CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota en Bestuursrapportage 2024 (juni 2024, inclusief erratum)

Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte (2022-2026) 4 juli 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste bestuursrapportage 202436.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024

Inhoudsopgave Voorwoord

5

Deel 1 | Voorjaarsnota 2024

6

1. Blijven kiezen voor de toekomst

7

1.1 Lastige tijden vragen om lastige keuzes

7

1.2 Inhoudelijke keuzes voor structureel tekort

8

1.3 Uitdagingen op meerdere fronten

10

2. Financieel vertrekpunt en toelichting

12

2.1 Inleiding

12

2.2 Toelichting op het startsaldo

13

2.3 Groeikader

16

2.4 Knelpunten

17

3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen

25

3.1 Hervormingen sociaal domein

25

3.2 Wonen en opvang

27

3.3 Investeringen in de groei van de stad

28

3.4 Netcongestie

30

4. Financiële strategie

31

4.1 Financieel-technisch beleid

31

4.1.1 Risico-inschatting voor de verwachte Rijksinkomsten

32

4.1.2 Inzet eigen vermogen

33

4.1.3 Financieel-technische maatregelen

35

4.2 Haalbaarheid investeringen tegen het licht: reëel ramen

35

4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen

37

4.3.1 Inleiding, proces

37

4.3.2 Maatregelen per programma

38

4.3.3 Bezuinigingen op investeringen

50

4.4 Hervormingsbezuinigingen

52

4.5 Opbrengstenverhoging

55

2

Deel 2 | Eerste Bestuursrapportage 2024

58

5. Inleiding

59

6. Majeure ontwikkelingen en bijstellingen

61

6.1 Majeure ontwikkelingen

61

6.1.1 Betrouwbare Overheid

61

6.1.2 Ontwikkelen en wonen voor iedereen

61

6.1.3 Klimaatvriendelijke stad

61

6.1.4 Duurzame bereikbaarheid

61

6.1.5 Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed

61

6.1.6 Veilige stad

61

6.1.7 Passende ondersteuning en opvang

61

6.1.8 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid

61

6.1.9 Kansrijk opgroeien

61

6.1.10 Levendige en gezonde stad

61

6.1.11 Algemene Middelen en Overhead

62

6.2 Majeure bijstellingen

62

7. Budgettair neutrale bijstellingen

63

7.1 Onttrekkingen en stortingen in (bestemmings)reserves

63

7.2 Verhogen baten en lasten

63

7.3 Verlagen baten en lasten

65

7.4 Verschuiven gelden binnen een programma

65

7.5 Verschuiven gelden naar ander programma

66

7.6 Overhevelen via algemene dekkingsreserve

66

7.7 Bijstellingen investeringskredieten

66

7.7.1 Ontwikkelen en wonen voor iedereen

67

7.7.2 Duurzame bereikbaarheid

67

7.7.3 Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed

70

7.7.4 Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid

72

7.7.5 Kansrijk opgroeien

72

7.7.6 Levendige en gezonde stad

73

8. Voortgang uitvoering coalitieakkoord

75

8.1 Mijlpalen in Q3 en Q4 2023

75

8.2 Wijzigingen in de planning

77

3

9. Corresponderende posten

80

Bijlagen Bijlage 1 | Planning uitvoering coalitieakkoord

85

Bijlage 2 | Budgetneutrale bijstellingen

88

Bijlage 3 | Instellen reserves

99

Bijlage 4 | Geheime bijlagen

103

4

Voorwoord Raadsvoorstel nummer: 12308782 Utrecht, 16 mei 2024 Voor u ligt de Voorjaarsnota 2024 van de gemeente Utrecht, inclusief de Eerste Bestuursrapportage 2024. De voorjaarsnota maken we jaarlijks als voorbereiding op de Programmabegroting 2025. Met de voorjaarsnota actualiseren we het financiële beeld en leggen we waar nodig nieuwe keuzes voor.

De secretaris, Michiel J. Ruis

De burgemeester Sharon A.M. Dijksma

5

Deel 1 | Voorjaarsnota 2024

6

1. Blijven kiezen voor de toekomst 1.1 Lastige tijden vragen om lastige keuzes Utrecht is één van de snelst groeiende steden van Nederland. Een stad waar iedereen welkom is om te wonen, werken, studeren en om te genieten van alles wat Utrecht te bieden heeft. Utrecht is een levendige stad, die zich blijft ontwikkelen. Voortdurend zijn we samen met de gemeenteraad, inwoners en onze partners in de stad bezig om Utrecht nog mooier en beter te maken. Waar we echter niet van weg kunnen en willen lopen, is dat we met elkaar voor een aantal grote uitdagingen staan. De financiële situatie van de gemeente Utrecht is het afgelopen jaar flink verslechterd. Vooral als gevolg van tegenvallende inkomsten van het Rijk is het tekort op de gemeentelijke begroting fors toegenomen. Hierdoor staan we voor een omvangrijke financiële uitdaging. Ook wij moeten nu voor het eerst in jaren forse bezuinigingsmaatregelen nemen in de voorjaarsnota, waar veel gemeenten al eerder moesten bezuinigingen. Daarbij hebben we te maken met een aantal andere grote opgaven, zoals de gevolgen van netcongestie. Het stroomnet kan de toenemende vraag door groei en verduurzaming niet aan. Als we niets doen, dreigt de stad op slot te gaan. We blijven geconfronteerd met een stijgende zorgvraag en zien een toenemende druk op het zorglandschap voor verblijf en opvang en op de gehele woningmarkt.

Krapte op de arbeidsmarkt zorgt vooral bij onze partners in de stad voor grote uitdagingen. Het college wil daarom het huishoudboekje op orde brengen en tegelijkertijd investeringen blijven doen op de plekken waar dit het hardste nodig is. Bij de soms pijnlijke keuzes die we hiervoor hebben gemaakt, is een aantal principes leidend:

We houden de basis op orde Iedere Utrechter moet kunnen rekenen op een veilige, leefbare stad met een benaderbare gemeente. We blijven onze wettelijke taken uitvoeren. Maar we zetten de tering naar de nering: we kijken naar wat we kunnen laten en hoe we dingen met minder geld kunnen doen. Hoe we kunnen voorkomen, in plaats van genezen. Waar het kan, zullen we versoberen, zodat we met minder geld toch blijven doen wat nodig is. Concreet betekent dit dat we de keuzes die we maken onze basistaken, die zo belangrijk zijn voor de inwoners van de stad, zoveel mogelijk ontzien. We zetten onze reserves in om de eerstkomende jaren het tekort te overbruggen en nemen vervolgens structurele bezuinigingsmaatregelen. In deze voorjaarsnota lossen we bovendien een aantal knelpunten op, om de basis en de dienstverlening op orde te houden.

Wonen, kansengelijkheid en klimaat blijven onze speerpunten De woningnood, kansenongelijkheid en klimaatcrisis vormen een grote bedreiging voor de toekomst van onze stad. We blijven ongelijk investeren in gelijke kansen en we ontzien kinderen en kwetsbaren zoveel mogelijk.

7

Concreet betekent dit dat ook in deze voorjaarsnota de ambities uit het coalitieakkoord overeind blijven. We houden koers, maar temporiseren sommige ambities en we bezuinigingen niet eerder dan noodzakelijk. We hebben kritisch gekeken wat het meest bijdraagt aan de ambities van de gemeente.

We blijven investeren in onze stad We blijven noodzakelijke investeringen in onze stad doen, want juist als het economisch tegenzit, moet je tegensturen, anders worden kwetsbare mensen het kind van de rekening. Maar we doen dit realistisch, want als je minder te besteden hebt, kun je ook niet al je plannen op dezelfde manier uitvoeren. We streven daarom niet altijd meer naar een tien en nemen soms genoegen met minder. Concreet betekent dit dat we ook in deze voorjaarsnota vasthouden aan onze ambitie om te groeien in balans. Daarbij maken we soberder keuzes voor onze investeringen in bijvoorbeeld groen of speelvoorzieningen.

1.2 Inhoudelijke keuzes voor structureel tekort De Programmabegroting 2024 liet vanaf 2026 een tekort zien van ruim 35 miljoen euro. In februari hebben we in de raadsbrief Groter tekort op inkomsten vanuit het Rijk aan uw raad verteld dat het financiële tekort groter is dan tot dan toe werd verwacht. Door autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen, zoals loon-, prijs-, en renteontwikkelingen, compensatie via het gemeentefonds, het moeten voldoen aan Europese richtlijnen voor informatiebeveiliging en de bijstelling van budget om ons vastgoed te kunnen onderhouden, is het totaal op te lossen structurele tekort 93,4 miljoen euro.

Financieel beeld Voorjaarsnota 2024 Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

Programmabegroting 2024

0

0

-35.596

-37.436

-35.870

-35.870

Autonome ontwikkelingen

-79.308

-47.034

-46.386

-43.226

-45.984

-47.441

0

9.151

6.621

8.911

12.336

12.336

Groeikader – baten Groeikader – lasten

0

-9.151

-6.621

-8.911

-12.336

-12.336

Knelpunten

-14.725

-10.799

-13.619

-13.912

-10.200

-7.940

Bijsturingen

-2.855

-3.420

-2.319

-2.152

-2.152

-2.152

Startsaldo Voorjaarsnota 2024

-96.888

-61.253

-97.921

-96.726

-94.207

-93.404

1. Financieel-technisch beleid

96.259

23.399

10.518

13.327

10.357

12.806

2. Reëel ramen

7.423

8.475

10.181

7.132

2.668

850

3. Concrete bezuinigingsmaatregelen

3.337

10.337

24.247

32.392

33.615

32.138

4. Hervormingsbezuinigingen

0

0

20.000

23.000

24.000

25.000

5. Opbrengstenverhoging

0

19.043

22.066

22.610

22.610

22.610

6. Kasschuif

-10.131

0

10.909

-1.735

957

0

Financiële strategie

96.888

61.253

97.921

96.726

94.207

93.404

0

0

0

0

0

0

Eindsaldo Voorjaarsnota 2024

8

Financiële strategie Dit is de eerste voorjaarsnota sinds jaren waarin we stevig moeten bezuinigen. De actuele financiële situatie maakt echter niet dat optimisme heeft plaatsgemaakt voor pessimisme. We maken inhoudelijk keuzes om het structurele tekort op te lossen; we maken geen zaken stuk. De eerdergenoemde principes blijven we steeds hanteren, maar het is onvermijdelijk dat keuzes pijnlijk uitwerken en ook ambities van de gemeente zullen raken. We hebben een financiële strategie uitgewerkt om het tekort op korte en lange termijn op te lossen en om de financiële positie van de gemeente Utrecht te versterken. Deze strategie is in hoofdlijnen toegelicht in de eerdergenoemde raadsbrief en bestaat uit onderstaande onderdelen, waarbij ook binnen de onderdelen keuzes worden gevraagd: • • • •

Financieel-technisch beleid; Haalbaarheid investeringsbegroting tegen het licht: reëel ramen; Concrete bezuinigingsvoorstellen; Aanvullende hervormingsbezuinigingen.

Financieel-technisch beleid Met het financieel strategisch beleid maken we een inschatting van de inkomsten van het Rijk en kijken we naar de mogelijkheden voor de inzet van het eigen vermogen (reserves) om met name het tekort op de korte termijn (2024 en 2025) op te lossen. Voor de inzet van het eigen vermogen laten we de activareserve gedeeltelijk vrijvallen voor investeringen die zijn gerealiseerd. Tegenover deze vrijval staat dan de toevoeging van een structureel budget voor de kapitaallasten van de bijbehorende investeringen. Daarnaast maken we financieel-technische keuzes, bijvoorbeeld in de manier van indexeren. Reëel ramen Er is de afgelopen jaren sprake van onderbesteding, door planningsoptimisme, waarbij ervan uit wordt gegaan dat investeringen eerder gerealiseerd kunnen worden dan in werkelijkheid het geval is. In deze voorjaarsnota laten we zien waar meer kapitaallasten zijn geraamd dan zullen worden uitgegeven. Door investeringen reëel te ramen ontstaat een incidenteel voordeel. Dit is een eerste stap op weg naar een haalbare investeringsbegroting. Voorstellen tot bewust uitstellen of schrappen van investeringen vallen onder de concrete bezuinigingsmaatregelen. Concrete bezuinigingsvoorstellen In april heeft u de ambtelijke rapportage ontvangen van de inventarisatie die is gemaakt om bezuinigingsopties en de consequenties daarvan in beeld te brengen.

Deze zijn waardenvrij geformuleerd en de wenselijkheid kwam daarin niet tot uitdrukking. Voor het Meerjarenprogramma Ruimte (MPR) is een aparte inventarisatie gemaakt, omdat dit gaat om investeringen. Het schrappen of uitstellen van de investeringsprojecten leidt tot een structurele bezuiniging, waarmee ook de ambities uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) worden geraakt. Om het huishoudboekje op orde te brengen, zijn deze structurele bezuinigingen nodig. In deze voorjaarsnota staat welke concrete besparingen wij voorstellen. Dit gaat om besparingen op uitgaven en op investeringen. We realiseren ons dat deze keuzes inwoners en partners in de stad zullen raken, en ook onze eigen organisatie. We willen het financiële tekort daarom niet opvangen met alleen concrete bezuinigingsmaatregelen. Dit zou een te zware wissel trekken op de stad en met name op de meest kwetsbare inwoners.

9

Hervormingsbezuinigingen Daarom zijn extra structurele bezuinigingen nodig vanaf 2026. Dat willen we doen met hervormingsbezuinigingen. Hervormen is veranderen met als doel structureel verbeteren. Met deze hervormingen kijken we vanzelfsprekend kritisch naar de gemeente en de gemeentelijke organisatie. De ambitie is om efficiënter te werken en simpeler te organiseren. Dit zal effect hebben op de omvang van de organisatie. Door deze hervormingen goed door te voeren, besparen we kosten. Tegelijk willen we met de hervormingen een deel van de oplossing bieden voor problemen zoals het tekort aan mensen bij ons én bij onze partners. In deze voorjaarsnota geven we een eerste aanzet voor deze hervormingsbezuinigingen. Opbrengstenverhoging Als gevolg van de grote kortingen vanuit het Rijk zien we ons ook genoodzaakt om een aantal lastenverzwaringen door te voeren. Het valt ons niet licht dat wij van velen een bijdrage vragen om de grote uitdagingen van Utrecht het hoofd te bieden. Daarom geldt voor onze bezoekers straks een hogere toeristenbelasting. Ook verhogen we de parkeertarieven van onze eigen parkeergarages en zullen we leges meer kostendekkend maken. Op deze manier ontzien we wel de meest kwetsbare mensen. We zien ons helaas ook genoodzaakt om de onroerendezaakbelasting (OZB) te verhogen.

Daarbij tekenen we aan dat als het Rijk voor de Programmabegroting 2025 besluit tot een reële vergoeding voor de taken van gemeenten we deze maatregel als eerste zullen schrappen of verminderen.

Extra middelen Rijk De inkomsten uit het gemeentefonds blijven onzeker, maar er is sprake van beweging. Het demissionaire kabinet heeft in zijn voorjaarsnota voorgesteld om extra middelen beschikbaar te stellen. Met deze extra middelen worden twee weeffouten uit het gemeentefonds gecorrigeerd: zo komt de opschalingskorting vanaf 2026 definitief te vervallen. Daarnaast worden de stijgende kosten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) reëel gecompenseerd. Extra inkomsten van het Rijk hebben wij eerder, ook op verzoek van de raad, als risico-inschatting opgenomen. Voor de opschalingskorting kunnen we nu een voordeel van 15 miljoen euro inboeken, naast een voordeel voor de Wmo. Tegenover de extra middelen staat een eenmalige korting in 2025. Van structureel passende inkomsten voor de uitvoering van onze taken is nog helemaal geen sprake. De enorme korting van het Rijk op het gemeentefonds (2,3 miljard euro) blijft bestaan.

1.3 Uitdagingen op meerdere fronten Naast de grote financiële uitdaging zien we ons als gemeente gesteld voor een aantal andere problemen die ons dwingen om keuzes te maken.

Gevolgen van netcongestie We staan in Nederland voor belangrijke uitdagingen zoals de energietransitie en woningbouw. Hiervoor is een goed functionerende energie-infrastructuur nodig. De afgelopen jaren is er een groeiend tekort op het elektriciteitsnetwerk ontstaan: vraag en aanbod van elektriciteit zijn hoger dan de beschikbare netcapaciteit. Het elektriciteitsnet is op veel plekken overbelast. Ook Utrecht ondervindt de problemen van een vol stroomnet. Als gevolg dreigt stilstand op twee fronten: stedelijke ontwikkelingen en de verduurzaming van de stad. Netcongestie heeft grote impact op vrijwel alle grotere gebiedsontwikkelingen in de stad Utrecht en daarmee op het merendeel van de geplande woningbouw in de komende jaren.

10

Het streven is om een verslechtering van de congestiesituatie en verdere vertraging van de gemeentelijke ambities zoveel mogelijk te voorkomen. We zetten in op tijdelijke oplossingen voor woningbouw en de bouw en renovatie van maatschappelijke voorzieningen en scholen. Als lid van de regionale Energy Board werken we samen met de provincie, regiogemeenten, netbeheerders en het Rijk aan een noodplan.

Wonen en opvang Er is een groot tekort aan woonruimte voor alle woningzoekenden. Regulier woningzoekenden hebben te maken met lange wachttijden voor een sociale huurwoning. Kwetsbare groepen, zoals jongeren die verblijven in jeugdzorginstellingen, nieuwkomers met een verblijfsvergunning en mensen uit de maatschappelijke opvang zijn eveneens aangewezen op deze sociale huurwoningen. Het tekort aan huisvesting voor deze kwetsbare doelgroepen leidt daarmee tot druk op het totale zorglandschap voor verblijf en opvang. Er is een direct verband tussen de realisatie van woningen en de druk op de opvang. We zetten daarom onder meer in op realisatie van zoveel mogelijk woningen in het sociale segment.

Krapte op de arbeidsmarkt We hebben extra aandacht voor de krapte op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat deze krapte de komende jaren aan zal houden. Het gevolg is meer schaarste van vooral senior- en specialistische functies in onze organisatie en bij onze partners in de stad. Dit heeft effect op de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening én de uitvoering van opgaven voor de stad. De gemeente heeft vooral te maken met een hoge uitstroom van jongere mensen. Dat is iets dat onze aandacht vraagt. In het sociaal domein zien we nu al een groot tekort aan arbeidskrachten, bijvoorbeeld bij de thuiszorg en de acute opvang GGZ. Daarom is het noodzakelijk andere en innovatieve manieren van het aanbieden van zorg te onderzoeken.

Hervormingen sociaal domein Na de decentralisaties in 2015 is het de gemeente Utrecht met een samenhangende aanpak binnen het sociaal domein gelukt om als een van de weinigen in Nederland het sociaal domein binnen de kaders van de begroting uit te voeren. Inmiddels zien we een sterk stijgende vraag naar zorg op basis van de Jeugdwet en de Wmo en daarbij een sterke stijging van de kosten. Daarom hebben we in de Voorjaarsnota 2023 hervormingen in het sociale domein aangekondigd als een belangrijke eerste stap naar een duurzaam houdbaar sociaal domein. Onze aanpak is inhoudelijk gedreven en leidt niet tot afbraak van het sociaal domein. Hiermee maken we ons ook in deze tijd van toenemende schaarste hard voor kansengelijkheid en zorgen we ervoor dat de middelen die we beschikbaar hebben, gaan naar de mensen die dit het hardst nodig hebben. In deze voorjaarsnota worden de contouren van deze hervormingen geschetst.

Tot slot De grote uitdagingen waar we ons voor gesteld zien, brengen dilemma’s met zich mee. In de RSU 2040 zijn bijvoorbeeld grote ambities geformuleerd over de groei van de stad. We willen groeien in balans en zorgen dat Utrecht zoveel mogelijk een stad voor iedereen is. Een groene en gezonde stad, die in al haar ontwikkelingen oog heeft voor het karakter van de stad. Die ambities blijven bestaan, maar we zullen de komende jaren investeringen anders, later of minder moeten doen. Wat we echter niet gaan doen, is stilstaan en een hek bouwen om de stad. Stilstand is achteruitgang. Ook in deze lastige financiële tijd blijft dit college investeren in de toekomst.

11

2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.1 Inleiding In het vorige hoofdstuk is het vertrekpunt van deze voorjaarsnota met een structureel tekort van 93 miljoen euro al kort geschetst. Onderstaande tabel geeft nogmaals het financiële vertrekpunt weer. In de volgende paragrafen geven we een specificatie en toelichting op het startsaldo van deze voorjaarsnota, zoals de autonome ontwikkelingen, het groeikader en de knelpunten. In hoofdstuk 4 lichten we vervolgens onze oplossingsrichtingen toe, waarmee we voor 2024 en 2025 een sluitend saldo realiseren en voor de periode daarna een structureel sluitende begroting.

Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

Programmabegroting 2024

0

0

-35.596

-37.436

-35.870

-35.870

Autonome ontwikkelingen

-79.308

-47.034

-46.386

-43.226

-45.984

-47.441

Groeikader - baten

0

9.151

6.621

8.911

12.336

12.336

Groeikader - lasten

0

-9.151

-6.621

-8.911

-12.336

-12.336

Knelpunten

-14.725

-10.799

-13.619

-13.912

-10.200

-7.940

Bijsturingen

-2.855

-3.420

-2.319

-2.152

-2.152

-2.152

Startsaldo Voorjaarsnota 2024

-96.888

-61.253

-97.921

-96.726

-94.207

-93.404

12

2.2 Toelichting op het startsaldo Onderstaande tabel geeft het financiële vertrekpunt van deze voorjaarsnota meer gedetailleerd weer. Het vertrekpunt is de Programmabegroting 2024. Daarna volgen de autonome ontwikkelingen, het groeikader (neutraal), de knelpunten en de bijsturingen. Deze onderdelen worden onder de tabel verder toegelicht. Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

Programmabegroting 2024 - Eindsaldo

0

0

-20.568

-22.408

-20.842

-20.842

Risico-inschatting inkomsten Rijk

0

0

-15.028

-15.028

-15.028

-15.028

Subtotaal Programmabegroting 2024

0

0

-35.596

-37.436

-35.870

-35.870

Correctie gemeentefonds

-30.000

-56.000

-39.000

-40.000

-40.000

-40.000

Resultaat 2023

-21.742

0

0

0

0

0

Besteding & Dekkingsvoorstellen

-21.064

0

0

0

0

0

Indexeringen

-4.289

-34.181

-34.181

-34.181

-34.181

-34.228

-192

45.167

28.815

32.975

30.217

30.217

Rente

-6.300

-7.300

-7.300

-7.300

-7.300

-7.300

Dividend

250

250

250

250

250

250

Nota Beheer openbare ruimte

0

0

0

0

0

-950

Uitvoeringsprogramma Werken aan de werf

0

0

0

0

0

-460

Voordeel Toeristenbelasting

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Voordeel OZB

2.900

2.900

2.900

2.900

2.900

2.900

Gemeentefonds (circulaires en prijscompensatie)

Precario terrassen

130

130

130

130

130

130

0

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

-79.308

-47.034

-46.386

-43.226

-45.984

-47.441

Groeikader - baten

0

9.151

6.621

8.911

12.336

12.336

Groeikader - lasten

0

-9.151

-6.621

-8.911

-12.336

-12.336

Knelpunten

-14.725

-10.799

-13.619

-13.912

-10.200

-7.940

Bijsturingen

-2.855

-3.420

-2.319

-2.152

-2.152

-2.152

Startsaldo Voorjaarsnota 2024

-96.888

-61.253

-97.921

-96.726

-94.207

-93.404

Verpakkingsafvalheffing Subtotaal autonome ontwikkelingen

Eindsaldo Programmabegroting 2024 en risico-inschatting inkomsten Rijk Het eindsaldo van de vastgestelde Programmabegroting 2024 laat vanaf 2026 een tekort zien van ruim 20 miljoen euro. Daarnaast is bij de Programmabegroting 2024 op basis van een risico-inschatting rekening gehouden met het continueren van de opschalingskorting van circa 15 miljoen euro vanaf 2026 gelet op de bezuinigingsopgave van het Rijk.

Correctie gemeentefonds In februari is de raad met een raadsbrief geïnformeerd over een groter tekort op inkomsten vanuit het Rijk. Het gaat structureel om 40 miljoen euro.

Resultaat 2023 Bij de Voorjaarsnota 2024 wordt zoals gebruikelijk het resultaat van de Tweede Bestuursrapportage 2023 en de Jaarstukken 2023 meegenomen. Het nadelige resultaat van de Tweede Bestuursrapportage 2023 van 5,167 miljoen euro is ten laste gebracht van de algemene dekkingsreserve. Nu wordt de

13

algemene dekkingsreserve weer voor dit bedrag aangevuld. Ook de afwikkeling van de corresponderende posten uit de september- en decembercirculaire 2023 van 0,844 miljoen euro, zoals toegelicht in de Eerste Bestuursrapportage 2024, is in deze regel opgenomen. Ten slotte is het rekeningresultaat over 2023 van 17,4 miljoen euro nadelig verwerkt. Daarbij is rekening gehouden met de resultaatbestemming (bestedings- en dekkingsvoorstellen), met een extra nadelig effect van 21,1 miljoen euro.

Indexeringen De begroting vraagt aanpassing als gevolg van loon- en prijsstijgingen. Deze regel is als volgt opgebouwd. Voor de loonkosten is uitgegaan van de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) 2024, die eind 2023 is vastgesteld met een looptijd tot en met maart 2025. Voor de laatste 9 maanden van het jaar 2025 is een verhoging opgenomen die is gebaseerd op de laatst bekende cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Vanwege de extreme prijsstijgingen in de afgelopen jaren en verwachtingen voor de komende jaren hebben we de indexering van materiële kosten niet zoals gebruikelijk gebaseerd op de ontwikkeling van de afgelopen drie jaren, maar op de laatste CPB-cijfers. Voor de bouwindex en index Grond-, weg- en waterwerken is wel de gebruikelijke systematiek gehanteerd, waarbij het jaar 2022 buiten beschouwing is gelaten vanwege de extreme prijsstijgingen in dat jaar. Subsidiebudgetten indexeren we met een aandeel voor loon- en materiële index. Zoals we aangaven in de Programmabegroting 2024 is de subsidie-index voor 2024 niet verlaagd als gevolg van de herberekening van de loonkosten, omdat de subsidiebudgetten bij de Voorjaarsnota 2023 zijn gecommuniceerd naar onze partners en zij hierop hun begroting 2024 hadden gebaseerd. De verlaging over 2024 wordt nu zoals aangekondigd verwerkt in de subsidie-index.

Onderdeel van de financiële strategie (paragraaf 4.1.3) is een alternatieve methode van indexering. Deze is in de financiële uitgangssituatie niet verwerkt.

Gemeentefonds: circulaires en prijscompensatie Het financiële effect van de september- en decembercirculaire 2023 is meegenomen in het financiële beeld. Ook is de verwachte prijscompensatie vanaf 2025 in het gemeentefonds ingeschat op basis van de CPB-raming van augustus/september. Vanaf 2026 verandert de wijze van prijscompensatie in het gemeentefonds. Het gemeentefonds volgt dan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP), in plaats van kostenontwikkeling voor de overheid. De opgenomen bedragen fluctueren voor de verschillende jaren: • • •

In 2024 zijn er minder gemeentefondsinkomsten dan in 2025 en verder; In de BBP-volumegroei (septembercirculaire 2023) is vanaf 2027 50% gereserveerd voor looncompensatie; Vanaf 2026 zorgt de stelpost jeugd, die is aangepast conform de richtlijn van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), voor een nadeel (7,5 miljoen euro); we hadden rekening gehouden met meer middelen vanuit het Rijk.

De actuele ontwikkelingen uit de voorjaarsnota van het Rijk zijn meegenomen bij de risico-inschattingen (paragraaf 4.1.1). Deze worden in de komende circulaires financieel vertaald voor het effect voor de afzonderlijke gemeenten.

14

Rente en dividend Rente De afgelopen periode zijn de marktrentes voor het aangaan van geldleningen opgelopen, zowel voor kortlopende als voor langlopende financiering. Dat heeft een effect op onze toekomstige (her)financiering en werkt geleidelijk door in de rente die wij als gemeente betalen. Het budget voor de werkelijk te betalen rente wordt daarom structureel verhoogd met 7,3 miljoen euro. In de Voorjaarsnota 2023 kondigden we aan dat de interne rekenrente (momenteel 1,5%) naar verwachting moest worden verhoogd zodat het verschil tussen de werkelijk te betalen rente en de doorberekende rente aan activa/bezittingen (het renteresultaat) van de gemeente binnen de toegestane marges blijft. De conclusie van de actuele renteberekeningen is dat de interne rekenrente in lijn met ons financieringsstatuut (met terugwerkende kracht) vanaf 2024 verhoogd moet worden naar 2,0% om het renteresultaat binnen de marges te houden. Dit betekent dat de interne doorbelasting van rente toeneemt en dat voor de dekking van de kapitaallasten (rente en afschrijvingen) van toekomstige investeringen met een hoger rentepercentage rekening moet worden gehouden. Dividend Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Op basis van positieve verwachtingen rond onze deelneming in de BNG kunnen de dividendinkomsten met 0,25 miljoen euro worden verhoogd.

Dividendinkomsten warmte, water en energie Bij de Voorjaarsnota 2023 zijn structurele middelen toegekend voor het bekostigen van de rentelasten op verwachte investeringen in warmtenetten, netwerkbedrijf Stedin en waterleidingbedrijf Vitens en een ontwikkelbedrijf. De dekking hiervan zou komen vanuit de verwachte dividendinkomsten, waarbij dit de eerste jaren betrekking had op het beoogd aandeelhouderschap in Stedin. Omdat is gebleken dat investeren in Stedin voor de gemeente op dit moment financieel onaantrekkelijk is, worden er op korte termijn geen dividendinkomsten verwacht. De structurele baten en lasten van deze investeringen worden daarom budgetneutraal uit de meerjarenbegroting gehaald.

Nota Beheer openbare ruimte en het Uitvoeringsprogramma Werk aan de werf In het vastgestelde beleid voor beheer openbare ruimte en Werk aan de werf gaan we uit van een jaarlijkse stijging van lasten (1,41 miljoen euro, waarvan 0,95 miljoen euro voor beheer openbare ruimte en 0,46 miljoen euro aan kapitaallasten voor Werk aan de werf). Deze stijgende lijn is meegenomen in het financiële beeld door een verhoging van het structurele budget.

Toeristenbelasting, OZB en Precario In het belastingjaar 2023 is er een voordeel behaald op toeristenbelasting. In 2023 zijn er 25% meer overnachtingen geweest ten opzichte van 2022, ook zagen we een groei in het aantal buitenlandse gasten. De verwachting is dat het aantal overnachtingen op dit niveau blijft. Daarbij is de gemiddelde kamerprijs toegenomen. Beide effecten zorgen voor een verhoging van de opbrengsten toeristenbelasting. Het voordeel op de OZB wordt met name veroorzaakt door een hogere toename van de niet-woningen (kantoren, winkels etc.) dan de prognose die is gebruikt voor het begroten van de OZB-inkomsten. Door toename van het aantal terrassen kunnen de begrote inkomsten voor dit onderdeel verhoogd worden, in lijn met het gerealiseerde voordeel op de precariobelasting op terrassen in de jaarrekening.

15

Verpakkingsheffing Per 1 januari 2023 geldt wetgeving, die uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) ten aanzien van onder andere zwerfafval regelt. De producenten betalen mee aan het inzamelen van het afval en het opruimen van zwerfafval en betalen daarvoor een vergoeding aan gemeenten. Er wordt momenteel onderhandeld, waarbij de definitieve omvang van die uitkering nog onderwerp van gesprek is. De verwachting is dat dit tenminste een miljoen euro oplevert voor Utrecht.

2.3 Groeikader Groei van de stad Uitgangspunt van ons groeikader is dat we inkomsten door toename van het aantal inwoners en woningen bestemmen voor het opvangen van de gevolgen van de groei van de stad. De verwachte baten door toename van de algemene uitkering en OZB-inkomsten als gevolg van de verwachte groei op basis van de Utrechtse bevolkingsprognose worden jaarlijks bij de voorjaarsnota beschikbaar gesteld voor lasten die samenhangen met deze groei van de stad. De lasten van het referentiekader worden alleen voor het komende jaar (t+1) structureel verwerkt. Voor de investeringsagenda wordt, vanaf het coalitieakkoord, de verwachte groei voor alle komende jaren (t+4) verwerkt om investeringen vooruit te kunnen plannen. De bedragen fluctueren in jaren doordat voor de investeringsagenda de oplopende gemeentefondsraming en het oplopend investeringsbudget (t+4) de oude begrote bedragen worden vervangen door de nieuwe begrote bedragen op basis van de actuele bevolkingsprognose en uitgangspunten.

Algemene uitkering Voor de toename van de algemene uitkering als gevolg van de groei van de stad wordt de verwachte bevolkingsgroei tot het komende jaar vermenigvuldigd met het gemiddelde bedrag aan algemene uitkering per inwoner. De correctie voor het gemeentefonds geeft aanleiding om deze berekening te herijken. Het uitgangspunt voor de toename van de algemene uitkering door groei van het aantal inwoners is de afgelopen jaren te positief geweest, mede omdat de berekening ervan uitgaat dat een nieuwe inwoner het gemiddelde aan algemene uitkering van een bestaande inwoner met zich meebrengt. Omdat Nederland als geheel groeit en de totale gemeentefondsuitkering niet evenredig meegroeit met de toename van de bevolking, zou met de relatieve groei gerekend moeten worden. De huidige systematiek is niet toekomstbestendig. Bij deze Voorjaarsnota 2024 maken we daarom bij de berekening van het groeikader een pas op de plaats en passen we een behoedzaamheidscorrectie toe (een lager bedrag voor de toename algemene uitkering), vooruitlopend op een meer toekomstbestendige groeisystematiek, die we bij de Voorjaarsnota 2025 willen voorleggen. Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

Groeikader Gemeentefonds

0

8.572

6.042

8.332

11.757

11.757

Groeikader OZB

0

579

579

579

579

579

Subtotaal baten groeikader

0

9.151

6.621

8.911

12.336

12.336

Referentiekader Voorjaarsnota 2024

0

-7.985

-7.985

-7.985

-7.985

-7.985

Correctie Investeringsagenda Voorjaarsnota 2024

0

-1.166

1.364

-926

-926

-926

Investeringsagenda Voorjaarsnota 2024 toevoegjaar 2028

0

0

0

0

-3.425

-3.425

Subtotaal lasten groeikader

0

-9.151

-6.621

-8.911

-12.336

-12.336

Totaal groeikader

0

0

0

0

0

0

16

Referentiekader Groei De toenemende kosten voor uitvoering van wettelijke taken als gevolg van de groei (en krimp) van de stad dekken we uit het referentiekader groei. De gemeente heeft immers geen keuze om een product te leveren en dus groeien de kosten noodzakelijkerwijs als het aantal inwoners toeneemt. De kosten van het referentiekader worden bepaald door het gemiddelde budget (norm) per inwoner (of bepaalde groep inwoners) van de verschillende producten (wettelijke taken) te vermenigvuldigen met de verwachte toename van het aantal inwoners (of bepaalde groep). Bij de Voorjaarsnota 2024 zijn de normbedragen opnieuw berekend aan de hand van actuele cijfers en inzichten. Een aantal normbedragen is hierdoor aangepast. Voor de begrotingsprogramma’s betekent dit onderstaande verhoging van budgetten. Tabel: Verdeling referentiekader groei Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

Aantrekkelijke groene leefomgeving en erfgoed

0

3.676

3.676

3.676

3.676

3.676

Betrouwbare overheid

0

335

335

335

335

335

Duurzame bereikbaarheid

0

13

13

13

13

13

Kansrijk opgroeien

0

1.598

1.598

1.598

1.598

1.598

Levendige en gezonde stad

0

630

630

630

630

630

Ontwikkelen en wonen voor iedereen

0

213

213

213

213

213

Passende ondersteuning en opvang

0

811

811

811

811

811

Veilige stad

0

64

64

64

64

64

Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid

0

646

646

646

646

646

Totaal

0

7.985

7.985

7.985

7.985

7.985

Investeringsagenda Groei De inzet van de middelen voor de investeringsagenda Groei worden toegelicht in het Meerjarenprogramma Ruimte (MPR). Bij het raadsbesluit over de RSU 2040 is bepaald dat het meerjarenbeeld van het investeringsdeel van het groeikader wordt betrokken bij afwegingen over de jaarlijkse investeringsopgave. Om dat mogelijk te maken is een raming opgenomen van toekomstige tranches voor de jaren 2027 t/m 2029 van het investeringsdeel van het groeikader. Deze toekomstige tranches betrekken we bij de investeringsbeslissingen.

2.4 Knelpunten Op een aantal financiële ontwikkelingen hebben wij geen invloed. Deze onvermijdelijke kosten noemen we knelpunten. Dit zijn ontwikkelingen die voldoen aan drie criteria: • Onvermijdbaar: de activiteit is een wettelijke taak of verplichting; • Onoplosbaar: binnen doelstelling of programma; • Onuitstelbaar: de activiteit moet starten in 2024/2025. We hebben 23 knelpunten opgenomen, voor een totaalbedrag van 14,7 miljoen euro in 2024 aflopend naar 7,9 miljoen euro structureel.

17

Tabel knelpunten Nr.

Bedragen x € 1.000

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

1

Continuïteit Zaakgericht Werken

-3.000

0

0

0

0

0

2

Formatie-uitbreiding Burgerzaken

3

Magazijn de Zon

4

Hogere bezoldiging raad en B&W

5 6

-402

-402

-402

-402

-402

-402

-1.175

-1.175

-1.175

-1.175

-1.175

-1.175

0

-400

-400

-400

-400

-400

Bijdrage aan GR GGDrU

-300

-300

-300

-300

-300

-300

-440

-965

-965

-965

-965

-965

-434

0

0

0

0

0

8

Informatiebeveiliging JGZ-zorg aan Nieuwkomers, niet zijnde Oekraïners of COA kinderen Overdracht van VTH-taken aan de Regionale Uitvoeringsdienst

-1.285

-613

-613

-613

-613

-613

9

Productiviteitsnorm nieuwe CAO

-2.000

PM

PM

PM

PM

PM

10

Woo/AVG

-121

-483

-483

-483

-483

-483

11

Opvang aanpak koudweerregeling

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

12

Opvang bijsturen

-2.685

-2.685

-2.685

-2.685

0

0

13

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

14

Opvang dekking voor knelpunten Opvang groei dakloze EU arbeidsmigranten en ongedocumenteerden

-800

-800

-800

-800

-800

0

15

Opvang tussenvormen statushouders

0

-220

-300

-300

-80

0

16

Onderhoud vastgoed

-2.000

-2.000

-2.000

-2.000

-2.000

-2.000

17

Handhavingsdossier

-654

-654

-654

-654

-654

0

18

Herwaardering salarissen BOA's VTH

0

-534

-1.068

-1.068

-1.068

-1.068

19

Netcongestie onderwijshuisvesting

-35

-173

-429

-722

-865

-139

20

-202

-202

-202

-202

-202

-202

21

Toegenomen beheerkosten spetterbadjes Zorgplicht voor adequate en voldoende onderwijshuisvesting

-592

-592

-1.542

-1.542

-592

-592

22

Stadsbaantunnel: vervangingsinvestering

0

0

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

23

Tekort UW*

7

Totaal

0

0

0

0

0

0

-14.725

-10.799

-13.619

-13.912

-10.200

-7.940

*Dit punt kan budgetneutraal worden verwerkt door inzet van een reserve.

Daarnaast stellen we voor structureel 2,2 miljoen euro te bestemmen voor bijsturingen, die niet voldoen aan de drie criteria, maar die wij als noodzakelijk beoordelen. Tabel bijsturingen Nr.

Bedragen in euro's

2024

2025

2026

2027

2028

Structureel

24

Bijdrage VNG

-136

-136

-136

-136

-136

-136

25

Burgerberaad

-900

0

0

0

0

0

26

Grip op informatie decentraal

-241

-966

-966

-966

-966

-966

27

Versterking financiële functie

-1.410

-1.300

-1.050

-1.050

-1.050

-1.050

28

Wonen programmateam

0

-684

0

0

0

0

29

Wonen aankoop vastgoed*

0

0

0

0

0

0

30

Wonen compensatie niveau productie sociale huurwoningen*

0

0

0

0

0

0

31

Schaarse rechten Markten en Havens

-168

-335

-168

0

0

0

-2.855

-3.420

-2.319

-2.152

-2.152

-2.152

Totaal

*Deze punten kunnen budgetneutraal worden verwerkt, door een reservemutatie (aankoop vastgoed) en door beleidsmaatregelen (compensatie productie sociale huurwoningen).

18

Toelichting knelpunten 1. Continuïteit zaakgericht werken Het huidige zaaksysteem wordt met ingang van 1 januari 2024 niet meer onderhouden door de leverancier. Een uitval van het zaaksysteem betekent dat het merendeel van de dienstverlening aan onze inwoners stilvalt. Daarom blijft het huidige zaaksysteem actief tot 1 januari 2025, waarna wordt overgegaan op een vervangend systeem, totdat we de beweging kunnen maken naar een nieuwe informatievoorziening (Common Ground). De raad is hierover geïnformeerd via een raadsbrief 4 december 2023. De extra kosten bedragen 3 miljoen euro in 2024. 2. Formatie-uitbreiding Burgerzaken Door de wetswijziging van 1 januari 2022 zijn gemeenten verplicht om inwoners een briefadres te geven als zij dit niet zelf kunnen regelen. Sindsdien is het aantal aanvragen voor een briefadres gestegen en daarmee ook het aantal periodieke controles of inwoners nog terecht ingeschreven staan op een briefadres, met hogere kosten van 0,402 miljoen euro tot gevolg. 3. Magazijn de Zon In de begroting van de gemeente staat het pand Magazijn De Zon met een positief resultaat van circa 1,6 miljoen euro. Dit bedrag is gebaseerd op de oude situatie waarin het pand geen kapitaallasten kende en werd verhuurd aan de bibliotheek en boekhandel Broese. Dit bedrag is niet meer haalbaar, vanwege het vertrek van de huurders en de keuze om het pand te behouden en te verbouwen.

In het coalitieakkoord is daarom een structureel bedrag van 0,325 miljoen euro opgenomen. Op basis van de actuele business case resteert een knelpunt van 1,175 miljoen euro. 4. Hogere bezoldiging raad en B&W Volgens het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers hebben gemeenteraadsleden, burgemeester en wethouders recht op een hogere vergoeding als het aantal inwoners van de stad groeit tot boven de 375.000. Dat is in 2025 het geval. 5. Bijdrage aan gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht (GR GGDrU) De gemeente Utrecht heeft een deel van haar taken belegd bij de gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht. Ondanks de stevige zienswijze van de raad is de begroting door de 26 deelnemende gemeenten (inclusief Utrecht) vastgesteld. Hiermee is de uit de vastgestelde begroting volgende bijdrage door Utrecht verplicht en onvermijdelijk. Dit betekent een structureel hogere bijdrage van 0,3 miljoen euro vanaf 2024. 6. Informatiebeveiliging Met ingang van 17 oktober 2024 is de Europese NIS2-richtlijn (de 2e versie van de Network and Information Security Directive) van kracht. Deze richtlijn stuurt op risico’s die netwerk- en informatiesystemen bedreigen, zoals cyberbeveiligingsrisico’s.

Deze Europese richtlijn wordt landelijk vertaald in de volgende versie van de Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen (WBNI) en leidt voor gemeentelijke overheden tot aanscherping in de uitvoering van onder andere landelijke wet- en regelgeving, zoals de Baseline Informatiebeveiliging Overheid en de AVG (Algemene verordening gegevensbescherming). Dit zorgt structureel voor extra kosten van 0,965 miljoen euro. 7. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan Nieuwkomers, niet zijnde Oekraïners of COA-kinderen Voor 2024 verwachten we een forse groei van nieuwkomers op de Ithaka-school (school voor voortgezet onderwijs voor nieuwkomers tussen 12 en 18 jaar). De verwachte instroom groeit van ca. 325 naar ca. 1.040 leerlingen. Daarom is extra capaciteit nodig van de jeugdgezondheidszorg (JGZ). De groei van deze groep is niet begroot. Daarnaast geldt er een soort regiofunctie voor deze groep kinderen: de JGZ is verplicht ook de kinderen op deze scholen die niet in Utrecht wonen te zien. 57% van de kinderen op 19

de Ithaka-school woont niet in Utrecht. Vanaf 2025 willen wij de kosten voor deze kinderen in rekening brengen bij de gemeente waar zij woonachtig zijn. 8. Overdracht van VTH-taken aan de Regionale Uitvoeringsdienst De gemeente is verplicht (Omgevingswet) om bepaalde vergunning-, toezicht en handhavingstaken (VTH) te laten uitvoeren door de omgevingsdienst, de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD). In juni 2023 hebben wij besloten de overdracht van deze taken uit te stellen tot 1 januari 2025, om daarmee de overdracht beter te kunnen voorbereiden. De RUD is vanwege onder meer een hoger uurtarief, meer uren per product en hogere overheadkosten structureel 0,613 miljoen euro duurder dan de gemeente. De consequentie van niet overdragen is dat we (langer) niet voldoen aan de wet. De toezichthouder (provincie) kan daarop besluiten bepaalde handhavingstaken niet meer door de gemeente te laten uitvoeren. Overdragen zonder meerkosten betekent dat er grote risico’s ontstaan op de leefomgeving vanwege een gebrek aan toezicht. 9. Productiviteitsnorm nieuwe CAO De vastgestelde CAO bevat meer verlof, waardoor een lager aantal productieve uren beschikbaar is. Dit raakt met name uitvoerende organisatieonderdelen, die beperkte prioriteringsmogelijkheden hebben voor de inzet van personeel.

Het (structurele) effect wordt binnen de organisatie geïnventariseerd en is naar verwachting uitgewerkt voor de Voorjaarsnota 2025. Vooralsnog wordt een incidentele stelpost (eerste indicatie) opgenomen van 2 miljoen euro. 10. Wet open overheid (Woo)/Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures vanwege de Woo en de AVG is enorm gestegen. De behandeling hiervan is een wettelijke taak die uitgevoerd moet worden binnen wettelijke termijnen. De hogere kosten bedragen structureel 0,483 miljoen euro. 11. Opvang aanpak koudweerregeling De koudweerregelingperiode is van november tot april en de opvang wordt alleen geopend wanneer de temperaturen onder het vriespunt komen. Het beroep op de koudweerregeling is afgelopen jaren fors toegenomen. Op basis van de opvangbehoefte en bijbehorende kosten is het benodigde bedrag van 1 miljoen euro voor de koudweerregeling bepaald. 12. Bijsturen opvang Als gevolg van het tekort aan woningen is er een stijging in de behoefte aan opvangplekken voor rechthebbende dakloze mensen en statushouders. De kosten van deze extra plekken (2,685 miljoen euro) kunnen niet worden gedekt binnen de huidige begroting. Dit knelpunt correspondeert met een aantal van 50 extra plekken, het minimale aantal dat nodig is om de mensen die nu een plek nodig hebben te kunnen opvangen.

Er is bij dit bedrag dus nog geen rekening gehouden met een eventuele groei van de opvangbehoefte. Voor het bedrag per opvangplek is rekening gehouden met de realisatie van meerpersoonskamers (2-4 per kamer). Slaapzalen zijn voor deze doelgroep niet mogelijk, omdat dit leidt tot veiligheidsproblemen. 13. Opvang dekking voor knelpunten Vanuit de jaarrekening 2023 is geanalyseerd dat er structureel ruimte van 2,4 miljoen euro is in de begroting van het programma Passende ondersteuning en opvang, die ingezet kan worden voor het totaal van de knelpunten rond de opvang (genoemde punten 11, 12, 14 en 15). 14. Opvang groei dakloze EU-arbeidsmigranten en ongedocumenteerden Er is sprake van autonome groei van dakloze EU- (arbeids-)migranten en ongedocumenteerde mensen, geen gebruik maken van de landelijke vreemdelingenvoorzieningen (LVV). Om de dakloosheidsproblemen van deze groepen zoveel mogelijk te beperken zetten we stevig in op een helder 20

en strak toegangsproces, aanscherpen van de triage en werken aan perspectief voor de mensen in de opvang. We vangen mensen op om humanitaire en medische redenen en waarborgen de humanitaire ondergrens. In de bepaling van de 0,8 miljoen euro voor dit knelpunt is gerekend met het minimale aantal opvangplekken dat nu al nodig is om de mensen die dat nodig hebben op te kunnen vangen. Voor deze doelgroepen is voor de opvang uitgegaan van opvang op slaapzalen, de minimale kwaliteitsvariant. 15. Opvang tussenvormen statushouders Voor statushouders die aan Utrecht zijn toegewezen worden om hier te wonen, waarvoor nog geen reguliere woonplek beschikbaar is, moeten woon/opvangplekken gecreëerd worden. De kosten worden zoveel mogelijk gedekt met rijksmiddelen. Voor de uitvoering is echter een budget van 0,220 miljoen euro nodig voor personele kosten. 16. Onderhoud vastgoed Als gevolg van gestegen inkoopkosten, wettelijke eisen en het door de raad vastgestelde ambitieniveau is het budget voor onderhoud van het gemeentelijke vastgoed ontoereikend. De omvang van de onderhoudsvoorziening in relatie tot het meerjarenonderhoudsplan wordt door de accountant beoordeeld en bedraagt 2 miljoen euro. 17. Handhavingsdossier De gemeenteraad is de afgelopen jaren diverse malen geïnformeerd over het ‘Handhavingsdossier Binnenstad’.

Het dossier brengt een reeks aan juridische procedures, verzoeken Wet Open Overheid en hiermee samenhangende claims van omwonenden met zich mee. Het dossier leidt tot onevenredig hoge kosten, waarvan 0,654 miljoen euro niet binnen de normale begroting kan worden opgevangen. 18. Herwaardering salarissen Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) Vorig jaar is het traject van herwaardering van de functies ingezet en incidenteel bekostigd. De meerkosten van 1,068 miljoen euro zijn structureel. 19. Netcongestie onderwijshuisvesting Netcongestie bemoeilijkt de tijdige realisatie van onderwijshuisvesting en de maatschappelijke voorzieningen die daarmee verbonden zijn (zoals kindcentra en zorgaanbieders in geval van speciaal onderwijs). Op basis van het verduurzamingsbeleid leveren wij renovaties van schoolgebouwen gasloos op. Vanuit de wettelijke taak die de gemeente heeft voor onderwijshuisvesting hebben wij gezocht naar mogelijkheden om de netcongestieproblematiek het hoofd te bieden. Wij hebben ervoor gekozen bij renovatieprojecten voorlopig aan het gas te blijven. Daarmee worden de kosten voor de lease van de accu’s voor deze projecten voorkomen. Om voorbereid te zijn op aardgasvrij worden aanvullende installaties (hybride warmtepompen) geplaatst, die onderdeel uitmaken van de projectkosten en meelopen in de activering van het project.

De structurele kosten daarvan bedrag 0,139 miljoen euro vanaf 2029. Voor nieuwbouw leasen we accu’s. 20. Toegenomen beheerkosten spetterbadjes Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten openbare badplaatsen, waaronder spetterbadjes, intensiever beheerd en geïnspecteerd worden. Deze activiteit is een wettelijke verplichting en daarom onvermijdelijk. Deze kosten van 0,202 miljoen euro betreffen zowel interne capaciteit als samenwerking met de markt. 21. Zorgplicht voor adequate en voldoende onderwijshuisvesting Het huidige strategisch plan Onderwijshuisvesting (Meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting 20162025) loopt tot en met 2025. Er wordt daarom een nieuw Integraal Huisvestingsplan Scholen (IHP) opgesteld, conform wet- en regelgeving. Het plan bevat beleidsmatige uitgangspunten en een

21

programmering voor de jaren 2026-2041. Dit plan moeten we opstellen en uitvoeren, om te voldoen aan de wettelijke zorgplicht voor adequate en voldoende onderwijshuisvesting. Het IHP richt zich op de realisatie en renovatie van schoolgebouwen, monumentale schoolpanden, gymzalen, benodigde tijdelijke huisvesting voor schoolgebouwen die worden gerenoveerd en een doorloop van projecten uit het huidige MPOHV. Het gaat om ongeveer 100 objecten. Bij de uitvoering van projecten zien we uitdagingen die breder zijn dan alleen onderwijshuisvesting, zoals netcongestie, beperkte binnenstedelijke ruimte, stedenbouwkundige eisen en stijgende bouwkosten. Oorzaken zijn de marktontwikkelingen, hoge inflatie, veranderende kwaliteitseisen, bouwen in hoge dichtheden en gemeentelijke ambities ten aanzien van stedelijk bouwen. Dit maakt dat het normbedrag weer in lijn moet worden gebracht om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen. De meerkosten bedragen structureel 0,592 miljoen euro en incidenteel 1 miljoen euro in 2026 en 2027. 22. Stadsbaantunnel: vervangingsinvestering De toenemende leeftijd van de tunnelveiligheidsvoorzieningen (vTTI) is de aanleiding om tot vervanging van installaties over te gaan. De geraamde kosten hiervan bedragen 1 miljoen euro. Omdat de initiële investering niet ten laste van de gemeente is gedaan, zijn er geen vrijvallende kapitaallasten.

De vervanging van installaties zal onderdeel worden van een volgende contracttermijn met een opdrachtnemer voor instandhouding, ingaande in 2026, waarvoor de aanbesteding start in aankomende zomer 2024. 23. Tekort sociaal ontwikkelbedrijf UW UW verwacht in 2024 een tekort te realiseren. Vanuit de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening is een aanvullende subsidie nodig. Binnen het beschikbare budget is hiervoor onvoldoende ruimte. Het voorstel is om de reserve Werk en Inkomen in te zetten voor de nog benodigde ruimte.

Toelichting bijsturingen Deze onderwerpen voldoen niet aan de drie criteria voor knelpunten, maar zijn in onze ogen noodzakelijk om de basis op orde te houden. 24. Bijdrage VNG De jaarlijkse bijdrage aan de VNG stijgt met 0,136 miljoen euro, vanwege een contributieverhoging van 6,1% en een stijging van het fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) met 10% voor nieuwe diensten en 5,1% voor indexatie. 25. Burgerberaad Bij de Voorjaarsnota 2023 is besloten de uitkomst van het burgerberaad tot een maximumbedrag van 1,3 miljoen euro te betrekken bij de afwegingen voor de voorjaarsnota. Van dit bedrag was 0,9 miljoen euro nog niet gedekt. De uitkomst van het beraad over oud en nieuw-viering vraagt om dit maximale uitvoeringsbudget voor redelijke uitvoering van adviezen (conform amendement 33). 26. Grip op informatie decentraal Grip op informatie verwijst naar het vermogen om effectief controle, beheer en grip uit te oefenen over de beschikbare informatie. Het houdt in dat een persoon, organisatie of systeem in staat is om relevante gegevens te verzamelen, te begrijpen, te organiseren, te beveiligen en toe te passen op een manier die de gestelde doelen ondersteunt. De afgelopen periode is formatie voor informatiebeheer niet meegegroeid met de (aanvullende) eisen die hieraan gesteld worden in o.a. de AVG en Archiefwet.

Extra geld (0,966 miljoen euro) is nodig om de maatregelen die zijn afgesproken naar aanleiding van het Doxis-rapport van 2022 te borgen, in het programma Informatie op Orde, en voor structureel beheer om

22

de informatie blijvend te beheren na afronding van het programma. Zonder deze middelen lopen wij grote risico’s op het gebied van informatiebeveiliging, privacy en informatiebeheer. 27. Versterking financiële functie Dit betreft de uitvoering van het Verbeterplan Financiële processen binnen het organisatieonderdeel Financien, Inkoop en Juridische zaken en het in samenhang daarmee optimaliseren van financiële processen binnen organisatieonderdeel Ruimte. De structurele kosten daarvan bedrag 1,050 miljoen euro. Het verbeterplan FIJ is in de Raadsbrief over het groter tekort op inkomsten vanuit het Rijk toegezegd en behelst de doorlichting van de gemeentebrede financiële functie en de aanpak van de versterking daarvan. Daarbij is bijzondere aandacht voor versterken van de grip op de inkomende en de uitgaande geldstromen. We nemen robuuste interne maatregelen en gaan de specialistische kennis, de checks en balances en de toepassing van het 3-lijnen model (controle in de organisatie, door control en door audit) versterken. We werken aan intensivering van de begeleiding, ondersteuning en opleiding van huidige medewerkers en het opstellen van procesbeschrijvingen en werkinstructies 28. Wonen programmateam Dit gaat zowel om inzet van mensen als materieel om meer woningen te realiseren (0,884 miljoen euro in 2025).

Onderdelen van de aanpak zijn het beter benutten bestaande voorraad (verhuispremie, onderzoek doorstroming etc.), extra inzet van Het Vierde Huis (toegenomen inzet als gevolg van meer toedeling woningen aan doelgroepen), aankoop vastgoed, bijdrage van de regio inzetten, verwerven subsidies versnellen permanente woningbouw en aanjagen tijdelijk wonen. 29. Wonen aankoop vastgoed Via aankoop van vastgoed (kantoren en/of woningen) kan extra woonruimte in het sociaal segment worden gerealiseerd voor zowel regulier woningzoekenden als personen in kwetsbare situaties. Voor de aankoop, verbouw en beheer moeten mogelijk initiële kosten worden gemaakt. Vooralsnog is de doelstelling om in 2025 100 woonplekken te realiseren en in 2026 200 woonplekken. Dit kan via aankoop gehele woningen en/of transformatie van kantoren. We stellen voor om hiervoor financiële ruimte te bestemmen in de reserve betaalbaar wonen (zie raadvoorstel Meerjarenperspectief Ruimte 2024). 30. Wonen compensatie niveau productie sociale huurwoningen Om de productie van de permanente sociale huurwoningen conform planning door te laten gaan hebben de woningcorporaties financiële compensatie van 800.000 euro per jaar gevraagd voor de coalitiemaatregel Stop de Verkoop (verkoop van sociale huurwoningen, circa 100 woningen per jaar).

We realiseren deze compensatie met beleidsmatige maatregelen, zoals de lijn van “eisen in de ijskast”, projecten van de corporaties voordragen voor rijks en provinciale subsidies en subsidiebijdragen aan flexwoningen. Deze beleidsmaatregelen vertegenwoordigen een waarde vergelijkbaar met de gevraagde financiële compensatie. Het overleg met de corporaties over deze beleidsmaatregelen is in een afrondende fase. 31. Schaarse rechten Markten en Havens We voldoen momenteel niet aan de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot de schaarse rechten. De huidige Marktverordening en vergunningen voor waterexploitanten gaan uit van vergunningen voor onbepaalde tijd. Vanuit de Europese Dienstenrichtlijn moeten deze vergunningen worden aangepast. Het systeem van toewijzing van deze vergunningen voor bepaalde tijd moet worden ontwikkeld en aangepast. Veel zaken zijn nog onduidelijk zoals de vergunningsduur, een overgangstermijn en de branchering. Hiertoe is nu extra onderzoek nodig. Het niet aanpassen kan leiden tot juridische procedures. De kosten hiervan worden geraamd op 0,168 miljoen euro in 2024, 0,335 miljoen euro in 2025 en 0,168 miljoen euro in 2026. 23

Niet ingepaste onderwerpen Sinds de vaststelling van de voorjaarsnota in juli 2023 is een aantal beleidsnota’s en andere voorstellen door de raad vastgesteld of een motie aangenomen, waarin aan de raad is toegezegd om nadere benodigde middelen mee te nemen bij de integrale afweging in de voorjaarsnota. Gelet op de financiële ontwikkelingen zijn alleen de noodzakelijke knelpunten en bijsturingen ingepast. De volgende wensen vanuit de raad zijn niet meegenomen in het financieel beeld: •

• •

•

Vergroenen schoolpleinen (motie 248): de motie 23/M248 "Ook ongelijk investeren bij vergroening schoolplein", d.d. 6 juli 2023, draagt op om ongelijk te investeren in het vergroenen van pleinen. Verkiezingsborden (motie 35): dit betreft de ongedekte aangenomen motie waarin de raad vraagt om vanaf 2024 standaard bij iedere verkiezing verkiezingsborden te plaatsen. Sanitaire voorzieningen niet commerciële terrassen (raadsbrief 6 juni 2023): er is op dit moment géén budget voor de realisatie en het beheer/schoonmaak van nieuwe toiletten. Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor het realiseren van nieuwe voorzieningen. Daarnaast zijn de kosten voor het dagelijks onderhoud van de toiletvoorzieningen de afgelopen tijd snel gestegen. Plekken voor jongeren (motie 143): naast een visie op jongerenplekken ook daadwerkelijk jongerenplekken te realiseren.

24

3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen Bij de start van deze coalitie omschreven we de groeiende ongelijkheid in onze stad, de grote woningnood en de klimaatcrisis als de belangrijkste onderwerpen waar we mee aan de slag moesten. En dat hebben we in het afgelopen jaar ook op verschillende manieren gedaan. Dat heeft onder meer geresulteerd in een aantal richtinggevende stukken voor uw raad. In het Uitvoeringsprogramma Ongelijk investeren voor gelijke kansen (15 december 2023) laten we zien hoe we dit principe toepassen op alle beleidsterreinen. Een principe dat de keuzes van onze investeringen beïnvloedt en richting geeft aan beleid en uitvoering. De Startnotitie Klimaatvisie (vastgesteld 9 december 2023) bevat een aantal uitgangspunten om onze ambitie vast te stellen en richting te geven aan de gezamenlijke klimaatinspanning die we kunnen, willen en moeten leveren. En in de brief Aanpak opstellen beleidsnota Wonen (28 november 2023) schetsen we onze aanpak om te komen tot een nieuwe beleidsnota, die beter past bij onze wens om meer regie te hebben op de volkshuisvesting. Inmiddels is er veel veranderd sinds het coalitieakkoord verscheen. Grote delen van beleid en uitvoering lopen gewoon door. Maar er zijn ook ontwikkelingen in de maatschappij die we niet konden voorzien en waar we nu echt (extra) maatregelen op moeten nemen.

In dit hoofdstuk gaan we in op die ontwikkelingen en de bijsturing die daarop nodig of gevraagd is.

3.1 Hervormingen sociaal domein In de Voorjaarsnota 2023 beschreven we al de toenemende druk op het sociaal domein als gevolg van afnemende financiële middelen, arbeidsmarktkrapte in de zorg en gebrek aan zowel ruimte voor passende voorzieningen als woningen voor aandachtsgroepen. Destijds werd een structureel tekort van 21 miljoen euro vanaf 2026 voorzien, waarvan 16,1 miljoen euro als taakstelling werd gekoppeld aan hervormingen in het sociaal domein. In deze voorjaarsnota gaan we kort in op de stand van zaken. In de raadsbrief die wij parallel aan deze voorjaarsnota met u delen gaan wij dieper in op de voortgang van de hervormingen. Naast de hervormingen sociaal domein werken ook de concrete bezuinigingsmaatregelen (zoals toegelicht in hoofdstuk 4.3) door in het sociaal domein. Maatregelen die raken aan de hervormingen sociaal domein worden in samenhang daarmee opgepakt en gevolgd. Door de inzet van de maatregelen en hervormingen wordt de taakstelling 2024 van de hervormingen sociaal domein naar verwachting gerealiseerd. Zoals ook aangegeven in de raadsbrief taakstelling 2024 hervormingen sociaal domein (26 maart 2024) is de werkelijke opbrengst van de maatregelen voor jeugd nog onzeker, waarschijnlijk wordt die pas vanaf het vierde kwartaal 2024 zichtbaar. Deze maatregelen tellen op tot 5,9 miljoen euro en werken ook door in de jaren na 2024.

Gezien de onzekerheden in 2024, is in onderstaande tabel de taakstelling 2024 als uitgangspunt voor de opbrengst van de maatregelen in 2024 genomen. We blijven verder werken conform de drie lijnen uit de Voorjaarsnota 2023 waarbij de inzet is dat de resterende taakstelling per 2027 gerealiseerd kan worden (zie hieronder). We liggen op koers, op dit moment is er geen noodzaak tot bijsturen op de hervormingen sociaal domein.

25

Maatregelen 2024

2024

2025

2026

2027

Structureel

5.670

5.931

5.931

5.931

5.931

2.299

8.833

10.131

10.131

8.230

14.764

16.062

16.062

Hervormingen vanaf 2025 Totaal taakstelling

5.670

De aanpak komt in 2025 en de jaren daarna tot concretisering in de samenwerking met onze partners en in de bijstelling van beleid. Bijvoorbeeld in de vorm van aanscherping van contracten en addenda op beleidsnota’s op het terrein van de Wmo en Jeugdhulp. Hieronder benoemen we per lijn kort in welke richting we werken: 1.

2.

3.

Samen aan de slag – in lijn met de uitgangspunten heeft de raad sinds de Voorjaarsnota 2023 een aantal beleidsnota’s vastgesteld en er zullen er nog een aantal volgen. Bij het opstellen hiervan worden inwoners betrokken. Vanuit het uitgangspunt balans in partnerschap en rekenschap is geïnvesteerd in sturing door onder andere versterking van het accounthouderschap. Ook wordt meer gestuurd op de beweging naar voren: hulp of ondersteuning wordt zoveel mogelijk door het eigen netwerk van inwoners of in de sociale basis geboden. Waar nodig is er hulp vanuit de generalistische basiszorg of aanvullende zorg/ondersteuning. Inhoudelijke aanpak – in lijn met de uitgangspunten zetten we in op bijvoorbeeld innovatie van zorg/ondersteuning (onder andere groepsgericht aanbod en inzet van ‘blended care’) zodat die beschikbaar blijft voor mensen die dat het hardst nodig hebben. Daarnaast zetten we in op aanpak van grondoorzaken (het belang van bijvoorbeeld financiële bestaanszekerheid of een passende woning) waardoor zorg/ondersteuning vanuit Wmo/Jeugd minder als overbruggingszorg of symptoombestrijding wordt ingezet. Ook zetten we in op simpeler organiseren van zorg en ondersteuning. Financiële uitgangspunten – de financiële strategie is dat het grootste deel van de besparing op aanvullende zorg plaatsvindt en dat het budget voor de basiszorg en sociale basis gelijk blijft of licht daalt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=894bc123-6223-4757-b033-f6140a054f61