CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

03-01-04 bijlage-2-eerste-uitwerking-naar-een-toekomstbeeld-spoorgoederenvervoer

Gemeenteraad 31 januari 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken 0310.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op deze wijze wordt invulling gegeven aan de motie van de leden Minhas en Van der Molen.20 De uitdagingen die vanuit het traject Gezamenlijk Ambitienetwerk Spoorgoederenvervoer geïdentificeerd zijn, zijn hiervoor een goed startpunt.

Naar minder lasten voor de leefomgeving De groei van het spoorgoederenvervoer moet plaatsvinden binnen de kaders van een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving. Dit staat op gespannen voet met de ambitie om nieuwe woningbouw waar mogelijk te realiseren in de buurt van ov-knooppunten en in stadscentra en woningbouwplannen dichtbij het spoor. Ik zie dat omwonenden langs het spoor overlast ervaren en dat lokale overheden zoeken naar de balans tussen de verdichtingsopgave langs het spoor en het spoorgoederenvervoer, in het bijzonder het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bewoners en overheden langs het spoor maken zich ook zorgen over wat groei van het spoorgoederenvervoer voor hen betekent en over de impact van de energietransitie op het vervoer van gevaarlijke

18

Kamerstukken II, vergaderjaar 2022-2023, 36 200 XII, nr. 48.

19

TZ202306-126 en TZ202306-127

20

Kamerstukken II, vergaderjaar 2022-2023, 29 984 XII, nr. 998.

Naar een Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer

stoffen. Ook de onzekerheid over nieuwe spoorverbindingen geeft onrust. Ik snap deze zorgen goed. De prognoses voor het spoorgoederenvervoer zijn met onzekerheid omgeven en het is nog niet duidelijk wat de energietransitie gaat betekenen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Ik begrijp dat bewoners langs het spoor minder spoorverkeer willen en ik vind ook dat het de ambitie moet zijn om zoveel mogelijk gevaarlijke stoffen via buisleidingen te vervoeren. Tegelijkertijd leidt inkrimping van het spoorgoederenvervoer ook tot allerlei ongewenste negatieve effecten in termen van bijvoorbeeld klimaat, congestie, vervuiling en onveiligheid en kent de modal shift potentie van spoor naar buis haar grenzen. Het KiM brengt op dit moment in kaart welke gevolgen een toename van spoorgoederenvervoer heeft op de brede welvaart. Zo wordt inzichtelijk wat voor- en nadelen zijn van de modal shift, inclusief gevolgen voor de leefomgeving. Ik wil samen met omwonenden, overheden en de sector bezien wat effectieve en haalbare oplossingen zijn om de impact van het spoorgoederenvervoer op de leefomgeving te verminderen. Hierin wil ik ook de aanbevelingen uit het Actieplan Leefbaar Spoor betrekken. Ik ben blij met de stappen die gezet zijn om de impact van het geluid van het spoorgoederenvervoer op de omgeving te verminderen en vind dat we hiermee voortvarend verder moeten gaan.

We moeten de lasten die bewoners van het spoorgoederenvervoer ervaren serieus nemen en tot doel hebben om de hinder verder te verminderen. Dit betekent werk maken van de aanpak van hoogbelaste locaties en van de ontwikkeling van een effectieve aanpak tegen trillingshinder. In 2024 verwacht ik een volgende stap te kunnen zetten in het voorbereiden van een landelijke aanpak van spoortrillingen. Daartoe werk ik nu een aantal scenario’s uit in een quickscan. Ik wil ook kijken naar mogelijkheden om meer te sturen op nieuwe bedrijvigheid om zo onnodige mobiliteit in de toekomst te voorkomen. Het Rijk wil met de Nota Ruimte meer regie nemen op de ruimtelijke ordening en de Mobiliteitsvisie beziet dit vraagstuk ook. Ik wil zorgdragen voor de inbreng van de belangen vanuit het spoorgoederenvervoer bij integrale besluitvorming op deze thema’s die mijn portefeuille overstijgen.

22

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Uitwerking maatregelen langs scenario’s Om tot een gezamenlijke visie te komen voor het TBSGV ben ik een viertal aan scenario’s aan het uitwerken op basis van de drie pijlers people, planet en profit. Door te werken met een kwadrant van scenario’s probeer ik in kaart te brengen op welke verschillende manieren het spoorgoederenvervoer zich kan ontwikkelen in de komende jaren en hoe dit bijdraagt aan de geformuleerde beleidsdoelen. De assen waar deze scenario’s zich op baseren, lopen op een schaal van hoge of lage economische meerwaarde van het spoorgoederenvervoer en een situatie (zie figuur 10) met veel of weinig maatschappelijk draagvlak.

Naar een Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer

Scenario I: ‘In stand houden’ In het scenario ‘in stand houden’ is er geen grote toename van het spoorgoederenvervoer in de modal split. Er worden geen nieuwe spoorverbindingen aangelegd, het gelijke speelveld met overige vervoerswijzen blijft uit en er wordt beperkt geïnvesteerd in het terugdringen van overlast voor omwonenden. Het aandeel van spoorgoederenvervoer blijft ongeveer op het huidige niveau en er bestaat zelfs een risico op een reverse modal shift. Andere vervoerswijzen hebben de groei van de vraag naar goederenvervoer overgenomen. Beschikbare middelen worden ingezet voor het op orde houden van de bestaande infrastructuur en daarnaast wordt er in beperkte mate geïnvesteerd in no regret maatregelen. Er worden alleen kleine maatregen getroffen, zoals investeringen als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving of om de capaciteit beter te benutten (o.a. het beperkt mogelijk maken van het rijden met 740 meter treinen, optimalisatieslagen op de belangrijkste bovengemiddelde knooppunten in het achterland en digitaliseringsmaatregelen op emplacementen). Het risico bestaat dat Nederland niet tijdig aan alle Europese verplichtingen, bijvoorbeeld TEN-T, voldoet. De Betuweroute kan na afloop van de werkzaamheden aan het derde spoor weer volledig worden gebruikt.

In dit scenario worden beleidsambities voor de pijler planet niet gehaald, er komt geen modal shift op gang van de weg of binnenvaart naar het spoor met de bijbehorende daling in uitstoot van CO2. Het spoorgoederenvervoer is te weinig interessant voor bedrijven om nieuwe volumes naar het spoor te trekken en de basis voor het uitwijken van lading in het geval van verstoringen bij andere vervoerswijzen (bijvoorbeeld langdurig laag water) naar spoor is te smal om tijdelijk op te schalen. De overlast voor bewoners neemt door de benutting van de Betuweroute in dit scenario licht af. Ook innovaties aan het spoor en het materieel kunnen bijdragen aan een beperking van overlast. Daar staat tegenover dat andere vervoerswijzen de groei van de vraag naar goederenvervoer hebben ingevuld met de daarbij behorende effecten op onder andere uitstoot, congestie en veiligheid.

Scenario II: ‘Maximaal benutten’

Figuur 10: Kwadrant van vier scenario’s voor het vervolg van het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer.

In dit scenario neemt het aandeel van het spoorgoederenvervoer in de modal split toe. Het spoorgoederenvervoer heeft de positie verbeterd door zelf te investeren in een beter aanbod en innovatie. Door een aantal gerichte beleidsmaatregelen is het aandeel van het spoorgoederenvervoer in de modal split vergroot, zonder dat er grote investeringen in het netwerk gedaan worden. Het gelijke speelveld verbetert door het internaliseren van externe kosten bij overige vervoerswijzen en een verlaging van de gebruikersvergoeding of het verstrekken van subsidies voor het spoorgoederenvervoer. Het spoorgoederenvervoer is interessant voor bedrijven en er

23

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

vindt een volumegroei plaats. Het rijden van 740 meter treinen wordt mogelijk op de drukste goederencorridors. De bestaande infrastructuur kan beter worden benut door digitalisering en eventuele wijzigingen in de capaciteitsverdeling, maar de ruimte voor groei van spoorgoederenvervoer wordt beperkt door de capaciteit van het netwerk. De Betuweroute en overige goederencorridors worden maximaal benut en er is aandacht voor de beperking van hinder op de aanvoerende routes. De beleidsambities voor de pijler planet worden deels behaald. Er komt een modal shift op gang van weg naar spoor, maar deze wordt beperkt door de capaciteit van het netwerk. De pijler people komt sterk onder druk te staan. De overlast voor omwonenden neemt door de groei van het goederenverkeer op de bestaande corridors toe en dit wordt door maatregelen zoveel mogelijk weggenomen. De hinder door uitstoot en congestie van wegverkeer neemt wel af. Door het verbeteren van het gelijke speelveld en de groei van het spoorgoederenvervoer heeft dit scenario een positief effect op de pijler profit. Als gevolg van de groei van het aantal goederentreinen ontstaan er vaker capaciteitsknelpunten met reizigerstreinen.

Scenario III: ‘Omgeving’ In dit scenario blijft het volume van het spoorgoederenvervoer in de modal split gelijk. Andere vervoerswijzen hebben de groei van de vraag naar goederenvervoer overgenomen. In het beleid wordt prioriteit gegeven aan het verbeteren van de leefomgeving langs het spoor. De concurrentiepositie van het spoorgoederenvervoer in de pijler profit blijft gelijk of verslechtert hierdoor en de bijdrage van het spoorgoederenvervoer aan de klimaatambities van de pijler planet is laag. Bij maatregelen kan gedacht worden aan verschillende ingrepen zoals het investeren in geluidschermen langs het spoor, trillingsmaatregelen en het verminderen van de barrièrewerking van het spoor. Daarnaast kunnen er investeringen gedaan worden om meer nieuwe spoorverbindingen te creëren die stedelijke gebieden ontzien. De lasten van het spoorgoederenvervoer worden door maatregelen sterk verminderd en meer uitgesmeerd. Door de groei van het wegverkeer in plaats van spoorgoederenvervoer neemt de hinder in de vorm van uitstoot, congestie en overlast van het wegvervoer toe. Met nieuwe infrastructuur en nieuwe spoorverbindingen zal de betrouwbaarheid van het spoorgoederenvervoer toenemen ten opzichte van de huidige situatie.

Naar een Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer

Scenario IV: ‘Ambitie’ In het scenario ambitie verwerft het spoorgoederenvervoer een substantieel aandeel in de modal split en komt er meer ruimte beschikbaar op het netwerk in de vorm van nieuwe infrastructuur. Partijen die normaliter via een andere vervoerswijze producten vervoeren kunnen verleid worden om gebruik te maken van het spoor en er komt een modal shift op gang van de weg naar het spoor. In het netwerk worden investeringen gedaan om de hoge volumes op een goede manier af te handelen. Bijvoorbeeld door het mogelijk maken van 740 treinlengte op het volledige netwerk, minder hinder pakketten en het realiseren van nieuwe spoorverbindingen voor het goederenvervoer. Door de modal shift worden beleidsambities voor de pijler planet behaald en heeft dit scenario een positief effect op de pijler profit. Het spoorgoederenvervoer groeit fors en CO2 uitstoot van transport daalt. Op de pijler people zijn meerdere positieve aspecten te zien. De hinder voor omwonenden van het spoor zal door ontvlechting van infrastructuur en nieuwe spoorverbindingen afnemen. De ruimte voor reizigerstreinen neemt toe en er is ook een positief effect op de uitstoot en congestie van het wegverkeer.

Uitwerking governance Naast de inhoudelijke uitwerking wil ik de komende periode ook met alle belanghebbenden in gesprek over een effectieve governance voor de uitvoering en monitoring van de beleidsstrategie. Hiervoor wil ik de huidige overleggen met belanghebbenden kritisch bezien, zowel in nut en noodzaak als in bezetting. Hierbij zal ik ook kijken naar de vertegenwoordiging vanuit bewoners langs het spoor, medeoverheden en andere departementen. Met dit laatste heb ik recentelijk al een belangrijke stap genomen met de oprichting van het Platform Spoorgoederenvervoer en Leefomgeving. Ook dit Platform zal in de structuur een plek krijgen. Omdat de wereld niet stilstaat en er veel onzekerheid is over de toekomstige ontwikkelingen in spoorgoederenvervoer en mogelijke innovatie moet de beleidsstrategie ook flexibel blijven. Bij de manier van besturen is voldoende ruimte voor adaptatie een vereiste.

24

Naar een Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer

Dit is een uitgave van

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat www.rijksoverheid.nl/ienw 0800 - 8002 december 2023 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13725933/1