CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorjaarsnota 2022 en Eerste Bestuursrapportage 2022.pdf

Gemeenteraad 9 juni 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 202231.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

29

Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed 2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

0

-770

-770

-770

-5.270

Invoering Omgevingswet

0

-620

-420

-320

-320

Landelijk Digitaal stelsel Omgevingswet

0

0

-300

-300

0

Omgevingsplannen: Voortzetting werkzaamheden

0

0

-350

-350

-350

Omgevingsplannen: Werken met omgevingsplan

-150

-150

-210

-210

-180

Overdragen (basis)taken naar

-65

-103

-138

-125

-125

-200

-400

-400

-400

-400

0

-1.290

-1.290

-1.290

-1.290

-415

-3.333

-3.878

-3.765

-7.935

Omschrijving Afdracht Gondexploitatie Leidsche Rijn en Stationsgebied

om te voldoen aan wettelijke vereisten per 2030

gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Ruimtelijk economisch programma (REP)Integraal ruimtelijk perspectief (IRP) Wet Kwaliteitsborging Bouw: Voldoen aan wettelijk minimum Totaal

Afdracht Gondexploitatie Leidsche Rijn en Stationsgebied De Grexen Leidsche Rijn en Stationgebied lopen af. Daardoor kan de afdracht algemene middelen niet meer plaatsvinden. Voor het stationsgebied is dit vanaf 2023 een bedrag van 0,770 miljoen euro en voor het gebied Leidsche RIjn 4,5 miljoen euro vanaf 2026. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. De komst van deze wet zorgt er voor dat een deel van de werkzaamheden (toezicht, beleidsondersteuning) niet ondergebracht kunnen worden onder de leges en zorgt voor extra lasten. Daarnaast hebben we bij de vergunningverlening tijdelijk met twee wettelijke regimes te maken, wat zorgt voor frictiekosten. Landelijk Digitaal stelsel Omgevingswet De invoering van het landelijke Digitaal stelsel omgevingswet (DSO) brengt kosten met zich mee voor de implementatie binnen gemeente Utrecht om hiermee te werken. Omgevingsplannen: Voortzetting werkzaamheden om te voldoen aan wettelijke vereisten per 2030 In het omgevingsplan worden ongeveer 300 bestemmingsplannen, verordeningen en regelingen geïntegreerd; in 2020 hebben we enkele daarvan geïntegreerd. Naast al deze regels komen er ook voormalige rijksregels in het omgevingsplan. In 2030 moeten we alle omgevingsplannen gereed hebben.

Naast het weghalen van tegenstrijdige en overbodige regels, moeten de nieuwe regels voldoen aan de eisen van de wet dus digitaal, locatiegebonden en activiteitgericht zijn. Ook zijn alle nieuwe regels verbonden aan beleid uit de omgevingsvisie. Omgevingsplannen: Werken met omgevingsplan Het werken met omgevingsplannen vraagt om structureel meer capaciteit en zal leiden tot structurele hogere licentiekosten van de software. Het betreft capaciteit voor het beheer van toepasbare regels (beslisbomen voor specifieke aanvragen up to date houden in het systeem voor de aanvragers) en er is regie nodig op de wijziging van de omgevingsplannen omdat dit onder de Omgevingswet een continu proces is (meerdere keren per jaar moeten wijzigingen worden doorgevoerd) in plaats zoals nu verplicht na een bepaalde periode. Ook blijkt uit onderzoek naar de uitvoeringskosten van de Omgevingswet dat het beheer hiervan meer tijd kost.

30

Ruimtelijk economisch programma (REP)-Integraal ruimtelijk perspectief (IRP) Coördinatie en afstemming van de Utrechtse bijdrage aan het REP en jaarlijks afdracht aan de U10organisatie ten behoeve van bekostiging van de U10-projectorganisatie. Overdragen (basis)taken naar gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) In verband met de wettelijke verplichte overdracht van de bodemtaken van de provincie naar de gemeenten, stijgt het relatieve aandeel van de gemeente Utrecht binnen de gemeenschappelijke regeling van de RUD. Daarnaast moeten de gemeentelijke asbesttaken overgedragen worden aan de RUD, dit kan niet volledig budgettair neutraal plaatsvinden. Wet Kwaliteitsborging Bouw: Voldoen aan wettelijk minimum Per 1 juli 2022 treedt de Wet Kwaliteitsborging Bouw in werking. Deze wet heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Concreet betekent de invoering van de wet dat het deel van het technisch bouwbesluit dat nu door de gemeente wordt getoetst zal worden uitgevoerd door een externe private partij. De gemeente blijft bevoegd gezag. Door het van kracht worden van de Wet per 1 juli 2022 ontstaan nieuwe activiteiten voor de gemeente als bevoegd gezag die moeten worden uitgevoerd. Er zijn extra kosten te verwachten doordat er meer toezicht en handhaving zal plaats vinden.

Deze activiteiten kunnen niet gedekt worden uit de legesinkomsten, waardoor een beroep gedaan moet worden op de algemene middelen. De geraamde kosten zijn gebaseerd op het wettelijk minimum dat de gemeente op basis van nieuwe wetgeving moet uitvoeren. In de berekening is rekening gehouden met de structurele compensatie van het Rijk.

Openbare ruimte en groen Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Consequenties CAO-aanpassing 2022 en verder

-115

-115

-115

-115

-115

Extreme prijsstijgingen groen onderhoud

-135

0

0

0

0

Extreme prijsstijgingen specialistisch reinigen

-268

0

0

0

0

Extreme prijsstijgingen verwijderen olie- en

-55

0

0

0

0

0

0

0

0

-950

-102

-102

-102

-102

-102

0

0

-2.000

-2.460

-2.920

-2.217

-2.677

-4.087

voor Inhuur

vetsporen Nota beheer openbare ruimte: Naoorlogse wijken Onderhoud en beheerkosten openbare ruimte: Wisselspoorterrein fase 1 Uitbreiding uitvoeringsprogramma Wervengebied Totaal

-675

-217

Consequenties CAO-aanpassing 2022 en verder voor Inhuur De vakbonden en werkgevers hebben een principeakkoord bereikt over de nieuwe CAO. Naar verwachting wordt deze nieuwe CAO in 2022 met terugwerkende kracht naar 1-1-2021 vastgesteld. De impact van de verhoging van het minimumloon zal voor de inhuur van uit. Extreme prijsstijgingen specialistisch reinigen We hebben te maken met extreme prijsstijgingen wat betreft het schoonhouden van de diverse toiletvoorzieningen in de stad, zoals vaste toiletvoorzieningen, uriliften, plaszuilen en het reinigen van de stegen en de plasplekken in de Binnenstad. In de Nota ‘Utrecht op z’n gemak’ is opgenomen dat er binnen een straal van 250 meter een toiletvoorziening aanwezig dient te zijn. Vanuit deze nota zijn er recentelijk vaste toiletvoorzieningen in de openbare ruimte bijgekomen. De jaarlijkse kosten laten ten opzichte van het huidige hiervoor beschikbare budget een kostenstijging zien van ruim 200%, los van de kostenstijging door de uitbreiding van de toiletvoorzieningen. Het is niet mogelijk om op korte termijn deze kosten te beperken. Op de middellange termijn is het mogelijk om andere keuzes te maken, zoals het sluiten van toiletvoorzieningen, het opheffen van plaszuilen en het minder vaak schoonmaken van

31

stegen en plasplekken. De stegen en plasplekken in de binnenstad zullen vervuilen en niet meer voldoen aan het met de raad afgesproken kwaliteitsniveau met betrekking tot schoon. Het sluiten van nieuwe toiletvoorzieningen leidt tot kapitaalvernietiging. Extreme prijsstijgingen verwijderen olie- en vetsporen We hebben te maken met extreme prijsstijgingen wat betreft de diverse werkzaamheden voor het verwijderen van olie- en vetsporen, dit zijn substantieel hogere prijzen. De jaarlijkse kosten laten ten opzichte van het huidige hiervoor beschikbare budget een kostenstijging zien van 80%. Het verwijderen van olie- en vetsporen zijn activiteiten die we vanuit veiligheid verplicht zijn om uit te voeren. We hebben niet de keuze om dit niet te doen. Extreme prijsstijgingen groen onderhoud We hebben te maken met extreme prijsstijgingen wat betreft de diverse werkzaamheden voor het groenonderhoud. De jaarlijkse kosten laten ten opzichte van het huidige hiervoor beschikbare budget een kostenstijging zien van 130%. Het betreft groenwerkzaamheden in de openbare ruimte, zoals het snoeien van bomen en struiken. Vanuit veiligheid in de openbare ruimte zijn we verplicht deze werkzaamheden uit te voeren. Nota beheer openbare ruimte: Naoorlogse wijken In de financiële strategie, zoals beschreven in de Nota Beheer Openbare Ruimte, is een knelpunt ‘op termijn’ benoemd.

Beginnend in 2025, het laatste jaar van de meerjarenbegroting, is er cumulatief structureel jaarlijks oplopend 0,95 miljoen euro nodig voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte om de toenemende onderhouds- en vervangingsinspanning in de naoorlogse wijken "het hoofd te kunnen bieden" en het achterstallig onderhoud weg te werken Onderhoud en beheerkosten openbare ruimte: Wisselspoorterrein fase 1 Diverse projecten voor Eind 2021 is de ontwikkeling van fase één van het werkspoorterrein afgerond. Dit gebied betreft nieuw areaal en wordt nu overgedragen aan de beheerorganisatie. Uitbreiding uitvoeringsprogramma Wervengebied In het uitvoeringsprogramma "Werk aan de werf" wordt rekening gehouden met de meest urgente rakken op de Oudegracht en Nieuwegracht op basis van de werkwijze van risicogericht prioriteren en tevens wordt in het uitvoeringsprogramma rekening gehouden met het herstel van meerdere kelders die niet kunnen wachten vanwege veiligheid, erfgoed en/of gebruik. Bijvoorbeeld om schade door ernstige lekkage te voorkomen. Conform toegezegd in het vastgestelde programmaplan wordt de programmering in het uitvoeringsoprogramma uitgebreid. Voor 2024 tot en met 2026 bedragen de kosten 15 miljoen euro per jaar waarvan circa 13 miljoen euro per jaar kan worden geactiveerd. Werk en Inkomen Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

BUIG verdeelmodel

3.600

1.200

1.200

1.200

1.200

Totaal

3.600

1.200

1.200

1.200

1.200

BUIG-verdeelmodel Het landelijke BUIG verdeelmodel (bijstandsbudget) wordt jaarlijks aangepast. Het budgetpercentage voor 2022 lijkt iets hoger uit te vallen dan in de voorgaande jaren, daardoor kan de bij de Voorjaarsnota 2017 ingeboekte bijdrage van de algemene middelen worden verlaagd.

32

Onderwijs Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Stijging bouwkosten Onderwijshuisvesting

-800

-1.300

-700

-1.400

-1.200

Stijging verzekeringspremie

-250

-250

-250

-250

-250

-

-2.000

-1.000

-1.000

-

Tijdelijke huisvesting door groei van de stad binnen het programma Onderwijshuisvesting Tijdelijke huisvesting door uitloop projecten binnen

-800

-

-

-

-

-1.850

-3.550

-1.950

-2.650

-1.450

het programma onderwijshuisvesting Totaal

Stijging bouwkosten Onderwijshuisvesting De afgelopen maanden zijn veel aanbestedingen hoger uitgevallen dan verwacht. De bouwprijzen stijgen de laatste tijd snel, vanwege materiaaltekorten en verstoringen van productieprocessen door het coronavirus. Daarnaast is er veel vraag naar bouwpersoneel. De verwachting is dat de prijsstijgingen verder doorzetten. Er is nog geen zicht op lagere materiaalprijzen of minder krapte op de arbeidsmarkt. Dit leidt ertoe dat de projecten in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting niet conform verordening uitgevoerd kunnen worden zonder extra budget. Alle projecten worden meegewogen waarvan de gunning plaats zal gaan vinden tussen nu en 2025. Naar verwachting gaat het om een overschrijding van 9% bij renovatieprojecten, 18% bij vervangende nieuwbouw en uitbreidingsprojecten, en 20% bij tijdelijke huisvesting Stijging verzekeringspremie We hebben een nieuw verzekeringscontract voor onderwijsgebouwen afgesloten. Dit contract is hoger uitgevallen dan het vorige, onder andere door de toename van schades als gevolg van vandalisme. Tijdelijke huisvesting door groei van de stad binnen het programma onderwijshuisvesting In het groeikader zijn onvoldoende financiële middelen beschikbaar om, naast voor de permanente huisvesting, ook voor de tijdelijke huisvesting van onderwijs een budget op te nemen.

Daarom is besloten dat deze tijdelijke huisvesting in het vervolg als knelpunt wordt aangedragen vanuit het Programma Onderwijs bij de jaarlijkse integrale afweging Voorjaarsnota, met ingang van de Voorjaarsnota 2022. De kosten hebben betrekking op de uitvoering van de reguliere wettelijke taak. Tijdelijke huisvesting door uitloop projecten binnen het programma onderwijshuisvesting Diverse projecten voor onderwijshuisvesting lopen uit. Dit heeft diverse oorzaken (overleg met schoolbesturen over programma van eisen kan uitlopen, aanvraag vergunningen, inpassen ontwerp binnen budget, etc.). Door deze vertragingen, moeten scholen langer gebruik maken van tijdelijke huisvesting (tijdelijke bijgebouwtjes om de groeiende stroom leerlingen te huisvesten). Door het langere gebruik van tijdelijke huisvesting, kost dit meer dan aanvankelijk was begroot.

33

Ondersteuning op maat Omschrijving Buurtteam en Aanvullende zorg WMO

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

-12.000

-12.400

-12.400

-13.000

-13.600

9.500

6.400

5.000

4.400

3.000

0

-2.600

-2.600

0

0

-2.500

-8.600

-10.000

-8.600

-10.600

(gemeentetaak) Overschot beschermd wonen (centrumgemeentetaak) Transformatiefonds beschermd wonen U16 Totaal

Buurtteam en Aanvullende zorg WMO (gemeentetaak) We zien een stijgende druk op de WMO zorg door onder andere vergrijzing, langer thuis blijven wonen en ook corona. Op het budget voor gemeentetaken verwachten we daarom een structureel tekort. Aan de inkomsten kant zien we dat er nog veel onzeker is door het nieuwe verdeelmodel WMO en het landelijke onderzoek naar de (financiële) houdbaarheid van de WMO. In het regeerakkoord is daarnaast opgenomen dat het abonnementstarief wordt aangepast, maar dit gaat gepaard met een verlaging van het budget per 2025. Overschot beschermd wonen (centrumgemeentetaak) Op de middelen voor de centrumgemeentetaken hebben we een structureel overschot. Dit overschot zit vooral in de middelen voor Beschermd wonen. Door de doordecentralisatie van Beschermd wonen, wordt dit budget naar verwachting (met een ingroeipad van tien jaar) verdeeld over de gemeenten in de regio. Het overschot voor Utrecht stad wordt daarmee fors kleiner (en blijft ook na 2026 afnemen). Om binnen dit budget te blijven als U16 gemeenten ligt er nog een behoorlijke transformatie opgave. De invoering van het woonplaatsbeginsel en daarmee het objectief verdeelmodel BW en de doordecentralisatie is onlangs met onbepaalde tijd uitgesteld.

Hierdoor neemt de onzekerheid aan de inkomsten kant door de wijziging van het Woonplaatsbeginsel, de invoering van het verdeelmodel en de doordecentralisatie BW nog toe. De druk op de maatschappelijke opvang neemt toe en leidt tot krapte in het budget. Transformatiefonds beschermd wonen U16 Binnen de doordecentralisatie beschermd wonen ligt er voor de U16 gemeenten een forse opgave om te transformeren van Beschermd verblijf naar beschermd thuis en het beschikbaar hebben van voorzieningen in de regio. Om dit te kunnen doen moet er ruimte gemaakt worden vanuit de U16 brede middelen voor Beschermd wonen. Dit betreft hoofdzakelijk middelen die in de begroting van Utrecht zitten vanuit de centrumgemeente taak.

Volksgezondheid x € 1.000 2026

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

Gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht: Forensisiche zorg

-50

-50

-50

-50

-50

Totaal

-50

-50

-50

-50

-50

Gemeenschappelijke regeling GGD regio Utrecht: Forensische zorg De taak Forensische Zorg is belegd bij de Gemeenschappelijke regeling GGDrU. De Gemeenschappelijke regeling kent zijn eigen planning & control cyclus, met een zienswijze procedure vanuit onze gemeente. De taak Forensische Zorg kent de afgelopen jaren een stijgend aantal verdachte overlijdens en een stijgende kostprijs (in 2021 alleen al 8,5%). Dit maakt dat het budget ontoereikend is om aan de jaarlijkse verplichtingen te kunnen voldoen.

34

Veiligheid Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Structurele dekking kosten Landelijke Aanpak

-330

-300

-280

-280

-280

0

-168

-168

-168

-168

-330

-468

-448

-448

-448

Adreskwaliteit Veiligheidsregio Utrecht (VRU): Verhoging ijkpuntscore Totaal

Structurele dekking kosten Landelijke Aanpak Adreskwaliteit De Landelijke Aanpak Adreskwaliteit wordt al sinds 2019 uitgevoerd door een vast team adresonderzoekers, echter er is nog geen structurele dekking geregeld voor deze taak. Bij de start is verondersteld dat het team zich kon terugverdienen door het stopzetten van ten onrechte verstrekte bijstandsuitkeringen. Deze ‘businesscase’ op fraude is zowel ongewenste focus en als niet kostendekkend. Naast de bijdrage aan de preventie van criminaliteit heeft dit team ook een groeiende rol op het gebied van het signaleren van misstanden. Veiligheidsregio Utrecht (VRU): Verhoging ijkpuntscore Door een herijking van de ijkpuntscores stijgt het aandeel van de gemeente Utrecht en dus de bijdrage aan de VRU. De hogere bijdrage aan de VRU wordt gecompenseerd door een hogere algemene uitkering. Samenleven en Sport Omschrijving Achterblijvende stijging indexering huurinkomsten maatschappelijk vastgoed Totaal

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

-65

-130

-195

-250

-315

-65

-130

-195

-250

-315

Achterblijvende stijging indexering huurinkomsten maatschappelijk vastgoed De indexeringen van onze huidige budgetten gemeentelijk maatschappelijk vastgoed loopt niet gelijk met de stijging van de jaarlijkse huren.

Utrechts Vastgoed Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Kapitaallasten Cultuurhuis Leidsche Rijn

-345

-345

-345

-345

-345

-4.565

-4.565

-4.565

0

0

-4.910

-4.910

-4.910

-345

-345

Verhogen dotatie voorziening Vastgoedonderhoud Utrechts Vastgoed Totaal

Kapitaallasten Castellum Hoge Woerd Castellum Hoge Woerd is in 2015 gereedgekomen en geactiveerd. Op deze investering zat een onrendabel bedrag (dat niet met huur is te dekken), resulterend in een kapitaallast van 0,345 miljoen euro per jaar. Met deze last is slechts rekening gehouden tot 2021, terwijl deze in totaal 40 jaar loopt.

35

Verhogen dotatie voorziening Vastgoedonderhoud Utrechts Vastgoed De voorziening is ingesteld om de schommelingen van de kosten van het meerjarig groot onderhoud op te vangen. De hoogte van de voorziening wordt bepaald aan de hand van meerjarige onderhoudsplannen (MJOP's) voor de komende tien jaar. Eind 2021 zijn deze plannen geactualiseerd. Bij de actualisatie is gebleken dat de jaarlijkse dotatie aan de voorziening ontoereikend is en deze verhoogd moet worden met 4,565 miljoen euro om te kunnen voldoen aan de verplichtingen voor de komende jaren. Overeenkomstig de BBV-regelgeving wordt deze verhoging voor een periode van vier jaar verwerkt, startend in de Jaarstukken 2021 tot en met 2024. Bij de volgende actualisatie van de onderhoudsplannen en/of beleidswijziging wordt de toereikendheid van de voorziening opnieuw beoordeeld.

Algemene middelen Omschrijving

x € 1.000 2025 2026

2022

2023

2024

Extreme prijswijzigingen energielasten

-3.250

0

0

0

0

Totaal

-3.250

-

-

-

-

Extreme prijswijzigingen energielasten Naar aanleiding van de extreme prijswijzigingen op energie als gevolg van de geopolitieke (en andere) ontwikkelingen is in beeld gebracht wat deze ontwikkelingen financieel betekenen voor 2022. Op basis van gelijkblijvend gebruik betekent dit een gemeentebrede kostenverhoging van 3,250 miljoen euro in 2022 (ten opzichte van 2021). Ten tijde van het opstellen van deze voorjaarsnota en de eerste bestuursrapportage hebben we een gedwongen nieuwe aanbesteding in het kader van het Europees sanctiebeleid tegen Rusland opgelegd gekregen. Dit houdt in dat we per 10 oktober 2022 het contract met Gazprom moeten beëindigen. In de hier boven genoemde kostenverhoging van 3,250 miljoen euro hebben we geen rekening gehouden met deze verplichte beëindiging. We verwachten dat, zonder medewerking van Gazprom aan overdracht van de reeds ingekochte volumes, dat de extra kosten van deze beëindiging in 2022 0,6 miljoen euro en in 2023 € 1,1 miljoen euro bedragen. Indien Gazprom wel zijn medewerking verleent aan de overdracht van de reeds ingekochte volumes dan zijn de extra kosten aanzienlijk lager, namelijk 60.000 euro in 2022 en 0,5 miljoen in 2023. We kunnen nu nog geen enkele verwachting of inschatting maken of Gazprom mee zal werken aan de overdracht van ingekochte volumes.

Overhead 2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

-3.350

-3.350

-3.350

-3.350

-1.850

-80

-950

-1.160

-810

-810

-1.506

-2.463

-2.133

-1.738

-1.761

-383

-2.215

-2.499

-2.499

-2.499

Overhead vierkant knelpunten en meevallers

-854

-1.539

-2.407

-2.537

-2.918

Meerkosten gebruik BRP

121

121

121

121

121

-6.052 -10.396 -11.429 -10.813

-9.717

Omschrijving Wet Open Overheid extra capaciteit vast en tijdelijk Vervanging SAP Werken 3.0 Basis op orde Bedrijfsvoering: onderdeel Wet-en regelgeving

Totaal

Wet Open Overheid extra capaciteit vast en tijdelijk In verband met de implementatie van de Wet Open Overheid (WOO) is extra structurele en tijdelijke capaciteit nodig.

36

Vervanging SAP De gemeente Utrecht streeft erna de digitale bedrijfsvoering slagvaardig te ondersteunen, en zal daarom het huidige ERP-systeem (SAP ECC) dienen te vervangen door SAP S4HANA. Hiermee worden de financiële en inkoopprocessen duurzamer en effectiever ondersteund. Het nieuwe pakket zal, conform de Cloudstrategie van de gemeente Utrecht, extern gehost worden. We streven er ook naar om zowel technisch beheer als functioneel beheer via een externe partij te organiseren. De hiervoor benodigde implementatie vraagt om een grote inspanning van onze interne organisatie. Door de migratie gefaseerd uit te voeren en door de interne projectorganisatie zorgvuldig in te richten, sluiten we aan op het verandervermogen van de organisatie. Werken 3.0 Werken 3.0 is gericht op het structureel faciliteren van flexibel en plaats onafhankelijk werken. In de Visie Werken 3.0 is dit kort samengevat: ‘We werken opgavegericht en faciliteren onze medewerkers zodat ze op een betrokken, effectieve, gezonde en duurzame manier hun werkzaamheden kunnen uitvoeren om gezond stedelijk leven voor iedereen te realiseren.’ In de Voorjaarsnota 2021 is een eerste toekenning gedaan voor de realisatie van de meest urgente knelpunten met betrekking tot Werken 3.0. In eerste instantie was dit gericht op het oplossen van het tekort aan arbo-waardige werkplekken, waarover ook afspraken zijn gemaakt met de COR.

Door corona is de uitrol van plaatsonafhankelijk werken enorm versneld en is het de nieuwe norm voor werken geworden zoals ook blijkt uit onderzoek. De aanpassing van de ICT-omgeving en de investering in ondersteunende middelen (laptops en hybride overleg faciliteiten) uit de aanvraag 2021 zijn een eerste noodzakelijke stap geweest. We hebben gezien dat de digitalisering van werken voor een grotere groep medewerkers versneld mogelijk is geworden en dat de nieuwe manier van werken veranderingen vereist in de fysieke werkomgeving, zowel op kantoor als thuis. De aanpassing van de fysieke werkomgeving pakken we de komende jaren stapsgewijs op, waarmee we ook nieuwe gebruikservaringen nog kunnen implementeren. Het structurele karakter van deze nieuwe hybride werkvormen, leidt tot een cultuurverandering en vraagt nieuwe manieren van werken van zowel medewerkers als leidinggevenden. Voor de realisatie van plaatsonafhankelijk werken voor een grotere groep medewerkers en de realisatie van een effectieve werkomgeving die bijdraagt aan samenwerken, ontmoeten en (hybride) vergaderen, zijn aanvullende investeringen nodig voor: 1. Aanpassingen van de inrichting op de locaties (besloten ruimtes uitbreiden en projectruimten uitbreiden) 2. Mobiele devices voor medewerkers zonder werkplek 3. Ondersteunen van medewerkers en leidinggevenden in nieuwe manieren van werken. 4.

Aanvullende faciliteiten thuiswerkplek (toekomstbestendige thuiswerkfaciliteiten) Basis op orde Bedrijfsvoering: onderdeel Wet-en regelgeving Voor de uitvoering van nieuwe wetgeving (BOR/SOR, Rechtmatigheidsverantwoording, BIO en informatiebeheer) is capacitaire uitbreiding nodig. Overhead vierkant knelpunten en meevallers De apparaatslasten in de knelpunten brengen ook extra overheadkosten met zich mee. Dit vraagt ook een verruiming van het budget van het overheadvierkant. Meerkosten gebruik BRP Budget meerkosten gebruik Basisregistratie personen retour naar Algemene middelen. Deze kosten zijn reeds gedekt binnen het overheadvierkant en hoven daarom niet apart begroot te worden op het programma Bewoners en bestuur.

37

2.4 Overheveling taken naar gemeenten In de September- en Decembercirculaire 2021 zijn extra middelen voor nieuwe taken of uitnamen voor vervallen taken opgenomen, de corresponderende posten. De noodzakelijkheid van het door vertalen van de corresponderende posten naar de inhoudelijk programma’s wordt getoetst bij de organisatieonderdelen. Hieronder een overzicht van de financiële middelen en daaronder een toelichting waarvoor het nodig is.

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

519

516

514

518

523

Salarislasten zorgdomein (jeugd)

827

816

814

819

828

Robuust rechtsbeschermingssysteem

580

621

619

623

630

Versterking ondersteuning wijkteams

1.224

1.214

1.209

1.217

1.365

Impuls integraal werken

165

87

Systeemleren

115

114

114

115

116

Versterken dienstverlening gemeenten: personen

710

710

710

710

710

Corresponderende posten Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden (corona)

2022 958

Gemeentelijk schuldenbeleid (corona)

819

Bijzondere bijstand (corona)

410

Salarislasten zorgdomein (wmo)

met verward gedrag (DU) Versterken dienstverlening gemeenten:

313

systeemleren (DU) Gemeenteraadsverkiezingen

958

Mutatie algemene uitkering

7.598

4.078

3.980

4.002

4.172

Door te vertalen naar programma's

7.598

4.078

3.980

4.002

4.172

Saldo corresponderende posten

0

0

0

0

0

Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden (compensatie corona) Dit budget is nodig om de dienstverlening aan mensen die als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Hiermee bevorderen we uitstroom uit de uitkeringen en verlagen we de bijstandsuitgaven. Gemeentelijk schuldenbeleid (compensatie corona) We hebben onze organisatie aangepast aan de verwachte vraag. Afschalen kost tijd, dit bedrag stelt ons in staat dit zorgvuldig te doen. Wel willen we door dit budget te claimen minder aanspraak te doen op het werkpakket Bijzondere bijstand (compensatie corona) Tweede Bestuursrapportage beschikbaar budget opgehoogd. Door deze middelen in 2022 beschikbaar te hebben kunnen we monitoren of het uitgaveplafond bijzondere bijstand omhoog moet zonder dat dit meteen tot een tekort leidt. De middelen zijn dus nodig. Salarislasten zorgdomein (wmo) Bedrag is nodig om de hogere salariskosten bij aanbieders te kunnen dekken.

38

Salarislasten zorgdomein (jeugd) Wij hebben de salarislasten voor zorgaanbieders geïndexeerd conform het percentage van gemeente Utrecht voor 2022. Echter ligt het percentage waarmee het Rijk de salarislasten wil verhogen, hoger. Hiermee kunnen we dat compenseren. Robuust rechtsbeschermingssysteem Een deel van de middelen is nodig bij maatschappelijke ondersteuning, het andere deel is nodig voor een ombudsfunctie bij juridische zaken. Versterking ondersteuning wijkteams Afgestemd met Wijken, is bedoeld voor sociale wijkteams (buurtteams). De middelen zijn bedoeld om de dienstverlening van de overheid aan burgers te verbeteren naar aanleiding van de Kinderopvangtoeslagenaffaire. Impuls integraal werken Afgestemd met VTH, is bedoeld integrale samenwerking in het sociaal domein. De middelen zijn bedoeld om de dienstverlening van de overheid aan burgers te verbeteren naar aanleiding van de Kinderopvangtoeslagenaffaire. Systeemleren Deze middelen zijn nodig voor de aandacht voor menselijke maat (beter uitvoering).

Versterken dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag De extra inzet op personen met verward gedrag en hoog veiligheidsrisico voor de Regio Utrecht:  2 fte procesregie + 1 fte procesondersteuning voor personen met psychiatrische problematiek en hoog veiligheidsrisico (0,220 miljoen euro)  1.5 fte procesregie + 1 fte procesondersteuning voor MDA ++ structurele vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties/ stalking (0,180 miljoen euro)  1.5 fte procesregie + 1 fte procesondersteunoing ten behoeve van voorkomen radicalisering en extremisme (0,180 miljoen euro)  0.5 fte procesregie + 0.5 fte procesondersteuning ten behoeve van ex-gedetineerden met hoog veiligheidrisico (0,075 miljoen euro)  implementatie en onderhoud casusoverleg ondersteunend systeem PGA-X (0,055 miljoen euro). Totaal 0,710 miljoen euro Versterken dienstverlening gemeenten: systeemleren Er is voor 2021 en 2022 een bedrag van 5 miljoen euro per jaar beschikbaar voor extra inzet van expertise en capaciteit in de vijftien gemeenten waarmee in het kader van het programma Leefbaarheid en Veiligheid sinds 2019 intensief wordt samengewerkt.

De zestien stedelijke vernieuwingsgebieden in deze gemeenten zijn gebieden waar gemeenten en betrokken partijen werken aan een langjarige, integrale en lerende aanpak om de uitvoering en dienstverlening beter te laten aansluiten op de vraagstukken van kwetsbare bewoners. De geleerde lessen binnen de koplopergemeenten kunnen direct worden benut in andere gemeenten. Hiervoor worden gerichte kennis– en leer activiteiten uitgevoerd, waarbij nauw zal worden aangesloten bij het kennis- en leernetwerk van het programma Leefbaarheid en Veiligheid en de kennisinfrastructuur van de VNG en betrokken kennispartners. De middelen worden gealloceerd naar het programma in Overvecht. Gemeenteraadsverkiezingen Dit is een compensatie coronakosten voor organiseren gemeenteraadsverkiezingen in 2022.

39

2.5 Budget neutrale bijsturingsvoorstellen In de bijsturingsvoorstellen worden voorstellen gedaan om onttrekkingen aan bestemmingsreserves te doen, budgetten over te hevelen over programma’s heen via de algemene dekkingsreserve of de hoogte van de baten en lasten aan te passen. Deze bijsturingsvoorstellen zijn budget neutraal en hebben geen financiële impact op de programmabegroting. Hieronder is een totaaloverzicht van alle budgettair neutrale wijzigingen opgenomen. Tabel: Totaaloverzicht budget neutrale bijsturingsvoorstellen (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Verhogen baten

5.839

1.999

460

460

460

Verhogen lasten

-12.364

3.601

-460

-460

-460

Onttrekking bestemmingsreserve

925

-

-

-

-

5.600

-5.600

-

-

-

Verplaatsen

-

-

-

-

-

Eindtotaal

-

-

-

-

-

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Onttrekking algemene dekkingsreserve

2.5.1 Bewoners en Bestuur Verhogen baten en lasten programma bewoners en bestuur Omschrijving

2022

Naturalisaties Verhogen baten 330 0 0 0 0 Naturalisaties Verhogen lasten -330 0 0 0 0 VOG Verlagen baten -80 -80 -80 -80 -80 VOG Verlagen lasten 80 80 80 80 80 Beslispunt: 1. De baten en lasten van het product naturalisaties aanpassen in verband met meer vraag naar dit product. 2. De baten en lasten van het product Verklaring omtrent gedrag (VOG) aanpassen in verband met steeds minder vraag bij de gemeente naar dit product. Argument: 1. We zien nu een paar jaar achter elkaar een toename in naturalisatieaanvragen (instroom van 6/7 jaar geleden uit onder ander Syrië die zich laten naturaliseren). De verwachting is dat deze stijgende trend de komende jaren wordt voortgezet. We passen daarom de begroting voor dit jaar hier op aan. 2. De VOG kan sinds een aantal jaar rechtstreeks bij Justis (digitaal) aangevraagd worden zonder tussenkomst van de gemeente. De vraag naar dit product bij de gemeente neemt daardoor af. We zien dit als een structurele trend en daarom passen we onze begroting hierop structureel aan.

40

2.5.2 Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed Verhogen baten en lasten van het programma Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Huisvesting voor Verhogen baten 508 0 0 0 0 kwetsbare doelgroepen (De Linde en 2de Place2Bu) Huisvesting voor Verhogen lasten -508 0 0 0 0 kwetsbare doelgroepen (De Linde en 2de Place2Bu) Goed Verhogen baten 165 0 0 0 0 Verhuurderschap/ discriminatie op de woningmarkt Goed Verhogen lasten -165 0 0 0 0 Verhuurderschap/ discriminatie op de woningmarkt Beslispunt: 1. De baten en lasten binnen het programma Wonen in 2022 verhogen met 0,508 miljoen euro voor het versneld realiseren van (flexibele) huisvesting voor kwetsbare doelgroepen De Linde en tweede Place2BU. 2. De baten en lasten binnen het programma Wonen in 2022 verhogen met 0,165 miljoen euro voor het uitvoeren van juridische onderzoeken in het kader van de pilot Goed Verhuurdershap. Argument: 1. Voor het versneld realiseren van huisvesting voor kwetsbare doelgroepen heeft het Rijk een subsidie verleend die besteed wordt aan de projecten De Linde en tweede Place2BU. 2. In het kader van Goed Verhuurderschap fungeert de gemeente Utrecht als pilotgemeente die onderzoeken laat uitvoeren naar de juridische mogelijkheden op het controleren en beboeten van verhuurder en makelaars. De juridische onderzoeken worden bekostigd vanuit de ontvangen rijkssubsidie Goed Verhuurderschap.

41

2.5.3 Duurzaamheid Verhogen baten en lasten programma Duurzaamheid Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x€1.000 2026

Uitwerken Verhogen lasten -1.300 energieambities Energiearmoede 1.139 Uitwerken Verhogen baten 1.300 1.139 energieambities Energiearmoede Uitwerken Verhogen lasten RREW -213 energieambities Uitwerken Verhogen baten RREW 213 energieambities Uitwerken Verhogen lasten Europese -282 energieambities subsidies (IRIS, ARV) Uitwerken Verhogen baten Europese 282 energieambities subsidies (IRIS, ARV) Leefomgeving, Verhogen lasten -67 Veiligheid, Geluidssaneringsprojecten Gevaarlijke stoffen Leefomgeving, Verhogen baten 67 Veiligheid, Geluidssaneringsprojecten Gevaarlijke stoffen Leefomgeving, Verhogen lasten Europese -187 Veiligheid, subsidies (URGE,FCBRE) Gevaarlijke stoffen Leefomgeving, Verhogen baten Europese 187 Veiligheid, subsidies (URGE, FCBRE) Gevaarlijke stoffen Beslispunt: 1. De baten en lasten binnen het onderdeel Uitwerken van de Energieambities te verhogen in verband met:  2,439 miljoen euro voor de ontvangen Rijksmiddelen Energiearmoede in 2022 en 2023.  0,213 miljoen euro voor de baten en lasten van de Regeling Reductie Energiegebruik Wonen in 2022.  0,282 miljoen euro voor de uitvoering van de Europese projecten IRIS en ARV in 2022. 2.

De baten en lasten binnen het onderdeel Leefomgeving, Veiligheid, en Gevaarlijke stoffen te verhogen in verband met:  0,067 miljoen euro in 2022 voor de uitvoering van geluidssaneringsprojecten waarvoor subsidie is ontvangen vanuit het rijk.  0,187 miljoen euro in 2022 voor de uitvoering van de Europese projecten URGE en FCBRE. Argument: 1. Vanuit het Rijk zijn er middelen beschikbaar gesteld om huishoudens die te maken hebben met energiearmoede ondersteunen bij het nemen van maatregelen om de energierekening te verlagen. Een deel van de bestedingen op de rijksmiddelen voor de Regeling Reductie Energiegebruik Wonen (RREW) is doorgeschoven naar 2022. Binnen de Europese projecten IRIS en ARV worden kosten gemaakt voor duurzame initiatieven in de stad en het energiezuiniger maken van woningen in Overvecht en Kanaleneiland. Voor deze kosten wordt subsidie ontvangen vanuit Europa. 2. De inzet van de geluidssaneringsprojecten wordt bekostigd vanuit de rijkssubsidies die zijn ontvangen voor de saneringenwerkzaamheden op de Balijelaan en Lessinglaan, en voor de werkzaamheden op het gebied van begeleiding en toezicht. Binnen de Europese projecten URGE (Circulair) en FCBRE (Circulair) worden kosten gemaakt voor de verbetering van circulariteit in de bouwsector en een gezonder leefklimaat. Voor deze kosten wordt subsidie ontvangen vanuit Europa.

42

2.5.4 Openbare Ruimte en Groen Verhogen baten en lasten programma Openbare Ruimte en Groen Omschrijving Schoonhouden van de openbare ruimte Schoonhouden van de openbare ruimte Afval Afval

Verhogen baten Schoon (incidenteel) Verhogen lasten Schoon (incidenteel) Verhogen baten Bedrijfsafval Verhogen lasten Bedrijfsafval Verhogen lasten Parkzone Johan Wagenaarkade Verhogen baten Parkzone Johan Wagenaarkade

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

410

0

0

0

0

-410

0

0

0

0

190

190

190

190

190

-190

-190

-190

-190

-190

Ontwikkelen van een -51 -320 0 0 0 aantrekkelijke groen Ontwikkelen van een 51 320 0 0 0 aantrekkelijke groen Beslispunt: 1. De baten en lasten in 2022 voor het Project Nederland Schoon verhogen met 0,410 miljoen euro (incidenteel). 2. De baten en lasten voor Bedrijfsafval verhogen met 0,190 miljoen (structureel). 3. De baten en lasten in 2022 en 2023 voor het project Parkzone Johan Wagenaarkade te verhogen met 0,371 miljoen euro. Argument: 1. Net als voorgaande jaren ontvangt de gemeente Utrecht een vergoeding vanuit de raamovereenkomst verpakkingen 2013-2022 om extra maatregelen te nemen tegen zwerfafval. De extra maatregelen zijn gericht op het beïnvloeden van gedrag door voorlichting en informatievoorziening, stimuleren van participatie, maatregelen om bijplaatsingen te voorkomen en pilots met nieuwe manieren van schoonmaken. De maatregelen voldoen aan de meerjarige doelstellingen om het zwerfafval terug te dringen met slimmere voorzieningen, beïnvloeding van gedrag, participatie van bewoners en ondernemers en met educatie. Het project wordt uitgevoerd binnen prestatiedoelstelling 05-2-1-1 (Schoonhouden van de openbare ruimte). 2. Hogere baten en lasten als gevolg van een prijsindexering van 6,2% op abonnementen en de huur van perscontainers met 2,15% op basis van de gemeentelijke indexering.

Bedrijfsafval valt onder prestatiedoelstelling 05-2-3-1 (Afval: de infrastructuur voor inzameling). 3. Vanuit de provincie Utrecht is subsidie ontvangen voor de aanleg een aanpassing van een fiets- en wandelpad rondom de Johan Wagernaarkade.

43

Onttrekking reserve programma Openbare Ruimte en Groen (Sub)doelstelling

2022

2023

2024

2025

x€ 1.000 2026

Van

Ontwikkelen van Onttrekking reserve 675 0 0 0 0 een aantrekkelijke Meerjaren Groenprogramma groen Naar Ontwikkelen van Lasten Meerjaren -675 0 0 0 0 een aantrekkelijke Groenprogramma groen Beslispunt: 1. Een bedrag van 0,675 miljoen euro te onttrekken voor de investeringen van het Meerjaren Groenprogramma in 2022. Argument: 1. In de reserve Meerjaren Groenprogramma zijn middelen gereserveerd om schommelingen in de uitgaven op de groenprojecten op te vangen. In de programmering van het Meerjarengroen programma worden deze middelen ingezet in 2022 voor de uitvoering van diverse groenprojecten.

2.5.5 Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen Onttrekking Reserve programma Economie en Werkgelegenheid voor Iedereen Omschrijving Van

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

onttrekking Reserve Toeristische 250 0 0 0 0 Stadspromotie Naar verhogen lasten Werken & -250 0 0 0 0 verblijven in een aantrekkelijke stad Beslispunt: 1. 0,250 miljoen euro onttrekken uit de reserve Toeristische Stadspromotie en deze toevoegen aan de lasten voor toerisme onderdeel van het programma Economie & Werkgelegenheid voor Iedereen. Argument: 1. De middelen zetten we in voor Utrecht 900 waarmee de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij Utrecht 900 wordt vergroot en we meer overnachtingen (en bestedingen) stimuleren. Zie raadsbrief 11 maart 2022 "Stand van zaken Utrecht 900 jaar stadsrechten". Besteding is conform het doel van deze reserve. De reserve is gekoppeld aan de inkomsten toeristenbelasting met als doel een buffer op te bouwen voor tegenvallende inkomsten toeristenbelasting. Bij de Resultaatbestemming 2021 (bestedings- en dekkingsvoorstellen) zal aan uw Raad het voorstel worden voorgelegd om de reserve weer aan te vullen met de niet bestede middelen toeristenbelasting 2021 van het programma Economie & Werkgelegenheid voor Iedereen.

44

2.5.6 Werk en Inkomen Incidenteel en structureel verhogen van de baten en lasten in verband met deelname aan het programma van het ESF Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

programma Verhogen baten: 1.496 350 350 350 350 Geïntegreerde ontvangst ESF subsidie Territoriale Investeringen (GTI) programma Verhogen lasten: -1.496 -350 -350 -350 -350 Geïntegreerde uitvoeringskosten ESF Territoriale subsidie Investeringen (GTI) Beslispunt: 1. de baten en lasten binnen het programma Werk en Inkomen éénmalig in 2022 te verhogen met 1,146 miljoen euro. 2. de baten en lasten binnen het programma Werk en Inkomen structureel te verhogen met 0,350 miljoen euro per jaar. Argument: 1. In 2022 wordt een ESF subsidie ontvangen uit het programma Geïntegreerde Territoriale Investeringen (GTI) ter hoogte van 1,146 miljoen euro. De middelen zijn ter dekking van de uitvoeringskosten Werk en Inkomen. 2. De gemeente Utrecht neemt altijd actief deel aan het programma van het ESF. De projecten hebben doorgaans een looptijd van twee jaar, waarna vaststelling en uitbetaling van de subsidie plaats vind. Door deze projecten structureel op te nemen in de begroting worden budgettaire schommelingen beperkt. De ESF projecten beslaan de hele arbeidsmarktregio, de verhoging behelst alleen het aandeel van Utrecht in deze projecten. Op basis van de realisatie van het vooraf ingediende projectplan wordt de subsidie afgerekend. De verhoging is conservatief opgenomen om ruimte te laten voor een eventuele onderrealisatie.

2.5.7 Ondersteuning op Maat Overhevelen middelen jeugdzorg van 2023 naar 2022 Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Overhevelen middelen -5.600 5.600 jeugdzorg van 2023 naar 2022 Beslispunt: 1. De middelen ten behoeve van de actuele knelpunten voor jeugd in afwijking van hetgeen besloten is bij de Programmabegroting 2022 als volgt te verdelen over 2022 en 2023: 17,1 miljoen euro in 2022 en 5,9 euro miljoen in 2023 Argument: 1. Utrecht kwam en komt nog steeds uit met het Rijksbudget jeugd. Kijkend naar 2022 zijn er meer middelen nodig dan bij de Programmabegroting 2022 was ingeschat om de zorg aan kinderen en gezinnen die in 2021 is gestart met inzet van nieuw personeel en inzet van onderaannemers te continueren. Bij de Programmabegroting 2022 verwachtten we in eerste instantie 11,5 miljoen euro in 2022 nodig te hebben en 11,5 miljoen in 2023. In de raadsbrief van 17 december hebben we aangekondigd dat we 17,1 miljoen euro verwachten nodig te hebben en stellen daarom voor om 5,6 miljoen euro van deze middelen van 2023 te verschuiven naar 2022 Het programma Ondersteuning op Maat hevelt personeelskosten over naar het programma Samenleven en Sport (zie voor meer toelichting hoofdstuk 2.5.13 Samenleven en Sport).

45

2.5.8 Volksgezondheid Verhogen baten en lasten programma Volksgezondheid Omschrijving

2022

2023

2024

2025

x € 1.000 2026

Equal Life Verhogen baten 80 80 0 0 0 Equal Life Verhogen lasten -80 -80 0 0 0 Lokale preventie akkoorden Verhogen baten 200 0 0 0 0 Lokale preventie akkoorden Verhogen lasten -200 0 0 0 0 JGZ 0-18 opleiding arts Verhogen baten 390 0 0 0 0 M&G JGZ 0-18 opleiding arts Verhogen lasten -390 0 0 0 0 M&G JGZ 0-18 inhaalcampagne Verhogen baten 50 0 0 0 0 HPV JGZ 0-18 inhaalcampagne Verhogen lasten -50 0 0 0 0 HPV Beslispunt: 1. De baten en lasten voor het project Equal Life in 2022 en 2023 incidenteel verhogen met 0,080 miljoen euro. 2. Baten en lasten in 2022 voor de lokale preventie akkoorden incidenteel verhogen met 0,200 miljoen euro. 3. Baten en lasten in 2022 voor de opleiding arts maatschappij en gezondheid (M&G) incidenteel verhogen met 0,390 miljoen euro. 4. Baten en lasten in 2022 voor de inhaalcampagne HPV incidenteel verhogen met 0,050 miljoen euro. Argument: 1. De gemeente ontvangt projectsubsidie om met Europese kennisinstituten en overheden samen te werken aan kansengelijkheid en gezondheidsverschillen, de mentale gezondheid en cognitieve ontwikkelingen van kinderen, waarbij onderzoek plaats vindt naar de effecten van (gecombineerde) blootstelling in de fysieke en de sociale leefomgeving op gezondheid en naar effectieve aanpak daarvan. Het project wordt uitgevoerd binnen prestatiedoelstelling 8-1-1-1 Utrecht, stad waar inwoners gezond en veerkrachtig zijn. 2.

Met de gelden (0,200 miljoen euro) van deze specifieke uitkering kan binnen het programma Volksgezondheid extra aandacht worden gegeven aan het terugdringen van roken, overgewicht en middelengebruik. 3. Jaarlijks worden op basis van het aantal artsen in opleiding de lasten vergoed door de stichting SBOH. 4. Deze post betreft de uitbreiding van het RVP met HPV. HPV staat voor humaan papillomavirus. Meisjes krijgen op de leeftijd van twaalf/dertien jaar een vaccinatie aangeboden tegen HPV. Het vaccin komt in 2022 in het vaccinatiepakket voor jongens. Ook worden kinderen vanaf 2022 eerder gevaccineerd, namelijk als ze negen jaar oud zijn. Mensen die het vaccin hebben gemist, krijgen nog een keer de kans om de prik in te halen wanneer ze veertien of tussen de zestien en zeventien jaar oud zijn.

46

2.5.9 Samenleven en Sport Overhevelen personeelskosten van programma Ondersteuning op maat naar Samenleven en Sport x € 1.000 Omschrijving 2022 2023 2024 2025 2026 Van

Ondersteuning op maat

165

165

165

165

165

Naar

Samenleven en sport

-165

-165

-165

-165

-165

Beslispunt: 1. Personeelskosten van 0,165 miljoen euro overhevelen van het programma Ondersteuning op Maat naar Samenleven en Sport in verband met een wijziging in de formatie. Argument: 1. Een deel van de formatie behorend bij doelstelling 1.3 De veerkracht van kinderen, jongeren en opvoeders wordt versterkt, komt uit de formatie van het programma Ondersteuning op Maat. Met deze wijziging valt de formatie in het programma waar ook de doelstelling onder valt.

2.6 Resultaat Jaarrekening Het jaarrekeningresultaat over het begrotingsjaar 2021 bedraagt 54,573 miljoen euro voor bestedingsen dekkingsvoorstellen. Op dit resultaat wordt per saldo 47,469 miljoen euro in mindering gebracht als gevolg van de (technische) bestedings- en dekkingsvoorstellen bij de Jaarrekening 2021. Het nettorekening resultaat bedraagt is dus 7,104 miljoen euro.

2.7 Algemene dekkingsmiddelen Bij de Tweede bestuursrapportage 2021 is besloten om het tussentijds resultaat van 25,1 miljoen euro toe te voegen aan de algemene reserve en te betrekken bij de Voorjaarsnota 2022.

2.8 Groeikader Groei en investeringen Het aantal op te leveren woningen fluctueert de komende jaren rond 3.000, met een bandbreedte tussen 2.000 en 4.000 woningen. Dat sluit aan bij de woningbehoefte van 60.000 tot 2040. In de jaren voor corona groeide de bevolking jaarlijks met tussen 4.100 en 5.400 inwoners. De helft van deze groei komt uit geboorte(overschot) en vestigingsoverschot (vestiging minus vertrek). In 2021 groeide de stad ‘slechts’ met 3.163 Utrechters. De belangrijkste oorzaken houden verband met Corona: afgenomen immigratie en toegenomen binnenlands vertrek Landelijke prognoses zeggen dat in 2022 nog een coronaeffect optreedt in de bevolkingsgroei door beperkte buitenlandse immigratie, daarna bereikt de groei weer het oude niveau. Voor Utrecht geldt in 2022 en 2023 dat we verwachten met respectievelijk 4.910 en 5.810 minder mensen te groeien dan de prognose van eind 2020. Deze vertraging’ in de groei lijkt vooralsnog niet significant van invloed op langetermijngroei en het bereiken van de mijlpaal van 450.000 inwoners. De samenstelling van de groei leidt tot een nadeel in de begroting 2022. De gerealiseerde groei in 2021 is veel lager dan de prognose. Daardoor neemt het Gemeentefonds in 2022 minder toe dan begroot Dit werkt structureel door naar de Begroting 2023.

In Utrecht hanteren we het uitgangspunt groei voor groei: extra inkomsten (gemeentefonds en belastingen) dankzij de groei worden bestemd voor uitgaven in verband met de groei. Dit is vastgelegd in het coalitieakkoord. De begrote groei-inkomsten 2021 zijn in de programmabegroting deels bestemd voor noodzakelijke extra exploitatie-uitgaven als gevolg van de groei (referentiekader) en deels voor groei-investeringen. Omdat er minder jonge inwoners (18-) zijn in 2021, worden er minder

47

onvermijdelijke exploitatiekosten gemaakt voor de producten en diensten aan die doelgroep. Daarom stellen wij voor een deel van de toegekende middelen uit het referentiekader terug te halen uit de programma’s en toe te voegen aan het financiële beeld ter compensatie van het nadeel. Opbouw en verdeling groeiruimte Tabel: opbouw en verdeling groeiruimte (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo Overige ontwikkelingen

2023

2024

2025

x € 1.000 2026 Structureel

Referentiekader groei

858

858

858

858

858

Frictiekosten Leidsche Rijn

-1.250

-1.250

-1.250

-1.250

-1.250

Investeringsagenda

-5.543

-5.543

-5.543

-5.543

-5.543

Totaal verdeling groeiruimte

-5.935

-5.935

-5.935

-5.935

-5.935

Referentiekader groei Het referentiekader is een negatief bedrag. Hoewel de stad qua aantal inwoners per saldo groeit, is er een daling in de leeftijdscategorieën 0-18 en 0-23 jaar. Daardoor is bij VJN 2021 bij het referentiekader groei voor 2022 meer budget toebedeeld dan achteraf gezien nodig was voor de uitvoering van (wettelijke) taken voor jonge doelgroepen. Dit betreft met name Ondersteuning op Maat en Onderwijs. We brengen nu de budgetten in lijn met de noodzakelijke middelen voor de taakuitvoering door een budgetuitname. Deze uitname wordt naar evenredigheid gedaan en heeft alleen effect op onze eigen organisatie. In 2021 halen we geen middelen terug bij partners in de stad, die taken uitvoeren die deels uit het referentiekader groei worden bekostigd. Frictiekosten Leidsche Rijn Bij de start van de ontwikkeling van Leidsche Rijn is ervoor gekozen de voorzieningen te realiseren voordat de bewoners zich vestigen. De gedachte hierachter was dat het stadsdeel van meet af aan kon functioneren op een vergelijkbaar niveau als de bestaande stad. In het referentiekader Leidsche Rijn is in verband hiermee een frictiesysteem opgenomen. De structurele dekking voor de (instandhouding van de) voorzieningen komt uit de extra gemeentefondsinkomsten en belastingopbrengsten dankzij de groei van Leidsche Rijn. Omdat de voorzieningen eerder zijn gerealiseerd ontstaan er kosten.

Die komen ten laste van de stelpost referentiekader Leidsche Rijn en worden gedekt door de reserve Leidsche Rijn. Vooruitlopend op de realisatie van de groei in Leidsche Rijn zijn en worden dus via de stelpost referentiekader Leidsche Rijn incidentele bedragen toegekend voor reeds opgeleverde (maatschappelijke) voorzieningen en openbare ruimte. De structurele kapitaallasten, exploitatie-uitgaven en onderhoudslasten worden gedekt uit de groeiruimte. Op basis van de huidige bevolkingsprognoses komen er vanaf 2026 geen structurele kosten van voorzieningen in Leidsche Rijn meer ten laste van de groeiruimte. Investeringsagenda groei Uit de groeimiddelen is 5,5 miljoen euro beschikbaar voor investeringen in verband met de groei van de stad. Met de RSU 2040 werken we verder toe naar één integrale stedelijke investeringsagenda met verschillende dekkingsbronnen, waaronder de groeimiddelen. Daarbij hanteren we de lijn dat meeropbrengsten in de fysieke leefomgeving (i.c. grondexploitatie, erfpacht en parkeerinkomsten) in beginsel worden ingezet voor dekking van de investeringsopgaven uit de RSU 2040, tenzij zwaarwegende financiële overwegingen andere bestuurlijke afwegingen vragen. De lijn ‘herinvesteren, tenzij …’ is onderdeel van de voorgestelde investeringsstrategie bij de RSU.

48

Deel 2 Eerste Bestuursrapportage 2022 Naast de meerjarige bijstellingen die wij hebben opgenomen in de Voorjaarsnota 2022 (zie ook hoofdstuk 2), zijn er ook afwijkingen die alleen betrekking hebben op het jaar 2022. Deze afwijkingen zijn in deze Eerste Bestuursrapportage 2022 toegelicht. Ook de wijzigingsvoorstellen bij de vervangingsen uitbreidingsinvesteringen en de inhoudelijke wijzigingen in de doelstellingen en effecten in de programma’s zijn toegelicht. In het onderstaande overzicht staan alle ontwikkelingen voor het jaar 2022 weergegeven. In dit hoofdstuk worden alleen de Afwijkingen 2022 toegelicht, de overige ontwikkelingen met een meerjarig effect en het resultaat 2021 staan daarom toegelicht in de Voorjaarsnota 2022. Tabel: Eerste bestuursrapportage 2022 (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) HFst Omschrijving

x € 1.000 1e Berap 2022

2.1

Financiële ontwikkelingen*

31.564

2.2

Onvermijdelijke kosten corona*

-5.071

2.3

Knelpunten en meevallers*

-18.273

2.4

Overheveling taken naar de gemeenten*

2.5

Budgetneutrale wijzigingen*

-6.525

2.6

Resultaat jaarrekening 2021 (incl. resultaatbestemming)*

7.104

2.7

Algemene dekkingsmiddelen (2e Berap 2021)*

25.106

2.8

Groeikader*

3

Afwijkingen 2022

-7.463

Totaal saldo

26.442

2.4 2.4

0

0

Algemene dekkingsreserve* Verevening met bestemmingsreserve*

5.600 925

Totaal beschikbare financiële ruimte

32.967

* deze mutaties staan toegelicht in de Voorjaarsnota 2022 (hoofdstuk 2)

49

3. Uitvoering programma's Hieronder is een totaaloverzicht opgenomen met de afwijkingen in 2022 die van invloed zijn op het resultaat. Het betreft een aantal specifieke ontwikkelingen die zich onlangs in 2022 hebben voorgedaan. In de paragrafen worden deze kort toegelicht. Tabel: totaaloverzicht Eerste Bestuursrapportage 2021 (-/- nadelig saldo, +/+ voordelig saldo) x € 1.000 Omschrijving

2022

i/s

3.1 Overbesteding strategische en stedelijke inzet ruimte

-3.914

i

3.2 Inzet overgebleven TONK-middelen

-5.600

i

0

i

2.051 -7.463

i

3.3 Aanvullende zorg jeugd 3.4 Vrijval maatregelenpakketten Corona Totaal

3.1 Overbesteding strategische en stedelijke inzet Ruimte Tabel: Overbesteding strategische en stedelijke inzet Ruimte Omschrijving

2022

x € 1.000 i/s

Advies- en uitvoeringscapaciteit wonen (incidenteel)

-550

i

Extra organisatorische basiscapaciteit Gebiedsteams (incidenteel)

-770

i

-1.088

i

-500

i

-1.006 -3.914

i

Strategische stedelijke sturing (incidenteel) Versterken integrale blik stedenbouw (incidenteel) Concern overhead eerste bestuursrapportage Totaal

Verwachte overbesteding op strategische en stedelijke inzet Door de klimaatverandering, de energietransitie en de uitdagingen bij bereikbaarheid is een grotere rol in de regie op de openbare ruimte nodig vanuit de gemeentelijke overheid. Daarnaast is door de wooncrisis meer inzet nodig op beleidsmatige taken en vastgoedontwikkeling. De ambtelijke organisatie is de afgelopen jaren echter onvoldoende meegegroeid met de groei van de stad en de complexere opdrachten. Daardoor staan de uitvoering en de organisatie onder grote druk. Versterking op verschillende punten is in de loop van vorig jaar urgent geworden, en vanaf dat moment zagen wij ons genoodzaakt hierop te acteren. In de Tweede Bestuursrapportage 2021 is dit al gemeld met betrekking tot de woonopgave. De overige versterking aan het eind van 2021 komt terug in de jaarstukken 2021. Gezien de blijvende urgentie zijn we genoodzaakt om de versterking voort te zetten en op plaatsen ook uit te breiden. Vooruitlopend op de integrale afweging van de structurele middelen, melden wij de verwachte overbesteding op strategische en stedelijke inzet binnen het programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed in deze bestuursrapportage.

We verwachten een overbesteding van in totaal 2,9 miljoen euro die over vier onderdelen verdeeld is:  Extra organisatorische inzet gebieden Op gebiedsniveau is 0,77 miljoen euro extra nodig om op het geheel te kunnen sturen. Hiermee breiden wij de regie in de gebieden uit en versterken we het opdrachtgeverschap. We kunnen

50

daarmee een aantal nieuwe initiatieven beter oppakken en begeleiden en tot integrale en concrete projecten brengen om onze ambities op het terrein van woningbouw, werkgelegenheid, versterken van groen en voorzieningen, energie, mobiliteit te realiseren. Strategische stedelijke sturing Op stedelijk niveau versterken we de organisatie met zowel strategische als inhoudelijke capaciteit en kwaliteit. We verwachten minimaal 1,088 miljoen euro extra nodig te hebben in 2022 om onderzoek en scenario-ontwikkeling, lobby en beïnvloeding, samenwerking in partnerships met marktpartijen en advisering op gezondheid en vastgoed te verstevigen. Zonder versterking op deze terreinen zien wij de kansen voor goede afspraken en forse medefinanciering vanuit andere overheden niet slagen. Versterken integrale blik stedenbouw Op stedelijk niveau versterken we de integrale blik van stedenbouw. Er is meer aandacht nodig voor stadsbreed regulier werk buiten de projecten. Het gaat hierbij onder andere om een algemene regeling dakopbouwen, plaatsing diverse nutsvoorzieningen, deelname BING, terrassencommissie, netwerk toegankelijkheid etcetera. We verwachten dat hiervoor minimaal 0,500 miljoen euro extra nodig is in 2022. Beleid- en adviescapaciteit wonen Tot slot is de problematiek in de woningmarkt is de afgelopen jaren sterk toegenomen.

Dit werd ook zichtbaar in de gesprekken die we voerden met uw raad. Het aantal claims van burgers op het terrein van de woonruimteverdeling (de casuïstiek) is toegenomen en we zien een toenemende druk op de bescherming van de bestaande voorraad. De problematiek is complexer geworden en het benodigd onderzoek grondiger. Deze groeiende vraag kan niet opgevangen worden met de huidige capaciteit, die overigens deels gedekt is uit incidentele middelen. Op dit moment voorzien we dat er 0,550 miljoen euro extra benodigd is om aan de vraag te blijven voldoen.

3.2 Inzet overgebleven TONK-middelen In 2021 hebben wij van het Rijk budget ontvangen voor de uitvoering van de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Deze regeling was bedoeld om terugval van inkomsten als gevolg van de coronacrisis op te vangen. TONK liep via de bijzondere bijstand en was een vergoeding voor noodzakelijke kosten die doorliepen. Het TONK-budget is niet volledig uitgegeven (5,6 miljoen euro). Deze onderbesteding valt volgens de spelregels vrij in het gemeentebrede resultaat Jaarstukken 2021 ten gunste van de integrale afweging voorjaarsnota. Met motie 2022/M25 Steun ondernemers vanuit de Tonk roept de raad het college echter op om de overgebleven TONK-middelen in te zetten voor de ondersteuning van ondernemers en inwoners die door de coronacrisis in financiële problemen zijn geraakt. Met onze brief van 24 maart 2022 hebben wij u geïnformeerd over de uitwerking van deze motie. Bij de uitwerking hebben we rekening gehouden met de financiële situatie van de gemeente die onder druk staat. Dit komt tot uitdrukking in een fasering van de uitgaven. Het budget van 2,8 miljoen euro voor de eerste tranche is meteen beschikbaar. Het budget voor de tweede tranche, ook 2,8 miljoen euro, is per 1 juli 2022 beschikbaar. Hierdoor kan tot 1 juli dus nog een andere afweging worden gemaakt voor de inzet van de tweede tranche.

Over eventuele aanpassingen van het pakket aan maatregelen wordt u in juni geïnformeerd. Het budget voor de uitvoering van de motie wordt aan de Begroting 2022 toegevoegd. Dit zorgt voor 5,6 miljoen euro hogere lasten waarvan 2,7 miljoen euro in het programma Werk en Inkomen en 2,9 miljoen euro in het programma Economie en Werkgelegenheid voor iedereen. Deze hogere lasten dekken we met de in de motie benoemde onderbesteding op het Tonk budget welke onderdeel uitmaakt van het resultaat Jaarstukken 2021.

51

3.3 Aanvullende zorg Jeugd Sinds de start van KOOS en Spoor030 werken we toe naar een passend budget waarbinnen de partijen hun opdracht kunnen uitvoeren. Het startbudget is gebaseerd op historische gegevens van hoe de zorg voor 2020 was georganiseerd, het was én is ingewikkeld om te bepalen hoe de nieuwe manier van werken, waarbij specialistische jeugdhulp integraal wordt geboden vanuit een team in de buurt, zich financieel door vertaalt. Beide partners hebben over 2021 te maken met een budgetoverschrijding (3,2 miljoen euro). De oorzaak is onder andere gelegen in de complexiteit door de hoeveelheid onderaannemers (met oog op zorgcontinuïteit en de wijziging van het woonplaatsbeginsel) en de ontwikkelingen in de zorgvraag mede als gevolg van corona. In afstemming met de gemeente is besloten dat KOOS en Spoor030 (nog) geen reserve vormen, hierdoor is geen ruimte voor partijen om de overschrijding op te vangen. We werken met KOOS en Spoor030 aan een stabielere financiering die aansluit op de situatie van zowel gemeente Utrecht als KOOS en Spoor030. Voor 2022 zijn afspraken gemaakt over de concrete acties die worden gedaan ter verbetering, op zowel proces als op inhoud. De overschrijding was deels voorzien en opgenomen in de Jaarrekening 2021 en heeft hierdoor geen invloed op het Resultaat 2022. Voor 1,45 miljoen euro drukt de overschrijding op het budget 2022.

Op basis van de huidige prognose voor Jeugd verwachten we dat dit binnen de begroting kan worden opgevangen.

3.4 Maatregelen Corona Nog altijd zijn de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus merkbaar in de stad. De ontwikkelingen zijn grillig. Dat vraagt van ons flexibiliteit, maar ook om koersvastheid: na het opvangen van directe effecten van de crisis werken we aan perspectief en herstel. We richten ons op interventies met toekomstperspectief voor de groepen die het hardst worden getroffen door de crisis, op investeringen in de oplossingen voor morgen die bijdragen aan de weg uit de crisis en op het overeind houden en herstel van cruciale voorzieningen. In de Programmabegroting 2021 zijn daarom vier maatregelenpakketten vastgesteld, gericht op noodsteun voor essentiële voorzieningen, bestaanszekerheid en werk voor Utrechters en extra toekomstbestendige investeringen in de grote transities (zorg, werk, wonen, groen, mobiliteit, energie). De pakketten bestaan uit een aantal samenhangende maatregelen en worden bekostigd uit de bestemmingsreserve maatregelen corona. De afgesproken werkwijze rond de pakketten geeft de nodige flexibiliteit in de uitvoering, terwijl de gemeenteraad de vinger aan de pols houdt en uiteindelijk besluit over de onttrekking aan de bestemmingsreserve. In dit hoofdstuk geven wij per pakket de stand van zaken, inhoudelijk en financieel. De uitvoering blijft binnen de beschikbare ruimte in de bestemmingsreserve.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=78990d23-9950-4bae-a859-cb2417bc1411