CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Water en Riolering Utrecht (januari 2022).pdf

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie Water en Riolering Utrecht en Programma Water en Riolering 2022-202620.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Visie Water en Riolering Utrecht

Zo houden we het water- en rioleringssysteem in Utrecht gezond, robuust en toekomstbestendig voor iedereen!

utrecht.nl/ waterenriolering

Inhoud Voorwoord

3

Samenvatting

4

1. Inleiding

Aanleiding Juridisch kader Proces Leeswijzer 2. Het Utrechtse watersysteem

Het afvalwatersysteem Het hemelwatersysteem Het grondwatersysteem Het oppervlaktewatersysteem 3. De opgave

Vervangingsopgave Groei van de stad Een klimaatbestendige stad Een circulair water- en rioleringssysteem Een CO2 arm water- en rioleringssysteem Een gezonde waterkwaliteit Klaar voor de Omgevingswet 4. Onze ambitie 5. Beleidskeuzes

Afvalwater Hemelwater Structurele grondwateroverlast Oppervlaktewater 6. Financiële strategie

Kostentoerekening Omgaan met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen Kostenontwikkeling Kostendekking BIJLAGEN

Bijlage 1: Systeemkaarten Bijlage 2: Rioolvervangingskaart 2022-2050 Bijlage 3: Kaarten wateroverlast Bijlage 4: Nog af te koppelen oppervlak Bijlage 5: Ambities oppervlaktewaterkwaliteit

Visie Water en Riolering Utrecht

7

8 8 10 11 12

13 15 16 17 19

20 21 22 23 23 24 26 27 29

30 34 41 44 49

50 51 52 53 57

58 62 63 65 66

2

Voorwoord Elk jaar valt er bijna 100 miljard liter regenwater binnen onze gemeentegrenzen. Daarnaast stromen grote hoeveelheden water via rivieren, kanalen en sloten onze gemeente binnen. Al dat water is belangrijk voor onze stad en daarom is het ook belangrijk hoe we ermee omgaan. Zeker nu klimaatverandering zorgt voor vele uitdagingen. Zo willen we wateroverlast door zware regen voorkomen, natte periodes benutten om de droge tijden goed door te komen en het water gezond houden voor bodem, planten én veilige recreatie van Utrechters in, op en aan het water.

Utrecht klaar voor zware regen en droogte

De stad aanpassen aan het veranderende klimaat is een enorm belangrijke opgave. Hoe gaan we dat aanpakken? Onder andere door anders om te gaan met regenwater en de riolering anders in te richten. De komende 30 jaar is 35 tot 40% van de riolering toe aan vervanging. Dat is een mooie kans om het schone regenwater voortaan niet meer onnodig af te voeren naar de rioolwaterzuivering, maar om het vast te houden en nuttig te gebruiken in huis, tuin en openbare ruimte. Hiermee houden we voldoende water vast voor droge periodes, besparen we op kostbaar drinkwater en voorkomen we dat de riolering en de zuivering overbelast raken bij hevige neerslag. Daarnaast is de rioolvervanging een mooie kans om de openbare ruimte, die toch open moet voor de riolering, tegelijk te vernieuwen en te vergroenen. Want hoe meer groen, hoe beter we regenwater kunnen opvangen en vasthouden. Anders omgaan met regenwater is niet alleen een opgave van de gemeente. Dat moeten we samen met alle inwoners en bedrijven doen. Zo’n 60% van de grond in Utrecht is van hen. Als iedereen zijn steentje bijdraagt – of eigenlijk juist wat steentjes wegdraagt –geven we regen de ruimte. Minder regenwater in het riool en meer regenwater in de bodem, dat is wat we willen.

De komende jaren gaan we dat nog actiever stimuleren via onze campagne ‘Geef regen de ruimte’ vanuit Waterproof030 en via subsidieregelingen zoals onze groene dakensubsidie.

Gezond water in Utrecht

Samen met de waterschappen en Rijkswaterstaat zetten we ons in om de kwaliteit van het water goed te houden, zodat het geschikt is en blijft voor planten en dieren en voor recreatie zoals zwemmen. Ook dit is een grote opgave, omdat een warmer klimaat invloed heeft op de waterkwaliteit. Gelukkig krijgen we hierbij hulp van tientallen inwoners, die regelmatig de kwaliteit van het water in hun buurt meten en aan ons doorgeven of helpen om oevers en sloten beter in te richten. Ik ben trots op hun inzet en alles dat we samen al doen!

Kees Diepeveen Wethouder wonen, Merwedekanaalzone, openbare ruimte en versnelling Overvecht

Visie Water en Riolering Utrecht

3

Een blik vanuit Park Watertoren richting de Moezeldreef

Samenvatting Aanleiding

De gemeente heeft vanuit de wet een aantal specifieke zorgplichten en daarmee taken op het gebied van water en riolering. Deze Visie Water en Riolering bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van deze zorgplichten. De visie is hiermee onderdeel van de gemeentelijke Omgevingsvisie voor het thema water en riolering. Bij de visie hoort een Programma Water en Riolering, waarin elk jaar de voorgenomen activiteiten en bijbehorende kosten en financiering voor de komende vijf jaar worden vastgelegd. Met de indeling in een visie en een programma voldoen we aan de eisen van de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 ingaat. De Visie Water en Riolering vormt samen met het Programma Water en Riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijke verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet.

Wat willen we bereiken

Utrecht wil een gezonde stad zijn voor iedereen. Voor het water- en rioleringssysteem in Utrecht betekent dit dat we streven om het systeem gezond, robuust en toekomstbestendig te houden. Daarbij willen we dat iedereen hiervan profiteert en hieraan bijdraagt. Het opwarmende klimaat stelt ons voor twee belangrijke opgaven. Enerzijds willen we het verder opwarmen van het klimaat zoveel mogelijk voorkomen. Dit moeten we doen door de kringlopen voor water, materiaal en energie zoveel mogelijk te sluiten. Anderzijds moeten we ons water- en rioleringssysteem aanpassen aan het opwarmende klimaat, met vaker extreem weer zoals hevige neerslag en langdurige droogte. Dit doen we in een snelgroeiende stad, wat vraagt dat we zoveel mogelijk functies combineren en de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten. En omdat de toekomst nog onzeker is, moeten onze systemen flexibel zijn om ze aan te kunnen passen aan de eisen en wensen van morgen.

Visie Water en Riolering Utrecht

4

Vervangingsopgave riolering kans om toekomstbestendig te worden

Het meeste afval- en hemelwater voeren we op dit moment af via de riolering, een grotendeels ondergronds buizenstelsel van 1.300 km lang, met een vervangingswaarde van bijna 2 miljard euro. De komende 30 jaar gaan we bijna 500 km riolering vervangen. Dit is alle riolering die tegen die tijd meer dan 70 jaar oud is. Dit gaan we in de komende 15 jaar in een steeds hoger tempo doen. Van 5 km per jaar in 2020 naar 18 km per jaar in 2035. Dat tempo houden we daarna aan. Deze sterke toename van de vervangingsinspanning is nodig, omdat er vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw veel meer riolering is aangelegd dan in de oorlogsjaren. De vervangingsopgave is niet alleen een kostenpost, maar ook een grote kans om het rioleringssysteem toekomstbestendig te maken en een bijdrage te leveren aan andere maatschappelijke opgaven, zoals het klimaatbestendiger, verkeersveiliger, groener en meer natuurinclusief maken van de openbare ruimte. Dit doen we door: • •

•

Bij de rioolvervanging zoveel mogelijk werk met werk te maken en een belangrijke impuls te geven aan het opknappen en waar nodig herinrichten van de openbare ruimte (het principe van ontwikkelend beheer); De riolen waar afvalwater en hemelwater nog via dezelfde buis worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering te splitsen in een vuilwater- en een hemelwaterriool. Het hemelwater is relatief schoon en hoeft helemaal niet naar de rioolwaterzuivering. Daarnaast hebben we al het hemelwater ontzettend hard nodig om in de toekomst het groen in de stad in droge periodes van voldoende water te kunnen voorzien. Met deze maatregel verminderen we de afvoer naar de zuivering en ontlasten we het bestaande rioleringssysteem. Hierdoor ontstaat ruimte in ons rioleringssysteem voor het extra afvalwater als gevolg van de groei van de stad. Het verminderen van de hoeveelheid regenwater die samen met afvalwater wordt afgevoerd, zorgt er ook voor dat de riooloverstorten bij extreme neerslag minder vaak gaan werken. Dat is goed voor de waterkwaliteit. Het hemelwater dat we loskoppelen voortaan vast te houden en te verwerken via de voorkeursvolgorde: 1) vasthouden op daken en in regentonnen en nuttig gebruiken 2) op maaiveld infiltreren 3) ondergronds infiltreren 4) afvoeren naar oppervlaktewater 5) afvoeren naar de rioolwaterzuivering.

Hiermee houden we regenwater zoveel mogelijk vast waar het valt, verminderen we de kans op droogteschade, ontlasten we het oppervlaktewatersysteem en zorgen we voor een toekomstbestendig hemelwatersysteem. Bij de rioolvervanging zoveel mogelijk niet functionele verharding weg te halen en te vervangen door bomen en ander groen.

Hiermee geven we invulling aan de doelstellingen uit de Visie Klimaatadaptatie voor wateroverlast en droogte en aan de doelstellingen voor een groene en toekomstbestendige stad, zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Strategie Utrecht.

Stimuleren en sturen initiatieven van derden

Naast het toekomstbestendig uitvoeren van onze eigen rioolvervangingen blijven we, via een financiële bijdrage, het klimaatbestendig herinrichten van andere projecten in de openbare ruimte stimuleren. Voor nieuw- en grootschalige verbouwing werken we nieuwe omgevingsplanregels uit, zodat we naast het scheiden van afval- en hemelwater voortaan ook het vasthouden van een minimale hoeveelheid hemelwater op eigen kavel of binnen een bouwplan kunnen verplichten. Bij bestaande bouw intensiveren we onze stimuleringsaanpak via bewustwordingscampagnes zoals Waterproof030 en subsidieregelingen. Zo werken we naast de subsidieregeling groene daken een nieuwe subsidieregeling uit voor het watervriendelijk maken van maatschappelijk vastgoed. Daarnaast werken we regels uit om bij rioolvervangingen eigenaren te kunnen verplichten om mee te werken als wij hun regenpijp aan de voorzijde van de woning willen aansluiten op een nieuw hemelwaterriool.

Visie Water en Riolering Utrecht

5

Grondwateroverlast

We blijven ons als eerste aanspreekpunt voor bewoners inspannen om schade als gevolg van te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte te verminderen. Nieuw is dat we ons voortaan ook inspannen om schade door te lage grondwaterstanden in de openbare ruimte te voorkomen. We hanteren hiervoor representatieve hoogste en laagste grondwaterstanden voor bebouwd gebied. We spannen ons samen met de waterschappen in om de grondwaterstanden binnen deze bandbreedte te laten fluctueren. We verwachten van iedereen dat ze bij nieuwe ontwikkelingen zo bouwen en inrichten dat gebouwen en het terrein bestand zijn tegen zowel hoge als lage grondwaterstanden.

Oppervlaktewater

Samen met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) streven we nieuwe, ambitieuzere en gedifferentieerde ecologische ambities na voor het oppervlaktewater in de stad. We willen in overeenstemming met de Kaderrichtlijn Water deze ambities uiterlijk in 2027 realiseren. Deze opgave is niet eenvoudig, omdat het opwarmende klimaat over het algemeen een negatief effect heeft op de waterkwaliteit. Samen met HDSR werken we hiervoor een maatregelenprogramma uit. Naast de ecologische doelstellingen spannen we ons in om op de langere termijn overal de bacteriologische doelstellingen te halen die vereist zijn voor zwemwater. Hiermee willen we bereiken dat de bacteriologische kwaliteit nergens een belemmering vormt bij de afweging om veilig te kunnen zwemmen. Dit doen we door bij rioolvervanging de vuilwater- en hemelwaterstroom te scheiden waar dat nu nog niet het geval is. Hierdoor raken rioolstelsel en rioolwaterzuivering bij extreme neerslag niet meer overbelast, waardoor bij extreme neerslag via riooloverstorten geen verdund afvalwater meer op het oppervlaktewater wordt geloosd.

Financiële strategie

Het vervangen van bijna 500 km riolering in de komende 30 jaar in combinatie met het klimaatbestendig en circulair maken kost bijna 1 miljard euro. Ongeveer een kwart van dit bedrag is nodig voor de gewenste ombouw van een gecombineerd naar een gescheiden systeem en het stimuleren en subsidiëren van derden. Dit is veel geld, maar gezien de grote maatschappelijke opgaves waarvoor we staan en de kansen die de transitie biedt vinden wij dit absoluut noodzakelijk. We verwachten dat deze aanpak leidt tot een jaarlijkse kostenstijging van 2 à 4% (exclusief inflatie). Omdat de stad blijft groeien en daarmee het aantal rioolheffing betalende gebouweigenaren stijgt, is de jaarlijkse stijging van de rioolheffing lager. De verwachting is dat dit beperkt blijft tot 1,5 à 2,5 % (exclusief inflatiecorrectie). Na vaststelling van de visie starten wij een onderzoek naar een meer toekomstbestendige grondslag voor de rioolheffing, die beter aansluit bij het uitgangspunt van de vervuiler betaalt voor het lozen van afvalwater en het uitgangspunt voor klimaatbestendigheid voor het lozen van hemelen grondwater.

Visie Water en Riolering Utrecht

6

1 Inleiding Utrecht is nauw verbonden met water. Zo zorgde de afdamming van de Kromme Rijn ervoor dat Utrecht in 1122 Stadsrechten kreeg en bepalen de grachten en kanalen het typerende Utrechtse karakter. Elke dag vinden diverse waterstromen hun weg door de stad via verhard oppervlak, groen, riolering, bodem en sloten en kanalen. Deze visie beschrijft hoe we met deze stromen omgaan en welke doelen we daarbij nastreven. De visie vormt daarmee de gemeentelijke visie op water en riolering in de Omgevingsvisie van Utrecht.

Foto: Een blik vanaf de Langerakbaan naar het Klifrakplantsoen

Visie Water en Riolering Utrecht

7

1.1

Aanleiding

Elk jaar valt er tussen de 80 en 90 miljard liter hemelwater op het oppervlak van de gemeente Utrecht. Daarnaast produceren bewoners en bedrijven in de gemeente Utrecht jaarlijks ruim 18 miljard liter huishoudelijk en bedrijfsmatig afvalwater. Dit zijn circa 7.200 volle 50 meter zwembaden. Ook stroomt jaarlijks circa 200 miljard liter water via de Kromme Rijn en het Amsterdam-Rijnkanaal de gemeente Utrecht in. Twee derde verlaat de gemeente weer via de Vecht en het Amsterdam-Rijnkanaal, een derde wordt gebruikt om het grondwater in de stad aan te vullen of de vijvers en sloten in Utrecht van water te voorzien. Al deze waterstromen moeten in goede banen worden geleid, zonder dat schade en overlast optreedt voor mensen, planten en dieren. Vies afvalwater wordt gezuiverd en schoon hemelwater wordt bij voorkeur nuttig gebruikt en vastgehouden in de stad. Het grond- en oppervlaktewaterpeil fluctueert binnen bepaalde bandbreedtes en de waterkwaliteit moet geschikt zijn en blijven voor planten, dieren, recreatie, drinkwaterwinning en andere functies waarvoor het bedoeld is. Het waterbeheer is een taak waar diverse partijen bij betrokken zijn.

De Rijksoverheid voor de wateren met nationaal belang zoals het Amsterdam-Rijnkanaal, de waterschappen voor het zuiveren van afvalwater en het beheer van het regionale grond- en oppervlaktewatersysteem en het drinkwaterbedrijf Vitens voor het bereiden en aanleveren van schoon drinkwater. De provincie kent de functies toe aan de regionale wateren, beheert het diepere grondwatersysteem en waarborgt de veiligheid op de officiële zwemwaterlocaties. Ook de gemeente heeft vanuit de wet een aantal specifieke taken op het gebied van het stedelijk waterbeheer. Deze visie bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van deze taken. De visie is samen met het Programma Water en Riolering de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019, wat hiermee komt te vervallen.

1.2

Juridisch kader

Wettelijke zorgplichten Gemeenten hebben in de wet drie specifieke zorgplichten op het gebied van water toegewezen gekregen, te weten: 1. De zorgplicht om huishoudelijk afvalwater in te zamelen en te transporten naar een zuiveringsinstallatie. Nu vastgelegd in artikel 10.33 van de Wet Milieubeheer, straks in artikel 2.16, lid 1a van de Omgevingswet. 2. De zorgplicht voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, voor zover van de perceeleigenaar niet kan worden verwacht dat hij het zelf naar bodem of oppervlaktewater afvoert. Nu vastgelegd in artikel 3.5 van de Waterwet, straks in artikel 2.16, lid 1a van de Omgevingswet. 3. De zorgplicht om maatregelen te nemen tegen structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand mits dit doelmatig is. Nu vastgelegd in artikel 3.6 van de Waterwet, straks in artikel 2.16, lid 1a van de Omgevingswet. De zorgplichten zijn een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting. Dit betekent dat de gemeente niet afgerekend kan worden op het al dan niet behalen van het gewenste resultaat. In de wet is weinig vastgelegd over hoe invulling gegeven moet worden aan de zorgplicht, behalve dan dat de gemeente verplicht is dit in eigen beleid uit te werken. De gemeente heeft daarmee een grote vrijheid om de zorgplichten zelf in te vullen.

Naast de drie zorgplichten heeft de gemeente vanuit het Burgerlijk Wetboek een “zorgplicht” om de openbare ruimte veilig en bruikbaar te houden en de publieke gezondheid te waarborgen. Dit geldt dus voor alle voorzieningen die de gemeente gebruikt om invulling te geven aan de zorgplichten op het gebied van water. Het gaat hierbij om het ondergrondse rioleringssysteem, bestaande uit putten, buizen en pompen, maar ook om de bovengrondse voorzieningen zoals sloten, vijvers, greppels Visie Water en Riolering Utrecht

8

of andere openbare ruimte die gebruikt wordt om regenwater af te voeren en te verwerken en de grondwaterstand te reguleren. Om alle taken die voortkomen uit de drie zorgplichten op het gebied van water te kunnen financieren beschikt de gemeente over een aparte belasting, de rioolheffing (Gemeentewet artikel 228a).

Gemeentelijk Rioleringsplan en de Omgevingswet Volgens artikel 4.22 van de Wet Milieubeheer moet elke gemeente een Gemeentelijk Rioleringsplan hebben waarin minimaal het volgende is opgenomen: 1. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor invulling van de zorgplichten. 2. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen. 3. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen worden of zullen worden beheerd. 4. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten. 5. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. De verplichting om een Gemeentelijk Rioleringsplan te hebben vervalt met de invoering van de Omgevingswet in 2022. Vanaf dat moment moeten beleid, maatregelen en middelen een plek krijgen in de gemeentelijke Omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en het omgevingsplan.

Gemeentelijk Rioleringsplan en de Omgevingswet

Om die reden hebben we besloten nu geen nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan ofwel Plan Gemeentelijke Watertaken meer op te stellen, maar het plan te splitsen in een aparte visie en een apart programma. Deze Visie Water en Riolering vormt hiermee het gemeentelijke, thematisch water- en rioleringsbeleid in de gemeentelijke Omgevingsvisie. De visie krijgt geen specifieke looptijd, maar wordt aangepast als daar vanuit wijziging in wet en regelgeving of beleid aanleiding toe is. We kijken in deze visie vooruit tot 2050, het jaar dat ijkpunt is voor veel maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie en een circulaire maatschappij. Gelijktijdig met deze visie wordt het eerste Programma Water en Riolering vastgesteld. In dit programma beschrijven we de maatregelen voor de komende vijf jaar en de middelen die daarvoor nodig zijn. Het programma wordt vervolgens jaarlijks bij de Voorjaarsnota geactualiseerd en bestuurlijk vastgesteld en is daarmee tevens de onderbouwing van de gemeentelijke rioolheffing die jaarlijks door de gemeenteraad wordt vastgesteld.

Visie Water en Riolering Utrecht

9

Het Programma Water en Riolering geeft ook nadere invulling aan artikel 2 van de gemeentelijke Financiële verordening, waarin de verplichting tot een programmabegroting staat opgenomen. En aan de verplichting in artikel 17.2 van deze verordening dat ten minste eens in de vier jaar een Nota Rioleringsplan wordt voorgelegd aan de raad. Een deel van het beleid in de visie wordt vertaald in regels die juridisch afdwingbaar zijn. We kiezen ervoor om geen gebruik meer te maken van de wettelijke bevoegdheid een hemel- en grondwaterverordening op te stellen, maar nemen deze regels meteen op in Omgevingsplanregels onder de Omgevingswet. Hiermee is de rechtszekerheid en de afstemming van deze regels met andere gemeentelijke regels in het fysieke domein en daarmee de handhaafbaarheid beter gewaarborgd.

Verhouding tot andere visies en ander waterbeleid Deze Visie Water en Riolering gaat over de taken die voortkomen uit de gemeentelijke zorgplichten op het gebied van water en riolering. De visie beperkt zich daarmee tot de taken die deels of volledig gefinancierd worden uit de gemeentelijke rioolheffing. Gevolg is dat het gebruik van het gemeentelijke water voor recreatie, wonen, vervoer, energie, planten en dieren etc. niet of beperkt aan de orde komt. Hiervoor wordt een aparte visie, de Visie Stadswater, opgesteld. Naast de Visie Stadswater zijn er nog meer opgaven met bijbehorende visies die raken aan deze visie en uitgangspunten en ambities meegeven. De belangrijkste zijn: • • • • • • • • •

Het streven naar een klimaatbestendige stad (Visie Klimaatadaptatie Utrecht). Het streven naar een kwalitatief goede openbare ruimte (Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte). Het streven naar een beheerbare openbare ruimte (Nota Beheer Openbare Ruimte). Het Koersdocument voor de ontwikkeling van de stad (Ruimtelijke Strategie Utrecht). Het streven naar een gezonde leefomgeving (Nota “Gezondheid voor iedereen, volksgezondheidsbeleid 2019-2023”); Het streven naar een diervriendelijke openbare ruimte (Nota Dierenwelzijn); Het streven naar een toegankelijke openbare ruimte, (agenda “Utrecht voor iedereen toegankelijk”); Het gebruik van duurzame materialen, duurzaam opgewekte stroom etc., (Nota Utrecht Circulair 2020-2023). Het streven naar regie op de Ondergrond (De nog op te stellen Visie Ondergrond).

In hoofdstuk 3 staan de belangrijkste opgaven uit deze visies beschreven die wij meenemen en implementeren in deze visie. Deze visie gaat niet in op het waterbeleid van andere overheden, zoals de Rijksoverheid, de provincie en de waterschappen. Zij leggen hun waterbeleid vast in eigen visies en/of plannen. Wel houden we in deze visie rekening met het beleid van deze overheden en stemmen ons beleid daarop af.

1.3

Proces

De gemeenteraad stelt de Visie Water en Riolering vast. Zowel de Wet Milieubeheer als de Omgevingswet vereisen betrokkenheid van gedeputeerde staten en water- en zuiveringsbeheerders bij het plan. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Rijkswaterstaat en de provincie Utrecht zijn het bevoegd gezag met betrekking tot het nationale en regionale grond- en oppervlaktewatersysteem in de gemeente Utrecht. Daarnaast beheert Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden alle rioolwaterzuiveringen binnen de gemeente. Deze partijen zijn bij workshops in het voortraject betrokken en hebben een conceptversie en de inspraakversie van de visie ter commentaar ontvangen. Waar nodig zijn onderdelen van het plan met partijen besproken. De inspraakreacties zijn per reactiebrief beantwoord en hebben, indien aangegeven, geleid tot aanpassing van deze visie.

Visie Water en Riolering Utrecht

10

Ook alle bewoners en andere geïnteresseerden hebben de gelegenheid gehad om via de inspraakprocedure van 17 juni t/m 29 juli 2021 te reageren op de visie. Deze reacties zijn verwerkt in de reactienota en waar nodig in deze visie. Bij het opstellen van deze visie is nauw samengewerkt met de opstellers van de gemeentelijke Visie Klimaatadaptatie. Hiermee is een integrale aanpak geborgd om de gemeente klimaatbestendig te maken. Daarnaast heeft afstemming plaatsgevonden met diverse andere gemeentelijke plannen, zoals het Groenstructuurplan, de Nota Volksgezondheid, de Ruimtelijke Strategie Utrecht en de Nota Beheer Openbare Ruimte.

1.4

Leeswijzer

In de volgende hoofdstukken komen achtereenvolgens aan bod: • Hoofdstuk 2: Een beschrijving van het Utrechtse watersysteem • Hoofdstuk 3: De maatschappelijke opgaven waarmee rekening is gehouden. • Hoofdstuk 4: Onze ambitie • Hoofdstuk 5: De belangrijkste beleidskeuzes. • Hoofdstuk 6: De financiële strategie om invulling te geven aan de visie en ambitie De bijlagen geven een overzicht van het bestaande rioleringssysteem, de rioolvervangingskaart 2022 - 2050, kaarten met de belangrijkste opgaven voor wateroverlast en water vasthouden en de ambitiekaart voor de Utrechtse oppervlaktewaterkwaliteit.

Visie Water en Riolering Utrecht

11

2 Het Utrechtse watersysteem Het Utrechtse watersysteem is te verdelen in een afvalwatersysteem, een hemelwatersysteem, het grondwatersysteem en het oppervlaktewatersysteem. In onderstaande paragrafen gaan wij hier nader op in.

Foto: De pompenkelder van rioolgemaal Europaplein na renovatie

Visie Water en Riolering Utrecht

12

2.1

Het afvalwatersysteem

De drink- en afvalwatercyclus, ook wel waterketen genoemd

Bewoners en bedrijven in de gemeente Utrecht produceren jaarlijks ruim 18 miljard liter aan huishoudelijk en bedrijfsmatig afvalwater. Vanuit ruim 160.000 percelen wordt dit afvalwater geloosd op de openbare riolering van de gemeente. We transporteren het afvalwater vervolgens via ruim 900 km vrijverval riolering (riolering waarbij het water wordt getransporteerd door de zwaartekracht), bijna 700 rioolgemalen en pompunits en circa 150 km persleiding (riolering waarbij water wordt getranporteerd door het creëren van een kunstmatig drukverschil) en 10 eindgemalen (laatste gemaal voor zuivering) naar de drie rioolwaterwaterzuiveringsinrichtingen (rwzi’s) binnen de gemeente Utrecht. Deze drie rwzi’s staan aan de Brailledreef (voor de stad ten oosten van het AmsterdamRijnkanaal en Lageweide), de Proostwetering (voor Leidsche Rijn en Vleuten) en de Zandweg (voor De Meern). Het afvalwater van een deel van de polder Rijnenburg wordt afgevoerd naar de rwzi van Nieuwegein. Van zes percelen buiten de bebouwde kom wordt het afvalwater niet afgevoerd naar een rwzi. Deze beschikken over eigen installaties voor de behandeling van afvalwater.

± Leidsche Rijn stad Utrecht

De Meern

Locatie rioolwaterzuivering:

! A ! A ! A

De Meern Leidsche Rijn stad Utrecht

Zuiveringingsgebied rioolwaterzuivering:

0

0,5

1

2 Kilometers

Zuiveringsgebieden Gemeente Utrecht

De Meern Augustus 2020

Leidsche Rijn

1:17.000 A0

stad Utrecht

Gemeente Utrecht, team water, riolering en gemalen (BORG)

Nieuwegein

Zuiveringsgebieden met de locaties van de rioolwaterzuiveringen

Esri Nederland, Community Maps Contributors

Visie Water en Riolering Utrecht

13

De circa 18 miljard liter afvalwater die we jaarlijks inzamelen en afvoeren naar de rwzi’s, wordt vermengd met 10-15 miljard liter hemel- en grondwater. Voor een groot deel is dit bewust en historisch zo gegroeid. Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw werd hemelwater vanwege de mogelijke verontreinigingen deels of volledig naar de rwzi afgevoerd. Tot in de jaren zeventig zelfs via dezelfde buis als het afvalwater. We noemen een dergelijk riool een gemengd riool. Momenteel hebben we daar nog 626 km van in Utrecht. Op het gemengde riool was in 2019 nog 1.532 ha verhard oppervlak aangesloten. RWZI Utrecht

RWZI LR + Vleuten

RWZI De Meern

Totaal

Inwoners per 1-1-2019

260.724

66.477

20.467

347.668

Vuilwater inwoners 2019 (m3/jaar)

11,4 mln

2,9 mln

0,9 mln

15,2 mln

Vuilwater grote lozers 2019 (m3/jaar)

n.b.

n.b.

n.b.

3,1 mln

Verhard oppervlak op gemengd riool [ha]

1.418

61

54

1.532

Verdeling afvalwater over de rioolwaterzuiveringen

Hoewel het gemengde riool goedkoop is in aanleg en relatief weinig ruimte inneemt, heeft het een aantal nadelen. De belangrijkste zijn: • Op jaarbasis gaat 90-95% van de ingezamelde neerslag naar de zuivering, terwijl dit relatief schoon water is wat meestal geen zuivering nodig heeft. Het transport en de zuivering kost geld en extra ruimte op het terrein van de zuivering en het zuiveringsproces wordt er minder efficiënt van. • Als het hard regent kan het riool niet al het hemelwater verwerken. In dat geval wordt verdund afvalwater via overlopen, de zogenaamde overstorten, ongezuiverd geloosd op oppervlaktewater. In Utrecht hebben we 156 gemengde overstorten. Om de grootste overlast door vervuiling tegen te gaan zijn achter de belangrijkste overstorten 18 extra bassin aangebracht, de zogenaamde bergbezinkbassins. Hetzelfde gebeurt bij de rioolwaterzuiveringen. Ook daar kan bij een hevige bui niet al het water worden gezuiverd en wordt een dee ongezuiverd of beperkt gezuiverd rechtstreeks geloosd op oppervlaktewater. Vanwege deze nadelen gebruiken we vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw aparte buizen om afvalwater en hemelwater in te zamelen en af te voeren. Vanaf 1991 geldt voor nieuwbouw de verplichting om regenwater en afvalwater op perceelniveau apart in te zamelen, tenzij de nieuwbouw werd aangesloten op een gemengd openbaar riool.

Vanaf 2012 moet bij nieuwbouw afvalwater en hemelwater in alle gevallen gescheiden ingezameld en aangeleverd worden op het openbare riool. Naast het bewust ingezamelde hemelwater, wordt soms ook onbewust hemel-, grond- en oppervlaktewater afgevoerd naar de rwzi’s. Dit zogenaamde rioolvreemde water kan komen door foutieve aansluitingen, lekkende rioolbuizen of oppervlaktewater wat bij de overstorten naar binnen lekt. In 2011 hebben we die laatste stroom sterk teruggebracht door diverse overstorten te verhogen.

Visie Water en Riolering Utrecht

14

2.2

Het hemelwatersysteem

Van de 9.930 ha gemeenteoppervlak behoort anno 2020 ongeveer tweederde (6.580 ha) tot de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom infiltreert vrijwel al het hemelwater rechtstreeks in de bodem of wordt direct geloosd op de aanwezige sloten. In principe zamelen we buiten de bebouwde kom geen hemelwater in om af te voeren naar de rwzi’s. Van het oppervlak binnen de bebouwde kom is anno 2020 bijna 57% ofwel 3.729 ha verhard. Bijna 7% is water (451 ha) en de resterende 36,5% (2.400 ha) is groen. Het hemelwater van 1.532 ha verharding binnen de bebouwde kom gaat via de gemengde riolen nog naar de rwzi’s. Dit hemelwater wordt vervolgens na zuivering geloosd op de Vecht, de Leidsche Rijn of het Amsterdam-Rijnkanaal en verlaat de stad richting de Noordzee. Onze bodem en het groen hebben er dus geen profijt van. Het hemelwater van de resterende verharding binnen de bebouwde kom infiltreert (deels) boven- of ondergronds in de bodem via waterpasserende verharding, greppels of andere infiltratievoorzieningen of wordt via 375 km aan ondergrondse hemelwaterleidingen geïnfiltreerd of rechtstreeks geloosd op de sloten, vijvers, grachten en kanalen in de stad.

6580 ha

De verwerking van hemelwater in de gemeente Utrecht

Visie Water en Riolering Utrecht

15

2.3

Het grondwatersysteem

Utrecht ligt aan de westelijke voet van de Utrechtse heuvelrug. Omdat water van hoog naar laag stroomt, stroomt het diepere grondwater hierdoor hoofdzakelijk van oost naar west. Naast de diepere grondwaterstroming kent de stad ondiepe grondwaterstromingen. Die ondiepe grondwaterstromingen worden veroorzaakt door regenwater dat infiltreert in de stad. Maar ook een aanzienlijk deel van het Kromme Rijnwater dat de stad in stroomt infiltreert in de Binnenstad. Het Amsterdam-Rijnkanaal fungeert als een grote drain voor de stad. Het diepere grondwater vanaf de Heuvelrug wat nog niet aan de oostrand van de stad naar boven is gekomen wordt voor een belangrijk deel afgevangen door het Amsterdam-Rijnkanaal en afgevoerd naar de Noordzee. Het resultaat is dat het grondwaterpeil in het grootste deel van de stad fluctueert tussen het niveau van de Kromme Rijn (NAP +0,58 m) en het Amsterdam-Rijnkanaal, de Leidsche Rijn en de Vecht (NAP -0,40 m). Alleen aan de noord-, west- en zuidkant van de gemeente wordt het grondwaterpeil niet door de Kromme Rijn en het Amsterdam-Rijnkanaal bepaald, maar door het oppervlaktewaterpeil in de daar aanwezige polders. De diep gelegen Bethunepolder ten noordoosten van Maarssen heeft bijvoorbeeld een grote invloed op de grondwaterstanden in het noordelijke deel van Overvecht

Dwarsdoorsnede van het grondwatersysteem in de gemeente Utrecht

Op de plekken waar nu of vroeger de Rijn gelopen heeft is in Utrecht klei afgezet. Deze kleilaag is op sommige plekken tot 4 meter dik. Onder de kleilaag ligt over het algemeen een goed doorlatend zandpakket met een dikte van 50-60 meter. Aan de west- en noordrand van de stad begint het veenweidegebied en is er naast klei in de bovenste lagen een veenlaag aanwezig. In het bebouwde deel van Utrecht is voor de bouw in meer of mindere mate bovenop de klei- of veenlaag een goed doorlatende zandlaag aangebracht variërend in dikte tussen enkele decimeters tot 1,5 meter. De dikte van deze zandlaag bepaalt over het algemeen of drainage nodig is om hoge grondwaterstanden te voorkomen. Anno 2021 ligt er in Utrecht 239 km aan drainage, waarvan het overgrote deel in Leidsche Rijn. Hier is over het algemeen bij de bouw veel minder opgehoogd dan in oudere stadsdelen als Kanaleneiland en Overvecht.

Visie Water en Riolering Utrecht

16

2.4

Het oppervlaktewatersysteem

Het oppervlaktewatersysteem in Utrecht is te verdelen in drie deelsystemen, die alle drie uiteindelijk gebruik maken van het Amsterdam-Rijnkanaal om het water af te voeren naar de Noordzee. Het eerste gebied ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal wordt vrijwel volledig gevoed door de Kromme Rijn. Elke seconde komt via de Kromme Rijn 6.000 - 8.000 liter water de stad in. Dit water is relatief voedselrijk als gevolg van de landbouw in het Kromme Rijngebied en diverse rioolwaterzuiveringen die lozen op de Kromme Rijn. Het relatief voedselrijke water van de Kromme Rijn is daarmee een bepalende factor voor de kwaliteit van het water in dit deel van de stad. Onder normale omstandigheden verlaat het water de stad weer via de Vecht. Bij hevige neerslag fungeert de Muntsluis bij Oog in Al als noodoverlaat richting het Amsterdam-Rijnkanaal. In die situaties moet heel veel water in korte tijd afgevoerd worden naar het Amsterdam- Rijnkanaal om te voorkomen dat de werven in de Binnenstad onder water komen te staan. Door de zeespiegelstijging wordt het in de toekomst steeds moeilijker om het water van het Amsterdam-Rijnkanaal via het Noordzeekanaal af te voeren naar de Noordzee. Mogelijk dat hierdoor de afvoer via de Muntsluis in de toekomst beperkt gaat worden. Lopend onderzoek zal dit uitwijzen. Het tweede deelsysteem is het noordelijk deel van Leidsche Rijn.

Dit systeem laat zich meer omschrijven als een infiltratie en circulatiesysteem. Het regenwater infiltreert in het gebied via ondiepe greppels, de zogenaamde wadi’s en andere infiltratievoorzieningen. Het grondwater komt vervolgens weer naar boven op de laagste plekken, de Haarrijnseplas en de wijk Terwijde. Het oppervlaktewater wordt zoveel mogelijk binnen Leidsche Rijn vastgehouden en onder invloed van de zwaartekracht en een opvoergemaal gecirculeerd. Het systeem is zeer toekomstbestendig ontworpen, omdat er bij droogte nauwelijks water ingelaten hoeft te worden en bij zware regenval nauwelijks water afgevoerd hoeft te worden naar het Amsterdam-Rijnkanaal. De waterkwaliteit wordt hoofdzakelijk bepaald door de kwaliteit van de neerslag en het grondwater. Hierdoor is het water in dit systeem veel voedselarmer dan het water ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal waar de kwaliteit wordt bepaald door het Kromme Rijnwater. Het derde systeem is het systeem rondom De Meern ten zuiden van de Leidsche Rijn en een deel van polder Rijnenburg. Dit systeem wordt op diverse plekken gevoed en doorgespoeld met water uit de Leidsche Rijn en daarmee het Amsterdam-Rijnkanaal.

Het oppervlaktewatersysteem in de gemeente Utrecht.

Visie Water en Riolering Utrecht

17

Tot voor kort werd het water ter hoogte van De Meern afgevoerd naar de polder Rijnenburg en vervolgens in westelijke richting. Vanaf 2021 ontzien we de polder Rijnenburg en gaat het water vanuit de plas Veldhuizen richting de polders bij Harmelen. Daar wordt het weer opgepompt naar de Leidsche Rijn en vervolgens weer afgevoerd naar het Amsterdam-Rijnkanaal. Met deze aanpassing creëren we meer doorspoeling en daarmee een betere waterkwaliteit in de plas Veldhuizen en ontlasten we het watersysteem van Rijnenburg. Het water van het Amsterdam-Rijnkanaal water is minder voedselrijk dan dat van de Kromme Rijn, maar wel weer voedselrijker dan het door regen- en grondwater gevoede systeem in het noorden van Leidsche Rijn. Naast deze drie grotere oppervlaktewatersystemen zijn vooral aan de noord- en oostkant van de stad diverse plekken waar sloten alleen gevoed worden door neerslag en kwelwater van de Utrechtse Heuvelrug. Op een aantal plaatsen zoals in Lunetten, is de kwel ijzerrijk, wat leidt tot troebel en bruingekleurd water. Maar op sommige plekken is de kwel helder en biedt het potentie voor flora en fauna die horen bij voedselarm water. Het beheer en onderhoud van het Utrechtse oppervlaktewater is verdeeld over een groot aantal partijen. De kanalen met nationaal belang, het Amsterdam-Rijnkanaal en voorheen het Merwedekanaal, zijn in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat.

De regionale en grotere wijkwateren in de stad zijn in beheer en onderhoud bij de waterschappen. Voor het grootste deel is dit Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Voor de Vecht en de Klopvaart is dit Waterschap Amstel, Gooi & Vecht. Het kleinere oppervlaktewater is meestal in onderhoud bij de gemeente. Maar ook (semi-)overheden als ProRail, Staatsbosbeheer, Recreatieschap Stichtse Groenlanden en agrariërs hebben aanzienlijke hoeveelheden water in de gemeente in onderhoud. De gemeente Utrecht onderhoudt zelf 295 ha aan water, verdeeld over 246 km aan watergangen. Dit is ruim een derde van het wateroppervlak in de stad. Daarmee is Utrecht in de regio de gemeente met het meeste water in eigen onderhoud.

Visie Water en Riolering Utrecht

18

3 De opgave Utrecht wil de komende jaren een stad blijven waar iedereen gezond stedelijk kan leven. Hiervoor moet de stad zich aanpassen aan belangrijke ontwikkelingen. Een aantal van deze ontwikkelingen betekenen forse opgaven voor het waterbeleid en -beheer van de stad. De belangrijkste zijn: Het borgen van een robuust water- en rioleringssysteem via beheer, onderhoud en vervanging. De groei van de stad. Het realiseren van een klimaatbestendige stad. Het realiseren van een circulair water- en rioleringssysteem. Het realiseren van een gezond oppervlaktewatersysteem. In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in. In hoofdstuk 4 en 5 en in het programma gaan we in op de vraag hoe we dat doen.

Foto: Aanleg van infiltratieriolen voor het bouwrijp maken van het Defensieterrein

Visie Water en Riolering Utrecht

19

3.1

Vervangingsopgave

Momenteel is het gemeentelijke hoofdrioolstelsel 1.292 km lang. Door de groei van de stad komt daar elk jaar rond de 20 km aan nieuwe riolering bij. Naast het hoofdrioolstelsel hebben we 41 km aan duikers (buisverbindingen tussen watergangen), 239 km aan drainageleidingen,149 km aan pers- en drukleidingen en 246 km aan watergangen in eigendom en beheer. De vervangingswaarde van dit systeem bedraagt bijna 2 miljard euro. Het gemeentelijke rioleringssysteem is over het algemeen in goede staat. Zowel in het beheer en onderhoud van de hoofdriolering als dat van de watergangen is geen sprake van achterstallig onderhoud. De hoofdriolering in Utrecht gaat gemiddeld 70 jaar mee. De afgelopen jaren vervingen we vooral de riolering die voor de oorlog of in de oorlogsjaren was aangelegd. We konden volstaan met het jaarlijks vervangen van 5 km riolering om het gemeentelijk rioolstelsel op orde te houden. De komende jaren staan we voor de opgave om de riolering in de naoorlogse wijken te vervangen en te verbeteren. Omdat in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw veel meer riolering is aangelegd dan in de oorlogsjaren moeten we toewerken naar een jaarlijkse vervanging van 18 km (1.291 km/ 70 jaar), om de kwaliteit van de 1.291 km gemeentelijke vrijvervalriolering op niveau te kunnen houden.

Leeftijdsopbouw van het vrijverval rioolstelsel van de gemeente Utrecht. De hoeveelheid riolering voor de periode 2016-2020 is nog niet compleet

Visie Water en Riolering Utrecht

20

Naast de vervangingsopgave van de hoofdriolering hebben we nog een aantal opgaven om de basis op orde te krijgen en te houden: • Het meten en monitoren van de actuele toestand en functioneren van alle objecten en systemen. Dit vraagt om meetinstrumenten, meetmethodes en informatiesystemen om alle informatie op te slaan en te analyseren. En om nieuw type personeel om de informatie te genereren en te analyseren. • Het reguliere onderhoud. De bestaande objecten en systemen hebben met regelmaat onderhoud nodig om te blijven functioneren. Dit reguliere onderhoud bestaat vooral uit reiniging en reparaties en hebben we vrijwel volledig uitbesteed aan marktpartijen. Denk hierbij aan he reinigen en repareren van rioolgemalen, straatkolken, huisaansluitingen en het maaien en schoonhouden van watergangen. • Het groot onderhoud. Dit is ingrijpender onderhoud dat op een substantieel deel van een object wordt uitgevoerd. Bij water en riolering rekenen we alleen het baggeren van de watergangen tot het groot onderhoud, zodat ze weer aan de gewenste afmetingen voldoen en in staat zijn overtollig hemelwater af te voeren. Gemiddeld baggeren we onze watergangen eenmaal in de 8 jaar.

3.2

Groei van de stad

Veel mensen trekken naar Utrecht om hier te komen wonen en werken. Naar verwachting komen er tot 2040 60.000 woningen bij en groeit de stad van 350.000 inwoners in 2018 naar 455.000 inwoners in 2040 (MPR, 2021). Oude industriegebieden in de stad transformeren naar woon- en werkgebieden, zoals de Merwedekanaalzone en het Beurskwartier. Hoewel er nog geen concrete plannen zijn voor de periode na 2040 gaan we er in deze visie van uit dat de stad in hetzelfde tempo zal doorgroeien. In eerste instantie zorgt de groei van de stad voor een verdere toename van het verharde oppervlak. Dit komt door de laatste ontwikkellocaties van Leidsche Rijn. Daarna bieden de geplande binnenstedelijke ontwikkellocaties juist de mogelijkheid om verharding weg te halen en meer groene plekken in de stad te maken om elkaar te ontmoeten, te bewegen of te sporten. Met het vergroenen beperken we de piekafvoer van hemelwater in de stad en houden we het hemelwater vast waar het gevallen is. De groei van de stad zorgt dat het aanbod aan afvalwater toeneemt. Dit geldt vooral voor de grote ontwikkelingsgebieden rondom het Merwedekanaal (Merwedekanaalzone en Beurskwartier) en heeft daarmee gevolgen voor de zuivering Utrecht. De capaciteit van het huidige afvalwatersysteem inclusief rioolwaterzuivering is echter begrensd.

Om de groei aan te kunnen moet of de zuivering worden uitgebreid of moet de groei van het afvalwateraanbod gecompenseerd worden door vermindering van het aanbod aan hemelwater op de zuivering. De bouwopgave zorgt er voor dat in de ontwikkelgebieden de bestaande rioleringssystemen aangepast of vervangen moeten worden, wat de mogelijkheid biedt afvalwater en hemelwater van elkaar te scheiden en hemelwater lokaal te verwerken. De verwachte groei van het afvalwateraanbod voor de komende 20 jaar is weergegeven in onderstaande tabel en bedraagt ruim 30%. Zuiveringsgebied

Groei aantal woningen 2020-2040

Groei aantal inwoners 2020-2040

Groei afvalwater [m3/jaar]

RWZI Utrecht

42.500

76.500

+ 3.4 miljoen (+29%)

RWZI Leidsche Rijn

16.000

28.500

+ 1,2 miljoen (+43%)

RWZI De Meern

1.500

2.500

+ 0,1miljoen (+12%)

Totaal

60.000

107.500

+ 4.7 miljoen (+31%)

Verwachte groei aanbod huishoudelijk afvalwater per rioolwaterzuivering van 2020 - 2040

Visie Water en Riolering Utrecht

21

Tot slot betekent de groei van de stad een toename van het recreatief gebruik van de openbare ruimte en daarmee ook op en in het water. Voorwaarde is dat we het water gezond houden met een goede waterkwaliteit. Mogelijk ook dat het recreatieve gebruik zorgt voor intensivering van het noodzakelijke onderhoud.

3.3

Een klimaatbestendige stad

Ons klimaat verandert. Hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en meer kans op drogere zomers. De verwachting van het KNMI is dat het klimaat in Nederland in 2050 overeen zal komen met het huidige klimaat in Bordeaux (Frankrijk) of Noord-Italië. De afgelopen jaren kregen we al een voorproefje met een hele droge zomer (2018) en extreem warme dagen (2019 en 2020). Daarnaast hadden we ook dagen met extreme neerslag (bijvoorbeeld 19 juni en 12 juli 2019). De winter 2017-2018 was daarentegen weer extreem nat. In het bestuursakkoord Klimaatadaptatie uit 2018 hebben de overheden in Nederland afgesproken dat elke overheid uiterlijk in 2020 de gevolgen van dit extremere weer in beeld heeft gebracht via een klimaatstresstest en de ambities en aanpak heeft vastgelegd in beleid. Het resultaat van de klimaatstresstest van de gemeente Utrecht is hier te vinden. De gemeentelijke opgave en aanpak staan beschreven in de Visie Klimaatadaptatie. De belangrijkste opgaven voor het thema water zijn: • We spannen ons in dat bij een heftige regenbui tot aan 80 mm in één uur de openbare ruimte en de riolering zo zijn ingericht dat er geen schade optreedt aan panden en geen hinder op belangrijke wegen, zodat hulpdiensten kunnen komen waar ze moeten zijn. • We maken een stad waarvan de bodem als spons werkt.

We houden minimaal 90% en bij voorkeur 100% van onze jaarlijkse neerslag vast op de plek waar deze gevallen is. • We spannen ons in om een minimale grondwaterstand te handhaven bij droogte • We zorgen ervoor dat het oppervlaktewater gezond blijft. De eerste twee opgaves zijn weergegeven op de kaarten in bijlage 3 en 4. De opgave om wateroverlast te voorkomen zit verspreid over de hele stad. De opgave om 90% van het regenwater vast te houden zit grotendeels in de gebieden die voor 1970 zijn gebouwd en daarmee vooral in de stad ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal. Deze opgave vertoont ruimtelijk een grote overlap met de rioolvervangingsopgave en ook met de vergroeningsopgave om klimaatadaptief te worden. De klimaatadaptatieopgave en de bijbehorende aanpak heeft hiermee grote gevolgen voor het gemeentelijke waterbeleid en de bijbehorende investeringen.

Een ondergelopen fietstunnel na hevige neerslag op 19 juni 2019 in Lunetten

Visie Water en Riolering Utrecht

22

3.4

Een circulair water- en rioleringssysteem

Een toekomstbestendig water- en rioleringssysteem betekent ook het sluiten van de kringlopen voor grondstoffen, water en energie. Dit houdt bijvoorbeeld in dat we reststoffen van onze rioleringsbuizen opnieuw inzetten als grondstof (gebeurt nu al) en eindige grondstofbronnen niet uitputten. Het rijksbeleid is om in 2050 alle grondstoffen te hergebruiken. Als gemeente hebben we ons ten doel gesteld dat per 2030 minimaal 50% van onze inkoop circulair is. Om te komen tot een circulair water- en rioleringssysteem moeten we voldoen aan de volgende voorwaarden: • We beperken de hoeveelheid energie, grondstoffen en water in onze systeem zoveel mogelijk. • We halen energie, grondstoffen en water zoveel mogelijk uit duurzame bronnen. We winnen waar mogelijk energie, grondstoffen en water na gebruik weer terug. We bouwen en richten ons water- en rioleringssysteem natuurinclusief in. Het terugwinnen van grondstoffen en warmte uit afvalwater gaat makkelijker als het afvalwater op de rioolwaterzuivering niet is gemengd met schoon hemelwater. Zoals in hoofdstuk 2.2 beschreven ligt hier nog een grote opgave, omdat momenteel nog van ruim 1.500ha verhard oppervlak het hemelwater wordt vermengd met afvalwater en wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Momenteel bestaan de buizen en putten van ons rioolstelsel voor 10% uit hergebruikte grondstoffen.

Dit percentage moet de komende jaren dus nog fors verhoogd worden om de doelstelling te halen. Dit stelt eisen aan onze inkoop van materialen en aanbesteding van werken. Andere afvalstoffen die in aanmerking komen voor hergebruik zijn de bagger uit watergangen (voor zover die voldoet aan de criteria voor hergebruik) of het maaisel van water- en oeverplanten. De afgelopen jaren is de meeste schone bagger gebruikt voor het verondiepen van de Hoogekampse plas bij Groenekan. Nu het verondiepen van deze plas klaar is, zijn we nog op zoek naar een nieuwe locatie waar we onze bagger nuttig kunnen inzetten. Door regenwater vast te houden en nuttig te gebruiken voor bijvoorbeeld het besproeien van de tuin of voor het spoelen van het toilet, besparen we op het gebruik van drinkwater.

3.5

Een CO2 arm water- en rioleringssysteem

Het landelijke doel is om in 2050 95% minder CO2 uit te stoten. De gemeente Utrecht wil dit realiseren door zoveel mogelijk energie te besparen en energie op te wekken met duurzame energiebronnen. Energie afkomstig van niet-duurzame, veelal fossiele energiebronnen, zoals aardgas, wordt vervangen. Ook wil de gemeente dat er in Utrecht zo min mogelijk opgewekte energie onnodig verloren gaat. Energie opwekken doen we zo duurzaam mogelijk, bijvoorbeeld met zonnepanelen en windmolens. De energietransitie heeft op verschillende manieren gevolgen voor het omgaan met water. Zo zijn er goede mogelijkheden om warmte en koude te winnen uit afvalwater, grondwater en oppervlaktewater (aquathermie genoemd). Daarnaast dienen we het gebruik van fossiele brandstoffen voor bijvoorbeeld de aandrijving van rioolgemalen en andere assets terug te dringen. Bij aanbestedingen van rioleringswerken stimuleren we nu al bijvoorbeeld het gebruik van elektrische voertuigen en machines. Ook liggen er kansen om werk met werk te maken bij de aanleg en vervanging van riolering en warmtenetten, het combineren van waterberging en zonnepanelen op daken en bij nieuwbouw en renovatie van bestaande bouw. Denk bij het laatste aan het inbouwen van warmtewisselaars in de afvoer van douchewater. Al deze ontwikkelingen staan nog in de kinderschoenen.

Visie Water en Riolering Utrecht

23

3.6

Een gezonde waterkwaliteit

De gemeente Utrecht heeft 246 km aan watergangen in onderhoud. Daarnaast maken Utrechters gebruik van watergangen die in onderhoud zijn bij de waterschappen en andere partijen zoals Rijkswaterstaat. Al deze waterlopen bepalen het karakter in de stad. Zo werd Utrecht al enkele malen uitgeroepen tot de mooiste grachtenstad van Europa. Een goede waterkwaliteit is daarbij essentieel. Een goede waterkwaliteit: • Draagt bij aan een gezond leefklimaat en een positieve beleving van de openbare ruimte. • Is een belangrijk voor de flora en fauna in en het recreatieve gebruik van het water in de stad. De waterkwaliteit voldoet momenteel nog niet overal aan de Europees afgesproken chemische en ecologische doelstellingen in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze doelstellingen moeten uiterlijk in 2027 gerealiseerd zijn. Voor de grotere wateren in de stad, zoals Vecht, Kromme Rijn, Merwedekanaal, Amsterdam-Rijnkanaal etc. liggen de doelstellingen vast op Europees niveau. Voor deze wateren geldt een resultaatsverplichting om de waterkwaliteit te halen, oftewel zijn we als overheden aanspreekbaar als we de gewenste doelstelling niet realiseren. Vooral vanwege de stikstof- en fosfaatproblematiek is dit in heel Nederland nog een forse uitdaging.

Voor de zogenaamde overige wateren (kleinere wateren) worden de doelstellingen op provinciaal niveau vastgelegd in het Bodem- en Waterprogramma van de provincie. Hiervoor geldt een inspanningsverplichting, ofwel betrokken partijen zijn niet aanspreekbaar op het resultaat, maar wel of ze zich voldoende hebben ingespannen om de waterkwaliteit te realiseren. Waterschap HDSR en de inliggende gemeenten hebben in 2014 via de regionale samenwerking afgesproken zich samen in te spannen om in de kleine wateren overal minimaal de waterkwaliteit “Zichtbaar” te realiseren. In 2020 hebben HDSR en gemeente de doelstellingen voor de overige wateren geëvalueerd en hebben we gezamenlijk de ambitie afgesproken om waar mogelijk een hogere doelstelling na te streven. Ongeveer een derde van het Utrechtse oppervlaktewater voldoet momenteel nog niet aan de doelstellingen.

In de hete zomer van 2020 is er blauwalg geconstateerd in de Plas Veldhuizen

Visie Water en Riolering Utrecht

24

De hogere temperaturen en langere droge periodes als gevolg van klimaatverandering zorgen ervoor dat de waterkwaliteit van wateren die nu wel voldoen aan de doelstellingen in de toekomst onder druk komt te staan. Door de hogere temperaturen en de groei van de stad neemt het recreatieve gebruik van het water toe. Recreatief gebruik stelt vanwege de gezonheid vooral eisen aan de bacteriologische kwaliteit (zwemwaternorm) en aan de veiligheid in en om het water. In 2018 is de Utrechtse soortenlijst van kracht geworden. Deze soortenlijst voorziet in de bescherming van drie groepen soorten planten en dieren (soorten die voorheen beschermd waren onder de Flora en faunawet, soorten die voor de gemeente Utrecht belangrijk zijn en in Utrecht voorkomende soorten die van nationaal belang zijn). Het beschermen van deze soorten en hun leefmilieus draagt bij aan het behoud van de biodiversiteit in Utrecht en past in de ambitie van gezond stedelijk leven. Dit alles stelt hogere eisen aan de waterkwaliteit in de stad en daarmee aan het waterkwaliteitsbeleid. En daarnaast aan de toegankelijkheid en inrichting van oevers en de andere onderdelen van ons water- en rioleringssysteem zoals straatkolken, putten en gemalen. Naast soorten die we willen beschermen in Utrecht zijn er ook soorten planten en dieren die we bestrijden.

Over het algemeen betreft dit soorten die hier van nature niet voorkomen en de gezondheid, de werking van het water- en rioleringssysteem of de biodiversiteit aantasten, de zogenaamde invasieve exoten. Voorbeelden hiervan zijn de Amerikaanse rivierkreeft en de reuzenberenklauw. Onder regie van de provincie werken we samen met buurgemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat aan plannen om de invasieve exoten te bestrijden.

De regionale streefbeelden voor de waterkwaliteit

Visie Water en Riolering Utrecht

25

3.7

Klaar voor de Omgevingswet

Op 1 juli 2022 wordt naar verwachting de nieuwe Omgevingswet ingevoerd. Het doel van de Omgevingswet is om de regelgeving inzichtelijker, samenhangender en meer gebiedsgericht te maken, en om sneller tot besluitvorming te komen. Om dit te bereiken, vervalt veel nationale regelgeving, wat ruimte geeft om op gemeentelijk niveau zaken gebied specifiek vast te leggen. “Decentraal, tenzij” is een belangrijk principe van de Omgevingswet. De Omgevingswet vereist dat elke gemeente online begrijpelijke informatie over de fysieke leefomgeving aanbiedt en zo een gelijke informatiepositie voor de stad creëert. Dit vraagt dat we alle informatie over het water- en rioleringssysteem verbeteren en digitaal toegankelijk maken. De verbeterde informatie bieden we aan bij het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarmee heeft iedereen via het vernieuwde Omgevingsloket toegang tot die verbeterde informatie. Zo kan iedereen snel zien wat op een bepaalde locatie wel en niet is toegestaan. Ook is er toegang tot informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zoals gegevens over de waterkwaliteit ter plaatse. Met al deze informatie kan iedereen via het DSO een vergunning zo compleet mogelijk aanvragen of een melding doen. Tot slot heeft de Omgevingswet gevolgen voor alle regels over de fysieke leefomgeving.

In het omgevingsplan komen voortaan alle regels samen over bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en wereld erfgoed. Dat betekent dat alle water- en riolering gerelateerde regels die overkomen uit de nationale regelgeving (ook wel ‘bruidsschat’ genoemd) en de regels uit de bestaande verordeningen en bestemmingsplannen overgezet moeten worden. De regels in het omgevingsplan (bestemmingsplanregels + verordeningen + bruidsschat) moeten aansluiten bij wat in de Omgevingsvisie is opgenomen. In de bruidsschat zitten veel regels die betrekking hebben op aansluitingen en lozingen van afval-, hemel- en grondwater. Deze worden bij voorkeur bij invoering van de Omgevingswet en uiterlijk voor 2030 omgezet naar regels voor het Utrechtse Omgevingsplan.

Visie Water en Riolering Utrecht

26

4 Onze ambitie Utrecht streeft naar een water- en rioleringssysteem dat gezond, robuust en toekomstbestendig is voor iedereen! In dit hoofdstuk beschrijven we wat we hier in hoofdlijnen onder verstaan.

Foto: Klimaatbestendige, groene inrichting in de Oldenburgerstraat

Visie Water en Riolering Utrecht

27

Een water- en rioleringssysteem dat gezond, robuust en toekomstbestendig voor iedereen is, is een systeem:

Gezond is • • • • •

Dat veilig te gebruiken is door bewoners, gebruikers, planten en dieren en daarop is ingericht; Waar het ontstaan van afvalwater en afvalproducten zoveel mogelijk wordt beperkt of voorkomen. Waar afvalwater of afvalproducten, die toch ontstaan, zo min mogelijk zijn verontreinigd. Waar schone en vuile stromen zijn gescheiden en kringlopen zoveel mogelijk zijn gesloten. Dat flexibel is aan te passen aan de eisen en wensen van de toekomst. Waar verontreiniging van bodem, lucht en grond- en oppervlaktewater zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Robuust is •

Waar kleine verstoringen niet leiden tot uitval en snel en doelmatig worden verholpen. Grote verstoringen worden zoveel mogelijk voorkomen. Waar de aansluiting op de openbare riolering correct is uitgevoerd en zo functioneert dat iedereen er gebruik van kan maken. Waar de gemeentelijke zorgplichten met betrekking tot stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater doelmatig worden uitgevoerd en de maatschappelijke baten en kosten in balans zijn. Waar duidelijk is wie wat beheert en welke verantwoordelijkheden daaruit voortvloeien.

Toekomstbestendig is Dat bestand is en beschermt tegen extreem weer en het veranderende klimaat, zoals hevige neerslag en langdurige droogte. Dat geschikt is voor de functies waarvoor het bedoeld is. Hierbij streven we ernaar zoveel mogelijk functies te combineren om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten. Waar de kringlopen voor water, materiaal en energie zoveel mogelijk zijn gesloten. Dat flexibel is aan te passen aan de eisen en wensen van de toekomst.

Voor iedereen is • • •

Waar iedereen gebruik van kan maken, ofwel onder voorwaarden op kan worden aangesloten. Waar iedereen een bijdrage aan levert, als eigenaar en/of gebruiker. Waar iedereen naar rato van het gebruik aan meebetaalt.

De uitwerking van deze ambities staat beschreven in het volgende hoofdstuk. Hierin staan ook de belangrijkste beleidskeuzes beschreven.

Visie Water en Riolering Utrecht

28

5 Beleidskeuzes In dit hoofdstuk behandelen we het beleidskader voor de zorgplichten op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en de uitgangspunten die we hanteren voor het onderhoud van ons oppervlaktewater. Ook geven we aan welke beleidswijzigingen we doorvoeren om invulling te geven aan de opgaves beschreven in hoofdstuk 3 en de ambities in hoofdstuk 4.

Foto: Een wadi in het midden van de Eykmanlaan voor het infiltreren van regenwater

Visie Water en Riolering Utrecht

29

5.1

Afvalwater

De wettelijke zorgplicht

De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een zuiveringsinrichting (Wet Milieubeheer artikel 10.33, straks in artikel 2.16, lid 1a van de Omgevingswet). Hierbij geldt de voorkeursvolgorde zoals genoemd in artikel 10.29a in de Wet Milieubeheer. Kort samengevat is dit de volgorde: 1. Het ontstaan van afvalwater wordt zoveel mogelijk voorkomen of beperkt. 2. Als afvalwater toch ontstaat wordt het zo min mogelijk verontreinigd. 3. Afvalwaterstromen worden daarom gescheiden gehouden. Behalve als door het samenvoegen van de stromen de verwerking geen probleem ondervindt. Naast de zorgplicht die de gemeente heeft, heeft ook een gebouw- en perceeleigenaar een wettelijke zorgplicht voor het functioneren van de riolering op het eigen terrein of gebouw.

5.1.1 Inzameling afvalwater

We maken onderscheid tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a987bad3-be1a-41e2-89f2-ca109277a2e7