Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening_Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening Vastgesteld, datum nog vast te stellen
Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleidende regels
3
Artikel 1
Begrippen
Artikel 2
Wijze van meten
11
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
13
Artikel 3
Gemengd
13
Artikel 4
Kantoor
15
Artikel 5
Verkeer - Verblijfsgebied
18
Hoofdstuk 3
Bouwen en slopen
20
Artikel 6
Inleidende regels over het bouwen en het slopen
20
Artikel 7
Bijzondere regels over bouwen
20
Artikel 8
Bouwen is toegestaan
21
Artikel 9
Bouwen met vergunning
22
Artikel 10
Bouwen is niet toegestaan
23
Artikel 11
Slopen met vergunning
23
Hoofdstuk 4
Gebouwen en locaties gebruiken
24
Artikel 12
Activiteiten die niet zijn toegestaan
24
Artikel 13
Activiteiten in de woning, nieuwe woonruimte
24
Artikel 14
Detailhandel en bezorging
26
Artikel 15
Bedrijfsactiviteiten
26
Artikel 16
Additionele horeca
26
Artikel 17
Ondersteunende
27
Artikel 18
Kruisingen, tunnels, bruggen en viaducten
27
Hoofdstuk 5
Grondwerk
28
Artikel 19
Vergunning in verband met de bescherming
Artikel 20
Bescherming van archeologische
Hoofdstuk 6
Beheer van natuur, flora en fauna
30
Artikel 21
Aantasten van bomen of andere houtopstanden
30
Hoofdstuk 7
Overgangs- en slotregels
32
Artikel 22
Overgangsrecht
32
Artikel 23
Slotregel
32
3
horeca in een winkel of verkoop in horeca
van een functie
waarden
2 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
28 28
Utrecht
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' is onverminderd van toepassing, met dien verstande dat de navolgende artikelen worden toegevoegd of herzien:
Artikel 1
Begrippen
Artikel 1 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt geheel vervangen door de volgende begripsbepalingen uit het CHW bestemmingsplan algemene regels, Utrecht, waarbij voor dit bestemmingsplan de begrippen Buurthuis, Plintfuncties, Sokkel, Stadslobby en Toren zijn toegevoegd. 1.1
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur die de locatie aanwijst als werkingsgebied van een regel. 1.2
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.3
Accommodatie
Een ruimte of complex van ruimten waarin een bezoeker tegen betaling tijdelijk kan overnachten. 1.4
Additionele horeca
Horeca-activiteiten, die passend, aanvullend en ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie die ter plaatse is toegestaan. 1.5
Afhaalzaak
Een winkel waar in hoofdzaak kant en klare maaltijden, kleine etenswaren, alcoholvrije drank en consumptie-ijs te koop zijn. De waren worden niet in de winkel gegeten of gedronken. Een afhaalzaak is een specifieke vorm van detailhandel. 1.6
Ambachtelijk bedrijf
Een bedrijf waarbij het accent ligt op het in handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsmede het verkopen en leveren van goederen, die verband houden met het ambacht als niet-zelfstandig onderdeel van de onderneming. 1.7
Antenne-installatie
Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.8
Antennedrager
Antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.9
Archeologisch onderzoek
Onderzoek verricht door of namens een bedrijf dat beschikt over het in artikel 1, eerste lid, van de Erfgoedwet, bedoelde certificaat.
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
3
1.10
Archeologische verwachtingswaarde
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de waarschijnlijk in dat gebied voorkomende historische overblijfselen in de bodem. 1.11
Atelier
Werkplaats in het bijzonder voor kunstenaars waarbij tevens kunstwerken tentoongesteld en verkocht kunnen worden. 1.12
Bebouwing
Eén of meer bouwwerken. 1.13
Bebouwingspercentage
Het met een aanduiding of in de regels aangegeven percentage, dat aangeeft hoeveel van een bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en bijbehorende bouwwerken. 1.14
Bed-and-breakfast
Het tegen betaling verstrekken van logies met ontbijt binnen de woning of de bedrijfswoning. 1.15
Bedrijf
Een onderneming waarbij het accent ligt op het maken, bewerken, herstellen, installeren en verhandelen van goederen, waarbij detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop of levering van ter plaatse gemaakte, bewerkte of herstelde goederen, of van goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen. 1.16
Bedrijf-aan-huis
Beroep of bedrijf dat in een woning of een daarbij bijhorend bouwwerk wordt uitgeoefend. 1.17
Bedrijfswoning
Een woning die bij een bedrijf hoort en die is bedoeld voor een werknemer die bij het bedrijf woont in verband met het noodzakelijke beheer van het bedrijf. 1.18
Belhuis
Een onderneming die diensten aanbiedt op het gebied van telecommunicatie, zoals telefoon- en internetverbindingen. 1.19
Besluit Hogere waarde
Besluit waarin de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting op grond van de Wet geluidhinder is vastgesteld. 1.20 1.
2.
Bestaand
Bestaand gebruik: het feitelijke of vergunde gebruik van de gronden en bouwwerken op moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van het bestemmingsplan; daaronder valt niet het gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. Bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van het ter inzage leggen van het ontwerp van het bestemmingsplan: a. bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Woningwet zijn gebouwd; b. nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een bouwvergunning op grond van de Woningwet.
4 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
1.21
Bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak. 1.22
Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. Zie ook: Plan. 1.23
Bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.24
Bevi-inrichting
Een inrichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.25
Bezorgdienst
Vorm van een distributiebedrijf dat elektronisch geplaatste en afgerekende bestellingen van, meestal dagelijkse, consumentengoederen bij de klant thuisbezorgt, waarbij het bedrijf vaak een korte tijd tussen de bestelling en de bezorging van de goederen aanbiedt. 1.26
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak (bron: Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). 1.27 a. b.
Bijzondere bouwlaag
Een bouwlaag die aan de voorzijde of eventueel aan de achterzijde een hellend dakvlak heeft en voor het overige deel plat is afgedekt, dan wel; Een ten opzichte van de voorgevel terugliggende bouwlaag.
1.28
Bouwen
Het plaatsen, oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.29
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.30
Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een onderbouw, een kap en een bijzondere bouwlaag. 1.31
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.32
Bouwperceelsgrens
Een grens van een bouwperceel. 1.33
Bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
5
1.34
Buurtactiviteit
Niet commerciële activiteit voor en door bewoners uit de omgeving van de locatie waar de activiteit plaatsvindt met een verwaarloosbare planologische uitstraling op de omgeving, zoals activiteiten van bewonersorganisaties, het verenigingsleven, ouderen- en jongerenwerk, huiswerkbegeleiding, muziekles, burendag, kaartclubs en scouting. Hieronder worden in ieder geval niet verstaan kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, religieuze voorzieningen, voorzieningen voor verslavingszorg of vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen of een horeca-activiteit van de Lijst met Horeca activiteiten. 1.35
Buurthuis
Een openbaar gebouw dat dienst doet als centrum voor buurtactiviteiten, zoals omschreven in artikel 1.34. 1.36
Consumentenvuurwerk
Consumentenvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1 van Vuurwerkbesluit. 1.37
Creatieve bedrijven
Bedrijven die zich hoofdzakelijk richten op: creatieve zakelijke dienstverlening: reclame en grafische bedrijven, architecten, industriële ontwerpers; multimedia: bedrijven die in hoofdzaak producten maken of diensten verlenen op het gebied van beeld, geluid, gaming en tekst met gebruikmaking van radio, televisie, computer, internet, mobiele telefonie, print en evenementen; toegepaste kunsten: audiovisuele en fotografiebedrijven, dienstverlenende bedrijven tbv de kunsten, mode en interieurbedrijven; autonome kunsten: zoals beeldend kunstenaar, muzikanten, theatermakers. 1.38
Culturele voorzieningen
Voorzieningen gericht op kunst, ontspanning, vrijetijdsbesteding en vermaak, zoals theaters, bioscopen, musea, ateliers en muziekcentra. 1.39
Cultuurhistorische waarde
De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met historische kenmerken. 1.40
Dakopbouw
Het direct onder het dak liggende deel van een hoofdgebouw, waarin zich een of meer verblijfsruimten bevinden en dat zich bouwkundig van de ondergelegen bouwlagen onderscheidt, bijvoorbeeld door de constructie, de vorm of door de terug liggende voorgevel. 1.41
Detailhandel
Het bedrijfsmatig verkopen van consumentengoederen in een winkel. 1.42
Dienstverlening
Het bedrijfsmatig verlenen van een dienst of van hulp aan een klant, bijvoorbeeld door een kapper, een stomerij of wasserette, een pedicure, een bankfiliaal, een reisbureau of een uitzendbureau. 1.43
Eigen toegang
De officiële ingang van een woning, wat blijkt uit de volgende kenmerken: de ingang heeft een huisnummer dat de gemeente aan die ingang heeft toegekend e n de ingang is bereikbaar vanaf de straat of vanuit een gemeenschappelijke hal. 1.44
Evenementen
Georganiseerde, publieke, bijzondere gebeurtenissen.
6 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
1.45
Functie
Een onderscheidend kenmerk van een locatie waaruit blijkt voor welke activiteiten de locatie bedoeld of geschikt is; functie in de zin van artikel 4.2 van de Omgevingswet; bestemming als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. 1.46
Gebouw
Een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.47
Groen
Park, plantsoen, berm of erf waar planten en bomen groeien of kunnen groeien; oppervlaktewater. 1.48
Grondwerk
Activiteit die het verstoren van de bodem of de daarop aanwezige beplanting tot gevolg kunnen hebben zoals graven, ploegen, ophogen, het aanbrengen of verwijderen van verharding, het leggen van leidingen, het dempen van oppervlaktewater of het aanbrengen van drainage, funderingen, constructies of apparatuur in de bodem; activiteit in de zin van artikel 3.3, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening. 1.49
Hoofdgebouw
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen of gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.50
Hoogteaccent
Een incidenteel en rank gebouw of een beperkt onderdeel van een gebouw, met een afwijkende bouwhoogte naar boven ten opzichte van de direct omliggende bebouwing, dat dient als markering of oriëntatiepunt van een plek in een wijk of buurt. 1.51
Horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van drank of etenswaren voor gebruik ter plaatse of het exploiteren van zaalaccommodatie. 1.52
Hotel
Het bedrijfsmatig verstrekken van logies (per nacht) met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en drank voor consumptie ter plaatse of het exploiteren van zaalaccommodatie. 1.53
Inwoning
Het wonen in een woonruimte die deel uitmaakt van een woning waarin een ander huishouden woont. 1.54
Kaart
De digitale weergave van het grondgebied van de gemeente dat bij een bestemmingsplan hoort, waarop de locaties en aanduidingen die in de regels worden genoemd zijn ingetekend op een topografische ondergrond, met uitzondering van locaties of aanduidingen die voor het hele grondgebied van dat bestemmingsplan gelden. 1.55
Kantoor
Een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor de bedrijfsmatige uitoefening van administratieve werkzaamheden en voor zakelijke dienstverlening. 1.56
Kantoorruimte
Een gebouw of ruimte waarin hoofdzakelijk werkzaamheden worden verricht aan een bureauopstelling, in combinatie met vergaderruimten. De werkzaamheden zijn onder meer: bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
7
a. b. c. d. e. f. g.
administratieve en beleidsmatige werkzaamheden en alle daarmee gelijk te stellen bureaugebonden activiteiten; commerciële, creatieve en technische bureaugebonden werkzaamheden, inclusief callcenter, desktop-publishing en softwareproductie; werkzaamheden aan desktop, laptop, CAD-CAM-apparatuur; zakelijke ontvangst van externen, vergaderingen en presentaties, ondergeschikt aan de hoofdfunctie van de onderneming; entree en receptiehal; interne en externe opleidingen, workshops, seminars en congressen in zaalruimten in het gebouw van een onderneming worden beschouwd als onderdeel van de kantoorfunctie; functies binnen een kantoorhoudend bedrijf die behoren bij het normale kantorengebruik zoals een postkamer, interne serverruimte en interne archiefruimte, worden beschouwd als onderdeel van de kantoorruimte.
1.57
Kap
Een gesloten en hellend of gedeeltelijk hellend dak. 1.58
Kelder
Het doorlopende gedeelte van een gebouw, dat geheel onder het peil ligt. 1.59
Landschapswaarde
Waarden in landschappelijk-esthetische geomorfologische zin. 1.60
Lijst van bedrijfsactiviteiten
Lijst die een onderverdeling van bedrijfsactiviteiten aangeeft. De onderverdeling is gemaakt op basis van de te verwachten invloed van een activiteit op de omgeving. De lijst maakt deel uit van de regels. 1.61
Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving
Lijst die deel uitmaakt van deze regels, waarin bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen die passen op een locatie met woningen. 1.62
Lijst van horeca-activiteiten
Lijst die een onderverdeling van horeca-activiteiten aangeeft. De onderverdeling is gemaakt op basis van de te verwachten invloed van een activiteit op een nabij gelegen of omringende woonomgeving. De lijst maakt deel uit van de regels. 1.63
Logies verstrekken
Ruimte of complex van ruimten die tegen betaling voor een periode voor overnachtingen worden aangeboden. Er zijn verschillende vormen van accommodatie, bijvoorbeeld hotel voor kort verblijf, middellang zakelijk verblijf (“short stay”), de woning of een deel van de woning aanbieden als accommodatie (particuliere vakantieverhuur, bed-and-breakfast). 1.64
Maatschappelijke voorzieningen
Voorzieningen voor welzijn, volksgezondheid, religie, onderwijs, kinderopvang, buitenschoolse opvang, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren. 1.65
Natuurwaarde
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna. 1.66
Nutsvoorzieningen
Voorzieningen zoals transformatorhuisjes en andere bouwwerken voor het leveren van gas, elektriciteit of internettoegang, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
8 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
1.67
Omgevingsvergunning
Een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; na inwerkingtreding van de Omgevingswet: een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet. 1.68
Omzetting (van een woning)
Zelfstandige woonruimte, of een deel daarvan, in gebruik geven of laten geven als onzelfstandige woonruimte. Ook het in stand laten van het gebruik van zelfstandige woonruimte als onzelfstandige woonruimte valt onder het begrip omzetting. 1.69
Onderbouw
Een kelder of een souterrain. 1.70
Onzelfstandige woonruimte
Woonruimte die niet voldoet aan de begripsbepaling zelfstandige woonruimte. 1.71
Particuliere vakantieverhuur
Incidentele verhuur van een woning voor een korte periode aan toeristen of aan andere bezoekers van de gemeente door de eigenaar-bewoner, die tijdens de verhuur meestal niet in de woning aanwezig is. 1.72 1. 2. 3. 4.
Peil
Voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg. Voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan een verhoogd maaiveld: de hoogte van de kruin van de meest nabijgelegen openbare weg. Voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. Voor gebouwen die grenzen aan een dijk: de hoogte van de kruin van de dijk ter plaatse van het bouwwerk.
1.73
Plan
Het bestemmingsplan Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening van de gemeente Utrecht met identificatienummer NL.IMRO.0344.BPWESTFLZUI1EHER-VA01. 1.74
Platte afdekking
Een horizontaal vlak ter afdekking van een gebouw of bijzondere bouwlaag. 1.75
Plintfuncties
Een stedelijke programmamix bestaande uit dienstverlening, creatieve zakelijke dienstverlening, ambachtelijke bedrijvigheid, kunst-, cultuur- en buurtfuncties en horeca. 1.76
Prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.77
Publieksfunctie
Functie die publiek aantrekt, zoals buurtvoorzieningen, horeca, cultuur of vermaak. 1.78
Recreatiewoning
Een permanent gebouw, geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend of hoofdzakelijk te worden gebruikt als recreatieverblijf, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
9
1.79
Seksinrichting
Een voor klanten toegankelijke ruimte of meerdere besloten ruimten in elkaars nabijheid, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof dit bedrijfsmatig is, seksuele handelingen, al dan niet met een sekswerker, tegen vergoeding worden verricht. 1.80
Set back
Deel van een gebouw dat terug ligt ten opzichte van de sokkel. 1.81
Sokkel
Het deel van een gebouw dat het onderste deel (voetstuk) vormt van het totale gebouw en op de grond staat. 1.82
Souterrain
Het doorlopende gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of vrijwel gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen wordt begrensd en dat maximaal 1,2 m boven het (straat)peil is gelegen. 1.83
Stadslobby
Een openbaar toegankelijke ontmoetingsplaats voor onder meer medewerkers, bewoners en bezoekers. 1.84
Toren
Het deel van het gebouw dat op de sokkel staat en dat zich stedenbouwkundig van de sokkel onderscheidt door middel van uitkragingen en setbacks. 1.85
Vergunning
De omgevingsvergunning van artikel 2.1, lid 1, onder b of c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; na inwerkingtreding van de Omgevingswet: de omgevingsvergunning van artikel 5.1, lid 1, onder a, van de Omgevingswet. 1.86
Wgh- inrichting
Bedrijf zoals bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken. 1.87
Winkel
Een pand waar de activiteit detailhandel plaatsvindt. 1.88
Woning
Het complex van ruimten dat een zelfstandige woonruimte vormt, bedoeld voor de permanente huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.89
Woningvorming
Een woning verbouwen tot twee of meer woningen of het zodanig inrichten, gebruiken of laten gebruiken van een deel van de woning dat er feitelijk twee of meer woningen ontstaan. Ook het in stand laten van de verbouwing of inrichting of het gebruik van de extra woning valt onder het begrip woningvorming. Dat een extra woning is ontstaan, kan in ieder geval opgemaakt worden uit de aanwezigheid van een keuken in die nieuwe woning. 1.90
Woonboot
Elk vaartuig of drijvend voorwerp, dat wordt gebruikt als woning. 1.91
Woonlaag
Een bouwlaag die voor bewoning is bestemd. 1 0 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
1.92
Woonruimte
Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor de bewoning door één huishouden. 1.93
Zelfstandige woonruimte
Woonruimte die een eigen toegang heeft en die door één huishouden kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen, zoals een badruimte, een toilet en een keuken buiten de woonruimte. 1.94
Zendmast
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarop antenne-installaties worden geplaatst. 1.95
Zomerseizoen
De periode van 1 april tot en met 31 oktober van een jaar. 1.96
Zorgwoning
Woning voor een bewoner die aantoonbaar en vaker dan dagelijks langdurige, professionele zorg, toezicht of begeleiding nodig heeft, zoals zorg die geboden wordt op grond van de Wet langdurige zorg of zorg in de vorm van beschermd wonen (artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015).
Artikel 2
Wijze van meten
Artikel 2 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: 2.1 1.
2. 3. 4.
2.2
Hoogte- en dieptematen De hoogte van een bouwwerk: de afstand vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. De goothoogte van een bouwwerk: de afstand vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. De hoogte van een kap: de afstand vanaf de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot het hoogste punt van de kap. Verticale bouwdiepte: vanaf het peil tot aan het laagste punt van een ondergronds bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals funderingen, heipalen of daarmee vergelijkbare bouwonderdelen. Als de vloer het laagste punt is dan geldt de onderkant van de vloer. De dakhelling
De hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 1.
2. 3. 4.
5.
Oppervlakte De oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bruto vloeroppervlakte (b.v.o.): het totaal van de binnen een gebouw beschikbare vloeroppervlakte van alle verdiepingen, inclusief kelders en souterrains. Verkoopvloeroppervlakte (v.v.o.): de totale oppervlakte van de voor publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank. Bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf, met inbegrip van de magazijnen en overige dienstruimten. Gebouwde, ondergrondse of half verdiept gelegen, parkeervoorzieningen worden hierbij niet meegeteld. De gebruiksoppervlakte van woonruimte: met toepassing van de norm NEN 2580.
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
11
2.4
Inhoud
De inhoud van een bouwwerk: de inhoud, gemeten tussen: de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels, het hart van de scheidsmuren e n de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
Anti dubbeltelregeling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
1 2 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
Artikel 3.1 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1.
2.
3.2
gemengde functies met een totaal maximum van 22.000 m2 bruto vloeroppervlak, bestaande uit: a. kantoren met bijbehorende vergader- en congresfaciliteiten tot een maximum van 14.000 m2 b.v.o.; b. wonen, al dan niet in combinatie met een Bedrijf-aan-huis of Logies: bed-and-breakfast en particuliere vakantieverhuur, met dien verstande dat: maximaal 100 woningen zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van minimaal 7.000 m2 b.v.o.; c. plintfuncties met een minimum van 1000 m2 b.v.o., met dien verstande dat: het totaal aan plintfuncties, zoals bedoeld in artikel 3.1 onder 1c en in artikel 4.1 onder 2, niet meer bedraagt dan 3.500 m2 b.v.o.; horeca-activiteiten uitsluitend zijn toegestaan met een maximum van 1000 m2 b.v.o. en uitsluitend in de categorieën D1 en D2 van de bij deze regels behorende Lijst van Horeca-activiteiten; Er op de begane grond minimaal 4 bouwkundig te onderscheiden vestigingen worden gerealiseerd, die zelfstandig functioneren en elke vestiging minimaal 50 m2 en maximaal 400 m2 aaneengesloten m2 b.v.o. heeft en de hoofdentree op de begane grond is; De plintfuncties in de eerste bouwlaag in beginsel in een hoek van het gebouw worden gerealiseerd en de entree van de plintfunctie in beginsel op de hoek wordt gesitueerd.
voorzieningen en functies die bij de bestemming horen zoals inpandige bergingen en fietsparkeervoorzieningen, verkeers- en groenvoorzieningen, voorzieningen voor het beperken van windhinder, opgangen en trappartijen, onderdoorgangen, bergingen, laad- en losvoorzieningen, daktuinen, kunstobjecten, nutsvoorzieningen, voorzieningen voor de verwarming en koeling van gebouwen, water, tuinen en erven. Bouwregels
Artikel 3.2.1 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: 3.2.1 Gebouwen 1. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. 2. Op de voor 'Gemengd' aangewezen gronden, mag 1 gebouw worden gebouwd, bestaande uit een Sokkel met daarop een Toren. 3. De bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding: 'maximum bouwhoogte (m)', mag niet worden overschreden. 4. De toren, zoals bedoeld onder 2, ligt ten opzichte van de sokkel minimaal 5 meter terug aan de zijde van het spoor en aan de zijde van de Croeselaan en minimaal 4 meter aan de zijde van de Mineurslaan. 5. Ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' wordt de sokkel van de bebouwing in de gevellijn gebouwd. 6. In afwijking van het eerste lid, mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding overbouwing' alleen een overbouwing worden gebouwd, uitsluitend vanaf de zesde bouwlaag. 7. De afstand tussen de sokkel ter plaatse van het bouwvlak in de bestemming Gemengd en de sokkel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - 3' moet minimaal 21 meter bedragen. 3.3
Nadere eisen
Artikel 3.3 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de afmeting en de plaats van de bebouwing, ten behoeve van: 1. 2. 3. 4.
een samenhangend straat en bebouwingsbeeld; stedenbouwkundige aspecten; de verkeersveiligheid en verkeersaspecten; de milieusituatie;
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
13
5. 6. 7. 8. 9. 3.4
de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de handhaving van de diversiteit van het bebouwingsbeeld; voorzieningen ter beperking van windhinder; de situering van het laden en lossen op het perceel. Specifieke bouwregels
Artikel 3.4 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: 1. 2. 3. 4. 5.
6. 7.
3.5
De eerste en tweede bouwlaag van de sokkel moeten beide minimaal 4,5 meter hoog zijn; De eerste bouwlaag van de toren moet minimaal 4,5 meter hoog zijn; De toren heeft een maximale footprint van 1.100 m2; Wanneer de sokkel en de toren samen een bouwhoogte hebben van meer dan 75 meter, wordt een Set back in de toren aangebracht tussen de functie wonen en kantoor; Wanneer de sokkel en de toren samen een bouwhoogte hebben van meer dan 75 meter, moet de bouwhoogte gelijk zijn aan de bouwhoogte van de gebouwen, zoals bedoeld in artikel 4.2.1 onder 4. De set back, zoals bedoeld onder 4, ligt minimaal 4 tot maximaal 6 meter terug aan de zijde van de Knooppassage; In aanvulling op artikel 9.2 onder 1, wordt de vergunning voor de overschrijding van de maximale bouwhoogte met maximaal 10% niet verleend, als daarmee de bouwhoogte meer dan 92,5 meter wordt; Specifieke gebruiksregels
Artikel 3.5 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: 3.5.1 Toegestaan gebruik De functies zoals bedoeld in lid 3.1 onder sub 1 zijn uitsluitend toegestaan ter hoogte van de voor 'Gemengd' aangewezen gronden, in de bouwlagen, zoals aangegeven in onderstaande tabel. Daarbij geldt dat met de bouwlagen de bouwlagen worden bedoeld van het totale gebouw, dus sokkel plus toren, tenzij anders aangegeven:
Functie Kantoor
Onderdeel functie Kantoor
Locatie (in bouwlaag) In de 3 de bouwlaag en hoger
Entree en ontmoetingsruimtes
In de 1 e en 2 e bouwlaag
Wonen
Hoofdentree Wonen
Plintfunctie
Entree en verticale opgang en ontmoetingsruimtes Hoofdentree Plintfunctie
Verhoogd maaiveld (Knooppleinniveau) Uitsluitend in de toren, boven het kantoorprogramma. Bij een gebouw met een maximale bouwhoogte van 90 meter, is wonen toegestaan vanaf de set back, zoals bedoeld in 3.4 onder 4. In alle lagen van het gebouw
Entree Hoofdentree
In 1 e bouwlaag (begane grond) In de 1 e en 2 e bouwlaag. In de 3 de bouwlaag, alleen wanneer minimaal 1000 m2 b.v.o. aan plintfuncties in de 1e en 2 e bouwlaag zijn gerealiseerd. In 1 e (begane grond) of 2 e (verhoogd maaiveld/ Knoopplein-niveau) bouwlaag. In 1 e (begane grond) of 2 e (verhoogd maaiveld/ Knoopplein-niveau) bouwlaag.
3.5.2 Terrassen Terrassen bij horecagelegenheden zoals bedoeld in 3.1 onder 1c zijn niet toegestaan. 3.6
Afwijken van de bouwregels
Artikel 3.6 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien:
1 4 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
3.6.1 Afwijken van de bouwhoogte voor palen en masten Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder c voor de bouwhoogte van palen en masten, die worden opgericht op het verhoogde maaiveld, waarbij de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 30 meter, met dien verstande dat de hoogte van dergelijke bouwwerken op het verhoogde maaiveld wordt gemeten vanaf de bovenkant van het verhoogde maaiveld. 3.6.2 Afwijken van de regels over plintfuncties Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels in artikel 3.1.1 onder c voor wat betreft het minimum aantal plintfuncties en de locatie eisen voor de plintfuncties, als bij de aanvraag omgevingsvergunning kan worden aangetoond dat met deze afwijking ook een levendige plint gerealiseerd kan worden. 3.7
Afwijken van de gebruiksregels
Artikel 3.7 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regel in artikel 3.5.2 voor het realiseren van een terras behorend bij een naastgelegen horecagelegenheid, als wordt aangetoond dat het gecumuleerde langtijdgemiddelde geluidniveau van het geluid dat op het terras veroorzaakt wordt op de gevels van omliggende geluidsgevoelige functies niet meer bedraagt dan 55 dB(A) voor de dagperiode (7-19 uur), 50 dB(A) voor de avondperiode (19-23 uur) en 45 dB(A) voor de nachtperiode (23-7 uur). 3.8
Voorwaardelijke verplichting waterberging
1. De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, als vaststaat dat 15 mm waterberging, gerekend over het verhard oppervlak, op eigen terrein plaats kan vinden en dat er bij een piekbui van 80 mm of meer per 24 uur, geen schade optreedt aan gebouwen en vitale infrastructuur. De waterbergende voorziening dient binnen 10 tot 48 uur te kunnen ledigen, zodat de berging binnen 48 uur weer beschikbaar is voor een nieuwe bui. 2. Van de regel onder 1 kan worden afgeweken als bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangetoond dat het hemelwater op een andere manier binnen het plangebied wordt vastgehouden en verwerkt.
Artikel 4 4.1
Kantoor
Bestemmingsomschrijving
Artikel 4.1 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1.
2.
kantoren met bijbehorende vergader- en congresfaciliteiten tot een maximum van in totaal 68.500 m2 bruto vloeroppervlak, waarbij geldt dat: a. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-1' maximaal 30.000 m2 b.v.o. is toegestaan; b. ter plaatse van de functieaanduidingen 'specifieke vorm van kantoor SK-2' en 'specifieke vorm van kantoor SK-3' een gezamenlijk maximum van 38.500 m2 b.v.o. is toegestaan; plintfuncties met een minimum van 1.500 m2 b.v.o. en een maximum van 2.500 m2 bvo, waarbij geldt dat: a. Het totaal aan plintfuncties, zoals bedoeld in artikel 3.1 onder 1c en in artikel 4.1 onder 2 niet meer bedraagt dan 3.500 m2 b.v.o.; b. horeca-activiteiten uitsluitend zijn toegestaan in de categorieën D1 en D2 van de bij deze regels behorende Lijst van Horeca-activiteiten; c. de plintfuncties in beginsel in een hoek van het gebouw gerealiseerd worden. d. er ter hoogte van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor-2' in de derde bouwlaag minimaal drie bouwkundig te onderscheiden vestigingen worden gerealiseerd die zelfstandig functioneren en elke vestiging minimaal 50 m2 en maximaal 400 m2 b.v.o. heeft en de hoofdentree aan het aangrenzende verhoogde maaiveld (forumniveau) ligt. e.
ter hoogte van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor-3' in de eerste bouwlaag minimaal twee bouwkundig te onderscheiden vestigingen worden gerealiseerd, die zelfstandig functioneren en elke vestiging minimaal 50 m2 b.v.o en maximaal 400 m2 b.v.o. heeft en de hoofdentree van elke vestiging op de begane grond is. f. ter hoogte van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor-3' in de derde bouwlaag minimaal twee bouwkundig te onderscheiden vestigingen worden gerealiseerd, die zelfstandig
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
15
3.
4. 5. 6.
4.2
functioneren en elke vestiging minimaal 50 m2 en maximaal 400 m2 b.v.o. heeft en de hoofdentree van elke vestiging aan het aangrenzende verhoogde maaiveld (forumniveau) ligt. een Stadslobby, waarbij geldt dat: a. het aantal m2 b.v.o. dat hiervoor in de eerste drie lagen gerealiseerd wordt, in mindering gebracht mag worden op het minimum aantal m2 b.v.o. voor plintfuncties zoals genoemd in het tweede lid. b. het aantal m2 b.v.o. dat hiervoor gerealiseerd wordt in de vierde bouwlaag en hoger, in mindering gebracht wordt op het maximum aantal m2 b.v.o. voor kantoren, zoals bedoeld in het eerste lid. een parkeergarage voor parkeerplaatsen en fietsparkeervoorzieningen onder de gebouwen en onder het (verhoogde) maaiveld; verkeer- en verblijfsgebied voor langzaam verkeer; voorzieningen en functies die bij de bestemming horen zoals, verkeers- en groenvoorzieningen, fietsenstallingen, voorzieningen voor het beperken van windhinder, opgangen en trappartijen, onderdoorgangen, bergingen, laad- en losvoorzieningen, daktuinen, kunstobjecten, nutsvoorzieningen, voorzieningen voor de verwarming en koeling van gebouwen, water, tuinen en erven. Bouwregels
Artikel 4.2.1 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: 4.2.1 Gebouwen 1. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. Bij de specifieke functieaanduidingen 'specifieke vorm van kantoor SK-2' en 'specifieke vorm van kantoor SK-3' mag elk één gebouw worden gebouwd, bestaande uit een Sokkel met daarop een Toren met een maximale footprint van 1.100 m2; 3. De bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding: 'maximum bouwhoogte (m)', mag niet worden overschreden; 4. Beide gebouwen, zoals bedoeld onder 2 hebben dezelfde bouwhoogte van minimaal 85 meter. 5. In afwijking van de regel onder 2 zijn er gebouwde parkeervoorzieningen voor auto's en fietsen onder het (verhoogde) maaiveld en onder de gebouwen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 8 meter en waarbij de bouwhoogte aansluit op het omliggende maaiveld; 6. De toren van het gebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK- 3' moet aan alle zijden, behalve de zijde van het spoor, minimaal 5 meter terug liggen van de sokkel. 7. Ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' wordt de sokkel van de bebouwing in de gevellijn gebouwd; 8.
In afwijking van het eerste lid is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding overbouwing' binnen de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-3' uitsluitend een overbouwing toegestaan, uitsluitend vanaf de vijfde bouwlaag vanaf het verhoogd maaiveld (Forumniveau); 9. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-2' is uitsluitend aan de zijde van de Knooppassage een overbouwing toegestaan, die maximaal 8 meter mag uitsteken ten opzichte van de sokkel; 10. De bouwhoogte van de overbouwing, zoals bedoeld onder 9, is toegestaan vanaf de vijfde bouwlaag vanaf het verhoogd maaiveld (Knooppleinniveau) en dient gelijk te zijn aan de hoogte van de bovenkant van de sokkel ter hoogte van de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-3'; 11. De afstand tussen de sokkel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-2' en de sokkel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-3' moet minimaal 29 meter bedragen; 12. De afstand tussen de sokkel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-3' en de sokkel ter plaatse van de bestemming Gemengd moet minimaal 21 meter bedragen; 4.3
Nadere eisen
Artikel 4.3 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: 1. 2. 3. 4. 5.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; stedenbouwkundige aspecten; de verkeersveiligheid en verkeersaspecten; de milieusituatie; de sociale veiligheid;
1 6 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
6. 7. 8. 4.4
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; maatregelen en voorzieningen ter beperking van windhinder; de situering van het laden en lossen op het perceel. Specifieke bouwregels
Artikel 4.4 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: 1. 2.
3.
4. 5. 6.
4.5
de eerste bouwlaag van de toren is minimaal 4,5 meter hoog; In aanvulling op artikel 9.2 onder 1, wordt de vergunning voor de overschrijding van de maximale bouwhoogte met maximaal 10% niet verleend, als daarmee de bouwhoogte meer dan 92,5 meter wordt; De gevellijn van de sokkels ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-2' en 'specifieke vorm van kantoor SK-3' moeten uitsluitend aan de zijde van de Croeselaan, in één lijn liggen. De uit- en inrit van de fietsenstalling is uitsluitend toegestaan aan de zijde van de Knooppassage. De uit- en inrit van de parkeergarage is uitsluitend toegestaan aan de zijde van de Mineurslaan. De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, wanneer door middel van bodemonderzoek de effecten op eventuele zetting en op het grondwatersysteem inzichtelijk zijn gemaakt en is aangetoond dat deze effecten beheersbaar zijn. Specifieke gebruiksregels
Na artikel 4.5 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt dit artikel 'Specifieke gebruiksregels' toegevoegd met de volgende leden: 4.5.1 Toegestaan gebruik De functies zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 onder sub 1, 2 en 3, zijn uitsluitend toegestaan in de bouwlagen, zoals aangegeven in onderstaande tabel. Daarbij geldt dat met de bouwlagen de bouwlagen worden bedoeld van het totale gebouw, dus sokkel plus toren, tenzij anders aangegeven: Functie Kantoor
Plintfuncties
Stadslobby
Onderdeel functie Locatie in bouwlagen Kantoor bij specifieke In de 3 e bouwlaag en hoger vorm van kantoor-2 Kantoor bij specifieke In de 4e bouwlaag en hoger vorm van kantoor-3 Entrees, In alle lagen van de gebouwen ter hoogte van de ontmoetingsruimtes specifieke functieaanduidingen 'specifieke vorm van kantoor-2' en 'specifieke vorm van kantoor-3' Plintfuncties In 1 e t/m de 3 e bouwlaag ter hoogte van de specifieke functieaanduidingen 'specifieke vorm van kantoor-2' en 'specifieke vorm van kantoor-3' Stadslobby In de 1 e t/m de 5 e bouwlaag (de sokkel) van het gebouw ter hoogte van de specifieke functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor-3'
4.5.2 Gebruik ondergrondse en/of half verdiepte parkeergarage In de ondergrondse en/of halfverdiepte parkeergarage onder het (verhoogde) maaiveld, zoals bedoeld in artikel 4.1 onder 4, wordt in ieder geval het aantal gebouwgebonden fietsparkeerplaatsen en autoparkeerplaatsen gerealiseerd op grond van artikel 7.1 Voorwaardelijke verplichting over parkeren. Daarbij zijn maximaal 280 parkeerplaatsen voor auto's toegestaan, waarvan 11 parkeerplaatsen voor deelauto's gebruikt moeten worden. Daarnaast worden hier zoveel mogelijk openbare fietsparkeerplaatsen gerealiseerd en wordt maximaal ingezet op dubbelgebruik van de fietsparkeerplaatsen. 4.5.3 Terrassen Terrassen bij horecagelegenheden zoals bedoeld in artikel 4.1 onder 2b zijn niet toegestaan.
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
17
4.6
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels in artikel 4.1 2 onder d, e en f voor wat betreft het minimum aantal plintfuncties en de locatie eisen voor de plintfuncties, als bij de aanvraag omgevingsvergunning kan worden aangetoond dat met deze afwijking ook een levendige plint gerealiseerd kan worden. 4.7
Afwijken van de gebruiksregels
Na artikel 4.5 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt dit artikel 'Afwijken van de gebruiksregels' toegevoegd: Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regel in artikel 4.5.3 voor het realiseren van een terras behorend bij een naastgelegen horecagelegenheid, als wordt aangetoond dat het gecumuleerde langtijdgemiddelde geluidniveau van het geluid dat op het terras veroorzaakt wordt op de gevels van omliggende geluidsgevoelige functies niet meer bedraagt dan 55 dB(A) voor de dagperiode (7-19 uur), 50 dB(A) voor de avondperiode (19-23 uur) en 45 dB(A) voor de nachtperiode (23-7 uur). 4.8
Voorwaardelijke verplichting waterberging
1. De omgevingsvergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, als vaststaat dat 15 mm waterberging, gerekend over het verhard oppervlak, op eigen terrein plaats kan vinden en dat er bij een piekbui van 80 mm of meer per 24 uur, geen schade optreedt aan gebouwen en vitale infrastructuur. De waterbergende voorziening dient binnen 10 tot 48 uur te kunnen ledigen, zodat de berging binnen 48 uur weer beschikbaar is voor een nieuwe bui. 2. Van de regel onder 1 kan worden afgeweken als bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangetoond dat het hemelwater op een andere manier binnen het plangebied wordt vastgehouden en verwerkt.
Artikel 5
Verkeer - Verblijfsgebied
Artikel 5.1 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt aangevuld: 5.1 1. 2.
Bestemmingsomschrijving Fietsparkeervoorzieningen onder het (verhoogde) maaiveld; Een parkeergarage onder het (verhoogde) maaiveld;
Artikel 5.2 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: 5.2
Bouwregels
Binnen deze bestemming mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 5.2.1 Gebouwen De bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden, waarbij voor de bouwhoogte van 8 meter geldt dat deze moet aansluiten op het bestaande, naastgelegen verhoogde maaiveld. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen, waarbij geldt dat de hoogte van dergelijke bouwwerken op een verhoogd maaiveld, wordt gemeten vanaf de bovenkant van het verhoogde maaiveld. 2. De regel onder 1 geldt niet voor noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van het verbeteren van het windklimaat. 3. In afwijking van de regel onder 1 mag de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 6 meter bedragen, waarbij geldt dat de hoogte van dergelijke bouwwerken op een verhoogd maaiveld, wordt gemeten vanaf de bovenkant van het verhoogde maaiveld.
1 8 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
Artikel 5.3 van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' wordt als volgt herzien: 5.3
Afwijken van de bouwregels
1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van de regel in artikel 5.2.2 onder 3 voor de realisatie van palen en masten met een maximale bouwhoogte van 30 meter, waarbij geldt dat de hoogte van dergelijke bouwwerken op het verhoogde maaiveld wordt gemeten vanaf de bovenkant van het verhoogde maaiveld. 2. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 5.1 en van artikel 5.2.1 en toestaan dat tussen het gebouw met de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-1' en het gebouw met de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-2' een gebouwde verbinding gerealiseerd wordt, mits deze verbinding voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de maximale bouwhoogte van de gebouwde verbinding is gelijk aan de hoogte van de sokkel van het gebouw ter hoogte van de functieaanduiding 'specifieke vorm van kantoor SK-2'. b. de gebouwde verbinding mag maximaal 1 bouwlaag hoog zijn en wordt als ondergeschikt element met het hoofdgebouw mee ontworpen. c. onder de gebouwde verbinding moet een vrije doorloophoogte van minimaal 8 meter gerealiseerd worden. d. de gebouwde verbinding wordt uitsluitend gerealiseerd op de locatie, waar de ruimte tussen het gebouw met 'de specifieke vorm van kantoor SK-1' en het gebouw met de 'specifieke vorm van kantoor SK-2' het kleinst is. e.
De gebouwde verbinding wordt uitsluitend gerealiseerd voor de gebruiksfunctie kantoor. f. De gebouwde verbinding zorgt niet voor een onevenredige aantasting van: a. b. c.
het straat- en bebouwingsbeeld de sociale veiligheid de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden of bouwwerken.
Artikel 6 'Waarde Archeologie' van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' komt te vervallen.
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
19
Hoofdstuk 3
Bouwen en slopen
Hoofdstuk 3 algemene regels van het bestemmingsplan 'Westflank Zuid, Stationsgebied' komt te vervallen en wordt vervangen door de regels uit hoofdstuk 3, 4, 5 en 6. ,
Artikel 6 6.1
Inleidende regels over het bouwen en het slopen
Werking van de regels in dit hoofdstuk
Regels in dit hoofdstuk blijven buiten toepassing voor zover zij niet te verenigen zijn met een regel over de toegewezen functie, met uitzondering van de regel in artikel 7, lid 7.5, die altijd van toepassing is. 6.2
Nieuwe bouwwerken
Het bouwen is alleen toegestaan als de activiteit bouwen past bij het doel van de functie en als ook de activiteit of activiteiten waar het bouwwerk voor gebouwd wordt passen bij het doel van de functie. 6.3 1. 2.
6.4
Bestaande bouwwerken Bouwwerken die legaal zijn gebouwd, zijn in overeenstemming met de regels die dit plan over de activiteit bouwen stelt. Bouwwerken of voorzieningen die zijn gebouwd of aangebracht om te voldoen aan een voorwaarde van een regel over een functie die op een locatie geldt, mogen niet worden gesloopt, verwijderd of veranderd, als daardoor niet meer aan die voorwaarde wordt voldaan. Voorbereiding van de bouw: peil aangeven, rooilijnen uitzetten
De bouw van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend mag in ieder geval niet beginnen, voordat het bevoegde gezag of zijn vertegenwoordiger: het straatpeil heeft aangegeven e n de rooilijnen en bouwgrenzen op het bouwterrein heeft uitgezet of heeft vastgesteld dat het aangeven van het straatpeil of het uitzetten van rooilijnen niet nodig is.
Artikel 7 7.1 1. 2. 3.
7.2 1.
2.
3. 4.
Bijzondere regels over bouwen
Voorwaardelijke verplichting over parkeren Een vergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, als vast staat dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. De regel onder 1 is niet van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken, dakopbouwen of dakterrassen. Burgemeester en wethouders stellen aan de hand van de 'Beleidsregel parkeernormen auto 2021 Gemeente Utrecht' en de 'Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 gemeente Utrecht' of aan de hand van de beleidsregels die daarvoor in de plaats zijn getreden, vast of aan de regel onder 1 wordt voldaan. Voorwaardelijke verplichting windhinder Bij het in gebruik nemen van de gebouwen en de openbare ruimte staat vast dat het windklimaat rondom de nieuwe bebouwing overeenkomstig het rapport in Bijlage 21 Windklimaat, bij het criterium 'doorlopen' grotendeels als 'goed' wordt beoordeeld. Het windklimaat bij het criterium 'doorlopen' mag bij de Mineurslaan, de aanlanding van de Moreelsebrug en in de ruimte tussen de sokkels als 'matig' worden beoordeeld. Het windklimaat bij het criterium 'doorlopen' mag nergens als 'slecht' worden beoordeeld. Als de eisen uit het eerste lid (tijdelijk) niet worden gehaald, dan moeten (tijdelijke) maatregelen worden getroffen in de vorm van luifels en/of schermen die voldoen aan de beeldkwaliteitseisen uit hoofdstuk 5 van het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan.
De maatregelen voor windhinder, zoals bedoeld onder 2, moeten in stand worden gehouden, voor zover het geen tijdelijke maatregelen betreft. Wanneer de omliggende bebouwing van 'Beurskwartier 1' nog niet is gerealiseerd, dienen er
2 0 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
5.
7.3
tijdelijke maatregelen voor windhinder te worden getroffen. Deze tijdelijke maatregelen moeten ook voldoen aan de beeldkwaliteitseisen uit hoofdstuk 5 van het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitsplan en dienen in stand gehouden te worden totdat het deel van 'Beurskwartier 1' dat effect heeft op windhinder, is gerealiseerd ; Voor het Knoopplein geldt een inspanningsplicht om maatregelen te nemen die zorgen voor een windklimaat dat voor het criterium 'slenteren' zoveel mogelijk als 'goed' of minimaal matig wordt beoordeeld. Voorwaardelijke verplichting waterberging
1. Een vergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, als vaststaat dat 15 mm waterberging, gerekend over het verhard oppervlak, op eigen terrein plaats kan inden en dat er bij een piekbui van 80 mm of meer per 24 uur, geen schade optreedt aan gebouwen en vitale infrastructuur. De waterbergende voorziening dient binnen 10 tot 48 uur te kunnen ledigen, zodat de berging binnen 48 uur weer beschikbaar is voor een nieuwe bui. 2. Van de regel onder 1 kan worden afgeweken als bij de vergunningaanvraag wordt aangetoond dat het hemelwater op een andere manier binnen het plangebied wordt vastgehouden en verwerkt. 7.4
Voorwaardelijke verplichting bodemonderzoek
Een vergunning voor het bouwen wordt alleen verleend als na sloop van de bebouwing en vóór de herinrichting een actualiserend bodemonderzoek wordt verricht naar de chemische bodemkwaliteit en de afvoer van grond bij de parkeergarage. 7.5
Woningvorming en omzetting
Het verbouwen, vervangen of vergroten van een woning die de vorming van een extra woning of de omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte tot gevolg heeft is alleen toegestaan als de eigenaar van de woning voldoet aan artikel 13, lid 13.3.
Artikel 8 8.1
Bouwen is toegestaan
Vergunningvrij bouwen
Op grond van dit plan is voor het bouwen geen vergunning nodig: 1. 2.
8.2 1.
2. 8.3 1.
2. 8.4
als wettelijk bepaald is dat een bouwactiviteit niet hoeft te voldoen aan de regels van het bestemmingsplan; als de locatie niet is aangeduid als 'overige zone - omgevingskwaliteit' e n a. als het bouwwerk op grond van de volgende leden van dit artikel is toegestaan of b. als in de regels over de toegewezen functie regels over het bouwen zijn opgenomen en het bouwen in overeenstemming is met die regels en met de regels in dit hoofdstuk. Gevallen waarin het overschrijden van de bouwgrens is toegestaan Een bouwgrens die geen bestemmingsgrens is mag, ongeacht de aanduidingen en regels over maatvoering en situering, met maximaal 1,5 meter overschreden worden door bij gebouwen horende trappenhuizen, entreeportalen, veranda's, en afdaken of andere ondergeschikte bouwdelen. De regel onder 1 geldt niet als daarbij gebouwd wordt op een locatie die in verband met een functie beschermd is met een verbod om te bouwen. Bijbehorend bouwwerk dat aan een openbaar gebied grenst Een bijbehorend bouwwerk bij een woning dat niet voldoet aan de bepaling in artikel 2, onderdeel 3, onder c, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, maar wel voldoet aan de overige bepalingen van dat onderdeel, mag gebouwd worden, als het openbaar toegankelijke gebied een deel van een binnenterrein is dat aan alle zijden omgeven is door hoofdgebouwen.
Voor de toepassing van de regel onder 1 wordt de versie van het Besluit omgevingsrecht gebruikt die geldt op de datum van vaststelling van dit plan. Bouwen in de openbare ruimte
In de openbare ruimte is, als de toegewezen functies zich daartegen niet verzetten en de verkeersveiligheid, de waterveiligheid en de veiligheid van personen die in de openbare ruimte verblijven niet worden aangetast, het bouwen van de volgende voorzieningen toegestaan: 1.
sport- of speeltoestellen die niet hoger zijn dan 4 meter en die uitsluitend functioneren met
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
21
2. 3.
behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; geluidwerende voorzieningen e n kunstobjecten.
Artikel 9 9.1 1.
2.
9.2
Bouwen met vergunning
Bouwen buiten de bouw- en bestemmingsgrens Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor het afwijken van de regels die op een locatie gelden en daarbij toestaan dat een bouw- en bestemmingsgrens, ongeacht de aanduidingen en regels over die functies of over de maatvoering en de situering, met maximaal 1,5 meter overschreden worden door: a. bij gebouwen horende trappenhuizen, entreeportalen, veranda's; b. andere ondergeschikte bouwdelen, zoals bij gebouwen horende stoepen, stoeptreden, hellingbanen; c. balkons, erkers en afdaken, als de vrije hoogte, gemeten van de onderzijde van het overschrijdende bouwdeel tot aan het aansluitende, afgewerkte maaiveld minimaal 2,2 meter bedraagt. Burgemeester en wethouders verlenen de onder 1 bedoelde vergunning niet als: a. de overschrijding niet te verenigen is met het doel van de functie of b. de overschrijding onevenredige hinder voor aangrenzende percelen tot gevolg heeft of c. op een locatie die in verband met een functie beschermd is met een verbod om te bouwen. Bouwen met een kleine afwijking van regels
Burgemeester en wethouders kunnen, voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen, een vergunning verlenen voor: 1.
2. 3.
4.
5. 6. 7.
9.3
het afwijken van de regels die op een locatie gelden over hoogten en bebouwingspercentages met maximaal 10% van deze hoogten en percentages, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag; het afwijken van de regels voor het plaatsen van vlucht- of noodtrappen; het overschrijden van de maximale bouwhoogte van gebouwen met maximaal 1,5 meter voor het plaatsen van hekwerken of borstweringen voor dakterrassen op een locatie zonder de aanduiding 'overige zone - bouwen'; het afwijken van de regels voor het bouwen met een geringe afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen, als dit noodzakelijk is in verband met onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een kleine afwijking vraagt; het afwijken van de regels over de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een bouwhoogte van maximaal 10 meter; het afwijken van de regels over de hoogte van bouwwerken voor een bouwhoogte van sirenemasten of masten voor mobiel dataverkeer toestaan tot maximaal 30 meter. het afwijken van de regels ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt verhoogd ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals liftkokers, trappenhuizen, lichtkappen. Bouwen of verbouwen van ondergeschikte bouwwerken voor mantelzorg
Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van artikel 8, lid 8.1, een tijdelijke vergunning verlenen voor het vergroten van een bijgebouw voor mantelzorg, ongeacht de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen en bijgebouwen, voor zover de vergroting voor het doel noodzakelijk is en geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende woonpercelen veroorzaakt. Zodra de vergunning vervalt, moet de vergroting ongedaan gemaakt worden voor zover die in strijd is met artikel 8, lid 8.1. 9.4 1.
2.
3.
Bouwen op locaties waar het bouwen in verband met de functie verboden is Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen om af te wijken van een regel die een locatie in verband met een functie beschermt door de activiteit bouwen te verbieden, als het bouwwerk past bij het doel van de andere aan de locatie toegewezen functies en het doel van de beschermde functie niet doorkruist. De vergunning wordt geweigerd, als het bouwen of het bouwwerk, gezien het belang van de te beschermen functie, schade of gevaar kan veroorzaken of als het te bouwen bouwwerk bij wet als kwetsbaar of zeer kwetsbaar object is aangewezen. Burgemeester en wethouders betrekken het advies van de beheerder van de te beschermen
2 2 bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
Utrecht
4.
functie bij het besluit over de vergunning. Burgemeester en wethouders kunnen, om schade uit te sluiten of om gevaar te voorkomen, voorschriften aan de vergunning verbinden.
Artikel 10
Bouwen is niet toegestaan
Het bouwen van andere bouwwerken dan de bouwwerken die op grond van de artikelen 6 tot en met 9 toegestaan zijn, is verboden.
Artikel 11 11.1 1.
2. 3.
4.
Slopen met vergunning
Slopen op locaties waar het slopen in verband met de functie verboden is
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen om af te wijken van een regel die een locatie in verband met een functie beschermt door de activiteit slopen te verbieden, als het slopen het doel van de beschermde functie niet doorkruist. De vergunning wordt in ieder geval geweigerd als niet vaststaat dat het project waar het slopen deel van uitmaakt, uitgevoerd mag worden. Burgemeester en wethouders kunnen in de vergunning voorwaarden opnemen die verband houden met de veiligheid of met de functie, waaronder de voorwaarde dat de sloop alleen is toegestaan, als andere vergunningen voor het project onherroepelijk verleend zijn. Bij de beoordeling van een aanvraag betrekken burgemeester en wethouders het advies van de beheerder van de te beschermen functie bij het besluit over de vergunning.
bestemmingsplan "Westflank Zuid, Stationsgebied 1e herziening" (vastgesteld)
23
Hoofdstuk 4 gebruiken Artikel 12 12.1
Gebouwen en locaties
Activiteiten die niet zijn toegestaan
Een activiteit moet passen bij het doel van functies
Activiteiten die niet passen bij het in de regels beschreven doel van een functie die aan een locatie is toegewezen, gelezen met toepassing van artikel 13, zijn verboden. 12.2 1.
2.
Activiteiten die in het algemeen niet mogen
De volgende activiteiten zijn verboden: a. het plaatsen, laten plaatsen of geplaatst houden van een onderkomen op een sta- of ligplaats op onbebouwde locaties; b. bedrijfsmatige seksactiviteiten; c. zelfstandige horeca-activiteiten, belhuizen en afhaalzaken; d. het aanbieden van logies; e. het permanent bewonen van stacaravans en recreatiewoningen; f. het kamperen op onbebouwde gronden; g. het wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; h. het opslaan van goederen voor de voorgevelrooilijn; i. het opslaan van goederen in de openbare ruimte, anders dan opslag die hoort bij een aan de openbare ruimte toegewezen functie; j. het opslaan van voertuigen, vliegtuigen, boten of onderdelen daarvan op onbebouwde locaties; k. het storten of het opslaan van puin en afvalstoffen op onbebouwde locaties, met uitzondering van het voor korte tijd opslaan van huishoudelijk tuinafval. Het verbod onder 1 geldt niet voor locaties met een functie die de activiteit expliciet toestaat.