Vragenuur 21 september 2023
Tekst van het document
2023 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 21 september 2023 Vragenuur, gehouden op donderdag 21 september 2023 te 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw Stylianou. Aanwezig zijn de leden: Van Steeg, Meerding, Koning, Sungur, Dijkstra en Zwinkels. Voorts is aanwezig het commissielid: El Abassi Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Oosters, Streefland en Van Hooijdonk.
Griffier: mevrouw Bouts.
Opening van het vragenuur. De voorzitter: Goedemiddag allemaal, welkom bij het vragenuur van 21 september. We zijn klaar om te beginnen met het vragenuur van 21 september, dit keer met vijf vragen en een kersverse
voorzitter. Ik heb er erg veel zin in! We gaan meteen goed van start met de eerste vragenset, ingediend door CDA, PVV Stadsbelang Utrecht, PvdA en de VVD.
1. Mondelinge vragen van de fracties van CDA, PVV, Stadsbelang Utrecht, PvdA en VVD over Overvol Overvecht-Noord.
De heer Van Steeg (CDA): Voorzitter! De situatie op sportpark Overvecht-Noord blijft gespannen, omdat er regelmatig hondenbijeenkomsten zijn op het sportpark en er een beperkt aantal
parkeerplaatsen en te weinig voetbalcapaciteit zijn. Het toont aan dat het eerder bedachte plan, waar de raad zich tegen heeft verzet en waaraan de raad randvoorwaarden heeft gesteld die op dit
moment niet zijn uitgevoerd, in de praktijk niet werkt. Dat gebeurt ook op 7 oktober, een zaterdag waarop problemen zijn voorzien. De fracties van CDA, PVV, Stadsbelang, PvdA en VVD zijn van mening dat er zo snel als mogelijk alternatieven moeten worden aangedragen voor de huidige situatie op het sportpark. Deze fracties hebben de volgende vragen.
1. Welke stappen zijn met de verenigingen gezet afgelopen maanden om de situatie waar mogelijk te normaliseren? Hoe beoordeelt het college het succes van deze stappen?
2. Hoe wordt ervoor gezorgd dat zaterdag 7 oktober binnen de bestaande beperkingen op een normale manier kan verlopen?
3. Wat is de stand van zaken met betrekking tot het lopende onderzoek naar alternatieven?
Vragenuur van 21 september 2023 In een eerder onderzoek naar alternatieve locaties is ook gekeken naar locaties buiten sportparken, die vanwege geldende bestemmingsplannen vervielen.
4. Deelt het college de mening dat voor een oplossing voor het sportpark, opnieuw moet worden gekeken naar locaties buiten sportparken, waarbij de politieke keuze over een mogelijk alternatieve bestemming aan de raad wordt gelaten? Zo nee, waarom niet?
5. Zo ja, zal het college een aantal van deze opties meenemen en presenteren bij de mogelijke
alternatieven en een voorkeursscenario? En hoe krijgt de raad inzicht in de gemaakte afweging?
Mevrouw Oosters (wethouder): Voorzitter! Dank aan de indieners van de vragen. Het antwoord op
vraag 1. Voor de zomer heeft Sport Utrecht, op initiatief van de gemeente, verschillende gesprekken georganiseerd tussen EDO en URV, waarin afspraken zijn gemaakt over de samenwerking op het
complex. Deze overleggen en de afspraken hebben ervoor gezorgd dat er structureel beter contact is tussen beide verenigingen en dat in veel gevallen de situatie op het park verbeterd is. Soms blijft het
echter ingewikkeld, vooral tijdens de drukste weekenden. Om ervoor te zorgen dat de samenwerking verbetert en het onderlinge vertrouwen ook de komende tijd verder groeit, houden we vanuit de
gemeente en Sport Utrecht de vinger aan de pols. Daarom hebben we ook het initiatief genomen om voor begin oktober een voortgangsoverleg met beide verenigingen in te plannen om te bespreken hoe de uitvoering van de afspraken verloopt en hoe de situatie verder verbeterd kan worden.
In antwoord op vraag 2 kan ik melden dat op zaterdag 7 oktober de KNVB in eerste instantie elf thuiswedstrijden had ingepland voor EDO. Dat is een uitzonderlijke situatie. Omdat ook URV
activiteiten in de middag heeft geprogrammeerd, kon EDO niet terecht op veld 12. Inmiddels zijn er na overleg tussen EDO en de KNVB drie wedstrijden als uitwedstrijd geprogrammeerd en daarmee zijn er op 7 oktober geen specifieke problemen te verwachten.
Als antwoord op vraag 3: in nauwe samenwerking met Sport Utrecht werken we hard aan de plannen voor de toekomst van het sportpark in Overvecht. Momenteel zijn we ver gevorderd met de
analysefase en we verwachten deze analyse begin november af te ronden. Wij willen de raad dan
graag in een technische bijeenkomst informeren over de uitkomsten. Op basis van de analyse zullen we in de tijd daarna mogelijke toekomstscenario's voor de sportparken, waaronder Sportpark Overvecht Noord uitwerken.
Het antwoord op vraag 4 is dat we werken aan verschillende scenario's om de sportparken in
Overvecht te optimaliseren. Hoewel deze scenario's nog ontwikkeld moeten worden, is het denkbaar dat in een of meerdere scenario's ook verplaatsingen van verenigingen worden opgenomen. In het geval dat betrekking heeft op een mogelijke verplaatsing van URV, zullen verschillende opties
worden meegenomen. De locaties buiten sportparken zullen dan ook nogmaals bekeken worden. In antwoord op vraag 5 meld ik dat we bij de uitwerking van de verschillende scenario's de
consequenties daarvan in beeld brengen. Wij zullen de raad meenemen in deze consequenties en de afwegingen die worden gemaakt bij de uitwerking van een voorkeursscenario. Wanneer extra
investeringen nodig zijn of een bestemmingsplanwijziging, zal dit sowieso ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.
Voorzitter, dat waren de antwoorden op de vragen. De voorzitter: Dank u wel, ik kijk rond of er aanvullende vragen zijn. Die zijn er niet, dan ga ik naar de eerste indienende partij.
De heer Van Steeg (CDA): De wethouder komt in Q4 dus met een voorkeursscenario en daarnaast ook met scenario's die opties bieden buiten het sportpark. Zijn dat er meer dan één?
2
Vragenuur van 21 september 2023
Mevrouw Oosters (wethouder): Ja. Zoals ik al zei, zitten we nu in de afrondende fase van de analyse. Die hebben we in november af en daarover willen we graag een technische sessie met de raad
organiseren. Daarna zullen we inderdaad de voorkeurscenario's presenteren aan de raad, met daarin ook de alternatieven als die nodig zijn. Maar daar loop ik in deze beantwoording niet op vooruit. De voorzitter: Heel erg bedankt, dan gaan we door naar de tweede vragenset, inzake overlast in Lepelenburg, ingediend door VVD, PVV en CDA.
2. Mondelinge vragen van de fracties van VVD, CDA en PVV over Overlast Lepelenburg. Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter! “Weggejaagde drugsverslaafden Lucasbolwerk strijken neer in Park Lepelenburg. Ze maken er een zooitje van”, kopte het AD op 18 september jl. In het artikel wordt de huidige situatie in Park Lepelenburg omschreven. In het park zou zich regelmatig een
groep ophouden van zo'n dertig verslaafde mannen. De verslaafden zitten op de bankjes, gebruiken
er openlijk en hebben onderling veel ruzie, aldus het artikel. Bewoners maken zich zorgen over deze ontwikkeling en voelen zich onveilig. Het vermoeden is dat het deels om verslaafden gaat uit dezelfde groep als die eerder bij het Lucasbolwerk stond. Sinds het verbod op openlijk
harddrugsgebruik van kracht is, kan er namelijk handhavend worden opgetreden en is het op het
Lucasbolwerk een stuk rustiger. Enig waterbedeffect van deze maatregel was op voorhand voorzien, maar daarbij werd wel aangegeven dat kleinere groepjes verslaafden makkelijker te benaderen
zouden zijn door zorgverleners. De bedoeling van de maatregel was dus om de situatie beheersbaar te maken en de vraag is of dit nu voldoende lukt.
Dit brengt de fracties van VVD, PVV en het CDA tot de volgende vragen.
1. Herkent de burgemeester de door het AD omschreven situatie in Park Lepelenburg? Zijn er nog andere locaties die sinds de aanpak op het Lucasbolwerk te maken hebben met toenemende overlast van verslaafden?
In Park Lepelenburg gaat het om een groep van 30 mannen, terwijl de groep bij het Lucasbolwerk uit zo'n 120 man bestond.
2. Is het in de praktijk ook gemakkelijker gebleken om deze groep te benaderen, nu de groep minder groot is?
3. Wordt er in Park Lepelenburg op dit moment net zo actief gehandhaafd als op het Lucasbolwerk? Zo ja, hoe verklaart de burgemeester dan dat er in Park Lepelenburg nog steeds door een grote groep openlijk gebruik wordt terwijl dit verboden is?
4. Wat kan er gedaan worden om de overlast in Park Lepelenburg tegen te gaan? Kan bijvoorbeeld worden ingezet op meer handhaving en meer begeleiding naar zorg?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Sinds 1 augustus, de invoering van het verbod en ook de start van het zogenaamde Eropaf-team 10, zien we dat de toestroom van gebruikers en dealers van buiten de stad enorm is afgenomen. En ja, er is een groep van in Utrecht bekende gebruikers
overgebleven en die heeft zich, zoals wij ook hadden verwacht, in kleinere groepen verspreid naar andere plekken in de binnenstad. Dan moet u denken aan het Griftpark, de Wittevrouwenkade,
Lepelenburg en de Singel en de straten ook rondom deze locaties. We zien inderdaad de laatste
weken dat met name een harde kern, die zich ook echt heel moeilijk laat leiden naar zorg, in groter verband weer bij elkaar samenkomt rondom het Lepelenburg.
3
Vragenuur van 21 september 2023 Wat betreft vraag 2, is de groep van in Utrecht bekende gebruikers makkelijker te benaderen door het Eropaf-team. Dat heeft aan de ene kant inderdaad met de groepsgrootte te maken, maar ook omdat het mensen zijn die voor een deel al langer bekend zijn bij de hulpverlening. Een groot
gedeelte van die groep laat zich ook toe- en terugleiden naar zorg. We hebben inmiddels ook het
alternatief voor gebruik op straat, namelijk de tuin van de gebruikersruimte De Stek. Maar ik zeg er
ook bij –dat is ook wat je ziet als je regelmatig langs het Lepelenburg komt – dat er een harde kern is die zich niet zomaar naar bestaande zorgvoorzieningen laat leiden.
Het antwoord op de derde vraag. De politie en THOR hebben hun inzet op die overlast
gecontinueerd. Er zijn in de maand augustus 35 bekeuringen uitgeschreven op het overtreden van
het verbod. Daarbij wordt ook altijd afgewogen of dit past in een bredere aanpak. Alleen hebben we niet 24 uur per dag politie en THOR en ook moet wel op heterdaad geconstateerd worden dat er bijvoorbeeld gebruikt wordt of openlijk overlast wordt veroorzaakt.
Wat doen we om de overlast in park Lepelenburg tegen te gaan? Dat is de vierde vraag. Die harde
kern is een lastige groep. Ze willen ook bij elkaar komen en ze willen eigenlijk ook liever niet in die openbare ruimte drugs gebruiken, omdat het deels ook gewoon dealers zijn. Dus ze hebben vaak ook een dubbel belang. Omdat we die groep nu goed in beeld hebben, zetten we in op
persoonsgerichte interventies. Dat kan een gebiedsverbod zijn, maar ook bijvoorbeeld door via het strafrecht echt toe te werken naar verplichte forensische zorg of andere maatregelen.
Daarbij kijken we nu ook of we een flexibele camera kunnen inzetten om vooral de harde kern beter in de gaten te kunnen houden en het openlijk gebruik ook beter vast te kunnen stellen, want dat is
natuurlijk belangrijk. Deze aanpak vraagt wel om een lange adem. Het is niet zomaar opgelost en het is vervelend. Ik las vandaag ergens in de media een opmerking van iemand die vanuit de Stichting
Goud het woord voert. Die zei dat we er maar vast aan moesten wennen, omdat dit erbij hoort. Maar
voor ouders met kleine kinderen die waarnemen dat er crack gebruikt wordt op het bankje waar hun kinderen in de buurt spelen, is dat niet iets wat erbij hoort en is dat niet iets wat je accepteert. Dus
ik vind dat we daar wel degelijk bovenop moeten zitten. U kunt er op rekenen dat we dat met elkaar ook doen.
De voorzitter: De heer Koning voor een aanvullende vraag? De heer Koning (D66): Voorzitter! de burgemeester stelt dat vanaf 1 augustus de problematiek erg afneemt, maar in de krant werd op 24 juli aangegeven dat er door de toepassing van
verblijfsontzeggingen al een sterke afname was van de drugsverslaafdenproblematiek bij het
Lucasbolwerk. Is de burgemeester het ermee eens dat het toepassen van verblijfsontzeggingen inderdaad een betere manier is en minder escalerend werkt dan het harddrugsverbod? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Nee, daar ben ik het niet mee eens. Om een
verblijfsontzeggingsgebied vast te kunnen stellen, moet je in de eerste plaats een enorm dossier opbouwen. Eigenlijk wil je niet, zoals net gezegd, in de buurt waar kinderen wonen en spelen
mensen met pijpjes crack zien rondlopen en gedrag vertonen dat zeer intimiderend is, ook naar bijvoorbeeld die kinderen en hun ouders. Ik ben het dus niet met de heer Koning eens.
De heer Van Steeg (CDA): De burgemeester heeft gezegd dat heel veel mensen die van buiten Utrecht komen nu ook niet meer in Utrecht zijn. Ik meen dat we het eerder hadden over een groep van
ongeveer 120 mensen rond Lepelenburg. Kan de burgemeester iets zeggen over het aantal mensen dat nu nog overlast veroorzaakt rond de plekken die zij zelf noemde?
4
Vragenuur van 21 september 2023
Mevrouw Dijksma (burgemeester): De aantallen die in de vraag van mevrouw Meerding naar voren kwamen, zijn mijns inziens relatief correct, hoewel het erg varieert. Soms zie je vijf mensen bij
Lepelenburg staan, maar dat kan in heel hoog tempo opeens uitgroeien tot een veel grotere groep. Dan wordt het ook sneller onbeheersbaar. Het fluctueert dus en het laat gedurende de dag niet
steeds precies hetzelfde beeld zien. Helaas moeten we ook vaststellen dat het ook heel snel weer
aantrekt als de handhaving iets verslapt. Dan heeft men ook contact met mensen van buiten omdat het nu eenmaal voor dealers aantrekkelijk is als men gebruikt. Daar zit ook precies in waarom het
niet alleen gaat om het verblijfsontzeggingsgebied, maar ook om het gebruik. Dan heb je namelijk heel veel klanten tegelijkertijd op dezelfde plek.
De heer Sungur (DENK): Hoe kan de raad de burgemeester in haar strijd helpen? Mevrouw Dijksma (burgemeester): Wij doen het echt samen, raad en college. De raad heeft ons al
heel veel geholpen door ons de ruimte te geven om te doen wat nodig was met de bevoegdheden. We zien ook – en dat is de zaak van lange adem – dat het toeleiden naar zorg niet vanzelf gaat, terwijl dat een heel belangrijke langetermijnoplossing is. Wij zoeken, ook in overleg met de
doelgroep en conform de opdracht van de raad, naar mogelijkheden om elders in de stad een
beschermde manier van gebruik te vinden. We willen mensen niet onnodig criminaliseren en we zien ook dat het gebruik plaatsvindt. Dat wegdenken uit de samenleving is onterecht. De vraag is alleen hoe we dat zo georganiseerd kunnen krijgen dat het ook voor de samenleving draagbaar blijft. Ik
hoop dat de raad ons wat betreft de zorg kan blijven helpen door daarin te investeren, door ons te
steunen aan de repressieve kant van de aanpak en ons ook een beetje tijd te geven. Dit is niet in een paar weken opgelost of weg. Ik vraag de raad om een klein beetje geduld.
De voorzitter: Ik zie verder geen aanvullende vragen. Dan gaan we terug naar de indiener. Mevrouw Meerding (VVD): Voorzitter! Ik dank de burgemeester voor de beantwoording. Ik ben ook in die zin gerustgesteld, want het lijkt volgens mij de goede kant op te gaan. De tijd zal inderdaad
moeten leren hoe het nu verder gaat. Wel heb ik nog één vraag. We hebben gezien dat het invoeren van het verbod op het Lucasbolwerk er echt voor heeft gezorgd dat er daar niet veel verslaafden
meer zijn en dat het helemaal leeg is. Toch zien we dat op het Lepelenburg wel weer een grote groep van zo’n 30 mensen opduikt. Waarom kunnen die mensen daar nu niet worden weggestuurd? Is dat echt alleen vanwege het ontbreken van “heterdaad”?
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Ook daar is er politie en zijn er handhavers. Er wordt ook met de groep gesproken en als het nodig is, wordt er geverbaliseerd. Precies hetzelfde als wat er bij het
Lucasbolwerk gedaan wordt, doen we ook op het Lepelenburg als het nodig is. Eigenlijk zitten we nu op het taaiste deel van de problematiek. Voor een belangrijk deel zijn het mensen die in onze stad
horen en er ook een binding mee hebben, maar die geen toeleiding naar de zorg willen. Dat is ook
de pijn van het probleem. Daar moeten we met elkaar gestaag aan verder werken en niet verslappen.
Doe je dat namelijk wel, dan ben je binnen no time terug bij af. Het is ook voor ons een ingewikkelde puzzel, want het kost heel veel capaciteit, ook in de handhaving. En u weet hoe schaars die is.
5
Vragenuur van 21 september 2023 De voorzitter: Dank u wel. We gaan naar de derde vragenset, ingediend door EenUtrecht. U hebt daar twee minuten voor, maar het is een erg lange tekst. Ik houd u echt aan die twee minuten. Het is of snel spreken of inkorten.
3. Mondelinge vragen van de fractie van EenUtrecht over Volledig indexeren in welzijn en zorg. De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter! Dat komt helemaal goed. Terecht constateren we dat op grond van de cao in sociaal werk het loon in de jaren 2020–2024 met in totaal 15% stijgt. Dat is
logisch en ook goed. In het sociaal domein lopen de kosten dus enorm op. Diverse partijen in die sectoren geven dat ook aan, maar spijtig genoeg lijkt de gemeente genoemde indexering niet genoeg of onvoldoende te compenseren, waardoor partijen ervoor waarschuwen dat de
dienstverlening onvoldoende op het huidige niveau kan worden gehouden. Vandaar de volgende vragen.
1. Is het college bekend met de brief van Sociaal Werk Nederland over de indexering van tarieven in sociaal werk?
2. Deelt het college de urgentie, de analyse en ook de conclusies uit deze brief alsook uit de brief die recent gestuurd is aan wethouder Streefland door Moviera, De Tussenvoorziening en het Leger des Heils van 8 september jl.?
3. Kan het college toezeggen dat opnieuw nog eens kritisch naar de genoemde indexering van de gemeente kan worden gekeken en deze zodanig kan worden aangepast dat de dienstverlening van organisaties werkzaam in het sociaal domein volledig kan worden gegarandeerd in 2024?
4. Kan het college de gemeenteraad voorafgaand aan de behandeling van de Programmabegroting 2024 in detail informeren over hoe de indexeringen zijn opgebouwd en of deze wel of niet
kunnen worden aangepast aan de wensen, zoals uitgesproken in beide genoemde brieven? De voorzitter: Dit was inderdaad de snelste inbreng! Mevrouw Streefland (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op de eerste vraag is dat die laatste brief mij nog niet bekend was. Inmiddels hebben wij van deze brief kennisgenomen. We begrijpen zeker de zorgen, ook vanuit de sector. Die zijn natuurlijk breder.
Het antwoord op vraag 2 is dat wij delen dat het van belang is dat onze partners financieel gezond kunnen blijven en hun dienstverlening aan onze inwoners kunnen voortzetten. Wij zien dat de
huidige kostenstijgingen voor financiële uitdagingen zorgen bij onze partners - en helaas niet alleen bij onze partners, maar breder, ook bij ons.
Om deze redenen hebben we als gemeente de volgende maatregelen genomen in 2023. In de eerste plaats een noodsteunregeling voor partijen die in financiële nood zijn gekomen door de gestegen energiekosten. In de tweede plaats de mogelijkheid tot tegemoetkoming in de gestegen
energiekosten voor maatschappelijke instellingen. En in de derde plaats een extra incidentele indexering van 3,56%.
Op 6 oktober spreken we daarnaast met Moviera, De Tussenvoorziening en het Leger des Heils over
de zorgen in hun brief die zij mij en de raad hebben doen toekomen. Tegelijkertijd –dat is de andere kant, maar het is een complex vraagstuk – staan wij samen met onze partners voor een bredere financiële opgave in het sociaal domein, door oplopende kosten, verminderd personeel en een stijgende zorgvraag; twee infarcten of misschien wel drie bij elkaar.
Om de zorg aan onze inwoners toekomstbestendig te houden, zullen we daarom met elkaar ook moeten bekijken hoe het anders kan. Hiervoor zijn wij bezig met een nieuwe beleidsnota in het
6
Vragenuur van 21 september 2023 sociaal domein. De raad is in het debat rondom de Voorjaarsnota geïnformeerd dat we in de loop van dit en volgend jaar verschillende keuzes moeten maken in het kader van de houdbaarheid van het sociaal domein. Expliciet is toegezegd dat de raad daarin wordt meegenomen.
Vraag 3: in de Voorjaarsnota 2023 is een gemeentebrede indexatie van de budgetten vastgesteld en ook de dekking van deze index. Voor 2024 heeft dat geleid tot een percentage van 7,39. Een
wijziging – lees: ophoging – van deze index vraagt om een integrale heroverweging van de inzet van middelen. Die kan plaatsvinden in de integrale afweging bij de Voorjaarsnota 2024. Voor de
indexering van de budgetten van onze aanbieders volgen wij de door de raad vastgestelde indexatie.
Als we de indexatie willen verhogen, moeten er keuzes gemaakt worden om te zorgen dat we binnen de financiële grenzen blijven zoals die gesteld zijn. Dat betekent heel concreet dat andere dingen niet meer kunnen.
Vraag 4: Deze informatie kunnen we voor de begrotingsbehandeling aanleveren. In hoofdlijnen is het dus zoals in het voorgaande is uitgelegd. We kunnen hierover in meer gedetailleerde vorm een brief schrijven en die de raad doen toekomen. Aanpassing kan pas bij de Voorjaarsnota 2024 en zal inhouden dat er een heroverweging moet worden gemaakt voor de inzet van middelen.
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat er geen aanvullende vragen zijn. Mijnheer Dijkstra, hebt u nog een laatste vraag?
De heer Dijkstra (EenUtrecht): Voorzitter. Kijkend naar die twee brieven constateer ik een verschil
tussen enerzijds de toegezegde indexering of de gereserveerde index en anderzijds wat er feitelijk nodig is in het sociaal domein. Dit kan zomaar betekenen dat dit in de dienstverlening een stap terug is van misschien wel 15% of meer. Onderkent de wethouder dat ook? Het gaat om heel substantiële stappen terug als we niet meer kunnen doen.
Mevrouw Streefland (wethouder): De verschillende organisaties verschillen van mening over de vraag hoe hoog de compensatie moet zijn. We zien wel dat we erop voorbereid moeten zijn dat we het in de toekomst met minder moeten doen. Hier begint dat dus al mee. We moeten samen het gesprek
voeren over hoe we het anders kunnen doen en of dit kwaliteitsverlies betekent. Dat is het proces dat we de komende twee jaar in moeten gaan. Willen we het op dit kwaliteitsniveau blijven houden, dan gaat dat inderdaad veel meer geld kosten. Dat is dan weer de overweging in 2024. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we bij vragenset 4. 4. Mondelinge vragen van de fractie van het CDA over Wanneer horen we meer over Wolvenplein. Mevrouw Zwinkels (CDA): Voorzitter! Ik ga direct door naar de vragen.
1. Welk UPP-niveau is doorlopen en waarom is hiervoor gekozen? Welke participatie heeft in de afgelopen maanden plaatsgevonden en hoe is de omgeving hierbij betrokken?
2. Op welke manier krijgt de gemeenteraad nog de plannen te zien? Is er nog een besluit van de
raad nodig of is het college voornemens het mandaat over de verdere besluitvorming voor zijn eigen rekening te nemen?
3. Voldoen de bouwhoogten aan de vastgestelde uitgangspunten en is hierop ook akkoord vanuit het oogpunt van (cultuurhistorisch) erfgoed? Wordt er afgeweken van ons beleid?
4. Kan het college toezeggen dat er nog geen bindende afspraken zijn met ontwikkelende partijen, voordat de Bouwenvelop en het Omgevingsplan is vastgesteld?
7
Vragenuur van 21 september 2023 5. Welk model heeft het college gehanteerd voor geluidsberekeningen? Is het college bekend met
het model dat eerder in Amsterdam is toegepast dat rekening houdt met het aanwezige water dat geluid verder brengt?
6. Eerder stelden we als CDA Utrecht voor om in gesprek te gaan met het Rijk over financiering van
de brug die er gaat komen. Ik heb daarover ook een motie bijgevoegd. Nu zijn er vanuit de buurt ideeën om deze brug schuin te laten lopen richting de uitgang van het Hooghiemstraplein. Hiermee sluit het ook aan op de route vanuit het Griftpark én de vergroening van het
Hooghiemstraplein. Dit lijkt ons interessant om te verkennen. Hoe kijkt het college naar deze suggestie?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder): Voorzitter! Ik ben nog steeds de Eelco Eerenberg van dienst,
dus vandaar dat u hier mij treft. In april 2022 heeft u als raad een brief gehad over het Wolvenplein die is bijgesloten bij het Idoc. Daarin staan een aantal dingen over het proces, bijvoorbeeld dat we
een UPP2-proces doorlopen en dat in de afgelopen fase inderdaad de participatie is georganiseerd, ook samen met bewoners. Daarbij ging het onder andere over wonen, werk en horeca en openbare ruimte. Dat heeft dus plaatsgevonden. Er wordt toegewerkt naar een Bouwenvelop.
In dezelfde brief staat ook dat de raad de concept-Bouwenvelop ontvangt, zodat de raad er ook iets
van kan vinden voordat die definitief wordt. Die gaat ook de inspraak in, dus dan kunnen ook andere mensen er wat van vinden.
Bij de concept-Bouwenvelop ontvangt de raad ook weer inzicht in het vervolgproces. Een van de
redenen dat we daar nu nog niet iets scherper over zijn, heeft te maken met de invoering van de Omgevingswet en ook nog wat besluitvorming in deze raad over de rolverdeling tussen raad en college. Dat wordt nog uitgewerkt op basis van de besluiten die de raad daarover gaat nemen.
Wat betreft de bouwhoogten en de vastgestelde uitgangspunten kijken de mensen van Welstand en Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed al mee. Zij zullen zij in een latere fase om advies worden gevraagd. Er zijn geen andere bindende afspraken gemaakt dan in het Idoc staan.
Als het over geluid gaat, moeten we aan de wet voldoen, overigens net als Amsterdam. Dat is
dezelfde wet. We hebben daarnaast een geluidnota die ook voor onszelf bindend is. Dat zijn dus de kaders en dat geeft ook kaders in het geval er water in de buurt is.
Tot slot de brug. Daar worden nu verkenningen gedaan voor allerlei mogelijke varianten. Het is best ingewikkeld, want er is een groot hoogteverschil; je wil de brug toegankelijk maken en ook moeten er nog mensen onderdoor kunnen varen. Dat is een hele puzzel. De variant die het CDA noemt, nemen we graag mee in die puzzel.
De voorzitter: Dat is heel mooi. Ik zie dat er geen aanvullende vragen zijn. Ik ga ook niet meer naar de eerst indienende partij omdat de tijd op is. We gaan direct door naar de laatste vragenset. 5. Mondelinge vragen van de fractie van DENK over Onderzoek naar terreurlijsten. De heer El Abassi (DENK): Voorzitter! Gisteren was er een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat
naar aanleiding van de Marokkaanse Nederlander die bijna twee maanden onterecht vastzat in Spanje op verdenking van terrorisme. Veel Nederlanders kwamen naar de rechtszaak toe om het slachtoffer een hart onder de riem te steken. Het verhaal is hartverscheurend en het roept vragen op over het
functioneren van onze overheid en internationale samenwerking. Het is onaanvaardbaar dat iemand
zonder iets verkeerds gedaan te hebben als terrorist wordt bestempeld, in een cel wordt opgesloten en vervolgens tot de dag van vandaag niet weet hoe hij zijn leven weer kan oppakken.
8
Vragenuur van 21 september 2023 De minister van Justitie en Veiligheid erkent dat er slachtoffers zijn die onterecht gesignaleerd staan, maar zegt dat de slachtoffers vooral zelf in actie moeten komen. Net een dag voor de zitting werd deze man vrijgelaten en laat dat net de reden geweest zijn voor de rechter om geen spoedeisend belang meer te zien voor de zitting. Dit brengt mij tot de volgende vragen.
1. Is het college op de hoogte van de onterechte signalering? Zo ja, kan het college aangeven om hoeveel signaleringen het gaat?
2. Weet het college hoeveel Utrechters gesignaleerd zijn? Zo ja, om hoeveel Utrechters gaat het en wat gaat het college doen om deze Utrechters zo snel mogelijk van zowel nationale als
internationale lijsten te krijgen? Zo nee, waarom weet het college dit niet en kan het college dit nagaan bij de minister van Justitie en Veiligheid?
3. Is onze burgemeester bereid om te kijken of ze de minister kan vragen een onderzoek te doen
naar alle burgers die onterecht zijn opgenomen op lijsten en deze burgers zo spoedig mogelijk te informeren uit de lijsten te verwijderen en te compenseren.
De voorzitter: Ik zie dat de fractie van DENK ook door haar tijd heen is, dus er zal geen ruimte meer zijn voor een aanvullende vraag, helaas.
Mevrouw Dijksma (burgemeester): Voorzitter! Het moet mij van het hart dat dit bij uitstek een
onderwerp is dat thuishoort in het parlement. Ik kom daar zo meteen ook nog op terug. We hebben
een lokale aanpak radicalisering, waarin wij als gemeente samenwerken met onder andere politie en OM. De gemeente is geen signalerende instantie. Alleen een van de landelijke partners kan ervoor kiezen iemand op de signaleringslijst te zetten. We hebben daar als gemeente geen rol in en we
kunnen ook geen uitspraken doen over welke informatie al dan niet en onder welke voorwaarden door andere instanties internationaal gedeeld wordt.
Eerder heeft zowel het Openbaar Ministerie als de politie aangegeven dat de man niet door
Nederland wordt gezocht vanwege een terrorismeverdenking. Het is dus onduidelijk waar met name in dit geval Spanje de verdenking op heeft gebaseerd. Ik heb het nog even nagekeken en ik heb ze ook allemaal gespeld: het Tweede Kamerlid de heer Van Baarle heeft op 24 augustus 23 vragen
gezonden aan de minister van Justitie. De minister heeft vrij uitgebreid geantwoord op alle vragen die je zou kunnen hebben over deze kwestie en over het beleid van Nederland in algemene zin en
ook in deze individuele casus. Dat is openbare informatie en ik zou de raad willen aanbevelen om die te lezen.
De voorzitter: Ik zie geen andere aanvullende vragen. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van het vragenuur van deze week. Dank u wel.
De voorzitter sluit daarop, te 17.37 uur, het vragenuur.
9
Vragenuur van 21 september 2023 Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens het vragenuur van 21 september 2023.
Mondelinge vragen van de fracties van CDA, PVV, Stadsbelang Utrecht, PvdA en VVD over Overvol Overvecht-Noord.
Wethouder Oosters • zal in Q4 2023 de raad schriftelijk informeren over een voorkeursscenario met daarnaast ook scenario's die opties bieden buiten Sportpark Overvecht-Noord
10