Wijziging Ontwikkelingskader Detailhandel 2012, standplaatsen
Tekst van het document
Beleid standplaatsen In het ontwikkelingskader staat nu de volgende tekst (p. 16 / 17): V.4 Standplaatsen tekst 2012 In relatie met detailhandel en in directe nabijheid van een winkelgebied kunnen we stellen dat: ✓ De gevoerde branches van de standplaatsen aanvullend moeten zijn op het aanbod van de speciaalzaken in het winkelgebied. ✓ De locatie van de standplaats geen nadelige invloed mag hebben op de zichtbaarheid en bereikbaarheid van de winkels. ✓ De standplaats een mobiel karakter heeft, met andere woorden, dat na sluitingstijden van de winkels de standwagen niet meer aanwezig is op de standplaats. De paragrafen worden als volgt aangepast: V.3 Markten aanvullend (als laatste zin) De regels voor markten staan in de Marktverordening. Van een markt is sprake bij 6 of meer standplaatsen. V.4 Standplaatsen nieuw Wat is een standplaats? Een standplaats is, zoals in de APV is vastgelegd, ‘het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen, afleveren of promoten van goederen dan wel diensten, zowel commercieel als niet-commercieel, gebruikmakend van verplaatsbare fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.’ Standplaatsen kunnen op gemeente- of particuliere grond liggen.
Het verlenen van standplaatsvergunningen valt onder de APV en daarom moeten de belangen uit artikel 1.8 (openbare orde, tegengaan overlast enz.) behartigd worden. DagSeizoens- en incidentele standplaatsen voor verkoop worden vergund op basis van een brancheringsregel en - bij meerdere inschrijvingen op een kavel - selectievoorwaarden. Standplaatsen en standplaatshouders van waarde voor de stad Standplaatsen zorgen voor levendigheid en ontmoeting in de wijk, voor verruiming en variatie van het voorzieningenniveau met voldoende aantrekkingskracht voor een breed publiek en bieden ondernemers mogelijkheden voor verplaatsbare bedrijfsvoering. De detailhandel en het voorzieningenniveau blijven zo op peil. Standplaatsen leveren, net als winkels, bij een goede ruimtelijke spreiding en situering, een positieve bijdrage aan het voorzieningenniveau voor de consument (verrijking van het aanbod)1 Standplaatsen concurreren mee om de schaarse openbare ruimte De stad verandert permanent, en zal zeker met de huidige verdichtings- en groeiopgave blijven veranderen. De druk op de openbare ruimte neemt in de komende jaren alleen maar toe. Verschillende functies concurreren met elkaar. Denk hierbij aan: sport- en spelvoorzieningen, parken, pleinen, (ondergrondse) vuilcontainers, (fiets)parkeren, markten en standplaatsen voor ambulante handel en (kleinschalige) evenementen.
Bij elke gebiedsontwikkeling zal er een zorgvuldige afweging plaatsvinden om zo de schaarse openbare ruimte zo goed mogelijk te verdelen. De huidige verdeling van de standplaatsen over de stad is historisch gegroeid. We kiezen ervoor om deze standplaatslocaties waar mogelijk te behouden. 1
Adviesrapport Branchering standplaatsen Utrecht’ RHO, (2023)
Het onderzoek naar branchering (RHO, 2023) verdeelt de standplaatsen in twee categorieën: verspreide standplaatsen zoals bij parken en begraafplaatsen en standplaatsen bij winkelgebieden. In de komende jaren zullen wij de locaties van onze standplaatsen onderzoeken. Primair doel van dit onderzoek is de mogelijkheid tot uitbreiding. Naar de toekomst toe zullen wij alle standplaatslocaties tegen het licht houden en bepalen of en waar er standplaatsen bijkomen of verdwijnen. We volgen hierbij de brancheringsregeling, waarmee we ons allereerst richten op het creëren van een standplaats bij ieder park en elke begraafplaats voor zover ruimtelijk in te passen is. Bij het aanwijzen van standplaatslocaties is de Dienstenwet van toepassing. Hierin wordt bepaald dat de beoogde uitgifteprocedure voor standplaatsen alleen vestigingsbeperkingen mag bevatten als deze (a) niet-discriminerend, (b) noodzakelijk én (c) evenredig zijn. Daarbij moet de brancheringsmaatregel op coherente en systematische wijze toegepast worden. Mobiel karakter De standplaats valt onder ambulante handel en heeft daarmee een mobiel karakter. Er wordt gebruik gemaakt van verplaatsbare fysieke middelen en na sluitingstijden van de winkels (conform winkeltijdenverordening) is de kraam, wagen of tafel niet meer aanwezig op de standplaats. De openbare ruimte is dan voor andere doeleinden te gebruiken.
Om het aantal verkeersbewegingen met (grote) voertuigen te beperken en ter voorkoming van geluidsoverlast mag een verkoopwagen of andere verkoopinrichting na sluitingstijd blijven staan als er sprake is van aansluitende verkoopdagen. Brancheren Het brancheren van standplaatsen schept de mogelijkheid om te sturen op de verscheidenheid aan producten op standplaatsen. Op deze wijze wordt in het belang van de consument, aanwezige detailhandel en andere standplaatsvergunninghouders de diversiteit aan standplaatsen behouden en daarmee de aantrekkelijkheid van winkelcentra. Het winkelaanbod in niet-dagelijkse goederen en nonfood staat onder druk als gevolg van online aankopen. Non-food wordt daarom voorbehouden aan fysieke winkels in winkelgebieden en warenmarkten. Zo wordt leegstand of een niet compleet ingevulde warenmarkt tegengegaan. Dit komt de vitaliteit van alle retaillocaties (winkelgebieden, warenmarkten én standplaatsen) in zijn geheel ten goede. Een sterke food-identiteit van de standplaatsen zorgt voor een verdieping en verbreding van het aanbod. Verspreide locaties leveren een bijdrage aan de specifieke beleving en het functioneren van die plek, zoals een park of begraafplaats. Hiervoor geldt een onderbouwde afwijking van de concentratiedoelstelling van detailhandel in winkelgebieden.
De ambulante locaties zijn in de afgelopen jaren ontstaan, de consument bezoekt deze gericht en de aankoop van de specifiek aangeboden producten past bij het bezoekgedrag. Negatieve gevolgen voor de vitaliteit van de winkelgebieden, zoals leegstand, worden daardoor niet verwacht. Type, branche en selectie Dagstandplaatsen bij winkelgebieden worden ingevuld met food (inclusief versbereide producten) en bloemen/planten. Op verspreide dagstandplaatsen kunnen standplaatshouders zich inschrijven met versbereide producten (broodjes, snacks, koffie) of bloemen/planten. Seizoensstandplaatsen zijn plekken die worden vergund voor het zomer- en/of het winterseizoen voor het aanbieden van een seizoensgebonden product. Op geen enkele standplaats mogen non-food producten verkocht worden. Naast de dag- en seizoensstandplaatsen kent de gemeente Utrecht nog incidentele standplaatsen. Dit zijn standplaatsen die kortdurend worden ingenomen voor het werven van donateurs, het uitdelen van
producten of het maken van reclame en voor kortdurende verkoop. Dit mag onder voorwaarden in de hele stad. In de binnenstad gelden hiervoor beperkingen, vanwege de grote drukte in dat gebied. Tot slot stellen we winkeliers in de gelegenheid om kortdurend artikelen te verkopen in de openbare ruimte, direct bij hun winkel. Dit doen wij via het product ‘mobiel verkooppunt’. Met selecteren wordt – naast de eerdergenoemde weigeringsgronden uit artikel 1.8 APV, gestuurd op beleidsdoelstellingen van de gemeente op het gebied van duurzaamheid en binding met een wijk omdat dit nauw aansluit bij de opgaven waarvoor de stad Utrecht staat. Met al onze visies en beleid, en dus ook bij het standplaatsenbeleid, willen we bijdragen aan gezond stedelijk leven, een toekomstbestendige en sociale stad (RSU 2040). Utrecht wil stevige maatregelen nemen die een bijdrage leveren aan het aanpakken van de klimaatcrisis. Het zo duurzaam mogelijk invullen van de standplaatsen draagt daaraan bij. Binding van de ondernemers met een wijk draagt bij aan het creëren van arbeidsplaatsen en aan een sociale stad. Mensen ontmoeten elkaar in winkelcentra en bij standplaatsen. Deze ontmoeting moedigen we aan door hiervoor ruimte te geven in de stad. Aantal standplaatsen Er is beleidsmatig een beperkt aantal standplaatsen in de openbare ruimte aangewezen ter gebruik voor ambulante handel.
In Utrecht gaat het om 88 standplaatsen op gemeentegrond en 14 standplaatsen op grond van derden, totaal 102 standplaatsen, voortvloeiend uit het continueren van de reeds vergunde kavels op een openbare plaats. Daarmee is er sprake van uitgifte van een maximumaantal vergunningen, oftewel een maximumstelstel. Het toepassen van een maximumstelsel levert een vestigingsbeperking op voor ondernemers, gezien er een beperkte hoeveelheid vergunningen uitgegeven wordt. Deze vestigingsbeperking voldoet aan de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet omdat de noodzakelijkheid en evenredigheid hiervan op basis van dwingende redenen van algemeen belang zijn aangetoond.2 Periodiek zal het vergunningsstelsel worden gemonitord en desgewenst geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen in de stad. Dan worden ontwikkelingen in samenhang bezien. Mogelijk toe te voegen standplaatsen, worden vervolgens in één nieuwe uitgifteronde opgenomen. Als standplaatsen moeten vervallen als gevolg van ontwikkelingen of nieuwe inzichten, dan wordt bezien op welke wijze dit zorgvuldig kan gebeuren, rekening houdend met de verleende vergunningen.
2 Adviesrapport ‘Maximumstelsel standplaatsen Utrecht’ RHO, (2023)