CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzebrief concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (juni 2021).docx

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief3.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad

VERSIE VOOR BESLUITVORMING Aan: Bestuurlijk opdrachtgevers REP REP/U16-organisatie Stadsplateau 1 3521 AZ UTRECHT

Behandeld door

W. van Ittersum

Datum

volgt

Doorkiesnummer

14 030

Ons kenmerk

8742852

E-mail

wilbert.van.ittersum@utrecht.nl

Onderwerp

Zienswijze concept Integraal Ruimtelijk Perspectief

Bijlage(n) Uw kenmerk

Verzonden

Uw brief van

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

Geachte bestuurlijk opdrachtgevers REP, Op 30 maart stuurde u ons – via het College van B&W - het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) met het verzoek hierop te reageren. Als gemeenteraad van Utrecht doen wij dat graag en met deze brief sturen wij u onze zienswijze. Wij waarderen het zeer dat de raden in deze fase in de gelegenheid worden gesteld te reageren op het concept-document. Het concept IRP is een indrukwekkend en mooi document, zowel in tekst als in beeld. Het is gelukt om de grote ruimtelijke opgaven voor de komende jaren samenhangend in beeld te brengen. Daar mogen we als regio trots op zijn. Met dit concept IRP als basis gaan we als regiogemeenten in gezamenlijkheid aan de slag met de beschreven ambities op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen en energie. Wij hebben eerder uw beoordelingskader vastgesteld en constateren dat deze methodiek goed werkbaar is. Het concept IRP is zorgvuldig langs deze meetlat gelegd en het IRP scoort in zijn algemeenheid positief. Wij vertrouwen erop dat u de elementen waarop de score neutraal, onduidelijk of negatief is verder zult uitwerken in de definitieve IRP of in de vervolgfase. Hieronder geven wij enkele specifieke zaken aan, waarvoor wij aandacht willen vragen. Wij hebben er alle vertrouwen in dat het vervolgproces zal leiden tot een breed gedragen visie voor onze regio op weg naar 2040.

Ten opzichte van de huidige conceptversie hebben wij als gemeenteraad van Utrecht enkele aanvullingen en aandachtspunten mee te geven. Deze worden in het navolgende puntsgewijs beschreven. 1.

Hoewel de ambitie is dat we met het IRP een integrale visie neerleggen voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de regio, kiest u bij de programmering voor een thematische aanpak. Aangezien wij met elkaar als regio schaarse en kostbare ruimte moeten invullen, lijkt het ons noodzakelijk om hierbij continu een integrale blik te hanteren. Hoe ongemakkelijk het ook zal zijn, wij zullen als regio integraal moeten programmeren. In dit opzicht is ook het IRP zelf natuurlijk nog niet volledig integraal; de locaties voor energieopwekking, energieopslag en energietransport ontbreken nog en aangezien dit om een omvangrijke ruimteclaim zal gaan, had dit ook als dilemma steviger in het IRP kunnen worden

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

8742852

beschreven. Voor energie is het gemiste kans dat mogelijke regionale uitgangspunten ten aanzien de gebouwde omgeving, zoals bijvoorbeeld energieneutraal bouwen, daken bij nieuwbouw optimaal benutten, of nieuwbouw bij voorkeur via lage temperatuur verwarming verwarmen niet zijn opgenomen. Deze hadden onafhankelijk van de oplevering van de RES onderdeel van het IRP kunnen zijn. Wij verzoeken u om de ambitie naar een energieneutrale regio op te nemen in het IRP. 2.

Het is nog onduidelijk hoe de programmering in de volgende fase eruit gaat zien. Hoe we de stap zetten van een gemeenschappelijk gedragen visie naar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor uitwerking die recht doet aan de zelfstandige positie van gemeenten. Daarbij achten wij het van belang dat u ook koppelkansen van de belangrijke opgaven onderzoekt en benut, bijvoorbeeld het realiseren van scheggen met routes voor OV en fiets; of het Wiel met spaken uitwerken voor fiets, OV en groen. Op strategische vraagstukken kan het van belang zijn om als regiogemeenten samen op te trekken; wij denken bijvoorbeeld aan het tegengaan van grondspeculatie. Als randvoorwaarde voor ontwikkeling missen we in het IRP dat er een oplossingen moeten komen voor de stikstofproblematiek. Wij vragen u in de volgende fase te verkennen hoe de gelijktijdige ontwikkeling van de ambities voor groen en landschap eraan kunnen bijdragen dat andere thema’s zoals wonen, werken en mobiliteit ook verder kunnen in hun ontwikkeling.

3.

Wij geven u graag enkele specifieke inhoudelijke aandachtspunten mee, die voor een deel ook waren aangegeven in de zienswijze van het Utrechtse College van B en W:  Op het gebied van woningbouw zien wij in het IRP een sterke focus op voldoende woningen. Wij willen benadrukken dat zeker zo belangrijk is dat we woningen bouwen die aansluiten bij de vraag, dat we doorstroming op de woningmarkt stimuleren, dat we streven naar leefbare en gemengde wijken, dat we aandacht hebben voor specifieke doelgroepen en dat we werken aan een grote diversiteit aan woonmilieus. Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen; het is belangrijk dat de regio een ontwikkelstrategie heeft hoe we dat ook voor het lage en middensegment kunnen realiseren. We vinden ook dat onze motie over het aanbod voor kwetsbare groepen te mager is verwerkt. Wij stellen voor om de Provinciale streefnorm van ten minste 25% sociale huur en ten minste 25% middenhuur) op te nemen in het IRP. In de uitwerking in deelgebieden wordt het thema wonen niet expliciet genoemd en krijgen we geen zicht op de aantallen woningen en de diversiteit van woonmilieus (van zowel de bestaande als de nieuwe locaties).  Als het gaat om de economische doelstellingen en de werklocaties is de stad Utrecht de motor van de regio.

Het ontbreekt in het IRP aan deze constatering en in samenhang daarmee zouden wij graag de volgende toevoegingen zien in het IRP: > Er is op korte termijn behoefte aan het realiseren van extra bedrijventerreinen van totaal circa 65 hectare, te verdelen over een drietal locaties in de regio, bedoeld voor bovenlokale bedrijvigheid die voor de regio belangrijk is. > Het Science Park verder uitwerken als internationale toplocatie op het gebied van Life Science, inclusief de satellietlocaties Zeist, De Bilt en Driebergen. > De A12 zone goed benutten als nieuwe locatie voor werken, in combinatie met de andere bouwstenen (mix van functies). > Grootschalige distributiecentra (XXL-locaties) die geen directe binding hebben met de stad en weinig werkgelegenheid toevoegen niet inpassen nabij de stedelijke knooppunten omdat dit een negatieve invloed heeft op de bereikbaarheid. Voor stadsdistributie kan wel ruimte worden gecreëerd.  Het thema Mobiliteit mag sterker worden geduid als randvoorwaarde voor de verdere verstedelijking. De schaalsprong mobiliteit vraagt onder meer om hoogwaardige loop- en fietsverbindingen, fietsenstallingen, een regionale parkeerstrategie en deelmobiliteit. P+R-locaties kunnen een belangrijke rol vervullen in het afvangen van verkeer; wij trekken hierin graag samen op met de regio en pleiten ervoor om dit een plek te geven in het IRP.

 Op het gebied van groen en gezonde leefomgeving ontbreken in de paragraaf ‘gezond stedelijk leven’ de elementen zoals gezonde lucht, afname van geluidshinder, gezonde bodem en schoon oppervlakte- en drinkwater en ruimte voor dieren. Verder zien wij graag toegevoegd dat zowel in ontwikkelgebieden als in de bestaande stad (en zowel bij bestaande als nieuwe bedrijventerreinen) groenontwikkeling, behoud van groen en op biodiversiteit gericht beheer prominent wordt meegenomen.

2/8

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

 

4.

8742852

Wij missen in het IRP aandacht voor recreatie, sportvoorzieningen en evenementenlocaties. Ook verzoeken wij meer aandacht te besteden aan de klimaatcrisis en de gevolgen van de klimaatverandering voor bijvoorbeeld de ondergrond en de wateropgave. De stijging van de gemiddelde temperatuur heeft belangrijke gevolgen voor de neerslag: nattere winters, hevige buien en een grotere kans op drogere lentes en zomers en inklinking door verdroging. Dit vereist dat we overtollig water snel kunnen afvoeren, maar ook voldoende plekken realiseren voor waterberging. Een ander element is circulariteit; graag zien wij dat de transitie naar een circulaire stad (grondstoffen niet onttrekken aan de aarde en zo veel mogelijk hergebruik van materialen) als ambitie wordt opgenomen in het IRP. Een belangrijk element daarbij is de landbouwhervorming naar een natuur inclusieve kringlooplandbouw.

Veel kaarten in de concept IRP zijn niet gemakkelijk leesbaar. Wij verzoeken u om duidelijker kaartmateriaal op te nemen.

In de bijlage bij deze brief reageren wij tenslotte op de wijze waarop u onze eerdere moties en amendementen hebt verwerkt in het concept IRP. Op enkele aspecten verzoeken wij u om aanvullende verwerking. Bovendien ontbrak in uw overzichten onze motie ‘voorkom onnodige grootschalige uitbreiding van werk- en winkelgebieden’ Voor het vervolgproces onderstreept de gemeenteraad van Utrecht graag dat de gezamenlijk gekozen koers wat ons betreft geen vrijblijvende samenwerking is. Als gemeenteraad van Utrecht onderstrepen wij graag dat de gezamenlijk gekozen koers geen vrijblijvende samenwerking mag zijn. Juist een gezamenlijke en integrale programmering in de volgende fase is van eminent belang om onze ambities te realiseren. Iedere gemeente zal daar tegen eigen inhoudelijke of planningstechnische dilemma’s aanlopen, maar dat zou er niet toe mogen leiden dat individuele gemeenten een andere koers gaan varen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan onze gezamenlijke ambitie rond de schaalsprong OV; indien individuele gemeenten om welke reden dan ook keuzes maken voor bouwen in lage dichtheden met toename van autogebruik, brengt dat de gezamenlijke ambitie in gevaar. Wij hebben er alle vertrouwen in dat u bovenstaande opmerkingen zult meenemen in de verdere uitwerking van het IRP tot een definitief document, dat wij graag na de zomer tegemoet zien. Wij wensen u hierbij veel succes.

Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,

de griffier, Merel van Hall

de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma

3/8

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

8742852

Bijlage Beoordeling hoe de moties en amendementen van de gemeenteraad Utrecht zijn verwerkt in het concept IRP Omschrijving motie en reactie

Zijn Utrechtse moties en amendementen voldoende verwerkt?

BEOORDELINGSKADER Onderzoek ontwikkellocatie optimaal (7) Roept het college op:  Bij de RSU voor de mogelijke in- en uitbreidingslocaties, waaronder Rijnenburg, inzichtelijk te maken wat de verstedelijkingsperspectieven zijn, hoe mogelijke ontsluiting plaats kan vinden en op welke wijze ontwikkeling en ontsluiting gefinancierd kan worden;  De noodzakelijkheid en wenselijkheid van een eventuele verstedelijking van de mogelijke in- en uitbreidingslocaties te onderbouwen, tevens afgezet tegen een niet verstedelijkte inrichting, zodat de raad kan besluiten over de wenselijkheid van een ontwikkelopgave op deze locaties en de voorwaarden daarvoor bij de besluitvorming over de RSU 2040. Reactie: Aan de motie is uitvoering gegeven door de gemeente Utrecht. Voor het IRP relevante uitspraken zijn overgenomen en verwerkt in het IRP.

Deze motie is verwerkt (zie voor een toelichting raadsbrief gemeente Utrecht d.d. 22 januari 2021).

Bijdrage van bedrijven aan goed leven in de regio (8) Verzoekt het college:  In de verdere uitwerking van de REP, in de regio te pleiten voor een bijdrage van (nog te vestigen) bedrijven aan de maatschappelijke uitdagingen o.a. op het gebied werkgelegenheid voor het hele spectrum, stageplaatsen, duurzame energie en groen. Reactie: Bijdragen van bedrijven aan maatschappelijke uitdagingen zijn met name concreet te maken bij gronduitgifte. In het IRP duiden we vooral de ambitie. Inzet bij het nog verder op te bouwen regionaal programma werken is dat toegewerkt wordt naar dat de U16 bedrijvigheid accommodeert die bijdraagt aan regionale werkgelegenheid, duurzaam energieverbruik en slim mobiliteitsbeleid. Aan de bestuurstafel werken is afgesproken dat het uitgiftebeleid aan de hand van deze kwalitatieve criteria vormgegeven wordt. De bijdragen van (nieuwe) bedrijvigheid kan verder worden gestuurd via de vestigingscriteria van bijvoorbeeld te realiseren regionale terreinen.

Afspraak is dat bij nieuwe gronduitgifte gebruik wordt gemaakt van een regionaal uitgifteprotocol, waarin o.a. deze aspecten in worden meegenomen. Dit protocol moet nog worden opgesteld en ter besluitvorming worden voorgelegd. Tevens wordt voorgesteld om bij toekomstbestendige bedrijventerreinen een toevoeging te doen, namelijk: vergroening van bedrijventerreinen en bedrijventerreinen ook geschikt maken voor ommetjes en natuur.

Klimaatadaptatie en onderhoud openbare ruimte gaan in hand in hand in de regio (9) Verzoek het college:  Met U16 afspraken te maken dat elke gemeente standaard bij ieder onderhoud aan de openbare ruimte (maar ook bij vervanging van riolering, kabels en leidingen) klimaatadaptatie als uitgangspunt te nemen en daarmee het openbare ruimteklimaat adaptief te maken.

4/8

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

8742852

 Deze gemaakt afspraken 1x per twee jaar te laten monitoren. Reactie: Klimaatadaptatie is een van de uitgangspunten bij stedelijke ontwikkeling in het IRP. Dit is onder meer benoemd in perspectief 7 en komt terug in diverse redeneerlijnen (o.a. landschap, vitale kernen en werken). Daarnaast is het onderdeel van elke gebiedsopgave.

Nog onvoldoende verwerkt. De motie gaat ook over klimaataanpassing bestaand openbaar gebied. IPR gaat vooral over bestaand te transformeren gebied en nieuw te ontwikkelen gebieden. Aan aanpassing bestaande openbaren ruimte middels onderhoudsprogramma wordt geen aandacht geschonken.

Utrechtse inzet is de RSU2040 (10) Draagt het college op:  De nog vast te stellen RSU 2040, wanneer deze door de Utrechtse gemeenteraad is vastgesteld, leidend te maken in de onderhandelingen over de Utrechtse inzet binnen het vervolg van het REP U10. Reactie: Het leidend maken van RSU 2040 in de onderhandelingen over de Utrechtse inzet binnen het vervolg van het REP U10 is een gemeentelijke keuze.

Deze motie is verwerkt (zie voor een toelichting raadsbrief gemeente Utrecht d.d. 22 januari 2021).

Verbind grote bedrijven met kleine en startende ondernemers via regionaal vestigingsklimaat (11) Roept het college op:  In de totstandkoming van het REP nadrukkelijk aandacht te hebben voor de positie van kleine en startende ondernemers, naar aanleiding van de kernindicator “versterking vestigingsklimaat” die in het beoordelingskader staat benoemd. Reactie: Het IRP is vooral een ruimtelijk document en zet in op voldoende aanbod kwantitatief van werklocaties en ook voldoende divers aanbod van werklocaties. Kwantitatief zet het IRP in op voldoende oppervlak, zodat de schaarste niet te hoog oploopt en zo betaalbaarheid van ruimte geborgd is. Kwalitatief zet het IRP in op divers aanbod in de zin van bijvoorbeeld kennisclusters op en rondom het USP met satellieten, het stimuleren van ketens van bedrijven werkzaam in circulaire economie en een divers aanbod van kantoorruimte.

Er is inmiddels gestart met een pilot om voor nieuwe kantorenlocaties tot een meer inclusief aanbod te komen, dus ook huisvesting mogelijk te maken voor ondernemers die niet de hoofdprijs kunnen betalen, zoals starts ups.

Huisvesten van diverse doelgroepen in stad en regio (12) Roept het college op:  Bij de totstandkoming als de gemeente Utrecht ervoor te pleiten dat wij ook in onze gemeente diversiteit willen behouden in de woonmilieus voor diverse doelgroepen, waarbij ook gedacht moet worden aan gezinnen, starters, maatschappelijke opvang en doorstromingsmogelijkheden voor ouderen.

Reactie: In het IRP wordt op diverse aandacht besteed aan doelgroepen, bijvoorbeeld in de opgave wonen en in perspectief 3: in 2040 is er ruimte voor alle nieuwe bewoners door het toevoegen van compacte stedelijke gebieden.

Nu nog onvoldoende verwerkt. Om de diverse doelgroepen te kunnen huisvesten is er inzet nodig op betaalbare woningen (verspreid over de hele regio), woningen die doorstroming op gang brengen maar ook

5/8

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

8742852

aanbod voor de kwetsbare groepen, ook verspreid over de hele regio, zodat de leefbaarheid in bepaalde wijken niet onder druk komt te staan. Breder kijken naar gevolgen van verdichting (13) Omschrijving: In U10 verband de milieu gerelateerde, sociale gevolgen en ruimtelijke complicaties van de binnenstedelijke verdichting in het kader van het REP nader te onderzoeken. Reactie: Het Integraal Ruimtelijk Perspectief werkt vanuit het motto gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. In het aangepaste beoordelingskader zijn hiervoor diverse kaders benoemd. Met dit aangepaste beoordelingskader en de uitgangspuntennotitie als startpunt wordt in de zeven perspectieven en de redeneerlijnen van het IRP ingegaan op diverse milieu gerelateerde, sociale gevolgen en ruimtelijke complicaties van (binnenstedelijke) verdichting. Daarbij is kennis en input vanuit diverse gemeentelijke ruimtelijke visies en het MIRTMRU onderzoeksrapport Utrecht Nabij benut.

Nog onvoldoende breder gekeken naar de gevolgen van de verdichting, uitsluitend naar de randvoorwaarden voor verdichting en niet voldoende naar de gevolgen (hoe een en ander uitpakt). Bijvoorbeeld milieu (geluid, lucht, hinder, bodem) maar ook een eventueel prijsverhogend effect op huur en grondprijzen als gevolg van verdichting waardoor er meer aandacht moet zijn voor verdringen van met name de maakindustrie en startende ondernemers.

Ruimtelijk Economisch Perspectief leesbaar, begrijpelijk voor iedereen (14) Spreekt uit dat:  De vervolgdocumenten op de uitgangspuntennotitie en het beoordelingskader in voor iedereen begrijpelijke taal dienen te worden opgesteld;  Er bij de totstandkoming van die vervolgdocumenten diverse momenten moeten worden ingelast waarop inwoners van de stad en de regio invloed kunnen uitoefenen op het eindproduct. Draagt het college op:  Zich hiervoor maximaal in te zetten. Reactie: In het IRP is extra aandacht besteed aan taal. Wat betreft participatie zijn in fase 3 diverse regionale belangenorganisaties uitgenodigd om inzichten te leveren op het IRP, dit zijn o.a. organisaties die thematisch de belangen van inwoners vertegenwoordigen. Daarnaast wordt er per gemeente geïnventariseerd waar er behoefte is aan ondersteuning o.g.v. lokale participatie. Deze behoefte is afhankelijk van welke status de vorming van de omgevingsvisie heeft, of hier al een participatieproces voor ingericht is en hoeverre de ambities van het IRP hier al in opgenomen zijn. Het REP kan hierin ondersteunen op het gebied van strategisch advies maar de uitvoer hiervan is de verantwoordelijkheid van de gemeente.

Het IRP is nog onvoldoende voor iedereen in begrijpelijke taal opgesteld. De gemeente Utrecht hecht grote waarde aan participatie en trekt graag samen op met de REP organisatie in de volgende fase van programmeren, waarbij participatie wordt georganiseerd.

Naar 130% plancapaciteit in U16 (15) Roept het college op:  In de samenwerking met de U16 gemeenten aan te sturen op 130% plancapaciteit ten opzichte van de woningbehoefte in 2040;  Naar de RSU aan te geven wat de effecten zullen zijn. Reactie:

6/8

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

8742852

Er is invulling gegeven aan de motie, echter niet op de genoemde periode tot 2040 maar tot 2030. In het BO MIRT 2020 is de afspraak gemaakt om voor de periode tot 2030 te sturen op 30% extra plancapaciteit. In het IRP is het volgende opgenomen: daarnaast is voor de korte termijn (2030) een afspraak gemaakt met het Rijk om te sturen op 30% overprogrammering van woningbouwaantallen om ervoor te zorgen dat er een buffer zit in de planvoorraad om te compenseren voor planuitval en planuitstel. CONTOUR

Deze motie is verwerkt (zie voor een toelichting raadsbrief gemeente Utrecht d.d. 22 januari 2021).

Werken binnen de grenzen van de aarde (7) Verzoekt het college:  Zich in te zetten om de Contour REP te laten wijzigen zodat aan de uitgangspunten voor de pijler werken wordt toegevoegd: Circulariteit: de ruimtelijke en economische ontwikkelingen in de regio blijven binnen de grenzen van de aarde (boven het sociale minimum, onder het ecologisch plafond) Reactie: De uitgangspunten over de te accommoderen vraag van de verschillende functies (dus ook ‘Werken’) zijn bestuurlijk vastgesteld. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief is het resultaat van de zoektocht hoe de verschillende opgaven het beste kunnen worden geaccommodeerd. Voor het thema Werken zijn daarbij de volgende vragen geformuleerd: Hoe maken we de slag naar een circulaire economie in 2050? Hoe zorgen we voor voldoende werkgelegenheid voor iedereen? Hoe behouden en versterken we ons economisch regionaal profiel? De gedachtenvorming over de sociale en ecologische grenzen waarbinnen een duurzame economische ontwikkeling en welvaart voor iedereen op termijn houdbaar is staan, onder meer door de klimaatverandering en sociale vragen van deze tijd in hernieuwde belangstelling. Zo gaan bijvoorbeeld ook de in VNverband afgesproken Sustainable Development Goals (SDGs) over deze thema’s.

Deze SDGs komen voor een groot deel terug in het beoordelingskader (zie Aangepast beoordelingskader Integraal Ruimtelijk Perspectief (REP), maart 2020). Niet alle SDG’s komen in het beoordelingskader terug: onderwijs, gelijke rechten etc. vallen buiten de fysiek ruimtelijke invloedssfeer van het IRP. Een complexiteit bij de in de motie genoemde grenzen is dat deze (nog) niet exact zijn vast te stellen. Er wordt daarom gestreefd naar het zo veel mogelijk beperken van ecologische impacts en het bevorderen van inclusiviteit. Het bevorderen van circulariteit in de economie is daarom ook een van de subdoelen in het beoordelingskader. In (sub)beoordelingscriteria wordt verder gekeken naar indicatoren die ingaan op sociale aspecten en aspecten van een duurzame en gezonde leefomgeving. Zo wordt er ingegaan op emissies, veiligheid, klimaatadaptatie, energietransitie, aantal banen en de ruimte-intensiteit daarvan, gezonde en veilige arbeidsomstandigheden, de complementariteit van werklocaties (om circulariteit te bevorderen), innovatie in de economie, maar ook naar natuur en biodiversiteit.

De motie is verwerkt.

Utrecht – Klimaatcrisis en biodiversiteit zijn ook urgent (14) Verzoekt het college:  In overleg te gaan met de U16 partners met als inzet de Contour REP te laten wijzigen en niet alleen urgenties te benoemen op bijvoorbeeld de woningmarkt en mobiliteitsopgave, maar ook ten aanzien van de klimaatcrisis of biodiversiteitscrisis. Bijvoorbeeld door deze punten toe te voegen op pagina 18, paragraaf 1.7 in de tweede kolom bij het eerste puntje. Reactie: Het wijzigen van de Contour REP is niet mogelijk. De strekking van deze motie is meegenomen bij het IRP. Zo is klimaatadaptatie benoemd in perspectief 7: in 2040 leven we in een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio, en komt het onderwerp ook terug in diverse redeneerlijnen (o.a. landschap, vitale kernen, werken). Daarnaast is klimaatadaptatie onderdeel van de verschillende gebiedsopgaven in hoofdstuk 3.

Onvoldoende verwerkt. Heeft relatie motie beoordelingskader die nog onvoldoende is. De motie gaat ook over klimaataanpassing bestaand openbaar gebied. IPR gaat vooral over bestaand te transformeren gebied en

7/8

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

8742852

Biodiversiteit heeft de aandacht in het IRP en wordt benoemd in opgave 1: landschap, water en groen en redeneerlijn 1: de Utrechtse trots als basis. Natuur-inclusief bouwen beoogt een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit.

nieuw te ontwikkelen gebieden. Aan aanpassing bestaande openbaren ruimte middels onderhoudsprogramma wordt geen aandacht geschonken.

Utrecht – van Stadsakkoord naar Regionaal Akkoord Wonen (RAW) (25) Draagt het college op:  In gesprek te gaan met Provincie, buurgemeenten, ontwikkelaars, corporaties en andere marktpartijen in de regio (U16) met het doel om te komen tot een Regionaal Akkoord Wonen (RAW);  De raad tussentijds over de voortgang te informeren;  Voor het afsluiten van het Regionaal Akkoord Wonen (RAW) gebruik te maken van de kennis en ervaring die zijn opgedaan bij het “stads akkoord wonen”;  Hiervoor het Stedelijk Actieplan Studentenhuisvesting, Actieplan Middenhuur en prestatieafspraken met corporaties te gebruiken als bouwsteen en als voorbeeld. Reactie: De gesprekken hierover worden in de regio gevoerd. Verdere uitwerking daarvan vindt plaats in fase 4 en in het regionaal programmeren.

Gesprekken zijn gaande en verdere uitwerking wordt in fase 4 opgenomen.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3f99cf7f-3f69-48f5-9aec-454a95ab2b19