03-03-03 Bijlage 2 - Plan van aanpak
Tekst van het document
Plan van Aanpak Onderwerp: Houdbaarheidsonderzoek Wmo en de groeiraming jeugdzorguitgaven Datum: 12 december 2022
Inleiding De VNG en het Rijk hebben behoefte aan onderzoek naar de houdbaarheid van de maatwerkvoorzieningen Wmo en de jeugdzorguitgaven op de middellange termijn. Hiervoor heeft het CPB, dat het onderzoek zal uitvoeren, geanonimiseerde data nodig. Het CPB heeft daarvoor een beschrijving van de benodigde gegevens aangeleverd (zie bijlage II). Gemeenten zijn tijdens de najaar-ALV van 2 december jl. hierover geïnformeerd en verzocht hun medewerking te verlenen (zie bijlage I: brief aan de leden en link naar de agenda en bijlagen). De kosten van het onderzoek worden gedragen door VWS. Wanneer de gevraagde data op tijd beschikbaar worden gesteld, publiceert het CPB het onderzoek waarschijnlijk in het vierde kwartaal van 2023.
Doel en onderzoeksvragen Het doel van het onderzoek is: Inzicht verkrijgen in de ontwikkeling van het beroep op de Wmo 2015 en de Jeugdwet op de middellange termijn op basis van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen, bij een gelijkblijvend wettelijk kader en een gelijkblijvende gemeentelijke uitvoering. Het CPB maakt in zijn ramingen tot nu toe een uitsplitsing naar drie hoofdsectoren: Zvw, Wlz en Wmo/jeugd gecombineerd. Voor het maken van een aparte raming van de Wmo- en jeugdzorguitgaven is een nieuwe middellangetermijn-verkenning voor de zorg (mlt-zorg) nodig, waarin bijvoorbeeld de overige groei per sector opnieuw wordt bepaald. Voor meer details over de groeicomponenten (lonen, prijzen, demografie, inkomen per hoofd en overige groei) die de zorguitgaven drijven, zie box 1 in de middellangetermijn-verkenning zorg uit 20191. Vanuit deze middellange termijn raming, uitgesplitst naar de Wmo- en jeugdzorguitgaven, dienen uitspraken te kunnen worden gedaan ten aanzien van de houdbaarheid van de Wmo en de groeiraming van de jeugdzorguitgaven. Onderstaande onderzoeksvragen2 hebben daar betrekking op: 1.
Hoe ontwikkelt het beroep op de Jeugdzorg en Wmo 2015 zich op de middellange termijn (vijf jaar) op basis van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen bij een gelijkblijvend wettelijk kader en een gelijkblijvende gemeentelijke uitvoering? Bij de maatschappelijke ontwikkelingen dient in ieder geval te worden gekeken naar: Het effect van technologische innovatie en digitalisering; Het effect van arbeidsmarktontwikkelingen, personeelstekorten;
1 Zeilstra, A., A. den Ouden en W. Vermeulen, 2019, Middellangetermijnverkenning zorg 2022-2025, CPB Notitie. 2 Voor wat betreft onderzoeksvragen 1 t/m 3 is ambtelijke overeenstemming en deze zijn onderdeel van de
Vraag 4 betreft een informatiekundig vraagstuk.
onderzoeksopzet.
Het effect van toenemende welvaart/gezondheid van nieuwe generaties; Het effect van extramuralisering en het scheiden van wonen en zorg; Het effect van het tekort aan geschikte woningen en de bouwopgave.
2.
Hoe ontwikkelen de kosten van voorzieningen zich naar verwachting op de middellange termijn als geen inhoudelijke vernieuwingen en aanpassingen in voorzieningen worden doorgevoerd?
3.
Welke groei of afname is te verwachten op de middellange termijn op basis van de verwachte ontwikkelingen in gebruik en kosten?
Een afgeleide onderzoeksvraag3 betreft: 4.
Is het mogelijk om op basis van data uit het iWmo- en iJw-berichtenverkeer, eventueel verrijkt met data van gemeenten/andere bronnen rekening houdend met de beperkingen van de iWmo- en iJW-gegevens (zie bijlage III), een houdbaarheidsonderzoek Wmo- en groeiraming jeugdzorguitgaven uit te voeren?
Betrokken departementen (VWS, FIN en BZK) en VNG zijn het eens dat bovenstaande vragen niet eenvoudig en eenduidig te beantwoorden zijn. Zeker gegeven het feit dat de financieringssystematiek van het gemeentefonds constant in ontwikkeling is en tot en met 2025 voor het Sociaal Domein meebeweegt met de uitgaven van het Rijk en daardoor een voorspelling na 2025 redelijk ingewikkeld is. Het CPB geeft aan dat het lastig is om op basis van beschikbare informatie duidelijk te maken wat het beslag van de Jeugdzorg en Wmo bij gemeenten in de afgelopen periode is geweest. De mogelijkheden die de IV-3-data bieden zijn in het verleden al wel maximaal benut. De IV-3-data is niet geschikt om er ramingen op te baseren. Voor de nieuwe raming wordt derhalve ook gebruikgemaakt van data uit het iJw- en iWmo-berichtenverkeer met de kanttekening dat voor de levering van data aan het CPB een kwaliteitscontrole wordt uitgevoerd op de data.
Betrokken partijen en onderlinge taakverdeling De volgende partijen nemen deel aan het onderzoek: • • •
VNG MinVWS, MinFIN en MinBZK Gemeenten
• • •
CPB Stichting Inlichtingenbureau Ketenbureau i-Sociaal Domein
De onderlinge taakverdeling tussen deze partijen ziet er op hoofdlijnen als volgt uit. VWS verzoekt CPB om het onderzoek uit te voeren. CPB voert als onafhankelijke partij het onderzoek uit en toetst de resultaten bij een door hen ingestelde klankbordgroep van deskundigen. Gemeenten dienen tijdig een ondertekende pilotovereenkomst (verwerkersovereenkomst) in te dienen bij het 3 Deze onderzoeksvraag is niet relevant voor de kostenraming maar bepaalt wel degelijk de mogelijkheid om het onderzoek te kunnen
uitvoeren
2
Inlichtingenbureau zodat de gegevens aan CPB kunnen worden geleverd. De voor het onderzoek benodigde databestanden worden door het Inlichtingenbureau aan CPB geleverd. Voor levering voert het Inlichtingenbureau in samenwerking met het Ketenbureau kwaliteitscontroles uit op de data. De VNG organiseert een operationeel overleg waarin de voortgang van de levering en de uitvoering van de kwaliteitscontroles wordt gemonitord. Het CPB voert vervolgens de databewerking en -analyses uit om te komen tot een houdbaarheidsonderzoek Wmo en groeiraming jeugdzorguitgaven. Inlichtingenbureau, Ketenbureau en een klankbordgroep van deelnemende gemeenten adviseren vanuit hun kennis en ervaring op basis van de kwaliteitsresultaten en eventuele interpretatie(s) van de Wmo-/Jw-gegevens. Hiervoor worden gedurende de looptijd van het project enkele periodieke overleggen met alle betrokkenen ingepland, met name op momenten dat er (tussen-)resultaten zijn die besproken moeten worden.
Benodigde gegevensbestanden Voor uitvoeren van een houdbaarheidsonderzoek Wmo- en groeiraming jeugdzorguitgaven zijn er verschillende databronnen noodzakelijk. Een deel van deze data is momenteel (openbaar of onderhands) in het juiste format in Nederland beschikbaar. Het gaat hierbij met name om realisatiecijfers op landelijk niveau van de Wmo- en jeugdzorg. Een deel van de benodigde data ontbreekt geheel. Dat wil zeggen dat componenten van de data wel beschikbaar zijn in Nederland, maar dat deze nog niet toegankelijk en bruikbaar zijn voor een aparte raming van Wmo- en jeugdzorguitgaven De data die ontbreken voor het maken van een houdbaarheidsonderzoek Wmo- en groeiraming jeugdzorguitgaven zijn leeftijdsprofielen. Een leeftijdsprofiel bestaat uit de gemiddelde zorguitgaven voor heel Nederland per sector per leeftijd en geslacht. Deze data kunnen naar verwachting worden verkregen uit het iJw- en iWmo-berichtenverkeer en in geaggregeerde niet tot de persoon en gemeente herleidbare vorm als gegevensset aan het CPB beschikbaar worden gesteld. Meer details over deze data staan in bijlage II.
Kwaliteits- en integriteitscontroles Omdat de iWmo- en iJw-gegevens waarover het Inlichtingenbureau beschikt alleen raadpleegbaar zijn door de betreffende gemeente zelf, heeft zowel het Inlichtingenbureau als het Ketenbureau geen inzicht in de kwaliteit van de gegevens die verstrekt worden aan het CPB. Met het CPB is om die reden afgesproken dat het Inlichtingenbureau (als verwerker van de data) in samenwerking met het Ketenbureau een aantal kwaliteits- en integriteitscontroles uitvoert op de gegevens alvorens deze worden aangeleverd bij het CPB. Deze controles zijn gericht op de compleetheid, consistentie, juistheid en plausibiliteit. De geanonimiseerde uitkomsten van de controles worden gedeeld met de betrokken partijen, zodat met name het CPB kan bepalen in welke mate de kwaliteit van de gegevens toereikend is voor het onderzoek. In bijlage III is een overzicht opgenomen van de beoogde kwaliteits- en integriteitscontroles. Dit zijn de controles die op het moment van opstellen van het plan van aanpak voorzien worden en zijn derhalve niet uitputtend. In januari wordt een definitief controleplan opgesteld waarin gedetailleerd omschreven staat welke controles uitgevoerd worden en op welke wijze. Het controleplan wordt begin februari aan alle gemeenten beschikbaar gesteld, samen met de door de IBD uitgevoerde Data Protection Impact Assessment.
(DPIA) Als gedurende het traject additionele controles noodzakelijk blijken, dan wordt iedere controle alleen uitgevoerd als deze valt binnen de verwerkingen zoals vermeld in de DPIA. Eventuele additionele controles en de toelichting hierop worden gedeeld met de klankbordgroep van gemeenten. 3
Aanpak Om ervoor te zorgen dat gemeenten zo min mogelijk administratieve lasten ondervinden bij het verzamelen en beschikbaar stellen van de benodigde gegevens, worden de data via het inlichtingenbureau (IB) verzameld en beschikbaar gesteld aan het CPB. Het IB, als verwerker van de data namens gemeenten, kan na ontvangst van de ondertekende pilotovereenkomsten overgaan tot de verwerking van de gegevens van de gemeenten die toestemming hebben gegeven, om deze vervolgens in het door het CPB aangegeven formaat te leveren. Om ervoor te zorgen dat gemeenten weten dat de risico’s die samengaan met het verwerken en leveren van de gegevens beperkt zijn, voert de Informatie Beveiligingsdienst (IBD) van de VNG een DPIA uit. Op deze manier hoeft niet iedere afzonderlijke gemeente een DPIA uit te voeren en zijn de eventuele risico’s en bijbehorende maatregelen voor iedereen inzichtelijk. De dataverwerking, -analyse en -levering door het Inlichtingenbureau bestaat op hoofdlijnen uit de volgende activiteiten: • • • •
bepalen dataset; ontwikkelen en testen van format dataset op het IB-platform; genereren en beschikbaar stellen van testdatasets en productiedatasets; afstemmen interpretatie en verwerking dataset.
De kwaliteits- en integriteitscontroles die door het Inlichtingenbureau zullen worden uitgevoerd, in samenwerking met het Ketenbureau, zullen op hoofdlijnen uit de volgende activiteiten bestaan: • • • • • •
opstellen controleplan; uitvoeren controles op basis van testdatasets; uitvoeren controles op basis van productiedata; opstellen analyse n.a.v. controles; bespreken analyse met betrokken partijen; opstellen definitieve conclusie controles en delen met betrokken partijen.
De dataverwerking en -analyse door het CPB bestaat op hoofdlijnen uit de volgende activiteiten: • • • • • •
gereed maken van de eigen systemen voor het houdbaarheidsonderzoek Wmo en de groeiraming jeugdzorguitgaven; verwerken van geleverde data in systemen; opstellen nieuwe middellange termijn verkenning zorg; afstemmen ramingen mlt-zorg met regiegroep; voorleggen ramingen aan betrokken partijen; publiceren ramingen.
Onderzoeksresultaat Het CPB maakt een nieuwe middellangetermijn-verkenning zorg (de publicatiedatum staat nog niet definitief vast maar is naar verwachting Q4-2023 of Q1-2024).
Planning Activiteiten
Gemeenten
IBD
IB
KB
VNG
VWS
CPB
Q1 2023 -
Bepalen dataset
X 4
Activiteiten
Gemeenten
IBD
IB
-
Opstellen controleplan
-
Opstellen DPIA voor gemeenten
-
Retour zenden pilotovereenkomst aan IB
-
Ontwikkelen en testen van format dataset op het IB-platform
X
-
Genereren en beschikbaar stellen van testdatasets
X
-
Uitvoeren controles op basis van testdatasets
X
KB
VNG
VWS
CPB
X
X
X
X X X
Q2 2023 -
Genereren en beschikbaar stellen van productiedatasets
X
-
Uitvoeren controles op basis van productiedata
X
-
Opstellen analyse n.a.v. controles
X
-
Bespreken analyse met betrokken partijen
X
-
Opstellen definitieve conclusie controles en delen met betrokken partijen
X
-
Bepalen geschiktheid data berichtenverkeer n.a.v. conclusie
-
Gereedmaken van de eigen systemen voor houdbaarheidsonderzoek en groeiraming
X
-
Verwerken van geleverde data in systemen (1e levering)
X
-
Afstemmen interpretatie en verwerking dataset
X
X
Q3 2023 -
Verwerken van geleverde data in systemen (2e levering)
-
Afstemmen interpretatie en verwerking dataset
-
Opstellen nieuwe middellangetermijn-verkenning zorg
X X
X X
Q4 2023 -
Bespreken ramingen met regiegroep
X
-
Voorleggen ramingen mlt zorg aan betrokken partijen
X 5
Activiteiten -
Gemeenten
IBD
IB
KB
VNG
VWS
Publiceren ramingen
CPB X
Publicatie Het CPB publiceert het houdbaarheidsonderzoek Wmo en de groeiraming jeugdzorguitgaven (CEP2024) in het vierde kwartaal 2023 of uiterlijk eerste kwartaal 2024. Dit zijn de eerste ramingen waarin de nieuwe middellangetermijn-verkenning zorg is verwerkt.
Contact
Contactpersoon bij VNG is Linda Hazenkamp (06 23092661, linda.hazenkamp@vng.nl). Contactpersoon bij CPB is Anne-Fleur Roos (088 9846000, A.F.Roos@cpb.nl). Contactpersoon bij Stichting Inlichtingenbureau is Paul de Koning (06 52749742, PdeKoning@inlichtingenbureau.nl) Contactpersoon bij Ketenbureau i-Sociaal Domein is Robin Bertus (06 53548454, robin.bertus@i-sociaaldomein.nl)
6
Bijlage I – Brief aan leden Beschikbaarstelling Wmo gegevens Bijlage bij ledenbrief 4 november 2022: “Uitnodiging Najaars ALV 2 december 2022”
Oproep van het bestuur aan de leden Om hun medewerking te verlenen aan de verstrekking van Wmo en jeugdzorg gegevens door het Inlichtingenbureau aan het Centraal Planbureau (CPB) ten behoeve van het door het CPB uit te voeren Houdbaarheidsonderzoek Wmo en de groeiraming jeugdzorg.
Aanleiding De VNG heeft overeenstemming met het Rijk over de uitvoering van een middellange termijn (5 jaar) houdbaarheidsonderzoek maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugdzorg. Met dit onderzoek willen we inzicht krijgen in de vraag hoe het beroep op de Wmo 2015 en de Jeugdwet zich op de middellange termijn (5 jaar) ontwikkelt op basis van demografische en maatschappelijke ontwikkelingen bij een gelijkblijvend wettelijk kader en een gelijkblijvende gemeentelijke uitvoering. Doel van dit onderzoek is om een gezamenlijk beeld te krijgen van de opgave in de Wmo 2015 en de Jeugdwet en daarnaast te bevorderen dat VNG en Rijk gezamenlijk en proactief kunnen sturen op de fundamentele vraagstukken voor de lange termijn. Voor meer informatie over de inhoud van het houdbaarheidsonderzoek Wmo wordt verwezen naar bijlage II bij dit voorstel. Het CPB is door VWS gevraagd dit onderzoek uit te voeren en heeft daarvoor een beschrijving van de benodigde gegevens aangeleverd (zie bijlage I bij dit voorstel). De kosten van het onderzoek zullen gedragen worden door VWS. Wanneer de gevraagde data op tijd beschikbaar kunnen worden gesteld, zal het CPB het onderzoek waarschijnlijk in het vierde kwartaal van 2023 kunnen opleveren.
Onderzoeksgegevens die het CPB nodig heeft Voor het onderzoek heeft het CPB data nodig die inzicht bieden in de gemiddelde zorguitgaven per leeftijd aan respectievelijk Wmo- en jeugdzorg. Deze data zijn gedeeltelijk te verkrijgen via het Inlichtingenbureau (hierna IB). Het IB faciliteert de gegevensuitwisseling tussen gemeenten en aanbieders en is verwerker van deze data namens gemeenten. Conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is iedere gemeente verwerkingsverantwoordelijke voor haar eigen data en moet toestemming geven aan het IB om deze data te kunnen verwerken waaronder het verstrekken aan het CPB. Hoe kunnen deze data verkregen worden? Om deze data beschikbaar te krijgen is de medewerking van alle gemeenten nodig. Iedere gemeente moet als verwerkingsverantwoordelijke toestemming geven aan het IB om de door het CPB gevraagde gegevens, binnen de wettelijke kaders van de AVG, verder te verwerken en te leveren. Er worden aan het CPB geen gegevens op individueel (persoonsgegevens) of gemeentelijk niveau verstrekt. De aanvraag van het CPB betreft enkel totalen voor heel Nederland. Het IB zal - voor levering aan het CPB - op de gegevens een kwaliteits- en integriteitscheck uitvoeren. 7
Beperktheid gegevens IB Het is op dit moment niet mogelijk om een compleet landelijk beeld te krijgen van alle relevante uitgaven van Wmo en jeugdzorg. In elke gemeente is er een ander samenspel tussen inwoners, maatschappelijk middenveld, zorgaanbieders en gemeenten. Daarnaast beschikt het IB niet over alle gegevens van de uitgaven aan Wmo en jeugdzorg. Dit maakt een kwaliteitscheck voorafgaand aan levering van de data aan CPB noodzakelijk.
Aanpak om de toestemming van alle gemeenten te krijgen De VNG zal het proces om de toestemming van alle gemeenten te verkrijgen faciliteren. Wij benadrukken het belang van het houdbaarheidsonderzoek Wmo en jeugdzorg. Het is daarvoor van belang dat de leden individueel zo snel als mogelijk hun schriftelijke toestemming geven aan het IB om de gevraagde data te verwerken en aan het CPB te leveren en hun medewerking verlenen. De VNG zal een ledenbrief sturen waarin staat om welke data het gaat inclusief een toelichting over doel en noodzaak. We zullen een DPIA uitvoeren om de besluitvorming door gemeenten te ondersteunen. Ook zullen we een administratief proces inrichten om het de leden zo gemakkelijk mogelijk te maken om hun toestemming te verlenen. Niettemin moeten we de administratieve lasten van dit proces niet onderschatten. Indien we ons maximaal inspannen, schatten we in dat we de toestemming van circa 300 gemeenten kunnen krijgen. Met het CPB is afgesproken dat we dan met hen in overleg gaan over de mate van representativiteit.
Onderzoek beschikbaar stellen van gegevens voor bredere doeleinden Ook wordt voorgesteld te onderzoeken of de op te vragen gegevens ten behoeve van het houdbaarheidsonderzoek Wmo en de groeiraming jeugdzorg voor bredere doeleinden kunnen worden gebruikt. Dit dient uiteraard vooraf helder gedefinieerd te worden en betreft nu vooral een onderzoeksvraagstuk. Hiermee willen we voorkomen dat in de (nabije) toekomst wederom bovengenoemde aanpak moet worden gehanteerd voor vergelijkbare onderzoeken of doeleinden.
Streven naar een structurele oplossing voor het beschikbaar stellen van lokale data Er is grote behoefte aan data over de uitgaven van Wmo en jeugdzorg voor landelijk onderzoek. Naast de VNG en het rijk, hebben ook Vektis, het Zorginstituut en de NZA behoefte aan deze data. We lopen daarbij steeds aan tegen het kostbare en tijdrovende probleem van het verkrijgen van de toestemming van elke individuele gemeente. Een structurele oplossing voor dit probleem is een aanpassing van de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot het, binnen de kaders van de AVG, beschikbaar stellen van data. Het Ketenbureau i-Sociaal Domein en het IB voeren al langere tijd gesprekken met VWS om tot een structurele oplossing te komen. Het zal tijd kosten om hierover overeenstemming te bereiken en de eventuele aanpassing van wet- en regelgeving is een zaak van langere adem. Voor het uitvoeren van het houdbaarheidsonderzoek Wmo en de groeiraming jeugdzorg kunnen we daar niet op wachten. Bijlagen: 1. Beschrijving van de gegevens die het CPB nodig heeft voor het houdbaarheidsonderzoek Wmo en de groeiraming jeugdhulp 2. Beschrijving van de onderzoeksvragen en organisatie van het houdbaarheidsonderzoek Wmo. 8
Zie ook volgende link voor de formele agenda en vergaderstukken (Najaar-ALV): https://vng.nl/artikelen/agenda-en-stukken-najaars-alv-2-december-2022
9
Bijlage II - Lijst met benodigde gegevenselementen In deze bijlage wordt de data beschreven die op dit moment nog niet beschikbaar zijn is. Voor het apart uitvoeren van een houdbaarheidsonderzoek Wmo en groeiraming jeugdzorguitgaven zijn er meer verschillende databronnen noodzakelijk die al (openbaar of onderhands) in het juiste format in Nederland beschikbaar zijn. Data omschrijving en indeling Ten behoeve van het houdbaarheidsonderzoek Wmo en de groeiraming jeugdzorguitgaven zijn nodig: de Wmo-uitgaven en de Jeugdzorguitgaven per jaar vanaf het jaar 2019 (pre-corona)4. De indeling die nodig is, is voor beide zorgsectoren (Wmo- en jeugdzorg) hetzelfde, namelijk per leeftijdscategorie (0 jaar, 1 jaar, 2 jaar, ....., 98 jaar, en 99 jaar of ouder) en per geslacht. De leeftijdsprofielen zullen voor Wmo- en jeugdzorg apart moeten worden gepubliceerd (op nationaal niveau). Aggregatieniveau Het gaat uitdrukkelijk niet om data op individueel of gemeentelijk niveau. De aanvraag betreft enkel totalen voor heel Nederland volgens de indeling zoals hierboven beschreven. De benodigde data zijn verkort weergegeven in tabel 1. Het gaat dus bijvoorbeeld om de totale Nederlandse uitgaven aan Wmo voor mannen van 70 jaar. uitgaven aan Wmo (mannen)
uitgaven aan Wmo (vrouwen)
uitgaven aan jeugdzorg (mannen)
uitgaven aan jeugdzorg (vrouwen)
0-jaar 1-jaar 2-jaar … … 98-jaar 99-jaar en ouder Tabel 1: uitgaven naar leeftijd en geslacht voor heel Nederland per jaar (vanaf 2019), zoals aan CPB zal worden aangeleverd.
Data berichtenverkeer IB verwerkt de beschikbare gegevens uit het iJw en iWmo-berichtenberkeer (zie tabel 2 hieronder) tot een geaggregeerde niet tot de persoon en gemeente herleidbare gegevensset conform tabel 1. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van onderstaande gegevens. Data Berichtenverkeer Data element Toelichting Leeftijd Geboortedatum 303: Client, LDT_Datum Datum wordt gebruikt om leeftijdscategorie te bepalen. Uitgaven Declaraties 303: Prestatie, LDT_Bedrag Geaccordeerde declaraties/ Idem 304, 323 en 325 facturen worden per cliënt en per domein opgeteld binnen leeftijdscategorie. Man/vrouw Geslacht 303: Client, LDT_Geslacht Uitgaven worden gesplitst naar Idem 323 man/vrouw
4
Het gaat hierbij om cijfers die aansluiten bij de CBS definitie, zie https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84121NED/table?dl=6FA53. 10
Data Cliënt
Berichtenverkeer BSN
Data element 303: Client, LDT_Burgerservicenummer, idem 323
Toelichting Wordt gebruikt om aantal unieke cliënten per leeftijdscategorie te bepalen. BSN wordt niet meegeleverd!
Tabel 2: benodigde gegevens uit Jw- en Wmo-berichtenverkeer om benodigde data voor CPB te creëren.
Dekking Ten behoeve van de kwaliteit van de ramingen, is landelijke dekking noodzakelijk. Kwaliteits- en integriteitscontroles In januari 2023 zal door het Ketenbureau een controleplan worden opgeleverd waarin alle data staan beschreven die nodig zijn voor de controles. De beperkingen van het iJw- en iWmoberichtenverkeer zoals genoemd in bijlage III worden meegenomen in het controleplan. De IBD zal het uitvoeren van de controles en de daarbij benodigde data meenemen bij het opstellen van de DPIA. De data worden alleen intern binnen het Inlichtingenbureau verwerkt voor het uitvoeren van de controles. De data waarmee de kwaliteits- en integriteitscontroles worden uitgevoerd, zijn gepseudonimiseerd. Alleen in geval van twijfel over de kwaliteit of integriteit van de data zal contact worden opgenomen met de betreffende gemeente voor overleg. De uitkomsten van de controles worden gedeeld met het CPB en de overige betrokken partijen. Het CPB ontvangt geen gegevens op individueel of op gemeentelijk niveau. Zie bijlage 3 voor een toelichting op de voor nu voorziene controles.
11
Bijlage III - Kwaliteits- en integriteitscontroles Onderstaand zijn de kwaliteits- en integriteitscontroles die op het moment van opstellen van het plan van aanpak voorzien worden. Deze zijn derhalve niet uitputtend. In januari zal een definitief controleplan worden opgesteld waarin gedetailleerd omschreven zal staan welke controles uitgevoerd zullen worden en op welke wijze. Type Kwaliteits/Integriteitscontrole
Minimale waarde*
Overleg met CPB
Streefwaarde
Indicator kwaliteits-norm
Referentie bron
* Is uitgangspunt; Definitieve waarde wordt bepaald in overleg VNG/VWS en CPB.
Compleetheid: de mate waarin gegevens aanwezig zijn Consistentie: de mate waarin de gegevens vrij van tegenspraak zijn en samenhang vertonen met andere gegevens Juistheid: de mate waarin de gegevens de echte waarde goed weergeven
-
Uitgaven Wmo (per gemeente, landelijk, zorgvorm)
80%
Tussen 80%-90%
90%
Overheid; sociale uitkeringen
CBS5
-
Uitgaven Jw (idem)
80%
Tussen 80%-90%
90%
Overheid; sociale uitkeringen
CBS6
-
Omvang populatie - Wmo (per gemeente, landelijk, zorgvorm, leeftijdscategorie)
80%
Tussen 80%-90%
90%
Wmo-cliënten; type maatwerkarrangement, regio,
CBS7
-
Omvang populatie – Jw (idem)
80%
Tussen 80%-90%
90%
Kerncijfers over jeugdzorg
CBS8 9
-
Omvang populatie als percentage van inwoners gemeente
Bij een afwijking van meer dan 50% van het landelijke gemiddelde geëxtrapoleerd naar inwonersaantal van betreffende gemeente: overleg met gemeente
CBS10
-
Normaalverdeling leeftijdsopbouw11
80%
Tussen 80%-90%
90%
-
Aanwezigheid gegevens bij taakgerichte uitvoeringsvariant
80%
Tussen 80%-90%
90%
CBS12 Standaard administratie protocol Taakgericht versie 3.1.2
Ketenbureau
Plausibiliteit: de mate waarin de gegevens worden beschouwd als waar en geloofwaardig door gebruikers
-
Landelijke toets
80%
n.v.t.
90%
Klankbordgroep gemeenten
-
Gemeentelijke toets
< 80%
n.v.t.
n.v.t.
Individuele gemeente
-
Ontbreken declaraties
< 20%
altijd
< 10%
Afwezigheid declaratie bij aanwezigheid verzoek om toewijzing, toewijzing of start zorg
5 http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84580NED/table?dl=737CF 6 http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83454NED/table?dl=74C89 7 https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83262NED?q=wmo%20populatie%20totaal 8 https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20246NED/table?ts=1670325721882 9 https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20311NED/table?ts=1670325905196 10 Bij Jeugdhulp nog bepalen of noemer aantal inwoners tot 18 jaar of 23 jaar is 11 Inclusief check op leeftijden (ver) boven 23 jaar bij jeugdhulp 12 http://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85100NED/table?dl=74C94
12
NB1: aangezien de gegevens over 2019 beschikbaar zijn vanaf augustus worden deze geëxtrapoleerd voor het hele jaar. NB2: toetsing op gegevens bij CBS vindt plaats voor de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022 met als kanttekening dat de voorlopige cijfers over heel 2022 vanaf 28 april 2023 beschikbaar zijn bij CBS. NB 3: Uitgaven zijn niet beschikbaar in de data van het berichtenverkeer indien gebruik wordt gemaakt van de taakgerichte uitvoeringsvariant. In hoeverre aantallen cliënten aanwezig zijn, wordt getoetst.
13
Bijlage IV - beperkingen in het iWmo en iJw berichtenverkeer In onderstaande tabel zijn de op dit moment bekende en verwachte beperkingen van data uit het iJwen iWmo-berichtenverkeer kort beschreven aan de hand van kwaliteitscriteria. Voor de transparantie vinden wij het belangrijk om deze zo volledig mogelijk te benoemen. Hieruit kan echter nog geen conclusie worden getrokken, aangezien de kwaliteits- en integriteitscontroles nog moeten uitwijzen in hoeverre deze beperkingen ook daadwerkelijk relevant en van toepassing zijn voor het onderzoek. Criterium Algemeen
Beperking berichtenverkeer Centrale landelijke analyse vs uitvoering van een decentrale wet
Maatschappelijke uitdagingen vs systeemwereld van gemeenten
Toelichting De keuzes die lokaal gemaakt zijn bij het opstellen van het Jw/Wmo beleid en de wijze waarop de gemeenten de uitvoering vormgeven hebben invloed op de beschikbaarheid en de zeggingskracht van de informatie die wordt gedestilleerd uit de processen. Dit heeft effect op de resultaten wanneer je deze aggregeert naar landelijk niveau. De analyse is ook op dit vlak een andere dan de Zvw en de Wlz, die centralistisch en landelijk (in hoge mate) uniform zijn. Kortom, een landelijk beeld over een decentrale wet is altijd anders, vanwege de lokale veelvormigheid en de veelzijdigheid van beleid en uitvoering. Gemeenten hebben een diversiteit aan collectieve maatschappelijke uitdagingen: ontgroening, vergrijzing, armoede en schulden, wonen en veiligheid zijn vraagstukken die overal spelen. Vanuit de ‘leefwereld’ van de inwoner spelen overal min of meer dezelfde maatschappelijke uitdagingen. Maar de ‘systeemwereld’ van de gemeenten sluit daar overal net iets anders op aan (zie bijvoorbeeld de diversiteit in opbouw en samenstelling van wijkteams, in bekostigingsmodellen en in de inkoop). Dit leidt ertoe dat in elke gemeente er een ander samenspel is tussen inwoners, maatschappelijk middenveld, zorgaanbieders en gemeenten. Door dit 'plat te slaan' en alleen te kijken naar uitgaven aan maatwerkarrangementen zie je dus maar een deel van de uitvoeringswerkelijkheid.
14
Criterium
Actualiteit De mate waarin gegevens recent genoeg zijn
Beperking berichtenverkeer Leeftijdsontwikkeling vs ontwikkelingen in aanpalende domeinen
Toelichting
Data 2019 beschikbaar vanaf augustus
Bij het Inlichtingenbureau is data uit het berichtenverkeer beschikbaar sinds augustus 2019. Wanneer we besluiten de data uit declaraties te halen, dan wordt juli (deels) meegenomen, gelet op achteraf declareren. Aanbieders declareerden in 2019 nog zowel op 4wekelijkse als op maandbasis achteraf. Aanbieders kunnen wettelijk gezien zorg declareren die tot 5 jaar terug is geleverd, tenzij hiervoor andere afspraken zijn gemaakt in contracten. In het berichtenverkeer is wel onderscheid gemaakt tussen de declaratie- en de productperiode (= tijdstip geleverde zorg). In het onderzoek van CPB wordt alleen gekeken naar de geïndiceerde maatwerkdienstverlening. Algemene voorzieningen en de sociale basisvoorzieningen blijven hier buiten beschouwing. Vanuit het oogpunt van financiële houdbaarheid is deze keuze te billijken: de grootste effecten op de financiële houdbaarheid worden verwacht ten aanzien van de betaalbaarheid van de maatwerkvoorzieningen. Maar let op: een deel van de gemeenten kiest ervoor om ook zaken als hulp bij huishouding als 'sociale basisvoorziening' te leveren. Dit blijft dan bij sommige gemeenten ook buiten beschouwing. Het BSN is een verplicht veld in het berichtenverkeer. Doordoor missen we bijvoorbeeld asielzoekers en cliënten met een geheim BSN die in een Veilig Thuis situatie zitten.
De totale zorguitgaven worden sterk beïnvloed door wat er gebeurt in andere domeinen. Het is een enorme onderschatting van de complexiteit van de zorgvraag door alleen te kijken naar de leeftijdsontwikkeling. Ouderdom (/leeftijd) bepaalt maar een beperkt deel van de zorgvraag. Je moet ook kijken naar ontwikkelingen in huishoudens (minder kinderen, dus minder potentiële mantelzorgers; toenemende afstand tussen woonplaats van kinderen en ouders; meer alleenstaanden); en financiële situatie. Armoede, schulden en echtscheidingen hebben een direct verband met ondersteuning vanuit Zvw, Wmo en Jeugdhulp. Daarnaast is er ook een koppeling tussen onderwijs en zorg. Kortom, de ontwikkeling van de zorgvraag zit complex in elkaar. Gegevens worden dagelijks De nieuwe data uit het berichtenverkeer wordt opgeslagen dagelijks toegevoegd. Dat betekent dat de data in het datawarehouse tot maximaal 1 dag achterloopt bij de data die is uitgewisseld tussen gemeenten en aanbieders via het berichtenverkeer.
Facturen/declaraties worden met vertraging ingediend
Compleetheid De mate waarin gegevens aanwezig zijn. (Alleen data uit berichtenverkeer)
Algemene en sociale basisvoorzieningen blijven buiten beschouwing
Berichtenverkeer ondersteunt geen cliënten zonder BSN Activiteiten wijkteams lopen buiten berichtenverkeer om
Data betreft alleen facturatie via het berichtenverkeer iWmo en iJw. Hierdoor blijft de hulp geleverd door het gemeentelijke wijkteam (zowel jeugd als Wmo) buiten beeld. Interne 15
Criterium
Beperking berichtenverkeer
Toelichting gemeentelijke facturatie gaat niet via berichtenverkeer.
Niet alle hulpmiddelen via berichtenverkeer
De toewijzing en declaratie/facturatie van hulpmiddelen, zoals woningaanpassingen, trapliften en scootmobielen, loopt niet altijd via het berichtenverkeer. Circa 80 gemeenten maken gebruik van het berichtenverkeer voor de levering van (rollende hulpmiddelen). Daarvoor stuurt de aanbieder vaak een aparte (eenmalige) factuur. Steeds meer hulpmiddelen leveranciers en gemeenten zijn de afgelopen jaren wel gebruik gaan maken van het berichtenverkeer en in de nabije toekomst wil men met nieuwe berichten speciaal voor hulpmiddelen gaan werken om zo het gebruik verder te vergemakkelijken en stimuleren. Belangrijkste probleem hierbij is dat zorg en ondersteuning in Jw en Wmo BTW vrijgesteld is. Echter bij de levering van hulpmiddelen en trapliften heb je te maken met verschillende BTW tarieven (hoog en laag tarief). Voor het toekomstige berichtenverkeer moeten er nog afspraken worden gemaakt welke bedrag(en) in het berichtenverkeer worden gedeeld (uiteindelijk is voor de gemeentelijk administratie het bedrag incl. BTW het belangrijkst omdat de gemeente de BTW toch niet kan verrekenen).
Taakgerichte uitvoeringsvariant loopt deels via berichtenverkeer
De taakgerichte uitvoeringsvariant onderscheidt zich van de andere twee varianten (inspanningsen outputgericht) doordat bij deze variant bekostiging van zorg niet en verantwoording over de geleverde zorg (deels) niet op cliëntniveau plaatsvindt. Er wordt een taak toegekend voor een vast budget, gericht op een specifieke (deel)populatie of opdracht waarbij de gecontracteerde aanbieder(s) de ruimte krijgt/krijgen om de invulling van de taak samen met de cliënt in te vullen. Dit biedt potentiële voordelen bij de inrichting van het sociaal domein zoals een eenvoudiger administratie, betere financiële beheersing, meer ruimte voor maatwerk voor de professional en een focus op kwaliteit van dienstverlening. Bij deze systemen verschilt de manier waarop de gemeente inzicht in de uitgaven vereist. Vaak is dit niet op clientniveau. Die informatie zal wel bij de uitvoerder beschikbaar zijn, maar is lang niet altijd bij de gemeente aanwezig. In deze gevallen gaat er een totaalbedrag naar de uitvoerder en volgt de verantwoording op het niveau van de geleverde dienst of op de resultaten die zijn bereikt bij de doelgroep. Wel is data beschikbaar over gemeenten die deze variant gebruiken en voor welke zorgvormen.
16
Criterium
Beperking berichtenverkeer Data betreft zorg in natura en geen Pgb
Vervoer wordt niet altijd via berichtenverkeer verrekend
Niet hele proces van verwijzing in beeld
Consistentie De mate waarin gegevens vrij van tegenspraak zijn en samenhang vertonen met andere gegevens.
Toelichting In het berichtenverkeer wordt alleen data uitgewisseld in het kader van zorg in natura (ZIN). Persoonsgebonden budgetten verlopen slechts deels via het berichtenverkeer (toekenningen) en declaratie/facturatie is er helemaal buiten (via de SVB). Momenteel wordt een nieuw systeem geïntroduceerd (PGB 2.0) waar in 2022 zes gemeenten van gebruik maken en waar in de komende jaren alle gemeenten gebruik van moeten gaan maken. In deze situatie worden toewijzingen uitgewisseld via het berichtenverkeer met het Inlichtingenbureau als schakelpunt en wordt deze PgB data wel inzichtelijk (facturen aanbieders nog niet!). PgB cliënten vormen een beperkt deel van de Jw/Wmo populatie (nog inzichtelijk maken). Deze data is via de SVB of VWS verkrijgbaar. Gemeenten wisselen ook data uit met het CAK via het Inlichtingenbureau. Deze data wordt echter alleen op meta-niveau (envelop) opgeslagen. Vervoerskosten worden niet altijd verrekend via het berichtenverkeer en soms zijn deze kosten opgenomen als onderdeel van andere geleverde zorg. Het berichtenverkeer is niet ingericht om de diversiteit van berekeningen van vervoerskosten te faciliteren. Het proces via de medische verwijsroute (o.a. huisarts, ca. 60% van de zorg) of vanuit de jeugdbeschermingsketen tot aan de jeugdhulp is niet in beeld.
Pas vanaf het moment dat de aanbieder een verzoek om toewijzing stuurt met daarin de type verwijzer, is de zorg bekend in het berichtenverkeer.
Productcategorieën/-codes Binnen het berichtenverkeer worden 31 onvoldoende vergelijkbaar productcategorieën (16 Jw, 15 Wmo) gebruikt die weer verder onderverdeeld zijn in 923 landelijke productcodes (570 Jw en 353 Wmo) en duizenden gemeente specifieke productcodes (alleen jeugd al bijna 4.000 in totaal). Zowel de productcodes als in mindere mate de productcategorieën - die wel verplicht zijn - worden niet eenduidig gebruikt en ingezet voor zorg. Zie bijvoorbeeld GMSD data (Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein) waar bij een gemeente de HH van 4.000 in 2018, naar 0 in 2019 naar 16.000 gebruikers in 2020 (invoering abonnementstarief) ging. Processen gemeenten De uitvoeringsprocessen zijn niet uniform verschillend ingericht ingericht en dit heeft weer zijn weerslag in hoe om wordt gegaan met informatie die wordt uitgewisseld. Bijv. de wijkteams opereren verschillend; de ene is meer ‘outreachend’ (en brengt beschikbare hulp actief onder de aandacht en zet sterk in op preventie) de andere is meer ‘reactief’ (wacht op de aanvraag en beoordeelt eerst welke hulp vanuit de sociale omgeving kan worden gemobiliseerd). 17
Criterium
Beperking berichtenverkeer
Toelichting
Gegevensdefinities niet volledig uniform
Binnen het berichtenverkeer worden de gegevensdefinities vanuit iStandaarden gebruikt. Echter de feitelijke invulling daarvan kan verschillen (zie ook processen en decentraal beleid).
Geleverde zorg is niet altijd Hulpmiddelen en diensten worden geleverd aan toe te wijzen aan een huishoudens van meerdere personen. persoon Bijvoorbeeld hulp bij de huishouding komt ten goede aan alle leden van het huishouden, maar wordt geregistreerd op naam van de aanvrager. Het zou kunnen zijn dat deze bij m/v-echtparen meestal wordt aangevraagd op naam van de vrouw. Dit kan leiden tot een vertekening in de cijfers. Ook voor jeugd geldt: opvoedondersteuning wordt geregistreerd op naam van de jeugdige, maar wordt geleverd aan ouders/verzorgers. Het gaat hier nl niet om zorg aan een lichaam, maar zorg aan/ondersteuning van een huishouden. Basisjaar 2019 geeft een vertekend beeld
In 2020 is het Abonnementstarief Wmo ingegaan, wat een enorme toeloop en aanzuigende werking in de periode 2020-2022 tot gevolg heeft gehad. 2019 leidt dus sowieso tot een onderschatting van het Wmo-gebruik (zie verder ook beschikbaarheid data 2019 bij IB). De inflatie is in 2022 ongekend, terwijl de arbeidsmarkt in de zorg overspannen is. Beide zullen leiden tot stijgingen van uitgaven aan zorg. Het is niet duidelijk hoe dat in het model wordt verdisconteerd.
Definitie "zorg" verschillend in landelijke databronnen
Binnen het berichtenverkeer wordt de (geleverde) zorg gedefinieerd door productcategorieën met onderliggende productcodes. Andere landelijke databronnen kennen verschillende definities. Ter illustratie: de nieuwe IV-3 taakvelden voor jeugd (2023) corresponderen met de 570 landelijke productcodes, echter ze sluiten niet één-op-één aan bij de bovenliggende productcategorieën (slechts 4 van de 14 zijn uniek gerelateerd); Naast de 570 landelijke productcodes zijn er nog duizenden (naar schatting ruim drieduizend) gemeente specifieke productcodes waar nu moeilijk een vergelijking mee kan worden gemaakt.
18
Criterium
Beperking berichtenverkeer Toets door gemeenten
Toelichting
Plausibiliteit De mate waarin gegevens worden beschouwd als waar en geloofwaardig door gebruikers.
Toets door gemeenten
In 2020 heeft is een proef uitgevoerd met 12 gemeenten. Deze gemeenten hebben aangegeven dat de data die zij ontvingen via het Inlichtingenbureau overeenkwam met de data in hun systemen. Sinds 2021 is het product Ketendata beschikbaar bij het Inlichtingenbureau waar inmiddels ruim 100 gemeenten gebruik van maken. Hiermee wordt in de praktijk de plausibiliteit van de gegevens getoetst door de deelnemende gemeenten.
Toegankelijk Digitale diensten van de overheid zijn voor iedereen bruikbaar oftewel ‘digitoegankelijk’.
Alleen voor gemeente of samenwerkingsverband
Data uit het berichtenverkeer wordt alleen beschikbaar gesteld aan de desbetreffende gemeente of samenwerkingsverband (eigen data). Voor verstrekking aan derden is een opdracht van elke individuele gemeente (als gegevensverantwoordelijke) nodig. Voor het Ketenbureau is de data niet toegankelijk anders dan de metadata van de berichten (envelop niveau). De overige data uit de payload (inhoud van de envelop) is een black-box. Door regelmatige contacten met gemeenten, aanbieders en hun softwareleveranciers en door uitgevoerde onderzoeken (o.a. CBS) hebben we wel inzicht in de datakwaliteit en het gebruik van het berichtenverkeer. We weten bijvoorbeeld dat data uit het berichtenverkeer overeenkomt met de data die gemeenten in hun eigen systemen hebben staan. Een wettelijke bevoegdheid aan IB om data onder voorwaarwaarden - beschikbaar te mogen stellen zou de administratieve last van 344 keer uitvragen kunnen oplossen. Uiteindelijk moet altijd sprake zijn van een valide grondslag voor het verstrekken van de gegevens.
Juistheid De mate waarin gegevens de echte waarde goed weergeven.
In 2020 heeft is een proef uitgevoerd met 12 gemeenten. Deze gemeenten hebben aangegeven dat de data die zij ontvingen via het Inlichtingenbureau overeenkwam met de data in hun systemen. Sinds 2021 is het product Ketendata beschikbaar bij het Inlichtingenbureau waar inmiddels ruim 100 gemeenten gebruik van maken. Hiermee wordt in de praktijk de plausibiliteit van de gegevens getoetst door de deelnemende gemeenten.
19