Visie Vervoer voor iedereen (april 2021).docx
Tekst van het document
Vervoer voor iedereen Gemeente Utrecht
21 oktober 2020 Kenmerk 8045622
Utrecht.nl
Inhoud Voorwoord
4
1
Introductie
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ambitie en veranderopgave
6
1.3
Samenwerking in de regio
8
1.4
Leeswijzer
9
2
Vervoer voor iedereen
10
2.1
Utrechts vervoersysteem
10
2.2
Zelfstandig vervoer
12
2.2.1
Lopen en Fietsen
12
2.2.2
(Toegankelijk) openbaar vervoer
13
2.3
Aanvullend openbaar vervoer
15
2.4
Met hulp van het netwerk of lokale initiatieven
17
2.5
Doelgroepenvervoer en individueel vervoer
17
3
Uitgangspunten Vervoer voor iedereen
19
3.1
Uitgangspunt 1 Inwoners gebruiken de vervoersvoorziening zo laag in de piramide als voor hen mogelijk is
19
3.2
Uitgangspunt 2 We bieden passend vervoer
20
3.3
Uitgangspunt 3 We creëren samenhang tussen (aanvullend) openbaar vervoer en doelgroepenvervoer
3.4
20
Uitgangspunt 4 De verschillende vormen van doelgroepenvervoer worden op elkaar afgestemd 21
3.5
Uitgangspunt 5 Het systeem is eenvoudig en betaalbaar
21
3.6
Uitgangspunt 6 We streven naar het terugbrengen van de druk op het milieu
22
4
Realiseren van uitgangspunten
23
4.1
Toegankelijkheid openbaar vervoer en invulling aanvullend openbaar vervoer
23
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
2/32
4.2
Pilots doelgroepenvervoer
24
4.3
Aansluiting tussen doelgroepenvervoer en (aanvullend) openbaar vervoer
25
4.4
Risico’s
25
4.5
Van uitgangspunt naar praktijk
26
4.6
Tijdlijn
26
4.7
Vervolg
29
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
3/32
Voorwoord “Het is de normaalste zaak van de wereld dat iedereen kan meedoen, zowel in fysiek als sociaal opzicht. En dat de stad en haar voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn en dat alle Utrechters gelijkwaardig worden bejegend. In de praktijk blijken sommige Utrechters echter letterlijk en figuurlijk tegen drempels aan te lopen als ze willen meedoen. Die drempels willen we wegnemen en we werken aan betere fysieke en sociale toegankelijkheid voor iedereen.” Deze passage is opgenomen in het Coalitieakkoord Utrecht: Ruimte voor iedereen. Utrecht is een stad voor iedereen. Dat betekent ook vervoer voor iedereen, dus ook voor mensen voor wie dat vanwege een beperking minder vanzelfsprekend is. Om mee te doen aan de maatschappij - te werken, leren, recreëren en contacten onderhouden - moeten mensen zich kunnen verplaatsen. Mensen kiezen hiervoor normaal gesproken een eigen vervoermiddel of het (aanvullend) openbaar vervoer. Wanneer mensen als gevolg van een beperking niet in staat zijn gebruik te maken van openbaar vervoer of eigen vervoer, dan zijn er vervoersvoorzieningen die het hen mogelijk maken toch de gewenste reizen te maken, gezamenlijk noemen we dit het doelgroepenvervoer1. Het geheel van vervoersvoorzieningen in de gemeente Utrecht moet dan ook in samenhang worden bekeken.
Alle vormen van vervoer hangen met elkaar samen; hoe toegankelijker het openbaar vervoer, hoe meer mensen hier gebruik van kunnen maken en hoe minder druk op het doelgroepenvervoer er ontstaat. Met deze visie Vervoer voor Iedereen geven we uitvoering aan de ambitie om vervoer voor iedereen te realiseren.
Maarten van Ooijen
Lot van Hooijdonk
Wethouder maatschappelijke ondersteuning
Wethouder mobiliteit
1 Doelgroepenvervoer: Het vervoer van mensen die vanwege een beperking tijdelijk of chronisch te maken hebben met
beperkingen in hun mobiliteit en daardoor niet zelfstandig kunnen reizen. Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
4/32
1 Introductie 1.1 Aanleiding De komende jaren zijn er op het gebied van vervoer verschillende ontwikkelingen te verwachten.
Gemeente Utrecht staat voor de opgave een vervoersysteem te realiseren waarbij niemand tussen wal en schip valt. Tegelijkertijd staan we in de regio voor een forse bereikbaarheidsopgave, zien we dat het
gebruik van het doelgroepenvervoer stijgt. Als we een kwaliteitsimpuls aan het doelgroepenvervoer willen
geven, dan is belangrijk om de verschillende vervoersvragen in samenhang te benaderen. Deze visie dient dan ook als inhoudelijk kader voor de beoordeling van en sturing op voornoemde ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit en doelgroepenvervoer en biedt het kader voor ontwikkelingen op deze terreinen. De eerste grote uitdaging hierop is de overgang van de verantwoordelijkheid voor de inkoop en het
contractbeheer van sociaal-recreatief vervoer (de huidige regiotaxi) per december 2023. Dit hangt nauw
samen met ontwikkelingen en beleidskeuzes op het gebied van mobiliteit. Daarom is een brede visie over vervoer nodig. Deze visie is dan ook als volgt gepositioneerd:
Visie Sociale Basis Agenda Toegankelijkheid
Vervoer voor iedereen
Mobiliteitsplan
Verdieping ten aanzien van toegankelijk en bereikbaar vervoer - als basis voor diverse ontwikkelingen op het thema vervoer
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
5/32
Op dit moment is het geheel aan vervoersvoorzieningen in Utrecht niet samenhangend en sluit het niet altijd even goed aan op de vraag van de gebruiker. Naar de toekomst toe zijn ontwikkelingen te verwachten die het vervoer nog meer onder druk zetten:
Maatschappelijke ontwikkelingen zoals de groei van de stad, dubbele vergrijzing en langer
zelfstandig thuis blijven wonen zullen de vraag naar op de doelgroep aangepast vervoer doen toenemen;
De financiële bijdrage van de provincie Utrecht voor regiotaxi wordt afgebouwd van bijna € 2 miljoen per jaar in 2019 naar € 0 in 2024;
Steeds meer voorzieningen, zoals bankvestigingen en winkels, verdwijnen uit de wijk waardoor
afstanden groter worden en andere vervoersvoorzieningen nodig zijn om mee te kunnen blijven doen in de samenleving;
De complexiteit van de markt voor de taxibranche. Door (te) sterke prijsconcurrentie lijden veel taxibedrijven verlies wat leidt tot faillissementen en onvoldoende focus op het verbeteren van kwaliteit in het doelgroepenvervoer;
Het door de vervoerssector gesteunde Bestuursakkoord Zero emissie doelgroepenvervoer vanaf 2025;
Voor de grootste groep reizigers is frequenter openbaar vervoer langs de wijk in plaats van
minder vaak door de wijk een goede keuze. Maar voor sommige mensen is het juist van belang dat de afstanden naar de bushaltes niet te lang worden.
Een aantal van bovenstaande ontwikkelingen kunnen leiden tot mobiliteitsarmoede2. Een groter deel van de inwoners is hierdoor aangewezen op doelgroepenvervoer.
In deze visie wordt het geheel aan vervoersvoorzieningen geschetst en wordt aangegeven op welke
thema’s de komende periode wordt ingezet om een samenhangend vervoersysteem te creëren in de gemeente Utrecht. Dit betekent dat het huidige vervoersysteem de komende jaren zal veranderen.
Hiervoor zijn uitgangspunten geformuleerd die ook de basis vormen voor onze samenwerking met de provincie. Dit geeft het kader voor het doelgroepenvervoerbeleid van de gemeente Utrecht voor de komende jaren met een goede aansluiting op het mobiliteitsbeleid van de gemeente Utrecht.
1.2 Ambitie en veranderopgave Gemeente Utrecht wil een vervoersysteem dat beter uitvoerbaar, duurzamer en beter passend is; vervoer voor iedereen. Zodat het aanbod, meer dan nu, aansluit bij de behoeften van inwoners en we er aan
bijdragen dat zij kunnen meedoen naar vermogen. Hierbij sluiten we aan bij de leidende principes van het Utrechts model van zorg en ondersteuning:
Leefwereld centraal, de behoeften van de gebruiker van de voorziening wordt als uitgangspunt genomen;
Uitgaan van mogelijkheden, in plaats van beperkingen. Hierbij is eigen regie vanzelfsprekend; Zo nabij mogelijk;
Doen wat nodig is, waarbij ruimte is voor professionals en voor professionele afwegingen; Eenvoud, het systeem moet eenvoudig en begrijpelijk zijn voor iedereen.
2 Mobiliteitsarmoede (definitie KIM, uit: Mobiliteitsarmoede: vaag begrip of concreet probleem): Het niet of moeilijk kunnen bereiken
van activiteitenlocaties (in termen van moeite) als gevolg van gebrekkige vervoersmogelijkheden (zowel objectief als gepercipieerd), in combinatie met de sociaal-economische en ruimtelijke omstandigheden waarin mensen verkeren en hun vaardigheden. Hierdoor worden zij belemmerd in hun deelname aan het maatschappelijk leven, waardoor de kwaliteit van leven negatief wordt beïnvloed.” Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020 6/32
Het model werk met drie sporen:
Spoor 1 – een sterke samenleving: de sociale basis en gewoon opgroeien Spoor 2 – Steun waar nodig: basiszorg voor jeugd, gezin en volwassenen Spoor 3 – Specialistisch maatwerk waar nodig: aanvullende zorg
Doelstelling binnen het model is zoveel mogelijk ‘de beweging naar voren’ te faciliteren, waarbij we uitgaan van mogelijkheden.
Dit wordt ook ondersteund door de ratificering van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap3 in 2016. Het uitgangspunt van het VN-verdrag is dat mensen met een beperking zo
gelijkwaardig mogelijk moeten kunnen deelnemen aan de maatschappij. Gemeente Utrecht heeft hiervoor de Agenda ‘Utrecht voor iedereen toegankelijk’ opgesteld. Om zo gelijkwaardig mogelijk deel te nemen
aan de maatschappij moeten mensen zich kunnen verplaatsen. Het is daarom gewenst om te zorgen dat inwoners zich zoveel mogelijk met reguliere voorzieningen kunnen verplaatsen. Om dit te realiseren is
het belangrijk dat het openbaar vervoer toegankelijk is (fysiek en mentaal). Daarnaast is het belangrijk om de sociale functie van het openbaar vervoer goed in te vullen.
Openbaar vervoer levert naast de bijdrage aan het oplossen van de bereikbaarheidsopgave (op een ruimte efficiënte en milieuvriendelijke manier) juist ook een uitkomst voor mensen die geen alternatieve
vervoersmogelijkheid (kunnen) gebruiken. Met de sociale functie van openbaar vervoer bedoelen we OVritten die met een sociaal-recreatief motief worden gemaakt, bijvoorbeeld om te winkelen, het bezoek van vrienden/familie/kennissen en uitgaan, ook door mensen met een beperking.
Vernieuwing en samenhang in het doelgroepenvervoer en (aanvullend) openbaar vervoer is nodig. Om dit te bewerkstelligen werken we aan drie thema’s4: 1. 2.
Gebruik van het openbaar vervoer stimuleren; Doelgroepenvervoer efficiënter organiseren;
3 ”Teneinde personen met een handicap in staat te stellen zelfstandig te leven en volledig deel te nemen aan alle facetten van het
leven, nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie- en communicatietechnologieën en –systemen, en tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden.” VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, 2007. 4 Deze thema’s komen terug in de landelijke vernieuwingsagenda doelgroepenvervoer en openbaar vervoer “Iedereen onderweg”,
opgesteld door VWS en I&W. Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
7/32
3.
Doelgroepenvervoer en (aanvullend) openbaar vervoer beter op elkaar laten aansluiten (inclusief een goede invulling van het AOV)
1.3 Samenwerking in de regio Vervoer overstijgt vaak de lokale context. Het is dan ook een domein waarbij veel samenwerking in de regio plaatsvindt; met de provincie, maar ook met de gemeenten in de regio.
Het opdrachtgeverschap voor het openbaar vervoer ligt bij de zogenoemde OV-autoriteiten. In de regio Utrecht zijn dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het spoorvervoer en de provincie
Utrecht voor het meeste lijngebonden bus- en tramvervoer en voor de Regiotaxi. Deze zogeheten OV-
autoriteiten organiseren het openbaar vervoer door concessies uit te geven. Voor het provinciale bus- en tramvervoer heeft de provincie Utrecht twee concessies uitgegeven. Voor het sociaal-recreatief vervoer beheert de provincie contracten voor de regiotaxi. Dit is voor 95% Wmo-vervoer in opdracht van de
gemeenten in de regio van deur tot deur voor mensen met een Wmo-indicatie. Het gaat hier om het niet planbare vraagafhankelijke vervoer zoals visites, bijwonen plechtigheden en deelnamen aan
verenigingsleven. In het provinciale Uitvoeringsprogramma OV 2019-2023 kunt u lezen op welke manier de provincie deze jaren werkt aan de ontwikkeling van het OV in onze regio. Hierbij wordt veel samengewerkt met onze gemeente.
De gemeente Utrecht heeft in het openbaar vervoer de volgende rollen: -
Beheerder van het openbaar gebied, waarbij zorg wordt gedragen voor de prioritering bij
verkeerslichten, de verkeersveiligheid en de inpassing en inrichting van wegen, bushaltes en de
openbare ruimte. Al deze aspecten beïnvloeden het openbaar vervoer, bijvoorbeeld als het gaat om de doorstroming en comfort van busroutes, de fietsstallingen, de kwaliteit en toegankelijkheid van stations/haltes en de aanlooproutes etc. -
Uitvoering van de Wmo, waarbinnen de gemeente verantwoordelijk is voor het sociaal-recreatief
vervoer (regiotaxi). Vanaf eind 2023 wordt de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van dit contract. -
Vertegenwoordiger van OV-reizigers in/van/naar de stad Utrecht, waarbij de gemeente deze
belangen zo krachtig mogelijk inbrengt in processen en projecten. Daarbij gaat het zowel om
bestaande als potentieel nieuwe reizigers die de gemeente een goed alternatief biedt voor de auto in de stad. -
Realiseren van een gezonde verstedelijking in de stad en regio, waarvoor ook bijdragen van rijk en provincie nodig zijn voor het realiseren van een schaalsprong in het openbaar vervoer.
Niet alleen op het gebied van openbaar vervoer en regiotaxi vindt regionale samenwerking plaats. In
december 2018 heeft bij de verschillende gemeenten in de provincie Utrecht en bij de provincie Utrecht besluitvorming plaatsgevonden over het gezamenlijk lopen van een proces om vernieuwing van het
doelgroepenvervoer en het aanvullend openbaar vervoer vorm te geven. Hiervoor is het programma
Vernieuwing Doelgroepenvervoer en Aanvullend Openbaar Vervoer opgezet. Het doel van het programma is om samenwerking te zoeken en zo een inclusief vervoersaanbod (vervoer voor iedereen, dus ook voor mensen met beperkte mobiliteitsmogelijkheden) te realiseren. De invulling van het gemeentelijk
doelgroepenvervoer wordt per Wmo-regio vormgegeven en de invulling van het aanvullend openbaar
vervoer wordt door de provincie vormgegeven. Op dit moment wordt door de provincie een projectplan Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
8/32
geschreven over aanvullend openbaar vervoer en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Gemeente Utrecht is hierbij goed aangesloten.
Binnen het Programma Vernieuwing Doelgroepenvervoer en Aanvullend openbaar vervoer is aandacht voor drie pijlers:
1. Overgang sociaal recreatief vervoer naar gemeenten, december 2023; 2. 3.
Pilots doelgroepenvervoer (vooral (sociaal recreatief) Wmo-vervoer);
Aansluiting tussen doelgroepenvervoer en aanvullend openbaar vervoer.
In hoofdstuk 4 wordt een uitwerking van deze pijlers gegeven.
1.4 Leeswijzer In deze Visie wordt in hoofdstuk 2 uiteengezet hoe het Utrechtse vervoersysteem eruit ziet en worden de verschillende niveaus van het Utrechtse vervoersysteem verder uitgewerkt. In hoofdstuk 3 wordt geschetst waarom vernieuwing van het doelgroepenvervoer en een goede aansluiting op het (aanvullend) openbaar vervoer nodig is en worden de uitgangspunten met betrekking tot Vervoer voor Iedereen geschetst. Tenslotte geven we een doorkijk naar het vervolg en hoe dit wordt uitgewerkt. Met deze Visie wordt de richting bepaald van het ontwikkeltraject met betrekking tot de vernieuwing van het doelgroepenvervoer met een goede aansluiting op het mobiliteitsbeleid van de gemeente Utrecht. Om de uitgangspunten te realiseren zijn maatregelen nodig. Deze krijgen hun beslag in aanbestedingen op het gebied van vervoer.
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
9/32
2 Vervoer voor iedereen 2.1 Utrechts vervoersysteem Gemeente Utrecht staat voor de opgave een stabiel, flexibel, betaalbaar, uitvoerbaar, passend en betrouwbaar vervoersysteem te ontwikkelen. Een systeem dat tegemoetkomt aan de vragen van de verschillende typen gebruikers en waarbij oog is voor innovatie, duurzaamheid en milieu: vervoer voor iedereen. Binnen een afnemend budget moet in een groeiende vraag naar mobiliteit worden voorzien. Gemeente Utrecht staat dus voor de opgave het ook in de toekomst mogelijk te maken mensen met een mobiliteitsbeperking mee te laten doen aan de maatschappij. Mobiliteit is een belangrijke voorwaarde om mee te kunnen doen. In onderstaande figuur is de hiërarchie in verschillende vervoersvoorzieningen weergegeven. De basis bestaat uit zelfstandig vervoer: lopen, fietsen, (toegankelijk) openbaar vervoer en auto. De eerste trede is aanvullend openbaar vervoer en deelmobiliteit. Wanneer regulier toegankelijk openbaar vervoer ontbreekt binnen een loopafstand van 400 meter, is het belangrijk om te kijken of er passende alternatieven mogelijk zijn met aanvullend openbaar vervoer en deelmobiliteit (zie kader Casus Schaakbuurt). De tweede trede is vervoer met hulp van het netwerk of lokale initiatieven. Daarna volgt het doelgroepenvervoer en het hoogste niveau betreft individueel vervoer. Voorbeelden: Individueel vervoer
Doelgroepenvervoer
Scootmobiel, aanpassingen aan
auto, individueel vervoer Regiotaxi Regiotaxi (Wmo deel),
leerlingenvervoer, vervoer Jeugd- en participatiewet, vervoer naar DB/AA
Met hulp van het netwerk of lokale initiatieven
Aanvullend openbaar vervoer en deelmobiliteit
Buurtbus, U-flex, deelauto’s,
deelfietsen, ritdeling, Regiotaxi (OVdeel)
Zelfstandig vervoer: lopen, fietsen en (toegankelijk) openbaar vervoer
Meestal auto (voorbeeld:
automaatje, familie, buren)
Lopen, fietsen, step, trein, tram,
bus, privéauto
Figuur 1: Hiërarchie in vervoersvoorzieningen De werkelijke situatie heeft echter niet deze piramidevorm. Doordat het openbaar vervoer (nog) niet voor iedereen fysiek en/of mentaal toegankelijk is en niet overal aanvullend openbaar vervoer beschikbaar is,
zijn veel inwoners met een mobiliteitsbeperking aangewezen op het gebruik van het doelgroepenvervoer. Het doelgroepenvervoer heeft daardoor nu een onevenredig grote rol. De verschillende onderdelen van het vervoersaanbod moeten zodanig ontworpen worden dat er een samenhangend, inclusief systeem Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
10/32
ontstaat waardoor er geen mensen tussen wal en schip vallen. Men maakt gebruik van de vervoersvoorziening zo laag mogelijk in de piramide, maar zo hoog als nodig.
Casus Schaakbuurt
In het U-OV Vervoerplan 2020 is opgenomen dat lijn 4 niet meer door de Schaakbuurt rijdt, maar
langs de wijk. Hiermee wordt de kwaliteit van de lijn verhoogd voor de grootste groep gebruikers. Dit
heeft echter wel consequenties voor mensen die in principe wel kunnen reizen met het OV, maar voor wie een bushalte op 700 meter loopafstand (verste punt) te ver is. Op dit moment wordt een proef
uitgevoerd om dit met aanvullend openbaar vervoer op te lossen: U-flex in de Schaakbuurt. U-flex is een flexibele openbaarvervoerservice waarbij de bus rijdt op afroep, alleen wanneer hij nodig is en alleen waar hij nodig is. Het vervoer gaat van halte naar halte, volgens de snelst mogelijke route. Wanneer meerdere reizigers tegelijk dezelfde kant op gaan, reizen zij samen in één voertuig.
Communicerende vaten
(Aanvullend) openbaar vervoer en doelgroepenvervoer zijn communicerende vaten. Hoe toegankelijker
(fysiek en mentaal) het (aanvullend) openbaar vervoer, hoe meer mensen hier gebruik van kunnen maken, in plaats van het doelgroepenvervoer. Dat vergroot de sociale functie van het OV.
Tegelijkertijd staat het openbaar vervoer voor de uitdaging om bij te dragen aan de forse
bereikbaarheidsopgave van onze regio. Om verbetering van het OV-systeem voor zoveel mogelijk reizigers mogelijk te maken kiezen OV-partijen voor een concentratie van openbaar vervoer op
hoofdassen. De bus komt dan wel vaker langs de wijk (frequenter), maar haltes liggen niet voor alle
inwoners dichtbij de voordeur (minder fijnmazig). Voor het gros van de OV-reizigers biedt dit voordelen
waaronder een vlotte, comfortabele en betrouwbare reis. Maar voor een deel van de OV-reizigers komen de mogelijkheden voor verplaatsingen met het reguliere openbaar vervoer juist onder druk te staan. Dit
kan ervoor zorgen dat de drempel voor gebruik van het openbaar vervoer hoger wordt. Dit kan leiden tot mobiliteitsarmoede. Een groter deel van de inwoners is hierdoor aangewezen op andere vervoersmogelijkheden.
Wanneer iemand geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer doordat er geen opstapplaats is
binnen een loopafstand van 400 gaan we samen met de provincie de mogelijkheden van een alternatief
verkennen, bijvoorbeeld middels aanvullend openbaar vervoer. Wanneer iemands beperking ervoor zorgt dat hij/zij geheel of gedeeltelijk geen gebruik kan maken van het (aanvullend) openbaar vervoer dan zijn
gemeenten aan zet met doelgroepenvervoer. Hierbij is nog een onderscheid te maken tussen mensen die dit wel kunnen leren en mensen die altijd afhankelijk zullen blijven van het doelgroepenvervoer.
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
11/32
Figuur 2: Verantwoordelijkheid voor vervoer
2.2 Zelfstandig vervoer 2.2.1
Lopen en Fietsen
Utrecht heeft in het mobiliteitsplan Slimme Routes Slim Regelen Slim Bestemmen bepaald dat voetgangers en fietsers meer ruimte moeten krijgen. Zo is het de bedoeling om in het centrum, het Utrecht Science
Park en Leidsche Rijn centrum de voetganger en fietser meer ruimte en vaker voorrang te geven. In deze
gebieden krijgt de openbare ruimte een hoge kwaliteit als het gaat om toegankelijkheid. Dat zal ook gaan gelden voor kernwinkelgebieden, winkelassen en buurtwinkelcentra. Dit is ook opgenomen in het Uitvoeringsprogramma ‘Utrecht voor iedereen toegankelijk’.
Daarnaast stimuleert de gemeente Utrecht lopen en het gebruik van de fiets. Dit gebeurt onder andere
door het geven van fietslessen door “De Fietsmeesters”. De Fietsmeesters is een initiatief van Goedopweg. In Goedopweg werken de provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht en Amersfoort, Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat samen aan een aantrekkelijke en goed bereikbare regio
Utrecht. Er worden fietslessen gegeven aan volwassen, maar ook aan leerlingen die door middel van het
leerlingenvervoer naar school gaan. Door hen in een vroeg stadium te leren fietsen, hebben zij hier lange tijd plezier van. Bovendien zijn hierdoor steeds meer inwoners in staat om zich zelfstandig te verplaatsen (basis van de vervoerspiramide). Hiermee wordt de druk op de bovenliggende tredes in de piramide verlaagd.
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
12/32
2.2.2
(Toegankelijk) openbaar vervoer
Het openbaar vervoer kan eraan bijdragen dat iedereen mee kan blijven doen en gelijke kansen krijgt. We
willen daarom graag dat kwetsbare groepen ook goed het openbaar vervoer kunnen gebruiken. We zetten daarom samen met de provincie en vervoerders in op het verbeteren van de toegankelijkheid, betaalbaarheid, nabijheid en directheid en begrijpelijkheid van het openbaar vervoer. Oog voor kwetsbare groepen
Er zijn groepen in de samenleving die op de één of andere manier in mindere mate aan het
mobiliteitssysteem kunnen deelnemen. Voor mensen met een functiebeperking (fysiek/mentaal) wordt het reguliere OV steeds beter toegankelijk gemaakt. Als mensen hier geen gebruik van kunnen maken kunnen zij beschikken over doelgroepenvervoer.
Wie niet tot deze groep behoort, kan toch een mindere toegang tot mobiliteit ervaren. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) onderscheidt zes doelgroepen met verhoogde kans hierop: mensen met een laag inkomen, werkzoekenden/werklozen, ouderen, mensen met een migratieachtergrond, niet-
rijbewijsbezitters of bewoners/bezoekers van gebieden met lage dichtheden5. Veelal is een combinatie van deze kenmerken versterkend voor de ervaren problemen. Zij zijn voor hun mobiliteit sterker dan
anderen afhankelijk van openbaar vervoer, maar zeker niet de grootste gebruikersgroep. Dit doordat ze
vaak minder reizen dan gemiddeld, en evengoed voor het grootste deel van hun vervoersbehoefte de auto of de fiets gebruiken of lopen.
Bij het reizen met het openbaar vervoer kunnen verschillende problemen worden ervaren. Bijvoorbeeld bij het lopen van- en naar de halte, het lezen/begrijpen van het openbaar vervoersysteem, het betalen van
de rit, het ontbreken van aanbod of de fysieke en/of mentale toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Om hier goed op in te kunnen spelen is meer inzicht en monitoring nodig.
5 Mobiliteitsarmoede: vaag begrip of concreet probleem? KiM, 2018.
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
13/32
Figuur 3: Mogelijk ervaren mobiliteitsproblemen Toegankelijkheid
Samen met provincie en vervoerder werken we aan het verder toegankelijk maken van het reguliere OV-
systeem. De fysieke toegankelijkheid verbeteren we met toegankelijke reisinformatie, toegankelijke haltes en knooppunten en toegankelijk materieel. Betaalbaarheid
Vervoer kost geld. Dit moet echter wel evenredig zijn aan de plaats van de vervoersvoorziening in de piramide. De tariefopbouw moet logisch zijn. Er worden verschillende maatregelen getroffen die
bijdragen aan de betaalbaarheid van openbaar vervoer voor specifieke doelgroepen. Zo start de provincie een pilot met betrekking tot gratis reizen voor inwoners van de provincie die voldoen aan de criteria
“65+” en “inkomen onder het sociaal minimum”. Voor mensen met een laag inkomen is er de U-pas.
Naast verschillende activiteiten kan het U-pas tegoed ook gebruikt worden om op de eigen OV-chipkaart
te zetten. Zo proberen we ervoor te zorgen dat openbaar vervoer betaalbaar is voor mensen met een laag inkomen.
Nabijheid en directheid
Voor de grootste gebruikersgroepen is het openbaar vervoer vooral aantrekkelijk wanneer het snel, frequent, nabij en direct is. De wens voor snelheid en hoge frequenties vertaalt zich in het meer
concentreren en bundelen van lijnen, met grotere halteafstanden en korter halteren als gevolg. De
nabijheid en directheid van het openbaar vervoer kan daarmee afnemen. We vinden het daarom belangrijk dat de basis op orde is. Er is goed ontsluitend openbaar vervoer waardoor wijken, winkelcentra, ziekenhuizen, voorzieningen en arbeidsplaatsen voor iedereen bereikbaar blijven. Bij de nieuwe
aanbesteding van het openbaar vervoer in de regio Utrecht vragen we bij de provincie aandacht voor het behouden en vergroten van nabijheid en directheid van het OV-lijnennet.
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
14/32
Nabijheid van OV in Utrecht De gemeente heeft een analyse gemaakt van de nabijheid van het OV-systeem. Hierbij zijn per type openbaar vervoer loopafstanden ingesteld: voor stations 1200 meter, voor HOV tram en bushaltes 600 meter en basis bushaltes 400 meter. Hieruit blijkt dat in de huidige situatie 94% van de huishoudens een treinstation, tram of bushalte heeft binnen die genoemde afstanden. Begrijpelijkheid
Digitalisering verandert onze dagelijkse mobiliteit, via chipkaarten, digitale reisinformatie, apps en
nieuwe Mobility as a Service-concepten (MaaS). Dit biedt veel voordelen, maar helaas blijkt niet iedereen in staat de digitale transformaties in de mobiliteitsdiensten bij te houden.
Het is van belang om ervoor te zorgen dat het gebruik van het openbaar vervoersysteem voor iedereen mogelijk blijft. Met vervoerders en provincie willen we de begrijpelijkheid als uitgangspunt voor de
lijnvoering benadrukken. We vragen vervoerders hierbij om eenduidige en heldere reizigersinformatie te verstrekken.
Hierbij is de inzet van het zo begrijpelijk mogelijk maken van digitale toepassingen én voldoende behoud van diensten die als vangnet functioneren van belang. Naast MaaS-concepten zetten we daarom ook juist in samenwerking met de provincie in op sociale en lokale initiatieven voor kleinschalig openbaar vervoer.
2.3 Aanvullend openbaar vervoer “In sommige gebieden is de vraag te beperkt om lijngebonden busvervoer te exploiteren. Hier is
maatwerk noodzakelijk om aan de reizigersvraag te voldoen. Daarom wil de provincie vanuit haar rol als concessieverlener voor het OV samen met de concessiehouders en met de gemeenten op zoek naar
kostenefficiënte vormen van vervoer. Deze kunnen worden ingezet op de plekken waar regulier OV (denk
aan een buslijn met vaste dienstregeling) enerzijds niet meer past bij de wensen van de reizigers (te star, te weinig kwaliteit door bijvoorbeeld een lage frequentie of een te lange reistijd) en anderzijds te duur is (rondrijden met ‘lege bussen’). Hier is maatwerk het uitgangspunt, omdat de vervoerbehoefte steeds
individueler wordt. Dit geldt zeker in de “first en last mile”, oftewel de aansluiting op het vervoer van
grote, gebundelde stromen door trein, tram en (dikke) buslijnen. Deze passage is opgenomen in de Nota ‘Aanvullend openbaar vervoer provincie Utrecht”. Aanvullend openbaar vervoer is het geheel aan maatwerk-mobiliteitsoplossingen:
voor een groep reizigers die geen gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer;
voor wanneer regulier openbaar vervoer te star of te duur is (qua exploitatiebijdrage vanuit de overheid);
om te zorgen dat het netwerk van openbaar vervoer optimaal aansluit bij de wensen van alle reizigers die zelfstandig kunnen reizen.
Bij het ontbreken van nabij openbaar vervoer is aanvullend openbaar vervoer dus van belang: fijnmazig
wijkontsluitend vervoer. Dit betreft adequate vervoersmogelijkheden voor mensen die zelfstandig kunnen reizen maar in verband met het ontbreken van passend vervoersaanbod geen gebruik kunnen maken van regulier openbaar vervoer. Hoe beter het openbaar vervoer en het aanvullend openbaar vervoer is geregeld, hoe lager de druk op het doelgroepenvervoer is. Bovendien kunnen op die wijze zoveel
mogelijk mensen zo gelijkwaardig mogelijk meedoen in de samenleving. Om mensen mee te kunnen
laten doen aan de samenleving is goed toegankelijk openbaar vervoer en adequaat aanvullend openbaar vervoer essentieel. De provincie Utrecht geeft hier verder invulling aan in overleg met de gemeente. Het
ontbreken van goed toegankelijk openbaar vervoer en adequaat aanvullend openbaar vervoer mag geen Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
15/32
reden zijn om aangewezen te zijn op het doelgroepenvervoer. Het aanvullend openbaar vervoer moet
mensen in staat stellen gebruik te kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer. Concreet betekent dit:
Het openbaar vervoer en het aanvullend openbaar vervoer is voor iedereen beschikbaar; Het openbaar vervoer is fysiek toegankelijk;
Het openbaar vervoer is mentaal toegankelijk (goede informatievoorziening is hierbij essentieel); Het aanvullend openbaar vervoer voorziet in de “first en last mile”6.
Aanvullend openbaar vervoer is dus een hele belangrijke sleutel in het geheel van vervoersvoorzieningen in Utrecht. Als dit goed is vorm gegeven, kan het HOV zo functioneren dat het ook daadwerkelijk
hoogwaardig openbaar vervoer is en wordt tegelijkertijd oneigenlijke druk op het doelgroepenvervoer voorkomen omdat ook mensen met een mobiliteitsbeperking gebruik kunnen maken van reguliere vervoersvoorzieningen.
Het vormgeven van het aanvullend openbaar vervoer is maatwerk. De meest geschikte oplossing kan per
gebied verschillen. Ook op specifieke tijdstippen of in specifieke gebieden kan er sprake zijn van minder draagvlak voor OV-aanbod. In gebieden met (nog) beperkte vraag naar vervoer ligt er een
ontwikkelopgave om met maatwerkvervoer te komen tot een passend integraal vervoersaanbod wat ook toegankelijk is voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Deelmobiliteit
Naast aanvullend openbaar vervoer biedt deelmobiliteit een passend alternatief voor mensen die geen
gebruik kunnen maken van openbaar vervoer en niet in het bezit zijn van eigen vervoersmiddelen, zoals de privéauto. Deelmobiliteit draagt bij aan de doelstellingen van Gezond Stedelijk Leven: minder
autobewegingen, minder uitstoot, meer gebruik van gezonde modaliteiten, en mogelijk ook aan minder mobiliteitsarmoede. De gemeente zet de komende jaren in op het vergroten van het aanbod van
deelmobiliteit en het stimuleren van het gebruik. Daarmee probeert Utrecht de transitie ‘van bezit naar
gebruik’ te versnellen. Voorgesteld wordt om door het aanpassen van de APV en de introductie van een
vergunningenstelsel in 2021 de gemeente meer regie over het plaatsen van deelmobiliteit op straat en het voorkomen van hinder en overlast te geven.
Als onderdeel van de Strategie Smart Mobility worden er diverse pilots uitgevoerd om te leren onder
welke condities mensen bereid zijn om gebruik te maken van deelmobiliteit. Tot einde dit jaar worden er in de vorm van een Living Lab deelfietsen aangeboden in de stad. Na de zomer start de MaaS pilot
Leidsche Rijn, waarin wordt onderzocht wat de succesfactoren en (mobiliteits)effecten zijn van een
Mobility as a Service app: een persoonlijke reisassistent waarmee je allerlei vormen van deelmobiliteit kunt plannen, boeken en betalen.
Buurthubs – waarbij deelmobiliteit passend bij het schaalniveau van een buurt zoveel mogelijk gebundeld wordt aangeboden aan omwonende bewoners en andere gebruikers - zijn een kansrijk alternatief voor het bezit en gebruik van de (eigen) auto. In de Grifthoekgarage is sinds begin dit jaar een hub met deelmobiliteit voor buurtbewoners gecreëerd. In voorbereiding is een studie waarin we willen
onderzoeken hoe we het aantal buurthubs verder kunnen uitbreiden tot een stadsdekkend systeem,
afgestemd op behoeften van uiteenlopende desbetreffende gebieden in de stad. Dat moet leiden tot 3 tot
6 Het openbaar vervoer is ideaal om veel mensen van a naar b (‘point-to-point’) te brengen, maar het ov is natuurlijk lang niet altijd
en overal geschikt om snel van deur tot deur te komen (‘first en last mile’). Zeker niet voor mensen met een vervoersbeperking. Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
16/32
5 onderscheidende pilots vanaf 2021. Intentie is om het testen van vraag gestuurd openbaar vervoer en
deelmobiliteit in naoorlogse wijken met achterstanden (bijv. Kanaleneiland of Overvecht), waar mogelijk sprake is van mobiliteitsarmoede, onderdeel te laten zijn van dit project.
2.4 Met hulp van het netwerk of lokale initiatieven In het Coalitieakkoord Ruimte voor Iedereen hebben we opgenomen dat we ruimte willen geven aan de organisatiekracht van inwoners en dat we inzetten op het stimuleren van kleinschalige vormen van
buurtvervoer. Initiatieven op dat vlak van Utrechtse inwoners kunnen vanaf 2021 een aanvraag indienen
voor een subsidie op basis van de Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar. Allerlei verschillende
soorten initiatieven kunnen inschrijven op deze nadere regel. Het kan dan ook zo zijn dat er sprake is van overvraag. Wanneer dit aan de orde is, kunnen niet alle aanvragen worden toegekend. Er wordt een
integrale afweging gemaakt over alle ingediende aanvragen. Op dit moment wordt geen regiotaxi-budget overgeheveld naar deze nadere regel voor initiatieven op het gebied van vervoer. Wanneer we signaleren dat deze initiatieven ervoor zorgen dat meer inwoners gebruik maken van een vervoervorm lager in de
piramide en het gebruik hoger in de piramide hierdoor afneemt, kunnen we onderzoeken of overheveling
mogelijk is. Dat is op dit moment nog niet aan de orde. In experimenten en in nieuwe vervoerscontracten wordt dit als overweging meegenomen.
Mobiliteit is een veelgehoord thema in het kader van eenzaamheid. Wie minder mobiel is, gaat moeilijker naar ondersteuningsactiviteiten met als gevolg een grotere kans op vereenzamen. Rondom het thema mobiliteit is daarom een actiecoalitie7 opgericht om een bijdrage te leveren aan het tegengaan van eenzaamheid: Automaatje, een coalitie van ANWB en U Centraal, mede met financiering vanuit het
landelijk actieprogramma Eén tegen eenzaamheid van het ministerie van VWS. Op buurtniveau ontstaan ook verschillende initiatieven op dit gebied, zoals het Buurtpact tegen eenzaamheid in Transwijk waar
mobiliteit ook een plek heeft. Ook initiatieven als de DomstadPlusbus, Plusbus Erop Uit, Zuidbus, Buurt Mobiel en de WIL-vervoersdienst dragen, naast het vervoeren van inwoners, ook bij aan het tegengaan van eenzaamheid.
2.5 Doelgroepenvervoer en individueel vervoer Binnen iedere gemeente zijn er mensen die niet volledig zelfstandig deel kunnen nemen aan de
maatschappij. Zij krijgen dan maatschappelijke ondersteuning, zitten op speciaal onderwijs, werken bij een sociale werkvoorziening of re-integratieplek of gaan naar dagbegeleiding of arbeidsmatige
activering. Vaak via verschillende regelingen en instanties. Ditzelfde beeld is te zien bij vervoer. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor verschillende vormen van doelgroepenvervoer:
Vervoer in het kader van de Wmo: o
Sociaal recreatief vervoer voor mensen met een beperking. Het doel van het Wmo-vervoer is het mogelijk maken van maatschappelijke participatie voor mensen die vanwege hun
beperking niet met het reguliere openbaar vervoer kunnen reizen. In Utrecht kan men op dit moment ritten boeken bij Regiotaxi Utrecht.
7 Zorg- en welzijnsinstellingen, bedrijfsleven, wetenschappers, ervaringsdeskundigen, ondernemers, bewoners en vrijwilligers
bundelen hun krachten om eenzaamheid onder bewoners van Utrecht te verminderen. Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
17/32
o
Vervoer naar dagbegeleiding en arbeidsmatige activering. Routegebonden vervoer van en naar zorgaanbieders met een structureel karakter. Wanneer iemand niet zelfstandig kan
reizen, wordt dit geregeld door de zorgaanbieders zelf die daarvoor een vast bedrag per persoon per dag ontvangen van de gemeente als er een indicatie vervoer is.
Leerlingenvervoer: Vervoer van leerlingen van en naar (vooral speciaal) onderwijs. Het
leerlingenvervoer bestaat uit vergoedingen voor fietsen, reizen met openbaar vervoer, reizen met eigen vervoer en taxivervoer. Taxivervoer is routegebonden vervoer met een structureel karakter en gaat voornamelijk per (rolstoel-)taxibus.
Vervoer in het kader van de Jeugdwet: Vervoer van jeugdigen van en naar zorgaanbieders, meestal betaald en geregeld door de zorgaanbieder, soms door de gemeente.
Vervoer in het kader van de Participatiewet: Vervoer van en naar (en geregeld door) UW-bedrijf. School-zwemvervoer: De gemeente Utrecht organiseert schoolzwemmen en waar nodig het
vervoer hier naartoe voor kinderen vanaf groep 4. Scholen kunnen zich hiervoor aanmelden als de meeste leerlingen in groep 4 nog geen zwemdiploma hebben.
Ook andere organisaties zijn verantwoordelijk voor vormen van doelgroepenvervoer:
Valys (bovenregionaal sociaal recreatief vervoer) – ministerie VWS;
Vervoer in het kader van de Wlz (Wet langdurige zorg) – ministerie VWS; Zittend ziekenvervoer – zorgverzekeraars;
Vervoer naar opleiding of werk – UWV.
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
18/32
3 Uitgangspunten Vervoer voor iedereen
Het huidige reguliere vervoersaanbod is op dit moment onvoldoende inclusief. Voor mensen met een
beperking is het niet vanzelfsprekend om gebruik te kunnen maken van reguliere vervoersvormen. Zij
ervaren hierbij fysieke en mentale drempels. Om een inclusief vervoersysteem te realiseren moeten deze drempels worden verlaagd of zelfs weggenomen. Daarnaast wordt gemeenschapskracht gestimuleerd
(inclusief lokale vervoersinitiatieven die inspelen op de mobiliteitsbehoeften van mensen met beperkte
mobiliteitsmogelijkheden) door middel van de Nadere regel subsidie vrijwillige inzet voor elkaar. Indien dit nodig is, zijn maatwerk-vervoersvoorzieningen beschikbaar die aansluiten bij de vervoersbehoefte. Om dit te bereiken zijn zes uitgangspunten opgesteld die als richtsnoer gelden waar wij de komende jaren naartoe werken: 1.
Inwoners gebruiken de vervoersvoorziening zo laag in de piramide als voor hen mogelijk is;
3.
We creëren samenhang tussen (aanvullend) openbaar vervoer en doelgroepenvervoer;
2. 4. 5. 6.
We bieden passend vervoer;
De verschillende vormen van doelgroepenvervoer worden op elkaar afgestemd; Het systeem is eenvoudig en betaalbaar;
We streven naar het terugbrengen van de druk op het milieu.
Vernieuwing buiten de bestaande kaders is nodig om tot een inclusief vervoersysteem te komen waarmee we zorgen dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij.
Wat deze uitgangspunten concreet betekenen voor de praktijk wordt beschreven in Hoofdstuk 4. Hier
wordt een doorvertaling van de uitgangspunten naar de Utrechtse praktijk en het vervolgproces gemaakt.
3.1 Uitgangspunt 1
Inwoners gebruiken de vervoersvoorziening zo laag in
de piramide als voor hen mogelijk is
Versterken van de zelfredzaamheid van de inwoner staat centraal, ook voor het zich lokaal verplaatsen.
Net als in het Utrechtse model leggen we de ‘regie’ over de ondersteuning in handen van de inwoner zelf. ‘In de eerste plaats zijn mensen zelf verantwoordelijk. Daarom doen we een beroep op wat iemand zelf kan, met hulp van familie, vrienden of buren. Maar niet iedereen kan zijn of haar problemen op eigen
kracht de baas. En niet iedereen beschikt over een netwerk waarop hij een beroep kan doen. In dat geval
nemen we als gemeente onze verantwoordelijkheid. Waarbij we de ‘regie’ zoveel mogelijk in handen laten van de inwoner’. We zetten ons ervoor in de omstandigheden te creëren dat mensen zo zelfredzaam mogelijk kunnen zijn. We zetten in op het verminderen van de afhankelijkheid van
maatwerkvoorzieningen. Iedereen die met het openbaar vervoer kan reizen, reist met het openbaar
vervoer of met alternatieve vervoersvormen. Het doelgroepenvervoer wordt georganiseerd als vangnet. Op deze manier zorgen we ervoor dat alle inwoners mee kunnen doen.
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
19/32
De kwaliteit van het openbaar vervoer wordt door veel zaken bepaald, waaronder beschikbaar budget, de staat van de infrastructuur, de dichtheid en menging van de omgeving etc. Openbaar vervoer werkt goed
bij het vervoeren van grotere aantallen mensen. Dat brengt een schaalsprong in het openbaar vervoer ook dichterbij, iets wat nodig is om de bereikbaarheidsopgave in de regio Utrecht duurzaam en ruimte
efficiënt in te vullen. Aan de andere kant is er behoefte aan een fijnmazig en vraaggericht OV-systeem. Het openbaar vervoer moet ook zoveel mogelijk toegankelijk zijn voor mensen met een
mobiliteitsbeperking. Hierbij gaat het om fysieke en mentale toegankelijkheid. Doelgroepenvervoer is een aanvulling op wat reguliere voorzieningen, voorzieningen in de sociale basis en bewoners voor elkaar kunnen betekenen. Dit sluit aan bij de visie Versterken sociale basis Wmo waarin de ambitie wordt beschreven om de beweging naar voren te maken.
3.2 Uitgangspunt 2
We bieden passend vervoer
Mensen verschillen en hebben op verschillende momenten verschillende vervoersbehoeften. In het kader
van de Wmo is de gemeente verantwoordelijk om bij te dragen aan de zelfredzaamheid en participatie van inwoners. Het vervoersysteem is op dit moment onvoldoende ingericht om hieraan bij te dragen. De vervoervraag van inwoners is divers en de problematiek verschillend van persoon tot persoon. Toch
bieden we eenvormige oplossingen zoals Regiotaxi of leerlingenvervoer en wordt slechts geïndiceerd op wel/geen vervoersvoorziening. Bovendien is er onvoldoende aandacht voor het zo inrichten van vervoer
dat mensen zelfstandig kunnen reizen. Het is van belang om het zelfstandig (leren) reizen duurzaam in te
bedden in het aanbod van de gemeente. Dat kan een duurzame bijdrage leveren aan een verkleining in de vraag naar doelgroepenvervoer en deelname aan de samenleving bevorderen. Dit moet wel worden afgewogen tegen het principe “eenvoud” (uitgangspunt 5). Voorkomen moet worden dat dit veel administratieve lasten oplevert.
Daarnaast onderzoeken we of niet slechts geïndiceerd kan worden op wel/geen vervoersvoorziening,
maar of per aanvrager de individuele mogelijkheden en beperkingen en de vervoersbehoefte in beeld
gebracht en verwerkt kunnen worden in een reizigersprofiel. In plaats van een uniforme oplossing zoals
de Regiotaxi kan iemand dan bijvoorbeeld - voor ritten waar dat kan - het advies krijgen van openbaar of lokaal, kleinschalig vervoer in de wijk gebruik te maken. We laten het vervoersaanbod beter aansluiten bij de vraag en gaan toe naar meer differentiatie in vervoersaanbod. Dit kan door binnen het aanbestede
vervoer meer ruimte voor maatwerk te bieden. Voorbeelden hiervan zijn deur – halte vervoer voor wie dat aankan, extra zorg & service voor de mensen met ernstige mobiliteitsbeperking of begeleiding op specifieke leerlingenvervoerritten.
3.3 Uitgangspunt 3 We creëren samenhang tussen (aanvullend) openbaar vervoer en doelgroepenvervoer
Omdat (aanvullend) openbaar vervoer en doelgroepenvervoer communicerende vaten zijn, is het van
belang dat het (aanvullend) openbaar vervoer zo inclusief mogelijk wordt georganiseerd. Op deze manier wordt de druk op het doelgroepenvervoer beperkt en kan dit gebruikt worden door mensen die geen
andere vervoersmogelijkheden hebben. Tegelijkertijd is het zo dat sommige mensen op het ene moment wel gebruik kunnen maken van reguliere vervoersvoorzieningen en het andere moment niet. Het is dan van belang dat de verschillende vormen van vervoer goed op elkaar aansluiten. Op deze manier Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
20/32
voorkomen we dat mensen tussen wal en schip belanden en er altijd een passende vervoersvorm beschikbaar is.
3.4 Uitgangspunt 4
De verschillende vormen van doelgroepenvervoer
worden op elkaar afgestemd
Zoveel als mogelijk brengen we samenhang aan in het doelgroepenvervoeraanbod.
We werken aan het doorbreken van de huidige fragmentatie en inefficiëntie in het vervoer door in de
aanbesteding voor het doelgroepenvervoer per eind 2023 in dialoog te gaan met vervoerders en andere
stakeholders over het bundelen van de verschillende vormen van doelgroepenvervoer. Vervoerscapaciteit kan op die manier zo efficiënt mogelijk worden benut.
Voor de gebruiker zou het ook kunnen betekenen dat, hoewel hij/zij gebruik maakt van verschillende
vervoersregelingen, maar één keer een vervoersindicatie wordt gesteld waarmee gebruik gemaakt kan worden van verschillende vormen van vervoer.
3.5 Uitgangspunt 5
Het systeem is eenvoudig en betaalbaar
Het gebruik van vervoer is eenvoudig en het systeem is herkenbaar. Er wordt eenduidigheid gebracht in bijvoorbeeld wijze van ritaanvraag en betaling.
Voor de gebruiker zal het ook betaalbaar moeten blijven. De hoogte van de bijdrage is te vergelijken met de kosten die zouden worden gemaakt bij gebruik van openbaar vervoer. Omdat het één samenhangend
vervoersysteem betreft, is het belangrijk dat ook de prijsverhouding binnen het vervoersysteem gelijk is.
Voorheen was de regiotaxi goedkoper dan de bus. De prijs van de regiotaxi is nu gelijk getrokken met de prijs van het reguliere OV. Hierdoor is de financiële prikkel verdwenen om gebruik te maken van een
vervoersoplossing hoger in de piramide. Op deze manier maakt men gebruik van een voorziening zo laag mogelijk in de piramide, maar zo hoog als nodig.
Er wordt ook inzet gepleegd om het vervoer betaalbaar te houden voor iedereen. Zo wordt vanuit de Upas ingezet op het vergroten van de toegankelijkheid van het OV, maar dan met name op de financiële toegankelijkheid ervan. Met de U-pas heeft men een vervoersbudget waarmee met het OV gereisd kan worden. Niet alleen voor de gebruiker, maar ook voor de gemeente moet het systeem betaalbaar blijven. De komende jaren zal een sterke teruggang in bijdrage van de provincie aan regiotaxi, stijging van
vervoerskosten en autonome groei van de vraag door o.a. dubbele vergrijzing en langer zelfstandig thuis wonen er toe leiden dat de beschikbare budgetten voor doelgroepenvervoer niet meer toereikend zijn. Betere kwaliteit tegen minder kosten kan alleen worden bereikt als we structurele verbeteringen in de organisatie van het vervoer doorvoeren. Hierbij zal er ook goed gekeken moeten worden naar het
toekennen van doelgroepenvervoer. Is doelgroepenvervoer de enige oplossing, of kan men ook gebruik
maken van een vervoersvorm lager in de piramide waardoor een maatwerkvoorziening niet nodig is (zie uitgangspunt 1).
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
21/32
3.6 Uitgangspunt 6 milieu
We streven naar het terugbrengen van de druk op het
Ten behoeve van de leefbaarheid van de stad is het van belang om minder uitstoot te genereren van fijnen stikstof en het zoveel mogelijk beperken van geluidsoverlast. Wanneer we geen vernieuwing
doorvoeren, neemt het aantal vervoersbewegingen toe en zal de uitstoot en de geluidsoverlast vergroten. Dit is een grote belasting voor de stad. We willen ons waar mogelijk als gemeente inzetten om de uitstoot terug te brengen tot nul, ook in het doelgroepenvervoer, door te stimuleren zero-emissievoertuigen in te zetten. Dit in lijn met het door de vervoerssector breed gedragen Bestuursakkoord Zero emissie
doelgroepenvervoer. Hierbij moeten we ons wel realiseren dat het vooralsnog duurder is om uitstootvrije voertuigen in te zetten. Ontwikkelingen op dit gebied gaan echter snel.
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
22/32
4 Realiseren van uitgangspunten Om de uitgangspunten te realiseren is het van groot belang dat alle niveaus van het vervoersysteem zo
zijn ingericht dat zoveel mogelijk mensen er ook daadwerkelijk gebruik van kunnen maken. Het openbaar vervoer is toegankelijk en het aanvullend openbaar vervoer is zodanig ingericht dat het goed aansluit op het openbaar vervoer en op het doelgroepenvervoer. Het doelgroepenvervoer is zo ingericht dat het
passend is bij de vraag. Bovendien zijn de verschillende vormen van het doelgroepenvervoer op elkaar afgestemd.
4.1 Toegankelijkheid openbaar vervoer en invulling aanvullend openbaar vervoer
Provincie Utrecht is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en de invulling
van aanvullend openbaar vervoer. Zij heeft daarom een procesaanpak opgesteld om de toegankelijkheid
van het openbaar vervoer en de invulling van het aanvullend openbaar vervoer vorm te geven. Het is van groot belang dat er een goede aansluiting is tussen (aanvullend) openbaar vervoer en het
doelgroepenvervoer. Het ontlast immers het HOV, maar ook het doelgroepenvervoer. Daarom denken gemeenten binnen de provincie mee in de wijze waarop het aanvullend openbaar vervoer vorm krijgt zodat dit ook toegankelijk is voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Hiervoor is de werkgroep
Aanvullend openbaar vervoer en toegankelijkheid openbaar vervoer opgezet. De gemeente zet hier capaciteit op in, maar geen gemeentelijke middelen.
Met de afbouw van de provinciale bijdrage aan gemeenten voor de regiotaxi komen hier middelen voor
beschikbaar. Eén van de uitgangspunten van de provincie is toekomstvast flexibel vervoer. De provincie heeft het volgende financiële kader vastgesteld hiervoor:
Bijdrage Wmo vervoer vml BRU gemeenten
2019
2020
2021
2022
2023
2024
€ 4.000.000
€ 3.000.000
€ 2.000.000
€ 2.000.000
€ 1.000.000
€0
€ 50.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€ 100.000
€0
€0
€ 250.000
€ 700.000
€ 700.000
€ 1.400.000
€0
€0
€ 150.000
€ 700.000
€ 700.000
€ 1.000.000
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 3.500.000
€ 4.050.000
€ 3.500.000
€ 3.500.000
€ 3.500.000
€ 3.500.000
€ 3.500.000
(in piramide: individueel vervoer en doelgroepenvervoer) Bijdrage
gemeenschappelijke pilots
doelgroepenvervoer
(in piramide: doelgroepenvervoer) Inzet pilots aanvullend OV (in piramide:
aanvullend OV)
Toegankelijkheid regulier OV (in piramide:
zelfstandig OV)
Aanvullend OV concessie 2023 (in piramide:
aanvullend OV) TOTAAL
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
23/32
Voor 2020 is € 250.000 beschikbaar voor pilots op het gebied van aanvullend openbaar vervoer,
oplopend tot € 1.400.000 in 2023. Wanneer dit onvoldoende blijkt, zal de provincie dit opplussen met
maximaal € 550.000 per jaar. Dit is een budget dat nu is weggevallen uit het bovenstaande staatje. Vanaf 2024 wordt de invulling van het aanvullend openbaar vervoer meegenomen in de OV-concessie.
In de werkgroep aanvullend openbaar vervoer en toegankelijkheid, bestaande uit vertegenwoordigers van de provincie (regiotaxi en openbaar vervoer) en gemeenten (Sociaal Domein en Mobiliteit), worden bouwstenen vervaardigd voor de OV-concessie 2023 en wordt onderzoek gedaan naar aanvullend
openbaar vervoer en de aansluiting op het openbaar vervoer en het doelgroepenvervoer. Daarnaast werkt de werkgroep een aanpak uit op het gebied van verbetering van de toegankelijkheid (fysiek en mentaal)
van het openbaar vervoer en worden concrete voorstellen uitgewerkt voor de inzet van de gebudgetteerde middelen voor pilots op het gebied van aanvullend openbaar vervoer en toegankelijkheid van het
openbaar vervoer. In de nieuwe aanbesteding voor de aanbieder van openbaar vervoer in de gemeente brengen wij toegankelijkheid concreet en krachtig in. Toegankelijke bushaltes
We werken aan het toegankelijk maken van bushaltes: we verhogen haltes en voorzien ze van gidslijnen (lijnen die bruikbaar zijn als oriëntatiepunt of geleiding bij het lopen). 72% van alle
bushaltes in Utrecht is toegankelijk (465 stuks). We richten ons hierbij op haltes met relatief veel instappers of haltes die juist belangrijk zijn voor bewoners en bezoekers met een beperking. De
ambitie is om het percentage toegankelijke haltes stapsgewijs te verhogen. Bij groot onderhoud aan wegen of herinrichtingen maken we de aanwezige ontoegankelijke bushaltes zoveel mogelijk toegankelijk.
Op dit moment zijn er in Utrecht maar weinig aanvullend openbaar vervoersvoorzieningen. Het gaat
hierbij concreet om het OV-deel van de regiotaxi en om U-flex in Utrecht-Noordwest. Samen met de
provincie Utrecht en met regiogemeenten hebben we de ambitie om maatwerk te bieden. In de werkgroep
Aanvullend openbaar vervoer en toegankelijkheid openbaar vervoer werken we de mogelijkheden hiervoor uit.
4.2 Pilots doelgroepenvervoer Gemeenten en provincie constateren dat het huidige vervoersysteem van het doelgroepenvervoer in de toekomst niet financieel houdbaar is. Sturing op kostenbeheersing is dus nodig. Om hiermee te
experimenteren wordt binnen het Programma Vernieuwing doelgroepenvervoer en aanvullend openbaar vervoer een aantal pilots uitgevoerd. Hierbij gaat het om het efficiënter organiseren van het
doelgroepenvervoer, om het benutten van kansrijke initiatieven en innovaties (om doelgroepen gebruik te laten maken van het openbaar vervoer, om openbaar vervoer en doelgroepenvervoer beter op elkaar aan
te laten sluiten en om alternatieven van het doelgroepenvervoer te stimuleren) en om het inrichten van de toegang tot het doelgroepenvervoer zodat passend vervoer geleverd kan worden, zo laag mogelijk in de piramide.
Op de thema’s Gebruik van het openbaar vervoer stimuleren, Doelgroepenvervoer efficiënter organiseren en Doelgroepenvervoer en (aanvullend) openbaar vervoer beter op elkaar laten aansluiten zijn de Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
24/32
afgelopen periode drie pilots opgezet. Die worden hieronder kort beschreven. De komende periode worden, in samenspraak met regio-gemeenten en de provincie nog andere pilots op deze thema’s
opgezet (zie bijlage). Deze pilots worden door betrokken gemeente(n) en de provincie gezamenlijk gefinancierd.
Mentale toegankelijkheid openbaar vervoer
Gemeente Utrecht heeft een pilot opgezet op het gebied van de mentale toegankelijkheid van het
openbaar vervoer. Gebruikers van het doelgroepenvervoer worden gekoppeld aan een vrijwillige OVcoach en samen gaan zij oefenen met het gebruik van het openbaar vervoer. Het doel is dat mentale
drempels worden weggenomen en zij in de toekomst vaker zelfstandig gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer en minder aangewezen zijn op het doelgroepenvervoer. Vervoer van en naar veelbezochte locaties
Gemeente Amersfoort heeft een pilot opgezet waarbij zij onderzoek doen naar het gebruik van de
regiotaxi van en naar de sociale werkvoorziening. Dit is geen sociaal-recreatief vervoer en het gebruik
van de regiotaxi is daarmee oneigenlijk. Is er een meer passende vervoersvorm voor het vervoer van en naar deze veelbezochte locatie? Reis- en informatie app
In de aanbesteding van het contract Regiotaxi Utrecht is de inzet van een reis- en informatie app meegenomen. Met deze app hebben gebruikers allereerst de mogelijkheid om ritten te
reserveren/annuleren. Daarnaast wordt ritinformatie geboden. De gebruiker heeft via de app realtimeinzicht in de geboekte rit, maar ook in historische ritten. Tenslotte kan een gebruiker via de app een klacht of compliment over de rit melden.
4.3 Aansluiting tussen doelgroepenvervoer en (aanvullend) openbaar vervoer We staan met elkaar voor de opgave om een inclusief vervoersysteem te creëren, waarbij een
belangrijke vraag is hoe je alle vervoersvormen voor iedereen ontsluit. Het is belangrijk om hier in
nieuwe mobiliteitsplannen, vervoerplannen en de nieuwe concessies en aanbestedingen aandacht voor te hebben. Daarbij is het belangrijk om oog te hebben voor lokale verschillen. Door het opstellen van een pallet aan oplossingen kan een maatwerkaanpak worden gekozen voor een specifieke regio.
Daarnaast moet je kunnen inspelen op ontwikkelingen en verschillende doelgroepen. De invulling van het aanvullend openbaar vervoer moet dus niet vastliggen voor de gehele duur van de concessie.
Daarnaast moeten de verschillende vervoersvormen goed op elkaar aansluiten zodat geen inwoners tussen wal en schip belanden.
4.4 Risico’s In de regio staan we voor een forse bereikbaarheidsopgave. Om hier invulling aan te geven wordt ingezet op hoogwaardig openbaar vervoer zodat voor de grootste groep gebruikers van het openbaar vervoer de
reis vlotter, comfortabeler en betrouwbaarder wordt. Echter, voor een deel van de OV-reizigers komen de
mogelijkheden voor verplaatsingen met het reguliere openbaar vervoer daarmee juist onder druk te staan. Hierdoor ontstaat het risico op mobiliteitsarmoede. Bovendien is een groter deel van de inwoners
Vervoer voor iedereen | 21 oktober 2020
25/32
hierdoor aangewezen op andere vervoersmogelijkheden en ontstaat het risico van druk op het doelgroepenvervoer.
Bij de voorjaarsnota 2019 is budget met € 0,92 miljoen verhoogd en een bedrag oplopend tot € 1,5 miljoen in 2023 opgenomen om de lagere bijdrage van de provincie voor het regiovervoer te
compenseren. Binnen deze financiële kaders geven we invulling aan de vernieuwde visie van het
doelgroepenvervoer. In de voorliggende uitgangspunten zijn elementen genoemd die bijdragen aan de
vernieuwing van het doelgroepenvervoer, zowel kwalitatief als op het beheersen van de kosten. Dit laatste is hard nodig om het toenemend gebruik en de stijgende kosten, door o.a. hogere verzekeringskosten en een gewijzigd cao, op te kunnen vangen. Hoewel in 2020 als gevolg van de Corona crisis er zich een
flinke dip heeft voorgedaan in het regio- en leerlingenvervoer, is de verwachting dat de structurele vraag
verder toeneemt in de komende jaren. Dit laat zich onder andere verklaren door het toenemende gebruik. Een structurele daling van het gebruikt wordt voorlopig niet voorzien, hoewel in 2020 als gevolg van
corona er zich wel een flink dip in o.a. het regio- en leerlingenvervoer heeft voorgedaan. Het is echter de verwachting dat de structurele vraag naar doelgroepenvervoer verder toeneemt in de komende jaren en dat het budget onder druk blijft staan.
4.5 Van uitgangspunt naar praktijk In de aanbesteding leerlingenvervoer (contract 2019 – 2023, met twee verlengingsopties van 2 jaar) en in de aanbesteding Regiotaxi die samen met de regiogemeenten en de provincie Utrecht is uitgevoerd
(contract 2020 - 2023) zijn de eerste stappen richting vernieuwing van het doelgroepenvervoer gezet
door middel van het verwerken van zo veel mogelijk experimenteerruimte. In de nieuwe OV-concessies zullen stappen worden gezet op het gebied van toegankelijkheid van het openbaar vervoer en op het
gebied van de inzet van aanvullend openbaar vervoer. Het komen tot een inclusief vervoersysteem is niet gerealiseerd binnen één of enkele jaren. Stap voor stap zullen we toe werken naar de stip op de horizon. Al doende leren en creëren we.
Om de uitgangspunten te realiseren kan de gemeente aan een aantal knoppen draaien, zoals het meer op maat indiceren, het bieden van training, communicatie en begeleiding, het bieden van een passend aanbod, de financiering van het vervoer en inbreng over de invulling van het vervoer waarbij de
verantwoordelijkheid bij de provincie ligt. De keuzes die we op deze ‘knoppen’ kunnen maken, krijgen
hun beslag in aanbestedingen op het gebied van vervoer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de verschillende systeemkenmerken per vervoersvorm. Niet alle maatregelen zijn toepasbaar op elke
vervoersvorm of hebben niet veel meerwaarde. Op het gebied van doelgroepenvervoer is er bijvoorbeeld