Voorbeeld PB 2023 - Voorbeeld Utrecht Leert.docx
Tekst van het document
Doorkijk naar PB2023: voorbeeld Onderwijs voor PB2022
Het programma Onderwijs heeft inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd voor de PB2022 om de programmatekst korter en inzichtelijker te maken. We presenteren dit aan de adviescommissie als mogelijke richtlijn voor alle programma’s voor de PB2023. Hieronder licht de afdeling Onderwijs het voorbeeld toe. Programmabegroting Onderwijs 2022 Voorbeeld om voor te leggen bij Adviescommissie Controle en Financiën
1. Inleiding & uitleg voorafgaand aan het voorbeeld Inleiding Het Programma Onderwijs in de programmabegroting gaf voor ons gevoel niet goed meer weer waar we ons in Utrecht samen met de partners uit het onderwijsveld dagelijks voor inzetten. De doelstellingen zoomde op sommige onderdelen heel specifiek in (de bibliotheek en leerlingenvervoer) en grote maatschappelijke thema’s als gelijke onderwijskansen bleven onderbelicht. Om aan te geven wat we met de inzet van de beschikbare middelen precies bereikt hadden op de doelstellingen waren veel woorden nodig. De indicatoren vertelde niet het juiste verhaal bij dat wat we deden en wat we bereikten. Tijd dus voor verandering. Verandering die aansluit bij dat waar we als onderwijs samen met de partners onze inzet al hadden lopen (de Utrechtse Onderwijsagenda) en die we vormgeven aan de hand van het Utrechts Sturingsmodel. De Utrechtse Onderwijsagenda als vertrekpunt In de Utrechtse Onderwijsagenda (UOA) 2019-2022 hebben we als gemeente, samen met onze onderwijspartners, de ambities voor vier jaar vastgelegd. Deze ambities zijn als vertrekpunt genomen bij het formuleren van vier opgaven die centraal staan in de opgaveboom van het programma onderwijs en die terugkomen in de programmabegroting van 2021.
De eerste opgave is ‘gelijke onderwijskansen voor ieder kind’ waarbij we willen zorgen dat ieder kind, ongeacht opleiding van ouders, afkomst of thuissituatie, zijn of haar talenten ten volle kan benutten en tot recht kan laten komen. De tweede opgave betreft ‘de beste leraren’ en met deze opgave zetten we in op het aantrekken, opleiden en behouden van voldoende goede onderwijsprofessionals voor onze stad. Met de derde opgave ‘bouwen en verbinden voor de toekomst’ werken we aan moderne en toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen. Tot slot geven we in de vierde opgave ‘werk voor iedereen’ vorm aan een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, voor maximale kansen op de arbeidsmarkt. Omdat we opgavegericht samenwerken met onze partners in de stad, willen wij onze programmabegroting en verantwoording aansluiten op deze samenwerking. De Utrechtse Onderwijsagenda loopt tot 2022, echter is de verwachting dat de opgaven en doelstellingen van de UOA ook na 2022 relevant zijn en centraal zullen staan in ons beleid. Daarom is er ondanks de vier jarige looptijd van de UOA voor gekozen deze opgaven als vertrekpunt te nemen voor de nieuwe doelstellingen en indicatoren in het Programma Onderwijs.
De voordelen van de nieuwe indeling Het gesprek dat op 9 februari 2021 met de onderwijspartners en de raad is gevoerd heeft ons inzicht gegeven in de waarde van het juiste gesprek op het juiste moment. Met de aanwezigen is gekeken naar het beantwoorden van de vragen ‘Doen we de goede dingen?’ en ‘Doen we de dingen goed?’
Aan de hand van de opgehaalde input zijn nieuwe doelstellingen geformuleerd die beter antwoord kunnen geven op deze vragen. Het bepalen van bijbehorende indicatoren laat ons zien dat de gegevens die beschikbaar zijn maar een deel van het verhaal vertellen over de stand van zaken op de doelstelling. Als we betekenisvol willen sturen en verantwoorden is er meer nodig dan de informatie die de indicatoren ons geven. Vanuit de gedachten van het Utrechts Sturingsmodel gaan we vanaf 2022 twee keer per jaar met de partners en de raad in gesprek. Aan de hand van alle beschikbare informatie die er is op zowel kwantitatief (onderzoeksgegevens) als kwalitatief (gesprekken met kinderen en ouders) gebied voeren we duidingsgesprekken om te kijken of we de goede dingen doen en of we de dingen ook goed doen. De uitkomsten van deze gesprekken vormen de basis voor een voortgangsrapportage op het Programma Onderwijs en geven een toelichting die verder gaat dan de informatie die de indicatoren ons geven. Deze voortgangsrapportage laat zien waar we met elkaar bepalen dat het goed gaat en waar het nog beter kan of wellicht anders moet. In de producten van de Planning & Control (P&C) Cyclus laten we zien wat dit betekent voor de inzet van de beschikbare middelen. Als vorm voor de voortgangsrapportage denken we niet alleen aan tekst.
Er zijn ook andere manieren om een toelichting te geven op wat we doen, bijvoorbeeld met beeldmateriaal of verhalen. Een voorbeeld dat ons hierbij aanspreekt is ‘Samen stad maken op de Utrechtse manier’. De nieuwe indeling van het Programma Onderwijs vanaf 2022 volgens de opgaven van de Utrechtse Onderwijs Agenda, maken ons daarnaast wendbaarder op de inzet van het beschikbare budget. Vanuit de opgaven zien we of we doen wat nodig is en of de middelen juist worden ingezet. Mocht uit de beschikbare gegevens en de duidingsgesprekken blijken dat dit niet zo is kan er binnen de opgave gekeken worden naar de inzet van de middelen binnen de opgave. Vanuit de onderbouwing die zal volgen in de voortgangsrapportage zal in de P&C Cyclus worden aangegeven wat de financiële consequenties zijn. De nieuwe indeling en de veranderingen ten opzichte van de huidige indeling hebben we verwoord in de Voorjaarsnota 2021. Hieronder geven we de concrete uitwerking van één van de doelstellingen weer om inzichtelijk te maken: - Wat we willen bereiken? - Wat we daarvoor doen? - Wat dat mag kosten?
2. Voorbeeld nieuwe indeling Programma Onderwijs Doelstelling: Utrecht Leert!: Voldoende goede onderwijsprofessionals Wat willen we bereiken? Goed onderwijspersoneel is de sleutel tot goed onderwijs. Het tekort aan leraren in Nederland loopt echter snel op; ook in Utrecht. Het actuele lerarentekort in Utrecht (d.d. 24 april 2020) ligt met 3,3% boven de landelijke raming van 2,0% door CentERdata. Het onderwijsveld in Utrecht werkt in de volle breedte samen om het tekort aan onderwijspersoneel in het primair en het voortgezet onderwijs terug te dringen. In partnerschap en met breed draagvlak werken de provincie, schoolbesturen, scholen, educatieve opleidingen en de gemeente intensief samen om te ontdekken wat werkt. Dit partnerschap wordt
vormgegeven in een integraal programma; Utrecht Leert! 2020-2022 waarin PO, VO, MBO en de opleidingen voor de onderwijssector samenwerken in de Utrechtse Leraren Opleiders Alliantie. Met de onderwijsimpuls stimuleren we professionalisering van onderwijsteams om de onderwijskansen van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs te vergroten. Door de hoge werkdruk in het onderwijs is er vaak te weinig ruimte om medewerkers vrij te roosteren voor onderwijsontwikkeling en vernieuwing. De onderwijsimpuls maakt het mogelijk om onderwijsontwikkeling voor leerlingen van 10-18 jaar op te starten of te versnellen. Daarmee draagt de onderwijsimpuls bij aan gelijke kansen, toekomstbestendig onderwijs en de ontwikkeling en het behoud van goede onderwijsprofessionals. Om te kijken of we op de goede weg zijn hebben we de volgende indicatoren benoemd: - Het % niet vervulde vacatures in het primair onderwijs - Het % niet vervulde vacatures in het voortgezet onderwijs - Het % niet vervulde vacatures in het middelbaar beroepsonderwijs Voor het rapporteren op deze indicatoren maken we gebruik van de beschikbare bronnen van het ministerie van OCW.
Wat gaan we daarvoor doen? Om deze doelstelling te bereiken zetten we in op: Het aantrekken en behouden van onderwijs personeel door:* - Goed vindbare en aantrekkelijke informatie over werken in het onderwijs in Utrecht - Samen met leraren onderzoeken wat maakt dat leraren graag willen werken in een grote stad; wat er nodig is om urban teacher te zijn en te blijven; welke vormen van ondersteuning werken. Dit doen we met een lerarenpanel, onderzoek, en het ontwikkelen van starterspakketten. -Onderwijsimpuls subsidies voor het ondersteunen van initiatieven van onderwijsprofessionals in het PO en VO Het opleiden en begeleiden van zij-instromers in de school door:* - Dubbele bezetting op de werkvloer gedurende de eerste maanden, - uitbreiding van opleidingsscholen en schoolopleiders - onderzoek naar wat werkt en nodig is in de begeleiding van aankomende leraren Samen opleiden door:* - Opleiden op de werkplek. - Optimale leerroutes die aansluiten bij wat aankomende leraren nodig hebben - In de scholen is duurzaam aandacht voor de ontwikkeling en professionalisering van startende leraren, ervaren leraren en opleiders - een pilot met het nieuwe opleiden voor een flexibeler onderwijsbevoegdhedenstelsel
* Zoals weergegeven, wordt dat wat we gaan doen korter en krachtiger weergegeven in een lijst aan acties waar we ons in 2022 voor in gaan zetten. Omdat de concrete acties voor 2022 nog vormgegeven moeten worden, zijn de acties hierboven een voorbeeld.
Wat mag dat kosten? Het budget dat beschikbaar is om uitvoering te geven aan het integrale programma Utrecht Leert! en de Onderwijsimpuls.
3. Samenvattend De doelstelling sluit aan bij dat wat we doen met de partners vanuit de Utrechtse Onderwijsagenda. In de Programma Begroting omschrijven we concreet waar we in het jaar 2022 op inzetten. In de verantwoording geven we aan of de gestelde doelen gehaald zijn en zo nee waarom niet. Als er tussentijds iets wijzigt of als er financiële uitdagingen opduiken melden we dat bij de 1ste of 2de BERAP of bij de VJN. De duidingsgesprekken met de partners geven de input of we op de juiste weg zijn en/of dat bijsturing nodig is en daarnaast hoe we dat op welk moment onder de aandacht van de raad brengen. In de voortgangsrapportage geven we inzicht in dat wat de duidingsgesprekken ons opleveren. De producten van de Planning & Control cyclus zijn zelfstandig te lezen. Achtergrondinformatie is terug te vinden in de voortgangsrapportages die gevoed worden door de duidingsgesprekken. Er zal dus wel verwezen worden, maar in de verantwoording van het Programma wordt antwoord gegeven of de doelstellingen gehaald zijn binnen de financiële kaders en waarom wel of niet.