CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota 2023 en Eerste Bestuursrapportage 2023 (inclusief errata, juli 2023).pdf

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorjaarsnota 2023 en Eerste bestuursrapportage 202333.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2024

2025

2026

2027

Structureel

0

260

3.710

3.710

3.710

3.710

b) Bijsturen op de huidige begroting

8.783

10.192

14.849

19.796

21.633

20.233

c) Ambities uit het coalitieakkoord

790

890

890

890

1.232

1.232

9.573

11.342

19.449

24.396

26.575

25.175

a) Inkomsten verhogen

Totaal

Deze onderdelen ziet u niet in een beslispunt terug, maar vallen onder 3 beslispunten: I. Taakstelling Jeugdwet en Wmo (beslispunt 4) II. Vrijval uit MPR (beslispunt 6) III. Bijsturen op huidige begroting (beslispunt 3c) Tabel: verdeling van de totale bijsturing op de begroting, in een andere onderverdeling i.v.m. besluitvorming. x € 1.000 Onderverdeling beslispunten Totaal bijsturen op de begroting

2023 9.573

2024 11.342

2025 19.449

2026 24.396

2027 26.575

Structureel 25.175

0

5.125

7.680

14.172

15.384

15.384

1.000

1.250

1.850

2.050

2.250

850

8.573

4.967

9.919

8.174

8.941

8.941

AF: I Taakstelling Jeugdwet en Wmo (beslispunt 4) II Vrijval uit Meerjaren Programma Ruimte (beslispunt 6b) III Overig bijsturen op de huidige begroting (beslispunt 3c)

III Overig bijsturen op de huidige begroting In beslispunt 3c zijn de onderstaande bijsturingen opgenomen. x € 1.000 2023

2024

2025

2026

2027

Structureel

0

260

3.710

3.710

3.710

3.710

b) Bijsturen op de huidige begroting

7.783

3.817

5.319

3.574

3.999

3.999

c) Ambities uit het coalitieakkoord

790

890

890

890

1.232

1.232

8.573

4.967

9.919

8.174

8.941

8.941

a) Inkomsten verhogen

Totaal

82

In onderstaande tabel staat de onderverdeling overige bijsturingsmaatregelen op de huidige begroting weergegeven (b). Tabel: Overige bijsturen op huidige begroting (onderdeel b) X € 1.000 Bedragen x € 1.000

2023

2024

2025

2026

2027

Structureel

Inzet uit programma’s en reserves Vrijval reserve riolering

4.600

Inzet middelen verduurzaming Stadskantoor

0

0

1.000

0

0

0

Inzet ruimte parkeerexploitatie Inzet budget Jongerencultuurhuis Leidsche Rijn

396

1.100

704

704

704

704

0

0

200

200

200

200

Inzet programmareserve wijkvoorzieningen

0

0

225

0

0

0

Inzet programmareserve wijkvoorzieningen Prioriteren sporthal Vleuten de Meern boven sporthal Voordorp (in de tijd) Invulling budget programma Energietransitie

0

0

0

0

425

100

0

0

0

0

605

605

0

350

350

350

0

0

Verminderen inzet en taakstelling Verlagen niveau van dienstverlening klant contact centrum Verminderen inzet handhaven en toezicht Taakstelling Programma Utrechts Vastgoed Taakstelling Overhead vierkant

0 0 0 0

200 200 100 100

200 200 100 100

200 200 0 100

200 200 0 100

200 200 0 100

Invulling coalitieakkoord Invulling coak ‘Verdichten en verduurzamen bedrijventerreinen via OMU’

100

100

70

70

70

70

50

50

50

50

50

Invulling coak 'Uitvoeringsmiddelen programma economie'

0

Invulling coak 'Inzet middelen top cultuur' Invulling coak 'Groei middelen programma Cultuur'

0

0

0

225

225

500

0

0

0

0

0

50

Invulling coak 'Impuls sport'

0

100

200

200

200

200

150

150

150

150

150

150

100

100

100

100

100

100

170

170

170

170

170

170

0

250

250

250

600

600

180

0

0

0

0

0

142

142

0

0

0

0

1.300

0

0

0

0

0

425

425

425

0

0

0

220

220

220

0

0

0

0

60

0

0

0

0

0

0

605

605

0

0

7.783

3.817

5.319

3.574

3.999

3.999

Aanpassen begroting aan prognose Aanpassen begroting aan prognose Boetes Inspectie Kinderopvang Verlagen budget voormalig personeel aan prognose Verlagen kosten gladheidsbestrijding naar prognose Verhogen budget dividend aan prognose Incidentele middelen Incidentele ruimt uit programma Volksgezondheid Incidentele inkomsten COA voor hogere asielopvang Motie 2022/25 Steun ondernemers vanuit Tonk Inzet budget Toezicht en Handhaving Nieuwe Zandpad Inzet subsidiebudget Hulpverlening Zandpad Inzet middelen van het Utrechts Sportakkoord Verlaging spaarbedrag 2025 en 2026 (ca 50%) reserve Zwembaden Totaal beslispunt 3 c bijsturen op de huidige begroting

83

Bijlage 4A Aanpak continuering woningbouw Deze bijlage bestaat uit twee delen, een openbaar deel A en een geheim deel B

Deel A Beleid Wat is de opgave ? Op dit moment zien we een stagnering in de woningbouw productie ontstaan in de Utrechtse woningmarkt. De voornaamste redenen die hieraan ten grondslag liggen zijn:  Gestegen bouwkosten; forse inflatie gestuwd door energieprijzen en loonsverhogingen  Gestegen hypotheekrente, waardoor leencapaciteit omlaag gaat  Hierdoor ontstaat toenemende spanning op het realiseren van de (gestapelde) ambities van zowel Rijk als gemeente Met name de forse stijging in de bouwkosten trekt een wissel op de haalbaarheid van een aantal plannen. Andere relevante knelpunten zijn: 1.

2.

3.

Door overbelasting van elektriciteitsnetwerken is er geen ruimte voor aansluiting van nieuwe grootverbruikers, zoals kantoren en andere bedrijfspanden. Maar ook gecombineerde projecten zoals woningbouw met voorzieningen in plint- staan onder druk. De stikstofproblematiek belemmert vlotte vergunningverlening voor bouwprojecten. Ook voor stikstofuitstoot tijdens de bouw is “stikstofruimte” nodig. In sommige gevallen leidt tot vertraging in procedures. De krapte op de arbeidsmarkt hindert het bouwtempo en een voortvarende aanpak van ruimtelijke transities zoals de energietransitie.

Waarom moeten we handelen? De woningbehoefte is nog steeds erg groot. Zeker naar betaalbare woningen (sociaal, middenhuur, goedkope koop) is een grote vraag. Door bovengenoemde factoren dreigt er een grotere stagnering plaats te vinden in een toch al lastige woningmarkt. De gemeente heeft ook een aantal doelstellingen en ambities geformuleerd en ook die wil de gemeente blijven halen. De middelen die namelijk voorvloeien uit de ontwikkeling van woningbouw kunnen we vervolgens inzetten om te investeren op voorzieningen zoals onderwijshuisvesting, sport, fietsvoorzieningen, openbaar vervoer, cultuur, groen en openbare ruimte. Hiermee kunnen we onze doelstellingen op het gebied van Gezond Stedelijk Leven realiseren.

Uitgangspunten:  Externe factoren zijn beperkt beïnvloedbaar, maar moeten we ons wel toe verhouden  Realiseren van nu gestelde aantallen blijft het streven  Permanente woningen hebben de voorkeur boven tijdelijke  Groeien in balans (met kwaliteit) Voorgestelde keuzes:  Interveniëren op projecten die kunnen starten met bouw, om voortgang te houden, daarbij maatwerk per project (concessies op ambities) en eventueel faseren  Toekomstige productie: pijplijn aan projecten op gang houden, door uit te spreken dat we in gesprek kunnen gaan over het haalbaar maken van projecten  Inzetten op tijdelijkheid tot en met 2025 (aanvullend op maximaal inzetten op permanent)  In de wooncrisis huidige opvangcrisis benutten om doorbraken te forceren: rijksmiddelen voor opvanglocaties, capaciteit en meer maatschappelijk draagvlak.

84

Welke resultaten willen we hiermee bereiken? In de huidige onzekere markt, laten we zien dat we een betrouwbare overheid zijn, uiteraard met een verzoek tot wederkerigheid bij de marktpartijen. We communiceren duidelijk dat dit eenmalige concessies zijn, die we per project beoordelen en doorvoeren. Dus geen algehele beleidswijzigingen. We vragen hiermee ook commitment van de marktpartijen. We zorgen voor een continuering van de bouwstroom en aanbod op de betaalbare woningmarkt.

85

Bijlage 5 Hoofdstuk 2 van het Meerjarenperspectief Ruimte 2023

86

Koers houden in een veranderende markt

MPR 2023

8

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

2. Koers

Koers houden in een veranderende markt 2.1 Inleiding In de RSU2040 staan de ambities voor de stad. Gezond stedelijk leven voor iedereen staat hierin centraal. We willen mensen een plek geven in Utrecht en de stad tegelijkertijd ontwikkelen met kwaliteit én met voorzieningen die meegroeien met het aantal inwoners. In het coalitieakkoord is hiervoor een pakket aan maatregelen opgenomen. Dat pakket omvat extra investeringen in groen, integrale projecten in de openbare ruimte, maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijshuisvesting en sportaccommodaties) en mobiliteit (met name fiets en ov). Echter, door verschillende externe ontwikkelingen zien we dat woningbouw vertraagt en dat hiermee ook onze ambities op het gebied van gezond stedelijk leven mogelijk onder druk komen te staan. In dit hoofdstuk gaan we allereerst in op externe ontwikkelingen, op de voortgang in woningbouw en op maatregelen om deze op peil te houden. Daarna gaan we in op de bijsturing in overige ruimtelijke investeringen.

Luchtfoto Utrecht

MPR 2023

9

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

2.2. Inspelen op externe ontwikkelingen Wereldwijde, nationale en lokale ontwikkelingen hebben invloed op de ruimtelijke ontwikkeling van Utrecht en op de woningbouw in het bijzonder. De bevolking neemt sneller toe dan verwacht en er zijn snel veel extra woningen nodig. Tegelijkertijd veranderen de omstandigheden op de woningmarkt door de inflatie en de daarmee gepaard gaande stijgende rente. Duurdere materialen en het tekort aan personeel zorgen voor stijgende bouwkosten. Netcongestie heeft gevolgen voor het aansluiten van woon- en werklocaties en leidt steeds vaker tot vertraging in projecten. Er zijn keuzes nodig welke projecten wel en niet aangesloten kunnen worden en daarmee al dan niet vertragen. Veranderende omstandigheden hebben daarmee invloed op het tempo waarin we onze ambities kunnen realiseren. Tegelijkertijd blijft de druk op de woningmarkt onverminderd hoog. Veel mensen hebben moeite om een geschikte woning te vinden in Utrecht, met name voor de kwetsbaardere doelgroepen is dit probleem extra urgent. Vanwege het grote woningtekort in onze stad zetten we in op de voortgang van de woningbouw en het op peil houden van de productie. Door veranderende marktomstandigheden zien we echter dat ontwikkelingen vertragen. Dat is onwenselijk. De behoefte aan betaalbare woningen blijft immers onverminderd groot.

Balans in de ontwikkeling van de stad is en blijft hierbij het uitgangspunt. We willen dat onder andere groen en openbare ruimte, maatschappelijke voorzieningen, fietsinfrastructuur en OV en het aantal werklocaties meegroeien met het aantal inwoners van de stad. Deze voorzieningen zijn randvoorwaardelijk voor de groei van het aantal inwoners van de stad. Investeringen in deze voorzieningen zijn nodig om onze doelstellingen op het gebied van gezond stedelijk leven voor iedereen te realiseren. We zetten de middelen die voorvloeien uit de ontwikkeling van woningbouw hiervoor in. Als woningbouw vertraagt, heeft dat op termijn gevolgen voor inkomsten uit

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

gemeentefonds en ozb. Maar het heeft ook effect op de investeringen van marktpartijen. Die dragen bijvoorbeeld fors bij aan voorzieningen rondom de Merwedekanaalzone (onder andere in Park Transwijk, rondje Stadseiland, hovbusbaan). Laat de woningbouw op zich wachten, dan komen de investeringen in kwaliteit en leefbaarheid ook pas later. Voortgang van woningbouw is ook nodig om bijdragen van de rijksoverheid veilig te stellen, die zijn toegezegd via de woningbouwimpuls, versnellingsafspraken en het BO-MIRT. In aanloop naar dit MPR hebben we onderzocht welke draaiknoppen benut kunnen worden om de woningbouw zo veel mogelijk op peil te houden. We hebben diverse stakeholders geconsulteerd zoals adviseurs, marktpartijen, andere gemeenten en de rijksoverheid. Ook hebben we geleerd van de vorige crises. Draaiknoppen voor voortgang van woningbouw kunnen zijn: • het knippen en faseren van projecten; • een grotere rol voor corporaties; • maatregelen die de kosten verlagen; • maatregelen die de potentiële opbrengsten verhogen, zoals aanpassing van het woningbouwprogramma. Via het Development Netwerk Utrecht zijn we doorlopend in gesprek met marktpartijen over ontwikkelingen in de markt en het beleid van de gemeente.

Omdat geen twee gebiedsontwikkelingen in Utrecht gelijk aan elkaar zijn, brengen we per project in kaart welke maatregelen eventueel nodig zijn om het verschil te maken tussen niet bouwen en wél bouwen. Dit vergt altijd maatwerk, met oog voor kwaliteit in het gebied en balans in de stad als geheel. Het doel hiervan is om projecten die door de veranderende marktomstandigheden net geen doorgang kunnen vinden, toch door te kunnen laten gaan. De bouw van permanente woningen heeft daarbij onze voorkeur.

MPR 2023

10

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

Op korte termijn richten we ons op een aantal specifieke interventies: • Start permanente bouw 2023/begin 2024, aangevuld met benodigde flexwoningen: met concrete afspraken over gerichte maatregelen i.c.m. een start-bouw-garantie. • Wat betreft de toekomstige productie monitoren we voor de middellange termijn de permanente projecten in de pijplijn (2024-2025), aangevuld met benodigde flexwoningen: met bereidheid tot gezamenlijk onderzoek naar haalbaar maken. Doelstelling daarbij is waar het kan de aantallen betaalbare woningbouw vast te houden en eventueel meer woningen toe te voegen. Dit doen we ook voor de periode na 2025. • Inzetten op tijdelijkheid tot en met 2025: onderzoek naar gepaste locaties voor het toevoegen van tijdelijke woningen. Op dit moment zien we drie projecten waarin we met gerichte maatregelen het verschil kunnen maken. Deze projecten worden toegelicht in een geheime bijlage “Aanpak continuering woningbouw” bij het MPR. Bij twee van de drie projecten vergt de voortgang dat we de landelijk aangekondigde wetgeving voor middenhuur volgen in plaats van de strengere kaders uit het gemeentelijke Actieplan Middenhuur. Dit is nodig omwille van de economische haalbaarheid van de projecten, wat een uitzonderingsgrond is in het actieplan.

Ook verwachten we dat bij twee van de drie projecten extra gemeentelijke investeringen nodig zijn in de openbare ruimte om de woningbouw mogelijk te maken (bij één project zijn beide maatregelen nodig). Met die investeringen in de openbare ruimte is maximaal 3,3 mln euro gemoeid. In het raadsvoorstel bij de voorjaarsnota stellen we voor om dit te dekken met een uitname uit de reservering voor betaalbaar wonen (zie ook MPR paragraaf 5.3). Tot slot stellen we voor om het bestedingsdoel voor de gereserveerde middelen voor "betaalbaar wonen" te verbreden naar "betaalbaar wonen en het op gang houden van woningbouwprojecten". Ook dit is opgenomen in het raadsvoorstel bij de voorjaarsnota.

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

Bijdragen van rijksoverheid aan woningbouw en groei in balans De grote behoefte aan woningen in Utrecht heeft de Rijksoverheid afgelopen jaar ertoe gebracht grote financiële bijdragen toe te zeggen die bijdragen aan woningbouw en groei in balans. Voor Zuidwest heeft het Rijk € 86,77 miljoen euro toegezegd voor mobiliteitsmaatregelen, die de ontsluiting van 6.200 woningen in Zuidwest mogelijk maken (“Versnellingsafspraken”). Als onderdeel van dezelfde afspraken is bovendien € 16,52 miljoen euro gereserveerd voor mobiliteitsmaatregelen die bijdragen aan de realisatie van 1.544 woningen in Noordwest. Vanuit de woningbouwimpuls is in 2020 circa € 21 miljoen beschikbaar gekomen voor de randvoorwaardelijke investeringen in Merwedekanaalzone deelgebied 5 fase 1 en in 2021 was € 13 miljoen euro toegekend als bijdrage aan woningbouw en daarvoor benodigde investeringen in de openbare ruimte in Overvecht. Voor Groot Merwede is bovendien eind 2022 een aanvullende reservering van 600 miljoen euro toegezegd als bijdrage aan de (deels) ondergrondse Merwedelijn (BO-MIRT). Rijk en regio hebben daarbij afgesproken “dat er tot en met 2030 in Utrecht Groot Merwede (Zuidwest Utrecht en Nieuwegein) 25.500 woningen worden gerealiseerd, waarvan minimaal 55% betaalbaar”.

MPR 2023

11

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

Omslag in Utrechtse woningmarkt zet door

De belangrijkste oorzaak voor de omslag in de woningmarkt is de stijging van de rente (zie grafiek 1 hieronder). Daarnaast zien we andere ongunstige ontwikkelingen, zoals gestegen bouwkosten en krapte op de arbeidsmarkt. De gevolgen hiervan zijn op verschillende manieren zichtbaar.

Grafiek 1: rente (10 jaar, obligatierendement)

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

Potentiële huizenkopers merken dat zij een minder hoge hypotheek kunnen afsluiten. Dit drukt de huizenprijzen. In het derde kwartaal van 2022 is die daling in Utrecht voor het eerst in de cijfers zichtbaar (zie grafiek 2 hieronder). Verkopers van bestaande woningen merken dat zij met minder winst genoegen moeten nemen. “Minder winst”, want sinds 2015 zijn de huizenprijzen in Utrecht meer dan verdubbeld. De prijzen zijn sneller gestegen dan het Nederlandse gemiddelde en zelfs sneller dan de huizenprijzen in Amsterdam.

Grafiek 2: prijsindex bestaande koopwoningen (verkoopprijzen, 2015=100, t/m 2022)

Utrecht (gemeente) Amsterdam Nederland

2015 = 100

Bron: Investing.com

Bron: CBS

MPR 2023

12

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

De rentestijgingen en de daling van huizenprijzen hebben grote gevolgen voor nieuwbouwprojecten. Voor nieuwbouw geldt dat de prijs minder gemakkelijk naar beneden aangepast kan worden dan voor bestaande woningen. Bouwkosten kunnen bijvoorbeeld niet snel worden verlaagd. Als gevolg van inflatie liggen die juist op een hoog niveau. Voor ontwikkelende partijen kan het daarom verleidelijk zijn om niet op korte termijn tegen hoge kosten te bouwen, maar te wachten tot huizenprijzen weer aantrekken. Dergelijke aanpassingen kunnen ertoe leiden dat een deel van de harde planvoorraad pas later wordt gebouwd dan eerder verwacht: de markt voor nieuwe koopwoningen heeft tijd nodig om zich aan de nieuwe prijzen aan te passen. De stijging van de rente heeft ook gevolgen voor de realisatie van woningen in het middenhuursegment. Voor de financiering van deze woningen zijn institutionele beleggers nodig. Hun rendementseisen worden hoger als gevolg van de hogere rente. Zij kijken daardoor kritischer naar de start van nieuwe projecten. Zij hebben bovendien te maken met onzekerheid over de aangekondigde regulering van huurtarieven voor middenhuurwoningen.

Die regulering is zeer wenselijk vanuit het perspectief van mensen die een betaalbare woning zoeken, maar tegelijkertijd zien we dat de onzekerheid over landelijke regulering in combinatie met het gemeentelijke beleid de bereidheid tot investeringen in middenhuur wegneemt bij institutionele beleggers. Doordat onzekerheid over nieuwe wetgeving, zoals de Wet Regie op de volkshuisvesting en de Wet betaalbare huur, leidt tot uitstel van investeringsbeslissingen, is het niet mogelijk het effect te meten van beperking van de maximale huurverhoging op de bouw van middenhuurwoningen. Dit was wel toegezegd bij de aanpassing van het

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

Actieplan Middenhuur (amendement A41, Toezegging 108 Effect op de bouw van middenhuurwoningen). Door de samenloop met de onzekerheid over regelgeving, gestegen bouwkosten en rentestijging zou onderzoek naar effect van beperking van huurverhogingen van CPI+1% naar CPI een vertekend beeld opleveren. Welk effect de daling van huizenprijzen precies heeft op woningbouw en gebiedsontwikkeling, is nu nog niet met zekerheid te zeggen. Doordat koopwoningen en tot op zekere hoogte ook de middenhuurwoningen de motor zijn achter gebiedsontwikkelingen dreigt met de huidige marktontwikkelingen over de hele linie stagnatie. Dat geldt ook voor de productie van sociale huurwoningen die in gebiedsontwikkelingen meeliften met de bouw van duurdere woningen.

Bouwplaats Castellumlaan

MPR 2023

13

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

2.3 Financiële bijsturing op ruimtelijke investeringen De beschikbare middelen voor ruimtelijke investeringen zetten we in om de doelen te behalen die zijn afgesproken in het coalitieakkoord. Wij willen zo veel mogelijk blijven investeren in gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat. De beschikbare financiële ruimte bepaalt in belangrijke mate hoe snel we kunnen gaan. We kiezen ervoor om realistisch te begroten, uitgaande van een onzekerheidsmarge in de woningbouwproductie. De veranderde marktomstandigheden resulteren in een grotere onzekerheidsmarge in de verwachte woningbouwproductie. Dit leidt tot een grotere onzekerheidsmarge in onze investeringsruimte. Per saldo is er tot en met 2026 minder geld beschikbaar voor ruimtelijke investeringen dan werd verwacht in de programmabegroting 2023. Dit kan vrijwel volledig worden opgevangen met incidentele meevallers. In 2027 is meer geld beschikbaar dan in de programmabegroting was voorzien. Toch ontstaat er in dat jaar een tekort. Dat komt doordat ook het gewenste investeringsniveau toeneemt. Het tekort is dus niet alleen het resultaat van mee- en tegenvallers in de budgetten voor ruimtelijke investeringen, maar ook van extra budget dat nodig is voor realisatie van ambities aan het slot van deze raadsperiode. Om de begroting voor ruimtelijke investeringen sluitend te maken is bijsturing nodig vanaf 2026.

Voor die bijsturing hanteren we een “Samen trap-af-trap-op”methodiek, waarbij we voorstellen doen om enkele budgetten in 2027 te verlagen. Dat leidt vooralsnog tot een vertraging in de fasering van projecten. Zodra de financiële ruimte het toelaat, stellen we de investeringen “trap op” bij. Ondertussen blijven we werken aan planvorming en -voorbereiding, zodat we bij financiële ruimte direct “trap op” kunnen gaan.

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

Prioriteit bij uitvoering van het coalitieakkoord – ambitie Groei in balans Met de beschikbare budgetten voor ruimtelijke investeringen willen we allereerst de ambities realiseren die zijn opgenomen in het coalitieakkoord. De verdeling van budgetten in het coalitieakkoord over verschillende opgaven, is hierbij gehanteerd als leidraad voor gebalanceerde groei van de stad. Wanneer in komende jaren meer budget beschikbaar komt waarmee we aanvullende ambities kunnen bekostigen, dan wegen we te zijner tijd inhoudelijk af hoe dat extra budget verdeeld moet worden over opgaven en gebieden. Bij zo’n inhoudelijke afweging is ook weging van belang op basis van waarden als “ongelijk investeren voor gelijke kansen”. Een deel van de ruimtelijke investeringen uit het coalitieakkoord (“meerjarenpakket Groei in balans”) was in de vorige begroting (nog) niet van voldoende budget waren voorzien, bijvoorbeeld omdat de kapitaallasten pas vanaf 2027 op de begroting zouden drukken. Zulke posten moeten nu wél vanaf 2027 in de meerjarenbegroting worden opgenomen (zie tabel 2.1 op de volgende pagina). Voorbeelden van zulke posten zijn het natuurgebied Zuilen en de aanleg van “groene ommetjes”; de planvorming hiervoor gaat uiteraard al eerder dan 2027 van start. Ook voor investeringen in maatschappelijke voorzieningen is extra budget nodig in het begrotingsjaar 2027.

Dit geldt in het bijzonder voor voorzieningen die onderdeel zijn van gebouwde omgeving in gebiedsontwikkelingen. Dit betreft met name investeringen in sporthallen, onderwijshuisvesting en wijkvoorziening voor cultuur in 2026, met kapitaallasten vanaf 2027. Deze investeringsbudgetten zijn nodig om nieuwe gebiedsontwikkelingen in balans te kunnen ontwikkelen. Ook is extra budget nodig voor sportvelden (zie ook hoofdstuk 3 pagina 43).

MPR 2023

14

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

Tabel 2.1: Extra budget voor ruimtelijke investeringen vanaf 2027, bedragen in 1.000 euro

2027

FINANCIEEL BEELD

GEBIEDSONTWIKKELING

dubbele correctie voor planningsoptimisme verwerkt: via de betreffende programma’s en (in de vorm van budgetkortingen) via het meerjarenpakket Groei in balans. Deze tweede correctie wordt nu geschrapt (regel 2b in tabel 2.2). Dit is van belang voor investeringen in groen (schaalsprong en icoonprojecten), mobiliteit (o.a. schaalsprong fiets) en integrale projecten openbare ruimte.

Natuurgebied Zuilen

241

Gezond leefklimaat - groene ommetjes

142

Onderwijshuisvesting

390

Cultuur (wijkvoorzieningen)

480

Tot slot verwerken we een aantal budgettair neutrale aanpassingen (regel

Sportaccommodaties

1.582

2c in tabel 2.2). De belangrijkste hiervan is de “bijdrage sparen Ockhuizen in

Subtotaal extra budget voor ruimtelijke investeringen vanaf 2027

2.835

het Meerjaren Groenprogramma”, om realisatie van natuurgebied Ockhuizen mogelijk te maken. In 2023, 2024 en 2025 worden bijdragen opgenomen van 230 duizend euro per jaar. Deze worden in mindering gebracht op het

Overige budgettaire aanpassingen in ruimtelijke investeringen – realistisch begroten De financiële krapte vergt extra aandacht voor realistisch te begroten: niet te veel en niet te weinig, niet te vroeg en niet te laat. Realistisch begroten begint met het aanpassen van investeringsbudgetten aan externe ontwikkelingen (regel 2a in tabel 2.2). In veel gevallen zijn de planning en het kasritme van ruimtelijke investeringen mede afhankelijk van externe partijen en/of van de voortgang van gebiedsontwikkelingen. Een voorbeeld daarvan is de bouw van een basisschool in een nieuwe woonwijk. Als de woningbouw een jaar vertraagt, is de basisschool ook pas een jaar later nodig. Zulke situaties leiden tot incidentele meevallers, waarmee we tegenvallers kunnen compenseren. Voor buurtcentra is vanaf 2026 een extra investeringsbudget nodig (0,3 mln euro) en vanaf 2027 is ook extra budget nodig voor exploitatielasten gekoppeld aan eerdere parkeerinvesteringen (0,6 mln euro). Deze lopen structureel door. Onderdeel van het realistisch begroten is ook dat we rekening houden met planningsoptimisme. Dat gebeurt via de betreffende (meerjaren)programma’s. In de programmabegroting 2023 was echter een

budget in 2026 voor het Meerjaren Groenprogramma. Dat budget dient bovendien vanaf 2026 als dekking voor de jaarlijkse bijdragen.

Tabel 2.2: Budgettaire wijzigingen ruimtelijke investeringen (tov programmabegroting 2023), bedragen in 1.000 euro

2a. Investeringsritme aanpassen aan externe ontwikkelingen 2b. Financieel-technische correctie planningsoptimisme 2c. Overige, budgettair neutrale aanpassingen 2. Realistisch begroten (budgettaire aanpassingen)

2023

2024

2025

2026

2027

struct

-1.288

-2.887

-4.011

-4.568

-2.484

816

565

595

1.129

2.975

0

0

430

180

-2.025

1.415

0

0

-293

-2.112

-4.907

-178

-2.484

816

MPR 2023

15

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

Bijdrage aan knelpunten buiten domein ruimtelijke investeringen Om incidentele knelpunten elders in de gemeentebegroting te kunnen dekken, is het nodig om in deze voorjaarsnota een bedrag van 5 mln euro over te hevelen naar de algemene middelen. Dit bedrag is gevonden door te korten op de nog niet geprogrammeerde middelen voor de schaalsprong fiets in het Meerjarenprogramma Bereikbaarheid (MPB).

FINANCIEEL BEELD

GEBIEDSONTWIKKELING

Per saldo: tot 2026 lagere kosten, daarna hogere uitgaven Met toepassing van bovenstaande uitgangspunten zien we in de jaren tot en met 2026 een daling van de uitgaven, en vanaf 2027 een toename die oploopt naar structureel 3,65 miljoen euro per jaar (zie tabel 2.3). Veranderingen in beschikbaar budget voor ruimtelijke investeringen Als dekkingsbronnen voor de ruimtelijke investeringen hanteert de gemeente inkomsten uit het groeikader, parkeerinkomsten en inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling (deze dekkingsbronnen worden nader toegelicht in paragraaf 5.1 en verder). Deze inkomsten worden elk jaar opnieuw geraamd, op basis van actuele inzichten en verwachtingen, onder meer over woningbouw en bevolkingsontwikkeling. In tabel 2.4 is samengevat hoeveel de actuele inzichten over dekkingsbronnen verschillen van de bedragen die waren opgenomen in de programmabegroting 2023. Per saldo is er tot en met 2026 aanzienlijk minder geld beschikbaar voor ruimtelijke investeringen dan werd verwacht in de programmabegroting 2023. In 2027 is er daarentegen 1,4 miljoen euro méér te besteden.

Autorisatie van kredieten Voor een deel van de investeringen uit het meerjarenpakket Groei in balans waren in de programmabegroting 2023 nog geen kredieten geautoriseerd. De reden daarvoor was dat een deel van dekking voor ruimtelijke investeringen nog zo onzeker was dat besluitvorming over kredieten moest worden uitgesteld naar de integrale afweging in de Voorjaarsnota (zie ook de bijlage Investeringen versus kredieten bij de programmabegroting 2023). Met de dekking die nu beschikbaar is voor ruimtelijke investeringen kunnen de resterende kredieten alsnog worden vrijgegeven. Bij investeringen waarvoor al in 2023 uitgaven nodig zijn, gebeurt dit via de eerste bestuursrapportage. Voor de overige investeringen worden de kredieten zoals gebruikelijk via de programmabegroting geautoriseerd.

Tabel 2.4: Verandering in dekking MPR2023 tov in PB2023, bedragen in 1.000 euro

Tabel 2.3: Budgettaire wijzigingen ruimtelijke investeringen (tov PB2023), bedragen in 1.000 euro

Budgettaire wijzigingen ruimtelijke investeringen (tov PB2023) 1. Extra budget voor ruimtelijke investeringen vanaf 2027

2023 0

2024 0

2025 0

2026 0

2027 2.835

2023

2024

2025

2026

2027

struct

1. Groeikader (investeringsdeel)

0

4.079

5.152

5.435

10.990

10.990

2. Parkeerinkomsten

412

-1.390

207

649

-81

-603

3. Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling

0 -10.000 -10.000

-9.750

-9.500

-9.500

4. Inzet vrije ruimte binnen GiB vanaf 2028

0

0

0

0

0

500

Extra kosten, subtotaal

412

-7.311

-4.642

-3.667

1.410

1.387

struct 2.835

2. Realistisch begroten (budgettaire aanpassingen)

-293

-2.112

-4.907

-178

-2.484

816

Extra kosten, subtotaal

-293

-2.112

-4.907

-178

351

3.651 MPR 2023

16

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

1) Investeringsdeel van het groeikader We verwachten hier een meevaller. De raming van het investeringsdeel van het groeikader is voor dit MPR geactualiseerd, en er is zoals gebruikelijk ook een begrotingsjaar aan de raming toegevoegd. De nu verwachte inkomsten zijn 4 tot 11 mln euro per jaar hoger dan in de programmabegroting 2023 was geraamd. Belangrijke factoren daarbij zijn de bevolkingsontwikkeling (deze was in 2022 veel hoger dan verwacht), het aantal nieuwe woningen in de stad en de zogeheten frictiekosten Leidsche Rijn. In paragraaf 5.1 lichten we de ontwikkeling van het groeikader toe. 2) Parkeerinkomsten In het coalitieakkoord is afgesproken dat de extra parkeerinkomsten die voortvloeien uit tariefsverhoging en uit uitbreiding van het gebied met betaald parkeren, bestemd zijn voor ruimtelijke investeringen. De raming van deze inkomsten wordt jaarlijks geactualiseerd. In de periode 2023-2027 komen de verwachte extra opbrengsten gemiddeld 0,2 mln euro lager uit dan waarmee rekening was gehouden in de programmabegroting 2023. Voor de periode 20282032 komen de actuele ramingen gemiddeld 0,6 mln euro lager uit dan was berekend in de programmabegroting 2023. Dat verschil van 0,6 mln euro is verwerkt als structurele tegenvaller. Vanwege schommelingen in de periode 2028-2032 is eind 2027 een budget in de reserve Groei in balans nodig van 3,0 mln euro.

In paragraaf 5.1 gaan we dieper in op de uitkomsten van de parkeerraming en op de onzekerheden in die raming. 3) Inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling Onze raming voor inkomsten uit woningbouw en gebiedsontwikkeling (grondexploitaties, erfpacht en kostenverhaal bovenwijks) stellen we bij naar ¼ mln euro in 2026 en ½ mln euro per jaar vanaf 2027. In 2024 en 2025 verwachten we hieruit geen inkomsten die ingezet kunnen worden voor ruimtelijke investeringen. In de programmabegroting was vorig jaar uitgegaan van 10 miljoen euro aan inkomsten vanaf 2024. Dat was geen correcte inschatting.

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

De ontwikkeling van de reserve grondexploitaties is dit jaar zodanig dat geen extra storting noodzakelijk is. Het meerjarig beeld van de reserve grondexploitaties vertoont een klein tekort. Een onttrekking ten behoeve van andere investeringen dan grondexploitaties is daarom vooralsnog niet aan de orde. De ontwikkeling van deze reserve wordt nader toegelicht in paragraaf 5.3. Bij erfpacht zagen we in 2022 extra inkomsten die verantwoord zijn in de jaarrekening. Het resultaat 2022 uit de Conversieregeling Erfpacht 2017 is 1,215 miljoen euro. Wij bestemmen dit resultaat in lijn met motie 2017/191 voor projecten die bijdragen aan betaalbaar wonen (zie ook elders in dit hoofdstuk en in paragraaf 5.4). Het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen is een nieuwe inkomstenstroom, die in de komende jaren zijn waarde moet gaan bewijzen. Op korte termijn leidt toepassing van de nog vast te stellen Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen niet of nauwelijks tot extra inkomsten. Dit komt doordat voor het overgrote deel van de woningbouw voor de eerste vijf tot tien jaar reeds anterieure overeenkomsten of gemeentelijke grondexploitaties zijn vastgesteld. Vooruitlopend op toekomstige anterieure overeenkomsten met deze vorm van kostenverhaal nemen we als opbrengst indicatief ¼ mln euro op in 2026 en ½ mln euro vanaf 2027.

Deze bedragen moeten te zijner tijd worden aangepast op basis van afgesloten overeenkomsten. In paragraaf 5.1 is een raming opgenomen voor de opbrengsten op middellange termijn. 4) Inzet vrije ruimte uit pakket Groei in balans, vanaf 2028 Vanaf 2028 zijn de geraamde inkomsten die samenhangen met het groei-inbalans-pakket uit de programmabegroting 2023 500 duizend euro hoger dan de uitgaven. Dit hangt samen met een taakstelling op uitvoeringskracht die in 2028 500 duizend euro hoger is dan in 2027. Deze 500 duizend euro is beschikbaar als dekking voor ruimtelijke investeringen.

MPR 2023

17

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

Financiële bijsturing op ruimtelijke investeringen Na verwerking van de budgettaire wijzigingen in ruimtelijke investeringen en de daarvoor beschikbare dekking zien we dat positieve en negatieve saldi elkaar afwisselen in het financiële beeld (zie tabel 2.5). Om de begroting voor ruimtelijke investeringen sluitend te maken is bijsturing nodig. Die bijsturing is opgebouwd uit drie stappen, die we hieronder toelichten.

Tabel 2.5: Financiering ruimtelijke investeringen exclusief bijsturing, bedragen in 1.000 euro

2023

2024

2025

2026

2027

struct

-293

-2.112

-4.907

-178

351

3.651

Extra dekking

412

-7.311

-4.642

-3.667

1.410

1.387

Saldo (excl. bijsturing)

704

-5.199

265

-3.489

1.058

-2.264

Subtotaal Budgettaire wijzigingen ruimtelijke investeringen (tov PB2023)

Bijsturing stap 1: Verrekening met de reserve Groei in balans In 2024 is sprake van een tekort, dat kan worden verrekend met de reserve Groei in balans. In 2023 en 2025 is sprake van overschotten, die aan de reserve kunnen worden toegevoegd. Het tekort in 2026 kan slechts ten dele worden gecompenseerd met een uitname uit de reserve (zie tabel 2.6). De reserve komt in 2026 uit op nul (zie tabel 2.7). In 2027 moet de reserve worden aangevuld tot 2,989 miljoen euro, vanwege schommelingen in de parkeerexploitatie vanaf 2028. Moreelsehoek

MPR 2023

18

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

Tabel 2.6: Bijsturing stap 1 – verrekening met de reserve Groei in balans, bedragen in 1.000 euro

Saldo excl. bijsturing (zie tabel 2.5)

Tabel 2.8: Bijsturing stap 2 – Aanpassing kasritmen, bedragen in 1.000 euro

2023

2024

2025

2026

2027

struct

704

-5.199

265

-3.489

1.058

-2.264

704

-5.199

265

-1.561

2.989

Reserve Groei in balans: uitnamen (negatieve getallen) en

31 dec Minimale omvang reserve op 31 december:

2024

2025

2026

2027

Schaalsprong groen

-933

933

Schaalsprong fiets

-622

622

-373

373

-1.928

1.928

0

-3.858

openbare ruimte 0

0

0

-1.928

-1.931

-2.264

Subtotaal bijsturing stap 2 Saldo na aanpassing kasritmen (andere verdeling in tijd, stap 2)

Tabel 2.7: Omvang reserve Groei in balans, na bijsturing MPR2023, bedragen in 1.000 euro

Toevoegingen programmabegroting 2023 Uitnamen en toevoegingen VJN2023 (zie ook tabel 2.6) Omvang reserve groei in balans per

2023

Spelen, sporten en bewegen in de

toevoegingen (positieve getallen) Saldo na verrekening met reserve Groei in balans (stap 1)

FINANCIEEL BEELD

GEBIEDSONTWIKKELING

2023

2024

2025

2026

2027

0

5000

0

791

0

704

-5.199

265

-1.561

2.989

704

505

770

0

2.989

0

0

0

0

2.989

Bijsturing stap 2: Aanpassing kasritme In de tweede bijsturingsstap stellen we voor om in 2026 enkele budgetten te verlagen en om die budgetten in 2027 met eenzelfde bedrag te verhogen. Dit betreft budgetten voor de schaalsprong groen, schaalsprong fiets en “spelen, sporten en bewegen”. Een deel van de ambities voor de betreffende terreinen kan daardoor nog niet in 2026 worden gerealiseerd, maar op zijn vroegst in 2027. Met deze tweede stap wordt het saldo in 2026 naar nul gebracht (zie tabel 2.8). Het op te lossen tekort in 2027 wordt hiermee navenant groter.

0

0

0

struct

-2.264

Bijsturing stap 3: “Samen trap-af-trap-op” Na uitvoering van stap 2 is in 2027 sprake van een tekort van 3,9 mln euro en van een structureel tekort van 2,3 mln euro. Deze tekorten kunnen worden weggewerkt door een aantal budgetten naar rato te verlagen (“samen trap af”). Bij toekomstige meevallers kan deze verlaging weer worden teruggedraaid (“samen trap op”). We stellen voor deze systematiek toe te passen op de volgende budgetten:  Schaalsprong groen  Schaalsprong fiets  Spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte  Sportaccommodaties, kapitaallastenstijging 2027  Cultuur, kapitaallastenstijging 2027 Deze systematiek gaat niet uit van een inhoudelijke prioritering tussen opgaven. Een objectieve keuze tussen projecten is nu namelijk nog niet mogelijk. Dat komt MPR 2023

19

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

doordat nog niet voor alle opgaven tot en met 2027 een vertaling is gemaakt naar concrete projecten en locaties in de stad. Pas als de projectvoorstellen voldoende zijn uitgewerkt, kan inhoudelijk geprioriteerd worden. Dit vraagt om gemeente brede programmeertafels voor het maken van afwegingen, keuzes en het bij elkaar brengen van planningen. Daar gaan we komend jaar mee aan de slag. Bij Voorjaarsnota 2024 verwachten we vervolgens wel die inhoudelijke prioritering te kunnen uitvoeren, gericht op balans in de groei van de stad en op basis van waarden als “ongelijk investeren voor gelijke kansen”. Toepassing van de “trap-af-trap-op”-systematiek betekent voor de betreffende opgaven dat het investeringstempo vooralsnog in 2027 iets vertraagt (zie tabel 2.9). De gevolgen daarvan kunnen we op dit moment alleen op hoofdlijnen benoemen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om minder snelle uitbreiding van het aantal sportvelden, een iets lager investeringsbudget voor wijkcultuurvoorzieningen, minder budget voor de groene “kop” op integrale projecten in de openbare ruimte, minder snel wegwerken van achterstanden in het aantal speelvoorzieningen in de stad en minder snelle uitvoering van investeringen die bijdragen aan duurzame mobiliteit.

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

Als we volgend jaar weer extra groeibudget kunnen inzetten voor ruimtelijke investeringen gaan we weer versnellen (“trap-op”). Ondertussen blijven we doorwerken aan planontwikkeling. Zo kunnen we direct doorpakken wanneer extra budget beschikbaar komt. In tabel 2.10 (zie volgende bladzijde) is voor een aantal uitgavenposten een overzicht opgenomen van “oude” bedragen (zoals opgenomen in de programmabegroting 2023) en de nieuwe, gewijzigde bedragen in MPR/Voorjaarsnota 2023. Hierin zijn voor de genoemde posten de effecten opgeteld van alle aanpassingen in dit hoofdstuk (toevoeging van budget voor 2027, realistisch begroten rekening houdend met externe ontwikkelingen, en de bijsturingsstappen “aanpassing kasritme” en “samen trap-af-trap-op”). In de bijlage “Financieel overzicht bij hoofdstuk 2 MPR” is een overzichtstabel opgenomen met alle budgettaire wijzigingen die in dit hoofdstuk zijn benoemd.

Tabel 2.9: Bijsturing stap 3 – “Samen trap-af-trap-op” (-27% in 2027; -16% struct.), bedragen in 1.000 euro

Sportaccommodaties (t.o.v. extra kapitaallastenbudget vanaf 2027) Cultuur (t.o.v. extra kapitaallastenbudget vanaf 2027) Schaalsprong groen Schaalsprong fiets Spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte Subtotaal bijsturing "samen trap-aftrap-op" Saldo na bijsturing stap 3

2023

2024

2025

2026

2027

struct

0

0

0

0

-422

-248

0

0

0

0

-128

-75

0

0

0

0

-1.601

-939

0

0

0

0

-1.067

-626

0

0

0

0

-640

-376

0

0

0

0

-3.858

-2.264

0

0

0

0

0

0 MPR 2023

20

INLEIDING

KOERS

RUIMTELIJKE OPGAVEN

GEBIEDSONTWIKKELING

FINANCIEEL BEELD

Tabel 2.10: Was-wordt-tabel; in bovenste helft: budgettoevoegingen in programmabegroting 2023; in onderste helft aangepaste bedragen in MPR/VJN2023, bedragen in 1.000 euro

Programmabegroting 2023

2023

2024

2025

2026

2027

struct

0

0

0

6.000

6.000

6.000

700

1.200

2.300

2.400

2.400

2.400

500

500

2.000

4.000

4.000

4.000

0

0

0

3.300

3.300

3.300

Onderwijshuisvesting

2.134

3.903

7.044

7.796

7.796

7.796

Sportaccommodaties

Openbare ruimte en groen Schaalsprong groen Spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte Duurzame mobiliteit Schaalsprong fiets Kapitaallastenbudget ovschaalsprong Maatschappelijke voorzieningen 273

348

1.254

3.734

3.734

3.734

Buurtcentra

0

223

223

223

223

223

Cultuur

0

192

779

1.541

1.541

1.541

2023

2024

2025

2026

2027

struct

230

230

230

4.377

5.332

5.061

500

1.200

2.300

2.027

2.133

2.024

500

500

2.000

3.378

3.555

3.374

0

0

0

0

0

3.300

Onderwijshuisvesting

1.540

1.681

3.717

6.529

8.186

8.186

Sportaccommodaties

273

363

1.347

3.295

4.894

5.068

Buurtcentra

0

0

238

498

498

498

Cultuur

0

192

779

1.541

1.893

1.946

MPR/Voorjaarsnota 2023 Openbare ruimte en groen Schaalsprong groen Spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte Duurzame mobiliteit Schaalsprong fiets Kapitaallastenbudget ovschaalsprong Maatschappelijke voorzieningen

MPR 2023

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=23f241ca-9b4a-4a15-8c7e-1e73a3bdbf0b