Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2023 (inclusief erratum, juni 2023).pdf
Tekst van het document
24
erfpachtconversie). Met deze middelen streven we ernaar om projecten die door de veranderende marktomstandigheden net geen doorgang kunnen vinden, toch door te kunnen laten gaan. De bouw van permanente woningen heeft daarbij onze voorkeur. Gevolgen voor ruimtelijke investeringen Per saldo is er tot en met 2026 minder geld beschikbaar voor ruimtelijke investeringen dan werd verwacht in de programmabegroting 2023 (zie MPR in bijgevoegde stukken). Dat kunnen we grotendeels opvangen door investeringen af te stemmen op externe ontwikkelingen (‘realistisch’ begroten). Vanaf 2027 zien we een tekort ontstaan; daarop moeten we bijsturen. Dat willen we doen in drie stappen: Stap 1: Reserve Groei in balans inzetten Stap 2: Bijsturen in het kasritme Stap 3: ‘Samen trap-af-trap-op’ methodiek. Met deze stappen zetten we niet in op een vermindering van onze ambities op kwaliteit, maar wel op een vertraging. Zodra de financiële ruimte het toelaat, stellen we de investeringen trap op’ bij. Ondertussen leggen we de planvorming een voorbereiding niet stil, zodat we bij financiële ruimte direct ‘trap op’ kunnen gaan en uitvoering kunnen geven aan onze ambities. Bijsturen stap 1: Reserve Groei in balans inzetten waar nodig De risicoreservering uit de programmabegroting 2023 wordt ingezet zo lang deze positief is (de reserve mag niet negatief worden).
Bijsturen stap 2: Aanpassing kasritme In 2026 verlagen we enkele budgetten en in 2027 verhogen we die budgetten met eenzelfde bedrag. Dit betreft budgetten voor de schaalsprong groen, schaalsprong fiets en ‘spelen, sporten en bewegen’. Een deel van de ambities voor de betreffende terreinen kunnen we daardoor nog niet in 2026 uitvoeren, maar op zijn vroegst in 2027. Bijsturen stap 3: ‘Samen trap-af-trap-op’ Na uitvoeren van stap 1 is in 2027 is sprake van een tekort van 2,5 miljoen euro en van een structureel tekort van 1,8 miljoen euro op de begroting Groei in balans. Dit tekort kunnen we opvangen door een aantal budgetten in deze jaren naar rato te verlagen (‘samen trap af’). Bij toekomstige meevallers kan deze verlaging weer worden teruggedraaid (‘samen trap op’). We stellen voor deze systematiek toe te passen op uitvoering van ambities met de volgende budgetten:
Deze systematiek gaat niet uit van een inhoudelijke prioritering tussen opgaven. Een objectieve keuze tussen projecten is nu namelijk nog niet mogelijk. Dat komt doordat nog niet voor alle opgaven een vertaling is gemaakt naar concrete projecten en locaties in de stad. Pas als die projectvoorstellen verder zijn uitgewerkt, kunnen we inhoudelijk kiezen bij een volgende voorjaarsnota. Bij de voorjaarsnota 2024 verwachten we die inhoudelijke prioritering wel te kunnen uitvoeren. Sparen voor de OV-schaalsprong In het BO-MIRT (november 2022) hebben we toegezegd de gemeentelijke bijdrage aan de eerste stap van de ov-schaalsprong te verhogen van 85 miljoen euro naar 200 miljoen euro. Dit bedrag kunnen we dekken met eerder in de begroting opgenomen spaarbedragen. Bij het BO-MIRT is echter geconstateerd dat om de eerste stap te kunnen uitvoeren, rijk, provincie en gemeenten Utrecht en Nieuwegein nog onvoldoende budget hebben gereserveerd. In het coalitieakkoord is vastgelegd 3,3 miljoen euro per jaar vrij te maken als structureel kapitaallastenbudget, wat ruimte biedt om onze cofinanciering te verhogen. Die kapitaallasten besteden we nog niet in 2026 en 2027. Dit bedrag kan daarom twee keer vrijvallen. In
25
het BO MIRT van 2024 zijn de inzichten over de ov-varianten en de kosten ervan in beeld en nemen Rijk en regio besluiten over de investeringen. Inzet resultaat grondexploitaties Het resultaat van de grondexploitaties in uitvoering is over het algemeen stabiel tot licht positief. Bij grondexploitaties die nog moeten starten met te realiseren programma zien we financiële problematiek als gevolg van marktontwikkelingen. De benodigde reservering voor opvangen van risico’s neemt toe (3 miljoen). De resultaten en risicoreservering worden verrekend met de reserve grondexploitaties. Na verwerking laat het meerjarig verloop van de reserve grondexploitaties een negatief resultaat zien in 2027 (0,48 miljoen). Bereikbaarheid Jaarlijks programmeren we binnen het programma bereikbaarheid de projecten die nodig zijn om de stad bereikbaar en leefbaar te houden. Op een aantal lopende projecten zijn knelpunten van in totaal 5 miljoen euro ontstaan, onder meer door prijsstijgingen, die we regulier binnen het programma zelf kunnen dekken. Daarnaast resteert er ruimte van ongeveer 10 miljoen euro binnen het investeringsbudget bereikbaarheid om aanvullende (knellende) wensen en ambities uit het coalitieakkoord te programmeren. In het MPR 2023 (hoofdstuk bereikbaarheid) is opgenomen welke projecten zijn ingepast in de financiële ruimte.
Vanwege de knellende financiële positie gebruiken we ook een deel van de niet-geprogrammeerde gelden binnen het MPR, om knelpunten in het brede financiële beeld op te lossen. Dit gaat om 5 miljoen euro van de niet-geprogrammeerde middelen voor de schaalsprong fiets en een structurele verlaging van het budget voor investeringen Bereikbaarheid met 0,85 miljoen euro (bezuiniging huidig beleid). Dit betekent dat we minder middelen beschikbaar hebben om de door de Raad vastgestelde doelen van het mobiliteitsplan 2040 te realiseren. Dat betekent concreet dat de bereikbaarheid onder druk komt te staan en we minder kunnen investeren in de schaalsprong fiets en fietsenstallingen zoals op de stations Overvecht, Vaartsche Rijn en Leidsche Rijn, en uitrol rekken/ trommels in de vooroorlogse wijken. De structurele verlaging van het investeringsbudget bereikbaarheid heeft ook effect op het deelprogramma Anders Reizen (waaronder Deelmobiliteit, Verkeersmanagement, Mobiliteitsmanagement en Goederenvervoer). Voor de consequenties voor dit deelprogramma verwijzen we naar het MPR pagina 136 (actualisatie MPB). De investeringen in bereikbaarheid waaronder Anders Reizen blijven nodig om de groeiende stad bereikbaar en leefbaar te houden. Dit betekent dat we bij een volgende voorjaarsnota ruimte hiervoor zullen blijven zoeken.
Samenvattend Tegelijk met deze voorjaarsnota hebben de meerjarenprogramma’s geactualiseerd. Inhoudelijke wijzigingen uit deze programma’s hebben we ook bij de integrale afweging van deze voorjaarsnota betrokken. Dit betreft de volgende punten: Meerjarenprogramma Ruimte (MPR): het verwachte tekort in het jaar 2027 van het pakket Groei in Balans lossen we op door naar rato de budgetten te verminderen (‘samen trap af’, ‘samen trap op’). Mocht op een later moment extra middelen beschikbaar komen, worden deze op dezelfde wijze verdeeld. Bij een volgende voorjaarsnota vindt een inhoudelijke weging van de verschillende projecten 2027 plaats; MeerjarenProgramma Bereikbaarheid: bij de actualisatie zijn de knelpunten opgelost. Van het resterende budget laten wij incidenteel 5 miljoen euro vrijvallen en structureel 0,85 miljoen euro om bij te dragen aan het oplossen van het tekort in het meerjarenbeeld; MeerjarenProgramma Bereikbaarheid: binnen de parkeerexploitatie hebben wij ruimte gemaakt voor tegemoetkoming parkeerkosten lage inkomens en toelage voor toezichthouders; Meerjarenprogramma Water en Riolering: in het programma is een ruimte van 4 miljoen euro, deze zetten wij in om het tekort in het meerjarenbeeld op te lossen in plaats van het verlagen van het tarief rioolheffing (3 euro per inwoner).
26
2.3 Klimaat We werken aan een klimaatvriendelijker Utrecht, waarbij we ons hoofdzakelijk richten op verduurzaming van energie en mobiliteit, vergroening en – meer recent – het tegengaan van energiearmoede. In deze voorjaarsnota stellen we aanvullend een aantal maatregelen voor op de energietransitie. Dit heeft als gevolg dat we een aantal extra maatregelen die we op groen willen doen, wat minder ambitieus kunnen uitvoeren.
2.3.1 Energietransitie Netcongestie Netbeheerders maken tijdelijk geen grote aansluitingen voor afname en teruglevering van elektriciteit. De komende jaren komt er naar verwachting mondjesmaat meer capaciteit, maar onvoldoende om aan de vraag te voldoen. De benodigde uitbreiding van het elektriciteitsnet om nieuwe transportcapaciteit beschikbaar te stellen, is niet eerder dan 2027-2029 afgerond. Deze problematiek raakt gebiedsontwikkeling (bv. Merwedekanaalzone, het Beurskwartier en het Utrecht Science Park), economie (bedrijventerrein Lage Weide), emissieloos vervoer (zero-emission zone voor stadslogistiek), energietransitie (aardgasvrij maken van bedrijven en wijken) en de voortgang van renovaties of uitbreidingen van scholen. De bouw van nieuwe woningen kan in principe doorgaan, maar is vaak onderdeel van grotere ontwikkelingen en daarom ook kwetsbaar. Mogelijke oplossingsrichtingen waarmee we enige transportcapaciteit creëren voor het uitvoeren van grote gebiedsontwikkelingen, zijn slimme netoplossingen, nieuwe samenwerkingen en innovatie. Voor deze rol is aanvullende capaciteit en budget nodig voor programmamanagement, pilots en projecten, inhuur van externe experts, informeren verschillende doelgroepen zoals bedrijven, implementeren van maatwerkoplossingen en middelen daarvoor (o.m. bij scholen).
Daarom stellen we voor om voor de periode 2024 tot en met 2026 extra te investeren in de aanpak van de netcongestieproblematiek. De netcongestie raakt mogelijk dus ook de voortgang van renovaties of uitbreidingen van scholen (Van Asch van Wyckschool, SO Lux, Willibrordschool). Wij verwachten dat scholen een plek krijgen in het nieuwe prioriteringskader voor uitbreiding stroomnet. Daarom stellen we voor om mogelijke kosten voor acute oplossingen nu als risico aan te merken en hiervoor geen aanvullende middelen voor beschikbaar te stellen. Investeringsvragen in warmte, water en energie Komende jaren komen er naar verwachting verschillende investerings- en deelnemingsvragen op ons af. Zoals in warmtenetten, netwerkbedrijf Stedin, waterleidingbedrijf Vitens en een ontwikkelbedrijf voor energieopwekking. We willen een bijdrage kunnen leveren aan de benodigde ontwikkelingen en voelen de verantwoordelijkheid om als grote stad mee te betalen aan de (energie)transitie. Daarom stellen we voor om nu incidentele middelen te reserveren om rentelasten in dergelijke deelnemingen mee te kunnen financieren. Onze ambitie is om eind 2023 een totaalbeeld van en strategie voor bovenstaande investeringsvragen te hebben om uw raad gewogen keuzes te kunnen laten maken.
Uitgangspunt bij dit soort investeringen is dat het dividend (na een aantal aanloopjaren) de rentelasten dekt en over de gehele looptijd het rendement positief is. De dekking voor deze voorgestelde reservering komt dan ook uit het verwachte dividend, in de periode 2024 tot en met 2026 aangevuld met middelen uit het Programma Energietransitie. Een concrete investeringsvraag die we op korte termijn verwachten (en die we met de voorgestelde middelen eventueel kunnen vervullen) is in het netwerkbedrijf Stedin. Stedin moet in de komende jaren een miljarden investering doen in haar netwerk om de autonome ontwikkelingen (nog los van congestieproblematiek) te kunnen blijven aansluiten én om de energietransitie te faciliteren. De afgelopen jaren hebben de huidige aandeelhouders (o.a. Rotterdam, Den Haag en Dordrecht) het eigen vermogen van Stedin versterkt. Echter, er is meer eigen vermogen nodig en Stedin zal hoogstwaarschijnlijk komende zomer bij nieuwe aandeelhouders om 300 miljoen extra eigen vermogen vragen. Het betreft hier een gezamenlijke opgave. Het is al bekend dat de provincie Utrecht ongeveer 75 miljoen euro heeft gereserveerd.
27
Uitvoering Erkende Maatregelenlijsten Energiebesparing (EML) Aan uw raad is in november 2022 toegezegd dat de gemeente de Erkende Maatregelenlijsten Energiebesparing (EML) uitvoert (kenmerk 10527897). In deze raadbrief is ook aangegeven dat de kosten van deze energiemaatregelen worden doorbelast aan gebruikers en daarmee sprake is van voorfinanciering. De kosten kunnen we terugverdienen binnen tien jaar van uitvoering. Deze investeringen nemen we op in het MPUV. Voor commerciële huurders verhogen we de huur als we de maatregelen uitvoeren. Om het proces te versnellen stellen we voor om voor de maatschappelijke huurders de gemaakte exploitatielasten direct te verrekenen met bijbehorende beleidsbudget. Dit als alternatief voor het opstarten van onderhandelingen met honderden huurders. Via de jaarlijkse update van het MPUV monitoren we het uitvoeren van deze maatregelen en delen die met uw raad. Daarnaast dekken we 1 miljoen euro voor het vervangen van de verlichting in het stadskantoor vanuit de reserve groot onderhoud. Dit vanwege het vervroegd afschrijven van verlichtingsarmaturen. Elektrificatie eigen vloot Met ingang van 2025 moet de bevoorrading in de binnenstad emissievrij zijn.
Hierover zijn in het raamwerk Zero Emission Stadsdistributie Utrecht afspraken gemaakt tussen de gemeente Utrecht, Transport Logistiek Nederland (TLN), Ondernemersorganisatie Evofenedex en Centrum Management Utrecht (CMU). Het beoogd effect is een gezondere leefomgeving door minder uitstoot gevende vervuiling voor inwoners, bedrijven en bezoekers van de stad. De gemeente geeft het goede voorbeeld door de eigen vloot om te bouwen naar emissievrije vaartuigen. Voor deze elektrificatie van de eigen vaartuigen stellen wij voor extra financiële middelen ter beschikking te stellen. Samenvattende tabel Tabel: bijsturingen energietransitie x € 1.000 I/ 2027 S
2023
2024
2025
2026
Elektrificatie eigen vloot
0
0
250
250
250
S
Netcongestie - Programma Energietransitie
0
880
880
880
0
I
Investeringsvragen warmte, water en energie
0
600
600
600
600
S
Totaal
-
1.480
1.730
1.730
850
2.3.2 Vergroening Groen groeit mee om de stad leefbaar te houden en de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. We blijven investeren in extra bomen en de groeninitiatieven in de stad. We hebben kritisch gekeken en afgewogen welke werkzaamheden we kunnen combineren en - gezien de financiële situatie – ook iets minder van onze extra ambities kunnen oppakken. Veel nieuwe bomen, maar niet voor elke nieuw woning een boom In het coalitieakkoord is de ambitie opgenomen om voor elke nieuwe woning een boom te planten, zonder dat daarvoor budget ter beschikking is gesteld. Binnen het MGP is financiële ruimte opgenomen voor het oppakken van vergroeningskansen bij groot onderhoud, aanleg wegen, gebiedsontwikkelingen en bewonersinitiatieven. Op deze manier voegen we zo veel mogelijk extra hectares groen toe als we aan het werk zijn. Bij deze vergroeningskansen kijken we ook naar de mogelijkheid om zo veel mogelijk bomen te planten, mits dit aansluit bij de omstandigheden. Hiermee maken we de ambitie nog niet volledig waar in hetzelfde tempo, maar ligt de nadruk wel op het planten van bomen daar waar we groen toevoegen. Groenloket in drie wijken, ook voor zelfbeheer-initiatieven openbaar groen In het coalitieakkoord is de ambitie opgenomen om een groenloket in te stellen voor verzoeken voor het opheffen van parkeerplaatsen en vergroenen.
Het uitvoeringsbudget dat beschikbaar is gebruiken we om initiateven in de wijken Overvecht, Rivierenwijk en West-Noordwest groter op te kunnen pakken. Dit zijn de wijken die daar het meeste bij zijn gebaat; in andere delen van de stad kunnen inwoners bij het groenloket een beroep doen op het initiatievenfonds.
28
Bij de groenloketten kunnen inwoners ook terecht met zelfbeheer initiatieven of voor vergroeningsinitiatieven. Met het actieplan zelfbeheer van openbaar groen willen we het zelfbeheer in Utrecht stimuleren. De toenemende aandacht voor zelfbeheer, zoals buurtbijeenkomsten, landelijke geveltuinen dag, tegelwippen en een vernieuwde website leiden tot een verhoogde vraag naar gemeentelijke ondersteuning en coördinatie. Gezien de schaarse middelen kiezen we ervoor om het zelfstandige budget voor zelfbeheer niet mee te laten groeien met de stadsbrede vraag. Nieuwe kolken amfibievriendelijk Een amfibievriendelijke kolk is een kolk waarin een uitklimmat (of iets vergelijkbaars) is aangebracht. We stellen voor dat we vanaf 2024 alle nieuwe kolken bij nieuwbouw en riool-vervanging standaard amfibievriendelijk maken. Bij de behandeling van de raadsbrief over amfibievriendelijke kolken is toegezegd aan te geven wat de consequenties zijn om rioolkolken in beheer van gemeente Utrecht zo snel mogelijk amfibievriendelijk te maken. Het aanpassen van alle 89.000 kolken kost naar inschatting 4,45 miljoen euro. Gezien de investering die het vraagt, kiezen we ervoor om niet meteen alle bestaande kolken te vervangen, maar wel alle nieuwe kolen amfibievriendelijk te maken. Meerkosten watergeven Als gevolg van klimaatverandering krijgen we steeds warmere en drogere zomers.
Dit heeft geleid tot een sterke toename in het water geven aan vooral jonge aanplant. Water geven is noodzakelijk om te voorkomen dat vooral de jonge aanplant het niet overleeft. Geen watergeven, leidt tot een hoge kostenpost voor zogenaamde inboet (het vervangen van dode planten en aanplant). Samenvattende tabel Tabel: Bijsturing vergroening x € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027 I/S
Meerkosten watergeven
170
170
170
170
170
Totaal
170
170
170
170
170
2.4 Levendige en leefbare stad Utrecht is een aantrekkelijke stad waar mensen graag zijn en die mensen graag bezoeken. We werken aan een stad waar ondanks de groei de ruimte is en blijft om plezier te hebben en te ontspannen. De huidige financiële omstandigheden maken dat we soms moeilijke keuzes moeten maken. Daarbij kiezen we ervoor te investeren in de wijken en in de goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Uitvoering huidige locatieprofielen evenementen Voor 10 locaties in de stad stellen we dit jaar locatieprofielen op. Hierin geven we kaders voor het gebruik van elke locatie. Voor het beheer van en toezicht op de huidige locatieprofielen stellen we voor om 100.000 euro vrij te maken. Dit dekken we uit de extra middelen voor lokale economie uit het coalitieakkoord. Na het opstellen van de eerste locatieprofielen kijken we verder naar mogelijkheden voor profielen voor meer locaties in de stad. Exploitatie culturele instellingen Jongerencultuurhuis Leidsche Rijn en wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone: We vinden het van groot belang dat het cultuuraanbod groeit in onze wijken. Daarom kiezen we er voor het budget dat in het coalitieakkoord was gereserveerd voor topcultuur in te zetten voor de invulling van deze twee cultuurhuizen. Hiermee komen er twee waardevolle culturele voorzieningen in nieuwe wijken en groeit cultuur mee met de groei van de stad.
29
S
Exploitatietekort Domplein 4: Om de exploitatie sluitend te krijgen door hogere huurinkomsten stellen we voor om een beheerder aan te stellen via een incidentele impuls voor twee jaar. Het uitgangspunt daarbij is dat door het pand maximaal te benutten er extra inkomsten komen waarmee we de exploitatie en de beheerder kunnen betalen. Versterken economische basis: ondernemer centraal, vitale winkelgebieden en werklocaties We versterken de economische basis van onze stad met twee maatregelen. We verlengen het ondernemersloket ‘Ondernemer centraal’, waar ondernemers terecht kunnen met hulpvragen bij schulden, hogere energiekosten en inkooplasten, personeelstekorten, digitalisering- & verduurzaming vraagstukken en juridische kwesties. We gaan ook door met de samenwerkingsaanpak Morgen Mooier Maken in 2023 en 2024. Samen met partners werken we concreet en voor de lange termijn uit hoe we de winkelstraten in de binnenstad met oplopende leegstand veranderen naar straten met winkels en andere (mix) voorzieningen en functies. Door deze samenwerkingsaanpak voorkomen we ondermijning in en verloedering van sommige winkelstraten. Ook geven we zo concreet en gericht inhoud aan nieuw Utrechts ondernemerschap, waarin circulair, gezond en duurzaam, sociaal, lokaal en ambachtelijk belangrijke ingrediënten zijn.
Tenslotte maken we de impuls in de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) structureel door de rente- en uitvoeringskosten te dekken (deze waren incidenteel gedekt vanuit de coronapakketten). Samen met de OMU investeren we in de verdichting en verduurzaming van werklocaties. Sporthal voor Vleuten De Meern We stellen voor om de gymzalen bij de in 2025 nieuw te realiseren VO-school Vleuten De Meern op te waarderen naar een sporthal. We komen daarmee tegemoet aan het tekort aan binnensportruimte door de sporthal – die overdag beschikbaar is voor bewegingsonderwijs – in de avonduren beschikbaar te maken voor sportverenigingen. Dit is een belangrijke en nodige toevoeging aan de sportcapaciteit in Vleuten de Meern, maar vraagt een moeilijke keuze. Om de sporthal te bouwen moeten we de bouw van de sporthal Voordorp (voorzien in 2027) vooralsnog uit stellen. We dekken de kosten uit de kapitaallasten die daarvoor waren gereserveerd. Ter overbrugging van de eerste twee jaren zetten we het spaarbedrag van één jaarschijf voor renovatie/vervanging van zwembaden in. Hiermee kunnen we de zwembaden nog steeds volgens planning renoveren. Tegengaan van verrommeling die ontstaat door bijplaatsingen Afval dat naast de ondergrondse afvalcontainer is gezet noemen we ‘bijplaatsing’.
Het aantal bijplaatsingen bij ondergrondse inzamelpunten neemt nog steeds toe en ook het aantal meldingen van overlast stijgt jaarlijks behoorlijk. Het niet of niet tijdig weghalen van bijplaatsingen heeft een aantrekkende werking voor nieuw bij te plaatsen afval, met gevolgen voor verrommeling, ongedierte en verontreiniging. Vanwege de sterke toename in het aantal meldingen/bijplaatsingen en de uitbreiding van het aantal ondergrondse inzamelpunten willen we de capaciteit uitbreiden om de afgesproken doelen met betrekking tot de kwaliteit van onze openbare ruimte te kunnen halen.
30
Samenvattende tabel Tabel: Bijsturingen levendige en leefbare stad x € 1.000 Omschrijving
2023
2024
2025
2026
Toelage toezichthouders en handhavers
942
942
0
0
0
I
Locatieprofielen evenementen
0
100
100
100
100
S
Kostprijsdekkende huur en beheer Domplein 4
0
200
200
0
0
I
Exploitatiesubsidie jongerencultuurhuis Leidsche Rijn
0
0
425
425
425
S
Exploitatiesubsidie wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone
0
0
0
0
425
S
2.540
0
0
0
0
I
253
204
0
0
0
I
0
0
605
605
605
S
150
150
150
150
150
S S
Ondernemer Centraal Vitale winkelgebieden en transformatie binnenstad Vleuten De Meern Verwijderen bijplaatsingen bij ondergrondse inzamelpunten Uitvoeringskosten Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) Totaal
2027 I/S
100
100
70
70
70
3.985
1.696
1.550
1.350
1.775
2.5 Uitvoering Om de groei van de stad in goede banen te houden, is een gemeentelijke organisatie nodig met voldoende slagkracht. Ondanks de financiële krapte zien we de urgentie van investeren in de uitvoering en doen dit daarom ook. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat onze inwoners en ondernemers meer zeggenschap hebben over wat we doen en nemen we daar ook een extra actie op. Burgerberaad We willen de grote uitdagingen van Utrecht samen met de stad aanpakken en Utrechters meer zeggenschap geven over te maken keuzes. Daarom stellen we voor budget te reserveren om een eerste burgerberaad te organiseren. Met een diverse vertegenwoordiging, om de verbinding te maken tussen bewoners en de politieke besluitvorming. We stellen voor het eerste burgerberaad te houden over hoe de jaarwisseling een feest voor iedereen kan zijn. Wanneer de uitkomsten van het eerste burgerberaad leiden tot nadere uitvoeringskosten bekijken we op dat moment hoe we tot een dekkingsvoorstel komen. Diverse en inclusieve gemeentelijke organisatie We zien een urgentie op het versterken van diversiteit in de organisatie en het meer inclusief maken van de organisatie. Maatschappelijke sensitiviteit moet meer onderdeel worden van ons professioneel handelen.
We investeren in de eerste stappen van de aanpak zoals geschetst in het contourenplan Contouren van de Organisatiebrede aanpak Inclusie en Diversiteit Geen extra capaciteit voor toename meldingen toezicht We zien dat het aantal meldingen aan de gemeente met een handhavingsverzoek toeneemt. Het gaat om meldingen over overlast, openbare ruimte gebruik en aanpassingen daarvan. We prioriteren daar waar gevaarlijke situaties ontstaan en laten de bouwkundige meldingen als eerst liggen en pakken die later op. Dat gaat bijvoorbeeld om plaatsing van dakkapellen en schuttingen. Functiewaardering publieksdienstverlening De krapte en dynamiek op de arbeidsmarkt heeft veel invloed op de invulling van de functies in de publieksdienstverlening. De functies waar de bezetting het meest nijpend was, zijn geherwaardeerd: van groot belang om medewerkers perspectief te bieden en potentiële nieuwe medewerkers aan te trekken, om daarmee de dienstverlening op peil te houden. De structurele effecten van de toename van de dienstverleningsvraag door de groei van de stad nemen we mee in de actualisatie van het referentiekader groei.
31
Arbeidsmarkttoelage toezichthouders en handhavers De arbeidskrapte zorgt ervoor dat het in het afgelopen jaar, maar naar verwachting ook de komende jaren, zeer moeilijk is om personeel aan te trekken en te behouden. In het bijzonder doet zich dit voor bij de functies van toezichthouders en handhavers. Voor een deel zijn functies voor vergunningverleners in 2022 al geherwaardeerd. Vooruitlopende op de herwaardering van het gemeentebrede functiehuis, geven we toezichthouders en handhavers een arbeidsmarkt toelage om uitstroom te remmen. Samenvattende tabel Tabel: bijsturingen Uitvoering x € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
I/S
Burgerberaad
58
464
0
0
0
I
Opgave Inclusie & Diversiteit voor de interne organisatie
200
500
500
500
500
S
Functieherwaardering PBZ
400
800
800
800
800
S S
Arbeidsmarkttoelage toezicht Totaal
32
819
819
819
819
819
1.477
2.583
2.119
2.119
2.119
3 Financiële strategie Het actuele financiële meerjarenbeeld laat een tekort zien voor alle begrotingsjaren. Uitgangspunt van ons financieel beleid is om een financieel gezonde gemeente te zijn. Dit zijn we met een sluitende meerjarenbegroting en met voldoende financiële buffers om tegenvallers op te vangen. Met onze financiële strategie brengen we het financiële beeld weer in evenwicht en houden we onze buffers op peil. In hoofdstuk 4 beschrijven we het totale pakket aan financiële maatregelen. In onze financiële strategie nemen we vier extra maatregelen ten opzichte van voorgaande jaren, om daarmee het financieel tekort in te vullen: 1) Risico-inschatting We begroten realistisch onze kosten en inkomsten en maken daarbij een inschatting maken van de extra risico’s over de ontwikkeling van deze kosten en inkomsten, om geen onnodig tekort in de begroting te laten ontstaan en onnodige bezuinigingsmaatregelen te voorkomen. In deze voorjaarsnota maken we voor op drie ontwikkelingen een inschatting van verwachte rijksinkomsten, waarvan de hoogte nog onzeker is (a t/m c). Daarnaast hebben we het tempo waarin wij investeringen kunnen realiseren extra kritisch onder de loep genomen om planningsoptimisme zo veel mogelijk tegen te gaan (d). Dit leidt tot een hoger risicoprofiel van de programmabegroting, omdat we minder goed in staat zullen zijn om tegenvallers op te vangen.
a) Inkomsten Rijk vanaf 2026: we rekenen op een toereikende oplossing vanuit het Rijk voor de structurele korting die vanaf 2026 is doorgevoerd op het gemeentefonds (ook wel: “ravijn 2026”) en het in ere herstellen van het principe trap op, trap af (aanzetten normeringssystematiek). Bij deze inschatting betrekken we ook de motie Accres vanaf 2026 die is aangenomen bij de Begroting 2023. In haar voorjaarsnota heeft het Rijk hiervoor extra middelen beschikbaar gesteld, de financiële uitwerking naar gemeenten vindt plaats in de meicirculaire. Wel is duidelijk dat dit bedrag niet aansluit bij het bedrag dat gemeenten vanaf 2026 verwachten te ontvangen om de taken naar behoren te kunnen uitvoeren. b)
Hervormingsagenda jeugd: vooruitlopend op de uitkomst van de gesprekken tussen gemeenten en Rijk gaat we uit van een verlaging van de bezuiniging van het Rijk; daarnaast verwachten we dat het Rijk een deel van de bezuinigingsopgave voor haar rekening neemt. Zie voor nadere toelichting paragraaf 2.1.1.
c)
Ontwikkelingen bestaand beleid gemeentefonds: volgens de huidige systematiek wordt een aantal inkomsten achteraf met de gemeente verrekend. Dit leidt dan achteraf tot een meevaller. Grote posten zijn de compensatie loonontwikkeling en het overschot btw-compensatiefonds. In tegenstelling tot voorgaande jaren hebben wij deze inkomsten nu wel begroot.
d)
Planningsoptimisme: investeringen worden niet altijd volgens planning gerealiseerd. Dat leidt dan aan het einde van het jaar tot een positief jaarrekeningresultaat. Bij het actualiseren van de meerjarenplannen is hier beter rekening mee gehouden, wat de financiële ruimte in de begroting vergroot.
Bij het bepalen van de risico-inschatting zijn de onderstaande overwegingen leidend: Wendbaarheid: de mogelijkheid om tijdig bij te sturen Omvang: hoe verhoudt de optelsom van de risico's zich ten opzichte van de totale omvang van de begroting Informatie: de ervaringen van de afgelopen jaren hebben we betrokken bij de risico-inschatting Mate onzekerheid binnen het risico: het betreft gecalculeerde en onderbouwde risico’s
33
2) Aanvullend compenseren voor inflatie 2022 In 2022 zijn de prijzen flink gestegen, met als gevolg inflatiecijfers die we sinds de jaren 70 niet meer hebben gezien. Dat heeft ook een effect op de uitgaven van de gemeente voor bijvoorbeeld contracten, bouwkosten en stijgende kosten bij maatschappelijke partners. Door alle budgetten generiek te verhogen met een aanvullende indexatie, sluit de begroting weer aan op een actueel en reëel prijsniveau. 3) Bijsturen op de huidige begroting Na bovenstaande maatregelen is nog steeds sprake van een financieel tekort. Daarom worden binnen de reguliere begroting maatregelen genomen om dit tekort op te lossen. a) Inkomsten verhogen Zoals afgesproken in het coalitieakkoord verhogen we de belastingen niet. Alleen voor knelpunten verhogen we een aantal kostendekkende tarieven (leges en huur) voor een kostenstijging gekoppeld aan dat tarief. b) Bezuinigen en bijstelling regulier beleid Daar waar de knelpunten en beleidsaanpassingen vragen om extra budget, is gekeken naar mogelijkheden om bij te sturen binnen het betreffende programma of beleidsveld. Dit betekent dat we ambities verlagen en dat bijstellen van het beleid soms nodig is. Uitgangspunt is dat we de prioriteiten uit het coalitieakkoord zoveel mogelijk ontzien.
c) Verminderen ambities uit coalitieakkoord Zoals afgesproken in het coalitieakkoord wordt ook gekeken naar de ambities uit dit akkoord. We stellen voor om een aantal ambities waar nog niet mee is gestart, te verlagen of te laten vervallen om het financiële tekort op te lossen (zie paragrafen 4.3.3 en 4.3.4).
34
4 Actualisatie financieel beeld Zoals in hoofdstuk 3 al is aangegeven, is ons uitgangspunt voor een financieel gezonde gemeente: een sluitende meerjarenbegroting met voldoende financiële buffers om tegenvallers op te vangen. Het vertrekpunt van het financiële beeld is niet rooskleuring. Zoals eerder benoemd wordt dit met name veroorzaakt door drie autonome ontwikkelingen: stijgende prijzen, toenemende zorgkosten en onzekere inkomsten van het Rijk. Ook vragen knelpunten en een aantal beleidsaanpassingen, zoals toegelicht in hoofdstuk 2, om extra financiële middelen. Denk daarbij aan netcongestie, diversiteit en inclusie of tegemoetkoming lage inkomens voor parkeren. Het financieel beeld laat voor alle jaren een tekort zien dat oploopt naar 76 miljoen euro in 2027. Zoals in de financiële strategie in hoofdstuk 3 is aangegeven, lossen we een deel van het tekort op door meer risico te nemen en de begroting aanvullend te compenseren voor inflatie. Daarnaast moeten we bezuinigen binnen regulier beleid én de ambities uit het coalitieakkoord bijstellen.
4.1 Financieel beeld Het totaal financieel beeld is weergegeven in onderstaande tabel. De paragrafen hierna geven een toelichting op elk onderdeel. Tabel: Financieel beeld Voorjaarsnota x € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
0
0
0
0
-21.072
-21.072
Financiële ontwikkelingen
34.382
23.801
25.570
45.364
17.199
18.510
Prijsstijgingen
-30.459
-29.814
-29.814
-29.814
-29.814
-29.814
Knelpunten
-6.784
-18.871
-22.286
-25.562
-26.984
-26.984
Groeikader
-4.411
-12.878
-12.878
-12.878
-12.878
-12.878
Vertrekpunt financieel beeld
-7.271
-37.761
-39.408
-22.890
-73.549
-72.238
Extra inzet voor beleid
-5.028
-5.548
-5.301
-4.456
-4.001
-4.001
Begroting 2023 Ontwikkelingen:
Wensen van de raad Tekort financieel beeld Uitwerking financiële strategie Verwachte rijksinkomsten Extra indexeren i.v.m. inflatie 2022 Bijsturen op de huidige begroting Begroting financieel beeld Kasschuif Saldo Voorjaarsnota
-587
-225
-225
-225
-225
-225
-12.886
-43.535
-44.933
-27.570
-77.775
-76.464
11.112
20.432
22.222
24.936
48.498
51.598
-10.100
-1.309
191
-309
-309
-309
9.573
11.342
19.449
24.396
26.575
25.175
-2.301
-13.070
-3.071
21.453
-3.011
0
2.301
13.070
3.071
-21.453
3.011
0
0
0
0
0
0
0
35
4.2 Vertrekpunt financieel beeld Bij de actualisatie van het financiële beeld worden de gesignaleerde financiële ontwikkelingen, knelpunten en noodzakelijke beleidsontwikkelingen financieel vertaald en verwerkt.
4.2.1 Financiële ontwikkelingen Extra inkomsten van het Rijk, het te bestemmen resultaat 2022 en de vrijval van corona reserve zorgen voor een positief saldo van de financiële ontwikkelingen. Deze zijn echter niet toereikend om de reservering voor groei van de stad en knelpunten op te vangen. Tabel: Financiële ontwikkelingen x € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
Autonome ontwikkelingen
12.520
10.923
12.692
32.486
4.321
5.632
Groei van de stad
4.411
12.878
12.878
12.878
12.878
12.878
Te bestemmen resultaat 2022
12.592
Vrijval corona middelen
4.859 23.801
25.570
45.364
17.199
18.510
Totaal
34.382
Autonome ontwikkelingen Onder autonome ontwikkelingen verstaan wij financiële ontwikkelingen voortkomend uit inkomsten gemeentefonds, rente en dividend, te bestemmen resultaat 2022 en doorwerking vastgesteld beleid. Prijsstijgingen worden toegelicht in paragraaf 4.2.2. Tabel: Autonomen ontwikkelingen x € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
Gemeentefonds
10.740
11.473
12.442
32.236
9.981
12.702
Rente
1.530
-800
250
250
250
250
250
250
Afdracht Grondexploitatie Leidsche Rijn
0
0
0
0
-4.500
-4.500
Nota Beheer openbare ruimte
0
0
0
0
-950
-1.900
Uitvoeringsprogramma Werk aan de werf
0
0
0
0
-460
-920
12.520
10.923
12.692
32.486
4.321
5.632
Dividend
Totaal
Inkomsten uit het gemeentefonds De inkomsten uit het gemeentefonds zijn geactualiseerd met het effect uit de septembercirculaire, toevoeging van een extra jaar en indexatie vanaf 2024 (11,8 miljoen euro structureel). Deze indexatie is procentueel lager dan de indexatie die wij hanteren, vooral bij de compensatie voor de loonstijging is het verschil groot, zie ook risico inschatting. Onze inkomsten worden op de reguliere wijze met een prijsindexatie verhoogd. Hierin werkt de werkelijke cao-stijging 2023 in door. Per saldo zijn de compensatie uit het gemeentefonds en de tarieven niet voldoende om te prijsstijging op de begroting te compenseren. Het Rijk heeft onze inkomsten voor het jaar 2026 incidenteel met 20,4 miljoen euro verhoogd. Dit als compensatie voor de eerdergenoemde korting op het gemeentefonds uit het regeerakkoord. Deze compensatie is lager dan de doorgevoerde korting.
36
Rente en dividend De afgelopen periode zijn rentepercentages voor leningen verhoogd. Dat heeft een effect op onze toekomstige (her)financiering en werkt geleidelijk door in de rente die wij als gemeente betalen. We verwachten dat door deze ontwikkeling de interne rekenrente in 2025 moet worden verhoogd, zoals de BBV-richtlijn voorschrijft. In het financiële beeld hebben we daarom het renteresultaat tot en met 2024 opgenomen. Dit resultaat wordt naast het rentepercentage ook bepaald door de verwachte uitgaven voor investeringen. In 2023 geeft dit een voordeel van 1,5 miljoen euro en in 2024 heeft dat een nadelig effect van 0,8 miljoen euro. Daarnaast zijn de dividendinkomsten met 0,25 miljoen euro verhoogd, dit op basis van positieve verwachtingen rond onze deelneming in de BNG-bank. Afdracht grondexploitatie Leidsche Rijn In de periode vanaf 2024 is er sprake van een geleidelijk aflopende grondexploitatie Leidsche Rijn. In de grondexploitatie Leidsche Rijn is rekening gehouden met een jaarlijkse afdracht van 4,5 miljoen euro aan de gemeentebrede financiële ruimte tot en met 2026. In het meerjarig financieel beeld houden wij rekening met het vervallen van de afdracht Leidsche Rijn vanaf 2027.
Doorwerking vastgesteld beleid In het vastgestelde beleid voor ‘beheer openbare ruimte’ en ‘werk aan de werf’ gaan we uit van een jaarlijkse stijging van het benodigde budget (1,4 miljoen). Deze stijgende lijn is meegenomen in het financieel beeld door een verhoging van het budget voor 2027 en het structurele budget. Groei van de stad Op basis van de actuele bevolkings- en woningen prognose wordt bepaald wat de extra inkomsten in de algemene uitkering en onroerendzaakbelasting (OZB) voor deze groei zijn. De groei baseren wij op de recente Utrechtse bevolkingsprognose, deze wordt jaarlijks geactualiseerd en gepresenteerd op Bevolkingsprognose | gemeente Utrecht. We actualiseren het lopende jaar en ramen de groei voor het komende jaar. De groei voor het komend jaar trekken we structureel door. We ramen dus niet de groei voor de jaren t+2+3+4. Volgens de spelregels dragen we 11% van de OZB-inkomsten af aan het ondernemersfonds. Tabel: Groei van de stad x € 1.000
Toename gemeentefonds
2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
4.411
12.296
12.296
12.296
12.296
12.296
582
582
582
582
582
4.411
12.878
12.878
12.878
12.878
12.878
Toename OZB Totaal
Te bestemmen resultaat 2022 Het voorlopige resultaat over het afgelopen jaar 2022 nemen we zoals gebruikelijk mee bij de integrale afweging. Het resultaat bestaat uit het positieve saldo van de Tweede bestuursrapportage (8,4 miljoen euro) en het jaarrekeningresultaat (4,1 miljoen euro). Dit resultaat over 2022 is nog onder voorbehoud van de accountantscontrole en besluitvorming over de bestedings- en dekkingsvoorstellen. Vrijval corona reserve Zoals bij de Tweede Bestuursrapportage 2022 is besloten, bedraagt de vrijval van de bestemmingsreserve Corona per saldo 4,9 miljoen euro. Het saldo van de bestemmingsreserve bedraagt ultimo 2022 10,8 miljoen euro, daarvan zetten we in 2023 nog 5,9 miljoen euro in om de investeringen uit maatregelenpakket 4 te kunnen afronden.
37
4.2.2 Prijsstijgingen De inflatie is vanaf 2022 sterk toegenomen en deze ontwikkeling werkt nog steeds door. Gevolgen daarvan zijn dat een hogere CAO voor 2023 is afgesloten (gemiddelde stijging 7,9%), en dat de indexatie van de materiele budgetten hoger uitvalt. De indexatie wordt voor een deel gecompenseerd door de indexatie uit het gemeentefonds en van OZB en heffingen. Deze compensatie is echter niet toereikend om de extra kosten te dekken. Dit geeft een structureel tekort van 69,3 miljoen euro. Hieronder staan de indexcijfers voor 2024 opgenomen. Tabel: Indexcijfers 2024 Indexatie 2024 loonkosten 3,5% Grond-, weg- en waterbouw 8,2% Bouwkosten 5,3% Subsidiebudgetten 4,0% Overige materiële budgetten 5,0% Tarieven, belastingen en leges* 7,0% * in deze indexatie is ook het effect van de hogere cao-stijging 2023 en wordt nog verhoogd voor de compensatie inflatie 2022. In de huidige begroting is de meegenomen stijging van de inflatie 2022 niet toereikend. In de financiële strategie (zie paragraaf 4.3.2) geven wij hier invulling aan.
4.2.3 Knelpunten Op een aantal financiële ontwikkelingen hebben wij geen invloed; we noemen dat knelpunten. Dit zijn ontwikkelingen die voldoen aan drie criteria: Onvermijdbaar: ontwikkeling die met zekerheid op ons afkomt Onoplosbaar: niet op te vangen zonder inhoudelijk bijsturen van het beleid of door prioriteren binnen andere budgetten van het beleidsdoel Onuitstelbaar: we moeten nu handelen, uitstel is niet mogelijk In deze voorjaarsnota zijn de volgende knelpunten opgenomen:
38
Tabel: Knelpunten X € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
2.965
10.421
15.066
19.772
21.194
21.194
0
1.070
430
0
0
0
Digitaal Kinddossier Jeugdgezondheidszorg
430
250
250
250
250
250
Leerlingenvervoer
680
0
0
0
0
0
1.060
1.060
0
0
0
0
Jeugdhulp en Wmo tekort Jeugdwet en Wmo extra capaciteit
Asielopvang Meerkosten watergeven
170
170
170
170
170
170
Uitvoering energiemaatregelen (EML)
0
3.450
4.450
3.450
3.450
3.450
Toename kosten RUD door stijging cao
0
71
71
71
71
71
Overdracht taken aan RUD per 1 januari 2023
160
160
160
160
160
160
Overdracht taken aan RUD per 1 januari 2024 Uitvoeringskosten Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU)
0
PM
PM
PM
PM
PM
100
100
70
70
70
70
Functieherwaardering toezicht en handhaving
819
819
819
819
819
819
Functieherwaardering publieksdienstverlening
400
800
800
800
800
800
Autonome groei plubieksdienstverlening Totaal knelpunten
0
500
0
0
0
0
6.784
18.871
22.286
25.562
26.984
26.984
4.2.4 Groeikader De inkomsten door toename van het aantal inwoners en woningen oormerken wij voor het opvangen van de gevolgen van de groei van de stad, groei voor groei (zie 4.2.1 groei van de stad). Deze middelen verdelen we tussen het referentiekader groei, de voorzieningenstructuur Leidsche Rijn en het investeringspakket Groei in Balans. Tabel: Verdeling groeikader x € 1.000 2024 en verder Referentiekader groei Voorzieningenstructuur Leidsche Rijn Investeringspakket Groei in Balans Totaal groeikader (zie tabel groei van de stad)
5.846 500 6.532 12.878
39
Referentiekader groei De toenemende kosten van uitvoering van wettelijke taken als gevolg van de groei van de stad dekken we uit het referentiekader groei. Gespecificeerd naar programma betekent dit: Tabel: Verdeling referentiekader groei X € 1.000 2024
2025
2026
2027
Bewoners en Bestuur
190
190
190
190
Stedelijke ontwikkeling
138
138
138
138
1.155
1.155
1.155
1.155
Werk en inkomen
454
454
454
454
Onderwijs
180
180
180
180
Ondersteuning op Maat
3.207
3.207
3.207
3.207
Samenleven en Sport
456
456
456
456
Volksgezondheid
-50
-50
-50
-50
Veiligheid
116
116
116
116
Totaal
5.846
5.846
5.846
5.846
Openbare ruimte en groen
Investeringspakket Groei in Balans De inzet van de middelen voor het investeringspakket Groei in balans worden toegelicht in het MeerjarenProgramma Ruimte. Bij het raadsbesluit over de RSU 2040 is bepaald het meerjarenbeeld van het investeringsdeel van het groeikader te betrekken bij afwegingen over de jaarlijkse investeringsopgave. Om dat mogelijk te maken is hier een raming opgenomen van toekomstige tranches voor de jaren 2025 t/m 2027 van het investeringsdeel van het groeikader. Deze toekomstige tranches betrekken we bij de investeringsbeslissingen (c.q. het aangaan van verplichtingen).
4.2.5 Beleidsaanpassingen Ontwikkelingen in het afgelopen jaar leiden ook tot aanpassingen in ons reguliere beleid. In hoofdstuk 2 zijn de belangrijkste ontwikkelingen geschetst en de noodzakelijke beleidsaanpassingen beschreven. In totaal is structureel extra 4,0 miljoen euro nodig.
40
Tabel: Extra inzet voor beleid X 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
Burgerberaad
58
464
0
0
0
0
Toelage toezichthouders en handhavers Beleidsrijker maken verordening huisvesting scholen
942
942
0
0
0
0
0
0
42
42
42
42
Locatieprofielen evenementen
0
100
100
100
100
100
Beheer Domplein 4
0
200
200
0
0
0
Jongerencultuurhuis Leidsche Rijn
0
0
425
425
425
425
Wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone
0
0
0
0
425
425
Looptijd subsidie Omscholingsregeling
240
0
0
0
0
0
Ondernemer Centraal
2.540
0
0
0
0
0
645
645
645
0
0
0
253
204
0
0
0
0
Beweegprogramma op scholen
0
160
200
200
200
200
Elektrificatie eigen vloot Opgave Inclusie & Diversiteit voor de interne organisatie
0
0
250
250
250
250
200
500
500
500
500
500
Tegemoetkoming parkeerkosten lage inkomens
0
704
704
704
704
704
Sporthal Vleuten de Meern Verwijderen bijplaatsingen bij ondergrondse inzamelpunten
0
0
605
605
605
605
150
150
150
150
150
150
0
880
880
880
0
0
0
600
600
600
600
600
5.028 5.548 5.301 4.456 4.001
4.001
Modernisering sekswerkbeleid Vitale winkelgebieden en transformatie binnenstad
Netcongestie Investeringsvragen warmte, water en energie Totaal Extra inzet voor beleid
4.2.6 Wensen van de raad Ook de raad heeft een aantal ambities waar geld voor nodig is. Het gaat om: Bijdrage aardbeving Turkije en Syrië: een bedrag van 362.000 euro overgemaakt aan giro 555. Na toezegging op mondelinge vraag MV3 “slachtofferhulp naar aanleiding van aardbeving Turkije en Syrië, 8 februari 2023 Versterken democratieprogramma, aangedragen door Presidium: opzetten van een programma gericht op basisscholen die de weg naar het stadhuis niet weten te vinden en jongeren voor wie een bezoek aan het stadhuis niet vanzelfsprekend is. Hiervoor is een structureel bedrag nodig van 200.000 euro. Extra budget voor raadswissel. Gemeenteraadsverkiezingen vragen extra werkzaamheden die tot nu toe onvoldoende zijn begroot. Het gaat onder meer om opkomst-bevorderende maatregelen en inwerkprogramma voor raads- en commissieleden. Hiervoor is een structureel bedrag noodzakelijk van 25.000 euro. Tabel: Wensen van de raad X € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
Bijdrage aardbeving Turkije en Syrië
-362
0
0
0
0
0
Democratieprogramma
-200
-200
-200
-200
-200
-200
Raadswissel
-25
-25
-25
-25
-25
-25
-587
-225
-225
-225
-225
-225
Totaal Wensen van de raad
41
4.3 Uitwerking financiële strategie 4.3.1 Risico-inschatting In het coalitieakkoord is het ‘scherper aan de wind varen’ een van de financiële uitgangspunten. In motie 321 “Accres vanaf 2026” riep de raad op om de onzekere inkomsten van het Rijk risicovoller te begroten. In deze voorjaarsnota geven we hier invulling aan door verwachte rijksinkomsten in te calculeren. We verwachten dat er de komende periode meer duidelijkheid komt over de inkomsten van het Rijk. Door deze ontwikkelingen in te schatten en financieel te vertalen (risico inschatting) schetsen we een financieel beeld dat aansluit op onze verwachting over de ontwikkelingen. Op deze wijze voorkomen we dat vanwege onzekerheden over een aantal jaar, nú onnodig ingrijpende besluiten moeten nemen. Besluiten over maatregelen om het beleid aan te passen (bezuinigen) met impact op de stad, zoals op mensen die onze ondersteuning nodig hebben, op onze partners maar ook op de ambtelijke organisatie. Tabel: Verwachte rijksinkomsten X € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
Inkomsten Rijk vanaf 2026
0
0
0
0
23.352
26.452
Hervormingsagenda jeugd*
0
1.596
2.886
5.600
5.810
5.810
Ontwikkelingen bestaand beleid gemeentefonds
11.112
18.836
19.336
19.336
19.336
19.336
Totaal
11.112
20.432
22.222
24.936
48.498
51.598
* in besluitvorming meegenomen bij beslispunt over houdbaar stelsel jeugdzorg en Wmo Inkomsten Rijk vanaf 2026 In het regeerakkoord is het gemeentefonds vanaf 2026 gekort, vooruitlopend op a) een verruiming van het lokaal belastinggebied waarmee gemeenten zelf deze inkomsten kunnen realiseren en b) een nieuwe financieringssystematiek. Gelijktijdig is het principe “trap op/ trap af” buitenwerking gezet vanaf 2026. Daarmee groeit het gemeentefonds niet meer mee met beleidsimpulsen van het Rijk. Een technische toelichting van het Rijk over hoe deze korting is bepaald, ontbreekt. We verwachten dat de invoering van de verruiming van het lokaal belastinggebied op zich laat wachten en gaan ervan uit dat de korting vanaf 2026 wordt hersteld. De Kamermotie Van Weyenberg/ Van Dijk roept op om in de meicirculaire gemeenten duidelijkheid te geven. Daarop vooruitlopend worden gesprekken gevoerd door onder andere VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dat extra middelen beschikbaar komen is hieruit af te leiden, echter de omvang is nog onzeker. We gaan daarbij uit van het voortzetten van de reguliere systematiek met een reële compensatie voor de uitvoering van onze taken. Dat wil zeggen: dat gemeenten worden gecompenseerd voor de korting vanaf 2026 en het gemeentefonds vanaf 2026 weer groeit.
Het Rijk heeft in de voorjaarsnota bekend gemaakt de korting vanaf 2027 structureel te compenseren en stelt hiervoor 1 miljard euro beschikbaar. Ook wordt dan het principe van groei (normeringssystematiek) weer ingesteld, deze wordt gekoppeld aan het bbp. De financiële uitwerking naar gemeenten vindt plaats in de komende meicirculaire. Wel is duidelijk dat de toevoeging van 1 miljard euro aan het gemeentefonds niet aansluit bij het bedrag dat gemeenten vanaf 2026 verwachten te ontvangen om de taken naar behoren te kunnen uitvoeren. Met het gebruiken van BBP als groei indicator wordt, wat ons betreft, onvoldoende rekening gehouden met de stijgende zorgkosten (groei Wmo en jeugdhulp) en groei van de stad. Onze insteek is dat de gebruikte indicator hiervoor gecorrigeerd moet worden. Voor onze inschatting van de te verwachten inkomsten van het Rijk vanaf 2026 gaan wij ervan uit dat het korting uit het regeerakkoord volledig wordt gecompenseerd (prijspeil regeerakkoord) voor het definitief bevriezen van de opschalingskorting en de rijksuitgaven 2025 gelijk is aan 2026 en vanaf 2027 weer groeit. Met deze inschatting verwachten we 20 miljoen euro aan extra inkomsten vanaf 2027 en jaarlijks 3 miljoen euro voor de groei van het gemeentefonds.
42
Het gekozen scenario is risicovol, omdat het uitgaat van voortzetting van de extra investeringen uit het regeerakkoord. Het CPB heeft aangegeven dat een deel van de extra uitgaven van het Rijk voor 2026 structureel doorwerken, wat een hogere inschatting van de omvang van het gemeentefonds rechtvaardigt. Daarnaast kiezen we er bewust voor om deze hogere inschatting niet te berekenen tegen het huidige prijspeil. Daarmee wordt waardoor het risico deels wordt afgedekt. Als wel gekozen wordt om dit risico te nemen zijn de verwachte inkomsten 20 miljoen euro hoger. Een behoudenere optie is om te kiezen voor een lagere aanvulling vanaf 2026 door de gemiddelde groei van het gemeentefonds aan te houden, dit geeft 9 miljoen euro aan verwachte inkomsten in plaatst van de opgenomen 20 miljoen. Hervormingsagenda jeugd Een arbitragecommissie heeft in 2021 een uitspraak gedaan over de financiële middelen van gemeenten voor de gedecentraliseerde taken voor de jeugdhulp. Dit was aanleiding voor het opstellen van de Hervormingsagenda jeugd. Met het Rijk is lang gesproken over deze agenda, welke maatregelen gemeenten en Rijk inzetten en hoe dat zich vertaalt in de aangekondigde korting op het gemeentefonds. Eind april heeft dit geleid tot een principeakkoord. Op basis van de hoofdlijn hebben we een inschatting gemaakt van de extra middelen die worden toegevoegd aan het gemeentefonds.
Ontwikkelingen bestaand beleid gemeentefonds In de reguliere systematiek wordt het gemeentefonds jaarlijks verhoogd met de indexatie (loon- en overige prijsstijgingen). Ook wordt het saldo van het btw-compensatiefonds bepaald en het deel van het btw-compensatiefonds dat niet wordt gebruikt, vloeit terug naar het gemeente- en provinciefonds als incidentele extra inkomsten. Deze inkomsten nemen we nu niet mee in onze begrotingssystematiek.
Prijscompensatie 2023 De prijzen zijn gedurende 2022 sterk gestegen, dat zien we ook terug in onze cao-afspraak voor 2023. Met dit effect hebben we deels rekening gehouden in de Begroting 2023. Deze stijgende kosten worden voor een deel gecompenseerd in het gemeentefonds, door het toekennen van loonen prijscompensatie (LPO). Dit wordt jaarlijks in de meicirculaire toegekend op basis van de actuele raming van het CPB over de loonstijgingen in de overheidssector. Deze raming wordt verwerkt in de meicirculaire. Wij rekenen op een bijstelling van de loon- en prijscompensatie in de meicirculaire. Onze inschatting van de extra compensatie is gebaseerd op de prognose voor de loon- en prijsontwikkeling overheid van het CPB en verwachten 6,9 miljoen euro aanvullende inkomsten. Een meer risicovol scenario gaat ervan uit dat het Rijk incalculeert op de huidige raming van het CPB. Daarin is nog niet volledig rekening gehouden met onze cao-afspraak en een mogelijk aanvullende afspraak van het Rijk. Nacalculatie voor de LPO is niet de reguliere werkwijze. De aangekondigde nacalculatie voor de inflatie 2022 is hierop een uitzondering. Dit risicovollere scenario leidt naar verwachting tot structureel 6,1 miljoen euro aan extra inkomsten. Een behoudend alternatief is het vasthouden aan de reguliere werkwijze en de begroting nu niet aan te passen met deze verwachte extra inkomsten.
Btw-compensatiefonds Het btw-compensatiefonds is een afgezonderd deel van het gemeentefonds, waar gemeenten en provincies de btw kunnen compenseren die niet onder de Wet Omzetbelasting valt. Jaarlijks wordt door het Rijk bepaald of het budget voor het btw-compensatiefonds volledig is aangesproken. Als dit niet het geval is, valt het resterende deel uit dit fonds vrij in het gemeentefonds. Gemeenten en provincies krijgen dit deel uitgekeerd. In de afgelopen jaren hebben wij jaarlijks een teruggave ontvangen uit dit fonds. Over 2021 was dit 7,5 miljoen euro. Dit voordeel begroten wij tot nu toe niet, waardoor dit jaarlijks tot een positief resultaat leidt. Het btw-compensatiefonds heeft het plafond voorlopig nog niet bereikt. Omdat de omvang van het fonds ook meegroeit met het gemeentefonds, verwachten we dat het fonds ook de komende jaren een overschot laat zien. De afgelopen jaren is de teruggave uit het fonds jaarlijks toegenomen. We anticiperen vanaf deze voorjaarsnota daarom op deze inkomsten en rekenen dit voordeel structureel in met een vast percentage aan onderbesteding van het gemeentefonds, dit geeft structureel 8,5 miljoen euro aan extra inkomsten.
Er kan voor een behoudendere inschatting gekozen worden door dit te bepalen op basis van de gemiddelde teruggave van voorgaande jaren (voordeel 4,7 miljoen euro) of deze verwachte inkomsten gelijk te stellen aan de verwachte teruggave over 2022 van 7 miljoen euro.
43
Planningsoptimisme Investeringen worden niet altijd gerealiseerd volgens de inschatting bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Dit heeft diverse oorzaken, zoals: uitloop van werkzaamheden, vertragingen door bezwaren bij vergunningverlening, juridische procedures, beschikbare capaciteit in de markt voor de uitvoering, complexe besluitvorming. Dit effect is zichtbaar in de jaarstukken, doordat we de begrote kapitaallasten niet geheel uitgeven. Het is ook zichtbaar in de actualisaties van de meerjarenplannen, zoals het meerjarenprogramma Ruimte (MPR), het meerjarenprogramma Bereikbaarheid (MPB), etc. Uit de analyse van de jaarstukken blijkt een aanzienlijk deel van het positieve jaarrekening resultaat samen te hangen met deze vertraging, ook wel planningsoptimisme genoemd. Bij het opstellen van de meerjareninvesteringsplannen hebben we dit jaar scherper gekeken naar planningsoptimisme. Op basis van de ervaring uit voorgaande jaren en de beoordeling van de lopende en komende projecten is een inschatting gemaakt van dit effect. In het meerjarenprogramma Bereikbaarheid (MPB) en meerjaren investeringsprogramma beheer openbare ruimte (MJIP) werd hier regulier al rekening mee gehouden. Voor het meerjarenplan Onderwijshuisvesting (MPOHV) en meerjarenplan Utrechts Vastgoed (MPUV) hebben we nadrukkelijk een inschatting gemaakt van dit effect.
Door bij het opstellen van de meerjarenplannen rekening mee te houden met planningsoptimisme is de financiële ruimte ingezet om ontwikkelingen zoals prijsstijgingen op te vangen. Dit betekent ook dat er minder flexibiliteit is om onverwachte tegenvallers binnen het budget op te vangen. Voor vastgoedrenovatie projecten en voor de permanente huisvesting van Internationale school Utrecht (ISU) een nog ongedekt tekort van € 1,5 miljoen) achten wij het voor de jaren 2023-2025 haalbaar de bouwkostenstijgingen te dekken uit de toegezegde prijscompensatie en vertraging in projectuitgaven als gevolg van planningsoptimisme. Daarmee zijn de financiële buffers nagenoeg uitgeput. Voor de lange termijn moeten we nog oplossingen zoeken.
4.3.2 Extra compensatie voor inflatie 2022 Het effect van de toegenomen inflatie van vorig jaar, nemen we voor een deel mee in onze systematiek voor indexeren (3 jaargemiddelde). We merken dat deze stijging nu doorwerkt in de huidige uitgaven en aanbestedingen en leidt tot knelpunten. We willen voorkomen dat we daardoor nu in de bestaande budgetten moeten prioriteren. Daarom compenseren we hiervoor aanvullend de hele begroting, zoals aangegeven in debat en raadsbrieven over de prijsstijgingen. Dit betekent dat extra middelen beschikbaar komen om o.a. onze partners te compenseren, zoals de bibliotheek en andere gesubsidieerde instellingen. Door deze generieke stijging is ook het aantal knelpunten beperkt van bijvoorbeeld de actualisatie van de meerjarenplannen vastgoed en onderwijshuisvesting (MPUV, MPOHV). Deze middelen kunnen we inzetten om de knellende situaties gericht op te lossen. De extra kosten (10,1 miljoen euro) worden gedekt uit de door het Rijk extra toegezegde middelen (Najaarsrapportage 2022), reservering voor het na-ijl effect hiervan uit de Begroting 2023 en compensatie voor het opzeggen van het Gazprom contract. Dit werkt ook door in de indexatie van onze inkomsten (OZB, huur, leges, etc). Deze doorwerking beperken wij tot het deel wat niet gedekt is vanuit de middelen Rijk en Begroting 2023.
Per saldo is een bedrag van 0,3 miljoen euro niet gedekt en komt ten laste van de algemene middelen. Door deze maatregel verkleinen we het risico voor extreme prijsstijgingen en kunnen we de reservering hiervoor uit de Begroting 2023 verlagen met in totaal 1 miljoen euro. Daardoor resteert een jaarlijkse buffer van 2,5 miljoen euro voor 2024 en 2025. Een aantal knelpunten is (deels)opgelost door deze aanvullende compensatie voor inflatie, zoals: Contributie VNG Verlaging knelpunt leerlingenvervoer Financieel tekort bibliotheek Verlaging ingroeipad hervorming Wmo Prijsstijgingen in het meerjarenplannen: onderwijs en vastgoed Stadsbaantunnel: handhavingssysteem gevaarlijke stoffen t.b.v. openstellingsvergunning
44
In onderstaande tabel staan de kosten en bijbehorende dekkingsbronnen weergegeven. Tabel: Extra compensatie inflatie 2022 x € 1.000 2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
-16.800
-10.309
-10.309
-10.309
-10.309
-10.309
6.000
6.000
6.000
6.000
6.000
6.000
Begroot na-ijleffect inflatie 2022
0
2.500
4.000
4.000
4.000
4.000
Compensatie Gazprom contract
700 -309
-309
-309
Aanvullende compensatie Nacalculatie door Rijk
Verlagen reservering prijsstijgingen Totaal
-10.100
500
500
-1.309
191
4.3.3 Bijsturen op de huidige begroting Er zijn twee knoppen om aan te draaien om het tekort in de begroting op te lossen. Dit zijn inkomsten verhogen en bezuinigen. Daarbij ontzien we zoveel mogelijk de drie hoofdthema’s uit het coalitieakkoord: wonen, klimaat en bestaanszekerheid. Tabel: Bijsturen op de huidige begroting X € 1.000 Bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
Inkomsten verhogen
0
260
3.710
3.710
3.710
3.710
Bijsturen op de huidige begroting
8.783
10.192
14.849
19.796
21.633
20.233
Ambities uit het coalitieakkoord
790
890
890
890
1.232
1.232
9.573 11.342 19.449 24.396 26.575
25.175
Totaal
Inkomsten verhogen De inkomsten uit tarieven en leges verhogen we zoals gebruikelijk met de indexatie. Aanvullend daarop verhogen we een aantal kostendekkende tarieven, omdat de bijbehorende kosten sterker stijgen en er een knelpunt is ontstaan. Dit betreft huwelijksleges, leges vergunningen. De kosten van het erkende energiebesparende maatregelen (EML) aan gemeentelijke panden worden doorberekend aan de huurder. Tabel: inkomsten verhogen X € 1.000 Verhogen huwelijksleges i.v.m. stijgende kosten Verhogen leges vergunningen i.v.m. stijgende kosten Doorbelasting kosten verduurzaming aan huurders Totaal
2023
2024
2025
2026
2027
Structureel
0
60
60
60
60
60
0
200
200
200
200
200
0
0
3.450
3.450
3.450
3.450
0
260
3.710
3.710
3.710
3.710
Bezuinigen Voor alle knelpunten en aanvullende keuzes is binnen het programma gekeken naar bezuinigingsmogelijkheden, gericht op het alternatief inzetten van bestaande middelen of het aanpassen van het reguliere beleid. De knelpunten van jeugdhulp en Wmo hangen samen met een stijgende zorgvraag en het versnellen van de doordecentralisatie beschermd wonen. Wij stellen voor de tekorten die hierdoor in de begroting ontstaan, binnen het brede sociaal domein op te lossen. Dat vraagt om inhoudelijke keuzes. De uitgangspunten om dit te realiseren en het proces wat we daarvoor doorlopen, leggen we uit in paragraaf 2.1.1. Voor het resterende tekort is gekeken naar mogelijke ruimte in de begroting,
45
herschikking van budget en het bijstellen van beleid. Deze maatregelen staan in het onderstaande overzicht. Tabel: bezuinigingen huidig beleid X € 1.000 Bedragen x € 1.000