterdam - Penningmeester bestuur Stichting CominBeeld, Rotterdam - Lid Raad van Advies Stichting Levenslang Ontwikkelen, Assen
44
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Onderwijscommissie
Naam
Functie
De heer G. Hidding
Lid vanaf 01-102023
Nevenfuncties betaald / onbetaald
Aandachtsgebied en / of commissies*
Nevenfuncties: Auditcommissie - Adviseur Toegankelijkheid - Lid Raad van Toezicht Aurelia onderwijs, Emmen - Voorzitter SC Angelslo
Toewijzen accountant Jaarlijks dient de Raad van Toezicht een accountant te benoemen. Flynth Adviseurs en accountants is vanaf het verslagjaar 2018 accountant van Scholengroep OPRON. De samenwerking tussen OPRON en Flynth Adviseurs en accountants is als positief ervaren. Besloten is het contract met Flynth Adviseurs en accountants te continueren in 2024 onder de reeds geldende voorwaarden en condities. Vergoedingsregeling Raad van Toezicht. Naar aanleiding van het verzoek van de Raad van Toezicht (RvT) van scholengroep OPRON is er in september 2020 een memo op gesteld over de honorering van de RvT en de beloning van de bestuurder. Bij het opstellen van de betreffende memo is er gebruik gemaakt van de handreiking van het VTOI – NVTK versie 2020, de CAO bestuurders PO 2018 – 2019, notitie vergoeding RvT scholengroep OPRON september 2015 en advies van Vos Abb. In 2021 is afgesproken dat mocht er een nieuwe bestuurder aantreden, de voorgaande afspraken zouden vervallen en er een nieuwe afspraak gemaakt dient te worden na aantreding van de nieuwe bestuurder. Er is inmiddels een nieuwe bestuurder en OPRON is met ingang van 1-1-2023 ingedeeld in een nieuwe WNT klasse waardoor we Obm gevraagd hebben om ons te adviseren inzake een nieuwe honorering en deze is van toepassing en besproken in RvT vergadering van 30-1-2024.
De vergoeding is gerelateerd aan: De verantwoordelijkheid en bevoegdheden van de leden van de Raad van Toezicht; Het werkelijke aansprakelijkheidsrisico dat een toezichthouder loopt; De reële inzet en tijd die de toezichthouder besteedt aan de onderwijsinstelling; De mate van professionaliteit die men van de Raad van Toezicht verwacht conform de wet- en regelgeving en governance codes. Over 2024 was de vergoeding voor leden van de Raad van Toezicht € 6.552 per jaar en voor de voorzitter €9. 828. WERKZAAMHEDEN RAAD VAN TOEZICHT De Raad van Toezicht heeft in 2024 zes keer regulier vergaderd in aanwezigheid van de voorzitter van het College van Bestuur. Er was in 2024 twee keer gezamenlijk overleg tussen de GMR en de Raad van Toezicht. Een keer was dit een gezamenlijke bijeenkomst met de bestuurder en de medewerker kwaliteit. Onderwerp was hier het systeem van kwaliteitszorg binnen OPRON. Daarnaast was er een overleg tussen de gemeenten en de Raad van Toezicht. Ook hebben de leden van de Raad van Toezicht in 2024 vier OPRON-scholen bezocht. Tijdens de reguliere vergaderingen tussen de Raad van Toezicht met het College van Bestuur kwamen onder andere de volgende onderwerpen aan de orde:
Strategie
Strategisch beleidsplan 2024-2028
Financiën
Jaarverslag 2023 Bestuursverslag 2023/Jaarrekening 2023 Meerjarenramingen Accountantsverslag (Meerjaren-).begroting 2025 Rechtmatige verwerving en doelmatige
45
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2024
Onderwijs en Kwaliteitszorg
Voortgangs- en managementrapportages
Governance
HRM
besteding van middelen Verslagen auditcommissie Risicomanagement Passend Onderwijs Onderwijskwaliteit Kwaliteitsverbetering en inzet OET Nationaal Programma Onderwijs Prestatiemonitor Tevredenheidsonderzoek scholen Onderwijskwaliteit Marap Voortgang strategisch beleidsplan Voortgangsrapportages Rooster van aftreden Rvt Vacatures RvT Vergoeding RvT Gezamenlijk overleg GMR/RvT Overleg gemeenten/RvT Bezetting commissies RvT Code Goed Toezicht Integriteitscode Schoolbezoeken RvT Ziekteverzuim Vacatures Formatie Risico’s HR
Remuneratiecommissie Twee leden van de Raad van Toezicht vormen de remuneratiecommissie. Deze commissie is in 2024 twee keer bijeengeweest. Belangrijk onderwerp was de positieve in- en externe samenwerking door de bestuurder. Auditcommissie De auditcommissie financiën bestaat uit twee leden van de Raad van Toezicht. Tezamen met de bestuurder, en de controller heeft zij in 2024 vier keer vergaderd. In de auditcommissie worden de managementrapportages, de begroting en de meerjarenbegroting besproken. Ook wordt toegezien op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de middelen. Commissie Onderwijs en kwaliteit De commissie Onderwijs en kwaliteit bestaat uit twee leden vanuit de Raad van Toezicht. Zij zijn tweemaal bijeengeweest. Onderwerpen van gesprek waren met name het systeem van kwaliteitszorg, het hanteren van dit systeem, het omgaan met de verzamelde gegevens en het invullen van de rollen van de bestuurder en de medewerker kwaliteit. Evaluatie De Raad van Toezicht evalueert jaarlijks het eigen functioneren. Er is hierbij gekozen om een zelfevaluatie af te wisselen met een evaluatie door een externe partij. In 2024 heeft de raad geen formele evaluatie uitgevoerd. De reden hiervoor was de nieuwe samenstelling van de Raad van Toezicht. Er heeft alleen een informele evaluatie plaatsgevonden n.a.v. de zelfevaluatie eind 2023.