05-02-04 Bijlage 3. Ontwerpbegroting 2022
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2022
1
Inhoudsopgave
Inleiding .................................................................................................................................................... 3
1. 1.1.
Algemeen .............................................................................................................................................. 3
1.2.
Leeswijzer ............................................................................................................................................. 4
1.3.
Financieel beeld ................................................................................................................................... 4 Programma Uitvoering VTH-taken ........................................................................................................ 6
2. 2.1.
Wat willen we bereiken? ...................................................................................................................... 6
2.2.
Wat gaan we doen? .............................................................................................................................. 7
2.3
Wat mag het kosten? ......................................................................................................................... 10 Programma Brzo Noord......................................................................................................................... 11
3. 3.1.
Wat willen we bereiken? .................................................................................................................... 11
3.2.
Wat gaan we doen? ............................................................................................................................ 11
3.3.
Wat mag het kosten? ......................................................................................................................... 12 Financiële begroting .............................................................................................................................. 13
4. 4.1.
Uitgangspunten ................................................................................................................................. 13
4.2.
Financiële meerjarenbegroting 2022-2025 ................................................................................... 14
4.3.
Incidentele baten en lasten .............................................................................................................. 17 Verplichte paragrafen ............................................................................................................................ 18
5. 5.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................... 18
5.2.
Financiering ........................................................................................................................................ 20
5.3.
Bedrijfsvoering ................................................................................................................................... 22
Bijlagen ................................................................................................................................................................. 23 Bijlage 1: Bijdrage per deelnemer meerjarig overzicht ............................................................................... 23 Bijlage 2: Begroting per taakveld................................................................................................................... 26 Bijlage 3: Staat van vaste activa ..................................................................................................................... 28 Bijlage 4: Geprognotiseerde balans .............................................................................................................. 29 Bijlage 5: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit........................................................................................... 30
2
1. Inleiding 1.1.
Algemeen
De Omgevingsdienst Groningen (ODG) verzorgt de uitvoering van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTH-taken) op het gebied van milieu, bouwen en wonen in opdracht van 10 gemeenten in Groningen en de provincie Groningen. Daarnaast verzorgt de ODG deze taken ook voor de majeure risicobedrijven1 in de provincies Fryslân en Drenthe. 2022 is het jaar dat de ODG over gaat op een nieuw financieringsmodel voor het VTH programma. Met het nieuwe financieringsmodel ontstaat een nieuw systeem: wat de deelnemers (samen) willen met de leefomgeving en wat er wettelijk gezien nodig is, bepaalt wat de ODG voor de deelnemers doet. Alle Groninger gemeenten en de provincie hebben daartoe gezamenlijk bepaald wat nodig is voor de leefomgeving in Groningen. Dit draagt bij aan een gelijk speelveld in de regio Groningen; in alle gemeenten worden bedrijven op dezelfde manier gecontroleerd en de basis voor vergunningverlening is gelijk. Met het nieuwe financieringsmodel wordt er begroot op basis van output (aantallen * prijs) en afgerekend op begrotingsbasis. Drie jaar na invoering van dit model worden in een evaluatie de ervaringen en mogelijke verdere ontwikkeling van dit model besproken. Het invoeren van het nieuwe financieringsmodel leidt tot verschuivingen in de deelnemersbijdragen tussen deelnemers (op totaal niveau budgetneutraal).
Gezien de huidige financiële situatie van gemeenten is daarom afgesproken drie jaar de tijd te nemen voor een zachte landing van het financieringsmodel. Dit betekent dat drie jaar de tijd wordt genomen om financieel gezien toe te groeien naar de nieuwe deelnemersbijdragen als gevolg van het financieringsmodel. Tevens heeft het Algemeen Bestuur besloten om de basistaken, conform het besluit omgevingsrecht 2017, over te dragen aan de ODG. Dit geldt voor de gemeenten Groningen, Het Hogeland, Oldambt en Westerkwartier. Voor de gemeente Eemsdelta geldt dit voor wat betreft de asbesttaken, de overige taken zijn bij overdracht van het milieutakenpakket overgedragen. De overdracht zal gefaseerd gebeuren; in 2022 de meldingen besluit bodemkwaliteit, asbesttaken en in 2023 de minder complexe milieutaken. Voorwaarde voor invoering van het nieuwe financieringsmodel is dat de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling (GR) van kracht wordt. Twee gemeenteraden hebben hier nog niet mee ingestemd. Mocht de nieuwe GR niet tijdig operationeel zijn, dan zal de deelnemersbijdrage conform de oude systematiek worden bepaald. Naast invoering van het nieuwe financieringsmodel, zullen ook de invoering van de Omgevingswet, ontwikkelingen op het gebied van stikstof (PAS) en zeer zorgwekkende stoffen (waaronder PFAS) veel van ons vragen. Dit betekent o.a.
intensivering van de samenwerking met ketenpartners en het werken met een veranderd instrumentarium. Doorontwikkeling van de dienst staat met deze opgaven op gespannen voet met onze productieafspraken en de wens tot financiële terughoudendheid.
1
Alle bedrijven die onder het Besluit risico zware ongevallen en Richtlijn Industriële Emissies categorie 4 voorschriften vallen, samen de majeure
risicobedrijven, zijn per 1 juli 2017 verplicht onder gebracht bij een van de aangewezen zes diensten in Nederland. Voor Noord Nederland is dat de Omgevingsdienst Groningen.
3
De ODG zal zich daarnaast blijven inspannen om de reguliere werkzaamheden op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies op kwalitatieve en efficiënte manier uit te voeren. Dit alles ten behoeve van de veilige en schone leefomgeving in Groningen. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is er nog veel onzekerheid over het toekomstig verloop en bijbehorende maatregelen van de coronapandemie. Indien er in 2022 nog steeds sprake is van maatregelen dan zou dit kunnen leiden tot aanvullende kosten en/of verlies van productie.
1.2.
Leeswijzer
In hoofdstuk twee staan de drie wat-vragen centraal: "Wat willen we bereiken?", "Wat gaan we doen?" en "Wat mag het kosten?" voor de uitvoering van het programma "Uitvoering VTH-taken". In hoofdstuk drie staat het programma Brzo Noord. Hoofdstuk vier bestaat uit de financiële begroting. Hierin zijn de lasten en baten per taakveld toegelicht. Daarna volgen in hoofdstuk vijf de verplichte paragrafen. In de bijlagen staat de deelnemersbijdrage en wordt inzicht gegeven in de opbouw van de formatie, de activa van de ODG en de ontwikkeling van de balans.
1.3.
Financieel beeld
Het financieel meerjarenperspectief, inclusief Brzo staat in de onderstaande figuur (bedragen x € 1.000) Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal baten
18.272
20.775
21.421
21.900
22.389
Totaal lasten
18.409
21.095
21.441
21.920
22.389
Saldo van baten en lasten
-137
-320
-20
-20
0
Mutatie reserves
137
320
20
20
-
-
-
-
-
-
Begroot resultaat Resultaat
In de begroting van 2022 stijgen de lasten met meer dan € 2,7 miljoen ten opzichte van de begroting van 2021. De stijging ten opzichte van 2021 wordt veroorzaakt door: Toename werkzaamheden overdracht taken DEAL
€ 0,4 miljoen
Toename van Brzo-bedrijven
€ 1,1 miljoen
Inbreng van basistaken
€ 0,4 miljoen
Loon- en prijsstijgingen
€ 0,4 miljoen
Tijdelijke inzet reserves
€ 0,3 miljoen
Detachering
€ 0,1 miljoen
Tegenover deze stijging van kosten staan ook extra opbrengsten. Toename werkzaamheden overdracht taken DEAL Er is sprake van de overdracht van een aantal taken en bijbehorende formatie vanuit de nieuwe gemeente Eemsdelta, die voorheen bij de werkorganisatie DEAL waren ondergebracht. Toename van Brzo-bedrijven In de afgelopen jaren is een toename te zien in het aantal Brzo-bedrijven. Ten gevolge hiervan wordt in 2021 nog een begrotingswijziging aan het bestuur voorgelegd. In de begroting van 2022 is de toename van het aantal Brzo-bedrijven reeds verwerkt. De drie opdrachtgevende provincies bekostigen de uitbreiding van de inzet van de ODG. 4
Inbreng van basistaken In de begroting 2022 is er van uitgegaan dat alle deelnemers de wettelijke basistaken, conform het Besluit omgevingsrecht uit 2017, overdragen. In 2022 betreft dit aanvullende inbreng van meldingen besluit bodemkwaliteit en asbesttaken. In 2023 stijgen de lasten en baten door inbreng van de minder complexe milieutaken. Loon- en prijsstijgingen Ten tijde van het opstellen van deze begroting zijn er nog geen CAO-afspraken gemaakt voor 2022. De onderhandelingen zijn nog gaande en door de coronacrisis lijkt de onderhandelruimte beperkt. Voor 2022 is uitgegaan van een algemene indexatie van 2,25%. Deze indexatie is ook voor daaropvolgende jaren aangehouden. Tijdelijke inzet reserves In de kaderbrief is reeds aangegeven dat er een aanvullend bedrag van € 300.000 uit de reserve zal worden benut ten behoeve van benodigde ontwikkelingen op het gebied van IT (€ 200.000) en de implementatie van de omgevingswet (€ 100.000). Ook wordt er tot en met 2024 uitgaven in het kader van Vitaliteit (€ 20.000) uit reserves gedekt.
5
2. Programma Uitvoering VTH-taken 2.1.
Wat willen we bereiken?
De ODG gaat zoals u van ons gewend bent het jaar 2022 in met ons kompas als leidraad: ‘in alles wat wij doen, dragen we bij aan een veilige en schone leefomgeving in onze regio ’ Wij zijn een: ‘onafhankelijke betrouwbare kennispartner die de klant centraal stelt’. Uit het kompas van de organisatie en onze opgave, halen we vijf hoofdpunten om ons op te richten de komende jaren. 1.
We hebben een betrouwbare dienstverlening en geven verantwoording over ons werk
2.
We zijn een efficiënte organisatie
3.
Samenwerking & sensitiviteit staat centraal
4.
We zijn een kennisorganisatie
5.
We zijn klaar voor de verandering
De ODG zal zich in de komende jaren op bovenstaande punten verder ontwikkelen, om samen met onze klanten en partners resultaten te boeken ten behoeve van een veilige en schone leefomgeving.
6
2.2. 1.
Wat gaan we doen?
Uitvoeren jaaropdracht
Ieder jaar spreekt de ODG in de jaaropdracht met de opdrachtgevers af welke taken er worden uitgevoerd, vanaf 2022 gebeurt dit conform de richtlijnen van het regionale uitvoerings- en handhavingsbeleid. Met de invoering van het nieuwe financieringsmodel is de deelnemersbijdrage gebaseerd op uitvoering van deze taken. In onderstaande tabel een doorkijk van de verwachte totale productie die het in het kader van de jaaropdracht 2022 wordt uitgevoerd. In de doorkijk is de aanvullende inbreng van basistaken nog niet meegenomen. Hierover worden in de definitieve jaaropdracht 2022 aanvullende afspraken gemaakt met de betreffende deelnemers.
INZET JAAROPDRACHT Meervoudig 8%
Maatwerk 6%
Bouw 16%
Milieu 44%
Handhaving 13% Asbest 2%
Bodem 11%
Toelichting Vergunningverlening en toezicht op het gebied van milieu is met 44% het grootste deel van de inzet van de ODG. Bodem kent een inzet van 11%. De inzet op het gebied van asbest is met 2% momenteel relatief klein, echter de omvang hiervan zal groeien na inbreng van de asbesttaken. 16% van de inzet voor vergunningverlening en toezicht betreft de bouwtaken voor Midden-Groningen, Stadskanaal en de provincie. Uit het proces van vergunningverlening en toezicht volgt met enige regelmatig ook een handhavingstraject. De inzet hierop betreft 13%. Onder het domein meervoudig, met een omvang van 8%, valt inzet die niet één op één te koppelen is aan een specifiek domein. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een meervoudige omgevingsvergunning. Daarnaast levert de ODG voor 6% maatwerk. Dit betreft inzet op verzoek van deelnemers in aanvulling op de reguliere producten en diensten.
7
2.
Collectieve taken
Naast inzet voor de jaaropdracht verricht de ODG ook een zestal collectieve taken voor alle deelnemers. Deze taken worden - naar rato van de afname van producten en diensten - collectief gefinancierd.
COLLECTIEVE TAKEN Strafrecht 9%
Ketentoezicht 17%
Wet- en regelgeving 16%
Ontwikkeling 18%
Opleiding en coaching 27%
Piket 13%
Toelichting 1.
Ketentoezicht: bij ketentoezicht wordt er branchebreed onderzoek gedaan naar naleefgedrag en wordt er waar nodig handhavend opgetreden. Dit beperkt zich niet tot één locatie bij één deelnemer. Een voorbeeld is het administratief volgen van grondstromen.
2.
Ontwikkeling: hieronder valt inzet gericht op het verbeteren en innoveren van de dienstverlening aan deelnemers. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de invoering van digitale checklists, waarmee de toezichthouders buiten een eenduidig protocol direct digitaal kunnen invullen zodat gegevens vergelijkbaar en inzichtelijk zijn. Hiermee beoogt de dienst ook in de toekomst efficiënter en effectiever te opereren.
3.
Piket: voor toezicht bij calamiteiten en storingen buiten reguliere kantoortijden is een piketdienst ingesteld. De ODG garandeert 24 uur bereikbaarheid voor alle deelnemers.
4.
Wet- en regelgeving: jaarlijks heeft de ODG te maken met wijzigende wet- en regelgeving en actuele onderwerpen die voor alle deelnemers relevant zijn. Momenteel bijvoorbeeld de Omgevingswet, PFAS en stikstof. De ODG reserveert tijd om zich op deze onderwerpen voor te bereiden en de deelnemers te ondersteunen.
5.
Opleiding en coaching: de wijzigingen van wet- en regelgeving, de krapte op de arbeidsmarkt en de doorontwikkeling van de organisatie, leidt ertoe dat er structureel meer tijd wordt besteed aan opleiding van medewerkers, inwerken van onervaren collega's en coaching.
6.
Strafrecht: bij sommige zaken wordt niet alleen bestuursrechtelijk opgetreden, maar volgt er ook strafrechtelijk traject. De ODG is hiervoor bevoegd gezag.
8
3.
Ontwikkelingen
Naast de reguliere taken in het kader van de jaaropdracht en de collectieve taken speelt er voor 2022 een aantal specifieke ontwikkelingen:
Invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouw De Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging bouw treden naar verwachting op 1 januari 2022 in werking. Dit heeft grote gevolgen voor het instrumentarium van de overheid, waaronder de provincie, gemeenten en omgevingsdiensten. Provincies en gemeenten zijn bezig met het vormgeven van hun ambities en het opstellen van de Omgevingsvisie. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de inhoudelijk expertise en praktijkervaring van de ODG. Daarnaast willen wij middelen beschikbaar stellen ten behoeve van de inzet van medewerkers voor het ontwikkelen van instrumentarium en het uitvoeren van pilots. We voorzien dat de invoering van de Omgevingswet structureel inzet gaat kosten, aangezien dit een meerjarig invoeringstraject is. Daarom is een stelpost van € 100.000 per jaar in de meerjarenbegroting opgenomen, omdat de overige beschikbare middelen hiervoor niet toereikend zijn. Ten opzichte van het landelijk beeld is dit een beperkte extra inzet. De afspraak is dat de noodzakelijke ureninzet van medewerkers, die niet gedekt kan worden door dit budget, ten koste gaat van de productie. De precieze consequenties van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen worden in 2021 voor de ODG verder in beeld gebracht.
De verwachting is dat er geen directe invloed is op ons vast personeelsbestand (mede door het strategisch personeelsbeleid van de afgelopen tijd), echter is dit niet volledig uit te sluiten. Indien dit toch leidt tot substantiële wijzigingen, dan zal hier een voorziening voor worden opgenomen in de begroting voor extra herstructureringskosten.
IT-ontwikkelingen IT en data krijgen een steeds grotere rol in onze organisatie. Dit wordt bepaald door zowel externe ontwikkelingen als de omgevingswet en de AVG, als door de wens om de kwaliteit van onze dienstverlening te optimaliseren. Dit biedt kansen om werkzaamheden efficiënter uit te voeren en waardevolle informatie over de staat van de leefomgeving te verkrijgen zodat de dienst meer datagestuurd kan gaan werken. Het brengt echter ook ontwikkel- en implementatiekosten met zich mee. De ODG start in 2021 projectmatig met het vormgeven van meer data- en risico gestuurd werken. Zoals ook eerder in het Algemeen Bestuur gedeeld, eindigt het contract met onze huidige leverancier van het zaaksysteem in augustus 2023. De ODG zal in 2022 de aanbesteding van een nieuw systeem opstarten, zodat een soepele overgang gegarandeerd kan worden. Er vindt nog onderzoek plaats in welke vorm de aanbesteding zal worden gedaan. De komst van de Omgevingswet vraagt ook aanpassingen
in
onze
werkprocessen,
die
we
technisch
gezien
zoveel
mogelijk
in
het
aanbestedingstraject mee zullen nemen. Ervaring in den lande leert dat de implementatie van een nieuw zaaksysteem gepaard gaat met productieverlies. In de kadernota is een aantal aankondigingen van wijzigingen op IT gebied gedaan: -
Invoering van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO);
-
Register Externe Veiligheid (REV)
-
Inspectieview
De ODG is momenteel bezig om zich voor te bereiden op invoering van deze systemen. De ODG heeft in de meerjarenbegroting € 100.000 extra gereserveerd voor IT. Daarmee heeft de ODG voorzien in de dekking van de stijging van een aantal structurele kosten van nieuwe systemen. Het huidige IT budget is niet toereikend om de aanbesteding voor het nieuwe zaaksysteem op te starten. Daarom is al eerder met
9
het Algemeen Bestuur afgesproken om een gedeelte van de Algemene Reserve hiervoor aan te spreken in 2022. Hier is bij de besteding van het overschot van de jaarrekening 2019 rekening gehouden door een bedrag toe te voegen aan de Algemene Reserve.
2.3
Wat mag het kosten?
Onderstaande tabel geeft de lasten en baten voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze weer (bedragen x 1.000). In hoofdstuk vier, de financiële begroting, staat een nadere toelichting. In bijlage 1 is de deelnemersbijdrage in detail uiteen gezet. Programma VTH
2021
2022
2023
2024
2025
Baten Deelnemersbijdrage
13.360
14.646
15.155
15.494
15.839
Meerwerk en projecten
563
518
530
542
554
Overige baten
128
303
309
315
322
14.052
15.467
15.994
16.351
16.715
Primair proces
9.817
11.159
11.257
11.511
11.771
Overhead
4.143
4.225
4.348
4.445
4.522
228
403
409
415
422
14.189
15.787
16.014
16.371
16.715
-137
-320
-20
-20
-
137
320
20
20
-
-
-
-
-
-
Totaal Lasten
Overige lasten Totaal Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
10
3. Programma Brzo Noord 3.1.
Wat willen we bereiken?
Het programma Brzo Noord heeft betrekking op de uitvoering van de VTH-taken voor zogenaamde Brzo en RIE-4 inrichtingen in Noord-Nederland. De Brzo en RIE-4 bedrijven heten samen ook wel de majeure risicobedrijven: •
Brzo-bedrijven werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, of hebben deze stoffen in opslag, daarom vallen zij onder het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo).
•
RIE-4 bedrijven zijn complexe chemiebedrijven, die werken met milieuverontreinigende stoffen. Daarom vallen zij onder categorie 4 van de Richtlijn Industriële Emissies. Een bedrijf kan tegelijkertijd onder zowel de categorie RIE-4 als Brzo vallen.
Nederland telt ongeveer 450 majeure risicobedrijven, waarvan circa 72 bedrijven (peildatum 1-1-2021) in Drenthe, Fryslân en Groningen liggen. De ODG voert in opdracht van de drie noordelijke provincies de VTH taken uit met als doel om zware ongevallen bij en milieuschade door de majeure risicobedrijven te voorkomen.
3.2.
Wat gaan we doen?
De ODG werkt nauw samen met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Veiligheidsregio Groningen, Drenthe en Fryslân, Inspectie Leefomgeving en Transport, het Openbaar Ministerie, Rijkswaterstaat, de waterschappen en de omgevingsdiensten in Fryslân (FUMO) en Drenthe (RUDD). De kern van deze samenwerking is om: 1.
Samen te werken als zijnde één overheid richting het bedrijfsleven
2.
Bedrijven integraal te benaderen en te beoordelen
3.
Risicogestuurd te werken
4.
Aan te pakken waar nodig en ruimte te geven waar dat kan
5.
Transparant te zijn, zowel naar bedrijven als naar derden
6.
De bij de overheid beschikbare deskundigheid zo goed mogelijk in te zetten.
De Basis voor de taakinvulling is de Noordelijke Maat. De bevoegde gezagen, de drie provincies, hebben de Noordelijke Maat in 2018 vastgesteld als basis voor de taakuitvoering. In de Noordelijke Maat zijn normen opgenomen voor de VTH-taken die betrekking hebben op Brzo en Rie-4 bedrijven. Daarmee is het een gedragen maatstaf voor de taakuitvoering. De omvang van de Brzo begroting wordt bepaald door het aantal bedrijven en de activiteiten die daarvoor moeten worden verricht conform de Noordelijke Maat. In de meerjarenbegroting van 2022 is geen rekening gehouden met de in 2023 geplande evaluatie van de Noordelijke Maat, waardoor voor de hierop volgende jaren sprake kan zijn van eventuele invloeden op de begroting ten gevolge van deze evaluatie. Tevens zien we de afgelopen jaren een hogere groei van het aantal bedrijven dan verwacht, wat tot gevolg heeft dat de omvang van de Brzo-taken (en daarmee de benodigde jaarlijkse bijdrage) stijgt. Aangezien veranderingen in dit inrichtingenbestand pas gedurende het jaar bekend worden, zal de definitieve bijdrage op basis van het aantal bedrijven op peildatum 1 januari van het opvolgende jaar worden berekend en besproken met de bevoegde gezagen.
11
In deze begroting is uitgegaan van de 82 majeure risicobedrijven, zoals deze in begin 2021 besproken zijn met de bevoegde gezagen. Hieronder is het aantal bedrijven uitgesplitst per bevoegd gezag: Drenthe:
13
Friesland:
16
Groningen:
53
2022 staat naast een adequate uitvoering van de primaire VTH-taken, ook in het teken van het verder optimaliseren van de taakinvulling door de Omgevingsdienst. Daarnaast wordt meegewerkt in landelijke meerjaren agenda Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) / Meerjaren afspraken (MJA) projecten om de samenwerking en kwaliteit van de uitvoering binnen Brzo+ (landelijk netwerk van alle ketenpartners) te optimaliseren. Naast deze landelijke projecten worden ook regionale speerpunten benoemd en opgenomen in het werkprogramma voor 2022.
3.3.
Wat mag het kosten?
In de onderstaande tabel zijn de lasten en baten weergegeven voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze. Programma BRZO
2021
2022
2023
2024
2025
Baten Deelnemersbijdrage
4.064
5.164
5.280
5.399
5.520
156
144
147
150
154
-
-
-
-
-
4.220
5.307
5.427
5.549
5.674
Primair proces
3.070
3.861
3.948
4.036
4.127
Overhead
1.150
1.447
1.479
1.513
1.547
-
-
-
-
-
4.220
5.307
5.427
5.549
5.674
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Meerwerk en projecten Overige baten Totaal Lasten
Overige lasten Totaal Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
12
4. Financiële begroting 4.1.
Uitgangspunten
Loon- en prijsstijgingen In de begroting 2022 is uitgegaan van een algemene indexatie van 2,25% t.o.v. 2021. Deelnemersbijdrage VTH taken De deelnemersbijdrage is gebaseerd op de te verwachten output per deelnemer; rekening houdend met de ondergrens van het regionale beleid. Tot nu toe was de financiering gebaseerd op inputfinanciering. De overgang naar het nieuwe model kent herverdeeleffecten tussen deelnemers. Om deze effecten op te vangen is zoals aangegeven een zachte landing afgesproken van 3 jaar. Daarnaast worden de basistaken, conform het Besluit omgevingsrecht gefaseerd ingebracht. In bijlage 1 is per deelnemer een gedetailleerd overzicht opgenomen van de effecten van het financieringsmodel, de zachte landing en de inbreng van de basistaken. Uitgangspunt in het nieuwe model is dat er (beperkte) bijsturing van de output en daarmee ook van de bijdrage mogelijk is bij het vaststellen van de definitieve jaaropdracht 2022. De spelregels van het financieringsmodel zijn op hoofdlijnen beschreven in de rapportage sturing en financiering ODG (AB, 13 december 2019). Deze worden in 2021 uitgewerkt en vastgelegd in een bijdrage-verordening. Brzo Noord De uitvoering van de Brzo-taken gebeurt in 2022, evenals in 2021, op basis van de Noordelijke Maat. Er is bestuurlijk afgesproken om na een periode van vier jaar, gerekend vanaf de start in 2019, de uitvoering te evalueren.
Deze evaluatie vindt plaats in 2023. De volgende financiële uitgangspunten zijn van toepassing bij de uitvoering van de Brzo-taken: a.
De kosten en opbrengsten van werkzaamheden voor Brzo-bedrijven worden in een apart programma verantwoord.
b.
Aangezien de ODG ten tijde van de start van het programma de Brzo-werkzaamheden voor de provincie Groningen al uitvoerde, is de bijdrage ten behoeve van het Brzo-programma in mindering gebracht op de reguliere deelnemersbijdrage. In 2019 is de ontvlechting van de dienstverlening in gang gezet en vanaf 2020 worden alle ingekochte Brzo-taken geleverd voor de verstrekte Brzogelden.
c.
De twee andere provincies brengen de taken in en betalen daarvoor een bijdrage, conform de daarvoor afgesloten overeenkomsten.
d.
De omvang van de Brzo-taken is per provincie vastgesteld aan de hand van de Noordelijke Maat.
e.
Bovenop de loonkosten voor de formatie in het primair proces, geldt een opslag voor materiële kosten en overhead.
f.
De drie provincies betalen de volledige lasten die samenhangen met de uitvoering van de Brzotaken. Eventuele voor- of nadelen worden alleen verrekend met de Brzo-deelnemers (de drie provincies).
Ontwikkelingen In de kadernota 2022 is, net als in 2021, een aantal benodigde ontwikkelingen gesignaleerd waarvoor aanvullende
middelen
benodigd
zijn.
Deze
middelen
zijn
voorzichtigheidshalve
in
de
meerjarenbegroting opgenomen (zie hoofdstuk 2). Het gaat hierbij om de volgende ontwikkelingen:
13
1.
Nieuwe financieringsvorm:
€ 100.000
2.
Arbeidsvoorwaarden en vitaliteit:
€ 100.000
3.
Omgevingswet:
€ 200.000 ( waarvan €100.000 eenmalig uit algemene reserve)
4.
IT ontwikkelingen:
€ 300.000 ( waarvan € 200.000 eenmalig uit algemene reserve)
NB. De ODG komt met een voorstel ten aanzien van het afbouwen van het budget (na 2022) voor de implementatie en inbedding van het nieuwe financieringsmodel.
4.2.
Financiële meerjarenbegroting 2022-2025
In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de lasten, baten en reserves meerjarig weergegeven (bedragen x1.000). Meerjarenoverzicht
2021
2022
2023
2024
2025
Baten Deelnemersbijdrage
17.424
19.810
20.435
20.893
21.359
Meerwerk en projecten
719
662
677
692
708
Overige baten
128
303
309
315
322
18.272
20.775
21.421
21.900
22.389
- personeelslasten
12.141
13.932
14.388
14.712
15.044
- materiele kosten
746
1.088
817
835
854
- personeelslasten
3.067
3.267
3.341
3.416
3.493
- materiele kosten
2.227
2.404
2.486
2.541
2.576
Totaal Lasten Primair proces
Overhead
Overige lasten Totaal
228
403
409
415
422
18.409
21.095
21.441
21.920
22.389
-137
-320
-20
-20
-
137
320
20
20
-
-
-
-
-
-
Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
14
VTH
Totaal
BRZO
2022
Baten Deelnemersbijdrage
14.646
5.164
19.810
Meerwerk en projecten
518
144
662
Overige baten
303
-
303
15.467
5.307
20.775
- personeelslasten
10.351
3.581
13.932
- materiele kosten
809
280
1.088
- personeelslasten
2.434
833
3.267
- materiele kosten
1.791
613
2.404
Totaal Lasten Primair proces
Overhead
Overige lasten Totaal
403
403
15.787
5.307
21.095
-320
-
-320
320
-
320
-
-
-
Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
De totale lasten voor 2022 stijgen ten opzichte van de begroting 2021 met € 2,7 miljoen. Hieronder worden de baten en lasten toegelicht. Baten De totale baten zijn in 2022 € 2,5 miljoen hoger dan in de begroting 2021. De baten vallen uiteen in: •
De deelnemersbijdrage VTH-taken
€ 14.646.000
•
Projecten
€
131.000
•
Meerwerk
€
387.000
•
De bijdrage provincies Brzo Noord
€ 5.164.000
•
Projecten Brzo
€
144.000
•
Verhaalde toelagen bij deelnemers
€
155.000
•
Detacheringen
€
148.000
Totaal
€ 20.775.000
Lasten Personeelskosten Primair proces De personeelskosten primair proces zijn begroot op € 13,9 miljoen. Dit is een verschil van € 1,8 miljoen ten opzichte van 2021. Dit is veroorzaakt door: Indexatie personeelskosten 2,25%
€
273.000
Uitbreiding basistaken
€
345.000
Uitbreiding Brzo
€
770.000
Uitbreiding business case WO DEAL
€
403.000
Totaal
€ 1.809.000 15
Materiele kosten Primair proces De materiële kosten primair proces zijn voor 2022 € 1.088.000 begroot, € 343.000 hoger dan in 2021. De voornamelijk oorzaak van de stijging zijn daar de extra kosten ad. € 300.000 voor IT en omgevingswet welke gedekt worden uit de algemene reserve. De andere € 43.000 wordt veroorzaakt deels door de indexatie van 2,25% en deels door extra kosten die er bij komen vanwege uitbreiding van de basistaken. Personeelskosten Overhead De personeelskosten overhead zijn begroot op € 3.267.000. Dit is een verschil van € 201.000 ten opzichte van 2021. Dit wordt veroorzaakt door: Indexatie personeelskosten 2,25%
€
69.000
Uitbreiding per saldo
€
132.000
Totaal
€
201.000
Materiele kosten Overhead De materiële kosten overhead zijn voor 2022 €2.404.000 begroot, € 177.000 hoger dan in 2021. De hoofdzakelijke verklaringen hiervoor zijn: Indexatie 2,25%
€
50.000
Uitbreiding basistaken
€
45.000
Vitaliteit 60+ (gedekt uit reserve)
€
20.000
Overige lasten De overige lasten bestaan uit de kosten voor onvoorziene zaken toelagen en detacheringen. Per saldo respectievelijk € 100.000, € 155.000 en € 148.000. In de reguliere deelnemersbijdrage zijn de kosten voor onvoorziene zaken meegenomen. Conform de uitgangspunten in het Bedrijfsplan behouden de overgedragen medewerkers hun recht op de vergoeding horende bij uitlooprangen en eventuele garantietoelagen. De ODG brengt deze toelagen in rekening bij de desbetreffende deelnemers. Reserve mutaties Betreffende de reserve mutaties wordt verwezen naar de paragraaf Incidentele baten en lasten.
16
4.3.
Incidentele baten en lasten
In het onderstaande overzicht staan de incidentele baten en lasten. Het betreft de investering in 60+ vitaliteitsbeleid welke betaald wordt uit de reserve Arbeidsvoorwaarden. Daarnaast is er in verband met investeren in de IT en Omgevingswet totaal € 300.000 in 2022 beschikbaar gesteld, dit wordt gedekt uit de algemene reserve.
Incidentele baten en lasten
2021
2022
2023
2024
2025
Deelnemersbijdrage
-112
-
-
-
-
Totaal
-112
-
-
-
-
25
-
-
-
-
Baten
Lasten Vitaliteit Vitaliteit 60+
-
20
20
20
-
IT
-
200
-
-
-
Omgevingswet
-
100
-
-
-
25
320
20
20
-
-137
-320
-20
-20
-
137
320
20
20
-
-
-
-
-
-
Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves Begroot resultaat Resultaat
17
5. Verplichte paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de ODG. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, kapitaalgoederen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. De paragrafen 'Weerstandvermogen en risicobeheersing', 'Financiering' en 'Bedrijfsvoering' zullen hieronder nader worden toegelicht.
5.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Deze paragraaf beschrijft in welke mate de weerstandscapaciteit toereikend is om eventuele risico's op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te kunnen vangen.
Weerstandsvermogen In de gemeenschappelijke regeling en de nota reserves en voorzieningen is bepaald dat het weerstandsvermogen bestaat uit de Algemene Reserve en de post onvoorzien. •
De Algemene Reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen. Voor het jaar 2022 betekent dit maximaal een bedrag van € 1.038.000.
•
De post onvoorzien is geraamd op € 100.000.
In het onderstaande overzicht is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen weergegeven. De verwachte stand van de algemene reserve is eind 2022 gelijk aan de stand van 1-1-2021 minus de onttrekkingen in het begrotingsjaar 2022. Ond e rd e e l
Omva ng
Algemene Reserve (stand 1-1-2021)
€
874.000
af: onttrekkingen 2022
€
-300.000
€
574.000
Onvoorzien
€
100.000
T ota a l
€
674.000
Risicoanalyse Onderstaand een overzicht van mogelijke risico's en de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet: 1.
IT ontwikkelingen: IT krijgt een steeds grotere rol in onze organisatie. Enerzijds komt dit voort uit nieuwe regelgeving, zoals de invoering van het Digitaal Stelsel Omgevingswet, maar anderzijds is de kostenstijging ook intern gedreven. IT is cruciaal om een efficiënte uitvoering te garanderen en om naleefgedrag te monitoren. Het is de vraag of de IT middelen toereikend zijn om alle aankomende ontwikkelingen te financieren in 2022. Het maximale risico van de IT ontwikkelingen is geschat op € 200.000 (kans 75%). Specifiek risico betreft de aanbesteding van het zaaksysteem in 2023. In de begroting is beperkt rekening gehouden met implementatiekosten. Indien dezelfde leverancier uit de aanbesteding komt, is de verwachting dat implementatiekosten relatief laag zullen zijn. Echter, wanneer een andere partij de aanbesteding wint zullen die kosten aanmerkelijk hoger zijn. Hier is in de begroting vooralsnog geen rekening mee gehouden.
2.
Wet kwaliteitsborging bouw: met de invoering van de Omgevingswet wordt ook de Wet kwaliteitsborging bouw van kracht. In het nieuwe stelsel krijgen private kwaliteitsborgers een rol in het proces. De consequenties van het nieuwe stelsel worden in een businesscase in beeld gebracht. De verwachting is dat het niet direct invloed heeft op ons vast personeelsbestand, echter dit is ook
18
niet volledig uit te sluiten. Indien het leidt tot substantiële wijzigingen, dan zal hier een voorziening voor worden opgenomen in de begroting voor extra kosten ten aanzien van bijvoorbeeld WWuitkeringen. Er is een bedrag van € 300.000 opgenomen in de risico analyse (kans van 25%). 3.
Register Externe Veiligheid: Er komt een database, genaamd Register Externe Veiligheid, waarin de informatie over de veiligheidsrisico's wordt verzameld en inzichtelijk gemaakt. Met de komst van de Omgevingswet bundelt de overheid namelijk de regels voor milieu en ruimtelijke projecten. De gemeenten zijn als bronhouder verplicht de gegevens aan te leveren. De kosten en financiering van het REV zijn nog niet bekend. Het risico wordt geschat op € 100.000 (kans 25%).
4.
Cao-afspraken: er is een CAO afgesloten met een looptijd van 1 januari 2020 tot 1 januari 2021. De loonstijging voor 2021 en verder is onbekend. In de begroting 2022 is rekening gehouden met een indexatie van de lonen van 2,25%. Het risico bestaat dat de CAO afspraken hoger uitvallen. Gelet op corona lijkt de ruimte voor hogere lonen beperkt. Het
risico wordt vooralsnog ingeschat op €
150.000 (kans van 25%). 5.
Nieuw financieringsmodel: de ODG gaat met ingang van 2022 over op een nieuwe vorm financiering. Hierbij hebben deelnemers de mogelijkheid om de opdracht - binnen de uitgangspunten van het U&H beleid - bij te stellen. De bijstelling is maximaal 10% per deelnemer en 2,5% op het totaal van de deelnemersbijdrage de ODG. Het risico bestaat dat deelnemers massaal de opdracht verlagen en de ODG onvoldoende in staat is de kosten af te bouwen. Uitgaande van een maximale bijstelling van 2,5%, is het risico geraamd op € 350.000 (kans van 25%).
Weerstandscapaciteit In de onderstaande tabel is op basis risicoanalyse en het weerstandsvermogen de weerstandscapaciteit berekend. Bij de risicoanalyse gaat de ODG uit van drie risicocategorieën: 25% (kans laag), 50% (gemiddeld), 75% (kans hoog). Risicoanalyse
Bedrag
1. IT ontwikkelingen
€
200.000
75% €
150.000
2. Wet kwaliteitsborging bouw
€
300.000
25% €
75.000
3. Register Externe Veiligheid
€
100.000
25% €
25.000
4. CAO-afspraken
€
150.000
25% €
37.500
5. Nieuw financieringsmodel
€
350.000
25% €
87.500
Totaal
€
375.000
Weerstandsvermogen
€
674.000
Weerstandscapaciteit
Kans
Bedrag
180%
Op basis van bovenstaande risicoanalyse verwacht de ODG dat de weerstandscapaciteit toereikend is om de risico’s binnen de exploitatie 2022 op te vangen. Mocht een risico zich daadwerkelijk voordoen, dan zal het Algemeen Bestuur hierover geïnformeerd worden bij de voor- of najaarsnota. Vanzelfsprekend zullen wij eerst beoordelen of we binnen de beschikbare begroting prioriteiten stellen om zodoende risico’s op te vangen.
19
Kengetallen Op grond van de BBV dienen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen te worden. Het gaat om de volgende kengetallen: Kengetal l en Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
2022
2023 0% 0% 12% 0%
2024 0% 0% 12% 0%
Grondexploitatie
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
2025 1% 1% 11% 0%
1% 1% 10% 0%
In de bijlage 4 is de onderliggende balans opgenomen. Hieronder volgt een toelichting op de kengetallen.
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van de ODG ten opzichte van de eigen middelen weer. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De ODG heeft geen vaste schulden. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Aangezien de ODG geen leningen heeft verstrekt, is de netto schuldquote gelijk aan de voor leningen gecorrigeerde netto schuldquote. Een negatieve netto schuldquote houdt in dat de bezittingen groter zijn dan de schulden.
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODG in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het Eigen Vermogen als percentage van het balanstotaal. Onder het Eigen Vermogen verstaan we de Algemene Reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Het Eigen Vermogen bestaat in 2020 alleen uit de Algemene Reserve. De solvabiliteitsratio van 12% is voor gemeenschappelijke regelingen niet ongebruikelijk. Het is een rechtstreek gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur dat de Algemene Reserve maximaal 5% van de omzet mag zijn. Voor het aantrekken van financieringsmiddelen levert een laag solvabiliteitsratio geen belemmeringen op.
Structurele exploitatieruimte Structureel evenwicht in de begroting is een voorwaarde voor het toepassen van repressief toezicht. Dit betekent dat structurele lasten, inclusief structurele toevoegingen aan bestemmingsreserves, maximaal gelijk mogen zijn aan de structurele baten inclusief structurele onttrekkingen aan bestemmingsreserves. De exploitatieruimte wordt als percentage van de totale baten weergegeven. De meerjarenbegroting is structureel in evenwicht.
5.2.
Financiering
Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury.
20
Treasurybeleid Het treasury beleid van de ODG dient tot: •
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
•
Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s;
•
Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
•
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit statuut.
Het treasurybeleid is nader uitgewerkt in het treasurystatuut. Geldleningen Aangezien de provincie Groningen het betalingsverkeer en de financiering voor de ODG regelt, maakt de ODG voor de schommelingen in de liquiditeitspositie gebruik van de financiële middelen van de provincie Groningen. De hiervoor aan de provincie te betalen vergoeding op de rekening-courant verhouding is marktconform. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De omvang van de financiering met kortlopende middelen is in het onderstaande figuur meerjarig afgezet tegen de kasgeldlimiet. bedragen x € 1.000
Kas gel dl i mi et Omvang begroting 1. Kasgeldlimiet in % in bedragen 2. Omvang vlottende schuld opgenomen gelden < 1 jaar schuld in rekening courant 3. Vlottende middelen kasgelden tegoeden in rekening courant overige uitstaande gelden < 1 jaar 4. Toets kasgeldlimiet totaal netto vlottende schuld (2-3) toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte
2022
2023
2024
2025
€
20.775 € 8,2% 1.704 €
21.421 € 8,2% 1.757 €
21.900 € 8,2% 1.796 €
22.389 8,2% 1.836
€ €
4.376 -
€ €
4.495 -
€ €
4.822 -
€ €
5.036 -
€
4.376
€
4.495
€
4.822
€
5.036
€ € € €
3.163 1.271 4.434
€ € € €
3.234 1.300 4.534
€ € € €
3.307 1.329 4.636
€ € € €
3.381 1.359 4.740
€ € €
-58 1.704 1.762
€ € €
-39 1.757 1.796
€ € €
186 1.796 1.610
€ € €
296 1.836 1.540
€
Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld (er geldt een drempelbedrag van EUR 2,5 miljoen). Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd. De ODG heeft geen vaste schuld. Schatkistbankieren De ODG maakt voor het schatkistbankieren gebruik van de provincie Groningen.
21
5.3.
Bedrijfsvoering
De bedrijfsvoering is erop gericht om onze medewerkers van optimale dienstverlening te voorzien op het gebied van ondersteunende diensten, waaronder: management, secretariaat, P&O, financiën, ICT, archivering, communicatie, huisvesting en juridische zaken. In 2022 richt de bedrijfsvoering zich, naast de reguliere ondersteunende taken, specifiek op: •
Implementatie ten aanzien van een nieuw financieringsmodel (te denken valt aan het door ontwikkelen van kengetallen, inrichten van de (financiële) administraties, eventuele aanpassing van het zaaksysteem, en het opmaken van de producten- en dienstencatalogus).
•
Implementatie duurzame inzetbaarheid en vitaliteit van medewerkers.
•
Implementatie Omgevingswet (te denken valt aan wijzigen van werkprocessen en daarmee producten- en dienstencatalogus, kengetallen en eventuele aanpassing van het zaaksysteem).
•
Ontwikkelen op het gebied van IT (o.a. het zaaksysteem, Digitaal Stelsel Omgevingswet en de organisatorische systemen).
•
Meerjaren plannen op facilitair gebied. Dit is van grote waarde voor onze medewerkers en hierbij valt te denken aan meerjarenplan huisvesting gebouw, gebruik van ons wagenpark duurzamer maken, postvoorziening efficiënter maken en telefonische bereikbaarheid professionaliseren.
Beleidsindicatoren Met de vernieuwing van de BBV is bepaald dat gemeenten per taakveld een verplichte set van beleidsindicatoren opnemen. Doel hiervan is de transparantie en onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te verhogen. Voor de Omgevingsdienst zijn deze indicatoren niet van toepassing met uitzondering van een tweetal indicatoren binnen het taakveld Bestuur en ondersteuning. Deze indicatoren hebben betrekking op de bedrijfsvoering en zijn derhalve opgenomen in deze.
Ind icator
Berekening
Externe inhuur
Kosten als % van de totale loonsom*
Resultaat E xterne inhuur 6,9%
Overhead
% van de totale lasten
26,9%
* De begrote omvang van externe inhuur is berekend door het budget voor de flexibele schil en projecten te delen door de totale loonsom. De werkelijke inhuur is hoger doordat er ook inhuur plaatsvindt op formatieruimte (als gevolg van vacatures en langdurige ziekte). * overhead: personeelskosten overhead en materiele kosten overhead (IT, opleiding, apparatuur, afschrijving e.d.).
22
Bijlagen Bijlage 1: Bijdrage per deelnemer meerjarig overzicht VTH taken In de financiële begroting (paragraaf 4.2) is de deelnemersbijdrage in 2022 voor VTH taken geraamd op € 14.646.000. Deze deelnemersbijdrage is opgebouwd uit het financieringsmodel, de zachte landing en de inbreng van basistaken. Hieronder is de bijdrage per deelnemer per onderdeel weergegeven. Tot slot is ook de totale bijdrage per deelnemer weergegeven.
Financieringsmodel In het nieuwe financieringsmodel is de bijdrage bepaald aan de hand van de begrote productie (output) bij uitvoering van het U&H beleid. De invoering van het model is budgetneutraal voor de Omgevingsdienst; ofwel er komt geen geld bij of af. De invoering van het model leidt wel tot herverdeeleffecten tussen deelnemers. Totaal Financieringmodel
Jaaropdracht
Collectief
Overhead
Eemsdelta
812
113
395
1.320
1.350
1.380
1.411
Groningen
683
96
331
1.110
1.135
1.161
1.187
Het Hogeland
362
51
176
589
602
616
630
Midden-Groningen
2022
2023
2024
2025
2.032
284
987
3.303
3.377
3.453
3.531
Oldambt
274
39
133
446
456
466
477
Pekela
245
35
120
400
409
418
427
Stadskanaal
872
122
423
1.417
1.449
1.482
1.515
Veendam
415
58
201
675
690
706
721
Westerkwartier
527
74
256
856
875
895
915
Westerwolde
536
75
260
870
890
910
930
Provincie Groningen
1.976
277
960
3.214
3.286
3.360
3.436
Totaal
8.734
1.224
4.241
14.199
14.519
14.846
15.180
Zachte landing De zachte landing betreft een afbouw van herverdeeleffecten tussen deelnemers in 3 jaar tijd. Enkele deelnemers krijgen een korting op de uitkomsten van het financieringsmodel, andere deelnemers betalen gedurende drie jaar meer. Zachte landing
2022
2023
2024
2025
Eemsdelta
-104
-71
-36
-
Groningen
-66
-45
-24
-
Het Hogeland
109
74
38
-
Midden-Groningen
150
102
52
-
Oldambt
9
6
3
-
Pekela
-82
-55
-29
-
Stadskanaal
-33
-22
-12
-
Veendam
34
23
12
-
Westerkwartier
-42
-28
-15
-
Westerwolde
-265
-180
-92
-
Provincie Groningen
297
202
104
-
7
6
2
-
Totaal
23
Inbreng basistaken Onderdeel van het financieringsmodel is volledige inbreng van de basistaken. Hier is een zachte landing gecreëerd door de minder complexe milieutaken een jaar later in te brengen. •
Meldingen BBK: inbreng in 2022 door Het Hogeland en Oldambt.
•
Asbest: inbreng in 2022 door Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Oldambt en Westerkwartier.
•
Minder complexe milieutaken: inbreng in 2023 door Groningen, Het Hogeland, Oldambt en Westerkwartier.
Basistaken
2022
2023
2024
2025
Eemsdelta
97
97
99
102
Groningen
141
158
161
165
Het Hogeland
135
220
224
230
Midden-Groningen
15
6
6
7
Oldambt
94
101
104
106
Pekela
-20
-22
-22
-23
Stadskanaal
-61
-66
-67
-69
Veendam
-39
-42
-43
-44
Westerkwartier
149
261
267
273
Westerwolde
-41
-43
-44
-45
Provincie Groningen
-30
-40
-41
-42
Totaal
441
631
646
660
De inbreng van taken leidt tot een hogere deelnemersbijdrage voor de basistaakgemeenten. Het netto financiële effect hangt echter af van de mate waarin de kosten binnen de gemeente worden afgebouwd. Doordat taken verdwijnen is er ook minder personeel en ondersteuning nodig. De Omgevingsdienst werkt, desgewenst, graag mee aan de overdracht van personeel. Inbreng van de taken levert voor de overige deelnemers een voordeel op in de uitvoering van de asbesttaken en de overhead. Voor Midden-Groningen is dit niet het geval, omdat Midden-Groningen de asbesttaken grotendeels uit een meerwerkopdracht financierde. Deze asbesttaken zijn nu in de reguliere begroting opgenomen.
Deelnemersbijdrage VTH taken Hieronder is de deelnemersbijdrage per deelnemer weergegeven. De bijdrage is de optelsom van het financieringsmodel, de zachte landing en inbreng van basistaken. Voor de jaren vanaf 2023 is uitgegaan van een indexatie van 2,25%. Deelnemersbijdrage
2022
2023
2024
2025
Eemsdelta
1.313
1.376
1.443
1.513
Groningen
1.185
1.248
1.299
1.352
833
896
879
859
Het Hogeland Midden-Groningen
3.468
3.486
3.512
3.537
Oldambt
549
564
573
583
Pekela
298
331
367
404
Stadskanaal
1.323
1.361
1.403
1.446
Veendam
670
671
675
678
Westerkwartier
963
1.108
1.147
1.188
Westerwolde
564
667
774
885
Provincie Groningen
3.481
3.448
3.423
3.394
Totaal
14.646
15.157
15.493
15.840
24
Brzo-Noord In de financiële begroting (paragraaf 4.2) is de totale bijdrage in 2022 voor Brzo geraamd op € 5.164.000. Hieronder is de bijdrage per provincie uitgesplist. BRZO-bijdrage
2022
2023
2024
2025
Provincie Groningen
3.274
3.348
3.423
Provincie Drenthe
781
798
816
3.500 835
Provincie Fryslân
1.109
1.134
1.159
1.185
Totaal
5.164
5.280
5.399
5.520
25
Bijlage 2: Begroting per taakveld Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor om een bijlage op te nemen met daarin een overzicht van de baten en lasten per taakveld. Hieronder treft u dit overzicht aan. Ter aanvulling hierop is ook de deelnemers-bijdrage uitgesplitst naar taakvelden, zodat deelnemers de opbouw over kunnen nemen in hun eigen begroting. Begroting 2022 uitgesplitst naar taakvelden Begroting
Taakveld
VTH
BRZO
Totaal
Baten Milieubeheer
7.4
9.007
3.861
12.867
Bouwen en wonen
8.3
1.554
-
1.554
Bestuur
0.1
52
-
52
Overhead
0.4
4.451
1.447
5.898
Overige baten en lasten
0.8
Totaal
403
-
403
15.467
5.307
20.775
Lasten Milieubeheer
7.4
9.676
3.861
13.537
Bouwen en wonen
8.3
1.431
-
1.431
Bestuur
0.1
52
-
52
Overhead
0.4
4.225
1.447
5.672
Overige baten en lasten
0.8
Totaal
403
-
403
15.787
5.307
21.095
-320
-
-320
320
-
320
-
-
-
Saldo van baten en lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Mutatie reserves
0.1
Begroot resultaat Resultaat
Deelnemersbijdrage (VTH) uitgesplitst naar taakvelden Deelnemersbijdrage Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Totaal
0.1 Bestuur 5 5 4 8 2 1 3 3 4 2 15 52
0.4 Overhead
0.8 Overige baten en lasten
7.4 Milieubeheer
8.3 Bouwen en wonen
420 368 213 975 160 112 399 186 297 245 935 4.310
10 9 7 15 4 2 6 6 8 4 29 100
878 803 608 1.279 382 182 552 476 655 313 2.501 8.630
1.191 363 1.554
Totaal 1.313 1.185 832 3.468 549 297 1.324 670 964 564 3.480 14.646
Toelichting De uitsplitsing van de deelnemersbijdrage tussen de taakvelden 7.4 milieubeheer en 8.3 bouwen en wonen is gebaseerd op de begrote output per deelnemer per domein. Hierbij zijn de kosten op de domeinen milieu, bodem en asbest toegerekend aan 7.4 milieubeheer en is het domein bouwen toegerekend aan het taakveld 8.3 bouwen en wonen. De domeinen handhaving, onafhankelijk en individueel zijn naar rato verdeeld over beide taakvelden.
26
Bijdrage Brzo, uitgesplitst naar taakvelden BRZO-bijdrage
0.1 Bestuur
0.4 Overhead
0.8 Overige baten en lasten
7.4 Milieubeheer
8.3 Bouwen en wonen
Totaal
Provincie Groningen
-
893
-
2.382
-
Provincie Drenthe
-
213
-
568
-
3.274 781
Provincie Fryslân
-
302
-
807
-
1.109
Totaal
-
1.408
-
3.756
-
5.164
27
Bijlage 3: Staat van vaste activa
Omschrijving
loopptijd
aanschafwaarde 31/12
afschrijving 1/1
afschrijving dienstjaar
boekwaarde 31/12
kapitaallast
Gebouwen investering gebouw
10 €
420.846,42 €
336.677,13 €
42.084,64 €
42.084,65 €
42.084,64
investering inrichting gebouw
10 €
334.600,50 €
267.680,40 €
33.460,05 €
33.460,05 €
33.460,05
Systeemwand 2018
5 €
12.394,00 €
7.436,40 €
2.478,80 €
2.478,80 €
2.478,80
Verbouwing toilleten 2018/2019
5 €
41.161,03 €
16.464,42 €
8.232,21 €
16.464,41 €
8.232,21
Revisie Klimaat Installatie
5 €
27.413,00 €
10.965,20 €
5.482,60 €
10.965,20 €
5.482,60
€
836.414,95 €
639.223,55 €
91.738,30 €
105.453,10 €
91.738,30
Geluidsmeter 2018
3 €
11.330,00 €
11.330,00 €
-
€
-
€
Koffiemachines 2016
5 €
21.516,00 €
21.516,00 €
-
€
-
€
Koffiemachines 2021
5 €
23.000,00 €
-
€
4.600,00 €
18.400,00 €
4.600,00
€
55.846,00 €
32.846,00 €
4.600,00 €
18.400,00 €
4.600,00
Werkplekken ca 2014
10 €
36.549,18 €
25.584,43 €
3.654,92 €
7.309,83 €
3.654,92
Geluidschermen 2016
10 €
14.510,00 €
7.255,00 €
1.451,00 €
5.804,00 €
1.451,00
Samrtphone's 2017
3 €
86.752,50 €
86.752,50 €
-
€
-
€
-
Prestatiecoach 2017
3 €
24.250,00 €
24.250,00 €
-
€
-
€
-
Laptops+ass 2018
3 €
198.834,31 €
198.834,31 €
-
€
-
€
-
Laptops+ass 2019
3 €
19.459,50 €
12.973,00 €
6.486,50 €
-
€
6.486,50
Monitoren 2020 doorschuif 2021
3 €
55.000,00 €
-
€
18.333,33 €
36.666,67 €
18.333,33
Ipads start 2021
3 €
33.000,00 €
-
€
11.000,00 €
22.000,00 €
11.000,00
Smartphones 2021
3 €
90.000,00 €
-
€
30.000,00 €
60.000,00 €
30.000,00
IT-investeringen 2022
3 €
300.000,00 €
-
€
-
€
300.000,00 €
€
858.355,49 €
355.649,23 €
70.925,75 €
431.780,50 €
70.925,75
€ 1.750.616,44 €
1.027.718,78 €
167.264,05 €
555.633,60 €
167.264,05
Machines en apparaten -
Overige MVA
-
Toelichting: 1.
De investeringen worden op annuïteiten basis afgeschreven met een rente van 0%.
2.
De investeringen worden in het jaar na aankoop geactiveerd.
3.
Rood gearceerd zijn de investeringen in 2022. De kapitaallasten (rente en afschrijving) starten in het daaropvolgende jaar.
4.
In de meerjarenraming zijn de volgende vervangingsinvesteringen opgenomen.
Aanschafjaar Investering 2021 Ipads 2021 Smartphones 2021 Koffiemachines 2022 Zaaksysteem 2023 Koffiemachines 2023 Laptops/docking 2023 Ipads 2024 Geluidsmeter 2024 IT server 2024 investeringen gebouw 2025 stoelen/bureau's/tapijt/kasten
Aanschafwaarde € 33.000 € 90.000 € 23.000 € 300.000 € 30.000 € 210.000 € 50.000 € 15.000 € 50.000 € 425.000 € 350.000 28
Bijlage 4: Geprognotiseerde balans (bedragen €1.000)
ACTI V A
2022
2023
2024
2025
M a t e rië le v a s t e a c t iv a Investeringen met een eco no misch nut To taal vaste activa
€
556
€
555
€
760
€
870
€
556
€
555
€
760
€
870
Uit ze t t inge n m e t e e n lo o pt ijd k o rt e r da n é é n ja a r - Vo rderingen o p o penbare lichamen
1.066
1.090
1.115
1.140
- Rekening-co urantverho udingen met niet-financiële instellingen
3.163
3.234
3.307
3.381
50
51
52
54
155
158
162
165
- o verige vo rderingen O v e rlo pe nde a c t iv a - o verige no g te o ntvangen bedragen, en de vo o ruitbetaalde bedragen die ten laste van vo lgende begro tingsjaren ko men. Vlo ttende activa
€
4.434
€
4.534
€
4.636
€
4.740
T o t a a l a c t iv a
€
4 .9 9 0
€
5 .0 8 9
€
5 .3 9 6
€
5 .6 10
(bedragen €1.000)
PASSI V A
2022
2023
2024
2025
E ige n v e rm o ge n A lgemene reserve
€
574
€
574
€
574
€
574
B estemmingsreserves
€
40
€
20
€
-
€
-
Gerealiseerde resultaat
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
614
€
594
€
574
€
574
€
4.376
€
4.495
€
4.822
€
5.036
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Vlo ttende passiva
€
4.376
€
4.495
€
4.822
€
5.036
T o t a a l pa s s iv a
€
4 .9 9 0
€
5 .0 8 9
€
5 .3 9 6
€
5 .6 10
S ald o Balan s
€
-
€
-
€
-
€
-
V o o rzie ninge n Vo o rziening wachtgeldverplichting Vaste passiva N e t t o - v lo t t e nde s c hulde n lo o pt ijd k o rt e r da n é é n ja a r Overige schulden O v e rlo pe nde pa s s iv a De van de Euro pese en Nederlandse o verheidslichamen o ntvangen vo o rscho tbedragen vo o r uitkeringen met een specifiek bestedingsdo el die dienen ter dekking van lasten van vo lgende begro tingsjaren Overige vo o ruito ntvangen bedragen, die ten bate van vo lgende begro tingsjaren ko men
29
Bijlage 5: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen verklaart dat: a) De ontwerpbegroting 2022 op 19 maart 2020 is vastgesteld en vervolgens voor zienswijze is aangeboden aan de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen. b) De ontwerpbegroting is aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie Groningen, met het verzoek deze voor een ieder ter inzage te leggen en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar te stellen; c) De begroting voor het jaar 2022 wordt op 1 juli 2020 aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen – inclusief een reactie op de ingediende zienswijze van de deelnemers. Veendam, 1 juli 2020
Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen,
IJ.Rijzebol
N.D. Baars
Voorzitter
Secretaris
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen in zijn vergadering van 1 juli 2020.
Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen,
IJ.Rijzebol
N.D. Baars
Voorzitter
Secretaris
30