Vraag 2 Verslag Vragenuur_ 2020-09-03 vastgesteld.pdf
Tekst van het document
2020 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 3 september 2020 Vragenuur, gehouden op donderdag 3 september 2020 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw Rajkowski. Aan het digitale vragenuur nemen deel de leden: De Boer, Heijne, Koning, Meerding, Oosters, De Pagter, Sasbrink, Schipper, Sungur, Te Hoonte, Virginia, Vonk, Van Waveren, Wijmenga, Weistra en Van der Zweth. Namens het college nemen deel de wethouders: Van Hooijdonk, Klein, Van Ooijen en Verschuure. Griffier: de heer Lith. Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Welkom allemaal bij het eerste vragenuur na de zomervakantie op 3 september 2020. Er is een aantal mondelinge vragen ingediend. Wij beginnen met een set vragen van de heer Virginia. 1. Vragen van de heer Virginia (GroenLinks) inzake het Bomenplan. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Op 14 augustus jl. werd bekendgemaakt dat gebleken is dat Utrecht bijna onderaan staat op de ranglijst van groene gemeenten in Nederland. Van de 355 gemeenten in Nederland staat Utrecht op de 348ste plaats. Per inwoner staat in de stad ongeveer een halve boom. Eén van de doelen van het Utrechtse bomenbeleid is dat er in 2030 méér volwassen bomen zijn dan in 2009. In Utrecht staan op dit moment ongeveer 160.000 gemeentelijke bomen.
Dit leidt bij de GroenLinks-fractie tot de volgende vragen. 1. Kent de wethouder de uitkomsten van het genoemde onderzoek? 2. Is de wethouder het met de GroenLinks-fractie eens dat een stad met groene ambities zoals Utrecht er alles aan moet doen om op deze ranglijst een hogere plaats in te nemen? Zo nee, waarom niet? Wij hebben de afgelopen maand de langste hittegolf uit de geschiedenis meegemaakt. Zoals bekend, helpen bomen bij het aanpassen aan klimaatwisselingen omdat ze bij hitte voor verkoeling zorgen en bij wateroverlast voor waterberging. 3. Is de wethouder het met de GroenLinks-fractie eens dat vanwege de klimaatveranderingen het van het grootste belang is dat er in Utrecht meer bomen komen? Zo nee, waarom niet? Uit de bomenrapportage over 2019 blijkt dat in vergelijking tot 2018 in het beheersysteem stadsbreed een positief saldo is te zien van ongeveer 1.300 bomen. De bomenvisie Stationsgebied gaat ervan uit dat in 2025 minimaal evenveel bomen in het gebied staan als bij de aanvang van de werkzaamheden in 2007. Toen stonden er 1022 bomen. Er zijn in het Stationsgebied sinds 2007 546 bomen gekapt en 328 nieuwe bomen geplant. 4.
Kan de wethouder zeggen hoe hoog - volgens de beleidsdoelstelling voor 2030 - het aantal bomen is en of het aantal bomen in de stad hiermee overeenkomt? Wat doet de wethouder als de aantallen daarmee niet overeenkomen? Volgens het Uitvoeringsprogramma van het Meerjaren Groenprogramma wordt in 2020 een kansenkaart bomen opgesteld. Daarin is een inventarisatie opgenomen van plaatsen in de stad waar nog bomen kunnen komen. De evaluatie van het bomenbeleid is voorzien voor 2021.
Vragenuur van 3 september 2020 5.
Is de wethouder bereid om bij deze evaluatie tevens een bomenplan op te stellen met een concrete doelstelling over het planten van bomen om in 2030 het afgesproken beleidsdoel te halen? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Herkennen wij de uitkomsten van het genoemde onderzoek? Ik vind de uitkomsten niet zo verrassend. Als het aantal bomen wordt afgezet tegen het aantal inwoners ligt het voor de hand dat steden minder bomen per inwoner hebben. Dat ziet men ook in de Randstad. Het antwoord op vraag 2. Door de raad en door het college wordt de opvatting dat wij de stad moeten vergroenen breed gedeeld. Daar hoort onder andere bij dat wij graag zien dat in de stad meer bomen komen. Wij doen daar ons best voor. Wij zetten ons daarvoor in, niet specifiek om hoger op de raglijst te komen, maar vanwege de voordelen die hogere aantallen bomen in de stad met zich meebrengen. Het antwoord op vraag 3. Onder andere met het oog op klimaatverandering en hittestress is het van het grootste belang dat er in Utrecht meer bomen komen. Er zijn ongelofelijk veel goede redenen om in de stad meer bomen te willen zien: biodiversiteit, het opslaan van CO2, het gelukkiger worden van mensen en schaduw. Wij willen dat allemaal heel erg graag. Het antwoord op vraag 4. Er is geen kwantitatief streefgetal voor bomen. In het bomenbeleid hebben wij wel meer kwalitatieve doelen. Die gaan vooral over het aanhelen van groenstructuren. Dat is het doel.
De heer Virginia zegt dat wij dit jaar in de begroting ruimte hebben vrijgemaakt om inzet te kunnen plegen met als doel meer bomen in de stad neer te zetten. Dat is hartstikke ingewikkeld. Boven de grond denk je af en toe dat er ruimte is, maar onder de grond is enorm weinig ruimte. Daar hebben bomen echter ook ruimte nodig, bijvoorbeeld voor hun wortels. Wij zijn vorig jaar begonnen met het bekijken wat wij kunnen doen om de aantallen bomen substantieel te vergroten. Wij plegen daar inzet op. Volgend jaar zullen wij het bomenbeleid evalueren. Als wij die twee dingen bij elkaar optellen - de evaluatie en de onderzoeken - kunnen wij een nieuwe strategie opstellen. De heer VIRGINIA (GroenLinks): Voorzitter! Dank voor de beantwoording van de vragen. Eén ding is mij niet duidelijk: de wethouder zegt dat er geen kwantitatief streefgetal is, terwijl zowel op de website als in het beleidsdocument er wel degelijk sprake is van meer bomen. Dat lijkt mij niet alleen kwalitatief maar ook kwantitatief. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik geloof dat mijn beantwoording uitstraalt dat wij meer bomen willen zien. De heer Virginia vroeg wat het streefgetal is voor 2030. Dat kan ik echter niet geven. Dat hebben wij niet. 2. Vragen van de heer Te Hoonte inzake rechtsongelijkheid bij uitvoering bestemmingsplan.
De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! De gemeenteraad is door perceeleigenaren in de buurt van het BP Tankstation in De Meern geïnformeerd over mogelijke "rechtsongelijkheid" bij het al dan niet hanteren van de hindercirkels voor het LPG-vulpunt aan de Meerndijk in De Meern. De VVDfractie hecht sterk aan het punt van rechtsgelijkheid. Wij hebben naar aanleiding van de ons toegezonden informatie de volgende vragen. 1. Is het correct dat de afgelopen jaren (graag minimaal 8 jaar terugkijken) diverse vergunningsaanvragen zijn afgewezen op basis van de aanwezige LPG-vulinstallatie en bijbehorende hindercirkel, of zijn die door de gemeente in vooroverleg afgeraden, ontraden, tegengehouden of is anderszins gezegd dat die niet tot positieve besluitvorming zullen leiden? 2. Is het correct dat in deze termijn wel uitbreiding van de naastgelegen school heeft plaatsgevonden? Is het college van mening dat het gebruik van de school veilig is? 3. Bevindt deze school zich binnen de hindercirkel van het tankstation? Kan het college in dat geval toelichten op welke wijze vrijstelling is verleend voor de gerealiseerde uitbreiding? Zo ja, waarom hebben deze vrijstellingen niet gegolden voor de onder vraag 1 afgewezen dan wel ontraden vergunningen? 4.
Is het bestemmingsplan en de daarin opgenomen hindercirkel nog steeds in overeenstemming met het daadwerkelijk gebruik ervan, specifiek op het punt van de hoeveelheid opgeslagen LPG? Zo nee, acht het college het wenselijk dan wel juridisch noodzakelijk om het bestemmingsplan
2
Vragenuur van 3 september 2020 en het gebruik met elkaar in overeenstemming te brengen en om op basis van die wijziging de onder 1 bedoelde vergunningen opnieuw te bekijken? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1. Het klopt dat de afgelopen jaren diverse vergunningaanvragen zijn afgewezen. Daarmee waren bijvoorbeeld gemoeid een dansschool, een boksschool, een kantoor en woningbouw. Het antwoord op vraag 2. Ja, de Apollo 11-school is uitgebreid conform het daarvoor geldende bestemmingsplan. Wij vinden het echter een onwenselijke situatie dat deze school zich binnen LPG-opslag en het bijbehorende vulpunt bevindt. Wij bekijken op welke termijn wij deze situatie kunnen afbouwen. Samen met het schoolbestuur hebben wij punten behandeld, zoals het geven van voorlichting over gevaarlijke situaties en het omgaan met calamiteiten. Daar zijn afspraken over gemaakt. Het antwoord op vraag 3. Gevraagd is of de school zich in de hindercirkel bevindt. Ja, dat doet deze school. In 2012 is de school vervangen door nieuwbouw. Op basis van het bestemmingsplan is een berekening gemaakt voor groepsrisico's en dergelijke. De vergunning kon echter niet worden geweigerd. Het antwoord op vraag 4.
Is het bestemmingsplan en de daarin opgenomen hindercirkel nog steeds in overeenstemming met het daadwerkelijk gebruik ervan, specifiek op het punt van de hoeveelheid opgeslagen LPG? Ja, dat is zo. Op het bestemmingsplan is het invloedsgebied aangegeven. Deze contour heeft in het bestemmingsplan een heel andere achtergrond dan het plaatsgebonden risico. De afgelopen jaren is diverse malen bekeken of het gebruiksrisico kan worden verruimd. De RUD en de Veiligheidsregio Utrecht hebben daarover negatief geadviseerd. Daarom heeft het college daar geen vergunning voor gegeven. Zodra de milieuvergunning voor het tankstation kan worden ingetrokken, de LPG-verkoop wordt gestaakt en de opslagtank wordt verwijderd, is er sprake van een andere situatie en kan, als dat wenselijk is, worden afgeweken van de regels van het bestemmingsplan. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! In de informatie die de heer Te Hoonte aanhaalt, is opgenomen dat het LPG-vulpunt destijds in het bestemmingsplan is opgenomen met een doorzet van 2.000 m³ per jaar en dat dit nu nog maar 1.000 m³ per jaar is. Dat is een afspraak die is gemaakt tussen de ondernemer en de gemeente.
Volgens mij heeft de ondernemer gevraagd waarom dat niet in het bestemmingsplan is verwerkt en of dat niet kan worden aangepast naar aanleiding van de gewijzigde situatie, omdat die voor het gebruik van het bedrijfspand veel meer mogelijkheden biedt. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik heb geen idee, moet ik de heer Wijmenga eerlijk zeggen. Ik ken deze informatie niet. Ik moet daar schriftelijk op terugkomen. Er is niemand van de ambtenaren aanwezig aan wie ik die vraag kan stellen. Mevrouw HEIJNE (GroenLinks): Voorzitter! De antwoorden over de school baren mij zorgen. Ik hoop dat de raad daarover wat meer informatie krijgt. Mijn vraag gaat over de ondernemer die de brief heeft gestuurd. Het wordt mij uit de beantwoording van de wethouder niet duidelijk of de afwijzingen van de vergunningen echt te maken hebben met de risicocontouren inzake externe veiligheid. Of zijn er in het bestemmingsplan ook andere redenen om de aanvragen af te wijzen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik heb geen idee, zeg ik tegen mevrouw Heijne. Ik stel voor om op deze vraag schriftelijk terug te komen. De heer TE HOONTE (VVD): Voorzitter! Ik denk dat wij de wethouder kunnen voorzien van de communicatie. Ik moet bekijken of de namen er uitgehaald zijn. Ik zal de ondernemers even benaderen.
Ik wil de wethouder vragen om de ondernemers te betrekken bij het proces om het LPGstation daar weg te krijgen. Daar zijn blijkbaar plannen voor. Is de wethouder daartoe bereid? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik ken de brief waar de heer Te Hoonte naar verwijst niet. Ik zou die graag ontvangen. Ik heb mijn best gedaan om de vragen te beantwoorden. Ik kan die echter niet goed plaatsen. In het verleden zijn verscheidene aanvragen gedaan, maar die zijn
3
Vragenuur van 3 september 2020 afgewezen op basis van de adviezen die de RUD en de Veiligheidsregio hebben gegeven. Als de heer Te Hoonte mij de brief geeft, kan ik die bekijken. Zolang er een LPG-station is, willen wij er niet aan meewerken buiten het advies van de RUD en de Veiligheidsregio om. Het is goed om deze casus te bekijken. Ik zal mij er persoonlijk in verdiepen als ik meer informatie krijg. Om te zeggen dat wij eraan kunnen meewerken omdat er minder gebruik van wordt gemaakt, durf ik niet te zeggen. De VOORZITTER: Dames en heren! Wordt vervolgd. 3. Vragen van de heer De Pagter (VVD), mede gesteld namens mevrouw Schilderman (D66), de heer Van Waveren (CDA), de heer Wijmenga (CU), mevrouw Sturkenboom (S&S), de heer Schipper (SP), de heer Van der Zweth (PvdA) en de heer Bosch (PVV) inzake Fiets niet aan het fietsnietje. De heer DE PAGTER (VVD): Voorzitter! Bij de herinrichting van de Voorstraat heeft de gemeente nieuwe fietsnietjes geplaatst met een fraai ontwerp waarin de Domtoren is verwerkt. Echter, lijkt het erop dat het ontwerp van dit fietsnietje voorrang kreeg op de functionaliteit, omdat je de fiets niet aan het nietje kunt vastmaken. De binnenkant van het nietje is dicht, waardoor een ketting er niet doorheen past, alleen door de onderste paar centimeter. De gemeente gaf in het AD/UN aan dat deze fietsparkeerplekken zijn bedoeld voor kort parkeren.
Het is dus niet de bedoeling om de fiets eraan vast te ketenen. Dat is opmerkelijk, omdat de gemeente een paar jaar geleden zelf nog campagne voerde voor het gebruik van een tweede fietsslot tegen fietsdiefstal. In 2015 en in 2016 heeft de burgemeester filmpjes opgenomen om inwoners op te roepen hun fiets vast te ketenen. De fracties van VVD, D66, CDA, ChristenUnie, Student & Starter, SP en PVV stellen daarom de volgende vragen. 1. Is een fietsnietje nog een fietsnietje als je de fiets er niet aan kan vastnieten? 2. Is het college het met de fracties eens dat de nietjes onhandig zijn in gebruik? Zo nee, waarom niet? Waarom heeft het college voor deze nietjes gekozen? Zo ja, waarom zijn deze nietjes dan besteld? 3. Wat is in de ogen van het college "kort" parkeren? Hoe handhaaft het college dit korte parkeren? 4. Hoe hangt de keuze voor deze fietsnietjes samen met de gemeentelijke campagne voor het vastzetten van de fiets, óók bij kort parkeren? 5. In de Twijnstraat staan deze nietjes in een deel van de straat ook, maar elders in de straat staan alleen gewone nietjes. Kan het college toelichten wanneer wordt gekozen voor gesloten nietjes en wanneer voor gewone nietjes? 6.
Heeft het college ervaringen bij inwoners opgehaald of klachten ontvangen na het plaatsen van fietsen in de Twijnstraat? Wat heeft het college naar aanleiding van deze ervaringen en klachten gedaan? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het schijnt dat ik heb verzuimd om het woord "nietje" in Van Dale op te zoeken. Ik vrees dat als ik dat wél had gedaan, ik alleen iets over nietmachines en papier was tegengekomen. Dat had mij niet verder geholpen. Het antwoord op vraag 1 en 2. Het is een huiselijke term voor een ding waar je een fiets tegenaan kan zetten. Dat is altijd nog functioneel. Ik ben het met de vragenstellers eens dat de onderhavige nietjes niet prettig zijn, in zoverre dat men de fiets er ook aan moet kunnen vastmaken. De vragenstellers memoreren de campagne die daarvoor persoonlijk door onze vorige burgemeester is gevoerd. Ik ben het met de vragenstellers eens dat dit eigenlijk niet strookt met onze boodschap. Voor de Voorstraat hebben wij ervoor gezorgd dat ook in deze nietjes de mogelijkheid wordt gemaakt het slot er doorheen te steken. Het antwoord op vraag 3. Kort parkeren is in geen geval bewonersparkeren, dus parkeren van mensen die daar hun vaste plekje vinden, en in principe niet dagvullend. Wij hebben daar geen vaste definitie voor. Denk aan een korte boodschap of een kort bezoek, een uur of een paar uur.
Dat is wat wij daaronder verstaan. Het antwoord op vraag 4. Ik heb deze vraag eigenlijk al beantwoord. Ik vind net als de vragenstellers dat het niet strookt met de campagne. Het antwoord op vraag 5. Ook ik was op zoek naar het vraagteken, maar dat was een bruggetje naar hoe wij onze keuzes maken. In de Twijnstraat hebben de bewoners er specifiek om gevraagd. Het punt waar wij mee worstelen en ons op beraden, is dat er veel weesfietsen kunnen zijn. Dat wordt extra gestimuleerd als mensen de fiets kunnen vastzetten. De overlast van deze
4
Vragenuur van 3 september 2020 fietsen is er de achtergrond van geweest dat buurtbewoners op een aantal plekken om dit model hebben gevraagd. Het antwoord op vraag 6. In de Twijnstraat heeft dit beleid bij de uitvoering wat opmerkingen opgeleverd, maar daarna niet meer. De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Ik ben benieuwd wat het prijsverschil is tussen nietjes met een Domtoren en nietjes die wél functioneren. Ik wil ook weten hoeveel het kost om de nietjes aan te passen of te vervangen. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik heb daarvan geen factuur. Ik durf dat niet te zeggen. De heer KONING (D66): Voorzitter! Nu wij dit hebben gehoord, vraag ik mij af hoe het college oordeelt over de keuze voor deze nietjes. Dat hoor ik niet. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Volgens mij heeft de heer Koning dat wel kunnen horen, namelijk dat dit een ongelukkige keuze was. Volgens mij heb ik dat in de antwoorden op de vragen 1 en 4 gezegd. De heer DE PAGTER (VVD): Voorzitter! Kan de wethouder schriftelijk terugkomen op de vraag van de SP-fractie van zojuist? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Uiteraard. 4. Vragen van mevrouw Sasbrink (PvdD) inzake Eén boom koelt net zo goed als tien airco’s. Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! In de afgelopen zomer zijn alle warmterecords gebroken.
In de heetste weken ooit gemeten, kochten mensen massaal energieverslindende verkoelingsapparaten zoals airco’s en ventilatoren. Het stroomverbruik tijdens de hittegolf van afgelopen augustus lag 30% hoger dan normaal. Het stroomgebruik werkt mee aan opwarming van de aarde. Dat is vrij zinloos, zeker gezien de conclusie van de WUR uit 2011 dat één grote boom net zo verkoelend werkt als tien airco’s. Bomen zijn van groot belang voor het leefbaar houden van de stad, zeker nu wij steeds vaker met extreme temperaturen te maken zullen krijgen. Vergroening is dus nodig tegen hitte. Juist deze zomer werd bekend dat Utrecht bijna onderaan bungelt op de ranglijst van het aantal bomen per inwoner. Veel inwoners, maar ook onze fractieleden, schrokken daar behoorlijk van. Onze fractie stelt daarover de volgende vragen. 1. In hoeverre is ook het college geschrokken van de conclusie van Cobra Groeninzicht dat Utrecht maar een halve boom per inwoner heeft? 2. Onderschrijft het college de urgentie dat radicale vergroening van Utrecht noodzakelijk is om hittestress tegen te gaan en dat bomen zuiniger, mooier, stiller en biodiverser zijn dan airco’s en ventilatoren? Zo nee, waarom niet? 3. Welke extra stappen zet het college op korte termijn om zowel stadsbewoners, ondernemers als de eigen organisatie nog meer te doordringen van de urgentie tot het vergroenen van de stad? 4.
Is het college ermee bekend dat veel inwoners niet op de hoogte zijn van mogelijkheden tot het steunen van de gemeente zoals het gratis ophalen van tuintegels en subsidies voor vergroening en dat hierop dus actie is gewenst? De gemeente Nijmegen hangt bijvoorbeeld vol met banners van Operatie Steenbreek om burgers en ondernemers met dit initiatief bekend te maken. Eerder dit jaar reageerde het college op vragen van de PvdD-fractie (SV2020/17) of het wilde onderzoeken op welke manier het weggeven van bomen aan particulieren, zoals ook de gemeenten Apeldoorn en Amsterdam doen, praktisch en financieel te organiseren zou zijn. Dat antwoord is nu een halfjaar oud. 5. Wat is de uitkomst of de stand van zaken van dit onderzoek? 6. De Klimaatadaptatie Strategie is ons door het college al vóór de zomer beloofd. Wanneer ontvangen wij die? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Deze vragen zijn qua soort gelijk aan die welke de GroenLinks-fractie stelde.
5
Vragenuur van 3 september 2020 Het antwoord op vraag 1. Ik ben niet geschrokken. Het is niet verassend dat steden met veel inwoners en relatief beperkte ruimte minder bomen per inwoner hebben. Zoals bekend, groeit de ruimte niet, maar de bevolking wel. Het zal niet gemakkelijker worden. Het antwoord op vraag 2. De urgentie van radicale vergroening onderschrijven wij. Men kan overal lezen dat wij daar hard mee bezig zijn. Dit zal een belangrijk onderdeel worden van de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Ik zei ook al tegen de GroenLinks-fractie dat er veel goede redenen zijn om te vergroenen, zowel voor de klimaatadaptatie als voor het welzijn, de biodiversiteit en dergelijke. Wij zijn daar voortdurend mee bezig. Men kan dat elk jaar lezen in het uitvoeringsprogramma van Groen. Het antwoord op vraag 3. Wij zijn inderdaad in gesprek met bedrijven die zich daar zelf voor willen inzetten. Wij hebben al eerder besproken dat wij ook met de corporaties in gesprek zijn en ook met ProRail. Wij zijn ook intern bezig. Ik heb al tegen de GroenLinks-fractie gezegd dat wij vooral moeten verkennen hoe wij ervoor kunnen zorgen dat er meer ruimte voor bomen komt, dus bijvoorbeeld via kabel- en leidingbedrijven. Wij moeten hierover ook spreken met onze eigen beheerders en met beheerders van de ondergrond.
Wij kunnen ons beraden op de regels die daarvoor zijn gesteld in het kader van risico's en veiligheid van kabels en leidingen. Er wordt intern volop aan gewerkt, ook om te screenen in het kader van ruimtelijke plannen. Het antwoord op vraag 4. Wij maken ook een beweging in de richting van de burgers. Wij zijn bezig met het ontwikkelen van een plan om in het jaar waarin onze stad 900 jaar oud is als een gebaar en een symbool 900 bomen weg te geven. Dat is de invulling daarvan. Inzake verharding hebben wij inmiddels in Utrecht 15.000 tegels opgehaald. Gelukkig hebben veel particulieren die weg gevonden. Die actie is stil komen te liggen vanwege corona. Vanaf 1 september jl. zijn wij opnieuw begonnen, onder andere via de duurzame week en met hulp van het waterschap, om dit bij iedereen bekend te maken. Wij zullen ervoor zorgen dat op Dierendag een soort challenge wordt georganiseerd waaraan mensen mee kunnen doen, zodat dit punt extra publiciteit krijgt. Het antwoord op vraag 5. Wij hebben de toezegging ingevuld door ons voor te bereiden op het 900-jarige bestaan van de stad Utrecht. Het antwoord op vraag 6. De klimaatadaptatiestrategie verwachten wij in oktober a.s. voor inspraak vrij te kunnen geven. Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Ik kan er in meegaan dat de conclusie van de som van het aantal bomen gedeeld door het aantal inwoners logisch is.
Wat vindt de wethouder ervan dat wij per inwoner een halve boom beschikbaar hebben? Is dat genoeg? Streeft zij naar meer? Wat zou volgens de wethouder een goed getal zijn? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik heb geen streefgetal voor het aantal bomen per inwoner. Ook de gemeente heeft dat niet. Ik zal geen getal improviseren. Dat is ook niet de vraag. Wij zijn in de gemeente echt op zoek naar maximaal groen, niet alleen in de vorm van bomen, maar ook anderszins. Wij zijn zeker hard aan het werk om het aantal bomen in de stad te verhogen. 5. Vragen van de heer Wijmenga, de heer Van der Zweth en de heer Weistra inzake Uitbreiding voetgangersgebied. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! In mei dit jaar dienden een aantal fracties de actuele motie 86 in, waarin werd opgeroepen tot uitbreiding van het voetgangersgebied. In de notulen van die vergadering staat dat de Zadelstraat en de Servetstraat ook in het uitgebreide voetgangersgebied zouden worden opgenomen, maar niet het stuk tussen de Gaardbrug en de Smeestraat. De motie is vervolgens overgenomen en ingetrokken. Op 19 juni jl. hebben wij van het college een brief gekregen. Daarin staat - zonder verdere toelichting - dat de Oudegracht tussen de Hamburgerbrug en Smeebrug toch wél bij het uitgebreide voetgangersgebied wordt betrokken.
Inmiddels heeft het college een petitie van honderden bewoners ontvangen waarin ervoor wordt gepleit om de uitbreiding van het voetgangersgebied te beëindigen. Wij hebben berichten ontvangen van mensen in het gebied die moeite hebben met het ontvangen van bezoek dat slecht ter been is en met het vervoeren van patiënten. Wij zien de noodzaak om, zeker in deze coronatijd, voetgangers in de binnenstad meer ruimte te bieden. Wij zoeken naar een balans tussen de belangen van
6
Vragenuur van 3 september 2020 bewoners, ondernemers, fietsers en voetgangers in de binnenstad. Nu het college heeft besloten om het voetgangersgebied nog een tijdje in stand te laten, hebben wij daar wat vragen over. 1. Kan het college toelichten waarom er toch voor is gekozen het deel van de Oudegracht tussen de Hamburgerbrug en de Smeebrug bij het voetgangersgebied te betrekken? 2. Welke maatregelen heeft het college genomen om ook tijdens de uren dat de regels van het voetgangersgebied van kracht zijn, noodzakelijk vervoer toe te laten, zoals gehandicaptenvervoer en ziekenvervoer? Hoe zijn bewoners geïnformeerd over de regels hiervoor? 3. Hoe betrekt het college de belangen van bewoners bij een besluit over een eventueel vervolg van het uitgebreide voetgangersgebied, om zo de juiste balans te zoeken en te houden? 4. Een deel van het voetgangersgebied wordt dagelijks afgezet met rood-witte bouwhekken en gele borden waarop "voetgangersgebied" staat alsmede de mededeling dat fietsers moeten afstappen. Ik heb dat bijvoorbeeld op de Neude gezien. Volgens mij zijn dit geen geldige verkeersborden. Ze zijn niet opgenomen in het reglement. Wat is de functie van deze borden? Welke sanctie wordt opgelegd als zulke borden worden genegeerd? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen. Het antwoord op vraag 1.
De parlementaire geschiedenis was toch net even iets anders. Ik weet dat in de commissievergadering is geschorst. In de vergadering was een meerderheid er voorstander van om ook het zuidelijke deel erbij te betrekken. Ik heb gezegd dat dit niet de keuze van het college was. Het was wél de keuze van een meerderheid van de raad. Dat is er de reden van dat dit uiteindelijk is gebeurd. Ik heb gezegd dat ik kon tellen. Dat is wat er is gebeurd. Wat er over het noodzakelijke vervoer staat en wat de heer Wijmenga en anderen noemen, kan er natuurlijk in. De verkeersregelaars zijn daarover geïnstrueerd. Wij hebben contact gehad met zorgaanbieders. Die hebben daarover vragen gesteld. Wij hebben daarop antwoord gegeven. Voor zaken die de zorg betreffen, kunnen zij het gebied in. Wij hebben de regels vooraf niet helemaal uitgespeld. Wij hebben wél mensen die eventueel vragen hadden de contactgegevens verstrekt. Die vragen zijn vooral afkomstig van zorgverleners. Dat is volgens ons op een bevredigende manier opgelost. Voor de volgende fase zijn wij inderdaad begonnen met het evalueren en het horen van belanghebbenden. Wij hebben met verscheidene vertegenwoordigers van partijen ook schouwen georganiseerd. Op straat is een enquête gehouden. Er is ook een huis-aan-huis enquête gehouden. Wij hebben de petities uiteraard in ontvangst genomen. Wij hebben ook verkeerskundig geëvalueerd.
Al die informatie bij elkaar zullen wij benutten om een verkeersbesluit te kunnen nemen. Daar staat dan, anders dan bij het nemen van de crisismaatregel, de mogelijkheid van bezwaar open. De heer Wijmenga heeft helemaal gelijk dat dit een informatiebord is, geen verkeersbord. Dit is vooral bedoeld om mensen te informeren. In deze fase horen daar geen sancties bij. Dat is inderdaad niet juridisch afdwingbaar. Wij doen het met informeren en mensen verzoeken om zich eraan te houden. Dat lukt gelukkig heel erg goed. Dat is voor de naleving geen groot probleem. De heer WEISTRA (GroenLinks): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. De wethouder zegt dat vragen zijn gesteld over de toegankelijkheid van noodzakelijk vervoer. Ons is een geval bekend waarin iemand in een bepaald geval dacht iets niet bij haar huis te kunnen krijgen. Zij was van de regelingen niet op de hoogte. Ik kan mij voorstellen dat je dan niet gaat bellen. Is de wethouder het met mij eens dat, zeker als dit nog langer duurt, de wijkbewoners hierover goed moeten worden geïnformeerd? Ik kan mij voorstellen dat je de informatie niet opzoekt als je thuis met acute zorgklachten zit. Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! De mensen zijn via een wijkbericht geïnformeerd. Dat zal zeker ook gebeuren in de aanloop naar 28 oktober a.s.
Er is in dit soort gevallen altijd sprake van maatvoering van de informatie. Het is de vraag hoeveel informatie de burgers moet worden verschaft. De informatie zal geen antwoord op alle mogelijke vragen kunnen geven. Ik kan mij voorstellen dat wél iets wordt gezegd over het zorgaanbod. Verder zal de mensen van harte worden aanbevolen dat als hun casus niet in de informatie voorkomt, zij kunnen e-mailen of bellen. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Het kan zijn dat ik op dezelfde zaak wijs als de heer Weistra. In het geval dat mij voor ogen staat, ging het om een taxi die het gebied zou inrijden.
7
Vragenuur van 3 september 2020 Een taxi kan niet worden herkend als ziekenvervoer, maar in dit geval was er sprake van een acute situatie. Is het de bedoeling dat als een taxi het gebied in wil en zegt dat hij iemand met klachten moet ophalen, de verkeersregelaars zodanig zijn geïnformeerd dat zij in zo'n geval de taxi mogen doorlaten? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ik vind het heel ingewikkeld om te proberen de vorige oorlog te winnen. Er kunnen zich vele gevallen voordoen die allemaal nèt van elkaar verschillen. De verkeersregelaars zijn geïnstrueerd op noodzakelijk vervoer. Zij weten dat die erin kunnen. De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Ik heb vooraf de griffie laten uitzoeken hoe de discussie in de raad tot stand was gekomen. Misschien moeten wij daarover op een ander moment doorpraten. De meeste vragen in de raad gaan over het zuidelijke deel van de Oudegracht. Die lijken weinig toe te voegen, gezien het beperkte winkelaanbod daar. Het is daar minder druk dan op andere plekken. Is het college bereid om bij de evaluatie te bekijken of dat deel kan worden losgekoppeld van het uitgebreide voetgangersgebied, zodat de wijkbewoners daar alleen minimale overlast en een veilig woongebied hebben? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dat is de inzet van de evaluatie.
Vóór de zomer hebben wij een crisismaatregel genomen, niet alleen voor het gevoel dat je daarbij hebt, maar ook in juridische zin. Dat is heel snel gegaan en is gebeurd met weinig betrokkenheid met de omgeving. Ook wij zelf vonden dat onbevredigend. Wij zullen dat bij het verkeersbesluit beter doen. Wij hebben tijd gehad en hebben geëvalueerd. Wij hebben vooraf mensen gehoord, los van de bezwaarprocedure. Wij zullen bekijken of wij doorgaan of niet. Wij bekijken ook of wij dingen kunnen aanpassen zodat die beter worden. Dat is onze inzet. 6. Vragen van de heer Van Waveren (CDA) inzake Doorpakken met wapens van de straat. De heer VAN WAVEREN (CDA): Voorzitter! De afgelopen zomer zagen wij in Nederland weer verschillende ernstige incidenten met (vaak illegale) vuur- en steekwapens. De CDA-fractie vindt daarom dat elke stap om het illegale wapenbezit terug te dringen de moeite waard is. Begin 2019 heeft burgemeester Van Zanen in antwoord op onze vragen toegezegd om naar Rotterdams voorbeeld een inleveractie voor wapens te organiseren. Helaas loopt die telkens vertraging op. Het laatste bericht dat wij hebben gekregen, is de brief van 11 december jl. waarin staat dat de actie vóór zomer van dit jaar verwacht wordt. Daarom heeft de CDA-fractie de volgende vraag. 1.
Is de burgemeester bereid om nu door te pakken en om snel een inleveractie te organiseren? Zo ja, op welke termijn kunnen wij die verwachten? Zo nee, waarom niet? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Dank voor de hernieuwde aandacht van de heer Van Waveren voor dit probleem. De ambitie om dit te doen is springlevend. Wij spraken al met de politie en het OM. Er zijn plannen voor gemaakt. Er zijn twee redenen die gezorgd hebben voor vertraging. De eerste reden is - dat is u waarschijnlijk opgevallen - dat het in de hoek van de veiligheid nogal druk is geweest. De tweede reden is dat corona niet helemaal het beste moment leek om mensen naar het politiebureau te vragen, ook in fysieke zin. Dat is er de reden van dat is geconstateerd dat vóór de zomer geen haalbare ambitie is. De ambitie is wel om dit nog in dit kalenderjaar te doen. Ik zeg daar echter bij dat dit een beetje ijs en weder dienende is, ook met het oog op corona. Als dit een wending krijgt dat het toch niet verstandig is, hoop ik op clementie, maar het zal wél gebeuren. De heer VAN WAVEREN (CDA): Voorzitter! Het is de tweede of derde keer dat wij hiernaar vragen. Kunnen wij actief op de hoogte worden gehouden als dit zal gebeuren, ook als het ná dit kalenderjaar is? Mevrouw VAN HOOIJDONK (wethouder): Voorzitter! Ja, dat kan ik toezeggen.
Óf wij melden het als het zover is, óf wij melden het dat het niet in dit kalenderjaar is gelukt.
8
Vragenuur van 3 september 2020 7. Vragen van de heer Van der Zweth (PvdA), de heer Van Heuven (PvdD), de heer Vonk (GroenLinks) en mevrouw Podt (D66) inzake Solidarity Kitchen en de tekorten in de voedselvoorziening. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Zondag 30 augustus 2020 ontving de gemeenteraad een brief over het project Solidarity Kitchen. Een prachtig initiatief om gratis maaltijden aan te bieden aan de mensen die in onze stad het meest kwetsbaar zijn. Dit wordt georganiseerd door Politiek Cultureel Centrum ACU (Auto Centrale Utrecht). In de brief staat dat men sinds de eerste dag van de lockdown iedere dag heeft gekookt en meer dan 18.000 plantaardige maaltijden heeft uitgedeeld, elke dag voor ca.100 mensen. Het is belangrijk en betrokken werk. Het is schrikbarend hoeveel mensen in de stad hierop een beroep moeten doen. Solidarity Kitchen is sinds afgelopen dinsdag ontmanteld om opnieuw ruimte te bieden aan de gebruikelijke werkzaamheden en de aangepaste activiteiten van Politiek Cultureel Centrum ACU. Dit baart ons zorgen. Toegang tot voldoende gezond en duurzaam voedsel is een basisbehoefte die voor iedereen in onze stad gegarandeerd moet zijn. De ACU geeft het signaal dat wanneer men stopt met Solidarity Kitchen er voor de voedselvoorzieningen onvoldoende alternatieven zijn, bijvoorbeeld voor dak- en thuislozen, ongedocumenteerden en arbeidsmigranten.
Wij hebben daarom de volgende vragen aan de wethouder. 1. Herkent de wethouder de door de ACU geschetste problematiek van onvoldoende alternatieven qua voedselvoorziening? 2. Waar komt deze groep vandaan en hoe kunnen het zoveel mensen zijn? In hoeverre zijn deze mensen bij de gemeente in beeld? 3. Heeft het college zicht op de capaciteit (en het tekort) van locaties waar dak- en thuislozen, ongedocumenteerden e.a. een maaltijd kunnen krijgen? Zo ja, hoe groot is die capaciteit en het tekort? Zo nee, kan het college dit in kaart brengen? 4. Kan het college toezeggen om in overleg met de ACU deze groep te benaderen om hen te wijzen op de bestaande armoederegelingen en verdere ondersteuning? 5. Kan het college toezeggen in gesprek te gaan met de ACU om te zoeken naar mogelijkheden om het project voortgang te laten vinden, waar mogelijk in medewerking met de ACU? De Voedselbank speelt een belangrijke rol om mensen te voorzien in voldoende eten. Helaas blijkt in de praktijk dat veel mensen hiervoor niet in aanmerking komen, terwijl zij dit wel nodig hebben. 6. Welke breed toegankelijke alternatieven zijn er momenteel om mensen die geen aanspraak mogen maken op de voedselbank te helpen aan voldoende maaltijden? Wat mogen wij hierop van het college verwachten? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Wij danken de vragenstellers voor het mededelen van het probleem.
Het antwoord op vraag 1. Ik wil mijn grote waardering uitspreken voor de waardevolle bijdrage die de ACU in de afgelopen periode, in de COVID-tijd - waar nog steeds sprake van is heeft geleverd. Het is een hartverwarmend en zeer welkom initiatief. Wij hebben de afgelopen periode gezien dat de hele inrichting van de anderhalvemetersamenleving ook effect heeft op de opvang van dak- en thuislozen en ongedocumenteerden en de maaltijdvoorzieningen in de opvanglocaties in de stad. De capaciteit van het Smulhuis is omlaag bijgesteld, van 60 naar 40 plekken, waarmee overigens wél is geborgd dat er voor iedereen die gebruikmaakt van de nachtopvang - de 24-uurs opvang - en de sleep-in er 's avonds een warme maaltijd is. Tegelijkertijd zeggen aanbieders en partijen in de stad in een eerste antwoord op deze vragen dat een aantal voorzieningen in de wijk vanwege corona minder of niet actief zijn. Dat zorgt ervoor dat mensen in een thuisloze situatie minder goed terechtkunnen. Het antwoord op vraag 2. Ik heb hierover zelf nog geen contact gehad met de ACU, maar wij denken dat er sprake is van een brede en diverse groep. De maaltijden van de ACU werden gratis verstrekt, maar dak- en thuislozen moesten bijvoorbeeld in het Smulhuis een eigen bijdrage betalen.
Het feit dat gratis gebruik kon worden gemaakt van de maaltijden kan effect hebben gehad op de toeloop, maar dat hoeft niet te betekenen dat deze mensen anders geen eten zouden hebben. Wij zullen met de ACU in gesprek gaan om meer te weten te komen over de achtergrond van de mensen die van deze voorziening gebruikmaken. Voor zover wij konden nagaan, maakten daar tien ongedocumenteerden en vijf mensen uit de EU deel van uit. Dat is volgens mij een beperkte groep.
9
Vragenuur van 3 september 2020 Het antwoord op vraag 3. Er zijn mij geen signalen bekend dat in de opvanglocaties gebrek is aan maaltijdvoorzieningen. Er worden, ook in de coronatijd, iedere avond maaltijden verstrekt aan daklozen. Wij moeten echter goed in gesprek blijven om te zien of er geen mensen buiten de boot vallen, juist nu de ACU heeft gezegd te stoppen met de nachtvoorziening, met name voor mensen van buiten de opvangvoorziening. Het antwoord op vraag 4. Deze vraag veronderstelt dat de ACU weet en heeft bijgehouden aan welke mensen maaltijden zijn verstrekt. Dat weet ik niet. Daarom zullen wij eerst met de ACU moeten spreken. Als er kansen zijn en het nodig is om armoederegelingen en ons ondersteuningsaanbod onder de aandacht te brengen, dan ben ik zeker bereid om dat te onderzoeken en om te doen wat nodig is. Het antwoord op vraag 5. Het lijkt mij goed om met de ACU in gesprek te gaan om een breder zicht te krijgen op de doelgroep die de ACU heeft bereikt en of de mensen die de ACU heeft geholpen voldoende op de hoogte zijn van het aanbod dat de stad heeft. Ik bekijk graag samen met de ACU de toekomst, waarbij ik graag vooraf benadruk dat ik geen voorstander ben van alleen gratis maaltijdvoorzieningen. Ik hecht sterk aan maatwerk en persoonlijke aandacht, zoals die van onze opvanglocaties en het Stadsteam Herstel.
Daartoe hebben wij met de Voedselbank het gesprek te voeren. Het antwoord op vraag 6. Ik heb al eerder gezegd dat in alle opvangvoorzieningen in de stad maaltijden worden verstrekt. Wij blijven dat borgen met een scherp oog zodat ook voor mensen in een thuisloze situatie er voldoende mogelijkheden zijn voor een warme maaltijd. Dat geldt ook voor de landelijke voorzieningen voor ongedocumenteerden. Er is ook een soepbus die voor iedereen toegankelijk is. Er is een beperkte groep die overdag bij de dagopvang voor ongedocumenteerden een maaltijd kan krijgen. Indien er aanleiding toe is, zullen wij nader onderzoeken of er nog meer nodig is. Als dat zo is, gaan wij daarmee aan de slag, in samenhang met de andere G4-steden. De heer KONING (D66): Voorzitter! Onze fractie heeft vandaag contact gezocht met de Tussenvoorziening. Daarvandaan kwam het signaal dat veel mensen zich ook op een andere manier van een maaltijd kunnen voorzien, maar ook dat er vooral aandacht moet zijn voor de groep thuislozen die wel een huis heeft, maar afhankelijk is van maaltijden die in de wijk worden verstrekt. Echter, vanwege corona ligt die verstrekking vaak stil. Herkent de wethouder dat signaal? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Dat is eigenlijk precies wat ik zojuist heb gezegd.
De opvangvoorzieningen kunnen in het algemeen de maaltijdvoorzieningen borgen, maar wij hebben onvoldoende zicht op wat er allemaal in de wijken gebeurt. Daar zijn inderdaad instellingen gesloten. Het is echter moeilijk om daar precies te interveniëren met zaken die nodig zijn. Wat is gezegd over de Tussenvoorziening is ook het beeld dat wij in den brede hebben van andere voorzieningen. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de beantwoording. De ACU zegt zelf dat de waarde die ze ziet in het initiatief de brede toegankelijkheid en de laagdrempeligheid zijn. Ik hoor de wethouder vaak terugkomen op de dak- en thuislozen. Daar waren ook nieuwe doelgroepen bij, bijvoorbeeld arbeidsmigranten. Daar werd zojuist al iets over gezegd. Kan de wethouder toezeggen dat als hij het gesprek aangaat en het vervolg bekijkt juist de zeer brede toegankelijkheid, los van de vakjes waar mensen in passen, daarvan onderdeel wordt? De heer VAN OOIJEN (wethouder): Voorzitter! Jazeker. Wij gaan met de ACU in gesprek, ook over haar doelgroepen. Over gratis maaltijden heb ik gezegd dat die niet per se altijd beter zijn. Gratis maaltijden kunnen een toeloop bewerkstelligen die wij eigenlijk niet willen. De mensen moeten in staat zijn om in hun eigen eten te voorzien.
Het tweede punt is dat wordt verondersteld dat de ACU precies weet welke doelgroep ze bedient, maar dat dit in de werkelijkheid niet het geval is. Ik denk niet dat de ACU precies bijhoudt in welke vakjes hun cliënten thuishoren. Wij moeten goed nadenken over hoe wij dit kunnen effectueren. Wij tasten nu een beetje in het duister. Echter, voorzien van deze twee kanttekeningen gaan wij het gesprek verder aan. Ik zal de raad informeren over de uitkomsten daarvan.
10
Vragenuur van 3 september 2020 8. Vragen van mevrouw Meerding (VVD), mede gesteld door de heer Koning (D66), mevrouw Oosters (Student & Starter) en de heer Van Deún (PVV) inzake Doe onderzoek naar winterterrassen. Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Eind november a.s. loopt de regeling af die nu in Utrecht tijdelijke terrassen mogelijk maakt. Hoe graag wij het ook zouden willen, lijkt het er allerminst op dat de coronamaatregelen tegen die tijd ten einde zijn. Dat betekent dat horecaondernemers het nog steeds erg zwaar zullen hebben, terwijl ook het beetje omzet van hun terras zal wegvallen. Dit vooruitzicht leidt onder horecaondernemers tot grote zorgen over het voortbestaan van hun zaak en het behoud van banen. Dat brengt de fracties van de VVD, D66, Student & Starter en de PVV tot de volgende vragen. 1. Herkent de wethouder de signalen dat veel horecaondernemers zich zorgen maken over het draaiende houden van hun onderneming tijdens de wintermaanden? Wat is het beeld dat de wethouder heeft van de huidige financiële situatie van de horeca in Utrecht? 2. Is de wethouder het met de vragenstellende fracties eens dat de gemeente met haar terrasregeling voor deze ondernemers een grote hulp kan zijn? 3.
Is de wethouder bereid te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de tijdelijke terrasregeling uit te breiden met de wintermaanden? Denk hierbij aan verschillende scenario’s met betrekking tot de duur van de verlenging en de voorwaarden. 4. Zo ja, wil de wethouder de raad zo spoedig mogelijk over de uitkomsten hiervan informeren? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Wij herkennen de signalen dat veel horecaondernemers zich grote zorgen maken over het in de komende winterperiode draaiende houden van hun onderneming. Ons beeld is dat de tijdelijke terrassen in de afgelopen zomer een deel van de horeca hebben geholpen - een deel, want de ondernemingen die geen terrassen hadden, hadden het natuurlijk evengoed nog steeds moeilijk. Degenen die wél een terrasuitbreiding hebben gehad, hebben daarmee een deel van hun omzet kunnen draaien. Wij zijn het ermee eens dat een tijdelijke uitbreiding een grote hulp is geweest en positief heeft bijgedragen aan een deel van de horeca. Wij bekijken op dit moment in hoeverre wij ondernemers kunnen steunen. Wij hebben dat de afgelopen periode gedaan om te zien waar wij eventueel uitbreiding kunnen toestaan. Dit doen wij in opdracht van de raad. Wij zullen dat ook bekijken voor de komende periode. Wij zullen de raad hierover binnen vier weken berichten. Wij zullen de verschillende opties op een rij zetten.
De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! Het zal niemand verbazen dat de GroenLinks-fractie geen voorstander is van het gebruiken van veel terrasverwarming. Kan de wethouder ervoor zorgen dat er bij de uitbreiding van de terrassen niet te veel terrasverwarming komt? Kan dit als voorwaarde gelden? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ja, ik denk dat het goed is om met de ondernemers in gesprek te gaan over de vraag binnen welke mogelijkheden dat zou kunnen. Het verwarmen van een terras is maar één manier waarop je mensen comfortabel op een terras kunt laten zitten. Dekentjes zijn een goed alternatief. Het lijkt mij goed om dit punt bij de besprekingen met de horeca te betrekken. De heer VAN DER ZWETH (PvdA): Voorzitter! Wij hebben in dit vragenuurtje een vraag gesteld over het voetgangersgebied. Als de regeling langer zal duren, wat zal het college dan doen om ook de mening van wijkbewoners over het voortduren van de uitbreiding op te halen? De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat het heel goed is om deze vraag ook in de stad te stellen. In de voorwaarden van de huidige uitbreiding hebben wij verscheidene ondernemers gevraagd om in contact te treden met hun buren over het draagvlak daarvan. Er zijn veel ondernemers die een kleine uitbreiding van hun terras hebben gehad en die daarover met hun buren in overleg zijn geweest.
Dat heeft in het algemeen tot positieve reacties geleid. Mevrouw OOSTERS (Student & Starter): Voorzitter! Dank voor de antwoorden. Wij kunnen ons aansluiten bij de vragen van de heer Vonk over de terrasverwarming. Ondernemers kunnen niet bouwen op de toekomst. Zij weten niet wat hen te wachten staat. Op welke manier kunnen wij hen zo snel mogelijk zekerheid bieden, niet pas over een maand?
11
Vragenuur van 3 september 2020 De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Het is ook voor de gemeente Utrecht de eerste coronacrisis. Ook wij zijn aan het leren. Wij hebben de raad al eerder geïnformeerd over de uitbreiding van de terrassen. Het uitbreiden daarvan is verschoven naar 1 november a.s. Dat is al eerder afgesproken. Wij dachten dat wij daar al een heel eind mee waren. Het ziet er echter toch naar uit dat een en ander langer zal duren. Daar is de raad van op de hoogte. Eerder heeft de raad ons gevraagd of wij in het komende voorjaar niet alle maatregelen die wij nu hebben genomen opnieuw moeten uitvinden. Wij hebben dat toen toegezegd. Nu komt de vraag of wij kunnen bekijken wat wij kunnen doen voor de overbrugging van de winter. Wij willen best naar de oplossing gaan. Ik wil echter ook de zorgvuldigheid in acht nemen om te bekijken wat de mitsen en maren daarvan zijn. Ik hoop dat de raad daar een beetje begrip voor heeft. De vraag over de horeca is ons woensdag jl. gesteld, gisteren. De raad heeft onderling nauw contact. Wij hebben even de tijd nodig om een aantal dingen op een rij te zetten, bijvoorbeeld om na te denken over de woorden van de heer Vonk. Ik denk dat het goed is om te bekijken op welke manier dat zou kunnen. Wij moeten daar even de tijd voor nemen. Wij doen het zo snel mogelijk.
Mevrouw SASBRINK (PvdD): Voorzitter! Ik hoor de wethouder zeggen dat hij wil onderzoeken welke uitbreidingen mogelijk zijn. Wij horen dat over een maand. Is de wethouder het met ons eens dat het stellen van mondelinge vragen niet de goede manier is om dit punt aan de orde te stellen? Wij hebben vooraleerst een goede evaluatie nodig aan de hand van de vraag wie het meeste recht heeft op het innemen van de openbare ruimte en bijvoorbeeld de impact van de terrasverwarming op het klimaat, dus de balans van de ondernemers enerzijds, en de wijkbewoners, de directe buren en de burgers verder weg anderzijds. Wij willen dus eerst een evaluatie. Wij willen dit dus pas later regelen en willen niet dat dit via het stellen van mondelinge vragen wordt toegezegd. De heer VERSCHUURE (wethouder): Voorzitter! Volgens mij zeg ik niet direct iets toe. Ik zeg eerder dat ik dat wil bekijken. Dat is volgens mij een wens die breed leeft. Ik vraag daar wat tijd voor. Wij zullen daar nog over spreken. Mij is een aantal dingen gevraagd over horecaondernemers die het moeilijk hebben. Dat erkennen wij. Een heleboel ondernemers hebben het heel moeilijk. Een deel van hen is geholpen met de uitbreiding van de terrasruimte, niet zozeer de uitbreiding van het aantal stoelen als wel de ruimte waardoor de anderhalve meter kan worden gewaarborgd. Dat heeft een aantal ondernemers de afgelopen tijd geholpen.
Als naar mijn persoonlijke mening wordt gevraagd, dan geef ik te kennen dat ik dat plezierig vind. Wij willen de boel niet kapot laten gaan. Dat is voor de ondernemers en voor de banen die ermee zijn gemoeid belangrijk. Mevrouw MEERDING (VVD): Voorzitter! Ik heb geen laatste vraag meer. Bedankt voor de antwoorden. Ik ben vooral erg benieuwd wat er in het stuk staat dat wij van de wethouder krijgen. 9. Vragen van de DENK-fractie inzake Registreer afwezigheid op school i.v.m. thuisisolatie niet als spijbelen. De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Vlak vóór de zomervakantie heeft de gemeente een brief opgesteld voor ouders van kinderen waarin staat dat afwezigheid van leerlingen op school door thuisisolatie in verband met corona door de leerplichtambtenaar geregistreerd zou worden als spijbelen. Mijn fractie heeft op 16 juli jl. hier een actuele motie over ingediend waarin werd aangegeven dat volksgezondheid belangrijker is dan onderwijs en dat de brief van de gemeente kinderen die mogelijk corona hebben juist kan aanzetten om naar school te gaan, wat indruist tegen de landelijke coronamaatregelen. Aan onze oproep werd geen gehoor gegeven, niet door de wethouder en ook niet door de gemeenteraad. De wethouder gaf aan dat leerlingen al te veel onderwijs hadden gemist en dat ze daarom naar school moesten.
In de zomervakantie stuurde de minister een brief naar de Tweede Kamer waarin hij stelde dat "voor kinderen die vanwege het dringende thuisisolatie advies direct na de zomervakantie niet naar school kunnen, is het doen van een verzuimmelding door de school bij de leerplichtambtenaar niet nodig, omdat die haaks staat op het dringende advies om in isolatie te gaan. Het belang van de volksgezondheid is hierbij doorslaggevend". Hierover stellen wij de volgende vragen:
12
Vragenuur van 3 september 2020 1. 2. 3.
Is het college op de hoogte van de brief van de minister richting de Tweede Kamer en is zij het met de minister eens dat Volksgezondheid zwaarder weegt dan Onderwijs? Zo nee, waarom niet? Kan het college toezeggen dat leerplichtambtenaren geen meldingen registreren van spijbelen indien kinderen vanwege thuisisolatie de eerste twee weken na de zomervakantie niet naar school kunnen? Zo nee, waarom niet? Heeft het college de ouders via een tweede brief geïnformeerd over het feit dat afwezigheid van kinderen in verband met thuisisolatie niet geregistreerd zal worden als spijbelen en dat thuisisolatie echt een belangrijke richtlijn is voor bescherming tegen dit ellendige virus? Zo niet, is het college dan bereid om deze brief alsnog met spoed te versturen? Zo nee, waarom niet?
Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Veel dank voor de gestelde vragen. Het antwoord op vraag 1. Ja, daarvan is het college op de hoogte. Wij volgen de landelijke richtlijnen en het standpunt van de minister. Het antwoord op vraag 2. Ja, zo doen wij inderdaad wat wordt verzocht om toe te zeggen. Ik heb eerder geïnformeerd dat wij het gewijzigde rijksbeleid zullen toepassen. Wij hebben dat in de coronabrief van 7 augustus jl. gedaan. Daarin heb ik ook laten weten dat de gemeente Utrecht de gewijzigde landelijke richtlijn ten aanzien van de verzuimmelding bij de thuisquarantaine volgt. Dat komt er eigenlijk op neer dat het dringende advies aan leerlingen die terugkeren uit een oranje of rood gebied is om voor tien dagen in thuisquarantaine te gaan. Dat is geen ongeoorloofd verzuim. Dat hoeft dus ook niet te worden gemeld als verzuim. Het belang van de volksgezondheid is in dit geval doorslaggevend, zoals ook de minister heeft gezegd. Dat is dan van toepassing op kinderen vanaf 12 jaar en ouder of voor jongere kinderen wanneer die klachten hebben. Het antwoord op vraag 3. Ik heb voordat het nieuwe schooljaar begon de schoolbesturen en de schoolleiders geïnformeerd over verschillende dingen die op dit moment relevant zijn, ook over het gewijzigde beleid. Ik heb hen gevraagd om de ouders in de eigen communicatie daarover goed te informeren. Dat is gebeurd.
Mevrouw DE BOER (GroenLinks): Voorzitter! De minister dringt er erg op aan om in de tien dagen dat de kinderen thuisblijven vooral tussen school, ouders en leerlingen te bekijken hoe op afstand toch onderwijs kan worden gegeven. Is daarover met de scholen gesproken? Zal dat gebeuren? Mevrouw KLEIN (wethouder): Voorzitter! Ja, dat geldt inderdaad voor leerlingen van middelbare scholen. Die zijn dan wél thuis. Dan wordt zo veel mogelijk onderwijs op afstand gegeven. Wij hebben de scholen erop geattendeerd dat dit relevant en belangrijk is. Ik heb er nu geen overzicht van om hoeveel leerlingen het gaat. Er zijn ouders die eerder met vakantie zijn gegaan, maar die de laatste weken thuis zijn geweest vanwege een eventuele thuisquarantaine. Er zijn ook veel mensen niet in oranje of rode gebieden geweest. Omdat de leerkrachten twee dingen tegelijk moeten doen, namelijk lesgeven in de klas en het verzorgen van onderwijs op afstand, is dat bij het opstarten een aandachtspunt geweest. De heer SUNGUR (DENK): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor haar beantwoording. Ik heb geen aanvullende vragen. De VOORZITTER: Dames en heren! Wij zijn door onze tijd heen. Wij zijn tien minuten later gestart. Daarom eindigen wij tien minuten later. Dat betekent dat vraag nummer 10 zal worden doorgeschoven naar het volgende moment.
Normaal gesproken neem ik wat extra tijd om een beetje uit te lopen, maar wij lopen al uit. Met respect voor ieders energie en agenda, sluiten wij nu het vragenuur. Dank allemaal. Eet smakelijk. Wellicht tot later. Hierna sluit de voorzitter, te 18.13 uur, het vragenuur.
13
Vragenuur van 3 september 2020
14