CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023.pdf

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 27 juni 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorjaarsnota 2023 en Eerste bestuursrapportage 202333.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023

Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................ 5

Deel 1: Voorjaarsnota 2023 ................................................................................ 7 1 Nu kiezen voor de toekomst ............................................................................ 9 1.1 Groeien in blijvende onzekerheid ............................................................................................ 9 1.2 Scherper op ambities .......................................................................................................... 10 1.3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen ...................................... 12

2 Wat willen we bereiken ................................................................................. 15 2.1 Kansengelijkheid ................................................................................................................ 15 2.2 Wonen in een stad die groeit in balans ................................................................................... 22 2.3 Klimaat ............................................................................................................................. 27 2.4 Levendige en leefbare stad .................................................................................................. 29 2.5 Uitvoering ......................................................................................................................... 31

3 Financiële strategie ....................................................................................... 33 4 Actualisatie financieel beeld .......................................................................... 35 4.1 Financieel beeld.................................................................................................................. 35 4.2 Vertrekpunt financieel beeld ................................................................................................. 36 4.3 Uitwerking financiële strategie .............................................................................................. 42

Deel 2: Eerste Bestuursrapportage ................................................................... 49 5 Hoofdlijn Eerste Bestuursrapportage ............................................................. 51 5.1 Samenvattend financieel beeld ............................................................................................. 51 5.2 Uitvoering programma’s ...................................................................................................... 51 5.3 Budgettair neutrale wijzigingen............................................................................................. 52 5.4 Investeringen..................................................................................................................... 52

6 Uitvoering programma's ................................................................................ 53 7 Corresponderende posten .............................................................................. 57 8 Budgettair neutrale wijzigingen .................................................................... 61 8.1 Onttrekkingen of stortingen in bestemmingsreserves ............................................................... 61 8.2 Verhogen baten en lasten .................................................................................................... 62 8.3 Verlagen baten en lasten ..................................................................................................... 62 8.4 Overhevelen gelden naar ander programma ........................................................................... 63 8.5 Overhevelen via algemene dekkingsreserve ............................................................................ 63

9 Investeringen ................................................................................................ 65 9.1 Investeringsprojecten Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed ............................................ 65 9.2 Investeringsprojecten Duurzaamheid ..................................................................................... 66 9.3 Investeringsprojecten Bereikbaarheid .................................................................................... 67 9.4 Investeringsprojecten Openbare ruimte ................................................................................. 68 9.5 Investeringsprojecten Onderwijs ........................................................................................... 69 9.6 Investeringsprojecten Samenleven en Sport ........................................................................... 70 9.7 Investeringsprojecten Utrechts Vastgoed ............................................................................... 72

Bijlagen ............................................................................................................ 75 Bijlage 1 Planning uitvoering coalitieakkoord ................................................................................ 77 Bijlage 2 Samenvatting Utrecht Monitor 2023 ............................................................................... 81 Bijlage 3 Toelichting beslispunt 3 bijsturen op de huidige begroting ................................................. 83 Bijlage 4A Aanpak continuering woningbouw ................................................................................ 85 Bijlage 5 Hoofdstuk 2 van het Meerjarenperspectief Ruimte 2023 .................................................... 87 Bijlage 6 Uitgangspunten actualisatie MPR ................................................................................. 101

3

Bijlage 7 Totaaloverzicht budgettair neutrale wijzigingen ............................................................. 102 Bijlage 8 Instellen reserves ..................................................................................................... 116

Colofon Voorjaarsnota 2023 Uitgave Gemeente Utrecht Informatie Gemeente Utrecht Bedrijfsvoering- en Strategienetwerk Afdeling FIJ Postbus 16200 3500 CE Utrecht www.utrecht.nl Finutrecht@utrecht.nl

4

Voorwoord Raadsvoorstel nummer 11139558 Utrecht, 16 mei 2023 Voor u ligt de Voorjaarsnota 2023 en Eerste Bestuursrapportage 2023 van de gemeente Utrecht. De Voorjaarsnota 2023 maken we jaarlijks als voorbereiding op de Programmabegroting 2024. Met deze voorjaarsnota actualiseren we het financieel beeld en maken we waar nodig nieuwe keuzes, waarbij het Coalitieakkoord “Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat" de basis is. De Eerste Bestuursrapportage 2023 is het eerste moment van bijstellen of bijsturen van de kaders zoals vastgelegd in de programmabegroting 2023. Deze rapportage biedt een actueel inzicht in majeure afwijkingen die zich in het lopende jaar voordoen. De secretaris, Gabrielle G.H.M. Haanen

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

5

Deel 1: Voorjaarsnota 2023

7

1 Nu kiezen voor de toekomst 1.1 Groeien in blijvende onzekerheid Ook de gemeente Utrecht zit in een tijd van aanhoudende financiële en maatschappelijke onzekerheid. We zijn geconfronteerd met de snelgroeiende vraag naar zorg in het kader van de Jeugdwet en de Wmo en de stijgende kosten van deze zorg. Ook is er sprake van een tekort aan betaalbare woningen voor bijna alle doelgroepen als gevolg van de wooncrisis en wereldwijd hebben we te maken met een klimaatcrisis. Ook is er nog altijd onduidelijkheid over de hoogte van de korting vanuit het Rijk. Dit betekent dat onze financiële situatie nu echt anders is dan de afgelopen jaren met als gevolg een structureel tekort in het financiële beeld. Dit college wil koers houden in onzekere tijden. Utrecht wil blijven investeren op de plekken waar dit het hardst nodig is. Dit betekent dat we nu keuzes maken voor de toekomst. Met deze keuzes willen we dat de zorg toegankelijk en betaalbaar blijft en dat we de grote uitdagingen van Utrecht het hoofd kunnen bieden. In lijn met het coalitieakkoord is bovendien besloten om belastingen niet te verhogen, omdat we de lasten hiervoor niet bij de inwoners en bedrijven van Utrecht willen leggen. Stelsel om voldoende zorg te kunnen leveren is onhoudbaar geworden De vraag naar zorg neemt al jaren toe. Vooral de uitgaven voor de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Als gevolg hiervan stijgen de kosten van deze zorg en is er gebrek aan personeel. Ook is er gebrek aan ruimte voor passende voorzieningen zoals woonzorgvormen. Tegelijkertijd dalen de inkomsten uit het Gemeentefonds door keuzes van het Rijk over de Hervormingsagenda Jeugd en de decentralisatie Beschermd Wonen. Utrecht heeft bij de start van de decentralisaties consequent gekozen voor een samenhangende aanpak binnen het sociaal domein. Het is ons de afgelopen jaren gelukt het sociaal domein te financieren binnen de kaders van de begroting. Als gevolg van maatschappelijke en economische ontwikkelingen, maar ook als gevolg van Rijksbeleid is nu ook voor de gemeente Utrecht het gat onoverbrugbaar geworden. Als gevolg daarvan zien wij dat het sociaal domein in Utrecht de komende jaren onder grote druk komt te staan. Dit betekent dat we als college nu belangrijke keuzes moeten maken voor de toekomstbestendigheid van de zorg. Ons uitgangspunt is hierbij dat de beperkte middelen worden ingezet voor de inwoners en buurten die dit het hardst nodig hebben. In deze voorjaarsnota doen we een voorstel voor de uitgangspunten waarmee we dit vorm willen geven. In het najaar volgt een uitwerking van onze keuzes. Vertraging in de woningbouw moet worden tegengaan Veel mensen in Utrecht hebben moeite om een passende en betaalbare woning te vinden.

Dit terwijl de druk op woningbouw door wereldwijde, nationale en lokale ontwikkelingen juist verder toeneemt. De stijgende rente als gevolg van de inflatie, stijgende prijzen van materialen en het tekort aan personeel zorgen bovendien voor stijgende bouwkosten. Voor de kwetsbaardere doelgroepen is het vinden van een geschikte woning extra dringend. De krappe woningmarkt zorgt voor onnodig persoonlijk leed en ook voor meer druk op het sociaal domein. Dat komt door de extra zorgkosten die we moeten maken, omdat mensen niet kunnen uitstromen uit instellingen en de asielopvang. Het grote woningtekort in onze stad maakt dat we onverminderd door willen gaan met de woningbouwproductie. In deze voorjaarsnota doen we voorstellen voor maatregelen om zo snel mogelijk voor nieuwe woningen te zorgen. Zowel permanente als tijdelijke woningen.

9

Ingrijpen is nodig Vanwege alle ontwikkelingen is het dus nu nodig om keuzes te maken voor de toekomst. In deze voorjaarsnota laten we zien hoe we dat willen doen. Daarbij blijven we vasthouden aan onze langetermijnambitie om te groeien in balans en aan de belangrijkste onderwerpen voor dit college, namelijk: kansengelijkheid, passende en betaalbare woningen voor iedere Utrechter en maatregelen om de effecten op het klimaat zoveel mogelijk tegen te gaan. Zie bijlage 2: voor een samenvatting van de Utrecht Monitor 2023.

1.2 Scherper op ambities De problemen op zorg en wonen en de financiële uitdagingen zijn groot, daarom kunnen we niet anders dan kritisch kijken naar welke uitgaven en investeringen we écht nodig vinden en waar we ook iets minder van onze extra ambitie kunnen oppakken. Op de thema’s uit het coalitieakkoord pakt dat als volgt uit: We maken ons hard voor kansengelijkheid: • We zorgen voor hulp en ondersteuning aan kwetsbare mensen op zo’n manier dat het ook in de toekomst financieel houdbaar is. We doen een voorstel voor de uitgangspunten om dit vorm te geven (Jeugd en WMO). • We doen een voorstel om onze kwetsbare inwoners financieel te kunnen blijven ondersteunen, omdat we zien dat het gebruik van de armoederegelingen verder stijgt. In 2023 hebben we een aantal koopkrachtmaatregelen genomen (Raadsbrief Aanpak koopkrachtcrisis 2023). Maar na 2023 is het beeld zeer onzeker, ook omdat het pakket met rijksmaatregelen voor het grootste deel afloopt. • We regelen een tegemoetkoming parkeerkosten voor lage inkomens. • We zorgen dat iedereen goed kan inburgeren. • We nemen financiële maatregelen die passen bij het stijgende aantal leerlingen met behoefte aan en recht op aangepast vervoer. • We starten een beweegprogramma op scholen, om de aanpak van kansenongelijkheid op scholen in te vullen.

• We moderniseren het sekswerkbeleid op basis van de aanbevelingen van de commissie Sorgdrager. • We gaan door met het bieden van hulp aan zorg mijdende dakloze mensen door de inzet van veldwerkers verslavingszorg. • We werken de wachtlijst weg bij de omscholingsregeling naar toekomstbestendig werk. • De verordening huisvesting scholen passen we aan, zodat we aansluiten bij de aangepaste normen van het Rijk. • Als het Rijk betaalt, doen we mee aan de G4-pilot kansengelijkheid. Om dit alles mogelijk te maken, sturen we bij op het brede sociale domein door inhoudelijke keuzes te maken om het tekort op de jeugdhulp en Wmo op te lossen. Het doel hierbij is om de zorgstelsel in Utrecht toekomstbestendig te maken. In deze voorjaarsnota doen we een voorstel voor de uitgangspunten voor een andere manier van werken om dit vorm te geven. Daarnaast worden voor de korte termijn incidentele maatregelen middelen vrijgemaakt uit onder andere het Meerjaren Programma Bereikbaarheid. We pakken de woningnood aan: • Om de huidige vertraging in woningbouw zo veel mogelijk op te vangen, moeten we een aantal interventies doen om het bouwtempo op peil te houden: 1. We maken middelen vrij om bij bepaalde projecten de start van de bouw te realiseren (bouw 2023/begin 2024); 2.

We monitoren voor de middellange termijn de geplande projecten met permanente woningbouw (2024-2025) en zijn eventueel bereid om samen met ontwikkelaars te onderzoeken wat haalbaar kan worden gemaakt; 3. We doen onderzoek naar geschikte locaties voor het toevoegen van tijdelijke woningen. • We zetten een realisatieteam in om het tekort aan woonruimte voor woningzoekenden in Utrecht te verminderen. Onder andere voor mensen in een kwetsbare positie. Uitgangspunt is het bouwen van zo veel mogelijk permanente of tijdelijke sociale huurwoningen.

10

We gaan op zoek naar een tijdelijke én permanente locatie voor de stijgende vraag naar opvang van vluchtelingen. Om dit mogelijk te maken gaan we opnieuw met ontwikkelaars in gesprek om projecten haalbaar te maken. We maken ambtelijke capaciteit vrij voor het realisatieteam. We gebruiken een deel van de tegemoetkoming van het Rijk voor het opvangen van Oekraïners, voor het zoeken naar opvanglocaties voor vluchtelingen. •

We gaan de klimaatcrisis tegen:  Voor de energietransitie is het dringend nodig dat het elektriciteitsnetwerk ruimte heeft om opgewekte elektriciteit op te vangen en te vervoeren naar de gebruikers. Het elektriciteitsnetwerk is nu bijna vol. Mogelijke oplossingen waarmee we enige transportcapaciteit creëren voor het uitvoeren van grote gebiedsontwikkelingen zijn: slimme netoplossingen, nieuwe samenwerkingen en innovatie. De deskundigheid hiervoor hebben we nu niet in huis. We stellen voor om in 2024 tot en met 2026 hierop te investeren.  Komende jaren komen er naar verwachting verschillende investerings- en deelnemingsvragen op ons af. Zoals in warmtenetten, netwerkbedrijf Stedin, waterleidingbedrijf Vitens en een ontwikkelbedrijf voor energieopwekking. We stellen voor om nu incidentele middelen te reserveren om rentelasten in deelnemingen mee te kunnen financieren. Zodat we een bijdrage kunnen leveren aan de nodige ontwikkelingen, omdat we als grote stad de verantwoordelijkheid hebben om mee te betalen aan de (energie)transitie.  We geven uitvoering aan de Erkende Maatregelenlijsten Energiebesparing (EML). Daarnaast is een eenmalige investering nodig om de verlichting in het Stadskantoor te vervangen.  We zorgen dat onze vloot elektrisch wordt, zodat met ingang van 2025 de bevoorrading in de binnenstad emissievrij is.

 We pakken alle kansen aan om nieuwe bomen te planten, maar vertragen het tempo ten opzichte van onze ambities.  Er komt een groenloket in elke wijk. In de wijken Overvecht, Rivierenwijk en West-Noordwest worden uitvoeringsmiddelen beschikbaar gesteld om initiatieven op gebied van groen en zelfbeheer van openbaar groen op grotere schaal uit te voeren. Om dit mogelijk te maken herprioriteren we binnen bestaande budgetten. Ook zetten we een zetten we een deel van het budget in dat beschikbaar komt door bezuinigingen. Zoals het budget uit het Meerjaren Programma Bereikbaarheid en reserve Riolering (zie paragraaf 4.3.3).

We werken aan een levendige en leefbare stad  We versterken de economische basis van onze stad met twee maatregelen: 1. We verlengen het ondernemersloket ‘Ondernemer centraal’”, waar ondernemers terecht kunnen met hulpvragen. 2. We gaan door met de samenwerkingsaanpak Morgen Mooier Maken in 2023 en 2024. Dat doen we voor de lange termijn en samen met partners. De verandering van winkelstraten in de binnenstad werken we gezamenlijk verder uit.  We zorgen dat het aanbod van cultuur in de wijken meegroeit met de stad door te investeren in de culturele instellingen, jongerencultuurhuis Leidsche Rijn en wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone.  Om meer regie te krijgen op onze Utrechtse evenementen stellen we dit jaar 10 locatieprofielen op. Deze bieden handvatten voor organisatoren en bewoners. We zorgen dat deze goed bruikbaar zijn.  We kiezen voor de ontwikkeling van een sporthal in Vleuten De Meern.  We halen de rommel naast ondergrondse containers snel weg. Zo houden we de buurt schoon. Om dit mogelijk te maken gebruiken we het extra geld dat in het coalitieakkoord bestemd was voor topcultuur en economie. Uitvoering  We geven de uitvoerende functies binnen de gemeente prioriteit en willen ze op sterkte houden. Dat betekent in ieder geval voorkomen dat we toezichthouders en handhavers verliezen in de krappe arbeidsmarkt en de publieksdienstverlening op peil houden.

Daarvoor is een aantal functies geherwaardeerd en stellen we een arbeidsmarkttoelage voor.  We willen een eerste burgerberaad organiseren over hoe de jaarwisseling een feest voor iedereen kan zijn.

11

We stellen voor om te investeren in meer diversiteit en inclusiviteit in de ambtelijke organisatie. Zo willen we de maatschappelijke sensitiviteit van de medewerkers verder versterken.

Om dit mogelijk te maken gebruiken we voor een deel het budget uit de parkeerexploitatie en algemene middelen; daarnaast zetten we een deel van het budget in dat beschikbaar komt door bezuinigingen, zoals onder meer die uit het Meerjaren Programma Bereikbaarheid en reserve Riolering (zie paragraaf 4.3.3). In bijlage 1 een planning op hoofdlijnen voor het uitvoeren van het coalitieakkoord in de periode tot 2026.

1.3 Onzekere inkomsten en stijgende kosten geven noodzaak tot bijsturen Het vertrekpunt van deze voorjaarsnota toont een tekort dat oploopt naar 72 miljoen euro in 2027. Het tekort komt grotendeels door drie ontwikkelingen:  Stijgende prijzen en compensatie daarvoor in de nieuwe cao-afspraak.  Toenemende zorgvraag voor jeugdhulp en Wmo.  Blijvende onzekerheid over de inkomsten van het Rijk. Vooral de inkomsten vanaf 2026 en de Hervormingsagenda jeugd. Financieel vertrekpunt De extra inkomsten uit het gemeentefonds zijn niet genoeg om deze ontwikkelingen en knelpunten op te vangen. Hieronder staat het bijgewerkte financieel beeld dat het vertrekpunt is van deze voorjaarsnota. Meer uitleg op deze ontwikkeling staat in hoofdstuk 4. Tabel: Financieel vertrekpunt x € 1.000 2023

2024

2025

2026

2027

Structureel

0

0

0

0

-21.072

-21.072

Financiële ontwikkelingen

34.382

23.801

25.570

45.364

17.199

18.510

Prijsstijgingen

-30.459

-29.814

-29.814

-29.814

-29.814

-29.814

Knelpunten

-6.784

-18.871

-22.286

-25.562

-26.984

-26.984

Groeikader

-4.411

-12.878

-12.878

-12.878

-12.878

-12.878

Vertrekpunt financieel beeld

-7.271

-37.761

-39.408

-22.890

-73.549

-72.238

Begroting 2023 Ontwikkelingen:

Naar een begroting in evenwicht Pijlers onder ons financieel beleid zijn een sluitende begroting en het hebben van voldoende buffer om risico’s op te vangen (weerstandsvermogen). Deze buffer hebben we het afgelopen jaar versneld aangevuld tot het gewenste niveau. Het tekort op de begroting vraagt nu om keuzes te maken voor de toekomst. In het coalitieakkoord is voor het financiële beleid het uitgangspunt genomen om “scherper aan de wind te gaan varen”. Dit wil zeggen: realistisch begroten en onzekerheden en risico’s inschatten en scherp volgen. Op basis van actuele informatie passen we de begroting aan. Ook hebben we afgesproken om bij tekorten nadrukkelijk de ambities in het coalitieakkoord te heroverwegen. Deze afspraken zijn leidend voor onze financiële strategie.

12

Keuzes maken met een financiële strategie In drie stappen hebben wij keuzes gemaakt om het tekort in de begroting op te lossen. 1. Risico-inschatting Bij het opstellen van deze voorjaarsnota waren de inkomsten van het Rijk onzeker. In de laatste weken van april is hier meer duidelijkheid over gekomen voor de hervormingsagenda jeugd en de korting op het gemeentefonds vanaf 2026. Voor de korting op het gemeentefonds heeft het Rijk 1 miljard euro toegevoegd aan het gemeentefonds. Dit is echter niet toereikend om het tekort dat volgens gemeenten is ontstaan op te vullen. Wij verwachten echter nog steeds reële bekostiging van onze taken door Rijk, dit betekent een aanvullende compensatie bovenop de 1 miljard euro die nu beschikbaar is gesteld. In deze voorjaarsnota hebben wij een inschatting gemaakt van deze te verwachten extra inkomsten en planningsoptimisme. Daarmee begroten we reëler en worden onnodige bezuinigingsmaatregelen te voorkomen. a. Inkomsten Rijk vanaf 2026: verwachte reële invulling van een korting uit het regeerakkoord b. Hervormingsagenda jeugd: afspraken over de nadere uitwerking van deze agenda en de korting die voor gemeenten is ingeboekt c. Ontwikkelingen bestaand beleid gemeentefonds: nacalculatie voor effect looncompensatie en afrekening btw-compensatiefonds. d.

Bij de investeringsprogramma’s hebben we scherper gekeken naar verwachte planning en oplevering en hebben we rekening gehouden met planningsoptimisme. 2. Aanvullend compenseren voor inflatie 2022 Door onze begroting aanvullend te compenseren voor het effect 2022, brengen we alle budgetten voor de uitvoering op een reëel prijspeil. Zowel de budgetten voor onze uitvoering als voor uitvoering door onze partners. Hierdoor voorkomen en verminderen we knelpunten veroorzaakt door de prijsstijgingen. Onder andere bij de meerjarenprogramma’s en leerlingenvervoer. 3. Bijsturen op de begroting Zoals in het coalitieakkoord vastgelegd verhogen we de belastingen niet. Wel kiezen we voor een taakstelling, een aantal bezuinigingen en stellen we ambitieuze ambities bij om het resterende financiële tekort op te lossen. Dit betreft ook ambities uit het coalitieakkoord waar nog niet mee is gestart. Deze keuzes leiden tot het onderstaande geven het volgende financiële plaatje.

13

Tabel: Financieel beeld Voorjaarsnota x € 1.000 2023

2024

2025

2026

2027

Structureel

0

0

0

0

-21.072

-21.072

Financiële ontwikkelingen

34.382

23.801

25.570

45.364

17.199

18.510

Prijsstijgingen

-30.459

-29.814

-29.814

-29.814

-29.814

-29.814

Knelpunten

-6.784

-18.871

-22.286

-25.562

-26.984

-26.984

Groeikader

-4.411

-12.878

-12.878

-12.878

-12.878

-12.878

Vertrekpunt financieel beeld

-7.271

-37.761

-39.408

-22.890

-73.549

-72.238

Extra inzet voor beleid

-5.028

-5.548

-5.301

-4.456

-4.001

-4.001

Wensen van de raad

-587

-225

-225

-225

-225

-225

-12.886

-43.535

-44.933

-27.570

-77.775

-76.464

11.112

20.432

22.222

24.936

48.498

51.598

-10.100

-1.309

191

-309

-309

-309

9.573

11.342

19.449

24.396

26.575

25.175

-2.301

-13.070

-3.071

21.453

-3.011

0

2.301

13.070

3.071

-21.453

3.011

0

0

0

0

0

0

0

Begroting 2023 Ontwikkelingen:

Tekort financieel beeld Uitwerking financiële strategie Verwachte rijksinkomsten Extra indexeren i.v.m. inflatie 2022 Bijsturen op de huidige begroting Begroting financieel beeld Kasschuif Saldo Voorjaarsnota

14

2 Wat willen we bereiken Er is veel veranderd sinds de coalitie het afgelopen jaar haar ambities heeft opschreven in het coalitieakkoord. Er zijn ontwikkelingen in de maatschappij die we toen niet konden voorzien en waar we nu echt maatregelen op moeten nemen. In dit hoofdstuk vertellen we daar meer over. Het gaat om intensiveringen, bijsturingen en bezuinigingen.

2.1 Kansengelijkheid De ambitie dat iedereen kan rekenen op goede hulp en ondersteuning staat onder druk. De stijging van de vraag naar zorg, het tekort aan personeel, ruimte voor passende voorzieningen en de stijging van de zorgkosten maken dat er Utrechters niet de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben en dat bovendien de zorg onbetaalbaar wordt. Voor de opgave kansengelijkheid stellen we daarom in deze voorjaarsnota voor met welke uitgangspunten we de Jeugdzorg en Wmo houdbaar willen maken. Behalve dit grote knelpunt zijn er ontwikkelingen die vragen om bijsturing om daarmee kansenongelijkheid tegen te gaan.

2.1.1 Houdbaarheid sociaal domein onder druk Sinds de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet, heeft Utrecht consequent gekozen voor een samenhangende aanpak in het sociaal domein. Daarbij staat de leefwereld van inwoners centraal. Het is tot nu toe gelukt het sociaal domein te financieren binnen de kaders van het gemeentefonds. Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen en komt de houdbaarheid van het sociaal domein in Utrecht de komende jaren onder druk te staan. Dat hangt samen met een aantal factoren: 

Groeiende behoefte aan zorg en ondersteuning: We zien deze ontwikkeling in de hele samenleving. Als we kijken naar jeugd zien we dat steeds meer jonge Utrechtse kinderen ontwikkelingsachterstanden hebben. Dat leidt tot een groei van het aantal plekken voor specialistische dagbehandeling voor jonge kinderen. Jeugdigen maken steeds vaker gebruik van jeugdhulp. In Utrecht in 2022 13% van de doelgroep. Dit komt ook door toenemende prestatiedruk en toename van de informatie- en netwerkmaatschappij. Er is vaker sprake van zwaardere psychische, psychosociale en lichamelijke klachten die leiden tot langere hulptrajecten. Veel Utrechtse jongeren groeien op met gescheiden opvoeders (20% van de jongeren heeft een scheiding meegemaakt), waarbij vaak een extra ondersteuningsbehoefte is. Bij volwassenen zien we dat een deel moeite heeft om aansluiting te vinden bij de snelheid van de arbeidsmarkt en samenleving. De uitgaven voor dagelijkse levensbehoeften nemen toe, onder meer door de sterk stijgende inflatie. 14% van de inwoners leeft van een inkomen van maximaal 125% van het wettelijk sociaal minimum. De spreiding van deze groep is niet gelijkmatig over de stad. In Overvecht leeft 30% onder 125% van het wettelijk sociaal minimum. In Oog in Al nog geen 2%. Bestaansonzekerheid werkt ook weer door in gezondheid en daarmee in zorgkosten.

Cliënten van het Buurtteam Sociaal noemen ‘geld’ in ruim 50% van de gevallen als een leefgebied waar zij problemen ervaren. Als we kijken naar inwoners die door omstandigheden geen thuissituatie meer hebben, zien we dat het aantal daklozen dat de gemeente opvangt flink toeneemt. In de periode vanaf 2018 is het aantal mensen dat we opvangen fors gestegen. Kenmerkend voor de druk op de opvang is dat elke locatie die Utrecht opent meteen vol zit. De uitstroom uit de opvang stokt doordat er onvoldoende geschikte woonruimte beschikbaar is. Er zijn in 2023 circa 1.600 woningen nodig voor kwetsbare inwoners. We verwachten dat in 2024 de druk op de asielketen en maatschappelijke opvang nog verder toeneemt (zie ook paragraaf 2.2.1).

15

Het aantal ouderen in Utrecht groeit de komende jaren. Gevolg is dat ook het aantal mensen met een beperking of chronische ziekte en dus een zorgbehoefte toeneemt. Op dit moment verleent 3% van de jongvolwassenen, 9% van de volwassenen en 14% van de ouderen in Utrecht mantelzorg. Er is een groeiende groep ouderen, waarbij de sociale omgeving onvoldoende kan voorzien in passende ondersteuning. Met vereenzaming of lichamelijk letsel tot gevolg. 

Krapte op de arbeidsmarkt: De vraag naar ondersteuning groeit sneller dan het aanbod. We verwachten dat ook in de toekomst er te weinig personeel is. Waardoor we de gewenste zorg en ondersteuning niet kunnen geven. In 2040 moet bij ongewijzigd beleid 1 op de 4 mensen in de zorg werken om aan de vraag te kunnen voldoen. In de zorgkantoorregio Utrecht en Gooi & Vechtstreek is een verwacht tekort van 13.900 medewerkers in de zorg. Nu al zien we de gevolgen: langere wachtlijsten, niet de juiste zorg op de juiste plek krijgen en soms zelfs afstel van zorg en ondersteuning. De krapte werkt ook nog op een andere manier door: stimuleren van meer werken leidt tot minder parttime werk. Met als gevolg dat we steeds moeilijker vrijwilligers kunnen vinden en mensen minder tijd beschikbaar hebben voor bijvoorbeeld mantelzorg.

Knellende kaders: Het Rijk zet gemeenten in de frontlinie om met partners en inwoners regie te voeren op de maatschappelijke en economische opgaven die voor ons liggen. Dit leidt tot een groter beroep op zorg en ondersteuning vanuit de Wmo en Jeugdwet. (Onder andere door woonplaatsbeginsel, omvorming zorg met verblijf, druk vanuit de andere wettelijke kaders zoals Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg, enzovoort). De huidige wetgeving beperkt de mogelijkheid om de opgaven passend te kunnen aanpakken. Zo hebben gemeenten in de Wet maatschappelijke ondersteuning met het abonnementstarief onvoldoende mogelijkheden om ook de (financiële) draagkracht van inwoners te betrekken. En ontbreekt het gemeenten in de voorschool, het onderwijs en de Jeugdwet aan een passend en samenhangend instrumentarium om de onderliggende oorzaken van zorgvragen effectief aan te kunnen pakken.

Uitblijven structurele financiële compensatie: de afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid de gemeenten (incidenteel) gecompenseerd voor de stijgende uitgaven op de Jeugdwet en Wmo. Vanaf 2023 zien wij dat het Rijk gemeenten niet langer compenseert voor de oplopende uitgaven. De inkomsten vanuit het Gemeentefonds dalen door onder andere de bezuiniging in het kader van de Hervormingsagenda jeugd. Daarbij komt de financiële verwerking van de doordecentralisatie van beschermd wonen. Hierdoor ontstaat in de Jeugdwet in 2023 een tekort en in de Wet maatschappelijke ondersteuning vanaf 2024 een tekort. In het kader van de Hervormingsagenda jeugd is voorlopig de afspraak gemaakt dat de landelijke taakstelling voor Jeugd een ingroeipad van twee jaar krijgt.

Gevolg van deze ontwikkelingen is dat bij ongewijzigd beleid de kosten voor de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo groeien.

16

Tabel: Tabel tekort Jeugdwet, Wmo en overig x € 1.000 2023

2024

2025

2026

2027

Structureel

120.995

119.399

118.109

112.219

111.601

111.601

Oorspronkelijk tekort Jeugdwet

-7.200

-8.900

-10.100

-16.000

-16.600

-16.600

Extra indexatie maatschappelijke instellingen 2023

4.235

4.179

4.134

3.928

3.906

3.906

-2.965

-4.721

-5.966

-12.072

-12.694

-12.694

-2%

-4%

-5%

-11%

-11%

-11%

Begroting centrumtaken Wmo

120.172

120.401

117.833

117.869

117.869

117.869

Begroting eigen taken Wmo

96.304

97.528

98.737

100.870

100.870

100.870

Verwacht tekort Wmo

0

-1.300

-2.900

-3.900

-6.000

-8.500

Tekort doordecentralisatie beschermd wonen

0

-4.400

-6.200

-3.800

-2.500

0

Tekort Wmo

0

-5.700

-9.100

-7.700

-8.500

-8.500

0%

-6%

-9%

-8%

-8%

-8%

Leerlingenvervoer

0

-545

-550

-550

-550

-550

Normering sporthallen schoolgebruik

0

0

0

-42

-128

-223

Taakstelling overige taken

0

-545

-550

-592

-678

-773

-2.965

-4.721

-5.966

-12.072

-12.694

-12.694

Wmo

0

-5.700

-9.100

-7.700

-8.500

-8.500

Overige taken

0

-545

-550

-592

-678

-773

Tekort totaal

-2.965

-10.966

-15.616

-20.364

-21.872

-21.967

Tekort Jeugdwet Begroting Jeugdwet Utrecht

Tekort Jeugdwet Omvang tekort t.o.v. begroting Jeugdwet Tekort Wmo

Omvang tekort t.o.v. begroting eigen taken Wmo Taakstelling overige taken

Tekort totaal Jeugdwet

Drie scenario's Om te komen tot een houdbaar financieel stelsel hebben wij verschillende scenario’s verkend. 1. Het eerste scenario is een absolute taakstelling (hard financieel kader) per 2024 voor de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning. Dat houdt in dat de opdracht voor een bezuinigingsopgave eenzijdig wordt gegeven aan de gecontracteerde en gesubsidieerde organisaties die voor ons deze taken uitvoeren. Met dit scenario kunnen we de financiële taakstelling op korte termijn uitvoeren. Risico is echter dat dit scenario door perverse effecten op lange termijn mogelijk juist tot extra kosten gaat leiden en een ontwrichtend effect heeft voor het sociaal domein in Utrecht. Beschikbaarheid en kwaliteit van zorg en ondersteuning gaat omlaag en als gemeente voldoen wij mogelijk niet meer aan de wettelijke kaders van de Wmo en Jeugdwet. Tenslotte kan het zijn dat de gevolgen van de bezuinigingen ook gevolgen hebben voor andere terreinen (denk aan onderwijs, werk en inkomen, publieke gezondheid, veiligheid). 2.

Het tweede scenario gaat uit van het oplossen van de taakstelling in het bredere sociaal domein waarbij we kiezen voor een ingroeipad voor Wmo. Dat houdt in dat we huidig beleid en uitvoering in het brede sociaal domein opnieuw bekijken. Op inhoudelijke gronden kiezen we waar de taakstelling concreet landt. Gevolg kan zijn dat we niet alleen op uitvoering van Wmo en Jeugd bijsturen, maar dat we bijvoorbeeld ook beleid en uitvoering bij W&I of Volksgezondheid bijsturen om de Jeugdwet en Wmo te financieren.

17

3.

Het derde scenario is dat we beleid en uitvoering van de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning voortzetten en een gemeentebrede, integrale afweging maken om de taakstelling uit te voeren. De taakstelling in dit scenario voeren we uit met het gemeentelijk budget (algemene middelen). Gevolg daarvan kan zijn dat we niet alleen op uitvoering van Wmo en Jeugd bijsturen, maar dat we bijvoorbeeld ook beleid en uitvoering in het domein ruimte bijsturen om de Jeugdwet en Wmo te financieren. Omdat de uitvoering van een gemeentebrede afweging meer tijd vraagt, leidt dit scenario tot een langer in-groeipad. Risico van dit scenario is dat we de voor een houdbaar systeem de noodzakelijke kentering niet kunnen uitvoeren. Een gevolg kan ook zijn dat de financiële ruimte beperkt wordt voor investeringen in woningen, groen en sportvoorzieningen, investeringen die ook nodig zijn om de gewenste beweging in het sociaal domein uit te voeren.

De scenario's verschillen onder andere wat betreft in-groeipad en dus de omvang van het knelpunt. Dat heeft gevolgen voor de hoeveelheid sturing die de gemeente geeft aan het uitvoeren van deze bezuinigingsopgave. Een samenhangende aanpak We stellen voor te kiezen voor scenario 2. Daarvoor hebben we de voordelen en risico’s van alle drie de scenario’s bekeken. Er is een houdbaar zorgstelsel nodig in Utrecht en we moeten de trends doorbreken van stijgende vraag en kosten in een dalende arbeidsmarkt. Dat vraagt van de gemeente en onze partners stevige keuzes om de maatschappelijke, economische, bestuurlijk en financiële opgaven in het sociaal domein het hoofd te kunnen bieden. Tegelijkertijd willen we ook geen ontwrichtend effect creëren. Wij werken de aanpak voor dit scenario uit langs drie samenhangende sporen:  Spoor 1 Samen aan de slag  Spoor 2 Inhoudelijke aanpak  Spoor 3 Financiële aanpak

Spoor 1 – samen aan de slag (proces) We vinden dat we moeten versnellen. Vanwege de snelle groei van het financieel tekort en de weerbarstigheid van de maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Wij gaan op de volgende manier aan de slag: 1. De gemeenteraad zit aan het stuur. We pakken de kaderstellende en controlerende rol op en voeren het politieke debat. Dat doen we bij het vaststellen van de beleidsnota’s (Gezondheid030, Jeugd, Wmo) in het najaar van 2023 en de nota van uitgangspunten voor de inkoop/subsidiëring in het sociaal domein. Bijsturen kan nodig zijn naar aanleiding van bijvoorbeeld bijgestelde (financiële) kaders vanuit het rijk. De begrotingscyclus (voorjaarsnota 2024, begroting 2024) biedt de raad de mogelijkheid tot bijsturen. 2. Samen met onze partners in de stad en regio gaan we aan de slag op basis van partnerschap en rekenschap. Daarbij staat de opgave centraal, werken we vanuit de gedeelde waarden, biedt de gemeente heldere kaders en randvoorwaarden, en stuurt de gemeente op de uitvoeringspraktijk met data en informatie en door samen te leren. 3. Vanuit het Integraal Zorgakkoord intensiveren we onze samenwerking met de langdurige en verzekerde zorg (zorgkantoor en verzekeraars) waarbij wij onze inhoudelijke aanpak inbrengen. 4.

Inwoners en cliëntvertegenwoordigers geven samen met ons de aanpak en de voorstellen vorm, zodat ook de inspraak, ervaring en participatie geborgd is in onze aanpak. 5. We richten een slagvaardig proces in om snel met elkaar te komen tot een gedragen set van maatregelen. Vaststellen daarvan door de raad en vervolgens daadkrachtig uitvoeren. Dat vereist ook een sterke (programma)organisatie. Spoor 2 – Inhoudelijke aanpak Pijnlijke keuzes kunnen we niet voorkomen. Alleen door duidelijk te kiezen kunnen we duurzaam en toekomstbestendig onze inwoners die dat het meest nodig hebben zo goed als mogelijk helpen. Ons voorstel is de inhoudelijke agenda aan te scherpen langs de volgende uitgangspunten. 1.

18

We richten onze inzet op het wegnemen van de oorzaken die leiden tot behoefte aan zorg en ondersteuning. Daarbij ontzien we in onze keuzes zoveel als mogelijk de maatregelen en basisvoorzieningen, die de behoefte aan zorg of ondersteuning helpen voorkomen. Denk aan onze

inzet op een goede voorschool en kinderopvang, onze aandacht voor de makers van de samenleving, het voorkomen van verlies van werk, bestaanszekerheid en dakloosheid, maar ook brede sportstimulering, aandacht voor voeding en lichamelijke ontwikkeling en onze bijdrage aan het verminderen van de prestatiedruk in onderwijs en arbeidsmarkt. Wel vinden wij dat we waar mogelijk heel kritisch moeten kijken naar inspanningen die niet direct bijdragen aan het wegnemen van deze oorzaken en meer gericht zijn op het dempen van de gevolgen 2.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen is het uitgangspunt bij het inzetten van de beperkte middelen voor de inwoners en buurten die dit het hardst nodig hebben. We bieden een basis van voorzieningen op het gebied van onderwijs, sport, bestaanszekerheid en publieke gezondheidszorg. Bij het inrichten van de sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg, sluiten we aan bij de ondersteuningsvragen in wijken en kijken we naar het draagvermogen in de wijken. Het uitgangspunt bij het vormgeven van zorg is collectief en groepsgericht waar dat kan, individueel waar nodig.

3.

We gaan kijken hoe we de zorg en ondersteuning in de stad en in de wijken simpeler kunnen organiseren. We doen dit bijvoorbeeld na afloop in 2025 van de huidige subsidietenders voor de buurtteams en de sociale basis (hierbij nemen we de lessen uit de Tussenevaluatie mee).

4.

We stoppen met pilots, tijdelijke programma’s en regelingen die geen structurele bijdrage leveren aan het verbeteren van de uitvoeringspraktijk. Nieuwe pilots, programma’s en initiatieven starten we alleen als vooraf duidelijk is hoe ze structureel bijdragen aan de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Kortom, wij organiseren volle focus op structurele verbetering van de uitvoeringspraktijk.

5.

We zetten in op 100% compensatie vanuit het Rijk op de ‘extra’ Utrechtse inzet boven op het wettelijk minimum. Gaat de compensatie niet door, dan beoordelen we de ‘extra’ inzet volgens de redeneerlijn van uitgangspunten 1 t/m 4. Inzet die we in dit licht willen bezien zijn bijvoorbeeld: de versobering van de daklozenopvang, onderdelen van de aanpak inburgering, de regiofunctie van het Mbo-team, asiel, stadsgeldbeheer, Enik herstelzorg, versneld vernieuwen.

Aanvullend stellen wij voor:  We verkennen met de raad de mogelijkheid voor een brede maatschappelijke dialoog met inwoners, ondernemers en partners uit de stad en in de regio. De maatschappelijke dialoog richt zich op het uitwerken van het gezond stedelijk leven in de stad. De gemeenteraad neemt het voortouw in deze dialoog door heldere standpunten in te nemen op gevoelige kwesties. Zoals: de focus op cognitieve vaardigheden op scholen, gebruik van social media en mobieltjes onder volwassenen en kinderen, belang van gezonde voeding op de vereniging en in de school, schulden. Aan dachtspunt bij deze dialogen is dat we de juiste mensen aanspreken en geen perverse effecten creëren, doordat bepaalde kwetsbare groepen zich ten onrechte aangesproken voelen en zorg mijden.  We zetten in op een stevige lobby naar het rijk. Als gemeente staan we dichtbij inwoners en voeren de regie over de lokale basisinfrastructuur in het sociaal domein en de fysieke leefomgeving. Maar we hebben te maken met een landelijk stelsel van wetten, jurisprudentie, tijdelijke programma’s en regelingen die de dagelijkse uitvoeringspraktijk en daarmee de inwoner niet altijd helpt. Voor onze aanpak is het noodzakelijk dat het Rijk de randvoorwaarden schept die onze dagelijkse uitvoeringspraktijk ondersteunen en faciliteren.

Dit vraagt van ons een actieve lobby en soms het lef om keuzes te maken of maatregelen door te voeren die misschien niet helemaal goed passen in het wettelijk kader. Onderwerpen die wij op de Rijksagenda zetten zijn een eerlijke verdeling van opvang en woningen voor kwetsbare groepen, basisvoorzieningen kinderopvang en voorschool, praktijkgericht en cognitief onderwijs, voeding in de klas en in de samenleving (o.a. btw-discussie), aanpak schone lucht en schone grond, ruimte voor dichtbij sporten en bewegen en maatschappelijke ondersteuning naar financieel draagvermogen. Spoor 3 - Financiële uitgangspunten Bij het uitwerken en realiseren van maatregelen stellen wij de volgende financiële uitgangspunten voor. 1. In lijn met het voorlopige onderhandelingsresultaat Hervormingsagenda jeugd nemen wij voor het tekort jeugd vanaf 2026 een risico van 35% (dit is gebaseerd op de financiële afspraak van 650 miljoen euro op een totaal ambitieniveau van 1 miljard).

19

2.

3.

Voor de Wet maatschappelijke ondersteuning gaan wij uit van een ingroeipad van twee jaar. Op de Wet maatschappelijke ondersteuning starten we direct na de vaststelling van de voorjaarsnota met het proces om samen met partners en inwoners te komen tot maatregelen die leiden tot een besparing in 2025 en volgende jaren. Om deze aanpak met inwoners en partners in de stad en regio te kunnen realiseren reserveren wij incidentele middelen voor onderzoek, programmamanagement, realisatiekracht, financieel management (incl. risicomanagement), etc. (totaal voor periode 2 jaar 1,5 miljoen euro)

In balans naar gezonde gemeentefinanciën Dit leidt tot het volgende financiële beeld: Tabel: financieel beeld en taakstellingen Jeugdwet, Wmo en overig x € 1.000 2023

2024

2025

2026

2027

Structureel

-2.965

-4.721

-5.966

-12.072

-12.694

-12.694

Ingroeipad voorlopige hervormingsagenda

0

1.596

2.886

0

0

0

Risicobereidheid Jeugdwet

0

0

0

5.600

5.810

5.810

Taakstelling Jeugdwet

-2.965

-3.125

-3.080

-6.472

-6.884

-6.884

Tekort Wmo

0

-5.700

-9.100

-7.700

-8.500

-8.500

Ingroeipad Wmo

0

3.700

4.500

0

0

0

Taakstelling Wmo

0

-2.000

-4.600

-7.700

-8.500

-8.500

Leerlingenvervoer*

0

-545

-550

-550

-550

-550

Normering sporthallen schoolgebruik*

0

0

0

-42

-128

-128

Taakstelling overig

0

-545

-550

-592

-678

-678

-2.965

-3.125

-3.080

-6.472

-6.884

-6.884

Taakstelling Wmo

0

-2.000

-4.600

-7.700

-8.500

-8.500

Taakstelling overig

0

-545

-550

-592

-678

-678

Taakstelling Jeugdwet Tekort Jeugdwet

Taakstelling Wmo

Taakstelling overig

Totaal Taakstelling Jeugdwet

Dekking uit de Algemene middelen

2.965

Taakstelling totaal ** 0 -5.670 -8.230 -14.764 -16.062 -16.062 * zie toelichting in 2.1.2 **Hierbij is rekening gehouden met in totaal 1,5 miljoen euro uitvoeringskosten over 2024 en 2025 die uit de algemene middelen worden gedekt.

2.1.2 Andere bijsturingen voor meer kansengelijkheid Armoederegelingen Tegen de achtergrond van de ontwikkelingen zoals geschetst in hoofdstuk 1 is in het coalitieakkoord een impuls op het armoedebeleid opgenomen. We zien het gebruik van de armoederegelingen verder toenemen. We verwachten de komende jaren een verdere toename. Dit vanwege de koopkrachtcrisis, de verhoging van het wettelijk minimumloon (en daarmee (tijdelijke) toename van de groep die recht heeft op de armoederegelingen) en de inzet op vergroting van het bereik door de campagne ‘Weet waar je Recht op hebt’. De uitgaven voor Bijzondere Bijstand nemen toe, als gevolg van de koopkrachtcrisis en de (versnelde) huisvesting van statushouders. Ook in de keten van schuldhulpverlening verwachten we een stijging van de vraag naar dienstverlening. In 2023 hebben we een aantal koopkrachtmaatregelen getroffen (Raadsbrief Aanpak koopkrachtcrisis 2023).

20

Na 2023 is het beeld zeer onzeker. Het pakket met rijksmaatregelen loopt grotendeels af en door de hoge inflatie verschralen de armoederegelingen. De hoogte van de toegezegde rijksmiddelen (‘Schoutengelden’) is onzeker. We willen onze kwetsbare inwoners kunnen blijven ondersteunen. Daarom stellen we voor om de komende jaren de eventuele incidentele financiële ruimte op onze armoederegelingen en schuldhulpverlening (zoals bijzondere bijstand, restanten energietoeslag), door een reserve Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening beschikbaar te houden. Tegemoetkoming parkeerkosten voor lage inkomens Betaald parkeren in de hele stad komt de leefbaarheid en bereikbaarheid van Utrecht nu en in de toekomst ten goede. Voor inwoners met een laag inkomen kost het invoeren van betaald parkeren een aanzienlijk deel van hun inkomen. Zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord volgen we dan ook de wens om inwoners met lage inkomens te compenseren voor de toegenomen parkeerkosten. Binnen de parkeerexploitatie is daarvoor 0,2 miljoen euro gereserveerd en we reserveren nog eens ruim 0,5 miljoen euro extra. In totaal is dan ruim 0,7 miljoen euro beschikbaar voor deze tegemoetkoming. Bij de Begroting 2024 volgt de uitwerking op welke wijze dit wordt gerealiseerd. Inburgering We hebben de ambitie om mensen zo goed mogelijk te laten inburgeren.

Met de hogere taakstelling voor de huisvesting van statushouders, neemt ook de opgave op het gebied van inburgering toe. Tot en met 2024 vangen we dat op vanuit de reserve re-integratie statushouders. Voor de langere termijn bekijken we met een beleidsevaluatie in 2024, of we onze ambities op het gebied van inburgering overeind kunnen houden boven op het wettelijke noodzakelijke niveau. Leerlingenvervoer Door de groei van de stad zijn er meer leerplichtige leerlingen. Het aantal leerlingen met behoefte aan en recht op aangepast vervoer stijgt mee. Ze gaan naar meer unieke bestemmingen. Dat betekent dat er meer leerlingen per dag over meer routes rijden. Dat leidt tot een toename van kosten. Voor 2024 lossen we dit op vanuit de algemene middelen. Voor de verdere jaren nemen we mogelijkheden om de kostenstijging op te vangen mee in de brede heroverweging in het sociaal domein. Digitaal kinddossier Sinds 2020 is de gemeente verplicht een digitaal kinddossier jeugdgezondheidszorg aan te houden. De nieuwe aanbesteding pakt hoger uit dan het huidige contract. We vangen dit op door de raming van de boetes door de inspectie kinderopvang aan te passen naar het niveau dat afgelopen jaren is gerealiseerd. Beweegprogramma op scholen Sporten, spelen en bewegen verbindt. Het is goed voor de fysieke én mentale gezondheid. Sport moet voor iedereen toegankelijk zijn.

De extra middelen die voor impuls sport in het coalitieakkoord beschikbaar zijn gesteld, zetten we in voor een beweegprogramma op scholen. Daarmee vullen we de aanpak in van kansenongelijkheid op scholen. Modernisering van het sekswerkbeleid De commissie Sorgdrager heeft aanbevelingen gedaan op het gebied van modernisering van het sekswerkbeleid. Om daarmee veilige en legale werkplekken voor sekswerkers te maken. Om deze aanbevelingen uit te voeren zetten we de middelen in die we hebben gereserveerd voor Hulpverlening, Toezicht en Handhaving van het Nieuwe Zandpad. Doorgaan met hulp aan zorg mijdende dakloze mensen (veldwerkers verslavingszorg) Sinds 2018 is het aantal overlastmeldingen en signalen over zorg mijdende dakloze mensen toegenomen, met name in de binnenstad en in Overvecht. Tijdelijk hebben we capaciteit kunnen toevoegen aan het aantal veldwerkers in de verslavingszorg. Voor de dekking zijn we afhankelijk van een rijkssubsidie die we aanvragen om door te kunnen gaan met deze extra inzet. Doorgaan met omscholingsregeling naar toekomstbestendig werk We evalueren de omscholingsregeling naar toekomstbestendig werk die in coronatijd is opgetuigd. Met deze subsidie bieden we inwoners de mogelijkheid om zich te laten omscholen naar een beroep waar nu en in de toekomst veel vraag naar is. Zoals technisch personeel, leerkrachten en verzorgenden.

We evalueren de effectiviteit van de regeling en bepalen dan of en hoe we die voortzetten.

21

G4 Pilot Kansengelijkheid In G4-verband zijn we momenteel in overleg met het Rijk over de ontwikkeling van een door ons voorgestelde pilot om voorschoolse educatie te verbreden en de drempel te verlagen. Met als doel een brede, algemeen toegankelijke voorziening voor alle kinderen van werkende en niet werkende ouders. Hierover praten we nu met het Rijk en de G4. Afhankelijk van rijksmiddelen hiervoor zullen we deze pilot opstarten. Beleidsrijker maken verordening huisvesting scholen (normering sporthallen scholen/KVLO normen voor gymzalen) De in 2021 vastgestelde verordening huisvesting scholen bevat eisen voor gymzalen boven op de wettelijke norm. Deze eisen zijn gebaseerd op het advies van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke opvoeding (KVLO) en sluiten niet aan bij de normvergoeding voor het bouwen van gymzalen. Door de stijgende prijzen zijn hier extra middelen voor nodig. Voor 2025 zijn structureel extra middelen opgenomen in deze voorjaarsnota (zie 4.2.5). Voor 2026 en verder bekijken we in het kader van de taakstelling in het sociaal domein hoe we hiermee omgaan. Samenvattende tabel Tabel: Andere bijsturingen voor meer kansengelijkheid x € 1.000

Tegemoetkoming parkeerkosten lage inkomens Beweegprogramma op scholen Modernisering sekswerkbeleid (commissie Sorgdrager) Veldwerkers verslavingszorg* Continuering omscholingsregeling Beleidsrijker maken verordening huisvesting scholen Totaal

2023

2024

2025

2026

2027 I/S

0

704

704

704

704

S

0

160

200

200

200

S

645

645

645

0

0

S

0

170

170

0

0

I

240

0

0

0

0

I S

0

0

42

42

42

885

1.679

1.761

946

946

2.2 Wonen in een stad die groeit in balans Utrecht is een aantrekkelijke en populaire stad om in te wonen. Deze populariteit heeft ook een keerzijde, want de woningmarkt staat al geruime tijd onder druk. We blijven groeien en daarbij blijven we vasthouden aan de ambitie om dat in balans te doen door de benodigde voorzieningen en kwaliteit mee te laten groeien: groeien in balans. Momenteel treedt er een vertraging op in de groei, omdat de woningbouw langzamer gaat door onder andere personeelstekorten en de stijgende rente en bouwkosten. Terwijl de vraag naar betaalbare huur- en koopwoningen toe blijft nemen. We stellen maatregelen voor om de woningbouw op peil te houden om zo snel mogelijk, zoveel mogelijk mensen de mogelijkheid te geven op een betaalbare woning. Er is grote behoefte aan woningen bij zowel reguliere woningzoekende als bij kwetsbare groepen. Dat zorgt ervoor dat we naast het op peil houden van de permanente woningbouw, ook inzetten op het bouwen van tijdelijke woningen. Op dit moment zorgt ook een toename van vluchtelingen dat we snel (tijdelijke) opvang moeten realiseren. Dit vanwege het risico dat mensen op straat belanden. Of dat door gebrek aan uitstroommogelijkheden uit instellingen en asielzoekerscentra herstel van mensen wordt geremd (met extra grote kosten voor zorg en opvang als gevolg).

Tot slot is extra inzet op woningbouw nu nodig om daarmee te zorgen dat onze ambitie op groeien in balans op langere termijn niet in gevaar komt. We houden dit scherp in de gaten en indien nodig, komen we hier volgend jaar bij de voorjaarsnota op terug.

22

2.2.1 Woningen, huisvesting en opvang Op peil houden van de woningbouw Om de vertraging in woningbouw die we nu zien zo veel mogelijk op te vangen, is het noodzakelijk om extra interventies te doen om het bouwtempo op peil te houden. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten:  Externe factoren zijn beperkt beïnvloedbaar, maar we moeten ons er wel toe verhouden.  Uitvoeren van zo veel mogelijk van de vastgestelde woningbouwplannen.  Op korte termijn willen we de permanente woningbouw op peil houden. Dat heeft de voorkeur boven het bouwen van tijdelijke woningen.  Groeien in balans (met kwaliteit). We investeren in onze organisatiekracht gericht op woningbouw, huisvesting en opvang. Dit gebeurt kostenneutraal door te kiezen binnen het beschikbare personeel. Daarnaast stellen we voor om middelen vrij te maken om bij bepaalde projecten de bouw te starten. We richten ons op een aantal specifieke interventies:  Start permanente bouw 2023/begin 2024, waar nodig aangevuld met flexwoningen: met concrete afspraken op concessies in combinatie met een start-bouw-garantie. In Utrecht zijn geen twee gebiedsontwikkelingen in Utrecht gelijk aan elkaar. Daarom bekijken we per project welke maatregelen we eventueel moeten nemen om het verschil te maken tussen niet bouwen en wél bouwen. Dit is altijd maatwerk, met oog voor kwaliteit in het gebied en balans in de stad als geheel.

Het doel hiervan is om projecten die door de veranderende marktomstandigheden net geen doorgang kunnen vinden, toch door te kunnen laten gaan. De bouw van permanente woningen heeft daarbij onze voorkeur.  Wat betreft de toekomstige bouwproductie monitoren we voor de middellange termijn de geplande permanente projecten (2024-2025). Voor flexwoningen onderzoeken we de bereidheid voor gezamenlijk onderzoek naar haalbaar maken. Daarbij willen we de absolute aantallen betaalbare woningbouw vasthouden en eventueel meer woningen toevoegen. Dit doen we ook voor de periode na 2025.  Inzetten op tijdelijkheid tot en met 2025: onderzoek naar gepaste locaties voor het toevoegen van tijdelijke woningen. Op dit moment zien we een aantal projecten waarin we met gerichte maatregelen het verschil kunnen maken. Enerzijds vergt dit dat we de aangekondigde landelijke wetgeving voor middenhuur volgen in plaats van de strengere kaders uit het gemeentelijke Actieplan Middenhuur. Dit is nodig omwille van de economische haalbaarheid van de projecten, wat een uitzonderingsgrond is in het actieplan. Deze projecten worden toegelicht in een geheime bijlage bij het MPR. Anderzijds is het voor de voortgang van de projecten nodig dat gemeente extra investeringen doet in de openbare ruimte om de woningbouw mogelijk te maken (ook deze projecten worden toegelicht in de geheime bijlage).

Voor die investeringen in de openbare ruimte is 3,3 miljoen euro nodig. We stellen voor om dit te dekken met een uitname uit de reservering voor betaalbaar wonen (zie ook MPR paragraaf 5.3). Zo'n uitname vergt dat we het bestedingsdoel voor de gereserveerde middelen verbreden van “betaalbaar wonen” naar het op peil houden van woningbouwprojecten. Netcongestie (de vraag naar transport van elektriciteit (zowel bij de aanbieder als de afnemer) is groter dan de transportcapaciteit van het net) vormt een groeiende complicerende factor voor de gebiedsontwikkelingen en daarmee ook specifiek voor de woningbouw. De maatregelen die we voorstellen om netcongestie tegen te gaan, worden toegelicht in de volgende paragraaf ‘Klimaat’. Huisvesting kwetsbare doelgroepen Al in 2023 verwachten we een groot tekort aan woonruimte voor Utrechters in een kwetsbare positie. Dit tekort vloeit voort uit de wooncrisis, waarbij de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning in Utrecht meer dan 10 jaar is. Kwetsbare groepen zijn aangewezen op deze betaalbare sociale huurwoningen. Denk aan jongeren die verblijven in jeugdhulpinstellingen, nieuwkomers met een verblijfsvergunning (statushouders) en mensen uit de maatschappelijke opvang. De verwachting is dat het tekort aan woonplekken voor kwetsbare mensen komende jaren blijft bestaan in heel het land.

De voorspelde huisvestingsbehoefte voor kwetsbare Utrechters is de komende jaren ongeveer 1.600 woningen. Dat is fors meer dan het gemiddelde van afgelopen jaren, waarin we naast de reguliere woningzoekenden ongeveer 1.000 mensen uit kwetsbare doelgroepen hebben gehuisvest. In combinatie

23

met de vertragingen in de permanente woningbouw, betekent dit een grote uitdaging. Het realiseren van voldoende woonplekken doen we via onder meer de volgende interventies.  Realiseren permanente woningbouw  Beter benutten bestaande voorraad  Regionale spreiding  Inzet bestaand vastgoed  Aanpassen verdeling toedeling reguliere woningzoekenden en kwetsbare doelgroepen  Realisatie flexwoningen Een realisatieteam gaat aan de slag met deze interventies door waar nodig doorbraken te creëren, processen en uitvoering te versnellen en onorthodoxe oplossingen te zoeken. Een nieuwe werkwijze die intensief, creatief en vooral resultaatgericht moet zijn in samenwerking met de partners in de stad waaronder de woningcorporaties en de zorginstellingen. Opvang asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen Volgens het wetsvoorstel voor de Spreidingswet en evenredigheidscijfers moet Utrecht 1.273 asielzoekers opvangen in 2023, oplopend tot 1.700 of mogelijk nog meer in 2030. Dat betekent dat er meer opvangplekken voor asielzoekers nodig zijn dan we nu voorhanden hebben. Voor de korte termijn moeten we daarom op zoek naar een tijdelijke locatie. We onderzoeken of we de tijdelijke noodopvang in de Voorveldse Polder kunnen verlengen. Als verlenging niet mogelijk is, moeten we zoeken naar een andere tijdelijke locatie.

Daarnaast is het noodzakelijk dat we al in 2023 starten met het zoeken naar een locatie voor een tweede en mogelijk derde permanent asielzoekerscentrum. De kosten van de zoektocht dekken we door incidentele inkomsten COA voor hogere asielopvang. Naast de opvang voor asielzoekers, is de gemeente in opdracht van het Rijk ook verantwoordelijk voor het realiseren van 1.200 opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen. Daarvan zijn er op dit moment ongeveer 850 zijn gerealiseerd. De kosten voor de opvang van asielzoekers en Oekraïense vluchtelingen wordt verhaald op het Rijk. De capaciteit die in de gemeente nodig is voor de realisatie van extra opvanglocaties, dekken we in 2023 incidenteel uit gelden voor Oekraïne, maar de continuïteit is daarmee kwetsbaar.

2.2.2 Investeringen in de groei van de stad Groeien in balans Zoals in de inleiding bij dit hoofdstuk al is aangegeven zijn naast woningbouw ook investeringen in voorzieningen en kwaliteit van de stad belangrijk om te groeien in balans. Dekkingsbronnen daarvoor zijn: inkomsten uit het groeikader (ten gevolge van het groeiend aantal inwoners), parkeerinkomsten en inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling. De vertraging in de woningbouw die we nu zien, kan hier gevolgen voor hebben. Tot 2027 kunnen we dat opvangen. Woningbouw nodig voor investeringsruimte Financieel kan een dip in de woningbouw op termijn gevolgen hebben voor inkomsten uit gemeentefonds en ozb. Maar het heeft ook effect op de investeringen van marktpartijen. Die dragen bijvoorbeeld bij aan voorzieningen rondom de Merwedekanaalzone (onder andere in Park Transwijk, rondje Stadseiland, HOV-busbaan). Daarnaast leidt op korte termijn toepassing van de nog vast te stellen Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen niet of nauwelijks tot extra inkomsten. Dit betekent dan ook dat als de woningbouw op zich laat wachten, dat de investeringen in kwaliteit en leefbaarheid ook pas later komen. Voortgang van woningbouw is ook nodig om bijdragen van de rijksoverheid veilig te stellen, die zijn toegezegd via de woningbouwimpuls, versnellingsafspraken en het BO-MIRT.

Toevoegen van woningen is de tegenprestatie die de gemeente moet leveren voor die rijksbijdragen. We hebben woningbouw dus ook nodig om te kunnen groeien in balans. Draaiknoppen om de woningbouw op peil te houden In de vorige paragraaf beschreven we welke interventies we willen doen om de woningbouw op gang te houden. Mogelijkheden daarbij zijn het knippen en faseren van projecten, een grotere rol voor corporaties, maatregelen die de kosten verlagen en maatregelen die de potentiële opbrengsten verhogen. Zoals aanpassen van het woningbouwprogramma. Daarnaast zetten we de middelen uit het budget betaalbaar wonen in om de woningbouw op peil te houden (onder meer uit inkomsten uit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c5802214-7c08-4635-92b0-5b4f23dfe05e