Vragenuur 28 september 2023
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – donderdag 28 september 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 28 september 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Deldjou Fard. Aanwezig zijn de leden: Assen, Dijkstra, Van der Graaf, Van Steeg, Sungur en Vasters. Voorts zijn aanwezig de commissieleden: El Abassi, X. Minnaert en T. Stam. Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Schilderman, Eerenberg en Voortman.
Griffier: mevrouw Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal, welkom bij het vragenuur van 28 september. Ik heet iedereen welkom, alle raadsleden, alle commissieleden, wethouders, de burgemeester, iedereen op de publieke tribune en natuurlijk de mensen die met ons thuis meekijken. Wij hebben voor dit vragenuur zeven vragensets, dus we gaan snel aan de slag.
1. Mondelinge vragen van de fractie van DENK over Wanneer in actie tegen diefstal Eisenhowerlaan. De heer Sungur (DENK): Voorzitter! Afgelopen weekend werden de bewoners aan de Eisenhowerlaan
weer met grote frustratie wakker. Het is de zoveelste keer dat op bestelling onderdelen van hun auto worden gejat. De politie doet niet aan opsporing.
1. Hoeveel incidenten moeten er nog plaatsvinden voordat de gemeente overgaat tot actie? 2. Wat gaat de gemeente doen om dit te voorkomen?
3. De buurtbewoners schreeuwen om (tijdelijke) camera’s. Wanneer gaan ze er komen? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Misschien is het goed om eerst twee algemene
opmerkingen te maken voordat ik inga op de vragen. Ik heb over deze zelfde situatie – diefstallen
van auto’s op de Eisenhowerlaan – vrij recent nog uitgebreid schriftelijke vragen beantwoord. Ik heb een beetje het gevoel dat we in een herhaling van zetten terecht zijn gekomen. Daarbij vind ik het eigenlijk ook vervelend dat er een insinuatie is van de heer Sungur dat dé politie – hij zegt het in
algemene zin – niet aan opsporing doet. Dat is feitelijk niet juist, zoals u ook hebt kunnen lezen in
de beantwoording van de schriftelijke vragen. Ik zal u dat nu ook aan de hand van cijfers nogmaals duidelijk maken.
Vragenuur van 28 september 2023 Zoals eerder vermeld, onderzoekt de politie altijd alle aangiften serieus om te bepalen of er
voldoende opsporingsindicatie is voor strafrechtelijke vervolging onder het gezag van het Openbaar Ministerie. Om een onderzoek te starten of een verdachte aan te houden, is ook echt een
opsporingsindicatie nodig of moet er een melding gemaakt worden. Dan kan het zo zijn dat zo’n
melding tot opsporing leidt, maar het kan ook zijn dat er gewoon onvoldoende aanknopingspunten
zijn om iemand daarvoor op te pakken. In totaal zijn er in 2023 in het Politiebasisteam Utrecht-Zuid – de wijken Zuid, Zuidwest en West – 16 verdachten aangehouden voor autodiefstal en 10 voor
vernieling van auto’s. Op dit moment kan ik over wat het afgelopen weekend op de Eisenhowerlaan is gebeurd geen details verstrekken, maar het onderzoek loopt.
Er is extra surveillance en toezicht in de wijk op basis van meldingen en aangiften. Het is dus heel
belangrijk dat mensen dat blijven doen. We proberen ook met preventie zaken te doen, bijvoorbeeld
het Donkere Dagen Offensief. We werken samen op verschillende dossiers en er loopt nu een pilot in
de stad voor bewoners die herhaaldelijk slachtoffer zijn van diefstal van auto-onderdelen. In die pilot gaan we bij een aantal slachtoffers ook slimme sensoren in hun auto plaatsen met als doel
alarmering en daarmee het verhogen van de pakkans. Wij gaan ook in gesprek met de slachtoffers
van autokraak aan de Eisenhowerlaan om te bespreken of deelname aan dit initiatief voor deze groep een optie is.
Voor het laatste punt, de tijdelijke camera’s, geldt dat er ook sprake moet zijn van structurele
ordeverstoringen. De raad heeft daar zelf een kader voor vastgesteld. Op basis van wat er nu speelt, voldoet dit gebied niet aan de door de raad vastgestelde criteria om een camera te plaatsen.
De voorzitter: Ik kijk even rond of er partijen zijn die een aanvullende vraag willen stellen. Dat blijkt
niet het geval te zijn. Dan gaan wij terug naar de indiener, die ook aangeeft geen aanvullende vragen te hebben.
2. Mondelinge vragen van de fracties van EenUtrecht, GroenLinks en PvdD over Vernietigen informeel bewonersgroen tussen Vleutenseweg en Spinozaplantsoen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter! Jaren was het grasveldje bij de Gamma tussen de
Vleutenseweg en het Spinozaplantsoen een anoniem en weinig divers stukje groen. Bewoners hebben daar een prachtig postzegelparkje van weten te maken in de laatste tijd. Een waardevol initiatief in
het verbeteren van de biodiversiteit. Het past ook bij de groene ambities van de stad. Het werd goed onderhouden en tijdens droge periodes is er uitstekend water gegeven. Recent is dat echter volledig vernietigd, uit de grond getrokken. Dat is heel opmerkelijk. Alles is eruit. Dit brengt de
bereidwilligheid van burgers om zich in te zetten voor de stad en de biodiversiteit ernstige schade toe. Daarover hebben wij de volgende vragen.
1. Met welke instructie, onderbouwing en aanleiding heeft de uitvoerende partij dit aangelegde stukje informeel bewonersgroen vernietigd?
2. Is het college het met ons eens dat zonder het omarmen van informeel bewonersgroen de transitie naar een natuurinclusieve stad onmogelijk is?
3. Is het college bereid onderhoudsinstructies aan te passen om te voorkomen dat gelijksoortig informeel bewonersgroen eenzelfde lot ondergaat?
4. Ten slotte, hoe denkt de gemeente het gesneuvelde groen in samenspraak met de bewoners te compenseren?
2
Vragenuur van 28 september 2023 Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op de eerste vraag luidt dat wij
inderdaad met de vragenstellers van mening zijn dat de inzet van zelfbeheerders enorm belangrijk is. Zij leveren dan ook een grote bijdrage aan de vergroening van Utrecht. Daarom biedt de
gemeente ook uitgebreide mogelijkheden voor zelfbeheer aan, bijvoorbeeld van boomspiegels of buurttuinen. Hiervoor is zelfs financiële compensatie beschikbaar vanuit het Initiatievenfonds.
Hiervoor hebben wij wel voorwaarden en die zijn vastgelegd in het Actieplan zelfbeheer. Zo kunnen inwoners met gemeentelijke toestemming een boomspiegel in beheer nemen of een geveltuin
aanleggen. Voor het zelfbeheer van grotere stukken groen, zoals ook dit grasveldje, is gemeentelijke toestemming nodig. Het gaat namelijk om de openbare ruimte. In zo’n geval sluiten we een
zelfbeheerovereenkomst af, zodat we gezamenlijke afspraken maken over de inrichting en het
onderhoud van de gemeentelijke grond. Inwoners beheren dan het groen, maar het blijft eigendom van de gemeente. Het voldoet dan ook aan de eisen die wij als gemeente hebben meegegeven.
Voor deze locatie was ons geen zelfbeheer bekend. Het wordt dan door de gemeente ook beheerd als grasveld. We hebben contact gehad met de aannemer die het gras periodiek maait, want die
kwam inderdaad tegen dat hier beplanting stond. De wijkopzichter heeft vervolgens geprobeerd te achterhalen welke bewoners dit groen hebben geplant. Helaas hebben ze dat niet kunnen
achterhalen. Bovendien ging het over een groot gedeelte exotische planten, zoals olijfbomen en palmen, die niet passen in het lokale ecosysteem en niet bijdragen aan de biodiversiteit van de Utrechtse natuur. Wij hebben daarom de planten en struiken verwijderd en het terrein in de
oorspronkelijke staat hersteld. De planten hebben we netjes uitgegraven en zij staan nu in ons depot. De eigenaar kan contact met ons opnemen als die deze planten terug wil vinden.
Het antwoord op de tweede vraag is dat wij alle initiatieven omarmen die bijdragen aan biodiversiteit en vergroening maar dat wij wel regels hebben in het Actieplan zelfbeheer groen. De voorwaarden heb ik zojuist al toegelicht.
In antwoord op de derde vraag meld ik dat de instructies uitgaan van het beleid zoals dat is
vastgesteld. Ze gaan dus uit van het Actieplan zelfbeheer. Dat doen wij op die manier, omdat wij
daarmee de grootste bijdrage leveren aan de biodiversiteit en de vergroening van Utrecht. Ik zie dit wel ook weer als een verdere aanmoediging om nog beter over het voetlicht te brengen wat de mogelijkheden zijn op het gebied van zelfbeheer. Dat komt ook terug in de menukaart die op internet te vinden is en die ook nog verder wordt uitgebreid met het Groenloket.
In antwoord op de vierde vraag merk ik dat het heel mooi is dat er bewoners zijn die dit initiatief
willen nemen. Dat waarderen wij zeer. Wij hopen dat de bewoners ook nog met ons in contact willen komen, want dan kunnen wij inderdaad spreken over de mogelijkheid om de buurt te vergroenen en dan kunnen zij hun planten ook weer terug ontvangen.
De voorzitter: Zijn er partijen die een aanvullende vraag willen stellen? Dat is niet het geval en dan gaan wij terug naar de indiener.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Ik vind het een beetje een ontluisterend antwoord, want hiermee maak je het informele groen behoorlijk illegaal, en dat zou niet mogen. Wellicht moeten wij daar op een andere plek op terugkomen. De bewoners hebben zich inmiddels georganiseerd en hebben het verzoek gedaan. Zij zijn ook in contact met de gemeente. Is de wethouder bereid om de
herstelkosten voor haar rekening te nemen en de bewoners ook echt te ondersteunen waar dat nodig is op het – zoals zij het zelf hebben omgedoopt – Ton Korneluk parkje?
3
Vragenuur van 28 september 2023 Mevrouw Schilderman (wethouder): Zoals ik ook in mijn beantwoording al aangaf, moedigen wij alle vormen van zelfbeheer aan. Als bewoners zich melden, kunnen zij inderdaad ondersteund worden
om gebieden in zelfbeheer te nemen. Ik heb ook aangegeven dat de planten terug ontvangen zullen worden. Wij zijn natuurlijk niet voornemens om de kosten voor het hertellen van dit stuk openbare ruimte te verhalen.
De voorzitter: Daarmee gaan wij door naar de volgende set vragen. 3. Mondelinge vragen van de fracties van de PvdD, Bij1, PvdA, GroenLinks, Volt en ChristenUnie over Een nóg donkerder Nacht van de Nacht in Utrecht.
Mevrouw Minnaert (PvdD): Voorzitter! Zaterdag 28 oktober is het weer zover: de Nacht van de Nacht. Utrecht is helaas nog steeds een van de steden met de meeste lichtvervuiling in Nederland. Onze fracties hebben daarom de volgende vragen.
1. In hoeverre breidt het aantal locaties waar het licht uit gaat tijdens de Nacht van de Nacht zich uit ten opzichte van 2022? Graag een toelichting.
2. Welke mogelijkheden ziet het college om zowel dit jaar als de komende jaren bij steeds meer eigen gebouwen en bouwwerken zoals bruggen in de stad het licht uit te doen?
3. Het college stuurde eerdere jaren een persbericht uit waarin zij “inwoners en andere instanties en organisaties” opriep om ook aan de Nacht van de Nacht mee te doen. Gaat zij dat dit jaar weer
doen, en zijn er dit jaar vanuit de gemeente nog meer inspanningen om bedrijven mee te laten doen? Zo nee, waarom niet?
4. Is het college bereid om dit jaar extra inspanningen te verrichten om woningcorporaties bij de Nacht van de Nacht te betrekken, en ook met hen in gesprek te gaan over lichtvervuiling gedurende het hele jaar? Zo nee, waarom niet?
5. Wat doet het college nu om lichtvervuiling gedurende de rest van het jaar in Utrecht tegen te gaan? Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen en zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! Dank aan de PvdD om ook dit jaar weer de Nacht van de Nacht onder de aandacht te brengen.
Wij doen ook dit jaar weer mee aan de Nacht van de Nacht, waarbij we zoveel mogelijk verlichting
van gemeentelijke objecten en gebouwen uitzetten. Ook buiten de Nacht van de Nacht hebben we al veel aandacht voor het voorkomen van lichtvervuiling. Zo staat de meeste sierverlichting
uitgeschakeld sinds vorig jaar. Dat was ook naar aanleiding van de motie van de PvdD om de
gevelverlichting van het stadhuis uit te zetten en daarnaast zoveel mogelijk van de sierverlichting uit
te schakelen. Door het steeds meer ombouwen van schakelkasten kunnen we straatverlichting steeds meer op afstand uitzetten. Buiten dat zien we op dit moment geen mogelijkheden om nog verdere objecten uit te zetten, omdat we het immers al uit hebben staan. Maar een goed voorbeeld doet
natuurlijk goed volgen en we hopen dat steeds meer inwoners en organisaties met ons mee het licht uit zullen zetten. Mensen en organisaties kunnen zich op de website van de Nacht van de Nacht aanmelden als ze meedoen.
In antwoord op vraag 2 wil ik een kleine correctie geven op de vragenstellers. Het aantal
uitgeschakelde objecten is wel degelijk toegenomen in 2022 ten opzichte van 2021. Dat valt ook te
lezen in de brief van 17 november vorig jaar. Zoals gezegd, zien we nu geen kansen om nog verder
objecten uit te schakelen, omdat ze al uit staan. Een uitzondering geldt voor gebouwen die ’s nachts aan zijn voor de sociale veiligheid. Overigens gaat het licht in veel van onze gebouwen al
4
Vragenuur van 28 september 2023 automatisch uit wanneer er niemand aanwezig is, omdat het licht alleen aangaat door
bewegingsdetectie. Bij de gebouwen waarbij dat nog niet automatisch geregeld is, stimuleren wij altijd de gebruikers om bij het verlaten van het pand de lampen uit te zetten. In aanloop naar de Nacht van de Nacht zullen wij dat wederom onder de aandacht brengen.
In antwoord op vraag 3 meld ik dat wij net als ieder jaar weer een persbericht opstellen, waarin we
inwoners en organisaties oproepen om mee te doen met de Nacht van de Nacht door het licht zo veel mogelijk uit te zetten. Dat geldt overigens niet alleen voor nu, maar dat doen we eigenlijk ook al het hele jaar rond.
Antwoord 4 houdt in dat we corporaties actief zullen uitnodigen om mee te doen aan de Nacht van de nacht. Zij zien ook het belang van energiebesparing en tegelijkertijd weten we ook dat op
sommige plekken het licht nodig is voor de veiligheid. Lichtvervuiling is bij corporaties al een keer eerder aan de orde gesteld en mijn collega De Vries is daarop ook het gesprek met de corporaties aangegaan. Hij zal dat ook verder blijven doen.
Het antwoord op vraag 5 is dat we eigenlijk al heel veel doen om lichtvervuiling te voorkomen en
tegelijkertijd energie te besparen. Maatregelen waar we de raad ook al over geïnformeerd hebben,
zijn het verledden van de openbare verlichting, het aanpassen van de schakeltijden van de openbare
verlichting, verlichting die zo min mogelijk uitstraalt naar de hemel, het water of de natuur zodat we
dat kunnen afschermen en we kiezen ervoor om op een aantal plekken überhaupt geen verlichting te plaatsen, zoals in parken en natuurgebieden.
De voorzitter: Zijn er partijen met een aanvullende vraag? Dat is niet het geval en ook de PvdD heeft geen aanvullende vragen. Dan gaan wij door naar vragenset 4.
4. Mondelinge vragen van de fracties van GroenLinks, D66, VVD, PvdA en Volt over Afvalophoping door brand bij AVR.
De heer Vasters (D66): Voorzitter! Vorige week heeft een grote brand gewoed bij Afvalverwerking Rijnmond (AVR). Dit is een van de grootste afvalverbranders van Nederland, waar ook huisvuil uit
onze gemeente wordt verwerkt. Het verwerken van dit afval dreigt stil te vallen. Gelukkig is er nog
ruimte bij het overslagpunt op Lage Weide en heeft de provincie Brabant aangekondigd de komende vier weken tienduizenden tonnen afval uit de Randstad op te slaan in Tilburg. Dit is echter tijdelijk. De AVR zal nog een tijd buiten gebruik zijn en de hoeveelheid huisvuil in onze gemeente kan snel ophopen. Daarbij komt dat de andere afvalverwerkers, die nu bijspringen waar mogelijk, weinig capaciteit over lijken te hebben. Daarom hebben wij de volgende vragen. 1. Wat is de stand van zaken op dit moment?
2. Bestaat er een protocol voor dit soort calamiteiten? a. Indien ja, heeft dit goed gewerkt? b. Indien nee, waarom niet?
3. Wanneer is de AVR naar verwachting weer operationeel?
Afval wordt nu langer opgeslagen op diverse locaties en wordt verdeeld over kleinere verwerkingslocaties.
4. Kan deze manier van verwerken en opslaan van Utrechts afval standhouden tot de AVR weer operationeel is?
5. Voorziet het college dat er extra noodoplossingen nodig zijn? Zo ja, welke?
Ik wil hier wel bij opmerken dat er gisteren een raadsbrief is verschenen waarin een deel van de vragen al beantwoord is, maar ik wilde ze toch in volledigheid stellen.
5
Vragenuur van 28 september 2023
Mevrouw Schilderman (wethouder): Voorzitter! Het klopt dat we hierover een brief hebben gestuurd en daarin staat de informatie die ik nu naar voren breng.
In antwoord op vraag 1 deel ik mee dat de schade bij AVR op dit moment wordt geïnventariseerd. Volgens AVR neemt dit proces nog enkele dagen in beslag. Wel duidelijk is dat de schade in ieder geval flink is. We zijn erg blij dat de provincie Noord-Brabant een gedoogvergunning heeft
afgegeven voor een periode van vier weken om de opslagcapaciteit van de stortplaats De Spinder in Tilburg tijdelijk uit te breiden. Ik heb de gedeputeerde van Noord-Brabant daar persoonlijk al voor
bedankt en dat doe ik dan nogmaals via deze weg. Het restafval van Rotterdam, Den Haag en Utrecht zal daar opgeslagen worden. Wij kunnen ons afval zoals gewoonlijk blijven storten op de overslag van AVR op Lage Weide en AVR verzorgt het vervoer naar Tilburg.
Het antwoord op vraag 2 is dat AVR inderdaad protocollen heeft voor dergelijke calamiteiten en de gevolgen daarvan. Deze protocollen hebben goed gewerkt. Hierdoor ondervindt onze inzamellogistiek op dit moment ook geen gevolgen van de brand bij AVR.
Op de derde vraag is niet met zekerheid te stellen wanneer AVR weer operationeel zal zijn, want AVR heeft in een eigen persbericht verklaard dat de schade wordt geïnventariseerd en dat dit enkele
dagen gaat duren. De exacte omvang en duur van de herstelwerkzaamheden is daarom nog niet bekend.
In antwoord op de vierde vraag kan ik melden dat we nu in ieder geval een oplossing hebben voor de komende vier weken. In die tijd zal meer duidelijk worden over de duur van de
herstelwerkzaamheden en de benodigde tijd hiervoor. We blijven in contact met AVU die het verwerkingscontract beheert, en de AVR.
Zoals gezegd, kunnen we in antwoord op de vijfde vraag nog niets zeggen, omdat we de informatie niet hebben. In de brief die gisteren verstuurd is, heb ik ook al aangegeven dat wij de raad over relevante ontwikkelingen zullen informeren.
De voorzitter: Dank u wel. Zijn er partijen met aanvullende vragen? Dat is niet het geval en ook de indiener heeft geen vervolgvraag. Dan gaan wij door met de vijfde vragenset.
5. Mondelinge vragen van de fracties PvdA, GroenLinks, D66, VVD, CDA, ChristenUnie en EenUtrecht over Alle ballen op voetbalvandalisme.
De heer Stam (PvdA): Voorzitter! Voetbalhooligans beschadigen de voetbalsport in Nederland, met als voorlopig dieptepunt de wegens vuurwerk stilgelegde wedstrijd Ajax-Feyenoord afgelopen
weekend. Ook in Utrecht was het onlangs ook weer raak, toen een deel van de toeschouwers van Utrecht de confrontatie opzocht met het uitvak van Feyenoord. Door de inspanningen van de
Utrechtse politie loopt het telkens nog goed af, maar het mag niet zo zijn dat we bij iedere wedstrijd moeten rekenen op hun inzet, om maar te zwijgen van de hoge maatschappelijke kosten die hieraan verbonden zijn.
De Partij van de Arbeid, GroenLinks, VVD, ChristenUnie, CDA, D66 en EenUtrecht willen weten
welke mogelijkheden de gemeente zelf heeft om voetbalgeweld aan banden te leggen, mochten
deze inspanningen niets uithalen. Hierbij zijn de partijen geïnspireerd door de berichtgeving over
een pilot voor een digitale meldplicht voor relschoppers, die op structurele basis geweld plegen bij
voetbalwedstrijden. Drie steden doen mee aan deze pilot, maar het is nog onduidelijk welke steden dit zijn.
1. Kan het college aangeven of de gemeente Utrecht deel uitmaakt van deze pilot?
6
Vragenuur van 28 september 2023 2. Indien Utrecht nog geen deel uitmaakt van deze pilot: is het college van plan om zich hierbij aan te sluiten?
De Amsterdamse burgemeester wil dat Ajax verregaande maatregelen neemt, zoals het ophangen
van netten, het stadion halfleeg houden en levenslange stadionverboden. Verder wilde zij dat er in de vergunningsvoorwaarden van Ajax strengere eisen kunnen worden opgenomen, zodat in het uiterste geval kan worden afgelast.
3. Wil het college in gesprek gaan met FC Utrecht over de noodzakelijkheid van het ophangen van netten en het opleggen van levenslange stadionverboden bij soortgelijke incidenten?
4. Kan het college aangeven of er mogelijkheden zijn dergelijke eisen in de vergunning van
FC Utrecht op te nemen, zodat desnoods preventief opgetreden kan worden door de gemeente?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Ik geef graag antwoord op deze vragen, omdat ik het terecht vind dat de vragenstellers alle ballen willen hebben op voetbalvandalisme. Dat ben ik zeer met ze eens.
De eerste twee vragen gingen over de pilot. We zijn als Utrecht betrokken bij dit landelijke initiatief,
waarbij het mogelijk moet worden om inderdaad lokaal een digitale meldplicht op te kunnen leggen aan personen die zich misdragen bij voetbalwedstrijden. Overigens gaat zo’n meldplicht veelal in combinatie met een gebiedsverbod en dient als waarborg om een meldplichtige ook echt uit dat
verboden gebied te houden. Dit kan op zichzelf al, maar het instrument ontbreekt nog. Daar wordt
op dit moment aan gewerkt. Utrecht is betrokken bij de ontwikkeling van dit instrumentarium en we denken dat deze maatregel ook heel effectief kan zijn om voetbalgeweld te bestrijden. Het is wel belangrijk dat dit echt zorgvuldig gedaan wordt. Ik weet dat de raad hecht aan waarborgen voor privacy, informatiebeveiliging, toepasbaarheid en uiteraard ook juridische en financiële
randvoorwaarden. Het punt is – en dat is even het lastige – dat ik volgende week met de driehoek de landelijke start van de voorwaardenfase van de proef met de digitale meldplicht in Utrecht bespreek en dan gaat het vooral ook om het apparaatje dat nodig is om dit ook daadwerkelijk vorm te geven. Met andere woorden, we zijn zeker in beeld maar het definitieve besluit is nog niet genomen. Dat
moet genomen worden en daarom kan ik nu niet meer zeggen dan ik doe. Het is voor mijn doen wat ongebruikelijker, maar we zitten in een landelijk systeem en ik mag niet op besluitvorming
vooruitlopen. Ik neem echter aan, dat de raad hiermee al een aardige leidraad in handen heeft.
Dan de netten die moeten worden opgehangen en de levenslange stadionverboden in vraag 3; recent heeft de KNVB de regels over stadionverboden aangescherpt. Als je drie keer een stadionverbod van langer dan een jaar krijgt opgelegd binnen een bepaald tijdsbestek, kan de KNVB die persoon een levenslang stadionverbod opleggen. Dat is ook precies hoe FC Utrecht de regels volgt. Het is heel
goed dat ze dat doen. Tot nu toe hebben wij bij gooi-incidenten gereageerd met stadionverboden.
We hebben stadioncamera’s die ook gericht zijn op het gooien van voorwerpen. Wat tot nu toe vaak gelukt is, is om gooiers direct uit het stadion te verwijderen. Op dit moment achten wij het niet
noodzakelijk om netten op te hangen, maar het kan zijn dat dit wel de next-levelmaatregel is. Ik sluit dat niet uit, maar het heeft wel grote gevolgen ook voor de rest van het publiek, want het
belemmert voor een deel het uitzicht. Dat is de afweging die je steeds moet blijven maken, maar als het noodzakelijk is, zullen we dat gesprek zeker voeren met FC Utrecht.
Dan de laatste vraag, die over de vergunning van FC Utrecht. Misschien is het toch goed om te
zeggen dat wij met de club samen en met de politie en OM als “vierhoek” voortdurend elke wedstrijd evalueren, ook alle incidenten en op basis daarvan weer nadere afspraken maken over wat er moet gebeuren en hoe dit verder aangepakt moet worden. Als er iets misgaat, kunnen we de club daar
zeker op aanspreken. We zijn ook bezig om op een aantal onderwerpen gezamenlijk verdere stappen
7
Vragenuur van 28 september 2023 te zetten. Omdat die samenwerking echt constructief is, zie ik nu niet de noodzaak om in de
vergunning aanvullende voorwaarden op te stellen. Dat doe je als je er niet met elkaar uitkomt.
Utrecht is de stad van verbinding; wij proberen dit samen op te lossen en er ook samen voor te gaan staan.
De voorzitter: Ik zie dat het CDA een aanvullende vraag heeft. De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter! Het is goed dat men het in verbinding probeert op te lossen,
maar voor sommige supporters zijn nu eenmaal harde maatregelen nodig. Welke stappen zijn gezet na de rellen met Feyenoord zeer recent en wat is er gebeurd wat betreft het leeglopen van de
Bunnikside, waar men omloopt en dan gaat rellen met de uitsupporters? Als die stappen in goed overleg gaan, hoor ik dat graag.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): De politie kijkt altijd of ze de relschoppers kan vinden en
vervolgens worden stadionverboden uitgedeeld. Wij spreken al langer met FC Utrecht over een persoonsgerichte aanpak van een aantal notoire probleemgevallen. Dat loopt al langer. Naar
aanleiding van de recente situatie waarin ook een deur werd geforceerd, is fysiek in het stadion een en ander zodanig door FC Utrecht aangepast dat dit in de toekomst niet meer kan voorkomen, met
name het doorbreken naar de bussen van de uitsupporters. Op die wijze hebben we dit gesprek. Er
zijn al diverse gebieds- en stadionverboden uitgedeeld en we proberen vooral diegenen te pakken te krijgen die het probleem veroorzaken. Daar is alle aandacht op gericht.
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Deelt de burgemeester met ons het idee dat FC Utrecht zelf misschien toch nog meer kan doen dan zij nu doet?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Wat we nu zien gebeuren, niet alleen bij FC Utrecht maar ook
breder, is sowieso onacceptabel. Dat vraagt om voortdurend met elkaar het gesprek aan te gaan of we alles doen wat nodig is en wat kan. Het voorbeeld van de digitale meldplicht is een van die
dingen. We kijken echt met elkaar hoe we letterlijk het net rondom de mensen die kwaadwillend zijn beter te sluiten. Ik heb niet het gevoel met een onwillige club te maken te hebben. Als dat zo was, was ik er eerlijk over, maar dat is niet het geval. Ik vind het ook te gemakkelijk om daarbij alleen
naar de club te kijken. Wij kunnen iets doen vanuit de gemeente en ook politie en justitie kunnen iets doen. Wij hebben het gevoel dat we het meest effectief zijn als we met zijn vieren aan dezelfde kant van het touw trekken. Mocht het nodig zijn dat ik daarin verscherpt optreed in de richting van de club – u kunt mij inmiddels een beetje – dan ben ik echt de laatste die zal aarzelen.
De voorzitter: Ik zie geen andere aanvullende vragen. Dan gaan wij terug naar de indiener. De heer Stam (PvdA): Ik wil de burgemeester in de eerste plaats danken voor de beantwoording. Hopelijk kan zij de steun van de raad voor de pilot meenemen naar de driehoek. Mocht er extra informatie zijn, kan zij de raad daarover zo snel mogelijk middels een brief informeren?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ik sluit niet uit dat ik dat moet doen, inderdaad! Laat ik dat toezeggen.
De voorzitter: Dank u wel. Daarmee gaan wij naar vragenset 6.
8
Vragenuur van 28 september 2023
6. Mondelinge vragen van de fracties PvdA, GroenLinks, D66, CDA en Student & Starter over Gaat de Galaxy Tower er nog komen?
Mevrouw Assen (PvdA): Voorzitter! Ik vind het heel erg fijn om wethouder Eerenberg weer te zien en hem meteen ook weer in het vragenuur te treffen. Dat was natuurlijk de opzet van deze vragen!
De afgelopen jaren stelden de fracties van onder andere PvdA en D66 al vaker vragen over de Galaxy Tower en de vertraging van de bouw. Helaas lezen we in een recent artikel in het FD dat een
oplossing ver weg lijkt nu voor de projectontwikkelaar zelfs faillissement dreigt. Uit alle antwoorden
op eerdere vragen blijkt dat de invloed van de gemeente beperkt is in het conflict. Voor onze fracties is deze situatie er een die we voor de toekomst te allen tijde moeten voorkomen,. Voor nu is de
vraag hoe er toch voor gezorgd kan worden dat de Galaxy Tower zo snel mogelijk afgebouwd wordt. Eerder bleek uit beantwoording van vragen in 2020 ook al dat de gemeente helaas niets meer af kan dwingen waar het om de betaalbaarheid van woningen gaat, omdat het zogenaamde
beleggershuurwoningen betreft zonder bindende afspraken over huur en oppervlakte.
Desalniettemin is elke woning er één, zeker in een tijd van hoge woningnood en is het naar de stad niet uit te leggen dat de bouw van de toren nu al zo lang stilligt. Daarom hebben wij de volgende vragen.
1. Welke invloed kan en gaat het college nog aanwenden, al dan niet via de aangestelde advocaat, om eraan bij te dragen dat partijen hier samen uitkomen en te zorgen dat de Galaxy Tower afgebouwd wordt?
2. Wat zijn voor de gemeente de gevolgen van het feit dat de bouw van de Galaxy Tower sinds december stilligt, zowel in relatie tot andere bouwprojecten als financieel?
3. Wat gebeurt er wanneer de partijen er niet uitkomen, dan wel omdat De Lelie Vastgoed failliet gaat, dan wel vanwege een andere reden?
4. Welke lessen trekt de gemeente uit deze situatie, waarop zij zelf nauwelijks invloed lijkt te hebben?
De heer Eerenberg (wethouder): Over een bevalling gesproken! Het klopt dat we het hier eerder met
elkaar over hebben gehad. Ik heb de raad toen ook beloofd een moreel appel te doen op partijen om het geschil te beslechten. Het is moeilijk voor het college om in het geschil te treden, omdat het om een privaatrechtelijk geschil tussen twee partijen gaat, die overigens ook nog een flinke omvang
hebben. Het gaat om heel grote bedragen. Ik kan geen oordeel vellen over wie er gelijk heeft, laat staan dat ik kan bepalen wat de feitelijke oplossing is. Ik vind wel dat men zo snel mogelijk de
strijdbijl moet begraven, omdat we gewoon de toren afgebouwd willen hebben voor onze stad. Dat heb ik ook afgelopen juni tegen partijen gezegd. Het was niet mogelijk om ze samen aan tafel te krijgen, maar ik heb het individueel gezegd. We gaan ook nog kijken of partijen bereid zijn – dat
moeten ze natuurlijk ook zelf willen – om samen aan tafel te zitten om te kijken hoe zij dit moreel
appel kunnen uitvoeren. Dat een advocaat belast is om te kijken hoe men tot elkaar kan komen, is
natuurlijk nieuwe informatie uit het FD. Ik zal een brief schrijven aan deze advocaat om het belang
van de stad te benadrukken bij gereedkoming van de Galaxy Tower, hoewel ik mij geen illusies maak dat ik daarin schrijf wat hij of zij zelf nog niet bedacht had. Ik hoop echter dat het helpt in het verhogen van de druk om dit op te lossen.
De feitelijke gevolgen voor ons zijn beperkt als het gaat om financiën. Wij zijn daar geen partij in en de hele erfpachtcanon is in één keer voldaan. Het bouwterrein achter Hojel is ook inmiddels vrijgegeven, zodat we dat kunnen gebruiken voor de toekomstplannen voor Hojel en de
9
Vragenuur van 28 september 2023 toekomstplannen voor Beurskwartier, maar het grootste nadeel is er natuurlijk voor ons allemaal,
voor de stad, dat we een onafgebouwde toren hebben waar heel veel mensen graag in zouden willen wonen.
Dan het antwoord op vraag 3 wat er gebeurt als partijen er niet uitkomen. Het is onder de rechter,
dus uiteindelijk zal de rechter iets besluiten in onze rechtstaat. Dat zullen partijen dan ook moeten
uitvoeren. Voor het overige wordt het wel erg glazen-bol en wat-als, waardoor het voor het college
moeilijk wordt om in te schatten wat er zal gaan gebeuren. Ik ben wel optimistisch over deze locatie, dit gebouw op deze plek. Uiteindelijk zal het altijd renderen om hier iets te ontwikkelen. Maar het is aan de rechter.
Dan de lessen uit vraag 4. Een privaatrechtelijk geschil tussen partijen en de stad kan altijd
plaatsvinden. Dat kan over een dakkapel gaan of het kan over een grote woontoren of een hotel gaan. Dan heb je als lokale overheid, zeker als het onder de rechter is, nog maar heel weinig
middelen tot je beschikking. Ik kan na 26 weken stilstand de vergunning intrekken, maar dan
hebben we een gebouw zonder vergunning. Daar wordt de wereld ook niet per se beter van, zeker niet als iemand het zou willen doorbouwen.
Tot besluit, het is misschien een les dat in onze rechtstaat mensen elk rechtsmiddel mogen
aanwenden dat zij willen. Sterker nog, in andere debatten roept de raad het college ook wel op om dat zelf vooral te doen. Maar als processen bij de rechtbank wat sneller zouden gaan, zouden wij snel duidelijkheid hebben en zouden we vooruit kunnen. De voorzitter: Ik zie dat er aanvullende vragen zijn. De heer Van der Graaf (ChristenUnie): Voorzitter! Ik vind het terecht dat deze vragen worden gesteld, omdat het zonde is dat op deze plek zo’n gebouw er onaf staat. Kan de gemeente niet op een manier partij zijn doordat zij aan de voorkant toch afspraken kan maken met partijen over
oplevering van gebouwen, op welk moment en hoe lang ze erover doen? Kunnen we op die manier niet vaker wel juist partij worden als gemeente? Hoe kijkt de wethouder daarnaar?
De heer Eerenberg (wethouder): Dat doen we bij heel veel projecten. De vraag is echter of je daarmee altijd elk geschil tussen derden kunt voorkomen. In sommige gevallen maak je het geschil misschien ook wel gecompliceerder. Ja, ik vind dat wij als gemeente strak moeten zijn richting marktpartijen
dat zij ook waarmaken wat zij beloven en dat doen we op heel veel plekken ook, maar als het geschil dan eenmaal optreedt, is het wel heel ingewikkeld om daarmee het geschil ook weg te maken.
Sterker nog, dan worden wij misschien zelf ook wel partij in een geschil als dit. Dat is niet altijd beter. Ik hoop vooral dat partijen er onderling uitkomen.
De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen, ook niet van de indiener omdat zijn tijd is verstreken. We gaan door naar de volgende set vragen.
7. Mondelinge vragen van de fractie van DENK over een Abayaverbod in Utrecht? De heer El Abassi (DENK): Voorzitter! Het is een schande dat een dame recent werd gediscrimineerd vanwege haar kledingkeuze als treinassistente bij de NS. Het is goed om in te zien dat Nederland, net als Frankrijk, geconfronteerd wordt met een toenemend aantal maatregelen die de religieuze vrijheid en culturele diversiteit beperken. In Frankrijk hebben we al het niqabverbod, het
hoofddoekverbod en het abaya verbod in publieke ruimtes gezien. In Nederland zien we een
10
Vragenuur van 28 september 2023 soortgelijke trend, met een niqabverbod in publieke ruimtes en voorschriften die bijvoorbeeld het dragen van een hoofddoek bij bepaalde beroepen, zoals de politie en boa’s, beperken. Deze
maatregelen zijn niet alleen zorgwekkend vanwege de inperking van individuele keuzevrijheid, maar druisen ook in tegen het fundamentele recht op vrijheid van religie en zelfbeschikking. Naar aanleiding hiervan kom ik tot de volgende vragen.
1. Wat is het standpunt van de gemeente Utrecht met betrekking tot discriminatie op basis van kledingkeuze bij NS?
2. Is de gemeente Utrecht bereid om met NS in gesprek te gaan over deze discriminerende maatregel en de raad hierover te informeren?
Mevrouw Voortman (wethouder): Voorzitter! De heer El Abassi heeft mij twee vragen gesteld
aangaande ons standpunt over wat er bij NS gebeurt. Ik moest even opzoeken waar dit over gaat. Hij
vraagt mij op basis van één bericht over één individuele casus om een standpunt over NS te geven. Ik vind dat niet op zijn plaats voor een bestuurder in Utrecht. Het is een landelijk bedrijf, een
staatsdeelneming zelfs, en ik vind dat geen lokale kwestie. De heer El Abassi staat op de kieslijst van DENK voor de Tweede Kamer en dan is dit eerder iets om dit via Kamervragen aan het kabinet te doen.
Of ik bereid ben om met NS in gesprek te gaan hierover? Nee. De voorzitter: Zijn er aanvullende vragen? Ik zie niemand. Wil de indiener nog een laatste vraag stellen?
De heer El Abassi (DENK): Voorzitter! Dit gaat wel ten koste van mijn tijd, aangezien er ineens
doorverwezen wordt naar het kandidaat-lidmaatschap van de Kamer. Dit is weer een moment waarop doorverwezen wordt naar landelijk. Dat is de vorige keer ook gebeurd, maar ik vraag hier naar
Utrechtse burgers. Die kunnen hier ook mee te maken hebben. We hebben met het burkaverbod als
Utrecht ook een standpunt ingenomen en ik wil nu van de burgemeester – of van de wethouder in dit geval – weten hoe wij als Utrechters hierin staan en wat er gebeurt als een Utrechter dit overkomt. Daar kan gewoon antwoord op worden gegeven.
Mevrouw Voortman (wethouder): Nu vraagt de heer El Abassi mij om een antwoord te geven op wat als dit in Utrecht gebeurt. Dat is hier niet aan de hand. Het gaat hier om een gebeurtenis bij NS waarvan we nog niet eens precies weten wat er is gebeurd. Dan vind ik het heel raar om wel al
meteen een oordeel te hebben. NS geeft ook aan dat zij in gesprek zijn met die mevrouw en dat lijkt mij logisch, maar niet dat wij hier dan al meteen een oordeel klaar hebben.
De voorzitter: Dank voor de beantwoording. Dit was onze laatste vraag. Dank aan iedereen en een fijne avond!
De voorzitter sluit daarop, te 17.43 uur, het vragenuur.
11