CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzebrief ontwerp Kadernota RUD Utrecht 2024.docx

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 15 december 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Zienswijzemogelijkheid Ontwerp Kadernota RUD Utrecht 20241.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad

VERSIE VOOR BESLUITVORMING Dagelijks bestuur RUD Utrecht T.a.v. de heer G. Spelt Archimedeslaan 6 3584 BA UTRECHT

Behandeld door

W.A.Bulthuis

Datum

volgt

Doorkiesnummer

0655498108

Ons zaaknummer

10669665

E-mail

w.bulthuis@utrecht.nl

Onderwerp

Zienswijze ontwerp Kadernota 2024

Uw briefnummer

1020471

Uw zaakkenmerk

Z/22/726858

Verzonden

Uw brief van

4 november 2022

Bij antwoord datum, zaaknummer en onderwerp vermelden

Geachte heer Spelt, Hartelijk dank voor het toezenden van de Ontwerp Kadernota 2024. Bij brief van 4 november 2022 heeft u de Ontwerp Kadernota (kenmerk Z/22/726858) aan onze griffie gestuurd. In uw brief verzoekt u ons, op grond van artikel 59 van de Wet Gemeenschappelijke Regeling, een eventuele zienswijze uiterlijk vrijdag 13 januari 2023 in te dienen zodat het Algemeen Bestuur de Ontwerp Kadernota 2024 in haar vergadering van 31 maart 2023 kan vaststellen. Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen maken wij graag gebruik. Zienswijze In de Kadernota omschrijft de RUD de doorontwikkelingen die de RUD Utrecht de komende jaren verwacht, zoals versterken beleidsondersteuning, kennisopbouw en samenwerking met andere omgevingsdiensten en het efficiënt uitvoeren van de VTH taken. Daarbij vraagt de RUD budget voor de organisatieontwikkelingen. Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor de wijze waarop de RUD zich ontwikkelt en de inspanningen die zij daarvoor verricht. Ook de samenwerking die steeds meer wordt gezocht met de ODRU om uiteindelijk te komen tot een robuuste omgevingsdienst juichen wij toe. Wel roept de wijze waarop de RUD aangeeft zich verder te willen ontwikkeling wat vragen op. Inhoudelijk Daar waar het gaat om het opbouwen van kennis en expertise zal dit een samenspel moeten zijn tussen de RUD en de opdrachtgevers.

In de kadernota wordt niet aangegeven hoe ver de RUD wil gaan in haar kennisopbouw en welke mogelijke kosten daar mee gemoeid zijn. Wij zijn voorstander van een onderscheid in kennis waar veel vraag naar is en specialistische kennis waar weinig vraag naar is (en welke extern betrokken kan worden). Ook wanneer specifieke kennis bij een van de opdrachtgevers al is geborgd kan daar mogelijk gebruik van worden gemaakt. Wij vragen de RUD dan ook hiervoor aandacht te hebben in haar kadernota. Een kosten-baten analyse kan daar aan bijdragen. De RUD geeft aan steeds meer naar dataverwerking te willen gaan in eigen systemen. Een zorg die daarbij ontstaat is hoe de RUD dan lokale afwegingen nog goed weet mee te nemen in haar

Gemeenteraad Datum volgt Ons zaaknummer 10669665

besluitvorming. De RUD komt daardoor mogelijk ook meer op afstand te staan van haar opdrachtgevers. Hoe borgt de RUD dat zij lokale afwegingen meeneemt in haar besluitvorming en zorgt zij er voor dat de afstand tussen de deelnemers en de RUD niet te groot wordt? Op strategisch en beleidsmatig niveau geeft de RUD aan te willen adviseren en dit in 2023 op orde te willen hebben (casemanagers en omgevingsmanagers). In 2024 beoogt de RUD door doorontwikkeling naar een product te komen dat beschikbaar is voor alle opdrachtgevers. Hiertoe vraagt de RUD veel capaciteit en meer medewerkers op strategisch en tactisch niveau, waardoor ook de budgetten hoger worden. Een gemeente als Utrecht en mogelijk meer opdrachtgevers hebben voor een groot deel de expertise reeds zelf in huis en zullen deze behouden voor de ontwikkeling van lokaal beleid en het maken van strategische keuzes. Is er inzicht waar en in hoeverre bij opdrachtgevers hier behoefte aan is? We vragen de RUD eerst die behoefte te inventariseren en pas dan verder op te schalen. De RUD wil meer inzetten op milieucriminaliteit. Wij steunen deze inzet. Anderzijds zijn wij van mening dat het een ondersteunende rol betreft naast bestuurlijk optreden in de uitvoering van de VTH taken voor de gemeentelijke opdrachtgevers. De aanpak van milieucriminaliteit vraagt vooral landelijk een goede inbedding.

Hoe de rol van de RUD zich verhoudt tot het OM, het ministerie van I en W en andere (straf)rechtpartners is wat ons betreft nog onvoldoende duidelijk. De aanbevelingen van de commissie Van Aartsen zijn uitgewerkt in het Interbestuurlijk programma 'versterking VTH-stelsel’ (hierna: “IBP”). Binnen dit programma werken Rijk, provincies, gemeenten en omgevingsdiensten samen om concrete stappen te zetten om het stelsel te verbeteren. Doel van het IBP is om te komen tot een schonere, veiligere en gezondere leefomgeving en het voorkomen van milieuschade in plaats van het achteraf te moeten herstellen. De RUD geeft aan veel tijd te willen investeren in het IBP. Het gaat om ruim 4.000 uur, waar subsidiegelden voor zijn aangevraagd. De RUD heeft daarin het voortouw genomen. Wij vragen aandacht voor het betrekken van de opdrachtgevers bij het IBP. In de Kadernota is onderbelicht gebleven hoe de RUD actief en strategisch terug wil rapporteren over bereikte effecten die voortkomen uit de VTH taken aan haar opdrachtgevers. Suggestie kan zijn om vraagstukken zoals hoeveel energie er bijvoorbeeld bespaard is, welke maatregelen nemen bedrijven en wat hebben projecten opgeleverd de revue te laten passeren. Financieel In de kadernota 2024 stijgen de kosten voor de RUD met bijna 2 miljoen waardoor de bijdrage voor de gemeente Utrecht met € 166.000 stijgt.

Dit betekent een stijging van de bijdrage met 9% bij een gelijkblijvende productie. In de kadernota worden geen mogelijkheden of maatregelen genoemd die leiden tot kostenbesparingen waardoor alle kostenstijgingen, risico’s en wensen volledig worden verdisconteerd in een hogere bijdrage. Bij enkele onderdelen van de stijging van de kosten plaatsen wij onze vraagtekens. Vaste bijdrage: • De stijging van de post onvoorzien met € 100.000 is wat ons betreft niet noodzakelijk. In 2020 is geen gebruik gemaakt van deze begrotingspost. In 2022 is deze gebruikt om de achterblijvende productie te verhogen. De post onvoorzien zou hier niet voor moeten worden gebruikt; • De ontwikkelkosten stijgen met € 200.000. Wij zijn van mening dat budget beschikbaar moet worden gesteld op basis van concrete door het Algemeen Bestuur goedgekeurde plannen en niet op voorhand zonder dat de gemeenten weten wat zij hiervoor geleverd krijgen; • Looncompensatie (i.v.m. stijging CAO lonen met 4,2%) is een noodzakelijke ophoging. Echter een deel van de looncompensatie wordt verklaard uit een individuele groei van 3% in de loonschaal. Wij zijn voorstander van het hanteren van een percentage conform de indexeringen (lonen en prijzen) in de algemene uitkering;

2/3

Gemeenteraad Datum volgt Ons zaaknummer 10669665

•

De noodzaak van het aanstellen van een recruiter (€ 134.000) moet beter worden onderbouwd. Daarnaast missen wij alternatieven (bijvoorbeeld deze dienst via een gemeente inhuren).

Variabele bijdrage: • De stijging van de tarieven met 6,8% wordt veroorzaakt door de verwachte stijging van de CAO (4,2%), een individuele groei in de salarisschaal met 3%. Ook hier zijn wij van mening dat de indexeringen conform de algemene uitkering gevolgd moeten worden. Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,

de griffier, Merel van Hall

de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5088b87c-d134-4c57-8a18-04c441441589