CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2024.docx

Gemeenteraad 2 november 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 20246.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijzigingen Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2024 ten opzichte van de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023 Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan wat verandert, cursief gezet, in de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. De wijzigingen worden kort toegelicht. Bestaande tekst Overwegende dat - de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente belegt; - het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; … d) het voorkomen en bestrijden van onterecht gebruik van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget als ook misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; e) het waarborgen van een goede verhouding tussen de prijs en de kwaliteit voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering; Toelichting: tekstueel aangepast. Hoofdstuk 1 algemene bepalingen Deze verordening bevat de regels die de gemeenteraad heeft vastgesteld en die de wettelijke regels van de Jeugdwet aanvullen. Toelichting: tekstueel aangepast. Artikel 1 Deze verordening bevat veel begrippen. … 5.

Gezinsplan: een door de Medewerker samen met de jeugdige en/of ouders opgesteld, schriftelijk plan met de hulpvraag/hulpvragen van de jeugdige en/of ouders, de afgesproken doelen en begeleiding, hoe daaraan gewerkt wordt, hoe de hulp bijdraagt aan het bereiken van de doelen en de aanvraag voor (een) voorziening(en) in het kader van de Jeugdwet;

… 10. Poortwachter: een door het college gecontracteerde dyslexie expert, niet zijnde een jeugdhulpaanbieder. De Poortwachter is verantwoordelijk

Nieuwe tekst Overwegende dat - de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente neerlegt; - het uitgangspunt is dat ouders en jeugdigen allereerst zelf verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen; … d) het voorkomen en bestrijden van onterecht gebruik van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget en misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; e) het zorgen voor een goede verhouding tussen de prijs en de kwaliteit voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering; Hoofdstuk 1 In deze verordening staan de regels die de gemeenteraad heeft vastgesteld en die de wettelijke regels van de Jeugdwet aanvullen. Artikel 1 In deze verordening staan veel begrippen. … 5. Gezinsplan: een schriftelijk plan dat de Medewerker samen met de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger maakt. In het plan staan de hulpvraag/hulpvragen van de jeugdige en/of ouders, de afgesproken doelen en begeleiding, hoe daaraan gewerkt wordt, hoe de hulp bijdraagt aan het bereiken van de doelen en de aanvraag voor (een) voorziening(en) in het kader van de Jeugdwet; … 10. Poortwachter: een door het college gecontracteerde dyslexie expert, niet zijnde een jeugdhulpaanbieder. De Poortwachter is verantwoordelijk voor controle van

voor controle van het leerlingdossier en adviseert het college over de het leerlingdossier en adviseert het college over de toegang tot dyslexiezorg, op toegang tot dyslexiezorg, op verzoek van jeugdige en ouders; verzoek van jeugdige en ouders/vertegenwoordiger; Toelichting: 1e zin tekstueel aangepast. Daarnaast het woord ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier inzet van een vertegenwoordiger mogelijk is. Artikel 1 Artikel 1 8. Medewerker: gemandateerd gezinswerker die namens het college 8. Lokale toegang: personen die niet behoren tot het Buurtteam en een hulpvraag en/of aanvraag behandelt; - toegangstaken verrichten in een Nederlandse gemeente, anders 9. Persoonsgebonden budget (pgb): een bedrag waaruit namens het dan gemeente Utrecht; en college betalingen worden gedaan voor een individuele voorziening - een aanvraag van een jeugdige, die conform het die een jeugdige en/of ouders van een derde heeft betrokken. woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid van gemeente 10. Poortwachter: een door het college gecontracteerde dyslexie Utrecht valt, kunnen (her)beoordelen en casusregie uitvoeren expert, niet zijnde een jeugdhulpaanbieder. De Poortwachter is tijdens de indicatieduur. verantwoordelijk voor controle van het leerlingdossier en adviseert 9.

Medewerker: gemandateerd gezinswerker die een hulpvraag en/of het college over de toegang tot dyslexiezorg, op verzoek van aanvraag behandelt namens het college; jeugdige en ouders; 10. Persoonsgebonden budget (pgb): een bedrag waaruit namens het college 11. Vakantie en/of verblijf in het buitenland: aaneengesloten dagen betalingen worden gedaan voor een individuele voorziening die een waarop belanghebbende buiten de gemeente Utrecht verblijft, maar jeugdige en/of ouders van een derde heeft betrokken. nog wel aangemerkt kan worden als ingezetene van de gemeente 11. Poortwachter: een dyslexie-expert die het college heeft gecontracteerd Utrecht. en geen jeugdhulpaanbieder is. De Poortwachter is verantwoordelijk voor 12. Verwijzer: een Medewerker, de huisarts, de medisch specialist, de controle van het leerlingdossier en adviseert het college over de toegang tot jeugdarts, de rechter, de gecertificeerde instelling, het Openbaar dyslexiezorg, op verzoek van jeugdige en ouders/vertegenwoordiger; Ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts en de directeur 12. Vakantie: aaneengesloten dagen waarop jeugdige en/of ouder buiten de van de Justitiële Jeugdinrichting. gemeente Utrecht verblijft, maar nog wel onder de verantwoordelijkheid 13. Wet: Jeugdwet. van de gemeente Utrecht valt. 13.

Vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die namens de jeugdige en/of ouders opkomt voor zijn/hun belangen. 14. Verwijzer: een Medewerker, de huisarts, de medisch specialist, de jeugdarts, de rechter, de gecertificeerde instelling, het Openbaar Ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts en de directeur van de Justitiële Jeugdinrichting. 15. Wet: Jeugdwet. Toelichting: - Definitie ‘lokale toegang’ toegevoegd: gemeente Utrecht is soms verantwoordelijk voor jeugdigen die niet meer in Utrecht wonen. Als deze jeugdigen (specialistische) jeugdhulp nodig hebben, dan organiseren we een deel van deze toegang in de gemeente waar zij wonen. De medewerker van de lokale toegang kan in de gemeente waar de jongere/ouder woont in gesprek met hem/hen (in plaats van in Utrecht), want de medewerker van de lokale toegang kent de beschikbare jeugdhulp in de betreffende gemeente/regio goed. - Definitie ‘vakantie’ tekstueel gewijzigd ter verduidelijking. - Definitie ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd zodat voor jeugdigen en ouders duidelijk is wat een vertegenwoordiger is en doet. - Nummering gewijzigd.

- Tekstueel gewijzigd. Artikel 2 lid 2 b. Dyslexiezorg: diagnostiek, om vast te stellen of sprake is van ernstige dyslexie, en behandeling, indien uit de uitgevoerde diagnostiek blijkt dat sprake is van ernstige dyslexie; c. Essentiele functies: hoogspecialistische jeugdhulp voor jeugdigen met zeer complexe hulpvragen waarbij de veiligheid van de jeugdige en/of de ontwikkeling van de jeugdige door de aard van de problematiek zeer ernstig in het geding is. Essentiele functies zijn zowel ambulante als residentiële jeugdhulp. Ook de gesloten jeugdhulp valt hieronder. Deze bieden we op bovenregionaal niveau in samenwerking met de jeugdregio’s Lekstroom, Utrecht West en Zuidoost Utrecht. d. Landelijk transitiearrangement (LTA): voor zeer weinig voorkomende zorgvragen die hoogwaardige, specialistische inzet vragen is landelijk via het LTA beschikbaarheid van zorg georganiseerd. Het gaat hierbij om zeer diverse vormen van specialisme die de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) namens de gemeenten inkoopt. Toelichting: tekstueel gewijzigd. Artikel 3 1. De voorzieningen die worden geregeld in deze verordening zijn toegankelijk voor jeugdigen en/of hun ouders die, volgens de wet en het convenant Implementatie wet wijziging woonplaatsbeginsel, onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Utrecht vallen. 2.

Voor jeugdigen en/of ouders met een hulpvraag zijn algemene voorzieningen vrij toegankelijk. 3. Jeugdigen en/of hun ouders kunnen zich melden bij het buurtteam. 4. Tijdens het gesprek met een Medewerker wordt samen met de jeugdige en/of zijn ouders de behoefte aan jeugdhulp verhelderd. Daarnaast worden de jeugdige en/of zijn ouders gewezen op de mogelijkheid van het maken van een familiegroepsplan en de mogelijkheid om zich te laten bijstaan door een onafhankelijke clientondersteuner of een onafhankelijk vertrouwenspersoon. 5. In afwijking van het vierde lid kan het college aan een jeugdige van 7 jaar of ouder en jonger dan 13 jaar, na advies van de poortwachter, een individuele voorziening voor dyslexie-zorg toekennen op verzoek van jeugdigen en/of ouders in samenspraak met de school. 6. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een individuele voorziening,

Artikel 2 lid 2 b. Dyslexiezorg: diagnostiek, om vast te stellen of sprake is van ernstige dyslexie, en behandeling als uit de uitgevoerde diagnostiek blijkt dat sprake is van ernstige dyslexie; c. Essentiele functies: hoogspecialistische jeugdhulp voor jeugdigen met zeer complexe hulpvragen waarbij de veiligheid van de jeugdige en/of de ontwikkeling van de jeugdige door de aard van de problematiek zeer ernstig in het geding is. Essentiele functies zijn zowel ambulante als residentiële jeugdhulp. Ook de gesloten jeugdhulp valt hieronder. Deze bieden we op bovenregionaal niveau samen met de jeugdregio’s Lekstroom, Utrecht West en Zuidoost Utrecht. d. Landelijk transitiearrangement (LTA): voor zeer weinig voorkomende zorgvragen die zeer specialistische inzet vragen is landelijk via het LTA beschikbaarheid van zorg georganiseerd. Het gaat hierbij om zeer diverse vormen van specialisme die de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) inkoopt namens de gemeenten.

Artikel 3 1. De voorzieningen in deze verordening zijn toegankelijk voor jeugdigen en/of ouders die, volgens de wet en het convenant Implementatie wet wijziging woonplaatsbeginsel, onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Utrecht vallen. 2. Voor jeugdigen en/of ouders met een hulpvraag zijn algemene voorzieningen vrij toegankelijk. 3. Jeugdigen en/of ouders/vertegenwoordiger kunnen zich melden bij het buurtteam of de Lokale toegang. 4. Tijdens het gesprek met een Medewerker of de Lokale toegang wordt samen met de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger de behoefte aan jeugdhulp verduidelijkt. Daarnaast wijst de Medewerker of de Lokale toegang de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger erop dat zij een familiegroepsplan kunnen maken en dat zij zich kunnen laten ondersteunen door een onafhankelijke clientondersteuner of een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 5. In afwijking van het vierde lid kan het college aan een jeugdige van 7 tot 13 jaar met feitelijk woonadres gemeente Utrecht een individuele voorziening voor dyslexiezorg toekennen na advies van de poortwachter en een gecontracteerde aanbieder en op verzoek van jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger in overleg met de school.

voor zo lang de jeugdhulpaanbieder die de individuele voorziening ‘in natura’ levert van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is.

6. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een individuele voorziening, voor zo lang de jeugdhulpaanbieder die de individuele voorziening ‘in natura’ levert, vindt dat inzet van jeugdhulp nodig is.

Toelichting: - Lid 1, 3-6: tekstueel aangepast. - Lid 3 t/m 5: ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier inzet van een vertegenwoordiger mogelijk is. - Lid 3 en 4: ‘Lokale toegang’ toegevoegd, omdat deze leden ook van toepassing zijn bij de Lokale toegang. - Lid 5: ‘gecontracteerde aanbieder’ toegevoegd, zodat dit in lijn is met de praktijk en de Nadere regel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht. Artikel 4 lid 1 Artikel 4 lid 1 In een gesprek (zoals in artikel 3 lid 4 bedoeld) komt in ieder geval aan de In een gesprek (zoals in artikel 3 lid 4 bedoeld) wordt in ieder geval besproken: … orde: … 3°. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen 3°. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren voldoende vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden. De behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te Medewerker of de Lokale toegang stimuleert de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger om een familiegroepsplan te maken; en kunnen bieden. De Medewerker stimuleert de jeugdige en/of zijn ouders om 4°. als de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen niet genoeg een familiegroepsplan op te stellen; en 4°.

voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, algemene voorziening of individuele voorziening te zorgen voor de nodige ondersteuning, ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een andere voorziening, algemene voorziening of individuele voorziening te voorzien in hulp en zorg; en de nodige ondersteuning, hulp en zorg; en … … d. als van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed d. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen (denk aan zorg, zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen (denk aan onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen, schulddienstverlening, voorschool); en schulddienstverlening, voorschool); en e. bij toekenning van een individuele voorziening hoe deze wordt verzilverd; via e. hoe in geval van toekenning van een individuele voorziening deze wordt een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder van de gemeente (in natura) of via pgb. verzilverd; via een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder van de gemeente De jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger worden geïnformeerd over de (in natura) of via pgb.

De jeugdige en/of zijn ouders worden ingelicht over de gevolgen van die keuze waaronder de mogelijke gevolgen van misbruik en gevolgen van die keuze waaronder de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet; en oneigenlijk gebruik van de wet; en f. hoe bij het bepalen van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden f. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, achtergrond van de jeugdige en/of ouders en hoe wordt omgegaan met verschillen de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn in seksuele oriëntatie, genderdiversiteit en intersekse-conditie; ouders en hoe wordt omgegaan met verschillen in seksuele oriëntatie, genderdiversiteit en intersekse-conditie; Toelichting: tekstueel aangepast en ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier inzet van een vertegenwoordiger mogelijk is. Artikel 4 Artikel 4

2. De jeugdige en/of zijn ouders leveren bij het buurtteam de gegevens en documenten aan die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 3. De bevindingen van een gesprek worden opgenomen in het gezinsplan. Opmerkingen of aanvullingen van de jeugdige en/of zijn ouders kunnen aan het gezinsplan worden toegevoegd. Dit geheel wordt beschouwd als de aanvraag. Een familiegroepsplan kan onderdeel zijn van het gezinsplan. 4. Het college kan een specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.

2. De jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger leveren bij het buurtteam of de Lokale toegang de gegevens en documenten aan die voor het onderzoek nodig zijn en die zij redelijkerwijs kunnen krijgen. 3. De resultaten van het gesprek worden opgenomen in het gezinsplan. Opmerkingen of aanvullingen van de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger kunnen aan het gezinsplan worden toegevoegd. Dit geheel wordt gezien als de aanvraag. Een familiegroepsplan kan onderdeel zijn van het gezinsplan. 4. De Medewerker of de Lokale toegang kan een specifiek deskundig oordeel en advies vragen als dit nodig is voor het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag.

Toelichting: - Lid 2: ‘Lokale toegang’ toegevoegd omdat hier sprake kan zijn van de Lokale toegang. - Lid 2 en 3: tekstueel aangepast en ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier inzet van een vertegenwoordiger mogelijk is. - Lid 4: verduidelijkt dat de Medewerker of de Lokale toegang, gemandateerd door het college, een specifiek deskundig oordeel en advies kan vragen. Artikel 5 Artikel 5 1. Een jeugdige of ouder kan binnen de kaders van de Jeugdwet en deze 1. Een jeugdige en/of ouder kan binnen de kaders van de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een individuele voorziening verordening in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer de wanneer door de Medewerker of een andere verwijzer is vastgesteld Medewerker, de Lokale toegang of een andere verwijzer heeft vastgesteld dat: a. inzet noodzakelijk is vanwege de aard en ernst van de hulpvraag; en dat: a. inzet noodzakelijk is gezien de aard en ernst van de hulpvraag; en b. de jeugdige en/of ouders op eigen kracht of met inzet van personen uit het eigen netwerk, geen passende oplossing kunnen vinden voor hun b. de jeugdige en/of ouders op eigen kracht of met inzet van personen hulpvraag; en uit het eigen netwerk, geen passende oplossing kunnen vinden voor c. algemene, voorliggende of andere voorzieningen in de situatie van de hun hulpvraag; en jeugdige en/of ouders niet voldoende blijken. c.

algemene, voorliggende of andere voorzieningen in de betreffende situatie niet voldoende blijken. Toelichting: tekstueel aangepast en ‘vertegenwoordiger’ en ‘Lokale toegang’ toegevoegd, omdat hier inzet van een vertegenwoordiger en de Lokale toegang mogelijk is Artikel 5 4. Als de vertegenwoordiger ook de uitvoerder van de jeugdhulp is of op een andere manier betrokken is bij de uitvoerende jeugdhulpaanbieder, dan kan de aanvraag voor een individuele voorziening worden geweigerd. Toelichting: deze ‘kan’-bepaling (het college kan de aanvraag weigeren) is toegevoegd zodat jeugdigen en ouders beschermd kunnen worden tegen druk door een vertegenwoordiger die zelf belang heeft bij het bieden van de jeugdhulp. Artikel 5 Artikel 5 4. De buurt waar de jeugdige en/of ouders woont, is leidend bij de 5. De buurt waar de jeugdige en/of ouders woont, is leidend bij de toewijzing door toewijzing van een individuele voorziening door de verwijzer naar een de verwijzer behalve als buurtgericht specialistisch team tenzij: -de situatie van de jeugdige en/of ouders om inzet door professionals van beide aanbieders vraagt; of

• de leefwereld of situatie van de jeugdige en/of ouders om andere inzet vraagt; • de jeugdige en/of ouders hierin een andere wens heeft.

- er zwaarwegende inhoudelijke redenen zijn om de hulp op een andere plek te laten plaatsvinden; of - het om hulp gaat die door de Lokale toegang wordt toegekend.

Toelichting: Door wijziging van artikel 5 lid 5 sluit het beter aan bij de praktijk waarin jeugdigen en/of ouders specialistische jeugdhulp krijgen van de aanbieder die in hun eigen buurt specialistische jeugdhulp biedt. Ook biedt het de mogelijkheid dat jeugdige en/of ouders specialistische jeugdhulp krijgen van beide aanbieders (KOOS en Spoor030) als dit nodig is. Daarnaast is het mogelijk om bij zwaarwegende inhoudelijke redenen hulp op een andere plek te laten plaatsvinden. Wanneer hier sprake van is, dan wordt dit afgestemd met de jeugdige en/of ouders. Tot slot biedt het de mogelijkheid hulp om een andere plek te bieden als het gaat om hulp die door de Lokale toegang wordt toegekend. Artikel 5 6. In afwijking van lid 1, 3, 5 zijn de criteria voor het vaststellen of een jeugdige in aanmerking komt voor een beoordeling conform lid 7: a. de Poortwachter ontvangt van de school het relevante leerlingdossier; en b. de Poortwachter beoordeelt het leerlingdossier volgens de richtlijnen van het Nederlands Kennisinstituut Dyslexie (NKD) wat onder andere inhoudt: - dat uit 3 Cito-toetsen (of vergelijkbare toetsen) na elkaar blijkt dat de jeugdige een grote achterstand heeft op technisch lezen op woordniveau. Tussen deze toetsen zit iedere keer minimaal 6 maanden.

Bij Cito-toetsen betekent dit dat de jeugdige 3 keer een E- of V-(min)score heeft op lezen; en - de school aantoonbaar extra begeleiding heeft aangeboden. Deze begeleiding moet voldoen aan eisen die staan omschreven in de ‘Brede Vakinhoudelijke Richtlijn Dyslexie’ waaronder minimaal ondersteuningsniveau 3; en - de lees- en spellingproblemen niet voortkomen uit laaggeletterdheid, gebrekkig onderwijs of andere problemen; en c. de Poortwachter adviseert het college over het te nemen besluit op basis van zijn beoordeling van het leerlingdossier dat de school heeft opgesteld. 7. De criteria voor het vaststellen of een jeugdige in aanmerking komt voor dyslexiezorg zijn: a. de jeugdige heeft een toekennend besluit ontvangen naar aanleiding van de beoordeling van het leerlingdossier door de Poortwachter. b. de aanbieder onderzoekt volgens de richtlijnen van het NKD in combinatie met het geldende Protocol Dyslexie en Diagnostiek en Behandeling; en

c. de aanbieder adviseert het college over het te nemen besluit op basis van het door hem verrichtte onderzoek. Toelichting: toegevoegd, omdat de raad de bevoegdheid heeft om criteria voor individuele voorzieningen vast te stellen. Deze artikelen worden verplaatst van de Nadere regel Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023 naar de Verordening. Artikel 6 Artikel 6 1. Indien de Medewerker op basis van (een) gesprek(ken) met de jeugdige 1.Als de Medewerker of de Lokale toegang door (een) gesprek(ken) met de en/of zijn ouders vaststelt dat een individuele voorziening noodzakelijk is, jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger vaststelt dat een individuele dan bevestigt hij dit schriftelijk aan de jeugdige en/of ouder. voorziening noodzakelijk is, dan bevestigt hij dit schriftelijk aan de jeugdige en/of 2. In de volgende gevallen wordt er altijd een beschikking verstrekt: ouders/vertegenwoordiger. a. bij een toekenning of afwijzing van een pgb; 2. In de volgende gevallen wordt er altijd een beschikking afgegeven: b. bij het afwijzen of niet in behandeling nemen van een aanvraag a. bij een toekenning of afwijzing van een pgb; voor een individuele voorziening; b. bij het afwijzen of niet in behandeling nemen van een aanvraag voor een c. bij een verzoek van de jeugdige en/of zijn ouders om een individuele voorziening; beschikking te ontvangen, binnen 8 weken na de datum van het c.

bij een verzoek van de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger om een gesprek waarin de melding is gedaan. beschikking te ontvangen, binnen 8 weken na de datum van het gesprek waarin de melding is gedaan. Toelichting: tekstueel aangepast en ‘Lokale toegang’ en ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier sprake kan zijn van de Lokale toegang en vertegenwoordiger. Artikel 7 Artikel 7 2. De jeugdige of zijn ouders dienen voor een pgb een door het college 2. De jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger moeten voor een pgb een format hiervoor ter beschikking gesteld format in te vullen (dit wordt het pgbvan het college invullen (dit wordt het formulier PGB plan genoemd) en dit aanvraagformulier genoemd) en dit in te leveren bij een Medewerker. inleveren bij een Medewerker of de Lokale toegang. 3. In aanvulling op de wettelijke gronden kan het college een pgb (geheel of 3. In aanvulling op de wettelijke gronden kan het college een pgb (geheel of deels) deels) weigeren. Redenen hiervoor zijn: weigeren. Redenen hiervoor zijn: a. voor zover het pgb is bedoeld of wordt gebruikt voor andere kosten a. als het pgb is bedoeld of wordt gebruikt voor andere kosten dan het dan het leveren van de benodigde zorg. Onder andere kosten wordt leveren van de benodigde zorg. Onder andere kosten wordt o.a. verstaan o.a.

verstaan kosten van: kosten van: - tussenpersonen; - tussenpersonen; - belangenbehartigers (bijvoorbeeld mensen die ondersteuning - belangenbehartigers; geven aan de jongere of de ouders waarbij niet de zorg wordt - administratie; ingekocht); - reis en verblijf van hulpverleners; - administratie; b. als de Medewerker of Lokale toegang vindt dat de jeugdhulp die de - reis en verblijf van hulpverleners; jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger wil inkopen niet of onvoldoende zal bijdragen aan het beoogde resultaat; b. als het college vindt dat de jeugdhulp die de jeugdige en/of zijn c. als de aanvraag tot gevolg heeft dat één persoon meer dan 48 uur per ouders wil inkopen niet of onvoldoende zal bijdragen aan het beoogde week moet werken; resultaat; c. als de aanvraag tot gevolg heeft dat één en dezelfde persoon meer d. als het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland; dan 48 uur per week moet werken; e. als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget ook de hulpverlener is,

d. als het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland. Het college kan wel toestemming geven voor individuele begeleiding tijdens de vakantieperiode; e. als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget ook de hulpverlener is, f. als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget betrokken is bij de zorgorganisatie bijvoorbeeld als directeur/ bestuurder. g. als niet aantoonbaar is voldaan aan de meldplicht (Aanpassings)Wet toetreding zorgaanbieders (A) Wtza), behalve als de hulpverlener valt onder een uitzondering van het Besluit Jeugdwet; 4. Aanvullend op de voorafgaande voorwaarden en weigeringsgronden kent het college een pgb voor jeugdhulp vanuit het sociale netwerk alleen toe als: a. de jeugdige en/of zijn ouders motiveert waarom dit tot eenzelfde of beter resultaat leidt dan de inzet van een professionele hulpverlener; en b. de persoon uit het sociale netwerk die de hulp verleent aangeeft dat de hulp aan de jeugdige en/of zijn ouders hem niet overbelast; en c. de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen verricht die aan een geregistreerde professional zijn voorbehouden; en d.

de persoon uit het sociale netwerk voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: - de hulpverlener beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden en toont dit aan; en - de hulpverlener overlegt een VOG die bij aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden (behalve als de hulpverlener een bloed- of aanverwant in de 1e en 2e graad is, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet); en

f. als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget betrokken is bij de jeugdhulporganisatie bijvoorbeeld als directeur/bestuurder. g. als niet aantoonbaar is voldaan aan de meldplicht (Aanpassings)Wet toetreding zorgaanbieders (A) Wtza), behalve als de hulpverlener valt onder een uitzondering van het Besluit Jeugdwet; 4. Aanvullend op de voorafgaande voorwaarden en weigeringsgronden kent het college een pgb voor jeugdhulp vanuit het sociale netwerk alleen toe als: a. de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger motiveert waarom dit tot hetzelfde of beter resultaat leidt dan de inzet van een professionele hulpverlener; en b. de persoon uit het sociale netwerk die de hulp verleent, aangeeft dat de hulp aan de jeugdige en/of ouders hem niet overbelast; en c. de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen doet die alleen een geregistreerde professional mag doen; en d. de persoon uit het sociale netwerk voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: - de hulpverlener heeft de competenties, kennis en vaardigheden die nodig zijn om verantwoorde hulp te bieden en toont dit aan; en - de hulpverlener overhandigt een VOG die bij start van de hulp niet ouder is dan 12 maanden (behalve als de hulpverlener een bloed- of aanverwant in de 1e en 2e graad is, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet); en

Toelichting: - Lid 2 t/m 4: tekstueel aangepast en ‘Lokale toegang’ en ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier sprake kan zijn van de Lokale toegang en inzet van een vertegenwoordiger. - Lid 3 sub a: aangepast, omdat voorbeelden niet in de Verordening horen. Dit voorbeeld wordt verplaatst naar de toelichting bij de Verordening. - Lid 3 sub d: de zin dat het college toestemming geven voor individuele begeleiding tijdens de vakantieperiode wordt verwijderd, omdat deze overbodig is. Conform lid 3 sub d kan het college een aanvraag voor een pgb in het buitenland weigeren. Dit betekent dat het college toestemming kan geven voor individuele begeleiding tijdens de vakantieperiode. Artikel 8 Artikel 8

1. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van een door de 1. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van het formulier PGB jeugdige en/of zijn ouders ingevuld pgb-aanvraagformulier. In het pgbplan dat de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger heeft ingevuld. In het aanvraagformulier staat in ieder geval: formulier PGB plan staat in ieder geval: a. Welke jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouders gezien de hulpvraag a. Welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger gezien de willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; en hulpvraag willen inkopen met het pgb en wat het beoogde resultaat is; en b. indien van toepassing, welke hiervan de jeugdige en/of zijn ouders b. als van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger willen betrekken van een persoon die behoort tot willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. het sociale netwerk. 2. Het pgb is gebaseerd op een uurtarief of gemiddeld resultaattarief, er 2. Het pgb is gebaseerd op een uurtarief of gemiddeld resultaattarief en er wordt wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten tarieven, dit zijn het onderscheid gemaakt tussen drie soorten tarieven. Dit zijn het instellingstarief, het instellingstarief, het zelfstandige zonder personeel (zzp)-tarief en het zelfstandige zonder personeel (zzp)-tarief en het informeel tarief.

informeel tarief. Toelichting: tekstueel aangepast en ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier inzet van een vertegenwoordiger mogelijk is. Artikel 8 Artikel 8 3. Van instellingstarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen, 3. Van instellingstarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen, met met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e graad van de cliënt: uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e graad van de cliënt: a. die in loondienst zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor a. die in loondienst zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie kopie van de inschrijving in het Handelsregister kunnen overleggen; van de inschrijving in het Handelsregister kunnen overhandigen; en b. die een kopie van hun (geanonimiseerde) arbeidsovereenkomst kunnen en overhandigen waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het moet daarbij b. die een kopie van hun (geanonimiseerde) arbeidsovereenkomst gaan om een cao die voor de betreffende sector relevant is en die is kunnen overleggen waaruit blijkt welke cao wordt toegepast.

Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld bij de directie UAW van het Ministerie van SZW; en c. die hun SKJ of BIG registratie kunnen overhandigen als van toepassing. aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW; en Als een registratie niet van toepassing is, dan worden overhandigd: c. die hun SKJ of BIG registratie kunnen overleggen indien van - een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan worden instelling voor beroepsonderwijs dat is uitgereikt aan de beoogde een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse hulpverlener(s); en instelling voor beroepsonderwijs uitgereikt aan de beoogde - een VOG van de beoogd hulpverlener(s) die bij start van de hulp niet hulpverlener(s) en een VOG van de beoogd hulpverlener(s) die bij ouder is dan 12 maanden. aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden ingediend. 4. Van een zzp-tarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen, 4. Van een zzp-tarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen, met met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e graad van de client: uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e graad van de client: a. die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel (ook in a.

die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel (ook in collectief collectief verband) en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren verband) en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van de artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van de inschrijving in het inschrijving in het Handelsregister kunnen overleggen; en Handelsregister kunnen overhandigen; en

b. die hun SKJ of BIG registratie kunnen overleggen indien van toepassing. Indien een registratie niet van toepassing is, dan worden een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs uitgereikt aan de beoogde hulpverlener(s) en een VOG van de beoogd hulpverlener(s) die bij aanvang van de hulp niet ouder is dan 12 maanden ingediend. 5. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e graad van de client is er altijd sprake van informeel tarief, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken. 6. Indien de documenten beschreven in lid 3 of lid 4, niet worden overlegd is ten alle tijden sprake van informeel tarief. 7. De jeugdhulp in pgb wordt toegekend met de tarieven genoemd in Bijlage 1. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen. 8. De hoogte van het pgb is de benodigde omvang van de individuele voorziening in uren of dagdelen maal het tarief. … 10. Uitgangspunt is dat, zo mogelijk en nodig, jaarlijks per 1 januari de beschikbare loon-en prijsindexaties worden vertaald naar indexering van de tarieven. 11. Het tarief op basis waarvan het pgb is berekend blijft ongewijzigd zolang de toekenning geldig is.

b. die hun SKJ of BIG registratie kunnen overhandigen als van toepassing. Als een registratie niet van toepassing is, dan worden overhandigd: - een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs dat is uitgereikt aan de beoogde hulpverlener(s); en - een VOG van de beoogd hulpverlener(s) die bij start van de hulp niet ouder is dan 12 maanden. 5. Als de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e graad van de client is er altijd sprake van informeel tarief, behalve als er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken. 6. Als de documenten beschreven in lid 3 of lid 4, niet worden overhandigd, dan is er altijd sprake van informeel tarief. 7. De jeugdhulp in pgb wordt toegekend met de tarieven genoemd in Bijlage 1. Dit is een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen. 8. De hoogte van het pgb is de benodigde omvang van de individuele voorziening in uren of dagdelen keer het tarief. … 10. Uitgangspunt is dat, als het mogelijk en nodig is, jaarlijks per 1 januari de beschikbare loon-en prijsindexaties worden vertaald naar indexering van de tarieven.

Toelichting: - Tekstueel aangepast. - Lid 11 verwijderd: conform dit lid wordt een pgb nu niet geïndexeerd gedurende de looptijd van het pgb. Wanneer ouders of jeugdigen hierdoor nu problemen ondervinden omdat het tarief zonder indexering te laag is om passende hulp in te kopen, dan kunnen zij zich melden bij het buurtteam en wordt het pgb waar nodig aangepast. Door dit lid te verwijderen wordt het, conform artikel 8 lid 10, mogelijk lopende pgb’s te indexeren met de jaarlijkse indexering, zodat dit automatisch gebeurt en ouders en jeugdigen zich niet meer bij het buurtteam hoeven te melden voor aanpassing van het tarief. Hiermee wordt de rechtsbescherming van ouders verbeterd. Artikel 9 Artikel 9 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) verzoeken tot een 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vragen om een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken. Dit kan alleen gemotiveerd als er ten aanzien hoogste dertien weken.

Dit kan alleen gemotiveerd als er bij een jeugdige van een jeugdige en/of ouder een gegrond vermoeden is dat er sprake en/of ouder een gegrond vermoeden is dat er sprake is van een is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid onder a, omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid onder a, d of e van de d of e van de wet. wet. 2. Het college kan de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een 2. Het college kan de SVB gemotiveerd vragen om te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur duur van de opname als sprake is van een opname in een Wet van de opname als sprake is van een opname in een Wet langdurige zorg

langdurige zorg (Wlz)- of Zorgverzekeringswet (Zvw)-instelling zoals in (Wlz)- of Zorgverzekeringswet (Zvw)-instelling zoals in artikel 10 lid 2 sub artikel 10 lid 2 sub e. e. 3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het 3. Het college informeert de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger verzoek op grond van het eerste en tweede lid. schriftelijk over het verzoek op grond van het eerste en tweede lid. Toelichting: tekstueel aangepast. Artikel 10 Artikel 10 1. Zoals artikel 8.1.2 van de wet aangeeft moet de jeugdige en/of zijn ouders 1. Zoals in artikel 8.1.2 van de wet staat, moet de jeugdige en/of zelf of op verzoek melding maken van alle feiten/omstandigheden die een ouders/vertegenwoordiger zelf of op verzoek alle feiten/omstandigheden melden verandering kunnen betekenen voor de beslissing over de toegekende die een verandering kunnen betekenen voor de beslissing over de toegekende voorziening. voorziening. 2. Het college kan een beslissing over een individuele voorziening of een 2. Het college kan een beslissing over een individuele voorziening of een pgb pgb herzien of intrekken als het college vaststelt dat: herzien of intrekken als wordt vastgesteld dat: a. de jeugdige en/of zijn ouders/vertegenwoordiger onjuiste of a.

de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste gegevens hebben gegeven en het geven van juiste of volledige gegevens of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige en/of zijn ouders/vertegenwoordiger niet meer op de b. de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger de individuele voorziening of individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn het daarmee samenhangende pgb niet meer nodig hebben; aangewezen; c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet voldoet; d. de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger niet voldoen aan de meer voldoet; voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee d. de jeugdige en/of zijn ouders/vertegenwoordiger niet voldoen aan samenhangende pgb; de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb; … … 3. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na de beslissing tot verstrekken niet is gebruikt voor 3.Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt de betaling van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

dat het pgb binnen 6 maanden na de beslissing tot verstrekken niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening 4. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft herzien of ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk de heeft plaatsgevonden. 4. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft geldswaarde invorderen van het pgb dat ten onrechte is genoten. herzien of ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk de geldswaarde invorderen van de ten onrechte genoten pgb. Toelichting: - Tekstueel aangepast; - ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier inzet van een vertegenwoordiger mogelijk is. Artikel 12

Artikel 12

1. Bij het vaststellen van de tarieven voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, houdt het college rekening met: … Toelichting: tekstueel aangepast.

1. Bij het vaststellen van de tarieven voor jeugdhulp die derden leveren of kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering die derden uitvoeren, houdt het college rekening met: …

Artikel 15 Intrekking oude verordening De Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2022 wordt ingetrokken per 1 januari 2023.

Artikel 15 Intrekking oude verordening De Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023 wordt ingetrokken per 1 januari 2024.

Artikel 16 Overgangsbepalingen 1. Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend voor 1 januari 2023 en waarop nog niet is beslist wanneer deze verordening in werking treedt, worden afgehandeld volgens de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2022.

Artikel 16 Overgangsbepalingen 1. Aanvragen voor jeugdhulp die bij het college zijn ingediend voor 1 januari 2024 en waarop nog niet is beslist wanneer deze verordening in werking treedt, worden afgehandeld volgens de Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023..

Artikel 17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt per 1 januari 2023 in werking. Artikel 18 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2023. Toelichting: jaartallen zijn gewijzigd. Bijlage Het pgb wordt bepaald op basis van de door de jeugdige en/of zijn ouders en Medewerker opgestelde begroting. Onderstaande tarieven zijn daarbij de maximale tarieven waarmee een pgb wordt berekend en die binnen het pgb gedeclareerd mogen worden bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Indien de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in deze bijlage genoemde maximale bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend. Ondersteuning inkopen die duurder is dan de onderstaande tarieven is toegestaan: in dit geval dient de cliënt zelf het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximumtarief bij te betalen aan de SVB.

Artikel 17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt per 1 januari 2024 in werking. Artikel 18 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2024.

Bijlage Het pgb wordt bepaald op basis van de begroting die de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger en Medewerker hebben gemaakt. Onderstaande tarieven zijn daarbij de maximale tarieven waarmee een pgb wordt berekend en die binnen het pgb gedeclareerd mogen worden bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Als de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in deze bijlage genoemde maximale bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend. Ondersteuning inkopen die duurder is dan de onderstaande tarieven is toegestaan: in dit geval moet de jeugdige en/of ouders zelf het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximumtarief bijbetalen aan de SVB.

Toelichting: tekstueel aangepast en ‘vertegenwoordiger’ toegevoegd, omdat hier inzet van een vertegenwoordiger mogelijk is. Bijlage Bijlage

Zorgcategorie

Eenheid

Instellingstarief

zzp tarief

Informeel tarief

Ambulante begeleiding individueel

uur

61,61

50,13

21,26

Ambulante begeleiding groep

dagdeel

55,35

44,91

21,26

Persoonlijke verzorging

uur

55,35

44,91

21,26

Basis Jeugd GGZ

uur

86,68

71,01

nvt

Gespecialiseerde Jeugd GGZ

uur

110,70

90,86

nvt

Kortdurend verblijf

etmaal

237,06

nvt

31,89

Vervoer individueel

rit

32,37

nvt

nvt

Vervoer groep

etmaal

8,28

nvt

nvt

Zie toelichting.

Toelichting: per 1 januari 2024 worden de pgb-tarieven geïndexeerd met het gemeente-brede indexeringspercentage conform besluitvorming over de programmabegroting 2024. Na besluitvorming over de programmabegroting 2024 worden de tarieven geïndexeerd conform besluitvorming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ebcdcaaf-a2ce-45f3-b383-0c2141bdb9ac