Was Wordt lijst - Nota WAAVA (januari 2022).docx
Tekst van het document
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
De verschillen voor Bijlage 1 en 2 zijn niet in dit overzicht opgenomen.
Huidige nota WAAVA
Geactualiseerde nota WAAVA
Zij geeft de kaders voor administratief handelen aan die gelden vanaf het moment dat de gemeenteraad heeft besloten over investeringskredieten en de bijbehorende uitgaven heeft geautoriseerd.
Zij geeft de kaders voor administratief handelen aan die gelden vanaf het moment dat de gemeenteraad heeft besloten over Programmabegroting en daarmee de investeringsruimte per programma en de bijbehorende uitgaven en eventuele dekking uit reserves of subsidies heeft geautoriseerd. Daarmee worden voor de investeringen van het begrotingsjaar de kredieten beschikbaar gesteld. Dit betreft de vervangings-, routinematige, uitbreidings- en bandbreedte investeringen. Voor een nadere invulling van bandbreedte investeringen naar projecten kan het krediet worden vrijgegeven in de reguliere P&C-cyclus of met een apart raadsbesluit.
Nadat de gemeenteraad heeft besloten een investeringskrediet te verlenen en de bijbehorende uitgaven te autoriseren, wordt een waardevol object toegevoegd aan het gemeentelijk bezit. De aanleiding voor de vaststelling van de nota WAAVA in 2016 was de wijziging in het BBV met betrekking tot investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Tot dan toe was het toegestaan om investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut te activeren, maar met ingang van de begroting 2017 stelt het BBV dit verplicht. In Utrecht was het beleid deze categorie investeringen in principe niet te activeren. Het beleid is aangepast in overeenstemming met het vernieuwde BBV. Bij de actualisatie van de nota in 2019 zijn nieuwe inzichten uit BBV-richtlijnen verwerkt ten aanzien van het startmoment van de afschrijvingen (hoofdstuk 7.1) en investeringen in relatie tot een grondexploitatie (hoofdstuk 10). Daarnaast is de regel ten aanzien van het activeren van kosten verbonden aan geldleningen (hoofdstuk 4.2.1) aangepast, ter verbetering van de risicobeheersing.
Vervallen
2 Inleiding
Vervallen
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
Ter verheldering van het beleid en de regelgeving gaat deze nota ook in op de theoretische achtergrond van de gehanteerde begrippen
Bij de uitwerking van de nota zijn de onderstaand uitgangspunten gehanteerd:
-
het vergroten van het inzicht in het bezit van de gemeente het verduidelijken van de bevoegdheden van de raad het zoveel mogelijk uniformeren van de spelregels passend bij het financiële beleid van Utrecht waarbij de activa langdurig in goede staat worden gehouden met acceptabele administratieve lasten
Ter verheldering van het beleid en de regelgeving gaat deze nota ook in op de theoretische achtergrond van de gehanteerde begrippen.
3. Wettelijke kaders Toegevoegd
De commissie BBV heeft daarnaast nog een aparte notitie Materiële Vaste Activa gepubliceerd in januari 2020: Notitie Materiële vaste activa · Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording).
3. Indeling van vaste activa Investeringen zijn de uitgaven die de gemeente doet voor de aanschaf of vervaardiging van kapitaalgoederen. Met ingang van 2017 worden alle investeringen in vaste activa – die voldoen aan de criteria volgens de richtlijnen uit deze nota – geactiveerd.
Investeringen zijn de uitgaven die de gemeente doet voor de aanschaf of vervaardiging van kapitaalgoederen. Ook uitgaven die leiden tot een significante kwaliteitsverbetering, levensduurverlenging en/of aanpassing om aan wet- en regelgeving te voldoen worden aangemerkt als investering
4.1 Materiële vaste activa (MVA) MVA hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of als ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
MVA hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of als ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Dit betekent onder andere dat voornamelijk gebouwen een economisch nut hebben; er is immers een markt voor gebouwen. Een vergelijkbare redenering geldt voor de verhandelbaarheid.
Indien ter bestrijding van kosten rechten of een heffing kan worden geïnd, dan spreken we van materiële vaste activa met een economisch nut. Dat een gemeente ervoor kan kiezen ergens geen of geen kostendekkend tarief voor te heffen, is niet relevant voor de vraag of een
Indien ter bestrijding van kosten rechten of een heffing kan worden geïnd, dan spreken we van materiële vaste activa met een economisch nut. Dat een gemeente ervoor kan kiezen ergens geen of geen kostendekkend tarief voor te heffen, is niet
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
actief economisch nut heeft. Dit betekent onder andere dat alle gebouwen een economisch nut hebben; er is immers een markt voor gebouwen. Alle investeringsprojecten in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut die in uitvoering komen in of na 2017 en de gemeente minimaal 5 miljoen euro kosten, worden geactiveerd. Zie verder paragraaf 6. Activeren. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio.
relevant voor de vraag of een actief economisch nut heeft. Dit betreft met name investeringen in het rioolstelstel en afvalinzameling. Vervallen
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen.
5 Waardering van materiële vaste activa 5.2.5 Onttrekking uit reserves Tot en met 2016 was het toegestaan om reserves in mindering te brengen op investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. De nieuwe regels voorzien niet meer in die mogelijkheid. Het oude BBV artikel 62 lid 3 is vervallen. 5.2.6 Kosten voor sloop van gebouwen Toegevoegd
Toegevoegd
5.3.2 Boekwaarde Als de marktwaarde lager is dan de boekwaarde dient in bepaalde gevallen van de boekwaarde extra afgeschreven te worden tot het bedrag van de lagere marktwaarde. Aan het bedrag van de boekwaarde wordt jaarlijks rente toegerekend.
Het is niet toegestaan om reserves in mindering te brengen op investeringen. Het is daarentegen wel toegestaan om een reserve te vormen voor de dekking van kapitaallasten.
Een gebouw, kan in aanmerking komen voor sloop, renovatie of verbouwing. De kosten van de sloop van dit gebouw kunnen als eenmalige kosten in de exploitatie worden genomen of mogen worden geactiveerd als onderdeel van het nieuwe materiele actief, indien op dezelfde locatie een nieuw gebouw wordt gerealiseerd. Binnen de gemeente Utrecht gaat de voorkeur uit naar activeren van de betreffende sloopkosten indien dit onderdeel is van het bouwproject. De (afschrijvings-) kosten worden dan gelijkmatig over de komende jaren gespreid waardoor er geen fluctuaties in het resultaat ontstaan. Indien sloopkosten van een gebouw onderdeel zijn van een bouwproject worden deze kosten geactiveerd en wordt de boekwaarde van het actief hiermee verhoogt Als de marktwaarde lager is dan de boekwaarde dient in bepaalde gevallen van de boekwaarde extra afgeschreven te worden tot het bedrag van de lagere marktwaarde of een tijdelijke voorziening te worden ingesteld voor het bedrag van de
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) waardevermindering wanneer waardeherstel mogelijk is.
5.3.3 Afwaarderen Door diverse (externe) factoren kan de actuele waarde van een actief met economische waarde stijgen of dalen. In beide gevallen komt de administratieve boekwaarde niet meer overeen met de actuele marktwaarde. De commissie BBV zegt hierover in haar notitie kapitaalgoederen 2007, punt 2.2.5: “Een naar verwachting duurzame waardevermindering wordt op het moment van constatering als verlies genomen.” Omwille van de begrotingsstabiliteit en inzichtelijkheid nuanceert de commissie BBV deze regel in haar notitie ‘Waardering vastgoed’. Hierin geeft de commissie BBV aan onder welke omstandigheden vastgoed duurzaam moet worden afgewaardeerd. Daarbij speelt de bestuurlijke intentie een rol.
Door diverse (externe) factoren kan de actuele waarde van vastgoed dalen. Als de verwachting is dat deze lagere marktwaarde blijven dan is er sprake van duurzame waardevermindering. Om de financiële impact te bepalen moet onderscheid gemaakt worden tussen vastgoed met een maatschappelijk en een economisch.
Bij waardedaling van vastgoed met een economische functie is afwaardering verplicht.
Bij waardedaling van vastgoed met een economische functie is afwaardering verplicht. Om vast te stellen of een duurzame waardevermindering moet worden toegepast, moet de directe opbrengstwaarde worden bepaald. Dit gebeurt bij voorkeur door middel van een onafhankelijke taxatie.
Indien bestuurlijk de intentie bestaat om vastgoed met een maatschappelijke functie te verkopen of als de bestemming wijzigt naar vastgoed met een bedrijfseconomische functie, dan bestaat de mogelijkheid dat een duurzame waardevermindering moet worden verantwoord. In alle andere gevallen is de verkrijgingsprijs de waarderingsgrondslag.
Indien voor vastgoed met een maatschappelijke functie de bestuurlijke intentie bestaat om duurzaam te exploiteren dan speelt duurzame waardevermindering geen rol. Bestaat de bestuurlijke intentie om dit vastgoed te verkopen of de bestemming ervan te wijzigen naar vastgoed met een bedrijfseconomische functie is er sprake is van een duurzame waardevermindering en is afwaardering verplicht.
In Utrecht wordt op vastgoed met een maatschappelijke functie alleen dan een duurzame waardevermindering toegepast, wanneer bestuurlijk besloten is het te verkopen of de bestemming te wijziging naar vastgoed met een economische functie. Bij vastgoed met een bedrijfseconomische functie (te onderscheiden van
In Utrecht wordt op vastgoed met een maatschappelijke functie alleen dan een duurzame waardevermindering toegepast, wanneer bestuurlijk de intentie is het te verkopen of de bestemming te wijziging naar vastgoed met een economische functie. Verwijderen
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
bedrijfseconomisch nut) gaat het om vastgoed dat door de gemeente wordt aangehouden om bewust winst te realiseren. Om vast te stellen of een duurzame waardevermindering moet worden toegepast, moet de directe opbrengstwaarde worden bepaald. Dit gebeurt bij voorkeur door middel van een onafhankelijke taxatie.
6 Activeren (van materiële vaste activa) 6.1 Criteria voor activeren Met ingang van 2017 worden alle investeringen geactiveerd (BBV, artikel 59 lid 1). In afwijking hiervan worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd (BBV, artikel 59 lid 2).
Uit het oogpunt van het in de hand houden van de administratieve lasten beveelt de commissie BBV aan in haar notitie Kapitaalgoederen 2007, bij ‘omvangcriterium’ om een ondergrens te hanteren in termen van minimumbedrag en/of minimale levensduur.
Alle investeringen worden geactiveerd (artikel 59 BBV) conform de richtlijnen die in deze nota zijn vastgelegd. In afwijking hiervan worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd (BBV, artikel 59 lid 2). Uit oogpunt van het in de hand houden van de administratieve lasten is het van belang dat gemeenten op grond van artikel 212 van de Gemeentewet in de financiële verordening aangeven welke ondergrens gehanteerd wordt voor het activeren van investeringen. Bij het hanteren van een activeringsgrens moet de verplichting tot het activeren van investeringen in acht worden genomen. Het is niet toegestaan om de activeringsgrens zodanig vast te stellen dat hierdoor (bepaalde typen) activa individueel of als verzameling in totaal van materiële omvang buiten de balans worden gehouden. Met ingang van 2021 is de activeringsgrens van investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut gelijkgetrokken naar 100.000 euro. Voor maatschappelijk nut betreft is dit een netto grens, dat wil zeggen de oorspronkelijke investering verminderd met bijdragen van derden.
In Utrecht worden investeringen met een meerjarig economisch nut boven de 100.000 euro gemeentelijke middelen altijd geactiveerd. Investeringen met een economische nut onder dat bedrag mogen worden geactiveerd op voorwaarde dat dit op consequente wijze
In Utrecht worden alle investeringen boven de 100.000 euro gemeentelijke middelen geactiveerd. Investeringen met een economisch nut onder dat bedrag mogen worden geactiveerd op voorwaarde dat dit
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
gebeurt. Aankoop van grond wordt altijd geactiveerd. De ondergrens was in Utrecht 25.000 euro. Deze wordt vanaf 2017 verhoogd naar 100.000 euro. Een partij goederen met een totale kostprijs boven de 100.000 euro wordt eveneens geactiveerd. De belangrijkste redenen om relatief geringe investeringen niet meer te activeren zijn: - onnodige administratieve belasting terugdringen waar dat kan - vermijden van niet noodzakelijke rentelasten ten laste van beleidsbudget - het niet onnodig inperken van de toekomstige begroting met (kapitaallasten van) aankopen uit het verleden Altijd dient een bijkomend nut van activeren van relatief geringe investeringen afgewogen te worden tegen de nadelen ervan. Dat zijn: extra administratieve belasting, extra rentelasten en meerjarige inperking van toekomstige budgetten door kapitaallasten. Bij activa met een economisch nut staan tegenover de lasten gedurende de hele economische levensduur veelal opbrengsten in de vorm van huurontvangsten, leges of subsidies. Uit het oogpunt van corresponderende baten en lasten activeren wij daarom de objecten in deze categorie. Activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut daarentegen genereren geen inkomsten. Zodoende is het argument van corresponderende baten en lasten hierbij niet van toepassing. Tevens bestaat er geen eenduidige levensduur.
Zo worden bijvoorbeeld wegen dank zij systematisch onderhoud op basis van structurele budgetten ‘voor altijd’ in stand gehouden. Om die redenen werden investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut in Utrecht vóór de BBVwijziging in principe niet geactiveerd. Als aanvullend argument gold hiervoor dat de flexibiliteit in de begroting afneemt als de investeringskosten in de vorm van meerjarige kapitaallasten worden genomen, mede met het oog op de gevolgen voor de ontwikkeling van de gemeentelijke schuldpositie. De Utrechtse financiële verordening bood een uitzonderingsmogelijkheid om te activeren
op consequente wijze gebeurt. Aankoop van grond wordt altijd geactiveerd. vervallen
Vervallen
Vervallen
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
boven een investeringsbedrag uit eigen gemeentelijke middelen van 5 miljoen euro of meer. Gelet op het uitgangspunt bij het doorvoeren van de vernieuwing van het BBV dat het bestaande financiële beleid zo veel mogelijk in stand blijft wordt de ondergrens voor het activeren van investeringen in de openbare ruimte gesteld op 5 miljoen euro.
7 Afschrijven 7.1 Start moment van afschrijven De commissie BBV adviseert in haar notitie kapitaalgoederen .
•
•
• •
uit 2007: “Investeringen waarvan is voorgeschreven dat deze worden geactiveerd dienen uiterlijk op het moment van ingebruikname te zijn geactiveerd als activa in bedrijf […] Met afschrijven wordt begonnen óf in het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt en vanaf het moment dat het door de gemeente in gebruik kan worden genomen, óf medio het begrotingsjaar waarin het gereed komt/verworven wordt, óf in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het gereed komt/verworven wordt
Om te voldoen aan de BBV richtlijn uit de notitie ‘Materiële vaste activa’ van december 2017, punt 5.2.2 dat eenzelfde startmoment consequent gehanteerd moet worden voor alle investeringen, wordt bovenstaande passage uit de oorspronkelijke nota als volgt aangepast: 7.1 Moment van de afschrijving Daarentegen genereren investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geen inkomsten. De kapitaallasten worden volledig gedekt uit gemeentelijke middelen. Het startmoment van afschrijven is daarom arbitrair.
Voor het moment van beginnen met afschrijven is de gemeente, binnen de regels van het BBV, vrij in haar keuze. In tegenstelling tot de afschrijvingsmethode, die per (sub)categorie kan worden bepaald, kan voor het moment van beginnen met afschrijven voor één mogelijkheid worden gekozen. De gekozen mogelijkheid wordt toegepast op alle kapitaalgoederen die gereed komen/verworven worden. Uit de volgende mogelijkheden kan worden gekozen: •
•
•
•
vanaf het begin van het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een volledig jaar afschrijving); of medio het begrotingsjaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een half jaar afschrijving); of vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/ verworven wordt; of vanaf het moment van ingebruikname.
Vervallen
Daarentegen genereren investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut geen inkomsten. De kapitaallasten worden volledig gedekt uit gemeentelijke middelen. Het startmoment van afschrijven
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) is daarom gelijk aan het moment van ingebruikname.
7.2 Afschrijvingstermijnen Toegevoegd
Het BBV schrijft niet voor welke termijnen gelden voor welke activa. Het BBV zegt wel dat de afschrijvingstermijn overeen moet komen met de verwachte economische en/of technische levensduur. Voor de meeste objecten, zoals bijvoorbeeld gebouwen en vervoersmiddelen, wordt met ‘economische levensduur’ bedoeld de gemiddelde of verwachte gebruiksduur. Bij sommige activa is de gebruiksduur niet in jaren uit te drukken. Dat is bijvoorbeeld het geval met wegen: eenmaal aangelegd worden ze in principe blijvend in stand gehouden. Daarbij maakt het nogal wat uit hoe intensief een weg gebruikt wordt en of er veel zwaar verkeer overheen gaat. In dat laatste geval zal een bovenlaag sneller aan vervanging toe zijn, terwijl de onderlaag veel langer meegaat. Uit het oogpunt van reductie van administratieve lasten, kiezen we voor een eenvoudige oplossing:
De gemeente Utrecht beoordeelt jaarlijks of de afschrijvingstabel nog actueel is of aanpassingen behoeft. Bij wijzigingen wordt de afschrijvingstabel door het college vastgesteld en ter informatie naar de raad gezonden. Het BBV schrijft niet voor welke termijnen gelden voor welke activa. Het BBV zegt wel dat de afschrijvingstermijn overeen moet komen met de verwachte economische en/of technische levensduur.
Vaste activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden in Utrecht in 15 jaar afgeschreven. 7.3 Componentenbenadering De componentenbenadering is een afschrijvingsmethode voor vaste activa die uit meerdere eenheden zijn samengesteld. De samenstellende delen gaan niet allemaal even lang mee. Daarom staat het BBV toe een actief onder te verdelen in componenten, waarbij elke component een andere afschrijvingstermijn krijgt.
De componentenbenadering wordt bijvoorbeeld toegepaste bij een bedrijfsauto met hefinstallatie. Door intensief gebruik is de
De componentenbenadering is een afschrijvingsmethode voor vaste activa die uit meerdere eenheden zijn samengesteld. De samenstellende delen gaan niet allemaal even lang mee. Daarom staat het BBV toe een actief onder te verdelen in componenten, waarbij elke component een andere afschrijvingstermijn krijgt. Bij componenten die apart geactiveerd worden is van belang dat elke component een afschrijvingstermijn krijgt die overeenkomt met zijn economische of technische levensduur. Vervallen
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
hefinstallatie eerder aan vervanging toe dan de auto. Een ander voorbeeld is de liftinstallatie in een gebouw. De commissie BBV doet de aanbeveling om de componentenbenadering en de daarbij behorende splitsing van activa in verschillende eenheden uit praktische overwegingen te beperken. Utrecht is terughoudend met de toepassing van de componentenbenadering. Deze methode is noodzakelijk indien de grondprijs deel uitmaakt van de kostprijs omdat op grond niet afgeschreven wordt. Voor gronden wordt dit toegepast, uitzondering daarop is de aankoop van gronden voor de aanleg van wegen. Deze werkwijze is overeenkomstig de BBVregelgeving. Bij omvangrijke investeringen bestaande uit meerdere componenten wordt de methode alleen toegepast als er sprake is van materiële financieel effect bij het gebruik van verschillende afschrijvingstermijnen. Bij componenten die apart geactiveerd worden is van belang dat elke component een afschrijvingstermijn krijgt die overeenkomt met zijn economische of technische levensduur.
Utrecht is terughoudend met de toepassing van de componentenbenadering. Voor gronden wordt dit toegepast, uitzondering daarop is de aankoop van gronden voor de aanleg van wegen. Deze werkwijze is overeenkomstig de BBV-regelgeving. Bij omvangrijke investeringen bestaande uit meerdere componenten wordt de methode alleen toegepast als er sprake is van materiële financieel effect op de kapitaallasten bij het gebruik van verschillende afschrijvingstermijnen.
9. Financiële dekking van kapitaallasten 9.2 Dekking uit structureel kapitaallastenbudget Toevoeging
Toevoeging
9.1.1 Routine investeringen Om de bedrijfsvoering op peil te houden worden ook routine investeringen, dit zijn investeringen om afgeschreven middelen te vervangen. Dit betreft bijvoorbeeld kantoorinventaris, ICT-middelen. Deze middelen worden vervangen en bekostigd uit de vrijvallende (afschrijvings-) lasten van het afgeschreven activum. Zolang deze vervanging past binnen het beschikbare budget van de vrijvallende (afschrijvings-) lasten wordt geen krediet aangevraagd bij de raad. Mocht er voor deze investeringen onvoldoende dekking beschikbaar zijn moet deze worden aangevraagd bij de raad (zie 9.3 Investeringen zonder bandbreedte). 9.2.3 Investeringen Als voor vervangings-, routine- of uitbreidingsinvesteringen zonder bandbreedte geen dekking beschikbaar is uit
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA) inkomsten van derden, een activa reserve of regulier kapitaallastenbudget moet voor de start van de aankoop of uitvoering budget ter dekking van de kapitaallasten worden aangevraagd bij de raad. Bij een dergelijk voorstel dient de impact van de kapitaallasten op de meerjarenbegroting te worden toegevoegd. Overeenkomstig de financiële verordening vindt dit bij voorkeur plaats bij de integrale afweging in de Voorjaarsnota.
9.3 Activareserve = kapitaallastenreserve Als er geen inkomsten van derden zijn voor de financiële dekking van kapitaallasten en er is ook geen bandbreedte voor investeringen waaruit structurele kapitaallasten worden gedekt, dan dient in Utrecht voor nieuwe investeringen een kapitaallastenreserve gevormd te worden. Dit geldt met name voor investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut waarvoor alleen projectgebonden incidentele budgetten beschikbaar worden gesteld. Bij te activeren nieuwe investeringen met geen of onvoldoende dekking voor kapitaallasten uit externe bijdragen en bij afwezigheid van een bandbreedte voor investeringen met een structureel kapitaallastenbudget, dient in Utrecht altijd een kapitaallastenreserve gevormd te worden die qua opbouw, grootte en verloop een afspiegeling vormt van het bijbehorende actief. De kapitaallastenreserve wordt gevormd in hetzelfde tempo en volume waarin de uitgaven en inkomsten voor het actief plaats vinden. Zo wordt voorkomen dat de investeringskosten onnodig met rentelasten verzwaard worden. Bij uitzondering is het in Utrecht toegestaan om de vorming van een kapitaallastenreserve geheel of gedeeltelijk achterwege te laten. In die gevallen dient per individueel project vóóraf toestemming van de raad te worden verkregen.
Bij een dergelijke kredietaanvraag dient de impact van de kapitaallasten op de meerjarenbegroting te worden toegevoegd. Alle van een kapitaallastenreserve geheel of gedeeltelijk achterwege te laten. In die gevallen dient per individueel project vóóraf toestemming
Als er geen inkomsten van derden zijn voor de financiële dekking van kapitaallasten en er is ook geen bandbreedte voor investeringen of beschikbaar financieel kader waaruit structurele kapitaallasten kunnen worden gedekt, dan dient in Utrecht voor nieuwe investeringen een kapitaallastenreserve gevormd te worden of structureel middelen te worden aangevraagd aan de raad.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Alle nieuwe investeringen en bijbehorende dekkingsbronnen ter dekking van deze
Bijlage:
Verschillen tussen huidige en geactualiseerde Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)
van de raad te worden verkregen. Bij een dergelijke kredietaanvraag dient de impact van de kapitaallasten op de meerjarenbegroting te worden toegevoegd.
Het besluit of een investering voor deze uitzonderingsvorm in aanmerking komt, vraagt om een zorgvuldige afweging van beleidsinhoudelijke en financiële belangen die is voorbehouden aan de Raad. Deze uitzonderingsbepaling is bestaand financieel beleid (Financiële Verordening). Investeringskosten activeren zodat toekomstige rente- en afschrijvingslasten ten laste komen van programmabudgetten beperkt de toekomstige bestedingsruimte. Het achterwege laten van de vorming van een activareserve als de middelen daartoe niet voorhanden zijn, belast de gemeentelijke schuldpositie.
kapitaallasten worden vastgesteld bij de (meerjaren)begroting. Investeringen die niet in de begroting zijn opgenomen dienen gedurende het jaar via separate voorstellen te worden voorgelegd aan de raad. Bij een dergelijk dient de impact van de kapitaallasten op de meerjarenbegroting te worden toegevoegd. Tussentijdse aanpassingen van investeringskredieten is mogelijk bij het vaststellen van de P&C documenten. De structurele effecten van de gewijzigde kapitaallasten zullen daarbij betrokken worden. Vervallen
10 Investering in relatie tot een grondexploitatie Toevoeging
Toevoeging
Voor het bepalen van de maximaal toerekenbare kostensoorten, sluit het BBV aan bij de kostensoortenlijst in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke Ordening. Voor het bepalen van de maximaal toerekenbare kostensoorten voor de realisatie van de grondexploitatie, sluit het BBV aan bij de kostensoortenlijst in artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke Ordening.