CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Visie Speelruimte Utrecht - Spelen in je eigen buurt (februari 2022).docx

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie Speelruimte Utrecht 2021 - Spelen in je eigen buurt16.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Spelen in je eigen buurt Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht, mei 2021

Utrecht.nl

Colofon Projectgroep Opgaveteam Spelen, Sporten en Bewegen. Arienne Kuin, Sandra Hanrath, Mark Ouendag, Barbara Rijpkema, Matei Klewer, Erik van Vliet, Jeroen Koning, Marielle Peeters Opdrachtgever Anouk Teuns, in gezamenlijke opdracht van Ruimte, MO en Volksgezondheid Extern advies Speelplan Advies & Onderzoek Grafische realisatie OntwerpStudioRuimte Versiedatum Mei 2021 Bestuurlijke besluitvorming Ter inzage

3 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Inhoudsopgave

6.

Samenvatting

4

1. Buitenspelen is belangrijk

6

1.1 Waarom buitenspelen goed is voor een kind 1.2 Waarom buitenspelen goed is voor de buurt 1.3 Spelen is een Utrechtse ambitie 1.4 Spelen is leuk 1.5 Speelruimte staat onder druk 1.6 De nieuwe Utrechtse Speelvisie 1.7 Spelen in een gezonde stad

6 6 6 7 7 8 9

2. Verschillende soorten speelruimte

11

2.1 Inleiding 2.2 Ingerichte openbare speelruimte 2.3 Vrij bespeelbare openbare ruimte 2.4 Overige speelruimte

11 11 12 12

3. Speelruimtenorm

14

4. Spelen in het groen en veilig spelen

21

3.1 Speelbuurten 3.2 De kwantitatieve speelnorm 3.3 Buurt- en blokplekken 3.4 De norm in de praktijk 3.5 De kwalitatieve speelnorm 3.6 Een goed ingerichte speelplek

14 15 16 16 18 18

4.1 Spelen in het groen

21

5. De visie in de praktijk

24

5.1 De speelruimtescan 5.2 Interventies bij afwijking van de speelruimtenorm

24 25

Sturen en verantwoorden

27

6.1 Inleiding 6.2 Gedeelde waarden

27 27

6.3 Kaders en randvoorwaarden 6.4 Informatie en data 6.5 Leren en verbeteren

27 27 27

Bijlagen 1 Relaties met andere beleidsvelden 2 Verschillende soorten speelruimte ‘Achter een hek’ 3 Speelbuurten van wijk West 4 Toelichting Jantje Beton Norm en de Utrechtse Speelnorm 5 Poster Utrechtse Speelnorm 6 Fotostrip kwaliteit speelbuurt en speelplek 7 Groene speelplekken

29 32 35 36 37 38 39

4 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Samenvatting Voor u ligt de nieuwe visie op spelen in Utrecht: Spelen in je eigen buurt. Deze visie vervangt de speelruimtenota uit 2009.

Dit netwerk vullen we aan met kleinere plekken voor de jongste kinderen en met sportvoorzieningen voor de jeugd.

Per 1 januari 2020 wonen er in Utrecht 70.606 kinderen tussen de 0-18 jaar (20 % van het totaalaantal inwoners). Deze kinderen groeien op in een stad die de ambitie heeft om een gezonde en groene stad te zijn waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Buitenspelen is essentieel voor opgroeiende kinderen. Ze ontwikkelen hun motorische vaardigheden, leren samen te spelen en zijn in beweging in de buitenlucht. Buitenspelen draagt bij aan de minimale beweegrichtlijn van 1 uur per dag, voor kinderen van 4-18 jaar.

Spelen in je eigen buurt is een uitwerking van ambities die zijn uitgesproken in de Ruimtelijke Strategie 2030, de Nota Volksgezondheid en Koersdocument Leefbare Stad en Maatschappelijke voorzieningen. Met deze visie willen we de ambities voor een stad waarin ruimte is om te spelen, concreet maken. De Speelvisie sluit ook aan bij de koers uit de RSU 2040. De RSU 2040 is bij het schrijven van dit document niet in werking getreden vanwege een inleidend verzoek tot een raadgevend referendum”.

De komende jaren groeit Utrecht door naar ongeveer 450.000 inwoners. Om voldoende woningen te hebben voor alle (toekomstige) bewoners gaan we de komende jaren veel woningen bouwen binnen de bestaande stedelijke structuur. Daarnaast staat de openbare ruimte verder onder druk. Veel meer fietsers, sporters en auto’s maar ook bomen en struiken vragen om ruimte. Deze nota geeft handvatten om bij deze ontwikkelingen te zorgen voor voldoende speelruimte van voldoende kwaliteit en daarmee bij te dragen aan een gezonde leefomgeving voor onze jongste bewoners. Hierbij gaat het zowel om (beter) bespeelbare openbare ruimte (zoals vrije stoepruimte, autovrije en -luwe straten) als om ingerichte plekken met speeltoestellen. We streven naar een stad waarin elk kind kan spelen en bewegen, zodra hij of zij de (voor)deur uitstapt. Dit betekent dat de openbare ruimte beter bespeelbaar wordt, voor jong en oud. Onderdeel van deze visie is de Utrechtse speelruimtenorm, met de ambitie dat binnen 200 meter van iedere woning speelruimte te bereiken is. We houden daarbij rekening met het aantal kinderen dat in een buurt woont, en ook met de barrières die een kind over moet om bij een speelplek te komen. We zetten in op de grotere speelplekken, waar de hele buurt welkom is en gespeeld kan worden door jong en oud.

5 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

6 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

1. Buitenspelen is belangrijk 1.1

Waarom buitenspelen goed is voor een kind

Spelen speelt een centrale rol in de cognitieve, sociaal-emotionele en lichamelijke ontwikkeling van kinderen. Door te spelen leren kinderen de wereld om hen heen te begrijpen, ontwikkelen ze hun motorische vaardigheden en ontdekken ze hoe ze hun fantasie kunnen gebruiken in hun spel. Door buiten te spelen komen zij in de frisse buitenlucht en vaker in het groen. De beweegrichtlijn voor kinderen van 4-18 jaar is minimaal 1 uur per dag matig intensief bewegen. (Bron: kenniscentrumsportenbewegen.nl). Buitenspelen draagt daaraan bij. Kinderen die lichamelijk actief zijn lopen aantoonbaar minder risico op overgewicht. (Sallis et al. , 2000; JiménezPavón et all., 2010) Ook blijkt dat bewegen voor kinderen en jongeren een positief effect heeft op andere gezondheidsaspecten zoals botdichtheid, bloedlipiden (cholesterol) en bloeddruk (Strong et all., 2005). Ook op de lange termijn zijn er gezondheidsvoordelen, en heeft buiten spelen een preventieve werking op het ontstaan van ziektes, zoals osteoporose, hart- en vaatziekten en diabetes type 2 (Wendel-Vos et all., 2010). Daarnaast is er een positieve relatie tussen lichamelijke activiteit en psychisch welbevinden van kinderen.

Zo bleek uit een onderzoek onder 10-jarigen dat kinderen die meer bewegen minder vaak een laag zelfvertrouwen hebben en minder vaak gevoelens van angst en depressie kennen dan kinderen die minder bewegen (Parfitt en Eston, 2005). Naast het positieve effect op de gezondheid leren kinderen door samen te spelen met elkaar om te gaan, rekening met elkaar te houden en hun grenzen aan te geven. Spelen stimuleert bovendien het probleemoplossend gedrag, taal- en betekenisverwerving en logisch denken. Voor kinderen is buitenspelen belangrijk voor hun sociale netwerk en het sluiten van vriendschappen. Dit is extra belangrijk voor kinderen die niet in hun eigen buurt op school zitten. Omdat ze niet via school met buurtgenootjes in contact komen is goede buitenspeelruimte, die samenspel stimuleert, heel belangrijk voor de binding met hun woonomgeving.

1.2

Waarom buitenspelen goed is voor de buurt

Een kindvriendelijke woonomgeving bindt gezinnen met kinderen aan de stad. Gezinnen spelen een belangrijke rol in de vorming van stevige sociale structuren, bijvoorbeeld via scholen en (sport)verenigingen. Die sociale verbanden versterken doordat kinderen in een buurt veel met elkaar spelen en hun ouders elkaar ontmoeten. Een goede sociale cohesie in de buurt verhoogt het woongenot en verkleint de kans op overlast en vandalisme. Bewoners die een prettige relatie hebben met de buurtkinderen, ervaren ook minder (geluids)overlast als die kinderen op straat spelen.

1.3

Spelen is een Utrechtse ambitie

In de afgelopen jaren zijn in verschillende documenten al gemeentelijke ambities op het gebied van sporten en spelen geformuleerd. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2030 is de ambitie opgenomen om meer ruimte te creëren voor ontmoeting in te zetten op een omgeving die aanzet tot bewegen. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 zijn sporten en spelen onderdeel van de ruimtevraag in de Utrechtse barcode. In de openbare ruimte vindt het grootste deel van het (sociaal) stedelijk leven plaats. De gemeente wil dan ook meer ruimte voor groen, spelen en verblijven in de openbare ruimte. Dit betekent dat o.a. de verkeer- en parkeerruimte de komende jaren anders ingericht gaat worden. De RSU 2040 is bij het schrijven van dit document niet in werking getreden vanwege een inleidend verzoek tot een raadgevend referendum. Het vastgestelde Koersdocument Leefbare stad en Maatschappelijke voorzieningen stelt eveneens dat het cruciaal is dat er in de openbare ruimte van een verdichtende stad ruimte is om te kunnen spelen, sporten en bewegen. Ruimte om te spelen en sporten staat gelijk aan een brede ontplooiing van kinderen en jongeren. De ambitie is dan ook dat ieder kind, jeugdige en jongere een uitdagende en veilige plek in de buurt van de eigen woning vindt om te spelen, sporten en bewegen.

7 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Ten slotte wordt ook in de nota Volksgezondheid “Gezondheid voor iedereen” de ambitie geformuleerd dat de leefomgeving van Utrechters zo is ingericht, dat gezond leven gemakkelijk is en daarmee de druk op de gezondheid zo laag mogelijk. Ruimte om te spelen in de directe woonomgeving hoort daarbij. De voorliggende speelvisie en de bijbehorende Utrechtse speelnorm voor speel- en verblijfsplekken in de buurt werkt deze ambities preciezer uit. Het gaat daarbij zowel om ingerichte speel- en sportplekken als om bespeelbare openbare ruimte. Immers, kinderen spelen overal.

Ruim vier op de tien kinderen spelen dagelijks minimaal een uur buiten Uit de Jeugdmonitor 2017-2018 blijkt dat ruim vier op de tien kinderen (42%) uit groep 7 en 8 minimaal een uur per dag buiten spelen. In vergelijking met twee jaar geleden is dit aandeel afgenomen (2014: 49%). Jongens (51%) spelen vaker dan meisjes (34%) minimaal een uur per dag buiten. Vooral jongens met een Marokkaanse achtergrond (64%) geven aan veel buiten te spelen. Leerlingen die in Leidsche-Rijn en Vleuten-De Meern wonen (beide 34%), spelen het minst buiten. In de wijken West, Noordwest, Oost en Zuidwest wordt juist vaker dan gemiddeld (minimaal een uur per dag) buiten gespeeld.

1.4

Spelen is leuk

Ten slotte is het, los van de positieve effecten op de ontwikkeling van kinderen en de leefbaarheid van de stad, ook gewoon leuk om te spelen. Het is voor kinderen en jongeren dé manier om te recreëren, te sporten en bewegen en te ontspannen. In een gezonde stad voor iedereen hebben zij daar, net zo goed als volwassenen, recht op. Niet voor niets is het recht om te spelen vastgelegd in het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind.

1.5

Speelruimte staat onder druk

De druk op de openbare ruimte is hoog in Utrecht, en zal met de verwachte groei van de stad verder toenemen. Speel- en verblijfsruimte concurreert daarbij met ruimte voor o.a. woningen, winkels en parkeergelegenheid. Tegelijkertijd zien we dat het aantal kinderen dat minder dan een uur per dag buiten speelt toeneemt. Wanneer de ruimte voor spelen en verblijven in de eigen buurt afneemt, zal deze trend versneld voortzetten. Juist de mogelijkheden om laagdrempelig, dicht bij huis te kunnen spelen zijn essentieel om dagelijks buiten spelen voor alle kinderen mogelijk te maken. Deze visie en de bijbehorende norm maken concreet hoeveel speelruimte gewenst is bij nieuwe ontwikkelingen in een woonbuurt. De komst van corona lijkt het buitenspelen voor sommige kinderen weer een nieuwe impuls te hebben gegeven. Het is alsof bij het wegvallen van school en andere verplichtingen als sport en clubjes het buitenspelen is herontdekt. Dit geldt niet voor alle kinderen. Het Mulier Instituut (Mulier instituut 2020) geeft aan dat de verschillen tussen kinderen die wél voldoende buiten spelen en de kinderen die dat niet doen, groter zijn geworden tijdens corona (Mulier instituut 2020). Dus kinderen die al graag buiten speelden, doen dat tijdens corona nog meer; en kinderen die niet buiten speelden voor corona, doen dat nu ook niet.

Het stimuleren en faciliteren van buiten spelen, vooral bij de groepen die dat nu niet of nauwelijks doen, blijft daarmee belangrijk.

8 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

1.6

De nieuwe Utrechtse Speelvisie

Het faciliteren van spelen in de openbare ruimte vraagt om een nauwe verbinding tussen onder andere fysieke ruimte en voorzieningen, activering en betrokkenheid van verschillende doelgroepen en technisch beheer en onderhoud. Alleen door inspanningen op die verschillende vlakken aan elkaar te verbinden kan echt een stap vooruit worden gemaakt als het gaat om spelen in de Utrechtse openbare ruimte. In de huidige situatie ontbreekt een duidelijk kader voor de ruimtelijke kant van spelen in de openbare ruimte, omdat het huidige speelruimtebeleid verouderd is. Deze visie geeft een ruimtelijk kader voor vragen rondom fysieke speelruimte geplaatst kunnen worden. Dit zijn vragen als: is er in deze buurt voldoende speelruimte? Bevat deze speeltuin nog de juiste inrichting? Kan er een speeltuin voor jonge kinderen worden toegevoegd in deze buurt? Wat is er nodig voor de oudere jeugd in deze buurt?

•

In deze speelvisie werken we vanuit vier basisprincipes, namelijk: Spelen dicht bij huis. Om de mogelijkheid om zelfstandig te kunnen spelen te kunnen waarborgen is het belangrijk dat kinderen dicht bij huis, in hun eigen buurt voldoende ruimte hebben om te spelen; Vanuit het perspectief van het kind. Bij het bepalen van de vraag of er voldoende speelruimte in de buurt is, redeneren we vanuit het perspectief van het kind. Zo nemen we bijvoorbeeld natuurlijke barrières zoals een drukke straat of een sloot mee in het bepalen van de beschikbaarheid van speelruimte in een buurt; Speelwaarde centraal. Om goed te kunnen bepalen of er voldoende speel- en sportruimte is moet breder worden gekeken dan alleen naar de kwantitatief beschikbare speelruimte. We hanteren daarom het begrip speelwaarde, dat iets zegt over de kwaliteit van beschikbare speelruimte. Speelwaarde zit niet alleen in reguliere speeltoestellen. Ook brede stoepen, verkeersluwe straten, pleinen en parken hebben speelwaarde; Variatie in de buurt. Kinderen kunnen in principe overal spelen. Een speeltoestel kan daarbij net zo leuk zijn als een stukje vrij

• •

•

bespeelbare stoep. In de combinatie van verschillende, zowelingerichte als niet ingerichte bespeelbare ruimte met speelaanleidingen in een buurt ligt voor hen de waarde. Zo kun jeverschillende manieren van spelen ontdekken en ontwikkelen. Het werken volgens deze vier principes leidt tot de basisambitie dat elke jonge inwoner van deze stad binnen 200 meter van zijn/haar woning eenplek van voldoende omvang heeft om te spelen, sporten en bewegen. In hoofdstuk twee beschrijven we welke verschillende soorten speelruimte we onderscheiden en in hoofdstuk 3 werken we deze ambitie uit tot de nieuwe Utrechtse norm. In hoofdstuk 4 werken we uit hoe we aankijken tegen spelen in het groen en veiligheid en in hoofdstuk vijf gaan we kort in op de uitvoering van de speelvisie.

- Spelen in je eigen - Ontwerpvisie Utrecht De nieuwe norm gaat uit 9 van de doelen van buurt Gezond StedelijkSpeelruimte Leven voor Iedereen. Gezond verdichten, klimaatbestendigheid, groen tenzij en de bijdrage aan gezondheid zijn belangrijke uitgangspunten. In de nieuwenorm is bovendien aandacht voor bespeelbare ruimte, de omvang van ingerichte speelruimte en de betekenis daarvan voor de speelwaarde van een buurt. Deze visie is een eerste stap om te komen tot de daadwerkelijke realisatie van een stad waarbij elk kind op 200 meter afstand een fijne speelplek heeft. Van visie naar resultaat doorlopen we diverse fasen. Visievorming. Deze visie, met daarin opgenomen de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen voor speelruimte, is het leidend ruimtelijk kader waarbinnen we vragen over, en projecten voor nieuwe speelplekken kunnen toetsen. De visie geeft handvatten voor analyse van de (speel)buurt en kan daarmee een onderbouwd antwoord op dergelijke vragen geven. Dit leidt tot een eenduidige advisering in de gehele stad. 1. Analysefase. In deze fase scannen we elke wijk met een speelruimtescan, om te kijken hoe we scoren op de gestelde norm. Uit deze scan volgt een lijst met knelpunten en potentiële verbeterprojecten. De scans worden idealiter elke vijf jaar herhaald, zodat de informatie aansluit bij het aantal woningen en de huidige bewoners. 2. Realisatiefase.

Afhankelijk van het beschikbare budget worden projecten gerealiseerd. Dit kan door aan te sluiten bij lopende gebiedsontwikkelingen, door werk met werk te maken via beheer en vervanging, of via een project uit het initiatievenfonds. Waar mogelijk worden budgetten gecombineerd.

De onderzoeks- en realisatiefase worden uitgebreider beschreven in het Uitvoeringskader (bijlage 8) dat hoort bij deze visie.

10 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Figuur 1: Raakvlakken van het thema spelen met andere beleidsvelden

1.7

Spelen in een gezonde stad

In een gezonde stad is ruimte om buiten te spelen en sporten binnen een redelijke afstand van elke woning. Daarmee is een visie op spelen een essentieel onderdeel van gezond stedelijk leven. Het thema spelen heeft diverse raakvlakken met andere beleidsvelden, zoals luchtkwaliteit, geluid, sport, groen, toegankelijkheid en rookvrij spelen. Figuur 1 geeft dit weer. In bijlage 1 zijn alle verbanden met ander beleid verder beschreven. De principes en de tekst uit deze speelvisie zijn tot stand gekomen met de input van velen. Collega’s van diverse disciplines hebben meegewerkt aan de inhoud. Na overleg met ketenpartners en bewoners is besloten dat vooral de toepassing op wijk en buurt zich goed leent voor participatie. We hebben de norm daarom op twee wijken uitgetest met wijkvertegenwoordigers en ketenpartners, waarna hij is aangescherpt. In bijlage 8 gaan we in op de uitwerking van deze visie in de praktijk. De precieze uitvoering van de speelvisie is uitgewerkt in een uitvoeringskader, dat een bijlage vormt op deze visie. Hierin wordt beschreven welke stappen er op de korte en de langere termijn gezet kunnen worden.

Toegankelijkheid

Jongeren ontmoetingsplek

Luchtkwaliteit

Geluid

Sportbeleid

Visie Speelruimte

Bodembeleid

Groen- en klimaatbeleid

Rookvrij spelen

Verkeersveiligheid

11 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

12 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

2. Verschillende soorten speelruimte 2.1

Inleiding

De gemeente Utrecht wil dat de openbare ruimte veilig en aantrekkelijk is, zodat kinderen veilig kunnen buiten spelen en dat jong en oud prettig kunnen wandelen door de buurt (coalitieakkoord 2018, pagina 34). Kinderen kunnen in principe overal spelen. Een brede stoep om te steppen, een grasveld of schoolplein voor een potje voetbal of een speeltuin om te klimmen en klauteren: het is allemaal speelruimte. In de speelvisie maken we onderscheid tussen ingerichte en daarmee herkenbare aangewezen speelplekken waar vaak speeltoestellen staan, en niet-ingerichte, bespeelbare openbare ruimte. Al deze plekken samen zorgen voor een compleet aanbod voor de jongste bewoners van Utrecht. Naast spelen in de openbare ruimte, kan er ook op plekken ‘achter een hek’ worden gespeeld, vaak onder toezicht. In dit hoofdstuk worden de verschillende vormen van speelruimte toegelicht. In het kort zijn de volgende situaties te onderscheiden.

Ingerichte ruimte met

Niet-ingerichte ruimte waar

een speelfunctie

(ook) gespeeld kan worden

Openbaar – altijd fysiek bereikbaar

• Ingerichte speelplekken • Verblijfsruimte

Alle openbare ruimte: m.n. groen, verkeersluwe straten

Niet altijd bereikbaar (openingstijden, vaak achter een hek)

• Speeltuinen • Schoolpleinen • Sportvelden • Stadsboerderijen • Binnenterreinen

• Struingroen bij woning corporaties

Particulier

Commercieel aanbod (pretpark, indoor speelcomplex ed)

• Tuin • Terras • Garagepad / achterom

Ruimte

en pleintjes, brede stoepen

• Volkstuinen

Voor de norm wordt in eerste instantie gerekend met de speelplekken die openbaar toegankelijk zijn. Deze worden beschreven in de paragrafen 2.1 en 2.2. In paragraaf 2.3 worden de speelruimten benoemd die niet altijd toegankelijk zijn, maar wel belangrijk in het leven van kinderen (zie ook bijlage 2).

2.2

Ingerichte openbare speelruimte

In de openbare ruimte zijn diverse openbare speeltuinen aangelegd. Speelgelegenheid is aangelegd in verschillende grootte: van een enkele wipkip of een duikelrek op een straathoek tot grote ingerichte speeltuinen met diverse toestellen voor verschillende leeftijden, en alles daartussen. Een overzicht van de Utrechtse speelplaatsen is te vinden op de buitenspeelkaart. Voor iedere leeftijdsfase zijn andere spelaanleidingen en -vormen van belang. 2.2.1 Inclusiviteit en toegankelijkheid Utrecht streeft daarom naar divers ingerichte speelruimte waar voor verschillende leeftijden, interesses en voor kinderen met verschillende mogelijkheden en beperkingen, iets te spelen of sporten is.Om extra gewicht te geven aan deze ambitie tekende Utrecht in 2019 het samenspeelakkoord. Dit betekent dat we meer prioriteit geven aan inclusief spelen, en dat we de ambitie hebben om steeds meer speeltoestellen en speelplekken toegankelijk te maken voor kinderen en ouders met een beperking. Hierbij kan gedacht worden aan verharde paden op losse ondergrond, verlaagde stoepen en bankjes, maar ook aan aangepaste toestellen. Naast de fysieke aanpassingen wordt ook gekeken naar mogelijke sociale drempels waardoor kinderen en/of hun ouders minder of niet naar een speeltuin gaan. De realisatie van echte samenspeeltuinen, waarbij de hele speeltuin inclusief is, is gestart inzes beheerde speeltuinen.

Bij aanpassing van een bestaande openbare speelplek wordt ook gekeken naar de toegankelijkheid, zowel van de speelplek zelf als van de toestellen. De uiteindelijke inrichting is ook afhankelijk van de wensen van omwonenden en gebruikers en het

beschikbare budget.

13 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

De verlichting van speelplekken draagt ook bij aan de toegankelijkheid, zeker ’s avonds en in de herfst en winter waarin het vroeg donker wordt. Van alle Utrechtse lichtmasten staan er 339 op bestaande speelplekken. Er zijn echter ook plekken die uit ecologisch oogpunt of veiligheidsoogpunt ’s avonds onverlicht blijven. Dit betreffen meestal (delen van) de grote parken. De reden hiervoor is dat de natuur niet gebaat is bij permanente verlichting, en dat het donker zorgt voor rust. Daarnaast zorgt verlichting ook voor schijnveiligheid. Op plekken waar weinig mensen komen tijdens nachtelijke uren, is het zelfs met verlichting niet perse veilig. Door bepaalde verlichting uit te laten, worden fietsers en wandelaars verleid om de veilige route langs bebouwing of infrastructuur te kiezen. Veiligheid en inclusiviteit zijn onderdeel van de beoordeling van een speelbuurt en -plek. Daar waar verlichting of andere aanpassingen in de toegankelijkheid een passende oplossing zijn nemen we dat mee in de analyse. 2.2.2. Balsport en waterspel in de openbare ruimte Voetbalkooien, Cruyff- en Krajicek Courts geven ruimte aan balsport in de openbare ruimte, net als trapveldjes waar losse doeltjes geplaatst zijn.Er zijn spetterbadjes waarvan het sleutelbeheer met omwonenden is geregeld; bewoners zetten op warme dagen de kraan open en laten het badje ’s avonds weer leeglopen.

Een andere mogelijkheid om met water te spelen is het toepassen van bedriegertjes (vloerfonteintjes) op bijvoorbeeld pleinen. Dit maakt van zo’n plek direct een interessante speelplek zonder dat een verdere inrichting nodig is. Bovendien draagt dit bij aan de verkoeling van de stad op warme dagen. Het water wordt opgevangen en weer hergebruikt. 2.2.3 Jongerenontmoetingsplekken (JOP’s) Jongerenontmoetingsplekken zijn locaties waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten in de openbare ruimte, zonder dat hier direct een extra functie als sport of spel aan gekoppeld is. JOP’s bestaan vaak uit een overdekte zitgelegenheid met wat afstand van direct omwonenden. Jongeren die graag van deze plekken gebruik maken hebben behoefte aan een eigen plek in de openbare ruimte waar ze elkaar kunnen treffen, kunnen kletsen of muziek luisteren. Tegelijkertijd is het denkbaar dat hierdoor overlast wordt ervaren, bijvoorbeeld als een speelplek voor dat doel gebruikt wordt, of een bankje op een besloten binnenterrein. Jongeren worden vaak weggestuurd als ze van dit soort plekken gebruik maken. Daarom worden JOPs geplaatst op het moment dat er in een buurt vraag naar is door de jongeren zelf, door andere buurtbewoners, door politie en handhaving en/ of Jongerenwerk. De locaties van de huidige JOP’s nemen we op, op de kaart met voorzieningen in de speelruimtescan.

Er zijn daarnaast ook plekken in de openbare ruimte waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten en waar wél een duidelijk activeringsdoel is. Dit zijn calisthenics, skatebanen, dancegrounds of plekken waar activiteiten worden georganiseerd door bijvoorbeeld Stichting JoU en SportUtrecht. Jongeren hebben soms behoefte aan een sportplek of activiteit, maar soms ook alleen aan een plek om elkaar te ontmoeten. Daarom zijn beide functies soms gewenst in een buurt.

14 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

2.3

Vrij bespeelbare openbare ruimte

2.4

Kinderen hebben niet altijd speeltoestellen nodig om lekker buiten te kunnen spelen. Een gevarieerde openbare ruimte, die is ingericht op verblijven en niet slechts op verplaatsen, noemen we vrij bespeelbare openbare ruimte. Hierbij valt te denken aan brede stoepen waarop gerolschaatst kan worden en getekend met stoepkrijt, veldjes zonder doeltjes waar met ballen of vliegers gespeeld kan worden. Of groene en meer natuurlijke plekken waar kinderen verstoppertje kunnen spelen, op ontdekkingstocht kunnen gaan door de struiken of bootjes kunnen laten varen in de sloot. Pleinen voldoen ook aan de vraag naar vrije speelruimte. Het is daarom wenselijk dat een plein niet slechts bestaat uit terras, wandel/fietspad en (fiets)parkeergelegenheid, maar ook lege ruimte heeft waar gespeeld kan worden.

Overige speelruimte

Naast de openbare ruimte heeft de gemeente veel meer plekken waar kinderen kunnen spelen en sporten. Denk hierbij aan schoolpleinen die na schooltijd het hek open laten, aan de 21 beheerde speeltuinen en 2 particuliere speeltuinen die door de stad verspreid liggen, de stadsboerderijen en de sportvelden. In bijlage 2 gaan we uitgebreider in op deze overige speelruimte. 2.4.1 Beheerde speeltuinen Gemeente Utrecht telt 21 beheerde speeltuinen en 2 particuliere speeltuinen. Deze zijn verspreid over de stad, tenminste één beheerde speeltuin per wijk. Beheerde speeltuinen zijn in beheer bij zelfstandige speeltuinorganisaties of bij welzijnsorganisaties. De speeltuinen richten zich op de basisschoolleeftijd, en de openingstijden sluiten daarom vooral aan bij de schooltijden. De beheerde speeltuinen zijn meestal ook toegankelijk op minimaal één weekenddag. (Sommige speeltuinen zijn op verzoek van de omwonenden op zondagmiddag gesloten). Beheerde speeltuinen vallen onder het beleidskader beheerdespeeltuinen uit 2017. Beheerde speeltuinen tellen in eerste instantie niet mee in de norm voor speelruimte in de woonomgeving, omdat deze plekken niet altijd open zijn. 2.4.2.

Schoolpleinen Een deel van de bestaande scholen heeft een openbaar toegankelijk schoolplein, en bij de bouw van nieuwe scholen is het plein standaard onderdeel van de openbare ruimte.Toch vallen ze niet standaard onder de vrij bespeelbare openbare ruimte. Schoolpleinen zijn onder schooltijd immers niet bespeelbaar door (jongere) kinderen die niet op die school zitten.

Figuur 2:

Openbaar

Semi openbaar

Privé

Diverse soorten speelruimte, van openbaar tot privé

15 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Ingericht:

Niet ingericht:

Ingericht:

Niet ingericht:

Ingericht:

Niet ingericht:

speelplaats

straten, pleinen

speeltuin, sportveld

winkelcentra, volkstuin

(indoor) pretpark

tuin, terras garagepad

16 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

17 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

3. Speelruimtenorm 3.1

Speelbuurten

De basis voor de speelvisie en daarmee voor de speelnorm ligt in de definitie van speelbuurten. Speelbuurten zijn gebieden die worden begrensd door (harde) barrières als een drukke en/of doorgaande weg (auto en/of fiets), spoorlijn, watergang of een meer psychologische buurtgrens als een industrieterrein of juist een plein of park. De speelbuurt geeft een indruk van de bewegingsvrijheid van kinderen van ongeveer 6 tot 12 jaar. Voor deze doelgroep is het belangrijk om op speelbuurtniveau goede speel- en sportruimte te realiseren op korte afstand van de woning. Voor jongere kinderen (6-) zijn de grenzen van de speelbuurt minder relevant, zij spelen immers hoofdzakelijk onder begeleiding/toezicht buiten, oudere kinderen (12+) worden niet belemmerd door de eerdergenoemde barrières. Speelbuurten zijn vaak kleiner dan de reguliere buurtindeling die de gemeente hanteert. In bijlage 3 is een conceptkaart van de speelbuurt van Utrecht West weergegeven. Per wijk worden in een later stadium kaarten gemaakt van alle speelbuurten. De norm schetst de kwantitatieve én de kwalitatieve kaders waar openbare speelruimte in de woongebieden van de gemeente Utrecht idealiter aan moet voldoen. De speelruimtenorm is een leidraad met ruimte voor flexibiliteit en interpretatie. Immers, we hebben in veel buurten te maken met de huidige stedenbouwkundige context.

De nieuwe norm kan ingezet worden als een toetsingsinstrument waarmee inzichtelijk gemaakt kan worden of er in bestaande buurten voldoende speelmogelijkheden zijn, en of er in een plan voldoende buitenspeelruimte wordt gereserveerd.

Kwantitatief kader: De bepaling hoeveel ingerichte, openbare speel- en sportruimte per speelbuurt aanwezig moet zijn en hoe deze ruimte verdeeld moet worden. De Jantje Betonnorm uit de speelruimtenota 2009 (waarbij 3 % van de ruimte gereserveerd moet worden voor speelruimte - zie bijlage 4) is hierbij nog steeds het leidende minimum voor speelruimte in buurten. We gaan in deze nieuwe speelruimtenorm uit van speelbuurten in plaats van de reguliere buurtindeling of per project. Daarnaast is de spreiding belangrijk: de gemeente wil dat elk kind binnen afzienbare tijd lopend een speelplek kan bereiken. Kwalitatief kader: Kaders voor de inrichting en variatie van de openbare speel- en sportruimte. Dit kader geldt zowel voor een hele speelbuurt als voor individuele speelplekken. Binnen deze kaders is op speelbuurtniveau aandacht voor variatie in het aanbod, bespeelbaar groen en spelen op straat. Op speelplekniveau wordt beoordeeld op ligging in de buurt, speel- en verblijfswaarde, huidige staat, klimaatbestendigheid en toegankelijkheid.

18 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

3.2

De kwantitatieve speelnorm

Er wordt onderscheid gemaakt tussen grote (> 10 hectare) en kleine (< 10 hectare) speelbuurten. Binnen de kleinere speelbuurten wordt vervolgens nog gekeken naar het aantal inwoners. Als dit aantal hoger is dan een gemiddelde speelbuurt van 10 ha. (ca. 850 inwoners) gelden hiervoor vergelijkbare regels als de grote speelbuurt. Op deze manier zijn er drie soorten speelbuurten te onderscheiden. Elke speelbuurt heeft een eigen kwantitatieve norm. Elk kind tot 12 jaar moet binnen 200 meter van de woning toegang hebben tot een speelruimte. Voor 12+ moet er binnen 400 meter van de woning een plek zijn. 1. Speelbuurt kleiner dan 10 ha, minder dan 850 inwoners Er moet sprake zijn van een speelplek met de functie en omvang van een blokplek van tenminste 500 m2 groot binnen 200 meter (2,5 minuten wandelen) van elke woning. Er kunnen meerdere blokplekken per buurt nodig zijn. Een blokplek is vooral ingericht voor de direct omwonenden (het woonblok) en is vanwege zijn omvang vooral geschikt voor de jongste doelgroep die niet zelfstandig verder weg mag spelen (tot 12 jaar). 2. Speelbuurt kleiner dan 10 ha, meer dan 850 inwoners Er moet sprake zijn van een speelplek met de functie en omvang van een buurtplek van tenminste 3.000 m2 groot binnen 400 meter (5 minuten wandelen) van elke woning.

Op een buurtplek is de hele buurt welkom (jong en oud), wordt ontmoeting gestimuleerd en kun je spelen en sporten. Daarnaast is ook een aanvullend netwerk van blokplekken nodig binnen 200 meter (2,5 minuten wandelen) van elke woning. Dit netwerk van blokplekken kan bestaan uit op sport en spel ingerichte ruimte, of als vrij bespeelbare ruimte die extra ingericht wordt zodra de behoefte ontstaat.

3. Speelbuurt groter dan 10 hectare Er moet sprake zijn van een buurtplek van tenminste 3.000 m2 groot binnen 400 meter (5 minuten wandelen) van elke woning. Afhankelijk van de vorm en omvang van een speelbuurt kan er meer dan één buurtplek nodig zijn. Voor woningen die verder dan 200 meter van een buurtplek liggen, is daarnaast ook een aanvullend netwerk van blokplekken nodig van tenminste 500 m2 groot en binnen 200 meter van elke woning. Ook voor dit netwerk van blokplekken geldt dat deze kan bestaan uit ingerichte ruimte of een ruimtereservering zodat de plekken op een later tijdstip, naar behoefte, ingericht kunnen worden. Naast de netwerken aan speelplekken in de speelbuurten, is er een aanvullend netwerk in de stad nodig waar meer specifieke (sport)functies te vinden zijn. Denk hierbij aan speciale voorzieningen als een skatepark, een freerunbaan, een Jongeren Ontmoetings Plek (JOP) of calisthenics. Dit netwerk is met name geschikt voor de groep van 12 jaar en ouder. Het thema sport en bewegen in de openbare ruimte wordt uitgewerkt in de nieuwe sportagenda. In de nieuwe speelruimtenorm wordt ingezet op de realisatie van grotere speelplekken. De rol van de kleine speelplekken (de zogenaamde speelhoekjes) verandert daarmee. Ze zijn een aanvulling op het speelruimteaanbod voor de allerkleinste kinderen.

In dichtbebouwde buurten met weinig openbare ruimte kan het de enige mogelijkheid zijn om speelaanbod te creëren. De praktijk leert echter ook dat kleine plekken weinig speelwaarde hebben. Er wordt dan ook meer kritisch gekeken naar de noodzaak om kleine plekjes te behouden en/of te blijven inrichten met speeltoestellen.

19 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

3.3

Buurt- en blokplekken

Het netwerk van grotere speelplekken is opgebouwd uit buurt- en blokplekken. Het figuur hiernaast geeft de kwalitatieve criteria voor deze plekken weer: Een buurtplek is bedoeld voor de hele speelbuurt en is ingericht voor alle leeftijden. De blokplek is meer ingericht op de leeftijd tot 12 jaar. Dit heeft te maken met het verschil tussen de actieradius van kinderen tot 12 jaar (speelbuurtniveau, en van 12 jaar en ouder (de hele stad, stadsdeel). Het aanbod aan buurtplekken, aangevuld met de sportplekken, voldoet aan de behoefte aan beweeg- en sportplekken voor 12 jaar en ouder en dat is niet direct gerelateerd aan de speelbuurt. De praktijk leert echter dat ook deze doelgroep graag in de directe woonomgeving sport en ontmoet/ verblijft.

3.4

De norm in de praktijk

Om een speelbuurt te beoordelen worden verschillende stappen en criteria gebruikt. De buurt wordt kwantitatief getoetst op het aantal speelplekken en de grootte daarvan, en kwalitatief op de variatie binnen die speelplekken. De beoordeling maakt gebruik van harde, data gestuurde criteria (zoals aantal kinderen in de buurt, bebouwingstypologie, m2 speelruimte) en zachte criteria op basis van wijkkennis (huidig gebruik van de speelruimte, directe verzoeken of wensen van bewoners). Een beoordeling van een speelbuurt gebeurt aan de hand van een stappenplan. In bijlage 5 wordt beschreven hoe dat stappenplan eruitziet. In projecten kan gebruik gemaakt worden van een uitgewerkt handboek om in meer detail een speelbuurt te beoordelen en een advies voor nieuwe speelruimte op te stellen. Hierin wordt ook aangegeven wat de rol en het belang is van kleinere speelplekken (speelhoekjes), schoolpleinen en beheerde speeltuinen in de uiteindelijke beoordeling van vraag naar en aanbod van speelruimte in een buurt.

buurtplek

blokplek

Omvang en bereik • streefomvang: 3.000 m2 • actieradius: 400 meter • bedoeld voor de buurt • invulling: spelen, sporten en ontmoeten

Omvang en bereik • streefomvang: 500 m2 • actieradius: 200 meter • bedoeld voor direct omwonenden • invulling: spelen en/of vrije speelruimte Ligging en context Zichtbaar (sociale controle) en bereikbaar vanuit aan- of omliggende straten. Bij voorkeur onderdeel van een grotere openbare plek.

daar

Ligging en context Bereikbaar vanuit het hele barrièregebied en in staat om de buurt te ontvangen. Ruim genoeg en voldoende ruimte tot omliggende huizen.

Speelmogelijkheden Een goede blokplek biedt vooral speelwaarde aan de doelgroep die nog niet zelfstandig naar de buurtplek mag. Dit hoeft niet perse met speeltoestellen, vrije ruimte is wel van belang.

Speelmogelijkheden Divers aanbod aan speel- en sportmogelijkheden voor jong én oud. Samenspel stimuleren. Vrije ruimte nodig om zelf spel te ontwikkelen/bedenken.

Verblijfswaarde Geen ontmoetingsplek voor de hele buurt. Een goede verblijfswaarde is wel van belang, bijvoorbeeld door bankjes te plaatsen voor (gr0ot)ouders en voldoende beschutting.

Verblijfswaarde Plek voor de buurt waar óók gespeeld kan worden: bankjes, horeca of toiletten (stedelijk) en voldoende beschutting. Op sportplekken verlichting + watertappunt.

Klimaatbestendigheid Vergroenen waar mogelijk, lage valhoogtes maken gras mogelijk. Beschutting is belangrijk en kan extra speelwaarde bieden. Bij goede samenwerking met omwonenden is er meer mogelijk qua groene inrichting.

Klimaatbestendigheid Vergroenen waar mogelijk. Beschutting door bomen, goede afwatering door infiltrerende ondergronden, extra speelwaarde én educatie (stedelijk). Meer tips in de bijlage Groene Speelplekken.

Inclusiviteit (samen spelen!)

Inclusiviteit (samen spelen!)

Iedereen wil mee kunnen spelen. Daarom streven we naar speelplekken die toegankelijk zijn voor inwoners met een beperking. Zowel in toegang (welkom voelen) als bereikbaarheiden bespeelbaarheid (samenspel).

Iedereen wil mee kunnen spelen. Daarom streven we naar speelplekken die toegankelijk zijn voor inwoners met een beperking. Zowel in toegang (welkom voelen) als bereikbaarheiden bespeelbaarheid (samenspel).

20 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

directe woonomgeving

Figuur 3: Actieradius van kinderen in verschillende leeftijdsgroepen

0-6 jaar

voor- /achtertuin, portiek, balkon, dak- of binnentuin

actieradius

straat

brede stoep, groenstrook met speelaanleiding, autovrije of -luwe straat met speelaanleidingen

afstand tot de woning:

directe woonomgeving

6-12 jaar

voor- /achtertuin, portiek, balkon, dak- of binnentuin

actieradius

schoolplein, plein, buurtpark

maximaal 200 meter

maximaal 400 meter

straat

(infrastructurele) barrière: weg, spoor, water, etc. oversteken voor-/achterop

speelbuurt speelplek op blokniveau

brede stoep, groenstrook met speelaanleiding, autovrije of -luwe straat met speelaanleidingen

stedelijke omgeving

speelplek op buurtniveau

grasveldje, pleintje, plantsoen of schoolplein

straat

afstand tot de woning:

directe woonomgeving

speelbuurt speelplek op blokniveau

stedelijke omgeving

speelplek op buurtniveau

grasveldje, pleintje, plantsoen of schoolplein

schoolplein, plein, buurtpark

maximaal 200 meter

maximaal 400 meter

(infrastructurele) barrière: weg, spoor, water, etc. oversteken onder begeleiding

speelbuurt sport- en beweegruimte op blokniveau

stadspark met bespeelbare ruimte, natuurgebieden

sport- en beweegplek op buurtniveau

stadspark met bespeelbare ruimte, natuurgebieden

stedelijke omgeving

21 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht 12-18 jaar

voor- /achtertuin, portiek, balkon, dak- of binnentuin

actieradius afstand tot de woning:

brede stoep, groenstrook met speelaanleiding, autovrije of -luwe straat met speelaanleidingen

grasveldje, pleintje, plantsoen of schoolplein

schoolplein, plein, buurtpark

maximaal 200 meter

maximaal 400 meter

zelf oversteken (infrastructurele) barrière: weg, spoor, water, etc.

stadspark met bespeelbare ruimte, urban sportsplekken, grote sportvoorzieningen, natuurgebieden

maximaal 1000 meter

22 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

3.5

Spelen hoeft niet alleen in de speeltuin: de kwalitatieve speelnorm

De norm rekent met ingerichte openbare speelruimte. Hoe ‘bespeelbaar’ een buurt is, is echter ook afhankelijk van andere factoren. Wordt er bijvoorbeeld een grote claim gedaan op de openbare ruimte door (geparkeerde) fietsen en auto’s? Is er open ruimte beschikbaar in de vorm van brede stoepen, pleinen en groen? Dit draagt bij aan de totale bespeelbaarheid van een buurt en daarmee aan de kwaliteit.

• • • • •

De volgende aspecten zijn idealiter in elke speelbuurt te vinden: Reguliere spel- en speeltoestellen zoals een schommel en glijbaan; Een sportplek of een plek die beweging stimuleert, zoals een trapveld of een sporttoestel voor jong en oud Groen om in te spelen, of groene aankleding van speelplekken; Vrije speelruimte op straat in de vorm van brede stoepen, autoluwe straten of pleintjes; Activiteitenaanbod in de buurt, bijvoorbeeld begeleid sporten en bewegen, of spelbegeleiding op speeltuinen. Om de kwaliteit van de speelruimte op buurtniveau te kunnen beoordelen is een beoordelingsschema opgenomen in bijlage 6. Een vergelijkbaar schema is opgenomen om een individuele speelplek te kunnen beoordelen.

3.6

Een goed ingerichte speelplek

De behoefte aan buitenspeelruimte en de specifieke inrichting daarvan, verschilt sterk per leeftijdsgroep. Kleine veilige plekken vlakbij huis zijn vooral van belang voor de allerkleinsten, terwijl oudere kinderen grotere (sport)plekken bezoeken. De tabel op pagina 21 geeft de behoefte per leeftijdscategorieën van kinderen. Deze verdeling in groepen geeft een goede denkrichting (Bron: Handreiking VNG). Naast de inrichting voor diverse leeftijdsgroepen, is er ook een inrichting voor verschillende soorten spelvormen. Variatie in de speelbuurt en binnen de stad is hierbij wenselijk. Soorten spelvormen zijn: Ontdekken en bewegingsspel (w.o. balspel); Constructiespel; Fantasiespel; Ontmoeten.

• • • •

Bij de ontwikkeling van nieuwe speelplekken wordt ruimte geboden aan innovatie. Er ontstaan steeds nieuwe spelvormen en inrichtingsmogelijkheden, die aansluiten bij de belevingswereld van kinderen. Toestellen zijn niet altijd meer monofunctioneel (zoals een glijbaan) maar nodigen uit tot creatief spel zoals klimmen, zwaaien en verstoppen. Ook op technologisch gebied zijn er innovaties, zoals de dancegrounds die zijn aangelegd waar via een ingebouwde speaker met een smartphone muziek op straat te horen is en gedanst kan worden. Apps op smartphones zijn een aanvulling op het buitenspelen, zoals bijvoorbeeld het populaire spel Pokémon-Go . Bij sommige toestellen zijn via een QR code informatie of filmpjes te vinden over het mogelijk gebruik. Daarnaast hebben we aandacht voor inclusief spelen, en plaatsen we toestellen die bereikbaar en bespeelbaar zijn voor kinderen met een handicap. Bij inzet van nieuwe spelvormen worden altijd de bewoners en de gebruikers betrokken. Traditioneel is er bij het ontwikkelen van speeltoestellen door leveranciers en het plaatsen ervan in de stad vooral ingezet op stevige, robuuste toestellen die bestand zijn tegen vandalisme (hufterproof) en waarvan de veiligheid voor een

23 - Spelen in jeDat eigen buurtgeleid - Ontwerpvisie Utrecht lange periode kan worden gegarandeerd. heeft tot het Speelruimte type speeltoestellen dat nu veel in de gemeente staat en dat eigenlijk is gebouwd om enkele tientallen jaren goed te kunnen blijven staan. Voor de toekomst zien we meerwaarde in het kunnen verplaatsen van toestellen, op het moment dat er in de buurt behoefte is aan ander type spel. Dit leidt tot een duurzamer, circulair gebruik van speeltoestellen en inrichting van speelplekken. Deze ambitie vraagt om uitwerking op diverse vlakken. Er is coördinatie nodig van de verplaatsing van de toestellen, en mogelijk moeten toestellen tijdelijk worden opgeslagen voordat ze elders kunnen worden ingezet. Dat vraagt om interne afstemming. Daarnaast is de markt voor modulaire, maar tegelijkertijd robuuste toestellen op dit moment nog niet zo groot. De komende tijd wil de gemeente onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om deze manier van inrichten te ontwikkelen.

24 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Tabel: Behoefte aan speelruimte per leeftijdscategorie

Groep

Speelruimte

Tot 6 jaar

Open gebied, zand en speelwater, struiken, bloemrijk hooiland, kleine speelelementen, bankje voor de ouders, afscherming van het spel van oudere kinderen. Veiligheid is hier belangrijk, evenals toezicht.

6-12 jaar

Open gebied voor balspel en bijvoorbeeld fietscrossen, bosjes met geheime paadjes en met dood hout voor hutten, ruimte voor specifieke activiteiten zoals klimmen, glijden, met dieren omgaan, zitten en kletsen.

Vanaf 12 jaar

Een sport- en ontmoetingsplek binnen de wijk en genoeg in het zicht van woningen met gelegenheid voor skaten, balspelen en om te kletsen.

25 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

26 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

4. Spelen in het groen en veilig spelen 4.1

Spelen in het groen

De gemeente Utrecht vindt het belangrijk dat kinderen in de gelegenheid zijn om veel te bewegen en te spelen, en dit niet beperkt hoeft te blijven tot de daarvoor ingerichte speeltuinen. De kinderen die nu spelen in de natuur zijn de natuurbeschermers van de toekomst .In Utrecht mogen kinderen daarom tussen de struiken, in de bomen en op de oevers spelen. Zolanger geen schade aan het groen wordt gedaan is dit wat we willen stimuleren in onze stad.Spelen in het groen is uitdagend, kinderen leren op deze manier seizoenen ervaren en komen in aanraking met planten en dieren. Dit is een zeer waardevolle aanvulling op het georganiseerd en ingericht spelen. Naast het ongeorganiseerd spelen in openbaar groen, heeft de gemeente ambities om nieuwe speelplekken zo groen mogelijk in te richten en de mogelijkheden voor vergroening expliciet met bewoners te bespreken. (Motie Nieuwe speelplekken groen (M2018/219). Om hiervoor handvatten te geven, is de brochure Groene Speelplekken ontwikkeld. De poster is bijgevoegd als bijlage 7. Er zijn verschillende mogelijkheden om te spelen in het groen. De eerste is het groen aankleden van een speelplek, door bijvoorbeeld hagen te plaatsen in plaats van hekwerk, of ruimte te maken voor dieren door nectarplanten en bloemen te planten rondom een speelplek, of het plaatsen van nestkastjes, bijenhotels of insectenhotels.

Deze voorzieningen kunnen ook tijdens een participatiebijeenkomst door kinderen zelf gemaakt worden, waarmee hun binding met de plek verhoogd. Een andere optie is water integreren in het ontwerp (bijvoorbeeld via bedriegertjes) of bomen te planten voor schaduw. Dit draagt ook bij aan de doelen uit de visie klimaatadaptatie, waarbij we koele schaduwrijke plekken willen creëren binnen 200 meter van elke woning. Deze doelen kunnen elkaar goed versterken. Schaduwplekken zorgen voor een koele plek op warme dagen voor omwonenden en voor kinderen om te spelen, en de toepassing van water draagt hier ook aan bij. Een tweede mogelijkheid is groen daadwerkelijk onderdeel te maken van de speelervaring. Hierbij valt te denken aan het plaatsen van een

klimboom, stenen om op te lopen en balanceren, en het gebruik van natuurlijk materiaal om te spelen. Het toegepaste materiaal voor de inrichting van speelplekken is bij voorkeur circulair. De afspraken hierover worden gemaakt via het inkooploket en de raamcontracten met de leveranciers van speeltoestellen Bij de inrichting en renovatie van speelplekken gaat uit van Groen tenzij, en het toepassen van groene inrichting ten behoeve van o.a klimaat, ecologie en gezondheid is altijd het uitgangspunt. Samen met de gebruikers en omwonenden komen we uiteindelijk tot een breed gedragen ontwerp. Voor schoolpleinen heeft de gemeente een stimuleringsregeling om deze pleinen te vergroenen en als aanvulling hierop openbaar toegankelijk te maken.

In Utrecht wordt graag en veel gewandeld in de woonomgeving. Om dit te stimuleren en faciliteren zijn de afgelopen jaren diverse ommetjes in buurten aangelegd. Ook de komende jaren worden routes gemarkeerd enaangekleed met voorzieningen als bankjes en spel- en sportaanleidingen. Er ontstaan op deze manier speel- en sportroutes. Op deze manier is een rondje lopen voor jong en oud een leuke activiteit. Een voorbeeld hiervan is het Groene Lint in Overvecht en het rondje Stadseiland in

27 - Spelen in je eigen buurtspelen - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht soms met andere Kanaleneiland.Kunnen in het groen conflicteert gebruiks- mogelijkheden. De speelbaarheid van een grasveld neemt aanzienlijk toewanneer hier een kunststof ondergrond wordt toegepast. Met name als de speeldruk heel hoog is, of de grondwaterstand heel hoog, waardoor de speelplek permanent nat is en stukgelopen wordt, wordt hiervoor gekozen. Ook de toegankelijkheid van speelplekken is soms deels in conflict met een onverhard speeloppervlak als zand, boomschors of gras. Per locatie moet voor de uiteindelijke inrichting een afweging gemaakt worden van alle belangen. Omdat het bouwen van constructies met natuurlijk materiaal voor veel kinderen een waardevolle beleving is, zijn er binnen de gemeente verschillende plekken waar binnen de wettelijke richtlijnen van dergelijk spel kan worden genoten. De gemeente kent een aantal bouwspeeltuinen waar met constructiemateriaal kan worden gewerkt, al dan niet seizoensgebonden. Er zijn vijf Stadsboerderijen en vier stadstuinen waar groenbeleving voorop staat, en waar gestruind kan worden over blotevoetenpaden en bloemen kunnen worden geplukt. Op de website vande gemeente is een overzicht van alle beheerde speeltuinen opgenomen. Op de website van Utrecht Natuurlijk is een overzicht van alle stadsboerderijen en stadstuinen te vinden.

28 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

4.2

Veilig spelen in de openbare ruimte

De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid in de openbare ruimte. Dit betekent dat de gemeente moet zorgen voor deugdelijke, gekeurde en daarmee veilige speeltoestellen. De eisen voor speeltoestellen is geregeld in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Het WAS beschrijft richtlijnen voor de productie, plaatsing en periodieke keuring van speeltoestellen. Het WAS geldt voor alle speeltoestellen in de openbare ruimte, ook als ze door particulieren of andere organisaties zijn geplaatst. De verantwoordelijkheid van de gemeente voor de openbare ruimte is niet over te dragen aan derden. Speeltoestellen die voor huishoudelijk gebruik geschikt zijn, vallen onder de Warenwet Speelgoed. Dit zijn bijvoorbeeld trampolines, zwembaden, luchtkussens of speelhuisjes, die particulieren in hun eigen tuin kunnen plaatsen. Plaatst een bewoner dergelijk speeltoestel in de openbare ruimte, waarbij potentieel iedereen er gebruik van kan maken, dan vallen deze toestellen onder het WAS. Omdat deze toestellen niet voldoen aan de wettelijke eisen uit het WAS, zijn ze niet permanent toegestaan in de openbare ruimte. Bij een ongeval kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld. Private speeltoestellen in de openbare ruimte zullen daarom verwijderd moeten worden. In eerste instantie zal de gemeente de bewoner verzoeken om het toestel te verwijderen.

Als dit geen gevolg heeft, dan gaat de gemeente zelf over tot verwijdering. Meer informatie hierover is te vinden op www.utrecht.nl.

Hutten bouwen in het groen Spelen in en met groen spreekt tot de verbeelding. Veel volwassenen denken hierbij terug aan hun eigen jeugd waarin ze hutten bouwden en slootje sprongen, en gunnen hun kinderen dergelijke ervaringen. De gemeente juicht het opdoen van dergelijke ervaringen toe, maar heeft tegelijkertijd een strenge wetgeving (het WAS) te volgen ten aanzien van speeltoestellen. Zelfgemaakte hutten, die vastgemaakt worden met spijkers, touwen en andere materialen, vallen ook onder die wetgeving, en zijn daarom in de publieke ruimte niet toegestaan. Dit omdat ze niet voldoen aan de veiligheidsrichtlijnen van het WAS, en omdat deze materialen de bomen beschadigen. Bewoners zullen waar mogelijk gevraagd worden om de hutten te verwijderen, maar als de acute veiligheid dit vraagt, kan de gemeente ook direct overgaan tot verwijdering. Hutten gemaakt van rechtopstaande takken mogen tijdelijk blijven staan.

29 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

30 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

5. De visie in de praktijk 5.1

De speelruimtescan

Utrecht is in verschillende fasen gebouwd, en elke buurt kent zijn eigen bouwstijl. Dat betekent ook dat er grote verschillen tussen wijken en buurten zijn in de hoeveelheid en kwaliteit van de speelruimte. Om goed in beeld te brengen hoe het ervoor staat in de verschillende gebieden maken we gebruik van een speelruimtescan. Met deze scan kunnen we per wijk of speelbuurt in beeld brengen in hoeverre de buurten voldoen aan de speelruimtenorm en welke verbeterpunten nodig zijn. De scan laat zien of er voldoende speelruimte is en wat de kwaliteit van deze speelruimte is, welke voorzieningen er per buurt aanwezig zijn en hoe bespeelbaar de buurt is.

Grafiek: De grafiek toont de cijfers uit 2019, van de tevredenheid van Utrechtse bewoners in de verschillende wijken (Bron: WistUdata).

Daarbij kijkt de scan zowel naar de kwantitatieve als de kwalitatieve norm en wordt bovendien informele speelruimte meegenomen. De speelruimtenorm is ook toepasbaar op een individuele speelplek. Dan wordt er vooral gekeken naar de kwaliteit en de speelwaarde van de plek. Met behulp van een scan kan zo in beeld worden gebracht of een wijk, speelbuurt of speelplek voldoet aan de norm. Deze speelruimtescans maken we met interne en externe partners, waaronder een bewonersvertegenwoordiging. Ook maken we gebruik van al aanwezige data.

31 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

5.2

Interventies bij afwijking van de speelruimtenorm

Bij beoordeling van bestaande speelbuurten en speelplekken zal blijken dat deze niet altijd voldoen. Niet elke afwijking op de speelruimtenorm vormt direct een probleem dat aangepakt moet worden. We onderscheiden twee soorten opgaven: 1.

Een speelbuurt welke niet voldoet aan de norm, maar waar een alternatief beschikbaar is: Een schoolplein. Als de buurt voldoet aan de norm als het schoolplein wordt meegeteld en het schoolplein is al openbaar toegankelijk dan is er geen actie nodig. Als het schoolplein nog niet openbaar toegankelijk is, dan zoekt de gemeente actief contact met het betreffende schoolbestuur om te bespreken of het schoolplein openbaar toegankelijk gemaakt kan worden. In bijlage 2, kopje Schoolpleinen wordt uitgebreider geschetst welke acties nu al genomen worden om schoolpleiner groener te maken en ze op te nemen in de openbare ruimte. Een niet permanent openbaar toegankelijk alternatief zoals bijvoorbeeld een beheerde speeltuin. Deze kan in de berekening van de norm opgenomen worden om te bezien of er dan wel voldoende speelruimte beschikbaar is. Ook kan overlegd worden met de speeltuin om te zien of de openingstijden kunnen verruimen; Als er informele ruimte beschikbaar is welke omgevormd kan worden tot speelruimte (plein, plantsoen) kan hier een buurt- of blokplek toegevoegd worden. Huidige plekken opwaarderen, bijvoorbeeld speelhoekjes uit te breiden met een extra speelvoorzieningen of en/of zitelementen.

• •

• •

2.

Een speelbuurt welke niet voldoet, waar (nog) geen alternatief beschikbaar is: De speelbuurt kan vergroot worden door barrières weg te nemen, waardoor meer speelruimte veilig bereikbaar wordt. Een onveilige kruising omvormen, een zebrapad aanleggen of de toegestane snelheid aanpassen van 50 naar 30 km per uur zijn hiertoe mogelijkheden; Bespeelbaarheid van de openbare ruimte vergroten, en zo meer informele speelruimte creëren. Dit kan door straten autovrij of -luw te maken, of groen beter toegankelijk te maken voor spelen.

• •

In het uitvoeringskader dat als bijlage 8 bij deze visie is gevoegd wordt uitgewerkt hoe we, binnen de huidige financiële kaders, de komende periode met de toepassing van de speelvisie aan de slag gaan.

32 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

33 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

6. Sturen en verantwoorden 6.1

Inleiding

Binnen de nieuwe speelvisie en speelnorm kijken we naar de kwantiteit en kwaliteit van de speelruimte. Het stelt ons in staat om voor de verschillende wijken per speelbuurt in beeld te brengen of er sprake is van een goede afstemming tussen de (potentiele) vraag en het aanbod aan speelruimte. Hierbij toetsen we op buurtniveau de variatie in het aanbod ingerichte ruimte voor spel, sport en beweging, op vrije speelruimte (bespeelbaar groen, spelen op straat) en op het activiteitenaanbod. Per speelplek kijken we naar o.a. de ligging van de speelplekken in de buurt, de speelmogelijkheden, verblijfswaarde, klimaatbestendigheid en toegankelijkheid.

De financiële kaders zijn omschreven in het uitvoeringskader dat als bijlage bij deze visie is gevoegd.

6.4

6.5 Om te monitoren of en in welke mate we aan deze ambities bijdragen zetten we het Utrechts model voor sturen en verantwoorden in. Dit model gaat uit van gedeelde waarden als startpunt (1), heldere kaders en randvoorwaarden (2), informatie en data om de veranderruimte in beeld te brengen (3), en leren en verbeteren via interactie (4).

6.2

Gedeelde waarden

Hierop zijn er vier leidende principes uitgewerkt die wij zien als de gedeelde waarden. Dit zijn: spelen dicht bij huis vanuit het perspectief van het kind speelwaarde centraal variatie in de buurt Deze principes zetten we in als maatstaf bij het sturen, bij de advisering, bij participatie en bij de verantwoording over de openbare speelruimte.

• • • •

6.3

Kaders en randvoorwaarden

De kaders en randvoorwaarden voor de aanpassingen van de speelruimte per wijk en buurt zijn scherp geformuleerd. Deels zijn deze kaders vastgelegd in de speelruimtenorm zelf zoals de kwantitatieve norm en de kwaliteitsnormen voor de speelruimte.

Informatie en data

Op basis van de wijkspeelruimtescans die we per wijk om de vijf jaar willen vernieuwen verzamelen we informatie over de staat van de speelruimte in de betreffende wijk. Op basis van deze stand van zaken in de wijkspeelruimtescan stellen we verbeterkaarten op die inzicht geven in de quick wins en in de meest noodzakelijke aanpassingen om de hoeveelheid en/of de kwaliteit van de speelruimte te verhogen.

Leren en verbeteren

Samen met experts binnen de gemeente, de ketenpartners in de wijken zoals de sociaal makelaars, de jongerenwerkers en de buurtsportcoaches, en met betrokken inwoners toetsen we de concept wijkspeelruimte-plannen. Met hen bespreken we de verbeteringen die doorgevoerd zouden kunnen worden en de urgentie van elk van deze voorstellen. De opbrengst van deze gesprekken verwerken we in de definitieve wijkspeelruimtescan en de verbeterkaart. Op de lange termijn is het onze ambitie om met behulp van betekenisvol sturen en verantwoorden meer regie te voeren op de speelruimte in Utrecht. De mate waarin en het tempo waarmee dat kan hangt af van de financiële ruimte om aan die ambities te werken.

34 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

35 - Spelen in je eigen buurt - Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht

Bijlage 1 Relaties met andere beleidsvelden Speelruimte raakt aan diverse thema’s en opgaven in de openbare ruimte. In dit subhoofdstuk worden deze relaties beschreven. Ontmoetingsplekken speciaal voor jongeren Grotere speelplekken in de wijk hebben ook een ontmoetingsfunctie voor doelgroepen ouder dan 12 jaar, en de daarbij passende voorzieningen. Ouders van jonge kinderen ontmoeten elkaar en kunnen een praatje maken. Er staan bankjes waarop men kan zitten tijdens een ommetje en jongeren kunnen daar met vrienden afspreken. We integreren daarmee de ontmoetingsfunctie voor jong en oud in de wijkspeelvoorzieningen op de grotere speelplekken. In verschillende wijken in Utrecht worden daarnaast aparte Jongeren Ontmoeting Plekken (JOP’s) gerealiseerd, variërend van kleine bushokjes, afdakjes in het groen tot grotere buitenplekken in de buurt van buurthuizen of huiskamerprojecten. JOP’s dienen naast ontmoetingsplek vooral als verwijsplek voor handhavers, het zijn plekken waar jongeren buiten kunnen samenkomen zonder dat omwonenden daar hinder van ondervinden. Bij JOP’s staan het spelen en bewegen niet centraal, en niet elke wijk heeft behoefte aan een dergelijke plek. Daarom zijn ze geen onderdeel van het speelruimtebeleid. Echter, de norm voor een plek voor jongeren geldt voor de hele stad. Deze plek kan een sport- of speelplek zijn, maar als daar behoefte aan is, ook een JOP.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0c6fbb29-11d6-44e3-985a-ee80587e0e55