CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 20263.410 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijzigingen Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026 ten opzichte van de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025 Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan wat verandert, cursief gezet, in de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. De wijzigingen worden kort toegelicht. Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025

Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026

De raad van de gemeente Utrecht; ... Besluit vast te stellen de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025. Toelichting: jaartal gewijzigd.

De raad van de gemeente Utrecht; ... Besluit vast te stellen de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026.

Gelet op: Gelet op: Artikel 108, tweede lid, Gemeentewet; Artikel 108, tweede lid, Gemeentewet; Artikelen 2.9, 2.12, 8.1.1 van de Jeugdwet; Artikelen 2.9, 2.10, 2.11, 8.1.1., derde lid van de Jeugdwet; Toelichting: verwijzing gecorrigeerd (in lijn met modelverordening jeugdhulp van de VNG). Artikel 1 definities

Artikel 1 definities

K. Persoonsgebonden budget (pgb): een bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor een individuele voorziening die een jeugdige en/of ouders van een derde heeft betrokken.

Persoonsgebonden budget (pgb): een bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor een individuele voorziening die een jeugdige en/of ouders van een derde betrekt.

Toelichting: tekstuele wijziging. Artikel 4 Onderzoek en verslag 1. In een gesprek (zoals in artikel 3 lid 4 bedoeld) wordt in ieder geval besproken:

Artikel 4 Onderzoek en verslag 1. In een gesprek met de Medewerker of de Lokale toegang wordt in ieder geval besproken:

Toelichting: wijziging zodat tekst duidelijker is. Artikel 5 Criteria voor individuele voorzieningen ....

Artikel 5 Criteria voor individuele voorzieningen ...

10. In afwijking van lid 1, 3, 5 zijn de criteria voor het vaststellen of een jeugdige in aanmerking komt voor een beoordeling conform lid 11: a. de Poortwachter ontvangt van de school het relevante leerlingdossier; en b. de Poortwachter beoordeelt het leerlingdossier volgens de richtlijnen van het Nederlands Kennisinstituut Dyslexie (NKD) wat onder andere inhoudt:  dat uit 3 Cito-toetsen (of vergelijkbare toetsen) na elkaar blijkt dat de jeugdige een grote achterstand heeft op technisch lezen op woordniveau. Tussen deze toetsen zit iedere keer minimaal 6 maanden. Bij Cito-toetsen betekent dit dat de jeugdige 3 keer een Eof V-(min)-score heeft op lezen; en  de school aantoonbaar extra begeleiding heeft aangeboden. Deze begeleiding moet voldoen aan eisen die staan omschreven in de ‘Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie’ waaronder minimaal ondersteuningsniveau 3; en  de lees- en spellingproblemen niet voortkomen uit laaggeletterdheid, gebrekkig onderwijs of andere problemen; en c. de Poortwachter adviseert het college over het te nemen besluit op basis van zijn beoordeling van het leerlingdossier dat de school heeft opgesteld. 11. De criteria voor het vaststellen of een jeugdige in aanmerking komt voor dyslexiezorg zijn: a. de jeugdige heeft een toekennend besluit ontvangen naar aanleiding van de beoordeling van het leerlingdossier door de Poortwachter. b.

de aanbieder onderzoekt volgens de richtlijnen van het NKD in combinatie met het geldende Protocol Dyslexie en Diagnostiek en Behandeling; en c. de aanbieder adviseert het college over het te nemen besluit op basis van het door hem verrichtte onderzoek. 12. Jeugdigen kunnen alleen voor een vervoersvoorziening in aanmerking komen: a. als het gaat om vervoer van een jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt; en

Artikel 6 Dyslexie 1. Een jeugdige kan binnen de kaders van de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een beoordeling voor de individuele voorziening dyslexiezorg wanneer: a. de Poortwachter van de school het relevante leerlingdossier heeft ontvangen; en b. de Poortwachter het leerlingdossier heeft beoordeeld volgens de richtlijnen van het Nederlands Kennisinstituut Dyslexie (NKD) wat onder andere inhoudt: - dat uit 3 Cito-toetsen (of vergelijkbare toetsen) na elkaar blijkt dat de jeugdige een grote achterstand heeft op technisch lezen op woordniveau. Tussen deze toetsen zit iedere keer minimaal 6 maanden. Bij Cito-toetsen betekent dit dat de jeugdige 3 keer een E- of V-(min)-score heeft op lezen; en - dat de school aantoonbaar extra begeleiding heeft aangeboden. Deze begeleiding moet voldoen aan eisen die staan omschreven in de ‘Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie’ waaronder minimaal ondersteuningsniveau 3; en - dat de lees- en spellingproblemen niet voortkomen uit laaggeletterdheid, gebrekkig onderwijs of andere problemen. 2. De Poortwachter adviseert het college op basis van zijn beoordeling van het leerlingdossier dat de school heeft opgesteld. 3. De criteria voor het vaststellen of een jeugdige in aanmerking komt voor dyslexiezorg zijn: a.

de jeugdige heeft een toekennend besluit ontvangen naar aanleiding van de beoordeling van het leerlingdossier door de Poortwachter; en

b. gedurende de looptijd van de toekenning en het daadwerkelijke gebruik van de jeugdhulpvoorziening; c. als team Leerlingenvervoer oordeelt dat dat er een (medische) noodzaak is om deze voorziening in te zetten.

b. de aanbieder onderzoekt volgens de richtlijnen van het NKD in combinatie met het geldende Protocol Dyslexie en Diagnostiek en Behandeling; en c.

aanbieder adviseert het college over het te nemen besluit op basis van het door hem verrichtte onderzoek.

Artikel 7 Vervoer 1. Jeugdigen kunnen alleen voor een vervoersvoorziening in aanmerking komen: a. als het gaat om vervoer van een jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt; en b. gedurende de looptijd van de toekenning en het daadwerkelijke gebruik van de jeugdhulpvoorziening; c. als team Leerlingenvervoer oordeelt dat dat er een (medische) noodzaak is of dat er onvoldoende zelfredzaamheid is waardoor deze voorziening moet worden ingezet Toelichting: De leden over dyslexiezorg (leden 10 en 11) zijn in apart artikel over dyslexiezorg gezet (nieuw artikel 6) om zo de leesbaarheid te vergroten. Daarnaast zijn er enkele tekstuele wijzigingen als gevolg van deze wijziging. - Oud lid 11 sub c is een nieuw lid geworden (nieuw artikel 6 lid 2) en ‘over het te nemen besluit’ is verwijderd, omdat het college alleen een besluit neemt bij een afwijzing of een niet-ontvankelijk verklaring. - Het lid over vervoer (lid 12) is in apart artikel over vervoer (nieuw artikel 7) gezet om zo de leesbaarheid te vergroten. Doordat dit artikel over vervoer apart van artikel 5 is gezet, is het nodig om ‘onvoldoende zelfredzaamheid’ toe te voegen in het artikel over vervoer. In de uitvoeringspraktijk leidt dit niet tot wijzigingen. Artikel 6 Beschikking

Artikel 8 Beschikking

Toelichting: hernummerd vanwege nieuwe artikelen 6 en 7. Artikel 7 individuele voorzieningen inkopen met een pgb

Artikel 9 individuele voorzieningen inkopen met een pgb

3. In aanvulling op de wettelijke gronden kan het college een pgb (geheel of deels) weigeren. Redenen hiervoor zijn:

3. In aanvulling op de wettelijke gronden kan het college een pgb (geheel of deels) weigeren. Redenen hiervoor zijn:

a. voor zover het pgb is bedoeld of wordt gebruikt voor andere kosten dan het leveren van de benodigde zorg. Onder andere kosten wordt o.a. verstaan kosten van: i.

a. als de Medewerker of Lokale toegang vindt dat de jeugdhulp die de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger wil inkopen niet of onvoldoende zal bijdragen aan het beoogde resultaat;

tussenpersonen; i.

belangenbehartigers

b. als niet wordt voldaan aan de norm van de verantwoorde werktoedeling conform (Besluit) Jeugdwet.

ii.

administratie;

c.

als de aanvraag tot gevolg heeft dat één persoon langer dan 16 weken meer dan 48 uur per week moet werken;

i. reis en verblijf van hulpverleners; d. als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget ook de hulpverlener is; b. als de Medewerker of Lokale toegang vindt dat de jeugdhulp die de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger wil inkopen niet of onvoldoende zal bijdragen aan het beoogde resultaat;

e. als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget betrokken is bij de jeugdhulporganisatie bijvoorbeeld als directeur/bestuurder;

c.

f.

als niet wordt voldaan aan de norm van de verantwoorde werktoedeling conform (Besluit) Jeugdwet.

d. als de aanvraag tot gevolg heeft dat één persoon meer dan 48 uur per week moet werken; e. als het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland; f.

1. Aanvullend op de voorafgaande voorwaarden en weigeringsgronden, voor zover van toepassing, kent het college een pgb voor jeugdhulp vanuit het sociale netwerk alleen toe als:

als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget ook de hulpverlener is;

g. als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget betrokken is bij de jeugdhulporganisatie bijvoorbeeld als directeur/bestuurder; h. als niet aantoonbaar is voldaan aan de meldplicht toetreding nieuwe jeugdhulpaanbieders of de meldplicht (Aanpassings)Wet toetreding zorgaanbieders (A) Wtza), behalve als de aanbieder hulpverlener valt onder een uitzondering van respectievelijk het Besluit Jeugdwet of Uitvoeringsbesluit Wtza.

als niet aantoonbaar is voldaan aan de meldplicht toetreding nieuwe jeugdhulpaanbieders of de meldplicht (Aanpassings)Wet toetreding zorgaanbieders (A) Wtza), behalve als de aanbieder hulpverlener valt onder een uitzondering van respectievelijk het Besluit Jeugdwet of Uitvoeringsbesluit Wtza.

a. de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger motiveert waarom dit tot hetzelfde of beter resultaat leidt dan de inzet van een professionele hulpverlener; en b. de persoon uit het sociale netwerk die de hulp verleent, aangeeft dat de hulp aan de jeugdige en/of ouders hem niet overbelast; en c.

de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen uitvoert die alleen een geregistreerde professional mag uitvoeren; en

1. Aanvullend op de voorafgaande voorwaarden en weigeringsgronden kent het college een pgb voor jeugdhulp vanuit het sociale netwerk alleen toe als: a. de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger motiveert waarom dit tot hetzelfde of beter resultaat leidt dan de inzet van een professionele hulpverlener; en

d. de persoon uit het sociale netwerk voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: i.

de hulpverlener heeft de competenties, kennis en vaardigheden die nodig zijn om verantwoorde hulp te bieden en toont dit aan; en

ii.

de hulpverlener overhandigt een VOG die bij start van de hulp niet ouder is dan 12 maanden (behalve als de hulpverlener een bloed- of aanverwant in de 1e en 2e graad is, zoals bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk wetboek); en

b. de persoon uit het sociale netwerk die de hulp verleent, aangeeft dat de hulp aan de jeugdige en/of ouders hem niet overbelast; en c.

de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen doet die alleen een geregistreerde professional mag doen; en

d. de persoon uit het sociale netwerk voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: i. de hulpverlener heeft de competenties, kennis en vaardigheden nodig zijn om verantwoorde hulp te bieden en toont dit aan; en

iii. de hulpverlener neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij gebruik van de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling; en iv. de hulpverlener meldt calamiteiten direct aan het buurtteam; en v.

de hulpverlener werkt aan de doelen zoals vastgesteld in het gezinsplan.

5. De volgende kosten zijn uitgesloten van vergoeding vanuit een pgb:

ii. de hulpverlener overhandigt een VOG die bij start van de hulp niet ouder is dan 12 maanden (behalve als de hulpverlener een bloed- of aanverwant in de 1e en 2e graad is, zoals bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk wetboek); en

a. kosten voor bemiddeling;

iii. de hulpverlener neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij gebruik van de Meldcode Huiselijk geweld; en

d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb;

b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie;

e. kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door de Medewerker of Lokale toegang.

iv. de hulpverlener meldt calamiteiten direct aan het buurtteam; en v. de hulpverlener werkt aan de doelen zoals vastgesteld in het gezinsplan. Toelichting: - Nieuw lid 3 sub c is aangevuld, omdat wij het, conform Arbeidstijdenwet, belangrijk vinden dat in de gevallen dat iemand meer dan 48 uur moet werken, dit niet langer dan 16 weken gebeurt ter voorkoming van overbelasting. - In lid 4 is door de toevoeging van ‘voor zover van toepassing’ verduidelijkt dat sommige gronden in lid 3 niet van toepassing zijn op jeugdhulp vanuit het sociale netwerk. Ook zijn er enkele tekstuele aanpassingen gedaan. - Lid 3 sub a is verplaatst naar lid 5. In lid 5 is verduidelijkt welke kosten zijn uitgesloten van vergoeding vanuit een pgb. Als gevolg van dit nieuwe lid is lid 3 sub e verwijderd. Artikel 8 Hoogte van een pgb-tarief

Artikel 10 Hoogte van een pgb-tarief

1. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van een formulier PGB plan dat jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger heeft ingevuld. In het formulier PGB plan staat in ieder geval:

1. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van een formulier PGB plan dat jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger heeft ingevuld. In het formulier PGB plan staat in ieder geval:

a. Welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger gezien de hulpvraag willen inkopen met het pgb en wat het beoogd resultaat is; en

a. Welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger gezien de hulpvraag willen inkopen met het pgb; en b. Of de beoogd hulpverlener werkt bij een instelling, werkt als zzp’er of behoort tot het sociale netwerk van jeugdige en/of ouders.

b. als van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. ... ... 8. De hoogte van het pgb is de benodigde omvang van de individuele voorziening in uren of dagdelen keer het tarief. 9. Het pgb is nooit hoger dan dat de goedkoopste voorziening in natura zou kosten die past bij wat nodig is.

8. De tarieven in Bijlage 1 zijn de maximale tarieven waarmee een pgb wordt berekend en die binnen het pgb gedeclareerd mogen worden. Als de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in Bijlage 1 genoemde maximale tarieven, dan wordt het pgb berekend op basis van de werkelijke kosten.

10. Uitgangspunt is dat, als het mogelijk en nodig is, jaarlijks per 1 januari de beschikbare loon-en prijsindexaties worden vertaald naar indexering van de tarieven.

9. De hoogte van het pgb is de benodigde omvang van de individuele voorziening in uren of dagdelen keer het tarief. 10. Het pgb is nooit hoger dan dat de goedkoopste voorziening in natura zou kosten die past bij wat nodig is. 11. Uitgangspunt is dat, als het mogelijk en nodig is, jaarlijks per 1 januari de beschikbare loon-en prijsindexaties worden vertaald naar indexering van de tarieven.

Toelichting: - Lid 1 sub a: ‘en wat het beoogd resultaat’ is verwijderd, want dit is niet van invloed op het tarief dat van toepassing is en hoort daarom niet in de Verordening, maar in de Nadere regel waar dit al staat. - Lid 1 sub b: zin is gewijzigd, omdat het pgb-tarief mede wordt bepaald door het soort hulpverlener (werkzaam bij een instelling, werkzaam als zzp-er of behorend tot het sociaal netwerk van jeugdige/ouders). - Nieuw lid 8 toegevoegd: deze tekst is verplaatst uit de bijlage bij de Verordening naar dit artikel om hier meer nadruk op te leggen. Dit leidt ertoe dat de leden erna worden hernummerd. Artikel 9 Opschorting betaling uit het pgb

Artikel 11 Opschorting betaling uit het pgb

...

...

2. Het college kan de SVB gemotiveerd vragen om te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een opname in een Wet langdurige zorg (Wlz)- of Zorgverzekeringswet (Zvw)-instelling zoals in artikel 10 lid 2 sub e.

2. Het college kan de SVB gemotiveerd vragen om te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een opname in een Wet langdurige zorg (Wlz)- of Zorgverzekeringswet (Zvw)-instelling zoals in artikel 12 lid 2 sub e.

Toelichting: artikel is hernummerd en verwijzing gecorrigeerd. Artikel 10 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet

Artikel 12 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen individuele voorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet

1. Zoals in artikel 8.1.2 van de wet staat, moet de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger zelf of op verzoek alle feiten/omstandigheden melden die een verandering kunnen betekenen voor de beslissing over de toegekende voorziening.

1. Zoals in artikel 8.1.2 van de wet staat, moet de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger zelf of op verzoek alle feiten/omstandigheden melden die een verandering kunnen betekenen voor de beslissing over de toegekende voorziening in natura of in de vorm van een pgb.

Toelichting: artikel is hernummerd en verduidelijkt (in lijn met de modelverordening jeugdhulp van de VNG).

Artikel 11 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s ...

Artikel 13 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen en pgb’s ...

Artikel 12 Balans tussen prijs en kwaliteit van aanbieders van preventie, jeugdhulp, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering

Artikel 14 Balans tussen prijs en kwaliteit van aanbieders van preventie, jeugdhulp, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering

... Artikel 13 Inspraak en medezeggenschap ... Artikel 14 Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de artikelen 2 tot en met 7, artikel 11 en artikel 13 van deze verordening.

... Artikel 15 Inspraak en medezeggenschap ... Artikel 16 Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de artikelen 2 tot en met 8, artikel 10, artikel 13 en artikel 15 van deze verordening.

Toelichting: artikelen is hernummerd en er wordt verwezen naar juiste, hernummerde, artikelen. Artikel 15 Intrekking oude verordening De Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2024 wordt ingetrokken per 1 januari 2025.

Artikel 17 Intrekking oude verordening De Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025 wordt ingetrokken per 1 januari 2026.

Artikel 16 Overgangsbepalingen 1. Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend voor 1 januari 2025 en waarop nog niet is beslist wanneer deze verordening in werking treedt, worden afgehandeld volgens de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2024.

Artikel 18 Overgangsbepalingen 1. Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend voor 1 januari 2026 en waarop nog niet is beslist wanneer deze verordening in werking treedt, worden afgehandeld volgens de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025.

2. Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend tussen 1 januari en 1 juli 2025 en waarop nog niet is beslist wanneer deze verordening wijzigt, worden afgehandeld volgens de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025 die geldt op 1 januari 2025.

2. Een recht op een lopende voorziening blijft gehandhaafd tot het einde van de looptijd van de voorziening of totdat het college een nieuw recht heeft vastgesteld.

3. Een recht op een lopende voorziening blijft gehandhaafd, totdat het college een nieuw recht heeft vastgesteld. Artikel 17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt per 1 januari 2025 in werking.

Artikel 19 Inwerkingtreding Deze verordening treedt per 1 januari 2026 in werking. Artikel 20 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2026.

Artikel 18 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025. Toelichting: - Artikelen zijn hernummerd. - Jaartallen zijn gewijzigd. - Artikel 16 lid 2 is verwijderd, want dit lid was toegevoegd vanwege een tussentijdse wijziging van de Verordening 2025 en is nu niet meer van toepassing. - Nieuw artikel 18 lid 2 is gewijzigd om zo te verduidelijken tot wanneer het recht op een lopende voorziening blijft gehandhaafd. Bijlage

Bijlage

Pgb-tarieven Zie toelichting. Zorgcategorie

Eenhei d

Instellingsta rief

zzp tarief

Informeel tarief

Ambulante begeleiding individueel

uur

68,07

55,39

23,49

Ambulante begeleiding groep

dagde el

61,16

49,62

23,49

Persoonlijke verzorging

uur

61,16

49,62

23,49

Basis Jeugd GGZ

uur

95,78

78,46

nvt

Gespecialiseerde Jeugd GGZ

uur

122,32

100,39

nvt

Kortdurend verblijf

etmaal

261,94

nvt

35,24

Vervoer individueel

rit

35,76

nvt

nvt

Vervoer groep

etmaal

9,15

nvt

nvt

Toelichting: In artikel 8 lid 10 staat het uitgangspunt dat, zo mogelijk en nodig, jaarlijks per 1 januari de beschikbare loon-en prijsindexaties worden vertaald naar indexering van de pgb-tarieven. Daarom worden per 1 januari 2026 de pgb-tarieven geïndexeerd met het gemeentebrede indexeringspercentage conform besluitvorming over voorjaarsnota 2025. Hiermee wordt voor zowel de instellings-en zzp-tarieven als de informele tarieven dezelfde consequente lijn gevolgd. Dit is onder voorbehoud van vaststelling van de budgetten bij de programmabegroting 2026. In de bijlage bij de verordening staan de tarieven 2025 zonder indexering. Na besluitvorming over de programmabegroting 2026 worden de tarieven in de bijlage gewijzigd conform besluitvorming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=84211075-7348-44f0-9e2c-15b816d85221