Zienswijze prioriteringskader Energy Board
Tekst van het document
MEMORANDUM Datum
05-10-2023
Geadresseerd aan
Directie ACM
Onderwerp
Zienswijze ACM prioriteringskader van Energy Board Provincie Utrecht
Geachte directie van de ACM, Middels deze zienswijze wil de Energy Board van de provincie Utrecht (hierna: EB) graag reageren op het ‘ontwerpbesluit tot wijziging van de Netcode elektriciteit’. Met dit ontwerpbesluit maakt de ACM het voor netbeheerders mogelijk om transportverzoeken voor elektriciteit niet op volgorde van binnenkomst in behandeling te nemen (first come, first served), maar om deze verzoeken in behandeling te nemen op basis van een prioriteringskader. Hierbij maakt de EB gebruik van de geboden mogelijkheid om een zienswijze in te dienen naar aanleiding van dit ontwerpbesluit. Deze zienswijze en de hierin geschetste denkrichtingen worden onderschreven door de regionale deelnemers van de EB Utrecht, te weten: netbeheerder Stedin, de gemeenten Utrecht en Amersfoort, de regio’s U10, Amersfoort en Food Valley en de provincie Utrecht. Landelijke netbeheerder TenneT verwijst naar de zienswijze die door henzelf is ingediend bij de ACM. De EB is blij met de stap die de ACM neemt met het publiceren van het ontwerp codebesluit, waarmee geprioriteerd kan worden tussen grootverbruikers op de wachtlijst. De EB vraagt de ACM zich bewust te zijn dat de invoering van het prioriteringskader echter niet meer is dan een eerste stap in de goede richting, en dat het sturingsinstrumentarium in de bestrijding van netcongestie veel verder aangevuld dient te worden.
Om dit instrumentarium effectiever en breder inzetbaar te maken zouden er een aantal zaken aan het codebesluit toegevoegd moeten worden, danwel elders ontwikkeld moeten worden. Hierbij denken we minimaal aan de mogelijkheid om transportcapaciteit proactief te reserveren, het kader ook in niet congestiegebieden toe te kunnen passen, het kader (of een alternatief kader) toe te mogen passen bij congestie op kleinverbruik en een ‘omgekeerd prioriteringskader’ te kunnen gebruiken bij het gecontroleerd afschakelen van klanten of netdelen om fysieke congestie te voorkomen. Wij merken op dat we in deze zienswijze niet direct ingaan op de drie gestelde consultatievragen, over de toepassing van het prioriteringskader. De zienswijzen van
individuele leden zullen dat wel doen. In deze zienswijze zullen we ons focussen op meer algemene punten/behoeften rondom (de aanpak van) netcongestie, die relevant zijn voor de ontstane situatie in de provincie Utrecht. Onze zienswijze treft u aan in de bijlage. Met vriendelijke groeten, Regionale partijen Energy Board provincie Utrecht
2 van 5
Bijlage - Zienswijze Energy Board Utrecht op ACM prioriteringskader Algemene reactie Allereerst willen wij graag uitspreken dat we in de basis blij zijn met de introductie van het prioriteringskader en daarmee de mogelijkheid voor netbeheerders om af te wijken van het ‘first come, first served (FCFS)’ principe. FCFS was als uitgangspunt logisch in een tijdsgeest waarin elektriciteit niet beperkend was en volgend op ruimtelijk economische ontwikkelingen. In Nederland anno 2023, en zeker in de provincie Utrecht, neemt (toegang tot) elektriciteit een steeds meer strategische rol aan. (de mate van) Beschikbaarheid van elektriciteit en de plek waarop elektriciteit beschikbaar is, is daarmee bepalend voor welke ambities op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en opwek binnen de provincie Utrecht gerealiseerd kunnen worden. Een verouderd principe als FCFS werkt daarbij remmend, omdat capaciteit niet per definitie aan de meest (maatschappelijke) waarde toevoegende gebruikers wordt verstrekt. Bovenstaande gezegd hebbende, plaatst de EB wel een kanttekening bij de impact van het prioriteringskader. Het prioriteringskader kan door de netbeheerder worden toegepast in gebieden waar transportschaarste speelt. Aanvragers uit de wachtrij voor transportcapaciteit die menen recht op voorrang te hebben, kunnen daarvoor een onderbouwd verzoek doen.
Het kader kan echter pas worden gebruikt als er sprake is van netcongestie. Dat betekent dat er alleen geprioriteerd kan worden met de extra capaciteit die wordt gevonden vanuit het congestiemanagementonderzoek (cmo). In de provincie Utrecht zal er geen ruimte vrijkomen uit het cmo, behalve ruimte die nodig is om aan de behoefte voor kleinverbruik te kunnen voldoen. Er zullen dus geen partijen op de wachtrij voor grootverbruikaansluiting geholpen kunnen worden. De impact van het prioriteringskader is daarmee op korte termijn zeer beperkt. De EB pleit er dan ook voor dat het prioriteringskader proactiever ingezet kan worden, bijvoorbeeld al bij het afgeven van congestiecode geel; wanneer beperkte transportcapaciteit beschikbaar is. Noodzaak tot reserveren van transportvermogen voor maatschappelijk relevante projecten Graag zou de EB zien dat er door het ACM ook voorzien wordt in de mogelijkheid om proactief transportcapaciteit te reserveren, bijvoorbeeld na de oplevering van een nieuw station, voor maatschappelijk gewenste functies die in de toekomst aangesloten zullen worden op het
3 van 5
desbetreffende station. Zo houden de lokale overheden samen met de netbeheerders regie op de realiseerbaarheid van gewenste maatschappelijke ontwikkelingen in het deelgebied rondom het desbetreffende station. De EB begrijpt dat de ACM heeft toegezegd de haalbaarheid van het reserveren van transportcapaciteit verder te onderzoeken. Wij vragen de ACM hier concrete en tijdige stappen in te zetten. Toepassing van prioriteringskader op kleinverbruik Zoals de EB nu begrijpt is het prioriteringskader oorspronkelijk bedoeld voor toepassing op grootverbruikers die op de wachtlijst staan voor transportcapaciteit, maar vindt momenteel de discussie plaats of dit kader, of een variant op dit kader, ook toepasbaar moet zijn in het geval van congestie op kleinverbruik. In de provincie Utrecht zullen wij naar verwachting in de komende jaren ook geconfronteerd gaan worden met congestie op kleinverbruik. Een kader waarmee de meest wenselijke maatschappelijke ontwikkelingen op kleinverbruik geprioriteerd kunnen worden, is daarmee zeer gewenst. Hierbij zien wij ook mogelijkheden voor het differentiëren in de verschillende categorieën van kleinverbruikaansluitingen. De grootste aansluitingen van kleinverbruik worden nu bijvoorbeeld ook al aangevraagd door bedrijven die eigenlijk een grootverbruik aansluiting nodig hebben.
Op die manier wordt de wachtlijst voor grootverbruik omzeild, maar raakt de resterende capaciteit voor kleinverbruik (nog) sneller uitgeput. ‘Omgekeerd prioriteringskader’ voor grootverbruikers De provincie Utrecht wordt momenteel binnen bijna alle deelgebieden al geconfronteerd met congestie voor grootverbruikers, zowel op opwek als op afname. Om een situatie van fysieke congestie te voorkomen, wordt er door de netbeheerders gekeken naar ‘mitigerende maatregelen’. De latere fases van deze maatregelenladder gaan om het gepland en (nog later) ongepland afschakelen van bepaalde gebruikers van het elektriciteitsnet. Artikel 9.22 van de netcode elektriciteit voorziet in een verplichting van de netbeheerders om over ‘onderling afgestemde afschakelplannen en herstelplannen’ te beschikken1. Netcode 9.22 voorziet echter niet in de mogelijkheid om, a.d.h.v. een zogenaamd ‘omgekeerd prioriteringskader’, gecontroleerd grootverbruikers tijdelijk te kunnen afsluiten, als de fysieke
1 Bron: netcode elektriciteit
4 van 5
grenzen van het elektriciteitsnet in zicht komen. De EB doet daarom de oproep om dit omgekeerde prioriteringskader te ontwikkelen, of de provincies toe te staan dit samen met gemeenten en (regionale) netbeheerders te ontwikkelen.
Conclusie De EB wil nogmaals de ACM danken voor het opstellen van het ‘Ontwerp Codebesluit Prioriteringsruimte Transportverzoeken’ en de hoop uitspreken dat de gesuggereerde toevoegingen/aanpassingen meegenomen kunnen worden in het definitieve codebesluit, danwel ergens anders ontwikkeld zullen worden. Vanzelfsprekend zijn wij, indien nodig, beschikbaar voor verdere (mondelinge) toelichting en om mee te denken over mogelijke oplossingsrichtingen.
5 van 5