CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

05-01-04 Nota van Antwoord gecoördineerde besluiten Nedmag

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen47.452 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Nota van Antwoord zienswijzen Gecoördineerde ontwerpbesluiten: -Instemmingsbesluit met winningsplan 2018 Nedmag, -Omgevingsvergunning voor veranderen van de inrichting WHC-1; -Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van diepboringen naar VE-5 en VE-6

Versie 29 april 2021

Kenmerk: DGKE-W-20210692

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Volg- Zienswijzenr. nr. 1 1a

R002, R030, R036, 0008, 0021, 0022, 0025

Onderdeel

Zienswijze

Afwijken van SodM advies. Economisch belang Antwoord

Onderwerp Planmatig beheer De gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo stellen dat de minister in het ontwerpinstemmingsbesluit gedeeltelijk afwijkt van het advies van SodM. Een onderbouwing daarvoor ontbreekt. De minister noemt uitsluitend het economisch belang. De gemeente Aa en Hunze stelt dat dit onacceptabel is. Gelet op het incident uit 2018 en de onvoorspelbaarheid van de bodembeweging in de regio, dienen de technische adviezen van de wettelijke toezichthouder zwaar te wegen en in deze onverkort te worden opgevolgd. De gemeente Midden-Groningen stelt dat afgaande op het advies van SodM, het verbod op actieve zoutwinning uit TR-9 onmiddellijk zou moeten ingaan. SodM geeft aan dat samengroei van de cavernes VE-3 en TR-9 met het TR-cluster onwenselijk is. De minister begrijpt uit het advies van SodM dat bij eventuele samengroei van de VE-3 en TR-9 cavernes aan het TR-cluster het complex van samengegroeide cavernes dat in verbinding staat met het gebied waar de scheurvorming heeft plaatsgehad vergroot wordt en tevens ook de eventuele afzonderlijke volumes die in dat complex ontstaan. Samengroei van VE-3 met het TRcluster is op korte termijn reëel. In de in 2019 ingediende aanvulling op het winningsplan geeft Nedmag aan dat samengroei van caverne TR-9 met het TR-cluster na 9 jaar mogelijk is.

De minister volgt het advies van SodM dat samengroei van caverne VE-3 en TR-9 zoveel mogelijk moet worden voorkomen en komt tot de volgende beoordeling: De minister stemt niet in met verdere winning uit VE-3. Om het risico van samengroei met het cluster te beperken wordt enkel ingestemd met voortgezette winning uit TR-9 tot en met uiterlijk 31 december 2027. Met de beperking in tijd wordt voorkomen dat samengroei van caverne TR-9 aan het TR-cluster reëel wordt. De minister stemt enkel in met de actieve winning bij caverne TR-9 onder de in het winningsplan beschreven condities en volgt hierin het advies van de Mijnraad. De minister stelt dat SodM tevens negatief geadviseerd heeft over actieve winning uit TR-9 om het gebied te ontzien van verdere bodemdaling en anderzijds vanwege de mogelijkheid dat caverne TR-9 toch aan het cluster groeit en mogelijk een drukgolf in het grote cavernecluster geeft. De extra bodemdaling die actieve winning uit TR-9 veroorzaakt is maximaal 2,0 cm. Deze bodemdaling is beperkt en valt binnen de onzekerheidsmarges van de totale bodemdaling veroorzaakt door de zoutwinning door Nedmag. Het Meet- en Regelprotocol zoals is vastgelegd van artikel 10 is een belangrijke mitigerende maatregel om de gevolgen van aaneengroeien van de caverne te minimaliseren. De pekeldruk in caverne TR-9 zal op eenzelfde drukniveau gehouden worden als het cavernecluster.

Mocht er toch

2

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

1b

0008

Zienswijze

Termijn winning TR-9 Antwoord

1c

R002, R036

Zienswijze

Afbouwstrategie

Antwoord

een verbinding komen tussen TR-9 en het cluster zal er minimale uitstroom en drukschommelingen in de caverne plaatsvinden. Dit vermindert de kans op een mogelijke drukgolf die het cavernecluster zou kunnen beschadigen. Het meet- en regelprotocol en de drukken in de cavernes zullen elk kwartaal worden besproken in reguliere overleggen tussen Nedmag en SodM. Indiener stelt dat Nedmag zelf verwoordt dat de winning uit TR-9 tot 2025 is voorzien. Nedmag verwacht dus zelf dat tot en met 2024 de kans gering is op een verbinding met alle gevolgen van dien. Dit is een discrepantie en extra gegunde win-tijd, met alle risico’s van dien, aan Nedmag. Het lijkt een compensatie voor VE-3 sluiting. Indiener maakt bezwaar tegen een langer durende vergunning voor actieve winning TR-9 dan 31 december 2024, dan wel tot 31 december 2025. Het voorkomen van aangroei van de cavernes VE-3 en TR-9 aan het cluster is het belangrijkste punt om niet in te stemmen met winning uit caverne VE-3 en de winning uit caverne TR-9 te beperken tot en met 2027. SodM houdt hier toezicht op. Nedmag noemt in het plan winning uit TR-9 tot en met 2025 uitgaande van start van de winning in 2019. Dit is 6 jaar. De periode tussen dit besluit 2021 en 2027 bedraagt eveneens 6 jaar en is in lijn met het winningsplan.

De gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo stellen dat met de negatieve impact en de groeiende maatschappelijke weerstand de vraag is hoe lang zoutwinning in deze regio nog kan worden uitgeoefend. Een afbouwstrategie, zoals bij de gaswinning ontbreekt zowel in het ontwerpbesluit als in het winningsplan van Nedmag, dat voorziet in een maximaal productievolume tot 2045. Met het feit dat Nedmag beschikt over een door de minister in de vorige eeuw verleende concessie voor onbepaalde tijd, dient de minister de regie te nemen in de ontwikkeling van een afbouwstrategie met alle betrokkenen. De gemeente Aa en Hunze is bereid constructief mee te denken. In de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 27 september 2018 (Kamerstukken II 2018-19, 32849, nr. 136) met een reactie op het rapport 'Staat van de sector zout' van SodM, beschrijft de minister dat het huidige beleid voor de zoutwinning dezelfde strenge voorwaarden kent die ook gelden voor de andere mijnbouwsectoren. De winning van zout mag alleen plaatsvinden zolang dat veilig en verantwoord kan.

Naar aanleiding van het incident in april 2018 heeft SodM aan Nedmag opgelegd niet langer actief te winnen uit het cavernecluster (bestaande uit de cavernes TR-1 tot en met TR-8 en VE-4) en de pekel zoveel mogelijk te laten uitstromen uit de bestaande cavernes (aflaten) om te voorkomen dat de pekel weer op te hoge druk komt en het pad van april 2018 weer open gaat staan. Nedmag verwacht dat met dit aflaten het grootste gedeelte van de aanwezige pekel uit het cluster zal worden gehaald. Het aflaten van de pekel leidt tot bodemdaling. Er zit echter

3

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

onzekerheid in de hoeveelheid pekel die afgelaten kan worden. Nedmag verwacht dat het aflaten van het cluster nog tientallen jaren duurt. Voor alle cavernes die beschreven staan in dit winningsplan is een einddatum voorzien van 2045. Omdat dit inclusief het aflaten is van pekel uit de cavernes zal de actieve winning een aantal jaar eerder beëindigd worden. Eventuele verdere plannen voor zoutwinningen dan dit winningsplan zou Nedmag moeten indienen, die zullen worden beoordeeld op basis van het dan geldende beleid en regelgeving.

1d

R003, R006, 0017, 0025

Zienswijze

Initiatiefnemer Gebiedsproces

Antwoord 1e

0017

Zienswijze Antwoord

1f

R006, R007, R030, 0021, 0022

Zienswijze

Eventuele toekomstige uitbreidingsplannen van Nedmag, kunnen een reden zijn voor Nedmag om een nieuw winningsplan in te dienen. Dit nieuwe winningsplan dient te zijner tijd door de minister te worden beoordeeld conform de Mijnbouwwet, het toetsingskader van de Mijnbouwwet, en het dan geldende kabinetsbeleid. Een groeiende maatschappelijke weerstand is geen reden om een winningsvergunning in te trekken of instemming met een winningsplan te weigeren. Dit kan alleen op grond van de in de Mijnbouwwet opgenomen gronden (respectievelijk artikel 21 en artikel 36 lid 3). De provincie Drenthe en de Provincie Groningen stellen dat de minister het gebiedsproces benoemt in de considerans, maar de organisatie en verdere uitwerking achterwege laat. De Provincie Groningen stelt dat een gebiedsproces met omgevingsparticipatie wordt ingericht en dit proces moet starten voorafgaand aan de ontwikkeling van de nieuwe cavernes. Echter ziet de provincie Groningen in dit proces expliciet een voortrekkersrol voor de minister als zijnde het bevoegde gezag voor mijnbouwactiviteiten en in dit geval voor de instemming met de zoutwinning door Nedmag. De provincie Drenthe stelt dat de minister de organisatie van dit proces spoedig ter hand moet nemen. De minister stelt dat het gebiedsproces geen voorwaarde is bij het besluit op het winningsplan. Het gebiedsproces is een advies aan de omgeving.

Het is niet aan de minister om aanvulling te geven aan het beleid van de decentrale overheden. Er wordt opgemerkt dat het gebiedsproces in geen enkel artikel van de Mijnbouwwet of het Mijnbouwbesluit is terug te vinden, en dus is het in die zin een onverwacht element in het ontwerp. De minister stelt dat het gebiedsproces niet volgt uit de Mijnbouwwet of het Mijnbouwbesluit. Het is dan ook geen voorwaarde bij het besluit op het winningsplan. Het gebiedsproces is een advies aan de omgeving De gemeenten Veendam en Midden-Groningen en de provincie Groningen stellen dat de minister Nedmag toestemming geeft voor de winning van magnesiumchloride uit de zoutbron TR-9 tot en

4

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Monitoring aan elkaar groeien cavernes (Tr9) Antwoord

met 31 december 2027. De minister geeft daarmee toestemming om de zoutwinning in deze putten voort te zetten ter overbrugging naar de winning van nieuwe putten. Hiermee volgt de minister het advies van de Mijnraad die het winnen in deze putten voor een bepaalde tijd voor verantwoord en veilig mogelijk acht. Indieners dringen erop aan de risico's, zoals het aan elkaar groeien van deze cavernes frequent te laten monitoren, om deze risico's volledig uit te sluiten. De minister heeft in artikel 10 van het instemmingsbesluit voorgeschreven dat Nedmag een openbaar te raadplegen meet-en regelprotocol moet hebben dat Nedmag toepast. Nedmag stelt hierin veiligheidsgrenzen aan de druk in elke caverne, en beschrijft wanneer en op welke wijze er wordt ingegrepen. Het doel hiervan is om incidenten te kunnen voorkomen wanneer cavernes samengroeien met het TR-cluster. Nedmag beschrijft hierbij: -hoe de drukgrens in een caverne wordt bepaald; -hoe de drukgrens in een caverne wordt aangepast met de tijd. Nedmag rapporteert op basis van dit meet- en regelprotocol aan SodM en stuurt een afschrift aan de minister. Nedmag dient de cavernedruk bij elke caverne, inclusief het TR-cluster, te monitoren en de resultaten van die monitoring eenmaal per kwartaal te overleggen aan SodM. Wanneer de resultaten daar aanleiding toe geven kan de rapportagefrequentie in overleg met SodM worden teruggebracht.

Bij de aanlevering van monitoringsgegevens dient een analyse van winnings- en injectiegegevens, drukontwikkeling bij de putten en continue bodemdalingsmetingen in relatie tot het geomechanisch model voor de prognose van de bodemdaling te worden gegeven. In het meet- en regelprotocol dient beschreven te zijn in welke gevallen het meet- en regelprotocol geactualiseerd wordt. Nedmag dient de actualisatie van het meet- en regelprotocol in bij SodM en stuurt een afschrift aan de minister. Op basis van dit voorgeschreven meet- en regelprotocol wordt de groei van caverne TR-9 gemonitord, en indien de groei anders verloopt dan verwacht, kan worden ingegrepen. Het is niet toegestaan om na 31 december 2027 actief zout te winnen uit de caverne TR-9. De snelheid van de verbinding met het TR-cluster en de cavernedruk mogen niet hoger zijn dan beschreven in het winningsplan. De pekeldruk in caverne TR-9 zal op eenzelfde drukniveau gehouden worden als het cavernecluster. Mocht er toch een verbinding komen tussen TR-9 en het cluster zal er minimale uitstroom en drukschommelingen in de caverne plaatsvinden. Dit vermindert de kans op een mogelijke drukgolf die het cavernecluster zou kunnen beschadigen.

5

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Het meet- en regelprotocol en de drukken in de cavernes zullen elk kwartaal worden besproken in reguliere overleggen tussen Nedmag en SodM.

1g

R030

Zienswijze

Veilige abandonnering Antwoord

Er dient een openbaar te raadplegen meet-en regelprotocol te zijn dat Nedmag B.V. toepast. Nedmag B.V. stelt hierin veiligheidsgrenzen aan de druk in elke caverne, en beschrijft wanneer en op welke wijze er wordt ingegrepen. De gemeente Midden-Groningen stelt dat het feit dat nog onbekend is of, en vervolgens hoe de zoutwinning veilig kan worden beëindigd, het onverantwoord maakt om nieuwe cavernes aan te leggen en de zoutwinning verder uit te breiden. Nedmag beschrijft in het winningsplan hoe de zoutwinning veilig kan worden beëindigd door cavernes na afloop van de winning daaruit te abandonneren en putten te verwijderen. Dit is wenselijk om reden van het belang van planmatig beheer van de ondergrond. In het winningsplan van 2018 is de wijze van beëindigen van de winning sterk veranderd ten opzichte van eerdere winningsplannen. In plaats van de cavernes op hoge druk af te sluiten, worden ze zoveel mogelijk afgelaten. Hierdoor blijft er een minimaal cavernevolume bestaan waardoor het restrisico van lekkage in de diepe ondergrond geminimaliseerd wordt. Het gevolg van het aflaten van de pekel is dat de bodemdaling die kan optreden in een kortere periode plaatsvindt. De bodemdaling treedt op in een periode dat Nedmag als bedrijf nog aanwezig is en kan betalen voor de kosten van investeringen en onderhoud van peilbeheer door het Waterschap.

Voor het buiten gebruik stellen van een mijnbouwwerk dient Nedmag op grond van artikel 39 van het Mijnbouwbesluit bij de minister een sluitingsplan in te dienen uiterlijk één jaar na het staken van het winnen. Dit sluitingsplan behoeft instemming van de minister. Gelet hierop heeft de minister in de voorschriften van dit besluit niet het indienen van het sluitingsplan voorgeschreven, omdat dit aspect reeds geborgd wordt in het kader van het Mijnbouwbesluit. SodM houdt toezicht op het sluitingsplan.

1h

R030

Zienswijze

De minister stelt dat Nedmag met het aanleggen van de putten niet alleen verantwoordelijk is voor de kosten voor de productie, maar ook voor de kosten voor het abandonneren van putten. De minister merkt op dat door recente wijziging van de Mijnbouwwet de operators meer verplichtingen hebben met betrekking tot het verwijderen van mijnbouwwerken. De gemeente Midden-Groningen stelt dat de zoutwinning tijdig moet worden afgebouwd zodat het productieplafond van 3,7 miljoen ton magnesiumzout niet overschreden wordt. Ook bij een nieuwe calamiteit moet zodanig worden ingegrepen dat dit productieplafond niet overschreden kan worden.

6

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

De minister is het met de gemeente Midden-Groningen eens dat het maximale productievolume van 3,5 miljoen ton magnesiumzout niet mag worden overschreden. De gemeente vreest dat bij een eventuele nieuwe calamiteit alle pekel moet worden afgelaten en het productievolume hoger uitvalt. De minister stelt dat ook het inbrengen van (onverzadigd pekel-) water wordt gemonitord en SodM houdt hier toezicht op. Ook bij een calamiteit zal de productiehoeveelheid niet worden overschreden. Dan wordt er minder gewonnen. De productiehoeveelheid is afhankelijk van het volume vrije pekel in een caverne. Ook een calamiteit leidt niet tot een verhoging van dit volume. De minister heeft in artikel 3 van het besluit de maximale volumes vrije pekel per caverne(paar) TR-9, VE-5-6 en VE7-8 voorgeschreven. Indiener pleit voor afbouw. De minister beoordeelt uitsluitend het winningsplan 2018 dat nu voorligt. Het TR-cluster moet worden afgelaten. VE-3 moet worden afgelaten. De minister stemt niet om met actieve winning uit deze caverne. Uit TR-9 mag tot 2027 worden gewonnen. De minister schrijft afbouw voor in de zoutcavernes waar de minister beoordeelt dat dit in het belang is van de veiligheid. Omdat niet langer gewonnen wordt uit VE-3 zal het maximale productievolume lager bedragen dan 3,5 miljoen ton magnesiumzout. De minister zal de maximaal te winnen hoeveelheid zout hierop aanpassen.

1i

R030, 0021,0022 Pas boren Ve7-8 na resultaten Ve5-6

Zienswijze

De maximale cavernedruk voor deze cavernes bedraagt 15 bar boven de laagste gemeten gemiddelde druk per jaar, vanaf het moment dat een maximaal pekelvolume van 700.000 m3 in de caverne is bereikt. Bij de zoutwinning is Nedmag gebonden aan de grenzen zoals opgenomen in het winningsplan en het instemmingsbesluit. Indien Nedmag de winning in de toekomst eventueel wil uitbreiden, dient zij een nieuw winningsplan in te dienen. Dit winningsplan dient door de minister te worden beoordeeld conform het toetsingskader in de Mijnbouwwet en het dan geldende kabinetsbeleid. De gemeente Midden-Groningen stelt dat is voorgeschreven dat de winning uit de cavernes VE-7 en VE-8 pas mag beginnen na evaluatie van de effecten van de winning uit VE-5 en VE-6. De gemeente Midden-Groningen stelt dat het boren van de putten VE-7 en VE-8 pas zou mogen beginnen na analyse van de effecten van VE-5 en VE-6. Immers, op moment van winning zijn alle investeringen al gedaan, en zijn onomkeerbare ingrepen gedaan. Als de minister toch besluit om in te stemmen met zoutwinning uit VE-5 en VE-6, moet de gemeente Midden-Groningen tijdig en adequaat geïnformeerd worden over de uitkomst van de analyse op de effecten van winning uit VE-5 en VE-6, en de conclusies die de minister daaraan verbindt.

7

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

1j

R006, R030, 0021, 0022

Zienswijze

Nieuwe wijze caverneontwikkeling Antwoord

1k

R006 Start en einddatum niet vastgelegd

Zienswijze

De minister wijst er verder op dat voor aanvang van de winning uit de cavernes VE-7 en VE-8 Nedmag B.V. een analyse van de effecten van de winning uit de cavernes VE-5 en VE-6 dient te overleggen aan de minister. De winning uit de cavernes VE-7 en VE-8 mag uitsluitend worden aangevangen indien uit deze analyse aannemelijk wordt dat de bodemdaling ten gevolge van de totale winning zoals opgenomen in het winningsplan niet zal worden overschreden. Het boren van een put leidt niet tot bodemdaling. Het aanleggen van de putten VE-7 en VE-8 hoeft niet plaats te vinden na afloop van de analyse van de effecten van VE-5 en VE-6. Wel dient Nedmag voor het boren van de putten VE-7 en VE-8 over de benodigde omgevingsvergunningen te beschikken. De uitkomst van de analyse van de effecten van winning uit VE-5 en VE-6, en de conclusies die de minister daaraan verbindt, zullen, voorafgaand aan de winning uit VE-7 en VE-8, worden verstrekt aan de decentrale overheden. Indieners stellen dat de voorgenomen methode van zoutwinning nog in een experimentele fase verkeert, en dat baart indieners zorgen. De provincie Groningen stelt dat Nedmag in zijn winningsplan de caverne-ontwikkeling met minder dakolie en met minerale olie in plaats van diesel niet in het winningsplan beschreven heeft. Vanwege de ondergrondse lekkage van april 2018 is de wijze van zoutwinning volledig onder de loep genomen.

De wijze van voorgenomen caverneontwikkeling wijkt niet dermate af van de methode beschreven in het winningsplan, dat gesproken kan worden van een experiment. Nedmag heeft hier studies naar uitgevoerd en de resultaten daarvan besproken met de minister en SodM. Er is geen sprake van een andere toepassing van de wijze van zoutwinning. De voorgenomen methode heeft tot doel dat er minder dakolie en andere dakolie dan diesel wordt toegepast dan in het winningsplan beschreven. Het winningsplan gaat nog uit van het gebruik van diesel. In het definitieve besluit zal alleen het gebruik van een alternatief worden toegestaan, waarbij de voorwaarde wordt gesteld dat de te gebruiken stof beter afbreekbaar is dan diesel, een hoger vlampunt heeft dan de cavernetemperatuur en niet leidt tot een verminderde integriteit van het dak van de caverne ten opzichte van het gebruik van diesel. De provincie Groningen stelt dat het winningsplan en het daarop gebaseerde ontwerpinstemmingsbesluit uit twee delen bestaat, namelijk het actief winnen vanuit TR-9 en de vier nieuwe vervangende cavernes en het veilig achterlaten van alle bestaande en nieuwe cavernes en putten. Hierbij wordt 2045 gezien als het prognosejaar wat betreft de bodemdaling.

Ver voor dat moment zal de actieve winning van magnesiumzouten, wanneer die cavernes hun maximale omvang hebben bereikt, zoals vastgelegd is in het ontwerp-instemmingsbesluit, tot een einde komen. Van belang is dat na de fase van actieve winning alle vrije pekel wordt afgelaten, zodat de cavernes en putten definitief veilig kunnen worden afgesloten. Dat vindt de provincie

8

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

1l

R006

Zienswijze

Groningen belangrijk. De start- en de einddatum van de actieve winning zijn niet concreet vastgelegd en zijn onder andere afhankelijk van het onherroepelijk worden van de besluiten en operationele omstandigheden. En uiteraard van de duur van de tussenfase waarin SodM en de minister beoordelen op basis van een analyse van Nedmag wanneer het laatste caverne-paar ontwikkeld mag worden, als dat het geval is. De provincie Groningen gaat ervan uit dat hierbij de laatste stand van zaken wat betreft de kennis omtrent het winnen van magnesiumzouten wordt betrokken. SodM zal toezicht uitoefenen op beide fasen en zo nodig ingrijpen. De minister is het ermee eens met de provincie dat het winningsplan en het daarop gebaseerde ontwerp-instemmingsbesluit uit twee delen bestaat, namelijk het actief winnen vanuit TR-9 en de vier nieuwe vervangende cavernes en het veilig achterlaten van alle bestaande en nieuwe cavernes en putten. Nedmag geeft aan dat de in het winningsplan beschreven activiteiten een verwachte einddatum hebben van 2045. De minister stelt dat het klopt dat de start- en de einddatum van de actieve winning niet concreet zijn vastgelegd en onder andere afhankelijk van het onherroepelijk worden van de besluiten en operationele omstandigheden.

Op basis van het winningsplan kan Nedmag starten met de actieve winning nadat het instemmingsbesluit in werking treedt (6 weken na bekendmaking van het instemmingsbesluit). Voor de einddatum geldt dat de zoutwinning conform dit winningsplan tot uiterlijk 31 december 2045 kan plaatsvinden. Omdat dit inclusief het aflaten is van pekel uit de cavernes zal de actieve winning een aantal jaar eerder beëindigd worden. De minister stelt dat bij de zoutwinning de laatste stand van zaken wat betreft de kennis omtrent het winnen van magnesiumzouten moet worden betrokken. Ook bij het aflaten van de pekel wordt rekening gehouden met de laatste stand van zaken wat betreft de kennis omtrent magnesiumzoutwinning. De exacte einddatum van de actieve winning kan daarom nog niet worden aangegeven. De provincie Groningen stelt dat Nedmag de cavernes en putten veilig en op eigen kosten moet achterlaten.

- Veilige abandonnering Antwoord

De minister is het eens met de provincie Groningen dat de cavernes en putten veilig moeten worden achtergelaten. De mijnbouwonderneming is verantwoordelijk voor de verwijdering van de mijnbouwwerken inclusief de kosten ervan. In het ontwerpbesluit was er een voorschrift opgenomen over financiële zekerheidsstelling voor het verwijderen van mijnbouwwerken. Dit is aangepast in het definitieve besluit. Op 25 februari 2021 is de wet van 27 januari 2021 tot wijziging van de Mijnbouwwet (het verwijderen of hergebruiken van mijnbouwwerken en

9

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

1m

R006

Zienswijze

Termijn opgelegde verplichtingen

Antwoord

investeringsaftrek) gepubliceerd in het Staatsblad (Staatsblad 2021, 92). In deze wetswijziging worden bepalingen uit de Mijnbouwwet over het verwijderen en hergebruiken van mijnbouwinfrastructuur en de in dat kader te stellen financiële zekerheden verduidelijkt, geactualiseerd en aangevuld. De minister kan op basis van deze wetswijziging financiële zekerheid voorschrijven in een ander besluit dan het instemmingsluit. De provincie Groningen stelt dat aan Nedmag vanuit het ontwerp-instemmingsbesluit verschillende verplichtingen worden opgelegd die moeten zijn gerealiseerd voor het moment van het ontwikkelen van het eerste nieuwe cavernepaar VE-5 en VE-6. Dit betreft 1) het inrichten van het schadefonds, 2) het opstellen van een Meet- en regelprotocol, 3) het sluiten van de overeenkomst met de gemeenten Veendam en Midden-Groningen en het Waterschap Hunze en Aa's, 4) het maken van een plan voor het gebruik van de milieuvriendelijker mijnbouwhulpstof en 5) het aan (laten) leggen van een extra seismisch meetstation. Telkens wordt een iets andere bewoording gekozen, waardoor mogelijk verwarring kan ontstaan ten aanzien van het gereed moeten zijn/komen van deze acties. Zo wordt er sproken van "voor de aanleg van", "voordat de winning start", "voor het ontwikkelen van" en "binnen 12 maanden na het inwerking treden van".

De provincie Groningen vraagt de minister nog eens kritisch naar deze formuleringen te kijken en zo nodig deze formuleringen aan te passen, zodat verwarring hieromtrent niet aan de orde kan zijn. De minister stelt dat de verschillende voorschriften op een ander moment moeten worden uitgevoerd. 1) Er dient een openbaar te raadplegen meet-en regelprotocol te zijn dat Nedmag toepast. Omdat dit meet en regelprotocol ook ziet op de bestaande cavernes dient geldt dit voorschrift vanaf het van kracht worden van het besluit. 2) De bestaande overeenkomst tussen Nedmag, de gemeenten Veendam en Midden-Groningen en het Waterschap Hunze en Aa’s gaat uit van een kleinere bodemdaling dan in dit winningsplan is voorzien. Op welke wijze een vernieuwde overeenkomst tot stand komt is aan de betrokken partijen. 3) Nedmag dient voorafgaand aan de aanleg van de cavernes een rapport in bij SodM, met een afschrift aan de minister, waaruit blijkt dat voorgenomen methode van caverneontwikkeling niet leidt tot verminderde integriteit van het dak van de caverne. Indien de methode van caverneontwikkeling wijzigt kan dit gevolgen hebben voor de wijze van aanleg van de nieuwe cavernes 4) Seismische meetapparatuur dient in ieder geval binnen 12 maanden na inwerkingtreding van dit besluit te zijn geplaatst en ter aansluiting op het KNMI-netwerk te zijn aangeboden aan het

10

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

1n

R030

Zienswijze Antwoord

1o

0001

Zienswijze

KNMI. De ervaring uit de praktijk leert dat het zoeken naar geschikte locatie, verzorgen van benodigde publiek- en privaatrechtelijke toestemmingen en afstemming met het KNMI 9-12 maanden in beslag neemt. De minister stelt dat de formulering niet hoeft te worden aangepast. De minister zal wel wanneer gesproken wordt over ‘voor aanvang van de winning’, dit verduidelijken tot ‘voor aanvang van de actieve winning’. Gemeente Midden-Groningen stelt dat er een noodplan aanwezig moet zijn voor het geval er zich opnieuw een calamiteit voordoet De minister is van oordeel dat door toepassing van het voorgeschreven meet- en regelprotocol een incident als in april 2018 kan worden voorkomen. Het is dan ook niet nodig een noodplan voor te schrijven in dit instemmingsbesluit. Indiener stelt dat het gebied ongeschikt is voor de 4 nieuwe cavernes in Borgercompagnie vanwege gestapelde mijnbouw door zout- en gaswinning.

Gestapelde mijnbouw maakt gebied ongeschikt Antwoord

De minister heeft effecten van bodemdaling en bodemtrillingen van gestapelde mijnbouw op de locatie van de vier nieuwe cavernes in Borgercompagnie beoordeeld. De minister stelt dat het gebied niet ongeschikt is voor de voorgenomen activiteiten. Ten aanzien van de cumulatieve bodemdaling als gevolg van mijnbouw in het westelijk gebied van Veendam stelt de minister dat TNO in een notitie (d.d. 21 april 2020) deze in kaart heeft gebracht. De resultaten van de berekeningen die TNO heeft uitgevoerd zijn meegenomen in de beoordeling van de minister. De cumulatieve bodemdaling als gevolg van zout- en gaswinning in het gebied westelijk van Veendam is in kaart gebracht door TNO. Na correctie voor de daling door zoutwinning van voor 1993 bedraagt deze in het centrum van de dalingskom momenteel ruim 0,6 m en dit loopt in de komende decennia naar verwachting op tot krap 1,1 m. Dit resultaat is in lijn met eerdere adviezen over de te verwachten bodemdaling door de zoutwinning in het gebied westelijk van Veendam. De minister merkt op dat deze conservatieve berekening rekening houdt met onzekerheden. Dit neemt niet weg dat er maatregelen moeten worden getroffen. Voor deze maatregelen wordt niet de start van de gas- en zoutwinning, maar 1993 als referentie aangehouden, omdat in dat jaar, na de herinrichting van de veenkoloniën, nieuwe peilbesluiten zijn genomen.

Hierbij dient het waterschap rekening te houden met de bodemdaling door zoutwinning én gaswinning in omliggende velden in de nabijheid van Veendam van maximaal 1,1 m in 2080 gerekend sinds het referentiejaar van de gaswinning (1972). Om die reden is afstemming noodzakelijk tussen

11

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

1p

R005, 0008, 0021

Zienswijze

Nedmag, NAM en het waterschap Hunze en Aa’s. Royal Haskoning/DHV heeft de effecten van de bodemdaling door zoutwinning op de inrichting en het beheer van het watersysteem als gevolg van het gewijzigd winningsplan 2018 voor zoutwinning door Nedmag in kaart gebracht. De minister stelt op grond daarvan vast dat er ontegenzeggelijk extra inspanningen van het waterschap nodig zijn. Het feit dat er extra inspanningen nodig zijn en meer dan in andere veenweidegebieden is op zichzelf geen reden om instemming te weigeren. De minister heeft tevens meegewogen dat, nu de bodemdaling ook zonder instemming oploopt tot maximaal 95 cm (inclusief + 7 cm onzekerheid) er hoe dan ook extra maatregelen getroffen dienen te worden. Bij het in kaart brengen van de maatregelen voor de waterhuishouding is er uitgegaan van volledig functiebehoud. Soms zijn met minimale aanpassingen in het gebruik van met name agrarische gronden veel minder aanpassingen nodig. De minister stelt vast dat de hoeveelheid maatregelen zullen toenemen en dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het gebied duidelijkheid kan geven in de maatregelen die nodig zijn. Ten aanzien van trillingen die zijn voorgekomen in naburige gasvelden merkt de minister op dat deze geen directe invloed hebben gehad op de zoutcavernes in de nabijheid van de bevingen.

Het is onwaarschijnlijk dat er een zodanig grote trilling zou voorkomen dat deze direct invloed zou hebben op de zoutcavernes. Er is derhalve geen sprake van cumulatieve risico’s ten aanzien van bodemtrillingen of een risico dat een trilling in een gasveld een trilling kan opwekken bij de zoutcavernes. Het waterschap Hunze en Aa’s en indieners stellen dat er een verbod op herinjectie van pekel uit VE-5 en VE-6 in het cluster moet komen.

Injectie van pekelwater in bestaande cavernes Antwoord

1q

0014, 0015

Zienswijze

De minister stelt dat voor herinjectie in het TR-cluster geldt: nee, tenzij. Herinjectie in het TRcluster van pekelwater uit de cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 is alleen toegestaan als naverzadiging in andere cavernes niet mogelijk is. Nedmag dient de noodzaak en veiligheid voor aanvang van herinjectie in het TR-cluster aan te tonen in een bij SodM in te dienen onderbouwing. Uit deze onderbouwing moet volgen dat de tijdens het incident van april 2018 ontstane scheur in het TR-cluster niet gereactiveerd wordt en geen nieuwe scheuren ontstaan. Er is geen verbod opgenomen, omdat dan pekeltekorten kunnen ontstaan. Dit kan leiden tot problemen voor de zoutwinning van Nedmag, terwijl er gelet op de waarborgen uit het oog van de veiligheid geen noodzaak is tot een verbod op herinjectie. Indieners stellen dat de druk in de ondergrond op peil moet worden gehouden. Er is instortingsgevaar.

12

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Monitoren cavernedruk Antwoord

1r

0017 Status incident

Zienswijze

De minister wijst erop dat uit de zorgplicht, vastgelegd in artikel 33 van de Mijnbouwwet volgt dat Nedmag alle maatregelen dient te nemen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat als gevolg van te verrichte activiteiten veiligheid wordt geschaad. De minister stelt dat monitoring van de cavernedruk een middel is om te controleren dat de zoutwinning volgens het winningsplan verloopt. Dit draagt bij aan tijdig en gepast ingrijpen wanneer de druk van de verwachting afwijkt. Manieren om in te grijpen zijn bijvoorbeeld aanpassen van de productie of vroegtijdig overgaan tot aflaten van pekel en abandonneren van putten. De minister onderschrijft het belang van een meet- en regelprotocol. Het doel van het meet- en regelprotocol is dat er op basis van metingen – en analyses van die metingen – ingegrepen kan worden in het productiesysteem van de zoutwinning door Nedmag, zodra de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. De minister heeft een meet- en regelprotocol voorgeschreven met het om reden van het belang van de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, op grond van artikel 36 van de Mijnbouwwet. In het meet- en regelprotocol wordt rekening gehouden met alle randvoorwaarden waarbinnen de zoutwinning dient te worden geoptimaliseerd.

Het betreft hier normstelling ten aanzien van het veiligheidsrisico en zoveel als redelijkerwijs mogelijk voorkómen van schade aan gebouwen en infrastructurele werken of de werking daarvan. De minister schrijft een meet- en regelprotocol voor in een voorschrift bij het instemmingsbesluit, opdat gewaarborgd is dat de monitoring ook voor de omgeving navolgbaar geschiedt. De uit het meet- en regelprotocol voortvloeiende risicobeheersmaatregelen dienen zo spoedig mogelijk operationeel te zijn. Indiener stelt dat Nedmag enige tijd na de calamiteit de indruk heeft gewekt dat de scheur in het dak van de caverne voor het grootste deel dicht zou zijn. Dit is een mening die ook door SodM wordt gedeeld. In het ontwerp daarentegen geeft de minister aan dat het lek nu dicht is. Voor deze opvatting laat de minister elke onderbouwing achterwege. Dit verschil van mening vraagt derhalve om een duidelijke uitleg. Evenzeer is het van belang dat de minister aangeeft hoe groot de scheur is en met welk materiaal de scheur zich geheel heeft weten te sluiten. In het geval dat de minister zijn mening herziet, dan is van belang dat hij aangeeft hoeveel dieselolie en pekel er nog steeds weg lekt uit de caverne. Nedmag heeft de conclusie getrokken dat er geen doorbraak was geweest.

In een Panterra rapport waar Nedmag op kenmerkende wijze in de Referenties bij het Winningsplan niet naar verwijst, wordt die conclusie in twijfel getrokken.

13

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

Op 20 april 2018 is in Veendam bij de zoutwinning van Nedmag in een caverne in de diepe ondergrond een scheur ontstaan in het dak van het cavernecluster. Daarbij is pekel en mogelijk ook diesel door het dak van de caverne gelekt naar bovenliggende grondlagen. Nedmag heeft – blijkt nu de juiste – beheersmaatregelen genomen om het lekken te stoppen. Door de druk in het cavernestelsel te verlagen wordt zoveel als mogelijk voorkomen dat de pekel verder weglekt. Het gevolg van de drukverlaging is dat de caverne zich gaat vullen met het omliggende zout en dat leidt tot – in dit geval versnelde – bodemdaling aan de oppervlakte. Nedmag is in gesprek met het Waterschap om de gevolgen daarvan te beheersen. Of er ondergronds nog vloeistof uit het TR-cavernecluster aflekt, monitort Nedmag door de toename van het volume van bodemdalingskom (bepaald op basis van maandelijkse bodemdalingsmetingen) te vergelijken met de hoeveelheid aan het TR-cavernecluster onttrokken pekel. Als er ondergronds geen vloeistof aflekt, zijn deze volumes gelijk. Dit is het geval. Hieruit blijkt dat er geen pekel meer weglekt. Tevens zou als het lek nog ver open zou staan, de pekeldruk in de caverne dalen richting het veel lagere drukniveau in de bovenliggende lagen. De gemeten druk in de caverne blijft echter op een niveau dat veel hoger ligt dan bovenliggende lagen.

De beheersmaatregel van het cavernestelsel leeg laten lopen blijft hetzelfde of er nu wel of geen lekkage via het lek plaatsvindt. Door zoveel mogelijk pekel af te laten wordt de hoeveelheid pekel en diesel die in de toekomst nog kan weglekken zover mogelijk gereduceerd. Daarnaast blijft door het aflaten de pekeldruk in de cavernes op een veilig niveau om activatie van het oude lek en ontstaan van een nieuw lek te voorkomen. Het TR-cluster is geen onderdeel van de toekomstige winning. De minister kijkt naar hoe een toekomstig incident kan worden voorkomen. De minister wijst erop dat op 12 december 2018 een overkoepelend Nedmag-rapport over het incident op 20 april 2018 is verschenen. Daarin wordt geconcludeerd dat áls er diesel uitgestroomd zou zijn, wat niet zeker is, deze niet verder dan tot 325 m onder het maaiveld is gekomen. Wat betekent dat er geen doorbraak van diesel naar het oppervlak is geweest. Het overkoepelende rapport is door SodM beoordeeld. SodM heeft in een brief gereageerd op een rapport van Nedmag over lekkage van pekel en mogelijk diesel door het dak van een caverne in Veendam. In de brief meldt SodM dat Nedmag het grote incident met passende urgentie heeft aangepakt. SodM acht de kans klein dat het grond- en oppervlaktewater door pekel of diesel wordt vervuild. De gevolgen van eventuele verontreiniging kunnen wel groot zijn.

SodM is ook van mening dat Nedmag meer kennis had

14

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

kunnen ontwikkelen om de situatie beter te begrijpen en onder controle te hebben. Kennis is belangrijk om te vergaren als Nedmag in de toekomst verder wil opereren. SodM ziet een scheur in het dak van de caverne ook als meest waarschijnlijke oorzaak en dat het vallen van een blok uit het dak van de caverne niet uit te sluiten is. Het is daarbij niet uit te sluiten dat er naast een groot volume pekel ook diesel is weggelekt. Sinds het incident monitort Nedmag het grondwater via peilbuizen. Tot nu toe zijn er geen indicaties dat pekel of diesel in grondwaterlagen terecht is gekomen.

1s

0017, 0018, 0025, 0029 Abandonneren

Zienswijze

Van een incident als dat van 20 april 2018, dienen de oorzaak en de mogelijke gevolgen zo goed mogelijk onderzocht te worden. In dat kader is o.a. vrij kort na 20 april het maaiveld met behulp van een drone geïnspecteerd. Daarnaast heeft Panterra berekeningen uitgevoerd om de mogelijk gevolgen in kaart te brengen. Het betreffende Panterra rapport is in de lijst met referenties in het overkoepelende Nedmag-rapport van 12 december 2018 opgenomen. Bij dit soort berekeningen is het gebruikelijk om niet slechts 1 scenario door te rekenen, maar meerdere. Het scenario waarvoor de best beschikbare uitgangspunten zijn gebruikt, heeft in het Panterra rapport de benaming “base case”. De resultaten van deze base case berekeningen vormen de basis van de conclusies in het overkoepelende Nedmag rapport. Al sinds 2018 monitort Nedmag de (diepe) ondergrond rondom de locatie Tripscompagnie. Eerst vooral met bestaande voorzieningen (peilbuizen, waterbronnen, winningsputten), inmiddels vooral met strategische geplaatste nieuwe, diepe peilbuizen. De grootste diepte waarop grondwatermonsters genomen kunnen worden is ca. 400 m, via de 16” buitenbuis van winningsput TR-2. Bij de monitoring is sinds april 2018 noch diesel, noch magnesiumchloride in het diepe grondwater aangetroffen. De uitkomsten van de monitoring zijn derhalve in lijn met de conclusies uit het Nedmag-rapport van 12 december 2018.

Indieners stellen dat de cavernes zoveel mogelijk worden afgelaten voorafgaand aan abandonnering. Dit leidt dit tot de vraag naar de inhoud van een wettelijk voorgeschreven plan, waarin de mijnbouwer gedetailleerd aangeeft hoe deze abandonnering wordt vormgegeven en uitgevoerd wordt. Van een dergelijk plan wordt in het ontwerp geen enkele concrete melding van gemaakt. In dit verband worden de termen sluiten van putten en abandonneren afwisselend gebruikt. Dat maakt het des te meer noodzakelijk dat een dergelijk plan door Nedmag voorafgaand aan instemming aan de minister en SodM ter goedkeuring wordt aangeboden. Overigens is het in dit verband opmerkelijk dat in het Ontwerp geen enkele verwijzing staat naar het KEM-17 rapport, opgesteld door een internationaal gezelschap van wetenschappers. In de Nederlandstalige samenvatting van dit rapport worden de volgende overkoepelende conclusies getrokken:

15

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

1t

0017, 0018, 0025

Zienswijze

Wat houdt planmatig beheer in

Antwoord

1 Met de huidige kennis is het niet mogelijk om te zeggen of een diepe caverne gaat lekken via zeer langzame permeatie, een gelokaliseerde scheur. 2 . Kennis van de micro-, caverne- en zoutstructuur-schaal wordt nog niet genoeg geïntegreerd, terwijl processen op alle drie de schalen belangrijke invloed kunnen hebben op het lekmechanisme van een caverne. In het ontwerp wordt geheel voorbijgegaan aan de risico’s die met en ondanks de huidige kennis van het gedrag van de diepe ondergrond bij instemming met de plannen van Nedmag genomen mogen worden. De minister stelt dat Nedmag in het winningsplan een beschrijving heeft gegeven van de beëindiging van de holruimtes na de winning en dat is in dit stadium voldoende. Het KEM-17 onderzoek richt zich op wat er gebeurt met de pekel nadat een zoutcaverne afgesloten wordt. Omdat Nedmag de cavernes aflaat voordat de caverne wordt afgesloten is er geen pekel meer aanwezig in de cavernes en zijn de door indiener beschreven risico’s ook niet aan de orde. De wijze van beëindiging van de winning wordt in een sluitingsplan per caverne geregeld. Een sluitingsplan behoeft instemming van de minister. Tegen een dergelijk besluit is inspraak mogelijk. Indieners stellen dat de minister stelt dat er sprake is van een planmatig gebruik en beheer van de ondergrond.

Tot dat oordeel is de minister gekomen op basis van informatie die hem door Nedmag is verstrekt. Dit is op zich een illustratief voorbeeld van het accepteren van het oordeel van een slager die het eigen vlees heeft gekeurd en in orde bevonden. Aan een inhoudelijke en gedetailleerde onderbouwing van dat oordeel lijkt de minister niet te zijn toegekomen, hetgeen als een ernstige tekortkoming kan worden gekwalificeerd. Zo blijft het volstrekt onduidelijk uit welke aspecten die planmatige aanpak dient te zijn opgebouwd, en tot welk plan dat uiteindelijk leidt. Evenmin is door de minister helder gemaakt hoe Nedmag zich in dat planmatig gebruik en beheer dient op te stellen, en aan welke voorwaarden dat bedrijf dient te voldoen. Bij dit alles dient de minister een afweging te maken of Nedmag in staat is om op een transparante manier betrokken te zijn bij planmatig beheer. De minister stelt dat SodM en TNO als onafhankelijke adviseurs de informatie beoordelen die Nedmag in het winningsplan heeft opgenomen. Onder planmatig gebruik en beheer verstaat de minister dat er sprake dient te zijn van een efficiënte winning van de delfstof, waarbij de wijze waarop, het tempo waarmee en de hoeveelheid te winnen delfstof van belang zijn.

De beoordeling draait enerzijds met het oog op de ondergrond om de vraag of de door de mijnbouwonderneming in het winningsplan aangegeven winbaarheidsfactor reëel is, gezien de technische parameters en geologische omstandigheden van het winningsgebied. Daarnaast dient een andere gebruiksvorm van de ondergrond door de winning niet ongewenst onmogelijk gemaakt te worden. De minister stelt vast dat SodM concludeert dat op basis van het

16

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

1u

0017

Zienswijze

Risico’s afsluiten cavernes

Antwoord

winningsplan de voorgestelde zoutwinning naar de huidige kennis en technieken efficiënt uitgevoerd zal worden. Het winningsgebied betreft een bestaande winning binnen een bestaande vergunning. Tevens worden geen andere gebruiksvormen van de ondergrond beïnvloed. Zoutwinning zoals beschreven in het winningsplan 2018 Nedmag past dan ook in het planmatig gebruik van de ondergrond. Indiener stelt dat in een nieuwsbericht van SodM naar aanleiding van het KEM- 17 rapport, dat op verzoek van SodM is opgesteld door internationale, onafhankelijke wetenschappers valt te lezen dat de wetenschappers concluderen dat het met de huidige kennis niet mogelijk is om te zeggen of de pekel uit een diepe caverne verdwijnt via zeer langzame permeatie, een scheur. Bij ondiepere cavernes kan waarschijnlijk wel een veilige balans zijn tussen op druk komen van de pekel en gecontroleerd, langzaam opgenomen worden in die diepe ondergrond via permeatie. Voor dit onderzoek is niet alleen gekeken naar het gedrag van individuele cavernes, maar ook wat er op microschaal met het zout zelf gebeurt en op kilometerschaal wat er in de gehele zoutstructuur plaatsvindt. Op alle drie de schalen vinden namelijk processen plaats die relevant zijn voor de lange termijn verspreiding van de pekel in de diepe ondergrond.

Bij een aantal processen is echter nog veel onduidelijk, bijvoorbeeld is het onbekend hoe de korrelgrootte en samenstelling van het zout het kruipgedrag beïnvloedt en mogelijke doorlaatbaarheid. Het is onduidelijk hoe de gesteentespanning in de gehele zoutstructuur varieert. De wetenschappers raden aan om de kennis op de gebieden met veel onzekerheid te verbeteren en ook de processen op de verschillende schalen te integreren. Uit dit bericht blijkt overduidelijk dat de huidige stand van kennis en wetenschap betreffende de processen in de ondergrond nog onvoldoende zijn. Dat gegeven dient voor de minister voldoende aanleiding te zijn om instemming aan het Winningsplan te onthouden. De minister stelt dat de risico’s door Nedmag enerzijds worden beperkt door zoveel als mogelijk de vrije pekel in een caverne af te laten, voordat die afgesloten wordt. De kans op ongewenste effecten voor mens of milieu na beëindiging van de zoutwinning neemt daardoor sterk af. Anderzijds doordat bij de ontwikkeling van nieuwe cavernes waarbij minder dakolie, niet zijnde diesel, wordt gebruikt, wat de risico’s voor mens en milieu verkleint. Het KEM-17 rapport gaat over cavernes die op hoge druk worden ingesloten en de onzekerheden die daarbij een rol spelen. Nedmag kiest ervoor de cavernes aan het einde van de fase van actieve winning op relatief lage druk zoveel mogelijk af te laten.

Bij Nedmag is het mogelijk om dit in een beperkt tijdsbestek te doen omdat het magnesiumzout zo snel kruipt. De onzekerheden die er zijn als pekel na het afsluiten van een zoutcaverne in de caverne achterblijft, spelen, vanwege het nauwelijks achterblijven van pekel, niet bij de zoutwinning door Nedmag. Juist door het zoveel mogelijk af te laten wordt het restrisico voor de toekomst geminimaliseerd.

17

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

1v

0019, 0025, 0031 0032

Zienswijze

Productietermijn te lang Antwoord

1w

0019, 0025, 0032

Zienswijze

Veiligheid

Antwoord

1x

0021, 0022 Effecten beheersmaatregele n

Zienswijze

Indieners stellen dat het winningsplan spreekt van productie uit de huidige en nieuwe putten tot 2045. Hiermee zou het winningsplan geldig zijn tot 2045 of later. Gezien de vele onzekerheden over de risico's, het toenemende belang van ons grondwater en de maatschappelijke onrust rondom de zoutwinning door Nedmag, is het vergunnen van zoutwinning voor een periode van 25 jaar onacceptabel. De minister oordeelt dat de winning van zout, zoals door Nedmag in haar gewijzigd winningsplan is aangegeven, planmatig is. De zoutwinning maakt een andere gebruiksvorm van de ondergrond niet ongewenst onmogelijk. Daarom mag (onder voorwaarden) tot en met 2045 magnesiumzout worden gewonnen uit de cavernes. Bij het bepalen van de duur van de winning zijn ook de effecten van een langere duur op andere aspecten zoals bodemdaling en natuur en milieu waaronder risico’s voor het grondwater, van belang. De minister merkt op dat de effecten van de winning op de bodemdaling niet beïnvloed wordt door de duur van de winning, maar door de hoeveelheid te winnen magnesiumzout. De maximale hoeveelheid te winnen zout is in het instemmingsbesluit vastgelegd. Ook de risico’s en gevolgen voor het grondwater nemen niet toe bij een langere winning, zolang de maximale hoeveelheid te winnen magnesiumzout niet toeneemt. De minister stelt dat er geen redenen zijn om de duur van de winning te beperken.

Indieners stellen dat zowel de Onderzoeksraad voor Veiligheid als alle betrokken adviseurs voor dit winningsplan als voorwaarde stellen dat de veiligheid van burgers geborgd moet zijn. De minister stelt dat uitbreiding van zoutwinning alleen toegestaan zal worden als dat veilig en verantwoord kan. Uit dit winningsplan blijkt dat er te veel onzekerheden zijn en dat gevolgen en risico's niet onderzocht zijn. Er is te weinig kennis om te kunnen vaststellen of zoutwinning met de beoogde methode veilig is. De minister vindt het belangrijk dat de veiligheid geborgd is. Het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid ging over gaswinning en niet zoutwinning. De minister merkt op dat naar aanleiding van dit rapport de Mijnbouwwet is gewijzigd en SodM meer onafhankelijk is gepositioneerd. De minister en SodM hebben de nodige specialisten in huis om te kunnen vaststellen of zoutwinning met de beoogde methode veilig is en de minister en SodM kunnen en zullen ook externen, onder meer van TNO, hiervoor inschakelen om hun rol als vergunningverlener, respectievelijk toezichthouder goed te vervullen. Voor meer informatie over hoe SodM toeziet op de veiligheid van de zoutwinning verwijst de minister naar www.sodm.nl/sectoren/zoutwinning. Indieners stellen dat de beheersmaatregelen in het Tripscompagniecluster een voldongen feit zijn.

De maatregelen zullen leiden tot een extra bodemdaling van zo'n 30 cm bovenop de 53 cm en zijn kennelijk noodzakelijk om te voorkomen dat de pekel ongecontroleerd ondergronds weglekt wat eenzelfde bodemdaling tot gevolg zou hebben. SodM schrijft dat de nadelige effecten van de afwikkeling van het incident deels nog onvoorspelbaar zijn.

18

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

1y

0026

Zienswijze

Antwoord

De minister stelt dat Nedmag momenteel de aanwezige pekel gecontroleerd via de putten aflaat. Dit is om te voorkomen dat anders op een gegeven moment de pekel ongecontroleerd via de diepe ondergrond kan weglekken. De minister merkt op dat er een onzekerheid zit in de effecten die het gecontroleerd aflaten van pekel tot gevolg heeft. Nedmag heeft met behulp van een massabalansstudie het volume van de hoeveelheid pekel dat kan worden afgelaten bepaald. Dit is onder andere gebaseerd op boorkernen om de verdeling van de verschillende zouten te bepalen. In deze verdeling van zouten zit een meetonzekerheid, omdat alleen bij de putten metingen kunnen worden gedaan. Daarnaast zit er ook onzekerheid in de verhouding opgelost magnesiumzout ten opzichte van kaliumzout. Hierdoor zit er een bandbreedte op de hoeveelheid pekel die nog kan worden afgelaten en de hoeveelheid bodemdaling die kan worden veroorzaakt door aflaten van het cavernecluster. Als gevolg van deze maatregelen bedraagt de bodemdaling in 2045 op het diepste punt als meest waarschijnlijke waarde 80 cm ten opzichte van het niveau in 1977. Het meenemen van de onzekerheidsmarge resulteert in een bodemdaling van minimaal 71 cm en maximaal 87 cm. De minister houdt in de beoordeling rekening met het scenario van de meeste bodemdaling.

Nedmag stelt dat het onderwerp financiële zekerheid ten behoeve van kosten voor abandonneren niet in een instemmingsbesluit thuishoort, maar voor Nedmag net als voor alle andere mijnbouwondernemingen in Nederland - wettelijk geregeld moet worden. Dat gaat ook gebeuren met het wetsvoorstel en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen. Daar haakt Nedmag graag bij aan. Totdat deze wettelijke regeling van kracht is, is Nedmag bereid om een bankgarantie van € 2,5 miljoen af te geven. De minister heeft een wijziging van de Mijnbouwwet voorgesteld over het verwijderen en hergebruiken van mijnbouwinfrastructuur en de in dat kader te stellen financiële zekerheden verduidelijkt, geactualiseerd en aangevuld. Naar verwachting zal deze wijziging 1 juli 2021 in werking treden. Er komt hiermee voor onder meer de sector zout wetgeving ten aanzien van het verwijderen en hergebruiken van de infrastructuur en de in kader te stellen financiële zekerheden. Voor de sector zout krijgt de minister een zelfstandige bevoegdheid om in voorkomend geval op grond van de artikelen 47 en 48 financiële zekerheid voor de nakoming van de verwijderingsverplichting te vragen.

De reikwijdte van de huidige wetgeving omtrent financiële zekerheidstelling voor het verwijderen van mijnbouwinfrastructuur wordt uitgebreid van mijnbouwinstallaties (op zee), naar het gehele oppervlak van zee en land voor alle mijnbouwwerken. Daarmee vallen ook mijnbouwwerken voor de zoutwinning binnen de reikwijdte van deze artikelen. De minister is gelet hierop van mening dat het onderwerp financiële zekerheid ten behoeve van kosten van abandonneren niet in een instemmingsbesluit thuishoort. De minister zal rekening houdend met de artikelen 47 en 48 van de gewijzigde Mijnbouwwet bepalen dat Nedmag financiële zekerheid stelt voor het nakomen van de verwijderingsverplichtingen.

19

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

1z

0028

Zienswijze

Aansprakelijkheid schade. Afhandeling incident.

Antwoord

1aa

0029

Zienswijze

Nauwkeurigheid locatie bronnen Antwoord

1ab

0032

Zienswijze

Artikel 11 van het ontwerp-instemmingsbesluit komt te vervallen. Indiener stelt dat de door SodM voorgeschreven maatregelen als gevolg van het incident van 20 april 2018 er feitelijk sprake is van een aanpassing van de winningsmethode door het aanwezige pekelwater uit te laten stromen terwijl het oorspronkelijk de bedoeling was om dit niet te winnen. Nedmag moet worden gevraagd hiervoor een aangepast winningsplan in te dienen. Indiener vraagt zich af wie er verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de hierdoor fors toegenomen zettingen. De pekel wordt niet in de ondergrond gehouden, waardoor extra zettingen worden veroorzaakt, en er wordt geen stollingsmiddel geïnjecteerd. Het oorspronkelijke criterium van 50 cm wordt niet gehanteerd voor de nieuw te boren putten waardoor het vergroten verdiepen van de diepe kom wordt veroorzaakt. De minister stelt dat Nedmag op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is voor de schade die ontstaat door uitstroming van delfstoffen als gevolg van het niet beheersen van de ondergrondse natuurkrachten die door de aanleg of bij de exploitatie van het werk zijn ontketend en beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk. Dit betekent dat indien schade optreedt en veroorzaakt is door Nedmag, Nedmag hiervoor aansprakelijk is.

De bodemdaling neemt toe in het diepste punt van de bodemdalingskom, ter plaatse van de nieuwe cavernes wordt het criterium van 50cm niet overschreden. Het is niet nodig dat Nedmag een aangepast winningsplan indient door het uitvoeren van de door SodM voorgeschreven maatregelen. Deze methode dient in het kader van de veiligheid te worden gehanteerd en is reeds door SodM beoordeeld. De minister heeft in het instemmingsbesluit rekening gehouden met de totale bodemdaling als gevolg van de zoutwinning door Nedmag, inclusief de bodemdaling als gevolg van de beheersmaatregelen als gevolg van het incident. Indiener stelt dat de ondergrondse posities van de nieuw aan te leggen bronnen nog onzeker zijn. De werkelijke posities van de nieuwe bronnen kunnen nog tot circa 200 m afwijken van de in het winningsplan getoonde weergave. Dit toont aan dat er sprake is van de nodige onnauwkeurigheid van de op dit moment bekende gegevens. De minister stelt dat er rekening wordt gehouden met een marge in de locatie van de bronnen. Het klopt dat de werkelijke posities van de nieuwe bronnen nog tot circa 200 m kunnen afwijken van de weergave in het winningsplan omdat het detail boortraject pas later bepaald wordt. Nadat de bron op diepte geboord is, wordt vastgesteld of er voldoende magnesiumzout aanwezig is. Indien dit niet het geval is zal de definitieve positie van de bron moeten worden aangepast.

In de berekeningen wordt met deze onzekerheid rekening gehouden. Indiener stelt dat op vrijdag 20 april 2018 er bij Nedmag een calamiteit heeft plaatsgevonden. De oorzaak lijkt, zo schrijft Nedmag in het persbericht van 25 april 2018, een opening in het zogeheten dak van de caverne met als gevolg het wegstromen van pekel in poreus zandsteen.

20

Nota van Antwoord zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten Nedmag | kenmerk <DGKE-W-20210692>

Antwoord

SodM geeft als commentaar op de calamiteit aan dat er naast pekel mogelijk ook diesel is vrijgekomen door het lek. Nedmag heeft geen eerlijke en oprechte opening van zaken gegeven. Omwonenden zijn niet rechtstreeks door Nedmag geïnformeerd. De minister stelt dat er sinds de jaren ’70 circa 45.000 m3 diesel is gebruikt voor de ontwikkeling van de zoutcavernes. Ter vergelijking het totale pekelvolume is orde grootte 8.000.000 m3. Door de complexe structuur en helling van het zout zit de diesel niet meer nabij de put, maar verspreid door het cavernecluster, hoogstwaarschijnlijk achter kleine en grote richels in de hogere delen van de cavernes. Het is niet bekend en zal hoogstwaarschijnlijk ook nooit bekend worden of er diesel is weggelekt en zo ja, hoeveel dit zou kunnen zijn. Nedmag geeft aan dat een ordegrootte van 400 m3 weggelekt zou kunnen zijn. Dat klinkt als een waarschijnlijke orde van grootte, maar blijft onzeker. SodM acht de kans klein dat het grond- en oppervlaktewater door pekel of diesel wordt vervuild. De gevolgen van eventuele verontreiniging kunnen wel groot zijn. Dit is ook de reden dat Nedmag door zal gaan met het monitoren van grondwater via peilbuizen. De minister hecht er waarde aan dat mijnbouwondernemers helder en transparant met de omgeving communiceren in de gebieden waar projecten plaatsvinden.

Het is aan Nedmag om concrete invulling te geven aan de informatievoorziening in de omgeving. De minister merkt wel nadrukkelijk op dat dit geen wettelijke grond is waarop het winningsplan (op grond van artikel 36 van de Mijnbouwwet) wordt getoetst. Waar de opening in het dak van de caverne is ontstaan en hoeveel diesel zich in de buurt van de opening bevond, was op 25 april 2018 nog niet bekend bij de minister, Nedmag en SodM. Nader onderzoek wees uit dat in de buurt van de opening in het dak van het TR-cavernecluster zich ca. 400 m3 diesel bevond. In het persbericht van 25 april 2018 wordt de zekere uitstroom van zout uit het zoutveld Tripscompagniedoor Nedmag wel expliciet benoemd, de mogelijke uitstroom van diesel niet. Het persbericht bevat tevens een hoofdstuk “Milieu” met de volgende tekst: “Er is geen sprake van gevaar voor mens en milieu. Vervuiling van grondwaterlagen door pekel of dakolie (diesel) is niet aan de orde. Het zout dat wegstroomt bevindt zich op een diepte van 1600 meter (afbeelding). Het is een normale gang van zaken dat Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vanuit haar toezichthoudende rol dit door middel van onderzoek wil laten bevestigen.” Na het incident is SodM doorlopend van de stand van zaken op de hoogte gehouden en zijn er voor het publiek op de Nedmag website een aantal updates over de stand van zaken geplaatst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10316608/1