CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota en Bestuursrapportage 2025

Adviescommissie Controle en Financiën 5 juni 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorjaarsnota en bestuursrapportage 202537.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Voorjaarsnota en Eerste bestuursrapportage 2025

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Deel 1 | Voorjaarsnota 2025

5

1. Grote uitdagingen, stevige maatregelen

6

1.1 Een andere wereld

6

1.2 Financiële ontwikkelingen

8

1.3 Uitdagingen in meerdere opgaven

10

2. Financieel vertrekpunt en toelichting

13

2.1 Inleiding

13

2.2 Toelichting op het startsaldo

13

2.3 Knelpunten en bijsturingen

16

2.4 Niet-ingepaste onderwerpen

24

3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen

26

3.1 Hervormingen sociaal domein

26

3.2 Asiel en integratie

27

3.3 Investeringen in de groei van de stad

29

3.4 Netcongestie

36

4. Financiële strategie

38

4.1 Financieel-technisch beleid

38

4.2 Hervormingen en bezuinigingen

39

4.3 Inschattingen inkomsten Rijk

43

Bijlagen Bijlage 1 | Hervormingen en bezuinigingen: totaallijst

47

Bijlage 2 | Hervormingen en bezuinigingen: per maatregel toegelicht

49

Bijlage 3 | Hervormingen en bezuinigingen: afgevallen maatregelen

61

Bijlage 4 | Eerste monitor hervormingen en bezuinigingen (voortgang t/m 2024)

67

2

Deel 2 | Eerste bestuursrapportage 2025

70

5. Inleiding

71

6. Majeure ontwikkelingen en bijstellingen

72

6.1 Majeure ontwikkelingen/ bijstellingen

72

6.2 Overige ontwikkelingen

72

7. Budgettair neutrale bijstellingen

73

7.1 Onttrekkingen en stortingen in (Bestemmings)reserves

73

7.2 Verhogen baten en lasten

74

7.3 Verlagen baten en lasten

77

7.4 Verschuiven gelden binnen een programma

78

7.5 Verschuiven gelden naar ander programma

79

7.6 Overhevelen via algemene dekkingsreserve

79

7.7 Bijstellingen investeringskredieten

80

8. Voortgang uitvoering coalitieakkoord

87

8.1 Mijlpalen in Q3 en Q4 2024

87

8.2 Wijzigingen in de planning

89

9. Corresponderende posten

91

10. Instellen reserves

95

Bijlagen Bijlage 1 | Planning uitvoering coalitieakkoord

97

Bijlage 2 | Aanpassing afschrijvingstermijn

99

Bijlage 3 | Budgetneutrale bijstellingen

100

Bijlage 4 | Geheime bijlage

117

3

Voorwoord Raadsvoorstel kenmerk: 30252302 Utrecht, 15 mei 2025 Voor u ligt de Voorjaarsnota 2025 van de gemeente Utrecht, inclusief de Eerste bestuursrapportage 2025. De voorjaarsnota maken we jaarlijks ter voorbereiding op de programmabegroting voor het komende jaar. Met de voorjaarsnota actualiseren we het financiële beeld en leggen we waar nodig nieuwe keuzes voor.

De secretaris, Michiel J. Ruis

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

4

Deel 1 | Voorjaarsnota 2025

5

1. Grote uitdagingen, stevige maatregelen 1.1 Een andere wereld Een dag voor het sluiten van het coalitieakkoord, op 1 mei 2022, werden de allerlaatste coronamaatregelen afgeschaft. We konden weer naar het café en naar het museum. En nog belangrijker: we konden weer normaal bij en met elkaar zijn. Natuurlijk waren de meest ingrijpende maatregelen toen al enige tijd afgeschaft, maar nu was het echt: de wereld was weer open. Hoe anders ziet de wereld er vandaag uit. Instabiel, meer gesloten en in zichzelf gekeerd dan in de voorbije decennia. Het is oorlog op ons continent en ook de oorlog in Gaza raakt onze stad. In eerste instantie de inwoners van Utrecht met familie en vrienden in oorlogs- en conflictsituaties. En de vele mensen die naar Utrecht komen om zich hier veilig te weten. Maar ook onze onderlinge verbondenheid wordt geraakt: waar we eens schouder-aan-schouder stonden voor Oekraïne zorgen andere conflicten en oorlogen er nu voor dat mensen tegenover elkaar komen te staan. Zachte waarden zijn in de verdrukking. Overal in de wereld. Ook in Utrecht. Maatschappelijke en financiële ontwikkelingen Dit is de laatste voorjaarsnota van dit college. We begonnen voortvarend, optimistisch en scherp aan wind zeilend: dit college wil investeren in de toekomst. Het einde van de coronaperiode en een zeer ambitieus coalitieakkoord gaven ook voldoende redenen voor optimisme.

Het was Utrecht, in tegenstelling tot veel andere gemeenten, bovendien ook lang gelukt om de groeiende kosten van onder meer de zorg en de bezuinigingen van het Rijk het hoofd te bieden. Vanaf de Voorjaarsnota 2023 keerde de wal het schip en had ook Utrecht te maken met een stijgend tekort op de begroting. Nieuwe ontwikkelingen en ook keuzes van het Rijk betekenden de afgelopen jaren nieuwe (financiële) uitdagingen voor inwoners en voor de gemeente. Denk aan de energiecrisis en netcongestie. En aan de onzekerheid over de kabinetsmaatregelen op het gebied van onder meer Jeugd, Asiel en Opvang en de Landelijke Vreemdelingen Voorziening. Feit is helaas ook, dat voor sommigen inwoners en ondernemers de coronacrisis nog lang, zelfs tot vandaag, door (heeft) (ge)werkt. En natuurlijk de dreiging van het ravijnjaar. Drie bewogen jaren In onze laatste voorjaarsnota kijken we dus terug op drie bewogen jaren en dat zien we ook terug in de financiële getallen. We hebben, inclusief het coalitieakkoord, structureel voor ruim 90 miljoen euro extra geïnvesteerd in de stad. Dat is bijvoorbeeld gegaan naar het tegengaan van ongelijkheid, bestrijden van de woningnood en maatregelen om te klimaatcrisis in de stad aan te pakken. In deze voorjaarsnota stellen we onder meer voor om te investeren in de LVV en in een gecoördineerde aanpak EU-arbeidsmigranten.

Ook hebben we de afgelopen drie jaar voor ruim 80 miljoen euro aan structurele knelpunten opgelost, bijvoorbeeld voor de Jeugdzorg, om een aantrekkelijkere werkgever te worden voor BOA’s en om het programma Wervengebied goed uit te kunnen voeren. Daarnaast zijn we geconfronteerd met 125 miljoen euro aan prijsstijgingen. Dit kwam onder andere door hoge inflatie, stijgende energiekosten en de gemeentelijke CAO. Om dit alles te kunnen dekken, hebben we ongeveer 80 miljoen euro aan concrete en structurele bezuinigingen en hervormingen doorgevoerd, waarbij we altijd oog hebben gehouden voor de gevolgen in de stad. We hebben onder andere zeer kritisch gekeken naar onze eigen gemeentelijke organisatie en naar de stapeling van ambities en de groei van de organisatie. Ook hebben we zo'n 20 procent van onze reserves aangesproken. 6

Dat was helaas niet voldoende. Daarom hebben we onze inkomsten met zo'n 50 miljoen euro structureel moeten verhogen. De keuze in de Voorjaarsnota 2024 om de lasten van inwoners en bezoekers te verzwaren, hebben we niet licht genomen. Dit hebben we gedaan volgens het principe van de zwaarste lasten voor de sterkste schouders. Naast deze grote maatregelen, zijn we de afgelopen jaren fors blijven werken aan Utrecht. Jaarlijks besteden we 2 miljard euro om Utrecht duurzaam en leefbaar te ontwikkelen. Bovendien zetten we ook in financieel lastige tijden altijd een stap extra op thema’s waarvan wij zelf willen bepalen wat de humanitaire ondergrens is, zoals bij de opvang van vluchtelingen. Kansengelijkheid, betaalbaar wonen en duurzaamheid zijn en blijven onze prioriteiten en worden altijd zoveel mogelijk ontzien. Onzekerheid over structurele inkomsten Rijk Ook deze Voorjaarsnota 2025 vraagt om stevige maatregelen om financieel gezond te blijven en om te kunnen blijven investeren in Utrecht en haar inwoners. In ons laatste jaar als stadsbestuur willen we de stad natuurlijk zo goed en stabiel mogelijk achterlaten voor inwoners en ondernemers. Daarom zorgen we voor een evenwichtig huishoudboekje voor de nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college.

Het creëren en bewaken van die financiële stabiliteit is een opgave op zichzelf, gelet op de onzekerheid die het Rijk creëert en de huidige ontwikkelingen in de wereld. Maar het is wel een opgave waarvoor we gesteld staan. We hebben, met de VNG en vele andere partijen, hard gelobbyd voor een demping van het ravijn in het gemeentefonds. We zijn voorzichtig optimistisch over het feit dat het kabinet zorgen van gemeenten serieus neemt, waardoor er nu meer geld voor gemeenten beschikbaar komt om jeugdzorguitgaven deels te dekken en om de terugval in het gemeentefonds deels te dempen. Maar hoewel de voorjaarsnota van het Rijk de meest urgente financiële problemen voor gemeenten de komende jaren verzacht, zijn zeker niet alle problemen opgelost. Het is helaas realiteit dat het financiële beeld voor alle gemeenten de komende jaren niet rooskleurig is, vooral als gevolg van het afvlakken van het gemeentefonds. Er blijft daardoor een gat in de gemeentefinanciën. Hier leggen we ons niet bij neer en we blijven ons onvermoeibaar inzetten voor een structurele oplossing door het Rijk. Koersvast: vasthouden aan prioriteiten en uitgangspunten Zolang deze structurele oplossing uitblijft, zullen gemeenten, gemeenteraden en inwoners hun verantwoordelijkheid moeten pakken.

Wij zullen als gemeente onze ambities bij moeten stellen en dat geldt dus ook voor de verwachtingen die inwoners en ondernemers van de gemeente hebben; we kunnen als gemeente in deze financieel lastige tijden niet meer alles op dezelfde manier blijven doen. De financiële tegenwind laat onverlet dat de belangrijkste prioriteiten en uitgangspunten nog steeds actueel zijn. We zijn daarom ook trots op de inzet van de afgelopen jaren: het coalitieakkoord is nagenoeg in uitvoering. Zoals we vanaf het begin hebben beloofd, voeren we steeds een duurzaam financieel beleid. Dat betekent dus ook dat we zorgen dat de volgende gemeenteraad niet met een achterstand begint. De stad groeit in balans, we blijven investeren in bijvoorbeeld groen en maatschappelijke voorzieningen. We investeren ongelijk voor gelijke kansen en we zijn er altijd voor diegenen die dit het hardste nodig hebben. We hebben bovendien extra aandacht voor het tegengaan van polarisatie in onze stad. Voor de vrijheid van meningsuiting en voor de vrijheid om van mening te verschillen. Nu de gemeente een stap terug moet doen, vragen we aan de stad, aan inwoners en ondernemers, om een stap vooruit te doen. Utrechters zijn veelal creatief en initiatiefrijk en hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Samen vormen we een gemeenschap van gemeente, inwoners, ondernemers en partners die verantwoordelijkheid willen en durven nemen om de uitdagingen het hoofd te bieden.

7

Maar misschien wel het belangrijkste principe is dat we altijd besturen in de geest van Sint Maarten, de beschermheilige van onze gemeenschap en de voorvechter van zachte waarden: barmhartig, rechtvaardig, gelijkwaardig.

1.2 Financiële ontwikkelingen In deze Voorjaarsnota 2025 laten we zien hoe de financiële situatie van de gemeente is veranderd sinds de Programmabegroting 2025. We brengen in kaart welke (autonome) ontwikkelingen de financiële situatie hebben beïnvloed. Een belangrijk onderdeel van deze Voorjaarsnota 2025 is de uitwerking van de eerder aankondigde hervormingsbezuinigingen. In deze voorjaarsnota staan ook de knelpunten die weggenomen moeten worden omdat ze onvermijdelijk, onoplosbaar en onuitstelbaar zijn. Financieel beeld Voorjaarsnota 2025 In de Programmabegroting 2025 hebben we een sluitend financieel beeld gepresenteerd. Door autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen hebben we op dit moment een structureel tekort van 27,9 miljoen euro. Dit zijn ontwikkelingen zoals de september- en decembercirculaire 2024, loon- en prijsontwikkelingen, het achterblijven van de verwachte gemeentefondsuitkering voor de groei van de stad en het uitblijven van passende compensatie van het Rijk voor inburgering. Daarnaast gaat het ook om het brandveilig houden van onze gebouwen, de groei van de vraag naar en de kosten van jeugdhulp, de gevolgen van netcongestie en het opvangen van prijsstijgingen in contracten voor het beheer van onze stad. Hoofdstuk 2 geeft het financiële vertrekpunt van deze voorjaarsnota gedetailleerd weer.

Financiële strategie Om op korte en op langere termijn het tekort op te lossen, is een financiële strategie uitgewerkt. Daarbij is het uitgangspunt dat Utrecht financieel stabiel beleid voert en dus een sluitende begroting presenteert, ook om te kunnen blijven investeren in de stad. De financiële strategie bestaat uit de volgende onderdelen: • • •

Financieel-technisch beleid Hervormingen en bezuinigingen Inschattingen inkomsten Rijk en overig

Financieel-technisch beleid Met dit onderdeel kijken we naar mogelijkheden van financieel-technische aard, zoals de inzet van het eigen vermogen (reserves) om met name het tekort voor de korte termijn op te lossen. Ook is inbegrepen de inzet van de beschikbare weerstandscapaciteit boven de norm van 1,0 voor het weerstandsvermogen conform motie 415. Hervormingen en bezuinigingen In de Voorjaarsnota 2024 was het tekort op de gemeentelijke begroting opgelopen tot 76 miljoen euro. Er is daarom een aantal stevige maatregelen genomen om dat tekort op te lossen, waaronder 25 miljoen euro hervormingsbezuinigingen. Bij de invulling van deze hervormingsbezuinigingen hebben we vooral kritisch naar de gemeente en de gemeentelijke organisatie gekeken: wat kan minder en wat kan beter? De hervormingsbezuinigingen hebben de volgende uitgangspunten: zo min mogelijk impact op de stad, de uitvoering zoveel mogelijk ontzien, prioriteren van beleid en werk, de vitale organisatie bewaken en hervormen vóór bezuinigen.

8

Als gevolg van de financiële situatie is het nodig om bovenop de 25 miljoen euro aan hervormingsbezuinigingen ook 8,8 miljoen euro extra bezuinigingsmaatregelen te nemen. Deze voorstellen voldoen in mindere mate aan de eerdergenoemde uitgangspunten. De lasten voor inwoners worden, naast de reguliere indexatie, niet verhoogd. In deze Voorjaarsnota 2025 staan alle hervormingsbezuinigingsvoorstellen en extra bezuinigingen. Deze tellen op tot een structureel bedrag van 33,8 miljoen euro in 2029 (waarvan 25 miljoen euro reeds is verwerkt in de Programmabegroting 2025) en zullen vanaf 2026 in werking treden. Inschattingen inkomsten Rijk In deze voorjaarsnota worden aanvullende middelen vanuit het Rijk geraamd voor jeugd, inburgering en de landelijke vreemdelingenvoorziening. De aanvullende middelen voor jeugd zijn gebaseerd op de extra middelen die het Rijk aankondigt bij zijn voorjaarsnota. In diezelfde voorjaarsnota worden extra rijksmiddelen beschikbaar gesteld voor de demping van de terugval van het gemeentefonds in 2026 (‘het ravijn'). Ook hiermee is rekening gehouden in deze voorjaarsnota. Tabel 1: Overzicht financieel beeld en financiële strategie Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

Structureel

0

0

0

0

0

0

12.675

-5.196

-7.883

-8.227

-7.024

-7.660

Groeikader - baten

0

2.514

2.731

2.279

2.184

2.184

Groeikader - lasten

-704

-2.661

-4.951

-8.376

-8.376

-8.376

Knelpunten

-18.152

-30.089

-23.594

-18.857

-14.740

-12.240

Bijsturingen

-13.133

-3.250

-3.300

-2.250

-1.850

-1.850

Startsaldo Voorjaarsnota 2025

-19.314

-38.682

-36.997

-35.431

-29.806

-27.942

1. Financieel-technisch beleid

5.836

0

0

0

0

0

2. Hervormingen en bezuinigingen

858

3.168

6.629

8.822

9.062

8.820

3. Inschattingen inkomsten Rijk

25.094

31.501

30.952

19.186

19.122

19.122

4. Kasschuif

-12.474

4.013

-584

7.423

1.622

0

Financiële strategie

19.314

38.682

36.997

35.431

29.806

27.942

0

0

0

0

0

0

Programmabegroting 2025 Autonome ontwikkelingen

Eindsaldo Voorjaarsnota 2025

Financiële positie Utrecht is een gemeente met een grote investeringsambitie zodat we kunnen groeien in balans. De omvang van het investeringspakket heeft gevolgen voor de financiële kengetallen van de gemeente. Bij de Programmabegroting 2025 werd dit wederom zichtbaar omdat de signaalwaarde voor de solvabiliteit in zicht kwam. Om deze reden wordt vooruitlopend op de Programmabegroting 2026 nu al gekeken naar de impact van de keuzes op de ontwikkeling van de solvabiliteit en de netto-schuldquote in de komende jaren. Met het programma Grip op Investeringen maken we een zo adequaat mogelijke inschatting van de daadwerkelijke investeringsuitgaven in de komende jaren. In paragraaf 3.3 gaan wij hier nader op in. Bij de Programmabegroting 2026 zullen de financiële kengetallen en het weerstandsvermogen zoals gebruikelijk opnieuw geactualiseerd worden.

9

1.3 Uitdagingen in meerdere opgaven In deze Voorjaarsnota 2025 staat een aantal grote opgaven die om bijsturing vragen en daarom om financiële en inhoudelijke keuzes. Financiën en inhoud voor deze opgaven in de Voorjaarsnota 2025 worden uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 3. Hervormingen sociaal domein Wij hebben de afgelopen jaren een stevige basis gelegd voor een Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen. Utrecht is een stad waarin het met veel mensen goed gaat. Er zijn ook mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben en die mensen kunnen op ons rekenen. De afgelopen jaren zijn we geconfronteerd met de stijgende kosten van de zorg, een stijgende vraag naar zorg en met een personeelstekort, vooral in het kader van de Wmo en voor onze jeugd. Om te zorgen dat de zorg beschikbaar en betaalbaar blijft, is in 2023 besloten tot hervormingen in het sociaal domein. De afgelopen tijd hebben we voortgebouwd op de maatregelen die zijn ingezet in 2024. In een brief die u parallel aan deze voorjaarsnota wordt aangeboden informeren we u over de laatste stand van zaken met betrekking tot de hervormingen sociaal domein. Als gevolg van de genomen maatregelen verwachten we de bezuinigingstaakstelling voor het zorg- en ondersteuningsaanbod voor volwassenen te halen. Bij de zorg en ondersteuning van jeugdigen verwachten we een structureel tekort, ondanks onze hervormingen.

Dit komt vooral doordat de duur en intensiteit van trajecten in de jeugdzorg stevig blijven stijgen. Als gevolg van het kabinetsbeleid zijn er nog veel financiële onzekerheden. We gaan ervan uit dat het Rijk zijn financiële verplichtingen nakomt, zodat wij nu en in de toekomst jeugdzorg kunnen blijven bieden. Meer over de hervormingen sociaal domein leest u in hoofdstuk 3.1. Asiel en integratie De plannen en het beleid van dit kabinet op het gebied van asiel en integratie staan op onderdelen haaks op het Utrechtse beleid. Met de huidige plannen dreigt het kabinet zelfs door de humanitaire ondergrens te gaan en daarmee de universele rechten van de mens te schenden. Dat is voor Utrecht als mensenrechtenstad niet acceptabel. Utrecht loopt dus niet weg van haar verantwoordelijkheid voor vluchtelingen, statushouders en EUarbeidsmigranten. We blijven consequent barmhartig, humanitair en solidair beleid voeren. In een brief van 20 maart 2025 hebben we de gemeenteraad geïnformeerd over de impact van het huidige kabinetsbeleid op asiel en migratie voor Utrecht en hoe we daarmee omgaan. Ook in deze Voorjaarsnota 2025 laten we zien, dat we alles doen wat we kunnen binnen de afnemende financiële mogelijkheden. Dit betekent concreet dat we ons hard blijven maken voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV), Asiel & Integratie en Inburgering.

Utrecht neemt altijd haar verantwoordelijkheid en daarom blijven we het kabinet er stevig op aanspreken als het voor zijn verantwoordelijkheid weg blijft lopen. Het Rijk moet als stelselverantwoordelijke zorgen voor een reële compensatie voor de opvang, begeleiding en inburgering van vluchtelingen en statushouders. Gemeenten voelen zich hierin gesteund door veel politieke partijen. Meer over de maatregelen op het gebied asiel en migratie in deze Voorjaarsnota 2025 leest u in hoofdstuk 3.2. Groei in balans Utrecht is de afgelopen jaren hard gegroeid, vooral als gevolg van autonome ontwikkelingen: in Utrecht worden meer kinderen geboren, dan dat er Utrechters overlijden. Deze som is in Utrecht veel groter dan in andere gemeenten. Dit maakt dat we samen hard werken om te zorgen voor voldoende 10

betaalbare woningen. Met ons nieuwe volkshuisvestingsbeleid 2025 – 2030 willen we meer mensen de kans geven op betaalbare woonruimte. Ook willen we dat meer mensen gaan wonen in een woning die bij hun situatie past. Dit college kiest vanaf het begin voor het principe Groeien in Balans. Dit betekent concreet dat de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen gepaard gaat met de groei van groen, duurzame mobiliteit en energie en maatschappelijke voorzieningen. De afgelopen jaren hebben we veel ambities waar kunnen maken: we willen dat Utrecht een leefbare, betaalbare, duurzame en gezonde stad is en blijft, met oog voor de bestaande inwoners en met een verwelkomende houding richting nieuwe Utrechters. Zoals ook uit deze Voorjaarsnota 2025 blijkt: helaas staan onze ambities inmiddels onder druk, onder meer vanwege een tekort aan middelen, mensen en materialen en vanwege netcongestie. Groei en groeien in balans zijn ook de komende jaren belangrijke vraagstukken die alle Utrechters raken: inwoners en ondernemers, de politiek en het stadsbestuur. Dit college houdt vast aan groei in balans en daarom doen we in deze Voorjaarsnota 2025 een aantal concrete bijsturingsvoorstellen. Meer hierover leest u in hoofdstuk 3.3. Netcongestie In Utrecht werken we vol ambitie aan schone energie.

Dat doen we door energie duurzaam op te wekken, door middel van de inzet van elektrisch vervoer, door gebouwen te verduurzamen, door te werken aan alternatieven voor aardgas en door het versterken van het elektriciteitsnet. Op dit moment hebben we te maken met een steeds grootschaliger uitdaging: er is te weinig capaciteit op het hoogspanningsnet in Nederland. Ook in Utrecht nadert de belasting van het elektriciteitsnet een kritische grens. Er is tekort aan capaciteit voor stroomtransport op piekmomenten. Ook is er al een wachtlijst voor stroomaansluitingen voor grootverbruikers en dreigt er een wachtlijst voor kleinverbruikers. Zonder snelle aanvullende maatregelen komen veel ontwikkelingen tot stilstand, zoals de bouw van woningen en voorzieningen, de vestiging van bedrijven en van verduurzaming. Ook neemt het risico op stroomuitval aanzienlijk toe. Dit alles heeft grote impact op het woon- en werkklimaat, de werkgelegenheid en de leefbaarheid in Utrecht. Daarnaast heeft netcongestie hele grote financiële consequenties voor de gemeente. In deze Voorjaarsnota 2025 stellen we daarom een pakket aan maatregelen voor. Alle maatregelen die we nemen in het kader van netcongestie helpen ons ook om beter voorbereid te zijn op mogelijke gevolgen van hybride oorlogsvoering op onze stroomvoorziening. De geopolitieke situatie vraagt daarnaast naar verwachting meer dan dat.

We verkennen dan ook op korte termijn maatregelen om de weerbaarheid van de stad te versterken en maatschappelijke ontwrichting te voorkomen. Lees meer over de knelpunten die door netcongestie optreden in hoofdstuk 2.3 en over netcongestiemaatregelen in hoofdstuk 3.4. Tot slot Sinds de start van dit college ziet de wereld er totaal anders uit. Daarbij zijn ook financieel zware jaren voor Utrecht, voor inwoners en voor de organisatie. We hebben er desondanks voor gekozen om consequent stabiel financieel beleid te blijven voeren, zodat we kunnen blijven investeren in de stad. Als gevolg hiervan hebben we het grootste deel van het coalitieakkoord uitgevoerd en daar kunnen we ook het komende jaar mee doorgaan. Ondanks alle maatschappelijk-, (geo)-politieke en financiële ontwikkelingen is het gelukt om ons nooit af te laten leiden van dat waar het echt om gaat: de inwoners en ondernemers van Utrecht. Voor hen werken we samen met alle collega's van de gemeente iedere dag aan een leefbare, betaalbare, duurzame en gezonde stad. 11

Ook in deze Voorjaarsnota 2025 nemen we verantwoordelijkheid en maken we lastige keuzes om de financiële huishouding van de gemeente netjes achter te laten. En dit doen we zoals Utrecht van ons mag verwachten: realistisch en optimistisch naar de toekomst.

12

2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk is het vertrekpunt van deze voorjaarsnota, een structureel tekort van 27,9 miljoen euro, al kort aangeduid. Onderstaande tabel geeft nogmaals dit financiële vertrekpunt weer. In de volgende paragrafen geven we een specificatie en toelichting op het startsaldo van deze voorjaarsnota, waaronder de autonome ontwikkelingen, het groeikader en de knelpunten. In hoofdstuk 4 lichten we vervolgens onze oplossingsrichtingen toe, waarmee we voor 2026 een sluitend saldo realiseren en voor de periode daarna een structureel sluitende begroting. Tabel 2: financiële vertrekpunt Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029 Structureel

Programmabegroting 2025

0

0

0

0

0

0

Autonome ontwikkelingen

12.675

-5.196

-7.883

-8.227

-7.024

-7.660

Groeikader - baten

0

2.514

2.731

2.279

2.184

2.184

Groeikader - lasten

-704

-2.661

-4.951

-8.376

-8.376

-8.376

Knelpunten

-18.152

-30.089

-23.594

-18.857

-14.740

-12.240

Bijsturingen

-13.133

-3.250

-3.300

-2.250

-1.850

-1.850

Startsaldo Voorjaarsnota 2025

-19.314

-38.682

-36.997

-35.431

-29.806

-27.942

2.2 Toelichting op het startsaldo Onderstaande tabel geeft het financiële vertrekpunt van deze voorjaarsnota meer gedetailleerd weer. Het vertrekpunt is de Programmabegroting 2025. Daarna volgen de autonome ontwikkelingen, het groeikader, de knelpunten en de bijsturingen. Deze onderdelen worden onder de tabel verder toegelicht. Tabel 3: opbouw startsaldo Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

Structureel

0

0

0

0

0

0

-8.007

-12.773

-11.380

-12.651

-12.362

-12.362

-3.000

-3.000

-3.000

-3.000

Programmabegroting 2025 - Eindsaldo

Actualiseren inkomsten Gemeentefonds actualiseren circulaires Gemeentefonds herijking laatste tranche Doorwerking groeikader in gemeentefonds 2025

-5.414

-7.369

-7.369

-7.369

-7.369

-7.369

OZB woningen

1.276

1.276

1.276

1.276

1.276

1.276

OZB niet-woningen

2.760

2.760

2.760

2.760

2.760

2.760

OZB niet-woningen, obv trendanalyse

3.900

3.900

3.900

3.900

3.900

3.900

Toeristenbelasting

600

850

850

850

850

850

Toeristenbelasting, obv trendanalyse

443

995

1.474

2.142

2.861

3.635

13

Overige autonome ontwikkelingen Resultaat 2024

32.614

0

0

0

0

0

Besteding & Dekkingsvoorstellen

-19.873

0

0

0

0

0

4.376

5.165

3.606

3.865

4.060

4.060

Nota Beheer openbare ruimte

0

0

0

0

0

-950

Uitvoeringsprogramma Werken aan de werf

0

0

0

0

0

-460

12.675

-5.196

-7.883

-8.227

-7.024

-7.660

Referentiekader: inkomsten OZB

0

765

765

765

765

765

Referentiekader: bijstelling budget wettelijke taken

0

-723

-723

-723

-723

-723

-704

-1.938

-1.938

-1.938

-1.938

-1.938

-2.290

-5.715

-5.715

-5.715

Indexatie begroting 2026 incl. dekking gemeentefonds en OZB

Subtotaal autonome ontwikkelingen

Groeikader 2026 (nieuwe stijl)

Investeringsbudget: bijstelling investeringsbudget groei Bijstelling investeringsbudget vanaf 2027 Investeringskader: groei gemeentefonds

0

1.749

1.966

1.514

1.419

1.419

-704

-147

-2.220

-6.097

-6.192

-6.192

Knelpunten

-18.152

-30.089

-23.594

-18.857

-14.740

-12.240

Bijsturingen

-13.133

-3.250

-3.300

-2.250

-1.850

-1.850

Startsaldo Voorjaarsnota 2024

-19.314

-38.682

-36.997

-35.431

-29.806

-27.942

Subtotaal groeikader 2026

Knelpunten en bijsturingen

Eindsaldo begroting 2025 Het eindsaldo van de vastgestelde Programmabegroting 2025 is voor alle jaren 0, rekening houdend met ingeboekte taakstellingen (hervormingen sociaal domein en hervormingsbezuinigingen). Gemeentefonds: circulaires Het financiële effect van de september- en decembercirculaire 2024 is meegenomen in het financiële beeld. Het nadelige effect wordt veroorzaakt door een lagere uitkeringsfactor en actualisatie van de WOZ-waarden. De ontvangen prijscompensatie en 50% van de volumegroei worden gereserveerd voor (toekomstige) compensatie van de begroting voor het effect van inflatie (zie: indexeringen). Herijking Gemeentefonds (laatste tranche 2022) In 2022 is de verdeling van het gemeentefonds over gemeenten gewijzigd. Het financiële effect per gemeente is toen gemaximeerd. Inmiddels is al 13,5 miljoen euro aan nadelig herverdeeleffect voor Utrecht verwerkt (structureel). Eveneens in 2022 zijn aanvullende onderzoeken gestart naar onder andere grootstedelijke kosten en de centrumfunctie Sociaal domein om het nieuwe model beter passend te laten zijn bij de ontwikkeling van de kosten van gemeenten. In de Voorjaarsnota 2024 is melding gemaakt van een risico van een extra nadeel voor Utrecht van 3 miljoen euro vanaf 2027 als de oorspronkelijke herverdeling wordt voortgezet. In deze voorjaarsnota is dit nadeel verwerkt.

Doorwerking oude groeikader in gemeentefonds Actualisatie van het gemeentefonds op basis van de verwachte groei in 2025 leidt tot een nadelig effect, onder andere door een lagere groei van het aantal inwoners en woningen dan verwacht. De groei voor het jaar 2026 wordt betrokken bij het groeikader nieuwe stijl. Zie paragraaf 3.3 voor een 14

integrale toelichting op het groeikader voor zowel het onderdeel autonome ontwikkelingen (doorwerking oude groeikader in het gemeentefonds) als het onderdeel als gevolg van de voorgestelde nieuwe systematiek. OZB en Toeristenbelasting Het voordeel op de OZB wordt voor een derde deel veroorzaakt door de toename van het aantal woningen en voor tweederde deel door een hogere toename van het aantal niet-woningen (kantoren, winkels etc.) dan volgens de prognose die is gebruikt voor het begroten van de OZB-inkomsten. Uit een trendanalyse blijkt dat de BghU over de afgelopen jaren te voorzichtige ramingen afgeeft over nog te ontvangen OZB-inkomsten uit oude jaren. Deze hebben daarmee ook invloed op inkomsten in de daaropvolgende jaren. Het verschil tussen de voorzichtige ramingen en de realisatie in de afgelopen jaren gebruiken we voor de actueel verwachte OZB-inkomsten voor 2025 en verder. In het belastingjaar 2024 is een voordeel behaald op toeristenbelasting. Dit voordeel is structureel en werkt daarmee autonoom door naar de volgende jaren in het financieel beeld. De raming voor de toeristenbelasting wordt in de begroting bijgesteld op basis van gerealiseerde resultaten. Uit een trendanalyse blijkt dat het aantal overnachtingen de afgelopen jaren toeneemt.

Deze opwaartse trend nemen we mee vanaf de begroting voor 2025 en verder, waarbij we kiezen voor een toename van 6%, waarbij de toename van hotelkamers en verkochte kamernachten in balans is. Resultaat 2024 Het voorlopige resultaat over 2024 is, zoals gebruikelijk, betrokken bij de integrale afweging van de voorjaarsnota. Dit resultaat bestaat uit het voorlopige saldo van de jaarrekening (32,6 miljoen euro) verminderd met de voorstellen voor resultaatbestemming (19,9 miljoen euro). Het definitieve resultaat van de jaarrekening is later bekend, als de accountant de controle over 2024 geheel heeft afgerond. De voorstellen voor resultaatbestemming worden in een apart voorstel voorgelegd aan de raad voor besluitvorming. Indexeringen De begroting wordt gecompenseerd voor de verwachte effecten van prijsstijgingen (inflatie) van het jaar 2026. Vanaf de Voorjaarsnota 2024 is een gewijzigde systematiek ingevoerd en vindt indexatie plaats op basis van de indexatiepercentages van het gemeentefonds, zodat de indexatie van de uitgaven aansluit op de indexatie van de inkomsten. Omdat in 2026 de indexering van het gemeentefonds wijzigt, als gevolg van een overgangsregeling naar de nieuwe Bbp-systematiek, is het indexcijfer toegepast dat voor 2024 werd gebruikt: IMOC (index materiële overheidsconsumptie).

Omdat tijdens het opstellen van de doorrekeningen nog geen nieuwe cao-afspraken waren gemaakt met de vakbonden voor 2026, hebben we hiervoor een inschatting gemaakt op basis van de verwachte inflatie voor huishoudens (consumentenprijsindex, CPI). Inmiddels zijn de nieuwe caoafspraken bekend en de effecten daarvan betrekken we bij de opstelling van de Programmabegroting 2026. De indexatie wordt bepaald op de CPB ramingen van september zowel voor de inschatting van het jaar 2026 als voor de nacalculatie van 2025. Wij hebben de onderstaande percentages gehanteerd: In schema: Jaar

Omschrijving

Indexatie

Toelichting

2025

Nacalculatie loonkosten

PM

Nieuwe cao was nog niet bekend

2026

Loonkosten

3,2%

Inschatting o.b.v. CPI, nieuwe cao was nog niet bekend

2025

Nacalculatie materiële kosten

0,7%

IMOC

2026

Materiële kosten

2,7%

IMOC

15

2026

Subsidiebudget/verbonden partijen

4,1%

2026

Belastingen en heffingen

4,1%

70% loonvoet sector overheid en 30% IMOC 70% loonvoet sector overheid en 30% IMOC

Nota Beheer openbare ruimte en het Uitvoeringsprogramma Werk aan de werf In het vastgestelde beleid voor beheer openbare ruimte en Werk aan de werf gaan we uit van een jaarlijkse stijging van lasten (1,41 miljoen euro, waarvan 0,95 miljoen euro voor beheer openbare ruimte en 0,46 miljoen euro aan kapitaallasten voor Werk aan de werf). Deze stijgende lijn is meegenomen in het financiële beeld door een verhoging van het structurele budget na 2029. Rente Ten opzichte van de eerdere aannames is er voor de rente geen aanleiding om de ramingen aan te passen. We blijven de renteontwikkelingen kritisch volgen, ook in relatie tot de kapitaallasten en het planningsoptimisme daarbinnen. Zo nodig actualiseren we de renteberekeningen bij de Programmabegroting 2026.

2.3 Knelpunten en bijsturingen Op een aantal financiële ontwikkelingen hebben wij geen invloed. Deze onvermijdelijke kosten noemen we knelpunten. Dit zijn ontwikkelingen die voldoen aan drie criteria: • Onvermijdbaar: de activiteit is een wettelijke taak of verplichting; • Onoplosbaar: binnen doelstelling of programma; • Onuitstelbaar: de activiteit moet starten in 2025/2026. We hebben 25 knelpunten verwerkt, voor een totaalbedrag van structureel 12,2 miljoen euro. De financiële effecten van deze knelpunten zijn onderdeel van het financiële startsaldo van deze voorjaarsnota, dat in de financiële strategie van dekking wordt voorzien. Algemeen beeld van de knelpunten: • • • • • • •

•

Relatie met eerdere bezuinigingsmaatregelen: indexering, aanbesteding groen, jeugdzorg (deels); Ontoereikende of wegvallen bekostiging: Jeugd, Inburgering, opvang, begeleiding en activering ongedocumenteerde mensen, JGZ-zorg nieuwkomers; Lagere inkomsten: reclame-inkomsten, exploitatie zwembaden, leges vergunningen (netcongestie); Claims verbonden partijen (ondanks dat deze zijn ontzien bij bezuinigingen): Utrechts sociaal ontwikkelbedrijf, VRU, RUD; ICT-investeringen: aanpassing op grond van regelgeving; Een aantal knelpunten is (meerjarig) incidenteel, bijvoorbeeld tekort Utrechts sociaal ontwikkelbedrijf (het structurele beeld is nog onzeker); Een aantal knelpunten is incidenteel omdat er mogelijkheid tot bijsturen is, door het nemen van maatregelen (verbonden partijen, leges) of het nader uitwerken van scenario’s voor handelingsperspectief (exploitatie zwembaden, aanpak essentaksterfte); Onzekerheid m.b.t. het structurele karakter van het knelpunt, omdat dit wordt beïnvloed door ontwikkelingen die voor een deel buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen (energiekosten, netcongestie).

16

Tabel 4: knelpunten Nr. Bedragen x € 1.000

2025

Lagere productiviteitsnorm vanwege hoger verlof (cao) Publiekszaken Lagere productiviteitsnorm vanwege hoger verlof (cao) 2 Volksgezondheid 1

2026

2027

2028

2029

Structureel

500

500

500

500

0 0

3 Verlaging reclame-inkomsten

500

500

4 Tekort Utrechts sociaal ontwikkelbedrijf 2025 en 2026

500

600

2.000

4.000

3.000

2.500

2.500

513

513

513

513

513

513

3.089

6.136

5.124

4.252

4.252

4.252

5 Borging brandveiligheid Gebouwen 6 Gewijzigde systematiek indexering Vastgoedorganisatie 7 Jeugd 8 Kadernota VRU 2026

1.200

9 Licentiekosten toekomstig CAD-systeem

739

739

739

739

739

739

10 Resultaat nieuwe aanbesteding groenwerkzaamheden

724

724

724

724

724

724

11 Aanpak essentaksterfte

417

3.118

3.118

3.118

3.118

1.300

1.300

1.300

1.300

4.000

4.000

290

290

804

804

23.594 18.857 14.740

12.240

12 Exploitatie van de zwembaden

1.469

13 Indexering Stadsbedrijven

3.118

3.118

14 Japanse duizendknoop verwijderen begraafplaatsen

523

15 Uitvoering taken door RUD

510

310

2.078

3.216

16 Inburgering 17 Opvang, begeleiding en activering ongedocumenteerde mensen 18 Compensatie energie - stijging energielasten vanaf 2026 19 Meevaller project staatsloosheid 20 Gevolgen Netcongestie voor legesinkomsten 21 Begroting VNG-bijdrage ophogen

4.000 -60

-60

2.000

2.000

290

290

290

290

419

266

117

915

804

804

22 Digitalisering Erfgoed 23

Faciliteren demonstraties en preparatie op openbare ordeverstoringen

488

JGZ-zorg aan nieuwkomers, niet zijnde Oekraïners of COA24 kinderen 25

3.216

Inrichten huidige zorgorganisatie naar zorgwetgeving en kwaliteitseisen

442 281

Totaal

18.152 30.089

Daarnaast stellen we voor structureel 1,9 miljoen euro te bestemmen voor bijsturingen, die wij in aanvulling op de knelpunten als noodzakelijk beoordelen. Tabel 5: bijsturingen Nr. Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

Structureel

200

1.500

1.500

1.500

1.500

250

250

250

250

26 Werven: aanpassing methodiek 27 Aanpak voor verhogen vaccinatiegraad 28

Asiel en opvang: LVV

29

Netcongestie

30

Binnensport capaciteit

2.000

1.800 250

17

31

Jaarwisseling

500

500

32

Asiel en opvang: EU-arbeidsmigranten

150

400

400

400

33

ROM

100

100

100

100

100

34

Leegstand en opkoopregeling

35

Parkeren

36

Gebiedsontwikkeling: groei in balans

2.250

1.850

1.850

1.050 5.000 5.483

Totaal

13.133

3.250

3.300

Toelichting knelpunten en bijsturingen Knelpunten: 1 en 2 Productiviteitsnorm organisatiebreed (cao) In de cao is er een lager aantal productieve uren beschikbaar dan voorheen, wat met name uitvoerende organisatieonderdelen zoals Volksgezondheid en Publiekszaken raakt, omdat die beperkte prioriteringsmogelijkheden hebben voor de inzet van personeel. Het (structurele) effect en de consequenties daarvan worden nader uitgewerkt. Bij de Resultaatbestemming 2024 wordt voorgesteld het restant van een in de Voorjaarsnota 2024 toegekend incidenteel budget voor de lagere productiviteitsnorm in 2024 (in totaal 1,1 miljoen euro) beschikbaar te houden om de inzet in 2025 te continueren en nu nog niet vooruit te lopen op een nader uit te werken systematiek voor de toekomst. 3. Verlaging reclame-inkomsten Dit structurele knelpunt is bij de Tweede Bestuursrapportage 2024 gemeld. Verwerking heeft incidenteel voor 2024 plaatsgevonden. De inkomsten zijn beperkt beïnvloedbaar, de lopende contracten kunnen niet worden verhoogd en voor nieuwe (aanvullende) contracten zijn geen of slechts beperkte mogelijkheden. Het tekort is onvermijdelijk niet elders binnen het programmabudget op te vangen. 4. Tekort Utrechts sociaal ontwikkelbedrijf UW 2025 en 2026 In 2023 en 2024 was sprake van forse tekorten bij het Utrechtse sociaal ontwikkelbedrijf UW.

De gemeente heeft deze tekorten met aanvullende subsidies voor de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening (Wsw) afgedekt. UW voert in 2025 het herstelplan van de Galan Groep uit. Daarnaast werken we samen met de Galan Groep en UW toekomstscenario's uit. Ondanks deze inspanningen worden zeker voor 2025 en 2026 nog tekorten verwacht. Dit wordt o.a. verklaard door de voortschrijdende uitstroom uit de Wsw die financieel nadelig is. 5. Borging brandveiligheid gebouwen Om de brandveiligheid van de gemeentelijke gebouwen te laten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, worden binnen het onderhoud t/m 2028 brandscans uitgevoerd. De resultaten van deze scans op brandveiligheid leiden tot aanvullende werkzaamheden/maatregelen in gebouwen om de brandveiligheid te borgen en te voldoen aan wet- en regelgeving. Dit voorkomt dat panden moeten worden gesloten. Er is een aanvullende dotatie aan de onderhoudsreserve nodig om deze kosten af te dekken, totdat de inhaalslag is afgerond. 6. Gewijzigde systematiek indexeren Vastgoedorganisatie Utrecht Bij de Voorjaarnota 2024 is besloten tot een andere manier van indexeren, waarbij de indexering is gemaximeerd op de prijscompensatie in het gemeentefonds. Een neveneffect van de andere manier van indexeren is dat de Vastgoedorganisatie een hoger indexeringspercentage zou moeten toepassen 18

op de huuropbrengsten dan is afgesproken in de huurcontracten. Dit is echter niet toegestaan. Hierdoor ontstaat een financieel knelpunt. Bij de Voorjaarsnota 2024 was het niet meer mogelijk om dit financiële neveneffect mee te nemen als knelpunt. 7. Jeugd In de Voorjaarsnota 2023 is besloten tot hervormingen in het sociaal domein om de zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor de inwoners die dit nodig hebben. We constateren nu echter dat de financiële kaders voor Jeugd te krap zijn, zoals in heel Nederland het geval is. De vraag naar jeugdhulp blijft groeien (met name in intensiteit en duur), en de middelen zijn structureel niet voldoende om op een passende manier aan de vraag te voldoen. Niet bijsturen op de financiële taakstelling leidt tot het niet voldoen aan onze zorgplicht met juridische en ethische consequenties of het ondermijnen van de preventieve aanpak waardoor de kosten in de aanvullende zorg verder kunnen stijgen. Zie ook hoofdstuk 3.1. 8. Kadernota VRU Bij de zienswijze op de Kadernota 2026 is geconstateerd dat de mutaties in de kadernota conform afspraak zijn en dat er geen geld voor nieuw beleid gevraagd wordt. Op basis van de kadernota van de VRU gaat onze bijdrage omhoog. Bijsturing voor het jaar 2026 is gezien de besluitvorming over de kadernota niet mogelijk.

Voor de jaren 2027 en verder wordt een risico genomen om voor te sorteren op het verlagen van de kosten door de verbonden partij. Dit sluit aan op onze inzet om de verbonden partijen ook een besparing te laten realiseren als onderdeel van de hervormingsbezuinigingen. De VRU heeft hier nog geen invulling aan gegeven. 9. Licentiekosten toekomstig CAD-systeem Er is op dit moment geen goed systeem waarin CAD-bestanden (technische tekeningen) opgeslagen en beheerd kunnen worden. Dit systeem is nodig om te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving omtrent informatiebeheer. 10. Resultaat nieuwe aanbesteding groenwerkzaamheden De aanbestedingen van de groencontracten leiden tot structureel hogere contractwaarden. De gemeentebrede indexering op basis van een gehanteerde GWW-index van 2% biedt hiervoor onvoldoende dekking. 11. Aanpak essentaksterfte In 2017 door de raad toegekende geld voor de uitvoering van het vastgestelde Plan van aanpak essentaksterfte is bijna volledig benut. Essentaksterfte is niet verdwenen. De maatregelen kunnen niet vanuit de reguliere begroting voor boomonderhoud worden gedekt. De incidentele middelen voor het monitoren van en behoud van de essen zijn uitgeput. Om behoud van de bomen te realiseren zijn extra middelen noodzakelijk.

In elk geval voor een jaar om zo de tussenliggende periode te gebruiken voor onderzoek naar alternatieve scenario’s en/of aanpassen van het beleidskader. 12. Exploitatie van de zwembaden Er is een tekort in financiële middelen om de programmering van de zwembaden op een verantwoorde manier te kunnen blijven draaien. Het knelpunt geldt voor 2026 en bestaat uit lagere inkomsten (van het Rijk), minder ruimte binnen andere budgetten en een tekort op de personeelsbegroting. Op de langere termijn is het mogelijk om maatregelen te nemen om te komen tot een sluitende exploitatie. Dit vraagt om aanpassing van huidige beleidskaders en/of tariefstelling. In de periode naar 2026 kunnen alternatieve scenario’s en bijsturingsmaatregelen worden uitgewerkt om tot een afgewogen keuze te komen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het effect van de renovatie van de zwembaden (bijvoorbeeld lagere energiekosten als gevolg van duurzaamheidsmaatregelen). 19

13. Indexering Stadsbedrijven Bij de Voorjaarsnota 2024 is de keuze gemaakt om op een andere manier te indexeren. Dat bracht een risico met zich mee, dat de taakstellende budgetten voor specifieke contracten ontoereikend zijn. Voor de uitvoering van specifieke beheeractiviteiten, zoals groenonderhoud is dat het geval. Met de noodzakelijke extra middelen worden onveilige situaties, het niet volledig kunnen uitvoeren van de wettelijke taken, een teruglopend kwaliteitsbeeld en achterstallig onderhoud voorkomen. 14. Japanse duizendknoop verwijderen van begraafplaatsen Op begraafplaats Kovelswade is in het depot grondopslag Japanse duizendknoop geconstateerd. Het is de wettelijke taak van de gemeente verspreiding van deze plant te voorkomen en de plant structureel en definitief te vernietigen, waar deze opkomt. De gemeente overtreedt de Omgevingsverordening, als de aangetroffen planten niet worden verwijderd. 15. Uitvoering taken door RUD De gemeente is wettelijk verplicht om bepaalde vergunning-, toezicht en handhavingstaken uit te laten voeren door de RUD. Het pakket met verplicht over te dragen taken naar de omgevingsdienst is uitgebreid per 1 januari 2025 (Omgevingswet). Tegelijk zijn bestaande door de RUD uitgevoerde taken per 1 januari 2024 een beetje veranderd als gevolg van de komst van de omgevingswet.

De RUD rekent een hogere prijs voor de uitvoering van deze taken, met name veroorzaakt door overhead en dit betekent in 2026 extra lasten voor onze gemeente. Deze meerkosten kunnen niet worden opgevangen binnen de begroting van de opgave Gezond Leefklimaat. Voor de jaren 2027 en verder wordt een risico genomen door voor te sorteren op het verlagen van de kosten door de verbonden partij. Dit sluit aan op onze inzet om de verbonden partijen ook een besparing te laten realiseren als onderdeel van de hervormingsbezuinigingen. 16. Inburgering Het Rijk komt bestuurlijke afspraken over passende bekostiging van de Wet inburgering 2021 niet na. Hierover hebben wij met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag een brandbrief gestuurd aan de verantwoordelijke bewindspersonen. Het uitvoeringsbudget voor 2025 en 2026 is gebaseerd op de verwachte instroom in 2022. In werkelijkheid is de instroom voor zowel statushouders als gezinsmigranten op dit moment twee keer zo groot. Hier komt bij dat de middelen voor begeleiding naar werk of participatie voor statushouders via de Participatiewet ook ontoereikend zijn. Voor 2025 en 2026 is er hiermee sprake van een knelpunt. Vanwege de grote risico's door onzekerheid vanuit het Rijk trekken we dit uitvoeringsbudget door naar 2027. 17.

Opvang, begeleiding en activering ongedocumenteerde mensen Het knelpunt betreft het bewaken van de humanitaire ondergrens voor ongedocumenteerde mensen in Utrecht vanaf 2026. Het knelpunt is het gevolg van een tekort dat is ontstaan door de beëindiging van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening per 31 december 2024 en heeft als gevolg dat er vanaf 2025 geen Rijksbijdrage aan de LVV-steden beschikbaar zal zijn. Er is een wettelijke verplichting voor een minimale opvang, dit is bevestigd in gerechtelijke uitspraken. De extra middelen zijn nodig om te voorkomen dat deelnemers in zo’n situatie terechtkomen dat hun grondrechten volgens Europese mensenrechtenverdragen en de Europese Terugkeerrichtlijn geschonden worden. 18. Compensatie energie - stijging energielasten vanaf 2026 Hoewel de termijnmarkt voor energie de aflopen jaren enigszins genormaliseerd is, zijn de energieprijzen nog steeds aanzienlijk hoger dan voor de inval in Oekraïne en de explosie aan de Nordstreampijplijn. Naast de termijnmarkt zijn er echter nog andere factoren die een blijvend

20

prijsverhogend effect hebben, met name netcongestie en onbalanskosten (vanwege de sterke toename van zon- en windenergie). De stijgende prijzen voor energie zijn in de afgelopen periode opgevangen uit de tijdelijke compensatiemiddelen in de Voorjaarsnota 2023. We schatten in dat de prijzen niet structureel hoog blijven en nemen daarom een risico om de begroting t/m 2028 te verhogen en niet voor de periode daarna. 19. Meevaller project staatsloosheid Door de afronding van het project Statenloosheid vallen de restende bedragen voor het project vrij. 20. Gevolgen Netcongestie voor legesinkomsten Netwerkbeheerders kunnen op korte en middellange termijn niet voldoen aan de capaciteitsvraag en dus worden op dit moment geen grote projecten aangesloten op het elektriciteitsnet. Aanvragers voor grote bouwplannen stellen daarom de beslissing om een aanvraag in te dienen uit. Eind 2022 is in de Provincie Utrecht een wachtlijst ingesteld voor nieuwe grootverbruik-aansluitingen op het elektriciteitsnet. Dat heeft in het laatste kwartaal van 2024 geleid tot minder inkomsten bij de gemeente. Doordat grotere plannen niet langer aangesloten worden, worden er minder aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend voor grotere bouwplannen.

Dit heeft vanwege de kruisbestuiving (de grote aanvragen bekostigen de werkelijke kosten van de behandeling van de vele kleine aanvragen) een direct effect op de bekostiging van de kleine aanvragen. De verwachting is dat de trend van 2024 doorzet. Die kwam pas eind 2024 in beeld doordat de eerder ingediende aanvragen allemaal al over een aansluiting beschikten voordat aanvragen bij ons ingediend werden. Het effect van de beslissing in 2022 werd daardoor pas eind 2024 zichtbaar. De wachtlijst voor netcongestie resulteert in lagere vergunningsaanvragen en daarmee inkomsten uit vergunningen. Deze ontwikkeling is op de kortere termijn niet beïnvloedbaar. Voor de lange termijn is onzeker voor welke periode de netcongestie beperkingen geeft voor de Utrechtse grootverbruikers. Vooralsnog verlagen we de legesinkomsten voor 2 jaar. 21. Begroting VNG-bijdrage ophogen Dit betreft de verhoging van de bijdrage aan het Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU). Dit is besloten tijdens de algemene ledenvergadering van de VNG op 26 juni 2024. 22. Digitalisering Erfgoed We zijn sinds 2021 bezig met een monsteroperatie: het digitaliseren, ontsluiten en archiveren van 300 meter strekkende archief en vijf miljoen digitale bestanden. Deze Utrechtse erfgoeddata zijn het resultaat van meer dan 50 jaar onderzoek naar de archeologie, gebouwde monumenten en ruimtelijke ontwikkeling van de stad.

Dit materiaal vormt de basis voor uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de monumentenzorg. Het dient ook als onderbouwing van publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van gebouwde monumenten en archeologische terreinen. Zeker met de nieuwe Omgevingswet moet dit materiaal kenbaar en toegankelijk zijn voor initiatiefnemers. Inmiddels zijn de meeste onderdelen conform planning en budget uitgevoerd dan wel ver gevorderd. Al in 2021 zijn enkele risico's benoemd, zoals de verwerkingssnelheid van het papieren archief en vervanging van software en de afrondende module van implementatie van de kaartviewer-annexdocumentenbibliotheek. Voor het afronden van dit project zijn daarom tot en met 2028 aanvullende middelen nodig. 23. Faciliteren demonstraties en preparatie op openbare ordeverstoringen Het aantal demonstraties is het afgelopen jaar gestegen van 388 naar 522. De verwachting is dat het aantal demonstraties ook de komende jaren zal toenemen. Demonstreren is een grondrecht dat bescherming verdient. Het faciliteren van demonstraties is een wettelijke taak van de burgemeester. 21

Extra capaciteit en budget voor materiële kosten in 2025 is noodzakelijk om aan de vereisten van de invulling van onze wettelijke taak te kunnen blijven voldoen en adequaat te kunnen optreden bij mogelijke verstoringen van de openbare orde en crises. 24. JGZ-zorg aan nieuwkomers We krijgen onvoldoende geld voor Jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor nieuwkomers, zowel voor kinderen die in Utrecht als in een van de regiogemeenten wonen. De instroom op de Ithaka-school (VO-school waar nieuwkomers tussen 12 en 18 jaar heen gaan) is naar verwachting in 2025 ongeveer gelijk aan 2024. Landelijk is afgesproken dat de zorg van de Jeugdgezondheidzorg wordt geboden door de JGZ in de gemeente waar de kinderen op school zitten en wij volgen deze lijn. We krijgen geld voor kinderen die van Oekraïense afkomst zijn, dan wel woonachtig zijn op een COA of een AMV (kleinschalige woonvoorziening). Voor de andere groep nieuwkomers krijgen we alleen bekostiging voor Utrechtse kinderen. Ruim de helft van de kinderen op de Ithaka-school komt niet uit Utrecht. Daarnaast is het tarief voor Utrechtse nieuwkomerskinderen te laag om deze groep de benodigde zorg te bieden. Wij hebben inmiddels opties onderzocht voor andere dekkingsbronnen, namelijk of de andere gemeenten in de regio of de GGDrU kunnen bijdragen. Ook zij ontvangen een te laag bedrag om de zorg van de JGZ aan de groep nieuwkomers te bekostigen.

Het bedrag dat we van de gemeenten moeten terugvorderen staat niet in verhouding tot de inspanningen, omdat het tarief dat zij ontvangen ook te laag is. Voor 2025 worden we geconfronteerd met extra lasten, maar we zetten verder in op dekking vanuit regiogemeenten en op mogelijkheden om de kosten meer in lijn te brengen met de vergoedingen op basis van het wettelijk minimum. 25. Inrichten huidige zorgorganisatie naar zorgwetgeving en kwaliteitseisen De organisatorische en juridische randvoorwaarden voor de primaire zorgprocessen vanuit de gemeente (jeugdgezondheidszorg en sociaal medische zorg aan kwetsbare volwassenen) zijn onvoldoende ingericht om (blijvend) aan zorgwetgeving en zorgkwaliteitseisen te voldoen. Dit is opgenomen als beleidsrisico in de Programmabegroting 2025. De stapeling van veranderingen in de zorgwetgeving en kwaliteitseisen in de afgelopen jaren, geven nu het besef en de noodzaak om deze uitvoeringsorganisaties als zorgentiteit te versterken. Bijsturingen 26. Werven: aanpassing methodiek Bij het vaststellen van het programmaplan Werk aan de Werf in 2021 is aangegeven dat de jaarlijkse kosten voor herstel in de eerste jaren hoger zijn dan in de latere jaren van de looptijd van het programma.

Dit komt doordat voor de veiligheid en het behoud van het erfgoed deze eerste jaren zowel de wal- en kluismuren als de kelders worden hersteld (de muren zijn over 10 jaar klaar) en omdat er gestart is met de slechtste muren en kelders met de meeste schade en daarmee ook de hoogste herstelkosten. Herstel van de schades is nu nodig voor behoud van het erfgoed en om onveilige situaties te voorkomen. In totaal blijft het programma binnen de financiële kaders. In het Raadsvoorstel Regeling Risicovolle Projecten wordt u voorgesteld hoe wij de kosten en beschikbare middelen per jaar in evenwicht brengen. In het te actualiseren uitvoeringsprogramma 2025-2028 zullen we een en ander verder uitwerken. 27. Aanpak voor verhogen vaccinatiegraad De vaccinatiegraad in Utrecht daalt (zie raadsbrief november 2024). We zien dat de verschillen tussen wijken toenemen. In Overvecht en Kanaleneiland ligt de vaccinatiegraad onder zuigelingen rond de 70%. Dit is veel lager dan de grens van 90% voor groepsimmuniteit. Ook zien we grote verschillen 22

naar land van herkomst, met name Marokkaanse en ook Turkse kinderen worden minder vaak gevaccineerd. Zij hebben hiermee grotere risico's op het oplopen van ernstige infectieziekten. Dit vraagt extra inzet en dus extra financiële middelen. Er loopt een actieve lobby richting het Rijk. Er is door de Tweede Kamer een amendement aangenomen voor extra middelen voor de G4 en voor 2025 verwachten we extra middelen via het gemeentefonds (decentralisatie uitkering). Voor 2026 en 2027 is dit onzeker, zetten we onze lobby voort, en gaan uit van een budgettair neutraal scenario. 28. Asiel en opvang: LVV We stellen voor de voorziening voor opvang van ongedocumenteerden in sobere vorm voort te zetten, zie paragraaf 3.2. De vorm waar we voor kiezen gaat verder dan de absolute ondergrens, zoals beschreven in knelpunt 17. Deze extra middelen zorgen ervoor dat we een realistischer aantal mensen op sobere manier kunnen opvangen en die bovendien ook (iets) meer perspectief kunnen bieden. 29. Netcongestie Vanwege de hoge mate van onzekerheid over de verdere ontwikkeling van netcongestie en het verwachte rijksbeleid om dit landelijke probleem aan te pakken, zetten we in deze voorjaarsnota een eerste stap voor de komende twee jaar.

Deze bestaat in het kort uit het beschikbaar hebben van voldoende opwekgeneratoren voor zowel nieuwbouw als renovatie, het faciliteren van de realisatie van extra trafostations, de inrichting van een doorbraakteam om onorthodoxe veranderingen mogelijk te maken en het organiseren van een crisisteam ter voorbereiding op stroomuitval. Zie verder hoofdstuk 3.4. 30. Binnensportcapaciteit We hebben te maken hebben met onvoldoende binnensportcapaciteit en het niet halen van het vastgestelde kengetal voor binnensport (1 sporthal op 15.000 inwoners). Door de groei van de stad komen we in 2030 een sporthal tekort en in 2040 vijf sporthallen. Een deel van de binnensportverenigingen kan nu al weinig of geen nieuwe leden meer aannemen, er zijn wachtlijsten en gewenste groei van de sport wordt beperkt. We zetten in op het verruimen van de capaciteit voor binnensport. 31. Jaarwisseling Om recht te doen aan de uitkomst van het burgerberaad en in relatie tot het verwachte landelijke vuurwerkverbod, willen wij een vervolg geven aan de feestelijke jaarwisseling. Tradities veranderen kost tijd. Het voorstel is om de feestelijke jaarwisseling voor de komende twee jaren voort te zetten in een sobere variant. De nieuwe coalitie kan daarna opnieuw een keuze maken. We stellen hiervoor twee jaar 500.000 euro beschikbaar (2024: 1,3 miljoen euro) en zetten in op meer samenwerking met partners in de stad.

32. Asiel en opvang: EU-arbeidsmigranten In lijn met het coalitieakkoord stellen we een coördinator aan voor de (preventieve) aanpak voor EU(arbeids)migranten met een werkbudget. Zie ook paragraaf 3.2. 33. ROM De (regionale) aandeelhouders van de ROM werken gezamenlijk toe naar een financieel stabiele ROM met een revolverend fondskapitaal. Dit om te kunnen blijven investeren in innovatieve startups en scale-ups in de regio, die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Deze afspraak is gemaakt bij oprichting van de ROM. Omdat het fonds nog niet revolverend is, wat gezien de korte looptijd ook niet de verwachting was, dreigt het fondskapitaal leeg te raken, waardoor geen

23

investeringen meer mogelijk zijn. Een aanvullende fondsstorting is noodzakelijk en gaat gepaard met rentelasten. 34. Leegstand en opkoopregeling Op basis van de Leegstandswet is de Leegstandsverordening ingevoerd in oktober 2023, in de overtuiging dat dit bestaande woningen beter benut wat helpt om de druk op de bestaande woningvoorraad te verlichten. In de context van de huidige (schaarste op de) woningmarkt zien we dit als onmisbaar. Beleid en handhaving op leegstand is een onherroepelijk gevolg van de vastgestelde Leegstandsverordening. Dit betreft eigen Utrechts beleid, waarvan de incidenteel toegekende middelen uit het coalitieakkoord aflopen. De gemeente Utrecht heeft op basis van de Wet opkoopbescherming de regeling voor opkoopbescherming ingevoerd in maart 2022. Door de opkoopbescherming worden woningen beschermd tegen het opkopen door ondernemingen of particulieren die dergelijke woningen willen omzetten in huurwoningen. Doel van de opkoopbescherming is de kansen voor met name starters en mensen met een middeninkomen op een koopwoning in Utrecht te vergroten. 35. Duurzame oplossing parkeren Vanwege het belang om in het parkeerdossier de basis op orde te brengen, stellen wij voor incidenteel 1,5 miljoen euro vrij te maken, om op korte termijn de benodigde acties en maatregelen in gang te zetten, waaronder het functioneel krijgen van het parkeermanagementsysteem.

En we reserveren incidenteel 3,5 miljoen euro om risico’s in de parkeerexploitatie af te dekken. Zie voor meer toelichting paragraaf 3.3.1. 36. Gebiedsontwikkeling: groei in balans In het MPR hebben we scherpe keuzes gemaakt om de uitvoerbaarheid te bewaken en om het financiële beeld sluitend te maken. Na een dip in de woningbouwproductie zien we een herstel in het aantal woningen dat in aanbouw wordt genomen. Tegelijkertijd zien we verschillende risico’s urgenter worden, zoals netcongestie, de betaalbaarheid van maatschappelijke voorzieningen en businesscases die onder druk staan. Bovendien besluit u in deze voorjaarsnota over een nieuwe bestendige bekostigingssystematiek voor investeringen in nieuwe woningen, buurten en voorzieningen. Vanwege de urgente opgaven die verband houden met gebiedsontwikkeling en de transitie naar een nieuwe bekostigingssystematiek voegen we incidenteel circa 5,5 miljoen euro toe aan de reserve grondexploitaties. Zie voor meer toelichting paragraaf 3.3.

2.4 Niet-ingepaste onderwerpen Sinds de vaststelling van de Voorjaarsnota 2024 in juli 2024 is een aantal beleidsnota’s en andere voorstellen door de raad vastgesteld of een motie aangenomen, waarin aan de raad is toegezegd om nadere benodigde middelen te betrekken bij de integrale afweging in de Voorjaarsnota 2025. Gelet op de financiële ontwikkelingen zijn alleen de noodzakelijke knelpunten en bijsturingen ingepast. De volgende wensen vanuit de raad zijn niet meegenomen in het financieel beeld: •

•

Ontzie plan Einstein (motie 360): "Terugdraaien bezuinigingen Plan Einstein en Samen stad maken”, draagt op om de bezuiniging op Plan Einstein en Samen de stad maken zoveel als mogelijk terug te draaien en daarvoor dekking te zoeken binnen de concessievergoeding voor laadpalen vanaf 2028 of binnen hetzelfde programma. Op dit moment wordt de financiële dekking niet haalbaar geacht; Maatschappelijk en betaalbaar leegstandsbeheer (motie 125): “Leegstandsbeheer goed borgen” hieraan wordt uitvoering gegeven met uitzondering van het waar mogelijk bruikleen te gebruiken gedurende 6 tot 24 maanden; 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=13119f1f-103b-426c-885e-ef97e604baa2